Commentaren bij ‘GRAY’

GRAY. 1/ Goodbye To Good Times (Kevin MORBY, cd This Is A Photograph) 2/ SRV (Angela STREHLI, cd Ace Of Blues) 3/ Accumulates (David GRAY, cd Skellig) 4/ Older Now (Courtney Marie ANDREWS, cd Loose Future) 5/ The Hands Above Me (Emily Jane WHITE,  cd Alluvion) 6/ Free In The Knowledge (THE SMILE, cd Light For Attracting Attention) 7/ Less Of A Stranger (Julia JACKLIN, cd Pre Pleasure) 8/ Hall Of Mirrors (David GRAY, cd Gold In A Brass Age) 9/ Vested Angels (Hector ANCHONDO, cd Let Loose Those Chains) 10/ Change My Mind (Courtney Marie ANDREWS) 11/ Rock Bottom (Kevin MORBY) 12/ The Sapling (David GRAY, cd Gold In A Brass Age) 13/ Magic (Julia JACKLIN) 14/ Skating On The Surface (THE SMILE) 15/ Hold Them Alive (Emily Jane WHITE) 16/ Laughing Gas (David GRAY, cd Skellig) 17/ Let Her Go (Courtney Marie ANDREWS) 18/ Five Easy Pieces (Kevin MORBY) 19/ End Of A Friendship (Julia JACKLIN) 20/ No False Gods (David GRAY, cd Skellig) (AL; 25 01 23)  De oorsprong van ‘GRAY’ laat zich gemakkelijk raden. Zanger, songsmid en gitarist David Gray is afkomstig uit de regio Manchester maar zijn geweldige succes in Ierland maakt hem tot een ‘geadopteerde Ier’. Dat succes kwam er met ‘White Ladder’ (1998), in het land van Mary Black, Chieftains, Dubliners en U2, nog steeds de best verkochte ‘Ierse’ plaat ‘aller tijden’. Met voorsprong. Toen die plaat uitkwam waren wij al zwaar fan via de eerdere ‘A Century Ends’ (1993), ‘Flesh’ (1994) en ‘Sell Sell Sell’ (1996) die toen op we weten niet meer welke manier tot bij ons gekomen waren. Ook voor ons was ‘White Ladder’ een revelatie na die eerdere uitstekende maar niet meteen wereldschokkende cd’s. De vele platen die sindsdien kwamen, hebben ons fanschap alleen maar aangescherpt, toch tot aan ‘Mutineers’ in 2014.  Op dat moment was David, ondanks een stevige podiumreputatie, al wel ongeveer uit de gratie van het grote publiek gevallen, terwijl zijn platen bij de kritiek nog immer de hemel werden in geprezen. Wij bleven hem op de voet volgen, want tezamen met eenlingen als Joe Henry, Lyle Lovett en Glen Hansard, kennen we niets dan diep respect voor deze artiest. Na ‘Mutineers’ werd het stil en ook wij dachten niet meer aan de brave man, die we intussen ook live aan het werk zagen, meer bepaald op het Cactus Festival in 2010. Subliem concert trouwens. Hoe en waarom we weer aan David dachten, weten we niet, maar we kwamen uit op twee recente cd’s, ‘Gold In A Brass Age’ (2019) en ‘Skellig’ (2021) (dat laatste verwijst naar de Skellig eilanden, twee barre rotsen zonder vegetatie ten zuidwesten van Ierland, door UNESCO beschermd vogelreservaat. Die desolate rotsen waren de ‘thuis’ van Jedi Meester Luke Skywalker (in ‘Star Wars: The Last Jedi’) Ook Clannad en Loreena McKennitt zongen erover.  Voor David Gray is ‘Skellig’ aanleiding om een melancholische, weemoedige folkrock plaat te maken, sober en Keltisch maar tegelijk heel mooi ingevuld en uitermate sfeervol. ‘Gold In A Brass Age’ is anders van aard, maar net als ‘Skellig’ zeer herkenbaar en uitsluitend David Gray. Zodra we die twee kleinodiën in handen kregen; hebben we ze met volle teugen in ons opgenomen. Geen ‘zwakkere’ songs op deze schijfjes! Van beide platen konden we zo acht passende songs op deze verzamelaar zetten, wat vanzelfsprekend niet kon. We hebben ons moeten beperken tot twee songs uit ‘Gold…’ en drie uit ‘Skellig’, een moeilijk compromis. Maar thuis kunnen we de beide vrijuit beluisteren. We zouden blij zijn moesten we de luisteraar dezes kunnen overtuigen om hiernaar te luisteren… en naar zowat alle andere platen van David Gray. Zelfs de overschotjes zijn meer dan de moeite. We denken bvb. aan ‘Lost Songs 95-98’ waar alleen al de opener een Wereldsong is, ‘‘Flame Turns Blue’, beslist weer te vinden op YouTroep ( https://www.youtube.com/watch?v=bESG4ryUrXg ) U moest al onderweg zijn… Mooie dingen kunnen we zeggen over alle artiesten op deze collectie. Kevin Morby (Memphis) kennen we nog van een concert in De Zwerver in Leffinge (Oostende) Zijn zevende plaat ‘This Is A Photograph’ is een voltreffer, zowel in de kalme songs (‘Goodbye To Good Times’) als de up tempo nummers (‘Rock Bottom’) en alles ertussenin (‘Five Easy Pieces’) Morby houdt ervan of in zijn songs namen te droppen of kleine aan- of verwijzingen te geven. Het geeft zijn werk een aparte charme, zoals in de opener van deze compilatie. Morby kwam hier eerder nog maar bij één plaat van ‘m aan bod. ‘This Is A Photograph’ maakt dat  goed. Courtney Marie Andrews is in deze kolommen een vaste waarde. De singer-songwriter uit Phoenix, Arizona, is dan wel Amerikaanse, maar ze heeft een  link met ons land. Ze woonde vier maanden lang in ons land als gitarist en zangeres bij Milow. Ze is er intussen 32, trad in 2009 aan met de band Jimmy Eat World en in 2011, toen ze naar Seattle in de staat Washington verhuisde, vervoegde ze de band van Damien Jurado, die ze bijzonder bewonderde. In 2016 brak ze door met haar wellicht al zesde album ‘Honest Life’, waarna kleppers volgden als ‘May Your Kindness Remain’ (2018), ‘Old Flowers’ (2020) en afgelopen jaar ‘Loose Future’ waarbij ze telkens ook in ons land te horen was. We zagen haar in Gent, maar misten het optreden van 2022. Ze heeft de ‘gave van de melodie’ en schrijft dan ook songs die recht naar het hart gaan. Liefde in al zijn vormen, nietwaar. Emily Jane White is afkomstig uit en woont in Californië. ‘Alluvion’ is haar zevende album. We leerden haar pas kennen met haar vorige ‘Immanent Fire’. Haar teksten hebben een ernstige ondertoon, handelen niet zelden over thema’s als kapitalisme, milieuverloedering, het patriarchale systeem, de ‘schaduwzijde van het leven’, zeg maar, al blijft het muzikaal luchtig genoeg om te charmeren. Die songs sluiten erg goed aan bij de toon en de klankkleuren van ‘GRAY’. Julia Jacklin heeft haar roots in de ruige Blue Mountains, berggebied in New South Wales, Australië, niet heel, ver van Sydney. Ze is al een tiental jaar actief met indie pop/folk en country, omschreven als een ‘meld of dreamy indie pop and confessional alt.country’. Onder haar invloeden vermeldt ze Björk, Billy Bragg, Fiona Apple en Leonard Cohen, maar ze klinkt vooral als Emily Jane White. We ‘voorspellen’ haar een mooie muzikale toekomst, op basis van haar derde langspeler ‘Pre Pleasure’. The Smile heeft dan weer een verleden, want ze bestaat uit twee leden van Radiohead, opperhoofd Thom Yorke (zang) en Jonny Greenwood, die diverse instrumenten bespelen, behalve drums. Die komen toe aan Tom Skinner (lid van o.a. Sons Of Kemet) De klank refereert aan de moedergroep en brengt postpunk, progressieve rock, elektronisch en Afrobeat. The Smile ontstond tijdens de covid lockdowns en waren de verrassing in 2021 tijdens de streaming van het prestigieuze Glastonbury Festival, erkend als het grootste rockfestival ter wereld. Ze zijn erg actief, ze brachten begin 2022 niet minder dan zes singles uit. The Smile is dus meer  dan  een ‘covid ongeval’. Yorke geeft een sluitende verklaring voor de groepsnaam. Moet u zelf maar eens opzoeken. Het mag vreemd lijken, maar er staan ook twee rasechte bluesartiesten op ‘GRAY’. Vorig jaar bespraken we voor Back To The Roots (het enige gedrukte Nederlandstalige uitsluitend blues magazine in de lage landen) ‘Let Loose Those Chains’ van Hector Anchondo, een divers album dat een staalkaart biedt van ’s mans werk. Daar schreven we het volgende over in BTTR: ‘Het titelnummer evoceert de slavernij, ‘Just Forget It’ is maar één van de ballads die gevoelige snaren raken (‘Sometimes Being Alone Feels Right’, ‘Vested Angels’, ‘Heart And Soul’, dat laatste een reggae song zonder tegenbeat), het coulante ‘Legend’ refereert aan J.J. Cale (ook ‘Going To Missouri’ en ‘Current River’ hebben daar iets van), met slotnummer ‘You Know I Love You But You Got To Go’ als kers op de taart.’ ‘Vested Angels’ is een op het eerste oor weinig opvallende ballad, maar groeit bij elke beluistering. De song is a.h.w. gemaakt voor ‘GRAY’. Angela Strehli is niets minder dan een legende in de blues. In volgende BTTR moet het volgende staan: ‘Wat een cd met twaalf songs ‘historisch’ maakt, weten we niet, maar ons lijkt ‘Ace Of Blues’ van Angela Strehli, een kranige 76 intussen, een stevige kandidaat te zijn. Dat is niet alleen omdat het haar eerste soloplaat is in zeventien jaar en de eerste cd op het door New West Records weer tot leven gewekte Antone’s Records. De ‘Texas Queen of the Blues’ heeft beslist recht van spreken: ze stond vijf decennia geleden mee aan de wieg van de nog immer vitale Austin blues club Antone’s, tezamen met Clifford Antone (1947-2006)’ De plaat werd een hommage aan de blues groten die ze ontmoette als zangeres en afficionada van de blues en die ze hier covert: ‘In de klaphoes vind je een interview met Angela en een uitgebreid boekje verschaft boeiende, persoonlijke commentaar en veel foto’s. Strehli heeft werk gemaakt van ‘Ace Of Blues’. Ze schreef één (nieuwe) song, de afsluiter, waar ze twee jaar voor nodig had, omdat die gaat over ‘SRV’, jawel, een ode aan haar veel te jong verongelukte dierbare vriend Stevie Ray Vaughan. Historisch, ja toch?’ (AL; deze commentaren 26 01 23)

Advertentie
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

THE CD’S OF 2022

Ziehier een alfabetische lijst van de cd’s die voor ons althans aan 2022 verbonden zijn. Het is geen waardebepaling: die invloed kan heel groot zijn, maar ook heel vluchtig, zij het altijd medebepalend voor hoe we het afgelopen jaar ervaren hebben. Niet opgenomen de vele platen van oudere datum die dat jaar (weer) aan de oppervlakte kwamen. Liefhebbers van onze collecties vinden ze weer in de ‘LOOKING BACK’ reeks. Voor de lezer is het, naar we durven te hopen, een richtsnoer om zelf op zoek te gaan naar al dan niet verborgen parels. Zelf genieten we van dergelijke lijsten van de hand van zovele andere muziekliefhebbers, lieden met een grotere kennis dan de onze, met een heel andere visie op hetzelfde. Dus lag deze démarche voor hand…. De cd mag dan een verdwijnende kunst zijn, hij blijft deze ouwe sok dierbaar.

Being Funny In A Foreign Language (THE 1975)

Topical Dancer (Charlotte ADIGÉRY & Bolis PUPUL)

God Save The Animals (ALEX G)

Let Loose Those Chains (Hector ANCHONDO)

Loose Future (Courtney Marie ANDREWS)

The Car (ARCTIC MONKEYS)

The Gods We Can Touch (AURORA)

Dragon New Warm Mountain I Believe In You (BIG THIEF)

Dropout Boogie (THE BLACK KEYS)

No Sleep In LA (BLACKWAVE)

Looking To Glide (Ruben BLOCK)

Why We Sing (Jim CAIN)

El Mirador (CALEXICO)

YTILAER (Bill CALLAHAN)

Asphalt Meadows (DEATH CAB FOR CUTIE)

Broers (DE MENS)

Ways & Means (THE DESLONDES)

Loose Ends (DEZ MONA)

Safe (Bert DOCKX)

The Seven Gardens (Aurélie DORZÉE & Tom THEUNS; dubbel cd)

Welcome 2 Club XIII (DRIVE-BY TRUCKERS)

Stumpwork (DRY CLEANING)

Paco. Melodic & Polaroids + You Don’t Really Know Me (Tim EASTON)

EBM (EDITORS)

Chloë And The Next 20th Century (FATHER JOHN MISTY)

Palomino (FIRST AID KIT)

Dance Fever (FLORENCE + THE MACHINE)

Skinty Fia (FONTAINES D.C.)

Good And Green Again (Jake Xerxes FUSSELL)

Glitterpaard (GLITTERPAARD)

Warm Chris (Aldous HARDING)

Bloodline Maintenance (Ben HARPER)

Dawn Of The Freak (THE HAUNTED YOUTH)

The Departure (HENHOUSE PROWLERS)

Life On Earth (HURRAY FOR THE RIFF RAFF)

Classic Objects (Jenny HVAL)

Parish Blues (Josh HYDE)

Spell 31. (IBEYI)

Liquid Love (INTERGALACTIC LOVERS)

Pre Pleasure (Julia JACKLIN)

Fortysomething (KATY TOO)

Mr. Morale & The Big Steppers (Kendrick LAMAR) + Black Panther – The Album (Kendrick LAMAR e.a.)

Moederland (LITTLE KIM)

12th Of June (Lyle LOVETT)

A Soul To Claim (Doug MacLEOD)

Houtekiet (MANdolinMAN & ANSATZ DER MASCHINE)

Marble Sounds (MARBLE SOUNDS)

Laurel Hell (MITSKI)

This Is A Photograph (Kevin MORBY)

Birds In The Ceiling (John MORELAND)

(self-titled) (Marcus MUMFORD)

Neon (NITS)

Set Sail (NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS)

Other Stories (Heather NOVA)

Last Night In The Bittersweet (Paolo NUTINI)

Big Time (Angel OLSEN)

Weather Alive (Beth ORTON)

Words On The Wind (Kerri POWERS)

Just Like That… (Bonnie RAITT)

Redcar les adorables étoiles (prologue) (CHRISTINE AND THE QUEENS)

Film Dust (THE RUSTY ZIPPERS)

Unchange (Gina SICILIA)

Stone By Stone (Ian SIEGAL)

Sometimes Forever (SOCCER MOMMY)

Dressing Like A Stranger (Luke SITAL-SINGH)

Only The Strong Survive (Bruce SPRINGSTEEN)

Forgiving It All (Christopher Paul STELLING)

Natural Brown Prom Queen (SUDAN ARCHIVES)

Midnights (Taylor SWIFT)

Get On Board (TAJ MAHAL & Ry COODER)

Smokey Tango (Laura TATE)

A Light For Attracting Attention (THE SMILE = Thom YORKE, Jonny GREENWOOD, Tom SKINNER)

Who Is He? (Dylan TRIPLETT)

We’ve Been Going About This All Wrong (Sharon VAN ETTEN)

(watch my moves) (Kurt VILE)

Ha Ha Heartbreak (WARHAUS)

How Is It That I Should Look At The Stars (THE WEATHER STATION)

Will Of The People (Paul WELLER; B-sides, rarities…; 3 cd’s)

Wet Leg (WET LEG)

And In The Darkness Hearts Aglow (WEYES BLOOD)

Alluvion (Emily Jane WHITE)

Fear Of The Dawn + Entering Heaven Alive (Jack WHITE)

Spark (WHITNEY)

Vattetot (Antoine WIELEMANS)

Cruel Country (WILCO)

Painless (Nilüfer YANYA)

Pineal Grind (Case YONKHEAR)

Toch even de nek uitsteken…

Best International: Just Like That… (Bonnie RAITT)

Best National: Ha Ha Heartbreak (WARHAUS)

Discovery of the Year: And In The Darkness Hearts Aglow (WEYES BLOOD)

Song Of The Year: Just Like That… (Bonnie RAITT) – Change (BIG THIEF) – Broer (DE MENS) – Jane Addams (HENHOUSE PROWLERS) – 12th Of June (Lyle LOVETT)

(Work in progress – Stand woensdag 18 01 23)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXVII’

LOOKING BACK XXVII. 1/ O My Soul (Single Mix) (BIG STAR, cd Radio City; 1973) 2/ Fighting For My Love (Nil LARA, cd Nil Lara; 1996) 3/ Empire Falls (Chris THILE, cd Deceiver; 2004) 4/ Fly Like An Eagle (Alternate Version) (STEVE MILLER BAND, cd Welcome To The Vault, 3 cd; 2019) 5/ Fix You (BEN HARPER & SOWETO GOSPEL CHOIR FEATURING JORDAN C. BROWN; cover COLDPLAY; single 2020) 6/ Feel (BIG STAR, cd # 1 Record; 1972) 7/ Money Makes The Monkey Dance (Nil LARA) 8/ Marathon (Chuck PROPHET, cd The Land That Time Forgot; 2020) 9/ Bahia (ASSUNTA & THE LIGHT ORCHESTRA, single 2015) 10/ Beck’s Bolero (Jeff BECK, cd Jeff BECK Performing This Week… Live At Ronnie SCOTT’s, CD 1: 2015) 11/ Melody (Sharleen SPITERI, cd Melody; 2008) 12/ In The Street (BIG STAR, cd # 1 Record) 13/ Baby (Nil LARA) 14/ Oh, River (Christopher Paul STELLING, cd Itinerant Arias: 2017) 15/ California (Into The Ocean) (Chris CACAVAS, cd Bumbling Home From The Star; 2002) 16/ Take The Money And Run (Alternate Version) (STEVE MILLER BAND, cd Welcome To The Vault, 3 cd; 2019) 17/ Bleeding (Nil LARA) 18/ It’s A Beautiful Day Today (MOBY GRAPE, cd Moby Grape ’69; 1969) 19/ Angel (Footsteps) (Jeff BECK, cd Who Else!; 1999) (AL; 12 01 23)

De compilaties in de ‘LOOKING BACK never ending series’ maken gekke bokkesprongen, althans wat de nummering betreft. Door een aantal sprongen in die nummering is dit 27e volume eigenlijk het… 29e of 30e. of zelfs 31e. In elk geval stond deze ‘LOOKING BACK XXVII’ al een tijd in de steigers, maar dan als ‘LB XXVI’. De feiten -de onverwachte ‘heropstanding’ van oude bekende Sophie Zelmani– maakten dat we de kaarten dooreen hebben geschud. Er kwam een stroomversnelling toen we te horen kregen dat iemand sessies in stressbestrijding gaf met behulp van fijne muziekjes. ‘Ken je Sophie Zelmani?’ Ja, natuurlijk kennen we die, en zelfs al heel lang. De Zweedse singer-songwriter gaat tegenwoordig wel door het leven als Sophie Edkvist, maar trok de belangstelling van de muziekfan in 1995 met de single ‘Always You’. In de jaren erna volgden we haar, maar gaandeweg verdween ze uit het brandpunt. Dat gebeurt!

De eerste ‘XXVI’ werd dan maar ‘XXVII’. Door gezondheidsproblemen kreeg de release ervan serieuze vertraging. Zo werd ze de eerste compilatie van 2023 en, belangrijker, werd de samenstelling nog behoorlijk aangepast, ‘gestuurd’ door eerder toevallige (her)ontmoetingen. Dat zal blijken uit deze commentaren. ‘Fix You’ van Coldplay maar door Ben Harper en een gospel koor van Soweto kwam eerst. We leerden deze Afroversie kennen toen men ons vroeg een gelegenheids-cd te maken (niet opstellen: dat was al gebeurd)

Zo’n toevallige hernieuwde ontmoeting is die met Nil Lara, singer-songwriter uit Miami, Florida. Hij bespeelt vaardig de tres (zessnarige Cubaanse gitaar) en de cuatro (viersnarige Venezolaanse gitaar), die zijn Cubaanse roots onderstrepen. Die roots herontdekte hij toen hij omwille van studies aan de University of Miami en na omzwervingen (hij woonde een tijd in Caracas) kennismaakte met de guajiro, de Cubaanse equivalent van countrt en de ‘son’, het Cubaanse antwoord op de blues. De stevige cross-over van die wortels met rock-‘n-roll was wat ons in hem interesseerde, ten tijde van zijn eerste full album ‘Nil Lara’ (1996) In augustus van dat jaar deed hij een tour doorheen Europese en Aziatische landen en toen zagen we hem in de Brusselse Beursschouwburg. Na een fijn optreden stonden we met een groepje gelijkgestemden na te keuvelen, toen Nil van podium sprong en recht naar ondergetekende kwam en zomaar, out of the bleu, een gesprek begon, waar we gretig op ingingen. Nooit geweten wat hem bezielde, maar leuk was het wel.

Sindsdien bleef het relatief stil rond Lara. Te stil… We waren hem beslist niet vergeten, maar de trigger om hier vier songs uit ‘Nil Lara’ op te nemen kwam voort uit een bezoek aan Toogenblik in Haren (Brussel) toen singer-songwriter, gitarist en keyboardspeler Chris Cacavas er een zeer gesmaakt: in de uitverkoopbak vonden we een 4 song EP met precies dié songs die we zouden opnemen in een ‘LOOKING BACK’. Het deed ons meteen ook denken aan de grote bezieler van Toogenblik, Luc Gheldof, die veel te jong verdween. Zo heeft Nil Lara ook een onverwachte emotionele link…

Af en toe moet je vaststellen dat je bepaalde bands over het hoofd hebt gezien… En over het hoofd blijft zien. Het begon te dagen dat we nog nooit de focus hadden gelegd op Big Star, een belangrijke band tussen 1971 en 1975, met een invloed die tot nu speelt, met elke nieuwe generatie, lijkt het. Het kwartet werd gevormd in Memphis met, vooral, Alex Chilton en Chris Bell. Chilton (1950-2010) kenden we als de zanger van (The) Box Tops en zijn stem is voor eeuwig verbonden aan hits als ‘The Letter’, ‘Cry Like A Baby’ en ‘Choo Choo Train’. In 1970 was dat voorbij want de band viel zowat uiteen. Commercieel zou Chilton nooit meer die hoge toppen scheren, maar zijn consequente keuze voor zijn eigen muziek zou hem geen windeieren leggen, want zijn loopbaan als indie muzikant op kleine labels leverde hem een verrassend grote en intense bewondering op in kringen van de alternatieve rock. Hij wordt vaak aangehaald als een onontkoombare invloed op belangrijke rock muzikanten en bands. Een aantal getuigenissen hierover vind je in de documentaire ‘Big Star: Nothing Can Hurt Me’ (2012)

Het schitterende eerste album van Big Star, ‘#1 Record’ werd commercieel mismeesterd door het nochtans gereputeerde label. Het zou nooit meer goed komen. Ook de al even briljante opvolger ‘Radio City’ kreeg te maken met commercieel verkeerde keuzes. Het was zo erg dat het derde album door de split van de band gewoon op het schap belandde en zelfs geen titel kreeg. Pas vier jaar later werd het uitgebracht als ‘Third/Sister Lovers’ en… guess what? Binnen de kortste keren werd het een cult classic. Het had zelfs een beperkt succes in bredere kring. Om de zaken helemaal tragisch te maken, Chris Bell (1951-1978) verongelukte in een auto-ongeval, zodat hij een grotendeels vergeten, lid werd van de ‘Club van 27’, ‘Forever 27’, samen met Jimi Hendrix, Janis Joplin, Robert Johnson, Amy Whinehouse, Brian Jones, Kurt Cobain (zijn dood triggerde het ontstaan van deze lugubere ‘club’) Een volledige lijst vindt u op https://nl.wikipedia.org/wiki/27_club . Voor alle duidelijkheid: er is geen verband bewezen tussen sterfte en leeftijd. De levensstijl speelde wel een rol… en toevalligheden: Pete Ham (Badfinger) pleegde zelfmoord en drummer Pete de Freitas (Echo & The Bunnymen) kwam om  in een motorongeluk.

Enkele jaren voor Big Star beleefde de muziekwereld een ander gelijkaardig drama met Moby Grape, dé cultband bij uitstek. De eerste periode liep van 1966 tot 1969 maar ze kwamen later dikwijls weer bijeen… tot op heden. De groep was bijzonder omdat alle vijf leden vocalisten waren en omdat ze in hun werk een mix brachten van rock, (Amerikaanse) folk, blues, jazz, psychedelic en acid. De band was echter verdoemd van bij de start: Moby Grape raakte verwikkeld in eindeloze processen met de eerste manager Matthew Katz, die het bezit van de naam opeiste. Die disputen zouden tientallen jaren duren, een belasting die een groep best kan missen. En het was niet het enige. Historicus en auteur Jeff Tamarkin schrijft hierover: ‘The Grape’s saga is one of squandered potential, absurdly misguided decisions, bad luck, blunders and excrucciating heartbreak, al set tot he tune of some of the greatest rock and roll ever to emerge form San Francisco. Moby Grape could have had it all, but they ended up with nothing, and less.’ Nou, dat zegt het allemaal! Niet zonder enige ironie dissen we hier ‘It’s A Beautiful Day Today’ op. O ja: we herinneren ons welke moeite we moesten doen om een exemplaar van ‘Moby Grape ‘69’ te pakken te krijgen in de jaren zeventig. Illustratief.

Steve Miller hebben we heel zijn carrière gevolgd, vanaf ‘Children Of The Future’ uit 1968 (al ‘ontdekte’ ik die pas iets later) Toen was die andere held van decennia, Boz Scaggs, nog groepslid. Over de man vind je genoeg online. Toch even vermelden dat hij de eerste was om de grote platenfirma’s het vuur aan de schenen te leggen.  Tevoren waren artiesten de slaafjes in het muziekgebeuren, door contracten en advocaten vastgeketend. Miller stelde zijn eigen eisen en bracht alzo eigenlijk een revolutie teweeg. Het zou niet uit zijn met het misbruik, maar slimme muziekmakers zouden raad weten met ‘het systeem’. ‘Welcome To The Vault’ is een niet meteen essentiële aanvulling op zijn werk, maar voor de liefhebber is het inderdaad een goudmijn, of een… kluis vol parels, met alternatieve versies van zijn bekende en minder bekende songs, drie cd’s vol. We waren tenslotte verplicht om één track te laten vallen, die we hier graag hadden bij gehad, een stomende lekker lange live versie van Robert Johnsons ‘Crossroads’.  Maar ach, we zijn al blij met de opgefriste versies van twee andere klassiekers, ‘Fly Like An Eagle’ en ‘Take The Money And Run’.

Sharleen Spiteri is de zangeres en het middelpunt van de Schotse poprockband Texas, genoemd naar de Wim Wenders prent ‘Paris, Texas’. Hun eerste single ‘I Don’t Want A Lover’ (1989) was meteen een onweerstaanbare wereldhit. Het succes hield aan, ondanks persoonlijke tegenslag onderweg. Het is momenteel stil rond Texas, maar ze bestaan wel degelijk nog. Spiteri bracht een eerste soloplaat uit in 2008.

Chris Thile (zeg ‘Thili’) is een typische musician’s musician, zanger, meester van de mandoline, songschrijver en radiofiguur. Men kent hem het best voor zijn werk in het progressieve akoestische trio Nickel Creek en het akoestische folk en vooruitstrevende bluegrass kwintet Punch Brothers. Beide bands zijn straffe kost, neem dat van ons aan. Punch Brothers stond al vaker op compilaties. Thile heeft ook belangwekkende solo output sinds 1994. ‘Deceiver’ uit 2004 is bijzonder interessant omdat het een… mislukking is. Zegt Thile zelf. Thile bespeelt met zijn bekende virtuositeit alle 39 instrumenten in een afwisseling van uitgesproken pop/rock geïnspireerde songs. De plaat werd genomineerd voor een Grammy for Best Engineered Album, wat erop wijst dat de plaat een hoog technisch niveau haalt. Thile is dus streng voor zijn ‘pop-rockplaat’. Het komt erop neer dat slechts twee of drie songs op tien in die context geslaagd zijn. We weten niet of ‘Empire Falls’ daarbij gerekend is, maar wij genieten mateloos van dit nummer. Dat telt toch ook voor iets?

Californiër Chuck Prophet is ook al een naam die in onze verzamelingen een vaste plaats heeft. Hij was de virtuoze gitarist naast Dan Stuart en Chris Cacavas in de populaire rockformatie Green On Red. Vanaf 1990 begon Chuck een sololoopbaan die tot op heden duurt. We tellen intussen zestien stuks, maar Chuck heeft met velen samengewerkt en songs aangeleverd aan een heel leger artiesten van stand. Prophet was een regelmatige klant op onze podia. Zijn optredens zijn zonder uitzondering een rockfeest. Gezondheidsproblemen hebben daar hopelijk tijdelijk een eind aan gemaakt: uit zijn vele mailings weten we dat hij nog altijd super actief is. We hopen hem snel weer te zien met Stephanie Finch aan zijn zijde, zijn vrouw, die een uitstekende zangeres, gitarist en toetsenist is.

Zijn meest recente ‘The Land That Time Forgot’ is hoe dan ook opnieuw een meesterwerk, van het niveau van eerdere platen als ‘Age Of Miracles’ (2004), ‘Soap And Water’ (2007), ‘Night Surfer’ (2014) en ‘Bobby Fuller Died For Your Sins’ (2017) (als dat geen vier Gouden Tips zijn!!!) Het paste niet op deze compil maar het sluitstuk van de meest recente is een meesterstuk op zich, een toppunt van ironie en gloeiend verwoorde spot,  ‘Get Off The Stage’, gericht aan de vorige man die zich president van Amerika durfde noemen. Er bestaat ook een stop motion filmpje van met plasticine figuren, zeer de moeite van het bekijken waard: https://www.youtube.com/watch?v=gRLPZvyO4ic .

Nog iemand die hier wel vaker aan bod kwam met zijn zes platen sinds ‘Songs Of Praise And Scorn’ (2012) is Christopher Paul Stelling, begenadigd gitarist en zanger-componist. ‘Oh River’ hebben we vaker gebruikt. U hoort wel waarom… Een man die in deze collectie wel een paar keer opduikt (gaat u maar na…) is Chris Cacavas, gitarist, keyboardsspeler, songschrijver, sidekick van een heleboel grote namen maar ook soloartiest van stand… en een bijzonder aimabele man. De jonge Chris verhuisde van Tucson, Arizona, naar LA om Green On Red van Dan Stuart te vervoegen. Na de split begon hij platen onder eigen naam uit te brengen, vanaf 1989. In 2002 verkaste Chris naar Duitsland, waar hij het Blue Rose label vervoegde. Zoals gezegd belette het hem niet om hand- en spandiensten te verlenen aan groten als Steve Wynn en diens Dream Syndicate (met Steve zagen we hem vaak), Giant Sand van Howe Gelb, Calexico, de betreurde Jason Molina, ook bekend als Songs: Ohia. Chris was blij toen we hem lieten weten dat we een nummer hadden uitgepikt uit ‘ Bumbling Home From The Star‘, dat hij één van zijn betere soloplaten vindt. We zijn niet verder ingegaan op het voor ons uitgesproken emogehalte van deze ‘LOOKING BACK XXVII’. We wilden wel preciseren, maar niemand, behalve de betrokken personen, heeft er een boodschap aan. Maar de feiten haalden ons in. Net toen we de cd wilden afwerken, vernamen we het overlijden van Jeff Beck (°1944), in onze visie en in die van gitaristen over de hele planeet decennialang de absolute top in het gitaarspelen, niet enkel in rock maar ook in aanverwante genres en stijlen, vooral jazz. Zijn techniek was fabelachtig, ongeëvenaard, maar op zowat alle vlakken van de stiel was Beck een rolmodel. Zijn muzikale integriteit staat buiten kijf. Hij was ook bijzonder graag gezien als sideman, die met zijn kunnen veel bijdroeg maar zover we weten nooit zijn wil opdrong of in het centrum wilde staan. Men dreigt daarbij te vergeten dat hij een ook meer dan gewoon songschrijver was. Hij is voor altijd verbonden aan The Yardbirds (zijn eerste band die hij tot zeer grote hoogte bracht met wat in de sixties pionierswerk was), The Jeff Beck Group en Beck, Bogert & Appice. Zijn loopbaan samenvatten is gezien de lengte ervan en zijn niet aflatende productiviteit onbegonnen werk. Wiki helpt u voort. Laten we deze cd’s voor de geest brengen: ‘Truth’ (1968, een eerste hoogtepunt!), ‘Blow By Blow’ (1975), ‘Wired’ (1976) en ‘Who Else!’ (1999) Het spreekt vanzelf dat er heel wat live opnames zijn, vermits het podium zijn tweede (eerste?) natuur was. Illustratief zijn de acht nominaties en acht overwinningen in de Grammy Awards. Zij bewijzen dat de vakspecialisten maar al te goed wisten welke klassenbak Jeff Beck was. We zetten hier twee representatieve songs op: het aloude ‘Beck’s Bolero’ (zijn eerste solo instrumentaal uit 1966) en het pakkende ‘Angels (Footsteps)’, dat een fraaie hommage vormt aan een hele grote Meneer en een gepast coda van ‘LOOKING BACK XXVII’. (AL; beëindigd 16 01 23)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXVI’

LOOKING BACK XXVI. 1/ As Long As We Last (Daniel NORGREN, cd Alabursy; 2017) 2/ Leaving (Sophie ZELMANI, cd Precious Burden; 1998) 3/ Behind Your Smile (David OLNEY & Anana KAYE, cd Whispers And Sighs; 2021) 4/ Alleen mijn Adem (RIET (Riet MUYLAERT), cd Aardbeien in Januari; 2020) 5/ How Long, How Long (Bill FAY, cd Countless Branches; 2020) 6/ Change (BIG THIEF, cd Dragon New Warm Mountain I Believe In You: 2022) 7/ This Curving Track (Chris ECKMAN, cd Where The Spirit Rests; 2021) 8/ Break The Spell (Courtney Marie ANDREWS, cd Old Flowers; 2020) 9/ All I’ve Ever Known (BAHAMAS, cd Bahamas Is Afie; 2014) 10/ So Long (Sophie ZELMANI) 11/ Poortoun (Jackie LEVEN, cd The Peace Comes Dropping Slow; 1997) 12/ Hemellied (MANdolinMAN & ANSATZ DER MASCHINE (Mathijs BERTEL), cd Houtekiet: 2022) 13/ Baikonur (HT ROBERTS, cd Under The Weather: 2022) 14/ Everything You Know Melts Away Like Snow (Daniel NORGREN) 15/ Mister  Vermeer (David OLNEY, cd Dutchman’s Curve: 2010) 16/ Precious Burden (Sophie ZELMANI) 17/ Nog heel even (RIET) 18/ I’m In Asheville (John HIATT & THE JERRY DOUGLAS BAND, cd Leftover Feelings; 2021) (AL; 20 12 22)

De compilaties in de ‘LOOKING BACK never ending series’ maken gekke bokkesprongen. Door een aantal sprongen in de nummering is dit 26e volume eigenlijk het… 28e of 29e. of zelfs 30e (ik moet het dringend eens nakijken) In elk geval stond er al een tijd een ‘LB XXVI’ in de steigers, maar we namen onze tijd. Er kwam een stroomversnelling toen we te horen kregen dat iemand sessies in stressbestrijding gaf met behulp van fijne muziekjes. ‘Ken je Sophie Zelmani?’ Ja, natuurlijk kennen we die, en zelfs al heel lang. De Zweedse singer-songwriter gaat tegenwoordig wel door het leven als Sophie Edkvist, maar trok de belangstelling van de muziekfan in 1995 met de single ‘Always You’. In de jaren erna volgden we haar, want ze was een jaar of vijf lang ‘overal’. Haar eerste cd ‘Sophie Zelmani’ uit 1995 was hier in die tijd een mainstay.  

Na 2000 verloren we haar uit het oog, maar het blijkt dat ze actief bleef in de twee volgende decennia. Ze kreeg exposure, maar omdat ze erg schuchter was, trad ze nauwelijks op, wat haar exposure toch niet ten goede kwam. Via onze kennis kwam ze weer in ons muzikale leven. Tijd om haar tweede album ‘Precious Burden’ eens onder handen te nemen. Die bleek de tand des tijds meer dan doorstaan te hebben. We selecteerden drie songs die mogelijk het geplande ‘LB XXVI’ konden vervolledigen. Maar de sfeer van die songs kwam niet overeen met de rest van de verzameling. We stonden heel even perplex, maar namen daarna een ‘drastisch’ besluit, omdat we merkten dat we in de laatste maanden voor reguliere compilaties songs hadden ingebracht die het wél goed konden doen met de drie songs van Zelmani-Edkvist. Het lag voor de hand dat we de kersverse selectie rond die songs ‘LOOKING BACK XXVI’ zouden dopen (en de songs voor de eerst geplande cd zullen de kern uitmaken van de komende ‘LOOKING BACK XXVII’!)

Dat we snel na onze beslissing op zoektocht gingen in wat we verzameld hadden in de WMP, leidde tot een bijzonder snelle reeks herontdekkingen. Ouwe reisgezel Daniel Norgren bracht als eerste twee songs in die we in het verleden grijs draaiden, vooral de tweede dan, die de eindigheid van mensen en dingen belicht. Alle andere hadden we eveneens al gebuikt in min of meer recente (voor LB standards toch, want die songs gaan vaak zeer ver terug in de tijd) compilaties, op één na, nl. het instrumentale ‘Hemellied’ van MANdolinMAN & Ansatz Der Machsine (van die schitterende soundtrack bij het toneelstuk’ Houtekiet’ hadden we tevoren wel al ‘Rozenland’ gebezigd) We besparen u van welke compils de andere songs werden overgenomen. Dat heeft echt geen belang in deze nieuwe schikking van vertrouwde deunen.

Die keuze werd immers bepaald door de atmosfeer die ze genereren en die ligt in mekaars lijn, zonder als monotone eenheidsworst over te komen. Integendeel, ze hebben karakter, zowel muzikaal als qua zegging. Het verhaal van de jeugd van Jackie Leven in het door kans armoede geteisterde ‘Poortoun’, grijpt je naar de keel, onder meer en precies omdat muziek en inhoud zo diametraal verschillend zijn. David Olney geeft in gevoelige borstelstreken een rake en ronduit ontroerende analyse van het meesterlijke ‘Het Meisje met de Parel’ van Johannes Vermeer. Het zijn ondanks de verstilling gloeiende, boeiende getuigenissen van de liefde, of het tekort eraan, van het immense verdriet van de wereld, dat Publius Vergilius Maro zo trefzeker de ‘Lacrimae Rerum’ noemde, ‘De Tranen der Dingen’ (Aeneïs Boek I, vers 462)

Iets meer moeite hadden we met de volgorde van de songs. De uitdrukking ‘niet over één nacht ijs’ past hier echter niet, want we waren er op enkele uren toch uit. Maar U mag ervan op aan dat we daar zorg aan hebben besteed, want een zorgzame opeenvolging draagt wezenlijk bij aan de luisterervaring. (AL; 21 12 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dylan TRIPLETT, Who Is He?

Gepubliceerd in Back To The Roots # 121 blz. 58

DYLAN TRIPLETT: WHO IS HE?

Vizztrone

‘Soul’ is het ene woord dat je moet onthouden bij Dylan Triplett. ‘Who Is He?’ heet zijn debuut, een gepaste titel voor een plaat die de jongeman bij het wijde publiek introduceert. Het zal geen verrassing zijn als we ‘verklappen’ dat die verwijst naar de overbekende song van Bill Withers, ‘Who Is He And What Is He To You?’, die hier als nummer twee in het aanbod staat te blinken. Amper 21 is ie, maar het valt te raden en te horen dat hij niet aan zijn proefstuk is. Geboren uit een familie van jazzmusici trad Triplett op zijn negende in de openbaarheid als Little Dylan en op zijn vijftiende mocht hij zich pro noemen. Bassist en producer Larry Fulcher (grammy!) verzamelde een legertje gehaaide muzikanten om tien songs in te blikken. We vermelden slechts gitarist Dr. Wayne Goins en Mike Finnigan op keys. Een stel jonge talenten krijgt een forum (zo Christone ‘Kingfish’ Ingram) Dylan brengt twee originelen aan, net als Fulcher. Soul verbindt inderdaad het zeer gevareerde aanbod van blues, R&B en jazz, voor ieder wat wils. Dylan beheerst het allemaal tot in de puntjes.  Uiteraard gaat de hoed af voor de ene en de andere: ‘That’s The Way Love Is’ van Norman Whitfield & Barrett Strong kent men van de Isley Brothers maar werd de titelsong van de LP van Marvin Gaye (1970) ‘All Blues’ van Miles Davis sluit af, waarin Triplett scattend de jazzregisters vol opentrekt.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS, Set Sail

Gepubliceerd in Back To The Roots # 121 blz. 57

NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS: SET SAIL

New-West

Tweede en derde generatie muzikanten hebben voorgift. Ze krijgen het vak ingelepeld terwijl ze nog aan de moedermelk zitten. Luther (gitaar, keys, zang…) en Cody (drums, bas, gitaar, zang…) zijn geen uitzondering als zonen van legendarische pianist, zanger en topproducer Jim Dickinson (1941-2009), de trots van Memphis. In 1996 starten de broers hun eigen formatie op, North Mississippi Allstars, meteen schot in de roos met hun in zompige southern rock gedrenkte bluesklanken. Onderweg werken de intussen gerespecteerde Dickinsons geregeld samen met verwante zielen (zo was Luther was ooit nog lid van de Black Crowes) Op de vorige, twaalfde ‘Up And Rolling’ deden ondermeer Mavis Staples en Cedric Burnside mee, ook al leden van illustere muziekfamilies. Op ‘Set Sail’ gaan de Dickinsons verder op het pad van de siblings en vormen ze team met telgen van een andere oerrockband: de vader van Lamar Williams Jr. was bassist bij de Allman Brothers, Lamar zingt op ‘Set Sail’, een uitgesproken pluspunt. Luther en Cody zijn degelijke maar geen uitzonderlijke zangers. Lamar heeft een expressieve, eigenlijk behoorlijk unieke stem. Ook (contra)bassist Jesse Williams (Boston) heeft een muzikale stamboom. Soulveteraan William Bell (°1939), lid van de ‘Staxfamilie’ blazers en violen!), blinkt uit op het archetypische ‘Never Want To Be Kissed’. Luthers dochters zingen backings, de volgende lichting! ‘Set Sail Part I’ tekent de lijnen uit: soulgedreven ritmische roots regeren op goed gestoffeerd eigen werk als ‘See The Moon’, ‘Bumpin” of ‘Juicy Juice’, met hoog Metersgehalte.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Laura TATE, Smokey Tango

Gepubliceerd in Back To The Roots # 121 blz. 56

LAURA TATE: SMOKEY TANGO

Blue Heart Records

Laura Tate is beroepsmatig een bezige bij. Kent u ze niet van haar zes platen, dan misschien wel van theater, tv-series, film en documentaires, aan beide zijden van de camera, van New York tot LA, of van haar doorgedreven vrijwilligerswerk (i.v.m. vrouwenrechten en allerlei sociaal verantwoorde goede doelen) waarvoor zowel Bush als Obama haar lauwerden. Veel teveel om hier nog maar te benoemen. U hebt googlegewijs veel in te halen! ‘Smokey Tango’ is haar nieuwste en is één grote hommage aan New Orleans. Ze groeide op in Texas, maar haar vader was zo bezeten van de muziek van NOLA dat hij de ganse familie in de oude Dodge stouwde en er van Dallas mee naar The Crescent City trok om naar klarinetlegende Pete Wilson te luisteren. Laura was tien. De trip liet een onuitwisbare indruk. Producer en multi-instrumentalist Terry Wilson stelde voor een ‘jazzy blues’ plaat te maken en dat is ‘Smokey Tango’ ten voeten uit. Onder de uitmuntende begeleiders vinden we Teresa James die Tate mee stuurde. Een indrukwekkende versie van ‘Yellow Moon’ van de Neville Brothers trekt ‘Smokey Tango’ op gang. Wilson en James meten het mythische monster ‘Rougarou’ een New Orleans jasje aan. Er zijn doorlopend verwijzingen naar onder anderen Percy Sledge (‘It Tears Me Up’), Allan Toussaint, Ernie K-Doe en Louis Armstrong (‘Champagne Melody’… denk ‘Basin Stree Blues’). Buitenbeentje: ‘Smoke On The Water’ van Deep Purple. ‘Lovers Game’ van Texaan Danny Everitt sluit het twaalftal groots af (heerlijke slide van Billy Watts) Smaakvol meesterwerk!

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hector ANCHONDO, Let Loose Those Chains

Gepubliceerd in Back To The Roots # 121 blz. 53.

HECTOR ANCHONDO: LET LOOSE THOSE CHAINS

Vizztone

Héctor Anchondo groeide op in ruraal Missouri, waar hij met een zeer brede waaier muziekstijlen in contact kwam, niet alleen zuidelijke americana, maar ook rockabilly, reggae en latin. In en om Omaha bekwaamde hij zich als zanger-gitarist. Toen het qua concerten wat minder liep, besloot hij zich helemaal te wijden aan de blues, ‘Let Loose Those Chains’ is zijn recentste album met akoestische songs opgenomen in triovorm. Een aantal oude darlings nam hij opnieuw op. Héctor is daarmee niet aan zijn proefstuk, met een EP (‘Kickin’ Up Dust’, 2011) en twee goed ontvangen langspelers ‘Young Guns’ (2014) en ‘Roll The Dice’ (2017) achter de kiezen, maar hij had wel degelijk goeie redenen om dit project aan te gaan. In 2020 nam hij immers voor de derde maal deel aan de International Blues Challenge (IBC) van de Blues Foundation in Memphis en dat werd bekroond met een eerste prijs in de categorie solo/duo. Hij won er tevens de Memphis Cigar Box Guitar Award, waarin hij de kleuren verdedigde van de Blues Society van Omaha. In 2015 had zijn Héctor Anchondo Band al de halve finales gehaald en in 2016 zelfs de finale. ‘Let Loose Those Chains’ biedt een zeer gevarieerde staalkaart van zijn kunnen. Het titelnummer evoceert de slavernij, ‘Just Forget It’ is maar één van de ballads die gevoelige snaren raken (‘Sometimes Being Alone Feels Right’, ‘Vested Angels’, ‘Heart And Soul’, dat laatste een reggae song zonder tegenbeat), het coulante ‘Legend’ refereert aan J.J. Cale (ook ‘Going To Missouri’ en ‘Current River’ hebben daar iets van), met slotnummer ‘You Know I Love You But You Got To Go’ als kers op de taart.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘BILL’

BILL. 1/ Out Of My Head (FIRST AID KIT, cd Palomino) 2/ Shadow Letter (NITS, cd Neon) 3/ Forgive (Alex G, cd God Save The Animals) 4/ Soul Days (Bruce SPRINGSTEEN, cd Only The Strong Survive; ft. Sam MOORE) 5/ Children Of The Empire (WEYES BLOOD, cd And In The Darkness Hearts Aglow) 6/ Sun Goes (Paul Weller, cd Will Of The People, disc 2) 7/ I’ll Be Here In The Morning (Kerri POWERS, cd Words On The Wind; comp. Townes VAN ZANDT) 8/ Be Loved (DAAN, cd The Ride; duet met Naima JORIS) 9/ Mantelpiece (NITS) 10/ Miracles (Alex G) 11/ I Forget To Be Your Lover (Bruce Springsteen; ft. Sam MOORE) 12/ It’s Not Just Me, It’s Everybody (WEYES BLOOD) 13/ Hopper (White Label Remix) (Paul WELLER, cd Will Of The People, disc 3) 14/ Old New Straitsville Blues (Tim EASTON, cd Paco & The Melodic Polaroids) 15/ Back Then (WHITNEY, cd Spark) 16/ Speed Of The Sound Of Loneliness (Kerri POWERS; comp. John PRINE) 17/ The Horse (Bill CALLAHAN) 18/ God Turn Me Into A Flower (WEYES BLOOD) 19/ Serafina (Paul WELLER, cd Will Of The People, disc 3) 20/ Someday We’ll Be Together (Bruce SPRINGSTEEN) (10 12 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘GLOW’

GLOW. 1/ Natural Information (Bill CALLAHAN, cd Reality/ytilaeR) 2/ The Piper (Paul WELLER, cd Will Of The People, disc 1; 2002) 3/ Only The Strong Survive (Bruce SPRINGSTEEN, cd Only The Strong Survive; comp. Jerry BUTLER + GAMBLE & HUFF) 4/ Hearts Aglow (WEYES BLOOD, cd And In The Darkness, Hearts Aglow) 5/ Elmore James (Tim EASTON, cd Paco & The Melodic Polaroids) 6/ Angel (FIRST AID KIT, cd Palomino) 7/ Morning Sun (DAAN, cd The Ride) 8/ Runner (Alex G, cd God Save The Animals) 9/ Sunday Painter (NITS, cd Neon) 10/ Devotion (Paul WELLER, cd Will Of The People, disc 2; 2012) 11/ Baby Come Home (Tim EASTON) 12/ The Worst Is Done (WEYES BLOOD) 13/ Coyotes (Bill CALLAHAN) 14/ Nightshift (Bruce SPRINGSTEEN; orig. THE COMMODORES) 15/ Can’t Find My Way Home (Kerri POWERS, cd Words On The Wind, comp. Steve WINWOOD) 16/ Ready To Run (FIRST AID KIT) 17/ Twin Flame (WEYES BLOOD) 18/ Broken Hearted Man (Tim EASTON) 19/ The Ballad Of Jimmy McCabe (Paul WELLER, cd Will Of The People, disc 2; 2017) (AL; 08 12 22)

In de commentaren bij voorganger ‘EVER’ suggereerden we dat we nog zouden terugkomen op de recentste cd van Brits singer-songwriter Bill Callahan. Op ‘EVER’ konden we immers maar één song plaatsen en we stelden dat zijn nieuwste meer aandacht verdiende. Dat is met deze ‘GLOW’ rechtgezet: we plaatsten twee songs van diens ‘Reality’ (eigenlijk in spiegelbeeld: ‘YTILAER’) op ‘GLOW’, die eerst… ‘BILL’ zou heten, naar Callahan, dus. Het werd ‘GLOW’, naam die we haalden bij singer-songwriter Weyes Blood (echte naam Natalie Laura Wering), uit Pennsylvania, nu Santa Monica in California, wier vijfde cd sinds 2011 ‘And In The Darkness, Hearts Aglow’ heet, samenvoeging van twee songtitels van die plaat. De glans zit trouwens nog elders: in ‘Twin Flame’ van Weyes Blood, in ‘Neon’ van de Nits… en misschien vindt u er nog?

‘GLOW’ is opgebouwd, behalve rond de al vermelde Bill Callahan en Weyes Blood, op basis van de ‘nieuwe’ platen van Paul Weller, Bruce Springsteen en Tim Easton. Zoals u kan zien aan de leestekens, is dat ‘nieuw’ een relatief begrip, in alle drie gevallen. ‘Will Of The People’ van Paul Weller, een trouwe klant in onze collecties sinds bijna twee decennia, bestaat uit een zorgvuldig geselecteerde mixed bag van B-kantjes, demo’s en andere songs die in de loop van eveneens twee decennia de reguliere cd’s niet bereikten, gespreid over drie cd’s… al is het eigenlijk ‘gespreid over 2 ½ schijfjes’. Een grote variatie is het gevolg, maar ook een hoge kwaliteit, beslist genoeg om daar bij voorbeeld één superieure nieuwe Weller uit samen te stellen. We kozen hier takes uit de eerste twee cd’s, maar  op een volgende verzameling komt zeker ook volume 3 tevoorschijn. ‘GLOW’ sluit met een derde song uit Wellers aanbod. Het staartje van ‘The Ballad Of Jimmy McCabe’ is een gedroomd sluitstuk voor onze compilatie!

Ook Bruce Springsteen duikt in het verleden in ‘Only The Strong Survive’, namelijk de gloriejaren van de soul van Motown en Stax. Het werd een prachtige selectie van classics en net daaronder, stuk voor stuk heerlijke brokken soul, die bovendien uitstekend werden opgenomen en geproduceerd. Het merkwaardigste is echter dat de stem van Springsteen, intussen toch 73: hij brengt die songs ‘gewoonweg’ grandioos. Je hoeft geen fan van Bruce te zijn om te genieten van deze heerlijke reis door het rijke verleden van de ‘zwarte’ muziek van sixties en seventies. Dat hij in enkele songs de hulp krijgt van Sam Moore, de nog levende helft van Sam & Dave (David Prater overleed in 1988), is een bonus, geeft de collectie een tastbare, concrete, materiële link met dat verleden.

Paco & The Melodic Polaroids’ is intussen de voorlaatste cd van Tim Easton en kwam uit in april 2018. Zonder afbreuk te doen aan deze blues- en rootsgetinte songs, hadden we u graag iets laten horen van zijn nieuwste (‘You Don’t Really Know Me’), maar die hebben we enkel op LP en onze pick-ups zijn na een loodzware verhuis nog niet aangeschakeld geraakt. Dat hebt u nog tegoed. We verwijzen wel graag naar het stuk dat we schreven naar aanleiding van het concert van Tim Easton in Toogenblik in Haren: ‘Dit ging door in aanwezigheid van tientallen muzikale vrienden en kennissen, tevens trouwe Toogenblik & Tim Easton fans, die er voor de 7e (zevende!) maal stond, bewijs van zijn kwaliteiten als folk rock singer-songwriter (geboren in Akron, Ohio, maar nu woonachtig in Whites Creek, Tennessee) Tim Easton gaf een zalig optreden weg, waarin zijn zangcapaciteiten, zijn sublieme gitaarspel en de op zijn dagelijks leven geënte songs volledig tot hun recht kwamen. Hij citeerde uit zijn recentste ‘You Don’t Really Know Me’ (2021) en uit ‘Paco & The Melodic Polaroids’, genoemd naar zijn gitaar (die ooit door iemand out of the blue Paco werd gedoopt) en opgenomen met dezelfde techniek als de eerste aller platen, ruim honderd jaar geleden: direct op plaat.’ (o.m. te lezen op https://www.folkroddels.be/artikels/54962.html en elders op deze blog)

Johanna & Klara Söderberg. We zien ze daar nog staan, de toen nog piepjonge Zweedse zusjes op het podium van de AB Club aan de Anspachlaan in Brussel, ergens begin deze eeuw (rond 2010?) Samen vormden ze First Aid Kit (Johanna °1990, Klara ° 1993) en de meisjes mochten zomaar het voorprogramma doen van Steve Wynn & The Miracle Three. Zij deden dat bijzonder goed, zoals wij hen in Europa en mogelijk meer nog in de States in de jaren erna hebben leren kennen, intussen met band, met ‘Tiger Mountain Peasant Song’ (2008; cover van de Fleet Foxes) als de hit van de doorbraak en het even charmante als grootse ‘Emmylou’ (uit tweede cd ‘The Lion’s Roar’, 2012) als mijlpaal. Handelsmerk is en blijft hun briljante samenzang. De nieuwe ‘Palomino’ is er weer BOENK! op, mooie opvolger van ‘Ruins’ uit 2017, zoals ‘GLOW’ en de daarop volgende compilatie bewijzen (we laten even de verzameling covers van songs van Leonard Cohen, ‘Who By Fire’ uit 2021, buiten beschouwing)

We vulden ‘GLOW’ aan met een paar enkelingen, gelukkig geen drenkelingen. Leuvenaar Daan (Stuyven) heeft er een indrukwekkende loopbaan op zitten in tal van configuraties en ge-daan-ten (ha, ha, ha, origineel…) Daar hoeven we niet op terug te komen. De laatste jaren was het stil rond de voormalige workaholic. Dat hij ten gepasten tijde en force zou terugkomen leed voor ons geen twijfel. ‘The Ride’ bevestigt dat. ‘Morning Sun’ sluit deze vuistslag op een merkwaardig zalvende wijze af.

Alex G zat met hetzelfde probleem als Stefani Germanotta: met zo’n naam verover je de hitlijsten niet. Stefani Joanne Angelina herdoopte zichzelf in Lady Gaga, naar de hit van Queen, ‘Radio Gaga’, die eerst bekend werd als een hit machine maar gaandeweg respect afdwong bij de ware muziekliefhebber, ook als actrice (‘A Star Is Born’ met Bradley Cooper) Alex G (°1993, Pennsylvania) heet eigenlijk Alexander Giannascoli, singer-songwriter en producer. ‘God Save The Animals’ is zijn negende album. Men noemt het ‘indie rock met een lo-fi esthetiek’, de betreurde Elliott Smith achterna. Alex neemt dan ook alles op bij hem thuis, solo.

Nits, oorspronkelijk The Nits, gaan al mee van 1974! Henk Hofstede (zang, composities), Rob Kloet (percussie) en Robert Jan Stips (keys) waren vooral in de jaren tachtig populair met intussen evergeens als ‘Nescio’, ‘In The Dutch Mountains’, ‘Adieu, Sweet Bahnhof’, ‘Sketches Of Spain’, en ‘J.O.S. Days’. We zagen de Amsterdammers bijzonder dikwijls in de jaren negentig. We wisten dat ze actief bleven, maar deze eeuw zijn we nog niet op een concert geraakt. ‘Neon’, derde luik van de trilogie met ‘Angst’ (2017) en ‘Knot’ (2019), zet hun schitterende oeuvre naadloos verder.

Kerri Powers’ nieuwste schijf is een coveralbum, het soort platen die de laatste jaren een flink aandeel hebben in de releaselijsten. Daar zit veel vooral overbodig werk tussen: betwistbare keuze, versies die de originelen niet benaderen, soms gewoon (mindere) kopieën zijn en als men toch het oorspronkelijke lofwaardig herwerkt, zit het nieuwe jasje niet goed. Maar voor ‘Words On The Wind’ kunnen we mild zijn. De soulvolle roots en folk singer-songwriter uit New England valt op door een fijne songkeuze en uitvoeringen die goed bij Powers zelf passen. Geen meesterwerk, maar iemand die Townes Van Zandt, John Prine, Ewan McColl en Steve Winwood eert, krijgt ons respect. Winwood schreef ‘Can’t Find My Way Home’ voor supergroep Blind Faith, waar uiteindelijk enkel een LP met een iconische hoes overbleef… en deze song, waar Powers mooie dingen mee doet.

Intussen hebben we ‘GLOW’ voorzien van een ‘companion volume’ met de naam ‘BILL’. Daar staan al de songs op die we niet gebruikten voor deze cd, alle door dezelfde artiesten als hier, plus één song uit ‘Spark’, de nieuwste van Whitney. Maar deze ‘BILL’ geven we precies omwille van de ‘verdubbeling’ geen verspreiding, al zet die ‘GLOW’ waardig verder, vinden we in alle bescheidenheid. (AL; 12 12 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen