Ontmoeting met THE FANTOMS…

Het leven hangt aaneen van toevalligheden… al twijfel je soms aan het toevalsgehalte van het toeval! Of bestaat het niet? Zondagavond was het weer van dat. We wachtten in Gent centrum op de tram na de fijne concerten van Frank Boddin en Jonas Winterland op het Luisterplein. Een groep iets oudere Engelse heren stond ook aan de halte, gezellig keuvelend, als dat heet. En zoals dat gaat, startten we een conversatie op. Van de uren van de tram, de Britse koetjes en de Gentse kalfjes komen we al snel terecht bij de… muziek. Het blijkt dat deze heren samen al bijna vier decennia in een band zitten, The Fantoms, die ‘vocal and instrumental rock and roll from the late fifties and the early sixties’ spelen, eigen werk en covers (zie YouTube, Facebook, enz.) Nu waren ze voor het weekend weergekeerd… Het was niet zomaar een plezierreis, al hadden ze klaarblijkelijk héél veel (beschaafd) plezier gehad. Ze vatten dit op als een bedevaart naar de plaatsen waar ze herinneringen aan hebben, café De Ploeg en zo. Zij waren hier immers al eens in 1982, yep, exact 35 jaar geleden, en traden toen aan op de Gentse Feesten, grote podium bij Sint-Jacobs, in een tijd waarin Walter De Buck nog (soms bijna letterlijk) moest vechten voor zijn geesteskind. The Fantoms stopten ons een artikel in de hand van een optreden in Gentbrugge in die periode. Dat bleek dan nog geschreven door onze toenmalige collega bij Het Nieuwsblad, een zekere DD. Dat staat voor Dirk Dauw. Dirk leek toen onder de indruk van The Fantoms. We stapten af aan dezelfde halte en gingen elk ons weegs, niet zonder een uitgebreide verbroedering (alles wat maar kan op twintig minuten tijd…) Het is dan ook passend dat we enkele clips van vroeger en nu toevoegen aan de notulen van deze wonderlijke ontmoeting…

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

BULSJEVISM 3.0 op Engie Parkies te Knokke-Heist op maandag 17 juli 2017…

Vanavond genoten van Bulsjevism 3.0 op Engie Parkies in Knokke-Heist, Bart Buls (bas), Ben Crabbé (drums), David Piedfort (gitaar) en een zekere Eno Van Winkel (gitaar) (alle vier namen ze beurtelings het vocale voortouw) Smeuïge covers met heel veel hart gespeeld. Bakken ambiance, mede door de lokale Ben ‘Blokken’ Crabbé fanclub… Zo mag het wel vaker zijn!

Omdat David ‘De Johnny Depp van Kapelle op den Bos’, zei Ben) niet goed bij stem was, zongen ook Bart en Ben meer nummers dan gewoonlijk. Het gezelschap zette stijlvol in met ‘Perfectly Good Guitar’ (John Hiatt) en zou pas de teugels weer vieren met anthem ‘Van Diemen’s Land’ (U2), een hoogtepunt. We hoorden o.a. ‘Who Is He And What Is He To You? (Tony Joe White/Blue Blot), ‘Feel Like Making Love’ (Bad Company), ‘Stuck In The Middle With You’ (Stealer’s Wheel), ‘The Joker’ (Steve Miller Band), ‘Faith’ (George Michael), ‘Teenage Kicks’ (The Undertones), ‘Into The Great Wide Open’ (Tom Petty), ‘Tougher Than The Rest’ (Bruce Springsteen), ‘Romeo And Juliet’ (Dire Straits), ‘Handle With Care’ (Traveling Wilburys), ‘Wicked Game’ (Chris Isaak), Jolie Blon (Gary U.S. Bonds), ‘Splendid Isolation’ (Warren Zevon)…

Antoine Légat (17 07 17; aanvulling op 18 07)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Frank BODDIN en Jonas WINTERLAND op het Luisterplein van de Gentse Feesten op zondag 16 juli 2017…

Nog geen kans gehad hier iets over te zeggen, maar eergisteren was het heerlijk vertoeven op het Luisterplein van de Gentse Feesten (buiten de feesten het Laurentplein) Het gewoonlijk prima Hermitage konden we niet meer zien, maar vooraf maakten Frank Boddin en Jonas Winterland het mooie weer. Frank is van cabaretier uitgegroeid tot singer-songwriter. Hij presenteerde zijn cd ‘Boddin’ (we misten de officiële voorstelling eind verleden jaar bij’ De Vieze Gasten) Zijn songs zijn onothodox qua opbouw en inhoudelijk maakt hij ook al ‘gewaagde’ sprongen. Zijn specialiteit lijken gebroken relaties te zijn, een onderwerp waar we ook enige affectie mee hebben. Maar Franks visies zijn ook voor een ervaringsdeskundige verrassend verfrissend. Met prima bandje, te ontdekken!

 

Jonas Winterland stond voor de derde keer op de GF en hij had dan ook zijn derde cd ‘Liever uit Balans’ meegebracht (er bestaat nog logica!) Die vorige passages waren niet ongemerkt voorbijgegaan, getuige de vele recidivisten in het publiek. Ook hij liet zich uitstekend omkaderen (Jan Borré op keys, bij voorbeeld) Desalniettemin had Jonas last van de zenuws (tell me something new) Dat was gelukkig niet te horen. Het was fijnproeven van ‘Weet je nog, Parijs’, ‘Branden in de Hel’, ‘Burn-out (Meer wil ik niet)’ en andere nieuwe parels aan Jonas’ kroontje. Maar ook het oude werk raakte, vertederde, deed nadenken. ‘Niemand vraagt zich af’ (wat een vertroostende treurnis!) en aangevraagde bis ‘Mensen zijn gemaakt van dun Papier’ bliezen ons opnieuw van de sokken (moesten we die gedragen hebben) Kleine liedjes van een grote meneer!

 

Antoine Légat (18 07 17)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

JON GINDICK, When We Die, We All Come Back As Music

Gepubliceerd in Back To The Roots nr. 103 van juli 2017

Old Chimney

Jon Gindick is niet zomaar een harmonicaspeler. Hij geniet grote bekendheid om zijn technisch kunnen, maar ook omdat hij een uitstekend lesgever is. Zijn boeken over de bluesharp zijn letterlijk millionsellers. Het door hem ingerichte Mississippi Delta Blues Harmonica Jam Camps gaat enkele malen per jaar door in het mythische Clarksdale, Mississippi, en in het aan de Stille Oceaan gelegen Ventura, Californië. Ze duren telkens vijf dagen, trekken zowel beginners als ervaren rotten aan, maar bieden plaats aan niet meer dan een dertigtal cursisten. Gedegen opleiders en technici staan bij met raad en vooral daad. Les krijgen van bij voorbeeld RJ Mischo is veler wensdroom. Gindick, die je het niet aangeeft dat hij de zeventig nadert, wilde uiteraard ook eens tonen hoe het moet. Hoewel hij vaker op de podia te horen was, naar verluidt meer dan honderd songs pende, en zelfs lesgaf in songschrijven, is ‘When We Die, We All Come Back As Music’ nog maar zijn debuut. Over het harpspel hoeven we niet te zeuren. Tien eigen nummers van brede variatie, onder de noemer ‘folk blues’, staan hem toe om zich ook als zanger te profileren, niet groots maar expressief (doet soms denken aan Ry Cooder, Nick Lowe…) De teksten lenen zich daartoe dankzij zinnige thema’s, gedipt in milde humor (het titelnummer, ‘Bird On A Wire’, het herkenbare ‘School’, wulpse ‘Maxine’, ‘I Love You More’, ‘Mystery’) ‘Easy Come, Easy Go’ is een fijne, verstilde uitsmijter. We klagen allerminst.

Antoine Légat

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

KING CURTIS, Soul Twistin’ With The King

Gepubliceerd in Back To The Roots nr. 103 van juli 2017

Jasmine Records

Curtis Montgomery, na adoptie Curtis Ousley, gaat de muziekgeschiedenis in als King Curtis, de tenorsaxofonist met een stuiterende, percussieve stijl. Hij is bekend om zijn hitsingles in de rhythm & blues, maar was ook actief als bandleader (The Kingpins), bandlid (The Lionel Hampton Band), sessiemuzikant (‘Yakety Yak’ en ‘Charlie Brown’ van The Coasters; werk voor Buddy Holly, Waylon Jennings…), platenproducer (vaak met Jerry Wexler) en zoveel meer. Aan dit bijzonder drukke, succesvolle bestaan kwam een abrupt einde toen hij in augustus 1971 voor zijn huis tijdens een ruzie met drugdealers werd neergestoken. Hij was 37 jaar. Zijn begrafenis werd een muzikale hoogmis, voorgegaan door Jesse Jackson en met bijdragen van ondermeer Stevie Wonder, Aretha Franklin. De getalenteerde Curtis had de keuze tussen de serieuze jazz (Ornette Coleman was zijn schoolvriend) en R&B. Die laatste speelde hij net iets liever… en bracht meer zaad in het bakje. ‘Soul Twistin’ With The King’ verzamelt dertig nummers, waaronder ‘Soul Twist’ (1962), zijn grootste hit in de slipstream van de door Chubby Checker ontketende twistrage. De cd beperkt zich tot die periode: je vindt de hele, toen geflopte ‘Soul Twist’ LP (versie van Ray Charles’ ‘What’d I Say’) en een eerdere plaat van Arthur Murray (versie van ‘The Hucklebuck’; Don Covay zingt), twee collector’s items, plus vier songs met The Shirelles. Je zal dus vergeefs zoeken naar later werk als ‘Soul Serenade’ en ‘Memphis Soul Stew’. Interessant als tijdsdocument en voor de die-hard afficionado.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

REVEREND PEYTON’S BIG DAMN BAND, Front Porch Sessions

Gepubliceerd in Back To The Roots nr. 103 van juli 2017

Family Owned Records

The Lord moet zijn getal hebben. Maar in het geval van Josh ‘The Reverend’ Peyton (1981; Indiana), onecht kind van Seasick Steve en Hat Fitz, is het een wreed schoon getal. Peyton verruilde na veel vallen en opstaan Hendrix en Dylan voor B.B. King en Bukka White om uit te komen bij Blind Willie Johnson, Charley Patton en de vooroorlogse blues die je niet stoffig genoeg kan brengen. De ‘eerwaarde’ fingerpickt dan ook op stokoude gitaren, echte of reproducties, en tegenwoordig heeft hij ook een driesnarige cigar box. The Reverend Peyton’s Big Damn Band is een trio. Breezy, sinds 2003 mevrouw Peyton, speelt washboard. Het derde stichtende (familie)lid, Jayme Peyton, verliet de band (2009) en na een stoelendans drumt Max Senteney. A rato van tweehonderdvijftig maal plus per jaar leeft de Big Damn Band zich live uit, ook in Europa. Acht langspelers en één EP hadden ze tot hiertoe, en daar komt nu ‘Front Porch Sessions’ bij, tien originelen en een uitvoering van ‘When My Baby Left Me’ van een ander rolmodel, Furry Lewis. Veel verfijning vind je niet, maar het rammelt heerlijk rechttoe rechtaan in het rurale universum van fel zingende Josh, met het hartverheffende ‘We Deserve A Happy Ending’ als opmaat. Het klinkt intiemer dan voorheen: zo mept Max op een reiskoffer. De ruimtelijke sound wekt de illusie van de ‘front porch’, de voorstoep. ‘Shakey Shirley’ en ‘One More Thing’ zijn niet de enige staaltjes van ‘authentiek’ genot.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boekbespreking ‘Wouter BULCKAERT, Ry Cooder. Meester in de Schaduw’

Wouter BULCKAERT, Ry Cooder. Meester in de Schaduw, uitgeverij EPO vzw, 2016: ‘We kunnen lectuur van ‘Ry Cooder. Meester in de Schaduw’ vurig aanraden aan wie deze merkwaardige, zeg maar volstrekt unieke muzikant uit LA wil ontdekken of beter leren kennen maar de actieradius van het werk gaat veel verder: het boek raakt aan heel wat onderwerpen die letterlijk élke muziekliefhebber aanbelangen. En niet alleen de melomaan…

 

Wat hebben Vlamingen toch met muziekboeken? Misschien zijn ze niet allemaal van een zelfde duizelingwekkende niveau, maar er zitten in de oogst van de laatste jaren echt wel toppers bij, werken die ook buiten ons land hun lezers zouden verdienen. We denken onder anderen aan Johan Op de Beeck met ‘Blues. Seks, Moed en Tegenspoed’. Patrick Roefflaer schreef het magistrale ‘Bob Dylan in de Studio’, uniek in zijn concept. Dree Peremans Sr. bracht (onder veel meer) het briljante ‘Wannes. Hier is hem terug’ (zeer omvattend, liefdevol geschreven werk over Wannes Vandevelde), en nu is er Wouter Bulckaert met ‘Ry Cooder. Meester in de Schaduw’. Eens te meer is dit een schoolvoorbeeld van hoe een dergelijk boek er moet uitzien, een alomvattende gedetailleerde beschrijving van een ‘Amerikaanse gitarist en songschrijver, maatschappijkritische verhalenverteller en hedendaagse Woody Guthrie’.

 

We beseffen dat we niet vroeg zijn met dit stuk. Het was eigenlijk al een poos rond, maar allerlei omstandigheden maakten dat we het moesten uitstellen. Toen het moment aangebroken was, werden we zoals velen keihard slachtoffer van het ‘ransomware’ verschijnsel en vermits niet alles in back up zat… Het was in casu meer ontmoediging dan reële schade. Na het schrijfwerk van het concertseizoen vonden we opnieuw tijd, maar ook een hernieuwde motivatie. Het boek gaat immers over een sleutelfiguur in de hedendaagse muziek, een man die bovendien per definitie tijdloos werk afgeleverd heeft. En het boek ‘Ry Cooder. Meester in de Schaduw’ is de man waardig. Het boek vult dan ook een grote leemte. Wouter Bulckaert gaat ervan uit dat Ry Cooder behoorlijk onbekend is in vergelijking met zijn gigantische verdiensten. Een huishoudnaam is ie inderdaad nooit geworden.

 

Daar heeft Cooder trouwens zelf mee voor gezorgd, omdat bekendheid hem geen moer kon schelen en hem alleen maar zou afremmen, omdat hij geen ‘hits’ had, niet hield van toeren, niet graag in de spotlights staat, kortom, omdat hij vaak andere dingen deed dan wat de commercie voorschrijft. Maar iets of wat muziekliefhebber kan hem toch pinpointen met één of meer projecten, van ‘Chicken Skin Music’ of ‘Borderline’, over ‘Paris Texas’ en de vele soundtracks en de platen met artiesten uit de ‘wereldmuziek’ (V.M. Bhatt, Ali Farka Touré, Manuel Galbán of The Chieftains) tot het monstersucces van de ‘Buena Vista Social Club’ (waar de zichzelf wegcijferende Cooder eigenlijk niet veel meer dan instigator was) Helaas was die kennis vaak ook verbogen door één of meer vooroordelen. Wat echter vooral opvalt bij en na lectuur, is dat je, zelfs als je denkt ’s mans carrière gevolgd te hebben van bijna zijn begindagen, je van de ene verrassing in de andere duikelt. Eigenlijk blijk je heel weinig te weten over de man en over wat hem drijft, en waarom bepaalde dingen zo gelopen zijn (we spreken voor onszelf maar zijn er zeker van dat het geldt voor het gros van de Cooderafficionados in dit land).

 

Dat een boek van deze aard vooroordelen wegvaagt is maar het minste wat je kan verwachten. Dat doet het en goed. Maar er is veel meer. Wat langzaam bij de lezer doordringt, is de rust in de vertelling: Bulckaert neemt zijn tijd en houdt een strak schema aan, dat je gaandeweg ontdekt en waardeert. In het begin heb je de neiging te zeggen: ‘ook dat moet je nog vermelden, Wouter!’. Maar Wouter weet wat hij doet: die zogezegde omissie komt gewaarborgd verder in het boek aan bod, dan wel in de passende context. Hetzelfde geldt voor het ogenschijnlijke herhalingspatroon. Je merkt steeds meer hoe elk hoofdstuk een entiteit vormt, dat Wouter het onderwerp, meestal één plaat, soms meerdere als het zich zo aandient, volledig en diepgaand omschrijft. De hoofdstukken zijn op hun beurt gebundeld in de overkoepelende bezigheden van Cooder, activiteiten waarvan de hoofdlijnen merkwaardig genoeg behoorlijk chronologisch verlopen, beslist een geschenk uit de hemel voor de auteur: achtereenvolgens gaat het over Cooder de vertolker, de klankman, de verkenner, het klankbord en tenslotte de verteller. Er sneuvelen onderweg heel wat vooroordelen, met voor ons als prijsbeest ‘Ry Cooder de archeoloog-conservator’. Bulckaert ‘bewijst’ onomstotelijk dat dit idee nergens op berust. In ‘slotpleidooi’ ‘Cooderesk’ vat hij het gevat samen: Cooder wil in de eerste plaats muziek spelen, met heel veel bescheidenheid, waardoor hij zijn talenten buiten het gitaar spelen pas langzaam ontdekt (songschrijven, zingen, …) Via zijn muziek komt Cooder aan waar hij moet zijn, het vertellen (en niet te vergeten: het laten vertellen), totdat hij zelfs de muziek niet meer nodig heeft om zijn zeg te hebben (boek ‘Los Angeles Stories’ uit 2011) Voor iemand die zo ‘internationaal’ bezig was, blijft hij daarbij heel dicht bij zijn roots, zijn eigen leefwereld. Maar zoals we allemaal weten: iemands microkosmos kan model staan voor de wereld.

 

Dat het boek vlot leest en door de schrijfstijl tegelijk lucht en spankracht verkrijgt, is natuurlijk meegenomen. Zeer uitgebreide research ging eraan vooraf. Aansluitend hierop zorgde Bulckaert ook voor de passende rubrieken: een verklarende woordenlijst, een discografie, opgedeeld in soloalbums, compilaties, samenwerkingen, soundtracks, selectief sessiewerk…, een ronduit indrukwekkende bronvermelding en een namenregister. Misschien is het een detail, maar we hebben bitter weinig (zet)fouten ontdekt, teken van zorg in de afwerking. We kunnen lectuur van ‘Ry Cooder. Meester in de Schaduw’ dan ook vurig aanraden aan wie deze merkwaardige, zeg maar volstrekt unieke muzikant uit LA wil ontdekken of beter leren kennen. Zowel de argeloze lezer als de zogenaamde kenner kan hiervan genieten. We hebben de lectuur vaak onderbroken om een naam uit te pluizen, een muziekinstrument beter te leren kennen, en dies meer! Maar de actieradius van het werk gaat veel verder: het boek raakt aan heel wat onderwerpen die letterlijk élke muziekliefhebber aanbelangen. En niet alleen de melomaan… De grondigheid maakt het leerrijk, niet alleen omwille van zijn inhoud, ook omwille van de vormgeving van die inhoud en de achterliggende ‘filosofie’.

 

Antoine Légat.

Isbn 97894 6267 089 1

www.epo.be

Verspreiding voor Nederland: Centraal Boekhuis BV Culemborg

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen