CHICAGO BLUES FESTIVAL 2018 (#49) met Mike WHEELER, ‘PEACHES’ STATEN en Omar COLEMAN op maandag 26 november 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

Chicago Blues Festival

Maandag 26 november 2018

 

Het Chicago Blues Festival (CBF) blaast volgend jaar 50 kaarsjes uit. Dat wordt ongetwijfeld een feestelijk gebeuren, maar eerst is er editie 49. Na enkele geografische uitstappen (Mississippi, Texas, West Coast), keert het CBF terug naar de bakermat, sweet home Chicago.

Ditmaal neemt Mike Wheeler het voortouw. Wheeler is een vertrouwd gezicht in Banana Peel en dat geldt ook voor het gezelschap dat hij meebrengt. Het wordt dus een aangenaam weerzien onder vrienden. Wheeler is een laatbloeier, maar wel één die een prachtig bluesboeket voortbracht. Sinds zijn eerste concert met Lovey Lee in 1984 was Mike de ideale luitenant en sideman voor o.a. Cadillac Dave & The Chicago Redhots, Sam Cockrell & The Groove, Nellie Tiger Travis, Big Ray & Chicago’s Most Wanted. Met Big James & The Chicago Playboys nam hij vijf platen op. Ook met ‘Peaches’ Staten werkte hij samen (‘Live At Buddy Guy’s Legends‘) Half december 2012 was Peaches met het Chicago Blues Festival nog in de Banana Peel.

Wheeler stond verder op de planken met zowat iedereen die in de Chicago blues iets te betekenen heeft: Koko Taylor, Buddy Guy, B.B. King, Jimmy Johnson, Son Seals, Shemekia Copeland, Willie Kent. Er ontbrak echter iets, iets dat eindigt op ‘eigen werk’… Het bloed kruipt waar het niet gaan kan : Mike bracht eindelijk in 2012 ‘Self Made Man‘ uit, een verzameling van twaalf eigen songs (meestal in samenwerking gepend) plus een cover, ‘Let Me Love You Baby‘ van Willie Dixon. Mike was en is, dat laat zich raden, een uitstekend gitarist, maar de verrassing was dat hij tevens overtuigt als een soulvolle en geloofwaardige zanger, en een prima songschrijver blijkt te zijn. Zijn gevarieerde songs zitten muzikaal natuurlijk diep verankerd in de Chicago blues traditie en kan je beslist beschouwen als even zovele ‘hats off’ naar al zijn helden, die van voor hem en die waarmee hij het podium deelde. Hand in het vuur, maar er staat niet één misser op die plaat.

Zijn teksten liggen in de lijn van de blues storytelling, wat lieden als Robert Cray en Larry Garner zo beheersen (bij voorbeeld ‘Walking Out The Door’, waar Mike live een cynisch-hilarisch vertellement rond weeft) Enige gezonde zelfrelativering is hem niet vreemd, zoals dat tot uiting komt in de titelsong: ‘Well, I can’t blame it on nobody else, all the blame goes to myself, I’m a self made man and I made myself have the blues‘. In 2014 werd Wheeler opgenomen in de Chicago Blues Hall Of Fame, een uitgesproken erkenning van zijn verdiensten. Mike bleef echter niet bij de pakken zitten en zo pakte hij, ditmaal als frontman, de Banana Peel in op 24 februari 2014 en 16 november 2015.

In 2016 bracht de Mike Wheeler Band dan ‘Turn Up!!’ uit (ook al op Delmark Records) Die band is intussen uitgegroeid tot een hecht kwartet, dat verder bestaat uit Brian James (keyboards; vriend van bij Big James & The Chicago Playboys), Larry Williams (five string bas, tevens zijn ‘funky brother’ en medesongsmid) en Cleo Cole (drums) Met die mensen stond hij opnieuw in Banana Peel op 26 februari 2018. Het toeval wil dat men Mike Wheeler (terecht !) selecteerde voor het 49e CBF, zodat hij twee maal in één kalenderjaar in BP zal gestaan hebben.

Hij brengt speciaal voor het CBF harmonicaspeler (en zanger) Omar Coleman (°1973) mee, nog zo iemand die met zovele bluescoryfeeën het podium deelde… Wat Coleman kan, laat studioplaat ‘Born And Raised’ (Delmark Records) uitgebreid bewonderen. Coleman komt er naar voren als een aandachtig leerling van groten als Sonny Boy Williamson I & II, Little Walter, Snooky Pryor, Slim Harpo, maar ook van een Bobby Rush bij voorbeeld. Mike Wheeler speelt op dat album mee, trouwens. In het bekende Rosa’s Lounge in Chicago werd ‘Omar Coleman Live’ ingeblikt, waarmee die andere zijde van zijn showmanship in de schijnwerpers staat.

Faye ‘Peaches’ Staten (zie boven !) zorgt voor het vrouwelijke element in deze editie. Van haar zegt men dat ze werd grootgebracht op een menu van gospel, blues en soul. Zelf doet ze daar nog een toetje funk als dessert bovenop. Ze werd geboren in Doddsville, Mississippi, ver van de Delta en de Bayou, maar haar ziel ligt wel dààr. In Chicago treedt ze doorgaans op met The Groove Shakers. Daar bleef het gelukkig voor de wereld niet bij : sinds 1997 zingt ze in clubs en op festivals overal waar de blues te horen valt, de planeet rond. Met haar temperamentvolle persoonlijkheid en haar grofkorrelige, krachtige stem palmt ze moeiteloos haar publiek in, wat je kan horen op ‘Live At Legends’ (op Swississippi Records)

 

Antoine Légat.

Line up : Mike Wheeler (gitaar en zang) – Faye “Peaches” Staten (zang) – Larry Williams (elektrische bas) – Cleo Cole (drums) – Brian James (keyboards) – Omar Coleman (harmonica)

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

NEW BLUES GENERATION met Jamiah ROGERS en Annika CHAMBERS op maandag 12 november 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

New Blues Generation

Maandag 12 november 2018

 

De New Blues Generation Tour (NBGT) is een jaarlijks gebeuren dat te vergelijken valt met het al sinds jaar en dag naar Europa overwaaiende Chicago Blues Festival (CBF) Gezien de NBGT in 2014 een aanvang nam, is dit de vijfde keer. Waar het CBF niet specifiek let op de leeftijd van de artiesten (al zitten daar wel eens jonge talenten tussen) maar wel, min of meer, op de relatie met Chicago, richt de NBGT zich op de jeugd en heeft ze geen geografische grenzen. Zo kon Europa kennis maken met toppers in wording als Shawn Holt, Marquise Knox (met Kat Riggins in 2017) en Mr. Sipp. Shawn Holt (zoon van Morris Holt, alias Magic Slim) was met The Teardrops al te gast in Banana Peel begin 2018, nl. op 29 januari, en Knox bezocht de club op 15 oktober 2012. Trouwe bezoekers weten dus dat we het niet over de eerste de besten hebben. Mr. Sipp (alias Castro Coleman) van zijn kant, won in 2014 de International Blues Challenge (IBC) en zijn laatste cd ‘Knock A Hole In It’ (2017) maakte inderdaad stukken.

Naar een gelijkaardig niveau groeien de deelnemers aan de New Blues Generation Tour 2018. Waar bij vorige uitgaves vooral geput werd uit het talent van de Deep South, uiteraard rond de Mississippi, is dit jaar Chicago aan de beurt met de nog erg jonge zanger en gitarist Jamiah Rogers en zangeres Annika Chambers. Jamiah Rogers is niets minder dan een komeet aan het blues firmament. Vader Tony Rogers is bassist en thuis was het al muziek wat de klok sloeg. Jamiah heeft nooit iets anders gekend. Toen hij drie was zat hij op de keldertrap te luisteren naar pa’s band die in de kelder aan het repeteren was. Op zijn 21ste heeft Jamiah al drie platen achter de kiezen, de eerste (‘In The Pocket’) toen hij amper zeven was! Was de tweede nog erg geïnspireerd door Jimi Hendrix (geen kwaaie invloed trouwens!!!), dan is de laatste al doordrongen van de geest van de elektrische Chicago blues. Deze ‘Blues Superman’ (2018), waarop vader Tony de bas beroert en Jamiah zelf drumt, opende meteen deuren. Al heeft men niet gewacht op het album om het jeugdige talent op te pikken: zo kreeg hij al een uitnodiging om aan te treden in Buddy Guy’s Legends (september 2017), toch een bekroning voor elke bluesman. Het muzikale pad van Jamiah ligt duidelijk in de blues, maar in zijn persoonlijk pantheon heeft hij ook plaats voor The Isley Brothers, Carlos Santana en Bob Marley, naast de te verwachten Albert en Freddy King, Willie Dixon en John Lee Hooker. Jamiah brengt ook papa Tony en zijn vaste drummer Di’onte Skinner mee.

Annika Chambers is niet veel ouder, maar ze heeft al een hele weg afgelegd. Ze werd in een erg christelijk milieu grootgebracht. Niet verwonderlijk dat ze met haar zangcapaciteiten lid was van het lokale gospelkoor. Het was echter tijdens haar tweejarige ‘tour of duty’ in de US Army dat ze zich bewust werd van haar talent. Eén van haar kolonels hoorde haar zingen en vroeg haar het National Anthem (Star-Spangled Banner) te zingen op een plechtigheid. Dat sloeg in als een… bom en ze werd meteen… gebombardeerd tot eerste keus bij muzikale evenementen. Ze maakte weldra deel uit van een tour band die zowel in Kosovo als Irak de troepen voorzag van amusement. Er zijn minder leuke manieren om het moreel op te krikken! Toen ze in 2011 terugkeerde in Houston wist ze wat ze moest doen: een band bijeenzoeken (dat werd The House Rules Band) en de hort op gaan! In 2014 bracht ze haar eerste cd uit, toepasselijk ‘Making My Mark’ geheten, en ze haalde er meteen een nominatie mee binnen als ‘Best New Artist 2015’ op de Blues Music Awards (van de Blues Foundation in Memphis) Na een serieuze dip in haar loopbaan (ze deed er boete voor en dus voor altijd zand erover), bracht opvolger ‘Wild & Free’ (2017) de bevestiging: deze krachtige nieuwe blues stem was ‘here to stay’. Begeleid door de uitmuntende Phantom Blues Band (de formatie van Taj Mahal!) en met John Cleary als één der hoge gasten doet Annika Chambers met ‘Wild & Free’ een gooi naar de titel van Queen Of The Blues (titel die Koko Taylors dochter Cookie doorgaf aan Shemekia Copeland)

Dat de clash tussen de blues superman en de aspirant koningin vonken zal geven, lijdt nauwelijks twijfel. De blues kryptonite ligt al klaar…

 

Antoine Légat.

NEW BLUES GENERATION 2018 LINE UP: Jamiah Rogers (guitare et voix) – Tony Rogers (basse et voix) – Di’onte Skinner (batterie) – Michael Hensley (clavier) – Annika Chambers (voix)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

SUGARAY RAYFORD op maandag 5 november 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

Sugaray Rayford

Maandag 5 november 2018

 

Zo’n twintig jaar zit Sugaray Rayford (intussen 49) in het vak, en dat vak is blues en soul zingen. Hij was ervoor in de wieg gelegd, en die wieg lag dan nog eens in Smith County, Texas, waar in de kerk van de hoofdplaats, Tyler, de Bethel Temple Church of God in Christ, veel gezongen werd. Oh, boy, Caron Nimroy Rayford (zijn echte naam) ging grààg naar de kerk, van toen hij nog een ukkepuk van vier was. Het laat zich raden! Vanzelfsprekend was en is hij diepgelovig, maar er waren die hemelse koorklanken. Vanzelfsprekend zong hij alras mee, maar hij speelde er zowaar ook… drums. Maar er lag geen leien dakje op de kerk. Hij ondervond immers botte armoede aan den lijve en tot overmaat van ramp stierf zijn ma op jonge leeftijd. Grootmoeder zorgde dat hij genoeg te eten kreeg (waardoor Sugaray mee uitgroeide tot de reus die hij nu is, ‘6 foot 5’, ofte 1,95 m!) en zo kon hij elke dag naar de kerk, maar Rayford groeide vooral op met een dieet van gospel en soul. Zijn nonkel, bij wie hij in de zomer verbleef, leerde hem andere muziek, Johnny Taylor bij voorbeeld.

Dan kwam San Diego, California: op zijn twaalfde zong hij er bij een R&B-bandje. Maar de muziek moest wijken voor een ‘gewoon’ leven, vijftien jaar lang. Zo werkte hij als… bouncer (buitenwipper), waarbij zijn gestalte hem natuurlijk flink hielp. Maar zijn visionaire vrouw moedigde hem aan weer te zingen: ‘Ze geloofde in mij nog voor ik in mezelf geloofde’ Chrchez la femme! Sugaray zong soms een liedje in een club, waar hij af en toe langs kwam, en steevast was men diep onder de indruk van zijn indrukwekkende stemgeluid. De blues kwam toen de bassist van de band uit die plek, The Alley club, hem een boek gaf met 2500 bluesartiesten, een werk dat hij maandenlang verslond en hem tot het besef bracht dat de authentieke blues zijn ding was. Sugaray zong nog vijf jaar in een grote modieuze R&B-band.

Maar de blues liet hem eigenlijk niet meer los. Als leadzanger van de Aunt Kizzy’s Boyz maakte hij een album, ‘Trunk Full Of Blues’ (2004) De Boyz vertegenwoordigden daarmee San Diego in de (in deze introteksten al vaak aangehaalde) IBC, de International Blues Challenge. In 2006 werden de Boyz tweede! Maar invloedrijk jurylid Randy Chortkoff was pas overtuigd van Rayfords talent toen hij hem veel later hoorde zingen in een band met niemand minder dan de UK blues paus John Mayall. Chortkoff liet hem naar Spanje vliegen om de Mannish Boys te vervoegen (Chortkoff had zelf het initiatief genomen om die band op te richten, eind jaren negentig). De legendarische Finis Tasby was, na een rijke loopbaan bij en met meerdere bluesreuzen, altijd al de zanger en frontman geweest van de Mannish Boys, maar zijn gezondheid ging fel achteruit. Een beroerte zou hem in 2012 vellen en hij stierf twee jaar later. Tasby leerde Sugaray de knepen van het vak, het vak van bandleader. Over de grote Finis Tasby spreekt de man dan ook met dank, ontzag en bewondering.

In 2010 had Sugary al ‘Blind Alley’ uitgebracht, in eigen beheer, maar het is met ‘Dangerous’ (2013) dat hij als solist de doorbraak forceert. Sugar Ray Norcia (die songs aanbrengt als het knappe ‘Two Times Sugar’, verwijzend naar Rayford en hemzelf!), Big Pete, Kim Wilson, Kid Andersen en ‘Monster’ Mike Welch werken eraan mee. ‘Dangerous’ is een album als een uppercut, zoals zijn naamgenoten in de bokswereld dat zo meesterlijk konden, Sugar Ray Robinson en Sugar Ray Leonard. O ja, u vroeg zich af waar Rayfords nickname vandaan komt? Da’s heel eenvoudig omdat hij altijd uit een doosje lijkt te komen, een kleerkast met een piekfijne kleerkast, als het ware. De dames willen ook wel eens wat! Naar onze smaak mag Sugaray altijd zijn meesterlijke versie van ‘Preaching Blues’ van Son House brengen in Banana Peel!

Om de discografie te vervolledigen: in 2015 volgde ‘Southside’ en zijn meest recente album is ‘The World That We Live In’ (2017; Blind Faith Records) In Banana Peel heeft onze sympathieke reus zijn gewone Amerikaanse tour band mee, op de blazers uit Londen na. Maar zij werken ook vaker samen met de man.

 

Antoine Légat.

Line-up: Sugaray Rayford zang – Alastair Greene gitaar – Drake Shining keys – Allen Markel bas – Lavell Jones drums – Aaron Liddard sax – Giles Straw trompet

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Joe FILISKO & Eric NODEN op maandag 22 oktober 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

Joe Filisko & Eric Noden

Maandag 22 oktober 2018

 

Sinds 2004 zijn Joe Filisko & Eric Noden een duo, het equivalent, alle verhoudingen en verschillen in acht genomen, van Sonny Terry & Brownie McGhee. Joe Filisko is een alom erkend meester van de diatonische mondharmonica. Niet alleen bespeelt hij ze, hij bouwt ze ook om (customizing) Zo heeft hij zijn inbreng bij het Duitse topmerk Hohner, die hem beschouwt als ’s werelds grootste autoriteit in dit instrument. Zelfs Bill Clinton heeft een ‘Filisko’ harp! Joe is tevens lesgever aan de Old Town School of Folk Music in Chicago, die vanaf 1957 een vitale rol zou spelen in het ontwikkelen van jong talent en het lanceren van menige loopbaan in muziek, theater, dans en andere kunstvormen. Ruim 6000 studenten komen er wekelijks langs. Daaronder bijna de helft kinderen.

Zoals te verwachten heeft Filisko ook de status van historicus en researcher van de blues harp. Hij kwam als harpist aan de oppervlakte in 1992. In 2001 ontvangt hij de prestigieuze Harmonica Player of the Year Award van de SPAH, de Society of Preservation and Advancement of Harmonica, de bekroning voor zijn uitzonderlijk talent. De laatste drie winnaars waren Stevie Wonder, Jason Ricci en Hermine Deurloo… Om maar te zeggen! Geregeld nodigt men Filisko uit voor de Harmonica Masters Workshops in Trossingen, Duitsland (fait divers: al is Joe volbloed Amerikaan, hij werd geboren in Giessen, Duitsland) Daar ontmoet hij allicht wel eens Carlos del Junco, die andere diatonische virtuoos, die op 7 november 2017 in Banana Peel te gast was.

Eric Noden is ook al niet de eerste de beste: zijn gitaarspel zit verankerd in de blues van de jaren dertig en veertig van vorige eeuw, met als referentiepunten Charley Patton, Reverend Gary Davis, Blind Blake en Mississippi John Hurt. Hij vergenoegt zich niet met het spelen van het oude repertoire, dat hij overigens nieuw leven inblaast, maar hij schrijft ook songs in de geijkte stijlen. Noden komt van Ohio en begon als achtjarige op de elektrische gitaar, maar hij schakelde al snel over op fingerpicking. In 1994 vestigde hij zich in Chicago. Daar speelde hij sindsdien met vele blueslegendes, onder wie Billy Boy Arnold, de harpist van Bo Diddley. Noden heeft de laatste cd van Arnold geproduceerd.

Joe Filisko en Eric Noden samen, dat is een ‘match made in heaven’. Dat bewijzen ze met hun ‘vooroorlogse’ blues op elk concert maar ook op vier cd’s (ze hebben ook apart een discografie) ‘I.C. Special’ kwam uit in 2009. In 2014 brachten ze ‘On The Move uit’. Op ‘Solid Ground’, soloplaat van Eric Noden, is Filisko één der gastmuzikanten. De nieuwste, dit jaar uitgekomen cd ‘Destination Unknown’ was de aanleiding tot de Europese toer van deze herfst, een reeks van dertien concerten, vooral in Duitsland, plus deelname aan de al vermelde Harmonica Masters Workshops in Trossingen (31 oktober tot 4 november) Er is ook één optreden in Nederland (Dongen), de dag voor het enige Belgische in Banana Peel… Where giants meet!

 

Antoine Légat.

Veel info is er te vinden op http://www.rootsduo.com!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

James ARMSTRONG op maandag 15 oktober 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

James Armstrong

Maandag 15 oktober 2018

 

Na het concert van 20 maart 2017 hadden we in naam van velen de wens geuit: ‘Come back soon!’ Toen stond James Armstrong voor het eerst, toch als soloartiest, op het podium van Banana Peel, onder begeleiding van de uitmuntende Henry Carpaneto Band. Jaren daarvoor was hij hier al eens maar dat was vermoedelijk n.a.v. het Chicago Blues Festival. James Armstrong is the real thing, een elektrische gitarist, zanger en songschrijver die van soul doorspekte blues hoog in het vaandel draagt. James komt uit een gezin met een muzikale achtergrond. Armstrong werd geboren in Santa Monica, Californië (22 april 1957) Pa, James Sr., was jazzgitarist, ma blueszangeres. Geen wonder dat James al op jonge leeftijd gitaar leerde spelen, op zijn zeventiende zijn eigen band had en kort daarop door de States toerde!

Hij keek naar verluidt op naar Albert King maar ook naar de vier jaar oudere Robert Cray (in ’80 zijn eerste plaat, op 24-03-85 in de BP!) James tekende bij High Tone Records waar ook Cray toen onder contract lag. De jonge snaak speelde en leerde bij toppers als Albert Collins, Big Joe Turner, Smokey Wilson, bij wie hij de jongste gitarist ooit was. Hij verhuisde naar de Bay Area van San Francisco en in 1995 bracht hij zijn debuutplaat uit, ‘Sleeping With A Stranger’. Dat was op alle vlakken een voltreffer. James’ toekomst zag er dan ook stralend uit. Maar aan de vooravond van de promotietoer, sloeg het ongeluk snoeihard toe: in april 1997 stak een inbreker hem haast dood. De opgelopen verwondingen maakte een maandenlange, moeilijke revalidatie nodig van de linkerschouder, arm en hand. Onherstelbaar was echter de schade aan de zenuwen van de linkerhand.

Maar James paste zijn speelstijl aan, stelde vast dat slide spelen een uitweg bood, huurde een lead gitarist in: in de studio werden dat Joe Louis Walker en Doug MacLeod (op zijn tweede plaat ‘Dark Night’, 1998) en live kwamen Mike Ross en jeugdvriend Coco Montoya te hulp. Ross is erg belangrijk in de wederopstanding omdat hij James’ zelfvertrouwen opkrikte en hem begeleidde in het opnieuw leren spelen. James doopte hem dan ook zijn ‘gitaarengel’ en dat is precies de titel van Armstrongs vijfde en meest recente cd, ‘Guitar Angels’ (2014) Op die plaat eert hij niet enkel Ross, maar ook zijn vader, Coco Montoya, Joe Louis Walker en in ‘Healing Time’ zijn broer Norman Armstrong, ook gitarist en kort tevoren overleden.

Intussen was James vanaf 1999 opnieuw te horen op de festivals, had hij een derde cd met grotendeels eigen werk op High Tone uitgebracht, ‘Got It Goin’ On’ (2000; de laatste die hij voor dit label maakte) met o.a. Jimmy Pugh (keyboards in de Robert Cray Band) Men omschrijft die cd als baanbrekend en leverde in totaal drie nominaties op voor een WC Handy Award (o.a. voor Song Of The Year met ‘Pennies And Picks’) Daarna is het lange tijd stil, toch wat releases betreft: pas in 2011 verschijnt ‘Blues At The Border’ (op Catfood Records, zijn huidige label) Armstrong heeft in de loop van de jaren het podium gedeeld met indrukwekkende lijst coryfeeën in de blues: behalve de reeds genoemde, denken we aan Albert Collins (+1993), Keb’ Mo’, Tommy Castro.

Maar hij begeleidde ook artiesten van buiten de blues, bewijs van veelzijdigheid: Chaka Khan, Ricky Lee Jones, Jan & Dean (de surfrockers van o.a. ‘Little Old Lady From Pasadena’ en ‘Dead Man’s Curve’!) zijn het vermelden waard. Bij herhaling werden songs van hem in film soundtracks gebruikt. Tot slot: in 2016 startte hij zijn eigen label op dat, niet verwonderlijk, de naam Guitar Angels Records meekreeg. Voor de liefhebbers: de meest recente cd van James Armstrong in nog altijd het uitstekende ‘Blues Been Good To Me’ (2017; CatFood Records)

 

Antoine Légat

De James Armstrong Band bestaat verder uit James Armstrong (gitaar, zang), Darryl Wright (bas, zang), Ezra Casey (keyboards, zang) en Scott Key (drums)

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Melvin TAYLOR op maandag 8 oktober 2018 in Banana Peel (Ruiselede): introductietekst

Melvin Taylor

Maandag 8 oktober 2018

 

Banana Peel krijgt nog eens bezoek van een oude vriend: zanger-gitarist Melvin Taylor was een decennium lang vaste gast in BP (26-4-1992 Melvin Taylor + Fullhouse (B) – 22/23-11-1993 Melvin Taylor & The Slack Band – 29-11-1994 Melvin Taylor & The Slack Band (support Banana Peel Blues Band) – 11-5-1998 Melvin Taylor & The Slack Band – 8/9-1-2001 Melvin Taylor & The Slack Band + Chico Banks) Hij behoorde toen al tot de top van de blues en daar heeft hij zich wonderwel gehandhaafd. Sterker nog, zijn entourage maakt zich sterk dat ‘He is playing better than ever’: zie beneden! We kunnen dat alleen maar beamen. Goede wijn behoeft geen krans, zeker als het een Château Mouton Rothschild, Premier Cru Classé is. Al zitten we dus voor de modale bluesfan op bekend terrein, toch even wat feiten.

Melvin Taylor zag voor het eerst de zon in Jackson, Mississippi in 1959, maar al snel verhuisden zijn ouders naar Chicago. Na de split van The Translators (een funk-, jazz- discoband in de stijl van Earth, Wind & Fire) kwam hij in de blues terecht. Die was hem allerminst onbekend: via nonkel Floyd Vaughan kwam hij in contact met de muziek van Muddy Waters, B.B. King, Albert King, Jimmy Reed en zelfs Jimi Hendrix. Hij speelt in de jaren tachtig in de clubs van de West Side van Chicago, vaak in Rosa’s Lounge, blues club die er in 1984 kwam en nog altijd bestaat, de ‘friendliest blues lounge’, zo’n beetje de Banana Peel van Chicago! Melvin maakt voor het eerst naam als hij vroeg in de jaren tachtig Joe Willie ‘Pinetop’ Perkins, de legendarische pianist van Robert Nighthawk en Muddy Waters, en Willy ‘Big Eyes’ Smith vervoegt in The Legendary Blues Band voor een Europese tournee.

Daarna zou hij vaak naar Europa trekken et zijn eigen The Slack Band. Vroege platen komen uit op een Frans label (‘Blues On The Run’ in 1982 en ‘Plays The Blues For You’ in 1984 op Isabel Records) Zijn reputatie groeit: in 1986 staat hij op het Chicago Jazz Festival, een jaar later op het Chicago Blues Festival. Tussen 1995 en 2002 neemt hij vier platen op met The Slack Band op Evidence, dat ook zorgt voor heruitgaven. Tussen 2010 en 2013 verschijnen drie platen op zijn eigen Melvin Taylor Productions. Zijn platenproductie lijkt niet overweldigend maar kwaliteit wint het makkelijk van kwantiteit.

Wat maakt Melvin Taylor zo speciaal? Living Blues beschrijft het als volgt: ‘Taylors arsenaal bestaat uit zijn onvoorstelbare speelsnelheid, zijn nerveuze spelen met de wah-wah pedaal, een ongelofelijk breed klankenspectrum, zijn vermogen de snaren te buigen voor dramatische effecten. Hij verlegt voortdurend de grenzen van zijn mogelijkheden’. Jazz Ties voegt er nog aan toe: ‘His wild man abandon’… Aan woeste overgave dus geen gebrek! Maar het is vooral zijn muzikaliteit die bewondering afdwingt. Geen wonder dat men hem plaatst in de rij van de allergrootsten van de gitaar als Wes Montgomery, Chet Atkins, George Benson, Leo Kottke, Pat Metheny…
Antoine Légat.

P.S. Zoals we het in de mail ontvingen: ‘The musicians Melvin is bringing with him to Europe are: Bernell Anderson (Chicago) – keyboards; BT Richardson (Washington, DC) – bass guitar & vocals; Steve Walker (Washington, DC) – drums. The band is now known as The Melvin Taylor Band. Melvin is really looking forward to playing at the Banana Peel again! He is playing better than ever!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘KILL’

Comments pending – Commentaren onderweg

KILL. 1/ The World On Fire (AMERICAN AQUARIUM, cd Things Change) 2/ Old And Gray (SONS OF BILL, cd Oh God Ma’am) 3/ World Gone Mad (THE WEIGHT BAND, cd World Gone Mad) 4/ Tulsa (Carter SAMPSON, cd Lucky) 5/ Gold Rush (DEATH CAB FOR CUTIE, cd Thank You For Today) 6/ This Too Shall Light (Amy HELM, cd This Too Shall Light) 7/ One Day At A Time (AMERICAN AQUARIUM) 8/ Sweeter, Sadder, Farther Away (SONS OF BILL) 9/ Day Of The Locusts (THE WEIGHT BAND) 10/ Lucky (Carter SAMPSON) 11/ Near/Far (DEATH CAB FOR CUTIE) 12/ Michigan (Amy HELM) 13/ ‘til The Final Curtain Falls (AMERICAN AQUARIUM) 14/ Good Morning (They Can’t Break You Now) (SONS OF BILL) 15/ Every Step Of The Way (THE WEIGHT BAND) 16/ Queen Of The Silver Dollar (Carter SAMPSON, comp.: Shel SILVERSTEIN) 17/ I Dreamt We Spoke Again (DEATH CAB FOR CUTIE) 18/ Odetta (Amy HELM) (05 10 18)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen