Commentaren bij ‘HELP’

HELP (Frankie Miller version). 1/ Liefde (HET ZESDE METAAL, cd Calais) 2/ Napoleon Complex (THE DIVINE COMEDY, cd Foreverland) 3/ Bleeding Heart (Regina SPEKTOR, cd Remember Us To Life) 4/ To Be With You Again (Frankie MILLER, feat. Kim CARNES, cd Double Take) 5/ Taking My Responsability (Rianto DELRUE, cd Riding For A Fall) 6/ A Little Uncanny (Conor OBERST, cd Ruminations) 7/ A Choir Apart (Ryley WALKER, cd Golden Sings That Have Been Sung) 8/ I’m Not Done (Vieux Farka TOURÉ & Julia EASTERLIN, cd Touristes) 9/ Sophie (BEAR’S DEN, EP Without/Within; 2013) 10/ To The Rescue (THE DIVINE COMEDY) 11/ Grand Hotel (Regina SPEKTOR) 12/ Love Lost (Lara PRICE, cd I Mean Business) 13/ I Want To Spend My Life With You (Frankie MILLER, feat. Willie NELSON) 14/ Polka Charleston Steenokkerzeel (MANdolinMAN, cd Unfolding The Roots) 15/ The Roundabout (Ryley WALKER) 16/ Red Earth & Pouring Rain (BEAR’S DEN, cd Red Earth & Pouring Rain) 17/ The One Who Stayed And The One Who Left (Regina SPEKTOR) 18/ The One Who Loves You (THE DIVINE COMEDY) 19/ Help (I Need It) (DE GROOTE-FAES DUO, cd Symphony For 2 Little Boys) 20/ Whitehall Rowboat (Rianto DELRUE) (26-27 01 17)

HELP (Bon Iver version). 1/ Liefde (HET ZESDE METAAL, cd Calais) 2/ Napoleon Complex (THE DIVINE COMEDY, cd Foreverland) 3/ Bleeding Heart (Regina SPEKTOR, cd Remember Us To Life) 4/ 8 (Circle) (BON IVER, cd 22, A Million) 5/ Taking My Responsability (Rianto DELRUE, cd Riding For A Fall) 6/ A Little Uncanny (Conor OBERST, cd Ruminations) 7/ A Choir Apart (Ryley WALKER, cd Golden Sings That Have Been Sung) 8/ I’m Not Done (Vieux Farka TOURÉ & Julia EASTERLIN, cd Touristes) 9/ New Jerusalem (BEAR’S DEN, cd Red Earth & Pouring Rain) 10/ To The Rescue (THE DIVINE COMEDY) 11/ Grand Hotel (Regina SPEKTOR) 12/ Love Lost (Lara PRICE, cd I Mean Business) 13/ 29#Strafford APTS (BON IVER) 14/ Polka Charleston Steenokkerzeel (MANdolinMAN, cd Unfolding The Roots) 15/ The Roundabout (Ryley WALKER) 16/ Red Earth & Pouring Rain (BEAR’S DEN) 17/ The One Who Stayed And The One Who Left (Regina SPEKTOR) 18/ The One Who Loves You (THE DIVINE COMEDY) 19/ Help (I Need It) (DE GROOTE-FAES DUO, cd Symphony For 2 Little Boys) 20/ Whitehall Rowboat (Rianto DELRUE) (29 01 17)

Voorafgaande opmerking: er bestaan twee uitvoeringen van ‘HELP’, de eerste is de ‘Frankie MILLER versie’ en de latere, de ‘BON IVER’ versie… Zie gans onderaan!

Is het toeval dat een compilatie verschijnt met de veelzeggende, zeg maar alles-of-nietszeggende titel ‘HELP’ op het ogenblik dat een gepatenteerde crimiclown zot van glorie de keizerlijke troon bestijgt van het land dat met één druk op een rode knop deze planeet naar de verdoemenis kan helpen (zelfs een keer of 17, fluistert men, als de anderen ook meedoen)? Ja, het is toeval! Dit eens te meer vierletterwoord verwijst naar de titel van het enige gezongen nummer, ‘Help (I Need It)’, op de schitterende tweede cd van De Groot-Faes Duo, ‘Symphony For 2 Little Boys’. Dit was onze conclusie (recensie voor www.rootstime.be): ‘‘Symphony For 2 Little Boys, Featuring Dave Douglas’ is een voldragen, van speelse creativiteit doordesemende jazzplaat, verrassend toegankelijk en melodisch, en met subtiele invloeden van vele muziekvormen.’ De zang van Bruno De Groote (die u misschien ook kent als Bruno de Bruxelles) refereert aan de grote Amerikaanse trompettist en zanger Chet Baker. Op drie nummers van deze cd (niet op dit) heeft New Yorkse trompettist Dave Douglas een belangrijke inbreng en producer Nicholas Rombouts (bassist bij Dez Mona) zorgde voor een geweldige sound. Nog nationale trots… Over Rianto Delrue (echte naam) schreven we het volgende (vier excerpten) in Rootstime: ‘Rianto Delrue is geboren om singer-songwriter te zijn. Dat was al duidelijk toen hij als vijftienjarige in 2006 de Muziekprijs van de Kunstbende won én er op Theater Aan Zee in Oostende speciaal voor hem ad hoc een prijs voor jonge beloften werd geschapen, toen hij deelnam aan Jong Muziek… In december 2016 was het eindelijk tijd voor de grote stap voorwaarts. Hier is debuutalbum ‘Riding For A Fall’, elf eigen songs, waarvan sommige al even meegaan… De laatste strofe van het van een leuk koor voorziene ‘Taking My Responsability’ vind je de perverse toepassing van de songtitel… Het is nog niet allemaal even perfect. Maar dat hoort bij de leerfase waar Rianto op zijn 25e nog volop in zit. De ingetogen afsluiter bij voorbeeld wijst op het groot potentieel dat klaarligt om ontgonnen te worden. ‘Whitehall Rowboat’ is het soort van veelgelaagde mijmering die enkel een doorwinterde songschrijver kan afleveren.’ En nog landgenoten: ook de derde cd van MANdolinMAN is een avontuurlijke tocht geworden. De titel ‘Unfolding The Roots’ geeft aan dat ze, na de vorige ‘Bossa Nova’ (waar men de inspiratie zo wel kan raden), opnieuw teruggrijpen naar de eigen wortels zoals op de eerste ‘Old Tunes, Dusted Down’. Mandolinespeler Andries Boone is niet voor niets de zoon van Hubert Boone, de ‘Vlaamse Alan Lomax’ uit Steenokkerzeel, die heel zijn leven wijdt aan de traditionele (voornamelijk Vlaamse, maar ook Oost-Europese) muziek. Maar deze cd gaat nog een stuk verder in het ‘moderniseren’ van de arrangementen, zoals te horen in de ‘Polka Charleston Steenokkerzeel’. Intussen slaat de muziek van het bijzonder vaardige viertal (Peter-Jan Daems, tien-snarige mandoline, Maarten Decombel, mandocello, Dirk Naessens, mandoline) internationaal aan: het Britse ARC Music geeft hun eerste cd al geruime tijd uit en het zou ons niet verwonderen als de rest volgt. En nog landgenoten: Het Zesde Metaal hoeft nauwelijks nog gepresenteerd en we moeten strikt genomen geen forum meer bieden voor ‘Calais’, al zijn we er een beetje voor beducht dat de populariteit van de band de kwaliteit van teksten van Wannes Cappelle ondersneeuwt. Daarom toch dit ‘Liefde’ dat we bewust als opener uitpikten, zoals het ook op ‘Calais’ het geval is…

‘HELP’ is voor een groot deel opgehangen naar de nieuwste platen van The Divine Comedy (tegenwoordig herleid tot oprichter en frontman Neil Hannon) en Regina Spektor, twee artiesten die hier al frequent aan bod kwamen, al was het nu wel even geleden.  Er is niet veel overeenkomst tussen de Noord-Ierse (orkestrale) rockband en de Amerikaanse componiste, pianiste en zangeres van Russische afkomst, behalve dat ze allebei knappe muziek maken. ’Foreverland’ is het elfde album van The Divine Comedy (een best of niet meegerekend), wel al zes jaar na het vorige. Maar het was het wachten waard. Nog steeds blijkt Hannon een fan van The Beatles en ELO en opereert hij binnen een Britpop kader als kritische en humorvolle verhalenverteller, stijl Ray Davies van The Kinks. We konden nagenoeg élk nummer van ‘Foreverland’ op deze compilatie hebben gezet, want Neil was duidelijk geïnspireerd. We zagen de band heel lang geleden in Gent maar kunnen datum noch plaats achterhalen… Regina Spektor is ook zo’n speciaal geval. Een rijke fantasie en een grote algemene kennis typeren haar teksten, haar muziek put even goed uit de klassieke wereld als uit folk, pop, volksmuziek, jazz en blues. En ze is te horen in de populaire TV-serie ‘Orange is the New Black’ met het titelnummer ‘You’ve Got Time’. De rijkdom van haar muzikale aanpak mag blijken uit de drie hier opgenomen nummers… Sommige songschrijvers lijken wel eeuwig onder de radar te blijven. We denken aan Simon Joyner, maar ook aan Conor Oberst, die we vele jaren geleden zagen schitteren in de Orangerie van de Brusselse Botanique met zijn toenmalige band Bright Eyes (de bekendste van de vele formaties die vehikel waren voor zijn werk – we besparen u de opsomming) Zijn nieuwste ‘Ruminations’ laat Conor horen in optima forma. Van de Amerikaanse singer-songwriter en gitarist de luxe Ryley Walker zetten we eind vorig jaar iets uit ‘Primrose Green’ op “SKIN II’, maar vorig jaar maakte vooral zijn nieuwste worp ‘Golden Sings That Have Been Sung’ opgeld. Daar kozen we twee pareltjes uit. Lang geleden dat we nog eens iets Afrikaans op een reguliere verzameling plaatsten. Dat doen we dan met Vieux Farka Touré, zanger-gitarist uit Mali. Maar wie zich op ‘Touristes’ verwacht aan een typisch West-Afrikaanse plaat, moet bedenken dat hij deze maakte in samenwerking met de Amerikaanse singer-songwriter Julia Easterlin uit Augusta, Georgia, USA. Ze staat bekend om haar vocale instrumenten met elementen uit rock, jazz, gospel en folk. Hoewel we vinden dat de mix niet helemaal ‘pakt’, is het een moedige poging tot cross-over van wel héél uiteenlopende muziekvormen. ‘I’m Not Done’ vinden we wel een heel boeiende clash… Extract uit de recensie in het komende nummer van Back To The Roots: ‘Terwijl vele zangeressen terugvallen op ‘functioneel geschreeuw’ om de boodschap over te brengen, hanteert Lara Price haar stem zo expressief mogelijk, ook als het volume en de power de hoogte in gaan (als in ‘Pack It Up’ van Freddie King) Het is één van de elementen die haar zesde album ‘I Mean Business’ een aangename luistertrip maken … ‘I Mean Business’ bevat twaalf songs, waarvan ze er zeven pende samen met anderen, vaak met gitarist Mighty Mike Schermer. ‘Time’ en ‘Love Lost’ zijn geraffineerde soulballads. De potente titelsong laat inderdaad verstaan dat ze het meent’ We plaatsten al een paar van de vermelde songs op ‘BLUES & ROOTS 2016 – II’. ‘Red Earth & Pouring Rain’ van Bear’s Den hadden we al voorgesteld op ‘SKIN I’ met twee briljante brokken emotie. We doen er hier één of twee nummers bovenop. En zo komen we tot de twee versies van deze ‘HELP’. Voor de eerste uitvoering opteerden we voor twee songs (op nrs. 4 en 13) van Schotse zanger en songschrijver Frankie Miller. Die behoorde jarenlang tot onze meest geliefde zangstemmen, met weinig concurrentie, al kwam een Bob Seger wel in de buurt. Een groot stuk van de seventies behoorden zijn singles (‘Be Good To Yourself’, ‘Darlin’’, ‘When I’m Away From You’, Randy Newmans ‘Sail Away’, eigenlijk maar een B-kant!) en elpees (‘High Life’, ‘The Rock’, ‘Full House’, ‘Double Trouble’) tot onze muzikale achter- en vaak ook voorgrond. Hij bleef relatief succesvol (in samenwerking met o.a. Thin Lizzy en Procol Harum), maar we hadden hem toch nog maar zelden in het vizier. Het diepe respect voor deze klassenbak bleef. In 1994 sloeg het noodlot toe: een herseninfarct velde hem. Maar hij herstelde deels en ging dan maar songs pennen voor anderen. Zijn omgeving bracht verleden jaar ‘Double Take’ uit, waarop demo’s met Millers zang. Heel wat vrienden-zangers stonden klaar om in duet te zingen op de 19 songs van ‘Double Take’: Paul Carrack, Joe Walsh, Elton John, Steve Cropper, Rod Stewart, Francis Rossi, Delbert McClinton, enzovoort… We kozen voor een song met Kim Carnes en met Willie Nelson. Op nr. 9 zetten we dan het beeldschone ‘Sophie’ van Bear’s Den, maar die song is niet afkomstig van hun laatste cd, wel van de EP ‘Without/Within’ uit 2014, die we toen niet aan bod lieten komen (we kenden ze nog niet…)

Plots bedachten we dat we nog niets van de nieuwste ’22, A Million’ van Amerikaanse indiefolkband Bon Iver hadden geselecteerd, wat onze intentie was geweest. Omdat deze muziek een jong publiek aanspreekt, lag het voor de hand dat we dat we de tracks van veteraan Miller zouden substitueren voor twee nummers uit de plaat van de band van songsmid Justin Vernon uit Eau Claire, Wisconsin. Er was niet echt een aanleiding om ook nr. 9 te vervangen, maar we vinden ‘New Jerusalem’ uit ‘Red Earth & Pouring Rain’ wel een track die de nodige aandacht verdient.  Grillig parcours, maar alles om deze artiesten te promoten! (AL; commentaren: 12 02 17)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

EMILE & TWENTY STRINGS in Arscene te Hansbeke op zaterdag 21 januari 2017: ‘Waarom zou Emile zich niet omringen met alleen maar violisten, die bovendien aardig kunnen zingen, op een bedje van funky baslijnen, om daarmee de al eerder beproefde mix van prima eigen songs en goed gecaste covers te serveren?’

Dit staat ook met foto’s op http://www.rootstime.be…

Men zegt het wel vaker dat het volstaat om één goed idee te hebben. Om te onderstrepen dat dit een beslissende factor is, voegt men eraan toe dat dit volkomen los staat van de aan- of afwezigheid van talent. Voorbeelden legio! Je zou zelfs, zonder enige aanleg om leiding te geven, president van een machtig land kunnen worden, al kunnen we dat maar moeilijk geloven. Als je dan nog, zoals de artiest in kwestie, Emile Verstraeten, gezegend bent met een hele resem talenten, dan kan het niet mislopen. Over dat goede idee straks meer. Maar wie is verdikkie toch die enigmatische Emile, van wie men zegt dat zowat ‘iedereen hem kent’? Eigenlijk volstaat deze ene zin: ‘Emile Verstraeten is de wonderlijke, enthousiaste violist in de band van die al even geestdriftige Bart Peeters’. Het is dus meestal ook het enige dat men over Emile weet te vertellen. Hopelijk blijft dat niet zo, want Emile is uit het goede hout gesneden, en net als Tom Vanstiphout, ‘gitarist van Clouseau’, verdient hij een véél groter forum.

De vader van Emile, Michel Verstraeten, was de staande bassist van het originele Waso Quartet, dat grossierde in de gipsyjazz en Hongaarse zigeunermuziek, waarmee ze in de seventies zorgden voor de revival van de muziek van Django Reinhardt. Er zaten ook elementen in van Frans chanson (Georges Brassens), van Wannes Van de Velde, flamenco en dies meer. We hadden het genoegen Waso, zijnde Michel, Koen De Cauter, Fapy Lafertin en Vivi Limberger te horen schitteren in het voorprogramma van Tom Waits in Antwerpen in 1977. Natuurlijk dat deze muziek de kleine Emile mede heeft gevormd. Met name pa’s enorme platencollectie zorgt voor een uitgesproken cultureel substraat bij de kleine Verstraeten. Maar hij gaat een andere weg uit dan Michel, die zelf overigens nog altijd actief is. Emile studeert viool aan het Conservatorium van Brussel maar speelt ook graag gitaar, de twee instrumenten die tot op heden naar zijn gunst blijven dingen. Het maakt van hem een ‘totaalmuzikant’ (we hebben de term niet uitgevonden) die open staat voor zeer vele muziekjes. Als ‘jeugdliefdes’ citeert hij zelf vioolvirtuoos en componist Niccolò Paganini, Russisch topviolist David Oistrach (of Oistrakh), naast Louis Armstrong, Elvis Presley en zelfs Michael Jackson en The Radios. Behalve Django krijgt ook Chet Baker een speciale plaats toegewezen in het universum van de jongeman. We zouden tijdens het concert nog een aantal onverwachte helden mogen ontdekken.

Al snel verwerft Emile zijn stek in het professionele muziekleven: hij verleent medewerking aan heel wat klassieke ensembles en hij deelt het podium met de meest uiteenlopende artiesten. Hier slechts een tip van de sluier, want de lijst is enorm lang en verscheiden: van Björk en die andere wonderbaarlijke violist, Tcha Limberger, over Hannelore Bedert en Kapitein Winokio tot de familieleden De Cauter, Fay Lovsky en Flip Kowlier… en uiteraard zijn er de vele concerten voor volle zalen als sidekick van Bart. Om maar te zeggen dat Emile van alle markten thuis is… en tegelijk als begeleider tot een zekere vorm van anonimiteit gedoemd lijkt. Maar hij heeft ook eigen formaties en partnerships: The Wazini’s (met eigen en andermans werk, voorafspiegeling van het huidige project) en een duo met pianist Pierre Anckaert (met die beide formaties stond hij overigens al in Arscene), Alma Flamenca, Bal Tabarin, een duo met accordeonist Ivan Smeulders

Het goede idee waar we mee begonnen heet Twenty Strings: waarom zou Emile zich niet omringen met alleen maar violisten, die bovendien aardig kunnen zingen, op een bedje van stevige, funky baslijnen, om daarmee de al eerder beproefde mix van eigen songs en goed gecaste covers te brengen? Dat kon toch alleen maar een unieke sound opleveren? Met wat het kwintet zaterdag 21 januari in Arscene ten gehore bracht, kan je enkel maar besluiten dat dit het ei is waar Columbus heel zijn leven vergeefs naar zocht (of heeft die dat ooit gevonden?) Daar moet je natuurlijk de juiste snaren, pardon, mensen voor vinden: goeie violisten kon Emile altijd rekruteren via zijn lesopdracht: hij is sinds 2009 gastdocent melodische improvisatie aan het Lemmensinstituut in Leuven) Bijkomend probleem was echter dat ze niet alleen buitengewoon viool konden spelen, technisch prefect en met een uitgesproken gevoel voor swing, maar dat ze ook moesten kunnen zingen, en dàt is een behoorlijk zeldzame combinatie, geeft Emile toe.

Die witte merels vond Emile in de personen van Beatrijs De Klerck (ook componiste en muziektherapeute) en de nog erg jonge Mart Flecijn (bekend van o.a. Duo Flecijn en intussen vast lid van het gereputeerde Nederlandse Flairck) Beiden zijn ze leerlingen van het Lemmensinstituut geweest (Mart werd daar zelfs al op veertien jaar toegelaten!) Voor een iets diepere begeleiding zorgt Stefan Wellens, klassiek geschoold altviolist, die meerdere instrumenten beheerst en lid was van de Groep Wannes Van de Velde, Aranis, JackoBond en Tijgers van Eufraat. De ‘fond’ is het werk van dat andere manusje van alles, bassist Wouter Berlaen (hier enkel contrabas en een met de voet bediende… charleston om het ritme te onderstrepen) Wouter stond hier al in november 2015 om de nog immer uitstekend klinkende derde, in het Zults gezongen cd van zijn groep Berlaen, ‘Van mijn Erf’, voor te stellen. Hij is het ideale fundament voor een groep als deze: hij zorgt voor clevere baslijnen, kan uithalen of inhouden, maar speelt, zoals Stefan, doorlopend strikt in functie vàn. Bovenal: Berlaen swingt als de builenpest. Alsof zijn double bass van rubber is.

Vijf topmuzikanten die vier snaren bespelen, dat zijn tezamen Twenty Strings. Er is echter meer: Emile, zelf een uitstekend zanger, weet zich gesteund door één tot vier stemmen, die op de koop toe goed bij mekaar passen. De prima akoestiek van opnamestudio Arscene maakte er zaterdag een feest van voor de oren. Omdat Wouter Berlaen die avond nog elders moest spelen, werd het een concert in één stuk uitgevoerd, niet, zoals in Arscene zo ongeveer traditie is, met een pauze. In dit geval vonden we dat geen nadeel. Het liet toe de broeierige intensiteit van de start vast te houden tot aan het gaatje. De aanhef bestond uit een onvervalste reggae, die meteen alle facetten van de band liet bewonderen. Dat noemen ze binnenkomen via de grote poort. Je zag de toehoorders naar mekaar kijken: er staat ons hier wat te wachten! Alle snaren en stemmen in de aanslag, dan wel op de viool van Emile zelf na, want die bleef aan zijn voeten liggen in dit ‘Be Thou Like The Sparrow’, een uitspraak op de Bijbel geïnspireerd. De herhaling van de titel gaf tegelijk een gospelkarakter aan deze frisse openingszet.

In ‘Mr. Sunshine’ neemt Emile de viool om er al snel wondere dingen mee te doen. De song heeft iets van het repertoire van zowel de American Songbook als de betere Britpop: de barokke opbouw van Emiles songs, de opvallend knappe teksten bewerkt door de in Europa vertoevende Amerikaanse Éireann Lorsung en Emiles wijze van vertolken en frasering deden ons meermaals denken aan wat Ray Davies van de Kinks zo goed deed en meer nog aan de tournures die Neil Hannon van The Divine Comedy in zijn songs inbouwt, en dat is bedoeld als een groot compliment. Die sterkte is tegelijk de Achillespees, want hoe vertaal je dit exuberante rock-coco naar geluidsdrager? Emile kondigt in dat verband fier aan dat hij rond Pasen een EP inblikt. Die mogen we dan verwachten tegen september.

Het derde nummer is van een heel andere aard, al leidde hij die in met een ongewilde kwinkslag: ‘Dit lied schreef ik voor mijn dochter toen ze nog in de vrouw van mijn buik lag… Heu, de buik van mijn vrouw!’ Hilariteit. Emile zou nog een tweetal keren zo’n omkering maken, maar hij verzekerde ons achteraf dat het geen opzet was, maar de spanning van het moment. Beeldschoon en ronduit pakkend is dit Braziliaans getinte ‘Naima’ alleszins. Het zou één van de twee rustiger songs van het concert blijken. Het gaat hierna zelfs crescendo: we krijgen een spetterende versie van ‘I Feel For You’ dat Prince oorspronkelijk schreef voor Chaka Khan. De vier violen op volle speed klinken zowaar als blazers. De aanwezigen smullen ervan en Prince Roger Nelson liet ons weten dat hij het goed vond.

Close harmony start het aanstekelijke ‘Right Kind Of Wrong’. We bedenken dat er met dit verrukkelijk stemmenwerk nog heel wat aan te vangen is binnen Twenty Strings. Potentieel genoeg. Het volgende ‘The Alchemist’ bouwt fraai op. Het nummer heeft iets van de finesse van The Police, maar één enkele beluistering noopt een mens tot het lezen van wat er tijdens de uitvoering in het notaboekje terecht kwam. Wat zeker is, is dat we ons na zes nummers nog geen seconde verveeld hebben… Het tweede rustpunt is een ode aan Chet Baker. Zoals gezegd liet de Amerikaanse jazztrompettist met de romige, langoureuze zangstem een grote indruk op kleine Emile. Grote Emile schreef een song in lazy Bakerstijl. ‘Just My Luck’ heet deze leuke meer-dan-pastiche. Berlaen doet er een smeuïge jazzsolo bovenop.

Brave, Amazing’ is dan weer gesyncopeerde swing. De violenfunk spat van het kleine verhoog, terwijl Emile stuurt op gitaar. De volgende cover is al bij al niet verrassend maar des te beter gekozen: ‘I Can’t Feel My Face’ van The Weekend is eens te meer pure funkenstein, gelardeerd met de nodige pizzicati. Het door Lorsung van een vlot te bekken tekst voorziene ‘Take It Or Leave It’ krijgt het epitheton ‘anti-romantisch’ mee, al horen we dat niet echt. Het start als een bossa nova en krijgt een heerlijk bloemrijk arrangement mee. Of dat op cd plakt, valt nog te bezien, maar hier in deze kleine ruimte werkt het alvast wonderlijk goed. Wat Emile bijbleef van de uren beluistering van Django thuis, is het aanhoudende ritme van de slaggitaar van Roger Chaput of Django’s onderschatte broer Joseph ‘Nin-Nin’ Reinhardt. Dat is precies wat het zeer meezingbare ‘Get It Out, Say It Loud’ meekrijgt: een hypnotiserende slag, dan nog in een verschroeiend tempo. Een sessie handjeklap en een ronduit straffe solo van ontdekking Mart Flecijn sluiten de gewone set af. Geen wonder dat de aanwezigen na deze dampende set als één man recht veren.

Een bis is er natuurlijk ook en we krijgen die in de vorm van een virtuoze en meeslepende gypsy stamper waarin drie violen zelfs in een soort close harmony spelen, nooit eerder gehoord en lichtjes briljant. Het heet ‘Le violon perdu’. Emile vertelt de story die aanleiding gaf tot dit nummer, en begint met ‘Om een kort verhaal… heu…’ Hij heeft een drietal jaar het voorrecht genoten te spelen op een peperdure Franse viool uit 1839… Die heeft hij ten slotte weer aan de eigenaar teruggegeven. Maar we laten liever Emile bij concerten het hele ‘kortverhaal’ vertellen. Boeken toe? Nee, nog niet. Het meest opmerkelijke moment, samen met het ontroerende ‘Naima’, hebben we dan nog te goed: Emile brengt een uitgekiende uitvoering van ‘The Way You Make Me Feel’ van Michael Jackson. Hij had al eventjes gehint dat dit enigszins onverwacht rolmodel aan bod zou komen, maar het is vooral een bedanking aan het adres van zijn vrouw, die met volle teugen geniet van de esbattementen van haar echtgenoot. Een geëmotioneerde Emile springt van toneel en brengt het nummer voor haar stoel en gaat ervoor op de knieën. Beatrijs (die vrij hoge koorts heeft, maar daar was in de prestatie van vanavond niets van te merken) en Mart zingen hemels de tweede stem. Als Emile recht veert, begint hij te… scatten, waarop de aanwezigen mee doen, wat hem inspireert om minutenlang de gekste patroontjes voor te zingen. Zo eindigt dit heerlijke concert vol onverwachte wendingen.

Antoine Légat (27 01 17)

Playlist: Be Thou Like The Sparrow / Mr. Sunshine / Naima / I Feel For You (Prince) / The Right Kind Of Wrong / The Alchemist / Just My Luck / Brave, Amazing / I Can’t Feel My Face (The Weekend) / Take It Or Leave It / Get It Out, Say It loud! Encores: Le violin perdu / The Way You Make Me Feel (Michael Jackson)

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

DE GROOTE-FAES DUO, Symphony For 2 Little Boys, Featuring Dave Douglas: ‘In wezen een jazzplaat, van speelse creativiteit doordesemend, maar verrassend toegankelijk en melodisch, en met subtiele invloeden van vele muziekvormen’

Zie ook Rootstime

Symphony For 2 Little Boys, Featuring Dave Douglas’ is de tweede cd van het De Groote-Faes Duo, zijnde gitarist Bruno De Groote en contrabassist Ben Faes na ‘En Route’ dat toevallig dezelfde titel draagt als de succesrijke tweede van Tourist LeMC. Vermits de gereputeerde New Yorkse jazztrompettist Dave Douglas in drie stukken van de twaalf een significante inbreng heeft, is de toevoeging ‘Featuring Dave Douglas’ niet overbodig.

Zowel De Groote als Faes hebben veel raakpunten met andere muziekvormen. De eerste heeft banden met rock-, blues- en rootsmuziek: hij speelde bij zichzelf als Bruno de Bruxelles, nog steeds één van zijn bijnamen (naast SuperBruno), maar hij speelde als lid of als gast met soulpopband Lalalover (van Tom Kestens), jazzband South Of The Border, bluesiconen El Fish (in de periode dat ze met Roland teamden), surfrockers The Whodads, flamencopopband Esta Loco (van Rembert De Smet), jazztrio The Ladybirds, de salsasurfers van Son de Luxe en anderen.

Met contrabassist Ben Faes vormde Bruno Tijgers van Eufraat, nadat ze al eerder bij diverse gelegenheden het podium gedeeld hadden. In 2008-9 componeerden ze voor In die Dagen, een alternatief passieverhaal van muziektheater Compagnie Kaiet. Die samenwerking vormde het startsein voor Tijgers van Eufraat. Met saxofonist Tom Callens (Lady Linn) en violist Stefan Wellens (JackoBond) erbij was het kwartet voltallig. Klezmermuziek bleek een eenheidsfactor, maar al snel kwamen er invloeden binnen gedwarreld., als daar zijn de Hongaarse csardas, gipsy-swing, tango, klassieke elementen, en ga zo maar door.

Dit eclectisme vond Bruno dus bij Ben Faes, die contrabas studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen en dus klassiek geschoold is. Vandaaruit ging ook hij vele richtingen uit: het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, Anima Eterna, het Rotterdams Filharmonisch Orkest, maar ook tango met het Orquesta Tanguedia, en folk, jazz en blues met het Jokke Schreurs Trio, TREsBASSE (een trio van staande bassen!), Kommil Foo, Roland, Raymond van het Groenewoud en Fernando Lameirinhas. Geen wonder dat die twee gelijkgestemde zielen zouden opteren voor een samengaan en dat werd het De Groote-Faes duo. Dat is sinds 2012 een niet-alternatief feit.

Dat ‘Symphony For 2 Little Boys, Featuring Dave Douglas’ in wezen een jazzplaat is, wordt karakter onderstreept door de inbreng van Dave Douglas (°1963) Onder onnoemelijk talrijke bands en samenwerkingen vermelden we zijn Quintet met saxofonist Joe Lovano en het feit dat hij in Masada zat, groep van John Zorn. Dave werd tweemaal genomineerd voor een Grammy. Maar Douglas laat in zijn eigen muziek elementen toe van Oost-Europese volksmuziek en zelfs klassiek. In deze context spreekt het dus vanzelf dat er bijzonder veel invloeden verwerkt zitten in ‘Symphony For 2 Little Boys’.

Er is nog een vierde medeplichtige. Opnameleider was Nicolas Rombouts. Die vormde in 2003 met zanger Gregory Frateur het duo Dez Mona. Intussen heeft Dez Mona al wel enkele metamorfoses ondergaan, maar nog steeds maken Gregory en Nicolas als vroeger vooral staand, tegenwoordig iets vaker elektrisch bassist, de kern en de bestaansreden uit van de formatie. In die zin voelt Nicolas ongetwijfeld affiniteit met het duo De Groote-Faes. De opnames geschiedden in juni 2016. De inbreng van Douglas werd in november ingeblikt, waarbij Rombouts de assistentie kreeg van Sebastian Omerson.

Faes bracht acht composities aan, De Groote de andere vier. Daaronder de enige als klassieke song te beschouwen track, ‘Help (I Need It)’, het enige gezongen nummer ook, en een verdomd mooi bovendien, haast een jazz standard. Het staat nergens te lezen, maar het is Bruno die het zingt. Hij vertolkt met romige stem het eindeloos verlangen dat uit de tekst spreekt, terwijl Ben in steun zingt. We horen het zo de grote Chet Baker zaliger zingen. Een ultrakorte maar puntige gitaarpartij bekroont de song. Een goed ‘leesbare’ opbouw en atmosfeer heeft ook het ingetogen, herfstige ‘De eenzame Treurwilg’, met zijn langoureus basthema. De songtitel spreekt boekdelen.

De andere stukken zijn net iets complexer: ze bestaan uit snapshots (soms zelfs snapchats), die vaardig in mekaar versmelten. Een paar beluisteringen en je hebt de structuur beet die de wisselende tempi, klankkleuren, stemmingen en landschappen tot een geheel smeedt, een bonte tableau vivant, waar je voortdurend nieuwe dingen in ontdekt. Dat wordt vergemakkelijkt door het feit dat De Groote-Faes nooit opzettelijk moeilijk doen of een woeste experimentele toer opgaan. De muziek primeert. De sound is uitgekiend: zowel de gitaar als de bas klinken doorlopend fantastisch.

Heel geslaagd vinden we ‘Bastien’, gedragen door de regelmatige tik van een… pendule. ’Les lunes’ vindt zijn spankracht in de afwisseling van, en tenslotte het samengaan van een diepe basriff en de solerende gitaar. ‘Fermeture’, ‘Manifesto’ en ‘Endormi’ zijn perfecte vehikels voor de klassenrijke inbreng van Dave Douglas. Maar dieptepunten vinden we niet: van ‘Le metropolitain’ tot ‘Ballade mignonne’ blijf je geboeid luisteren.  ‘Symphony For 2 Little Boys, Featuring Dave Douglas’ is een voldragen, van speelse creativiteit doordesemende jazzplaat, maar verrassend toegankelijk en melodisch, en met subtiele invloeden van vele muziekvormen. Daarmee hebben Bruno De Groote en Ben Faes wat ons betreft 2017 uitstekend ingezet.

Antoine Légat (24 01 17)

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

SARAH D’HONDT SEXTET op vrijdag 10 februari 2017 in de Theaterzaal van het Vrijheidscentrum, Vlamingveld 40 in Jabbeke.

Als jonge Vlaamse zangeres het repertoire zingen van de groten uit de gouden periode van het Franse chanson, als daar zijn Edith Piaf, Yves Montand, Charles Trenet, Lucienne Boyer of Lucienne Delyle? De tanden zetten in ‘Domino‘, ‘La foule‘, ‘Mon manège à moi‘ of nog ‘Les feuilles mortes‘? Dan zijn er drie mogelijkheden: ofwel ben je knettergek, ofwel heb je het hoog in de bol, ofwel weet je verdomd goed waar je mee bezig bent.  Van Sarah D’hondt zijn we behoorlijk zeker van het laatste. We zijn niet alleen… 7 april 2013, het 29e Concours de la Chanson van de Alliance Française Pays-Bas in een volgepakt Diligentia Theater in den Haag: met acht stoten ze door naar de finale, onder wie één Vlaamse, u raadt het, Sarah D’hondt die in Gent woont. Hoewel het niveau hoger ligt dan ooit tevoren kaapt deze in Nederland nog amper bekende zangeres de eerste prijs weg. Niemand minder dan Liesbeth List, jurylid in de wedstrijd, overhandigt Sarah eigenhandig de prijs. De Grote Dame van het Nederlandse lied heeft voor de Vlaamse een mooi compliment, dat Sarah nog het meeste plezier doet: ‘U bént het lied’.

Men heeft Sarah leren kennen als tweede stem bij Lieven Tavernier, Hij gaf haar de eerste kansen. Maar het was al snel duidelijk dat het niet bij achtergrondwerk zou blijven, hoe degelijk ook. En het was toen al zonneklaar dat ze in de wieg gelegd is voor het chanson. Maar zo’n immens talent komt niet uit de lucht gevallen. Sarah volgde klassieke zang. Dat gaf haar een niet te versmaden technisch fundament, maar de lessen lyrische kunst leerden haar wat interpretatie en inlevingsvermogen betekenen. Mensen als Koen De Cauter helpen haar verder op weg. Ze zingt intussen vlekkeloos in vele talen en stijlen. Maar het Frans blijk het expressiemiddel dat het dichtste aansluit bij haar zoektocht naar authenticiteit, en dan kom je algauw op het geroemde chanson uit. Zo schitterde ze op de Place Musette op het Beverhoutplein tijdens de Gentse Feesten, enkele jaren geleden gestart als een eenmalig initiatief rond lokale zangers als Derek en Bruno Deneckere, maar intussen uitgegroeid tot een vaste waarde in het Gentse feestboek. Dominique Dierick van Het Nieuwsblad berichtte over de ‘nachtegaal van de Place Musette‘: ‘…met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de reïncarnatie van Edith Piaf en nog een paar andere vrouwelijke grootheden van het Franse chanson.‘ Ze hield aan haar eerste stappen de koosnaam ‘Nachtegaal’ over.

Zo’n immens talent komt ook niet alleen. Op de Place Musette kreeg Sarah toen assistentie van een accordeonist, de toen eveneens erg jonge Stijn Bettens. Hij is het hart van het Sarah D’hondt Sextet geworden. In die opstelling treedt Sarah nu op in Jabbeke, het dorp waar ze opgroeide. Ook de andere muzikanten van de groep zijn ouwe getrouwen: Lieven Van Pée (contrabas), Bart Vervaeck (gitaar), terwijl Wim Segers (vibrafoon, slagwerk…) en Frederik Van den Berghe (drums, percussie) er bij de opnames van haar cd bijkwamen. Alle zijn ze klassenbakken die de harten van de rechtgeaarde muziekliefhebber sneller doen slaan. Met hen blikte ze in 2016 haar lang verwachte debuut ‘Souvenir’ in. Die cd met de prachtige hoesfoto biedt dertien klassieke chansons, bekende, overbekende en minder bekende, verbonden aan iconen als Edith Piaf, Lucienne Boyer en Josephine Baker, souvenirs uit een ver verleden, maar tegelijk razend actueel, want van alle tijden: ‘Een chanson is niet zomaar een lied. Het is een verhaal van passie, tederheid en verdriet. Van persoonlijke herinneringen ook’, lazen we ergens. Het is het minste dat je kan zeggen over ‘Parlez-moi d’amour’, ‘Rien de rien’ of ‘Je ne regrette rien’, toch?

Wat is ‘Souvenir’ een mooie plaat geworden! Niets liet Sarah aan het toeval over. Ze nam haar tijd. Alle chansons zijn voorzien van hoogst eigenzinnige arrangementen, gegroeid en ‘uitgetest’ in de vele optredens van het Quartet, nu Sextet. Maar in de schaduw werden ze nog verfijnd en soms… helemaal omgegooid. Avontuurlijk en boeiend noemt men dat. De verrassing is soms compleet, zoals in ‘J’attendrai’, dat heel ver gaat in het experiment. Niet alleen dat aspect maakt van ‘Souvenir’ zo’n belevenis: er is in de eerste plaats Sarah D’hondt zelf die steeds meer in de richting van haar grote voorbeelden groeit. Wie Sarah en haar bende live zag, weet dat ze thuishoort op een podium, waar ze nog een dimensie toevoegt aan het plaatwerk. De intensiteit waarmee ze de waaier aan emoties beleeft en communiceert, maakt haar uniek. En in haar geboortedorp Jabbeke zal ze er beslist een erezaak van maken om te schitteren. U zal er een geweldig ‘Souvenir’ aan overhouden… Want Sarah D’hondt is niet gewoon zangeres, maar vertolkster. Wat heeft Liesbeth List dat goed gezien!

Antoine Légat (17 01 17)

PS Praktische info zie www.sarahdhondt.be, waar een aparte link is voor dit concert.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Colin OFFORD, Goading The Beast (Anthology 1986-2015) (box met 5 cd’s, 1 DVD en boek)

Zie ook http://www.folkroddels.be

Colin Offord kan je bezwaarlijk een huishoudnaam noemen, al zal hij bij de iets oudere liefhebber van akoestische ‘wereldmuziek’ concerten een belletje doen rinkelen: op het Brugges Festival in 1998 maakten hij en zijn magische boog furore in een concert dat de oren en de ogen opengooide. Je hebt enkel een stem en een ogenschijnlijk eenvoudig, dicht bij de natuur aanleunend instrument nodig om een hele schouwburg een uur lang in de ban te houden. Colin heeft wel meer met ons land: hij speelde ook op Torhout World in een natuurlijke omgeving, was te horen in de (Antwerpse) Handelsbeurs en de Bijloke, nam op met Prima La Musica o.l.v. Dirk Vermeulen. Tegenwoordig woont en werkt de Australiër in Taiwan, maar het is correcter om hem te beschouwen als wereldburger, niet alleen omdat hij voortdurend aan nieuwe projecten werkt, uitdagende samenwerkingsverbanden aangaat en daarvoor op reis gaat, maar ook omdat er in zijn leefwereld geen grenzen bestaan.

Colin is niet enkel muzikant en componist, hij is ook uitvinder van instrumenten en van ongewone geluiden, altijd met natuurlijke middelen. Alle instrumenten opnoemen is onbegonnen werk. Het begon in 1978 met een one-string mouthbow (eensnarige mondboog), die je ook in een afbeelding vindt in het uitgebreide boek dat in de box steekt, die we hier presenteren. Maar bij bespeelt ook de great sland mouthbow, de eagle feather flute, dubbele fluiten, bewerkte zeeschelpen (volledig zoals bij ons Luiz Márquez dat doet, een artiest die nog wel raakpunten heeft met Colins benadering), de Chinese hulusi (los riet blaasinstrument met drie bamboe pijpen), lyrebird flute (met een echte, in Australië voorkomende vogel in antwoord op fluitspel! Zie bvb. http://www.flutelyrebird.com/audio.html ), Australazische fluit, de khene (Thais mondorgel), de Thai musical bow, de ‘panfluit’, de wallharp (te linken aan de Schotse harpiste Ruth Wall), de Kuping-Filipino jaws harp, de ti-tze (Chinese fluit), koebellen, raindrum, gongen en andere percussie… naast vogelgeluiden. De mensen met wie hij muziek produceert hanteren nog een hele scala aan exotische instrumenten.

Zijn stem is ook deel van het instrumentarium, waarbij hij teksten brengt of vocaliseert, of nog, boventonen produceert, iets waar hij zeer bedreven in is, een soort ‘levende didgeridoo’.  Offord is bovendien, en niet in geringe mate, visueel, grafisch en plastisch artiest, geeft les, is directeur van de Great Bowing Company waarin hij met gelijkgestemden werkt aan zijn ‘muzikale sculpturen’. Op zijn site geeft hij in een tiental clips een snelcursus ‘Colin Offord’, die aantonen hoe breed vertakt zijn activiteiten zijn. YouTube heeft een massa clips die deze intrigerende man en zijn hoogst ongewone benadering van ‘klank’ langs alle zijden belichten. Hij bracht diverse cd’s uit, waar je tevergeefs zal wachten op songs, of toch niet de klassieke songstructuren die ons zo vertrouwd zijn. Geluids- en beelddragers kunnen uiteraard maar moeilijk even fascinerend zijn als de man lillend live beleven. Maar Colin wilde het allemaal eens op een rijtje zetten.

Hij beluisterde ruim vijftig uur opnames uit de studio of in de meest ongelofelijke settings. Zou er een soort omgeving zijn waarin hij niet concerteerde, experimenteerde, improviseerde? Naast podia van allerlei groottes, trad hij ook op in musea, universiteiten, scholen, galerieën, siertuinen, de jungle, de bush, industriële dumps, in grootsteden evenzeer als in godvergeten onooglijke dorpjes, in grotten en vulkaankraters, bij tentoonstellingen, met installaties, tijdens allerlei events en voor alle denkbare gelegenheden… Het grootste deel van het geselecteerde materiaal werd nooit eerder uitgegeven. Offord ging daarbij bewust aan zijn begintijd, 1978 tot 1985, voorbij, omdat de opnames van die tijd de leerfase vertegenwoordigen en hij gelijkaardige ideeën later veel beter tot uitdrukking bracht. Hij wilde geen chronologisch, gedocumenteerd historisch overzicht, maar wel een coherente muzikale ervaring scheppen. Daarom heet het ook een ‘anthology’, een bloemlezing. Hij ging ook bewust voorbij aan zijn vele scores voor theater-, dans- en circusproducties. Om die toch ook te belichten heeft hij onder de titel ‘Transcience’ een work in progress in samenwerking met de Taiwanees-Australische media en performance artieste Yilan Yeh op de DVD in de box opgenomen.

Offord heeft de uitgelezen fragmenten thematisch geschikt: cd 1 heet toepasselijk ‘Solo’, dertien representatieve stukken. Nummer drie heet ‘Goading The Beast’ en verschafte de titel van de fraai uitgegeven box (oplage beperkt tot duizend) ‘Het beest prikkelen of treiteren’ is inderdaad wat Colin Offord constant doet, grenzen aftasten en zichzelf en anderen uitdagen. Het acht minuten lange ‘Sky’ met zijn etherisch begin op fluit. Op dit en enkele andere tracks maakt Colin gebruik van de poëzie van Philip Hammial, uit Detroit, een keuze die Colin verantwoordt. Daarmee zegt hij trouwens ook veel over zijn eigen visie op vrijheid en integriteit. Het indrukwekkende slotnummer ‘Angels Of Brugge’ lijkt ons live opgenomen in de Brugse Staddschouwburg tijdens het concert van 1998, als encore.

Cd 2 bevat opnames van zijn ‘Great Bowing Company’, dat hij co-oprichtte in 1978 en dat ophield te bestaan in 2002. De diversiteit aan geluiden stijgt exponentieel met acht muzikanten. Intrigerende geluidslandschappen met rijk stemmenwerk maakt er een opvallend toegankelijk geheel van. Een indruk van de bij het gezelschap horende dansers en decors krijg je via het verzorgde boek, waarin van alle fases uit Colins loopbaan spectaculaire foto’s te zien zijn. Cd 3 behelst de ‘Collaborations’, werk met Matthew Doyle (aangeduid als ‘Tharawal Aboriginal Songman-Didjeridu player’), Frans componist SAXI, Australische bluesgitarist en singer-songwriter Chris Finnen (‘Ways Of Seeing’ levert een verrassende cross-over op), Prima La Musica (het bijna een kwartier durende ‘Stillness Of The Heart’ met teksten gehaald uit boeddhistische en sufi poëzie, plus een solo encore van Colin) en één nummer uit een productie van het Meryl Tankard Dance Theatre.

Cd 4 heet ‘Curlew Republic’ dat Colin vormde met de al vermelde performance artieste Yilan Yeh. Ze trokken naar de Southern Moreton Bay Islands (ja, we kenden ze ook niet, laat staan dat we wisten waar ze liggen, maar ze horen bij zuid-oost-Queensland, Australië, en zijn zeer afgelegen) De zang van de bush curlew birds leverde de inspiratie voor de acht stukken, gespeeld door Offord, Yilan Yeh, Chris Finnen en nog drie musici. Op vier tracks is de interactie met de vogels ook echt te horen. Cd 5 ‘Water Into Stone / Earthharp’ laat van deze twee producties resp. vier en acht stukken horen. In ‘Water Into Stone’ plaatst Colin zijn instrumenten tegenover de zang van talrijke vogelsoorten. De vogelopnames komen uit een Baaltempel. In de studio improviseerde hij daarna ‘live’ op de zang. ‘Earthharp’ is het resultaat van een sessie van Colin en Yilan met deelnemers aan workshops over omgevingsgeluiden (2012-3). De DVD ‘Transience’ bevat zoals al gezegd, de videokunst van Yilan Yeh op het klankbord dat Colin Offord biedt. Er zijn op YouTube diverse stukken van Yeh en van het ‘Transience’ project te zien.

Je hoeft niet onder de indruk te zijn van ’s mans muzikale universum, dat zeer ver verwijderd ligt van onze doordeweekse genotsmomenten met ‘ritmisch melodieus geluid’, maar dat verandert wanneer je de man live aan het werk ziet en hoort, een totaalervaring die aan de ribben blijft plakken. Van dan af sta je anders tegenover zijn performances, ook als het enkel opnames betreft zoals je die hier vijf cd’s lang kan horen. Hoe dan ook, wars van muzikale appreciatie, sta je te kijken van zijn creativiteit en exploratiezin. Ex-collega muziekverslaggever Mark Bekaert, hoofdredacteur van het al lang ter ziele gegane folktijdschrift ’t Bourdonske, formuleerde het ooit zo: ‘Voor mij is Colin Offord de Leonardo da Vinci van de wereldmuziek’. We konden het niet beter zeggen…

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Rianto DELRUE, Riding For A Fall.

Dit stuk valt ook te lezen op http://www.rootstime.be, sectie ‘CD/DVD RECENSIES’…

Rianto Delrue is geboren om singer-songwriter te zijn. Dat was al duidelijk toen hij als vijftienjarige in 2006 de Muziekprijs van de Kunstbende won én er op Theater Aan Zee in Oostende speciaal voor hem ad hoc een prijs voor jonge beloften werd geschapen, toen hij deelnam aan Jong Muziek en tijdens zijn act de stroom onherstelbaar uitviel. Zonder verpinken zette hij de set gewoon verder op het snel klaargezette podium van de grote tent. Dat noemen ze binnenkomen langs de grote poort. Maar zijn leermeester uit de vroege dagen, zelf singer-songwriter van stand (en rockbeest de luxe) Filip De Fleurquin, raadde hem aan het kalmpjes aan te doen. Rianto nam dat wijs advies ter harte.

Andere bezigheden weerhielden hem niet om gestaag verder te bouwen aan een repertoire. In 2013 bracht hij de EP ‘An Awful Lot Of Hearts’ uit en hij trok in het besef van de nog af te leggen weg wijselijk op met collega’s van de Gentse scene als Bruno Deneckere en Fernant Zeste. Enkele jaren na mekaar, sinds 2012 (maar niet in 2016) trokken Bruno, Fernant en Rianto rond met A Blue Christmas, een rock- en countryprogramma met eigenzinnige visie op kerstliederen, sommige haast onbekend en vaak van onverwachte aard of uitvoering. Rianto verraste met eigen songs als het tragi(komi)sche ‘Sometimes Christmas Pierces Through The Heart’, dat hij bij de recente cd-presentatie in de dagen voor kerst nog eens van stal (sic!) haalde.

In december 2016 was het eindelijk tijd voor de grote stap voorwaarts. Hier is debuutalbum ‘Riding For A Fall’, elf eigen songs, waarvan sommige al even meegaan. Onder invloeden en helden citeert Rianto lieden als Townes Van Zandt, Bob Dylan, John Prine, Nick Lowe, Warren Zevon en Leonard Cohen, wat vanzelfsprekend van goede smaak getuigt. Aan dat hoge niveau is hij nog niet aan toe (wie wel?), maar zijn liefdesliederen schuwen de grote emoties niet. Hij heeft een handje van weg om als bedrogen minnaar zijn woede, wanhoop, ontgoocheling of verlatingsangst scherp te ventileren. Er is ook enige plaats ingeruild voor songs waarin het allemaal niet zo slecht afloopt, of waar minstens toch gemengde gevoelens de realiteit reflecteren. In de rake opener ‘All About Loving You’ vind je dat zoetzure op de spits gedreven. ‘There ain’t no way out, this kind of living underground, and every time I try I discover a lot of lies… All about loving you’.

Het titelnummer ‘Riding For A Fall’ volgt in dezelfde trant, met zinsneden als ‘She’s unreliable, I trust her though’, ‘It takes an angel to stab you in the back’ en ‘She let me in and left me standing in the hall’. De relativerende humor neemt veel weg van dat wrange. The loser strikes back, en in het geval van Rianto komt die er als winnaar uit. De laatste strofe van het van een leuk koor voorziene ‘Taking My Responsability’ vind je de perverse toepassing van de songtitel. Rianto levert het schijnbaar langs zijn neus weg af en je hebt het niet voelen aankomen. ‘Don’t Cry Me No Canada Dry’ klinkt aardig, mede dankzij de talking blues begeleiding. Iets meer rockgehalte zit er in ‘Looking Forward (To Find Something To Look Forward To)’, wat het op folk en blues geënte geheel ten goede komt.

Het is nog niet allemaal even perfect. Maar dat hoort bij de leerfase waar Rianto op zijn 25e nog volop in zit. De ingetogen afsluiter bij voorbeeld wijst op het groot potentieel dat klaarligt om ontgonnen te worden. ‘Whitehall Rowboat’ is het soort van veelgelaagde mijmering die enkel een doorwinterde songschrijver kan afleveren. Op de zeer geslaagde cd-presentatie in bij’ De Vieze Gasten (zondag 11 december) waren ook de muzikanten van de cd aanwezig (op Bruno Deneckere na, die op dat moment in Mexico toerde, en ook de backing zangeressen deden niet mee) Producer van de cd en manusje van alles Teun De Voeght (bas), Steven Sarrazyn (heerlijke harmonica), Tom De Wulf (drums) en Ries De Vuyst (gitaar, dobro) zorgden ook live voor een vlekkeloze omkadering. Er was plaats voor extra’s, zoals het van de EP afkomstige uitstekende ‘Romeo Bit The Bullet’.

Wat alle aanwezigen als bijzonder hartverwarmend ervaren hebben, was de insteek van Filip De Fleurquin. Het was heel lang geleden dat hij nog eens op een podium te beleven was en zowel Rianto als Filip genoten met volle teugen van het moment. Je zag bij Filip het plezier van het performen en er was ook de fierheid om wat zijn poulain bereikt heeft. Want met ‘Riding For A Fall’ neemt die zijn plaats in bij de betere in het Engels schrijvende singer-songwriters (naast de al vermelde, denken we bvb. ook aan HT Roberts) Als liefhebber van het genre hoort u Rianto Delrue voortaan te kennen…

 

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘BLUES & ROOTS 2016 Volume II’

BLUES & ROOTS 2016 Volume II. 1/ Crooked Eye Tommy (CROOKED EYE TOMMY, cd Butterflies And Snakes) 2/ Kick Out Of It (THE RIDES, cd Pierced Arrow) 3/ Pack It Up (Lara PRICE, cd I Mean Business) 4/ Three O’Clock Blues (Gary CLARK Jr., cd Live – disc 1) 5/ Come On In (CROOKED EYE TOMMY) 6/ Riva Diva (THE RIDES) 7/ Time (Lara PRICE) 8/ Catfish Blues (Gary CLARK Jr. , cd Live – disc 1) 9/ I Stole The Blues (CROOKED EYE TOMMY) 10/ There Was A Place (THE RIDES) 11/ Love Lost (Lara PRICE) 12/ Please Come Home (Gary CLARK Jr. , cd Live – disc 2) 13/ Time Will Tell (CROOKED EYE TOMMY) 14/ I’ve Got To Use My Imagination (THE RIDES) 15/ I Mean Business (Lara PRICE) 16/ When The Sun Goes Down (Gary CLARK Jr. , cd Live – disc 2) (29 12 16)

BLUES & ROOTS 2016 Volume II’ is het logisch vervolg op ‘BLUES & ROOTS 2016 Volume I’, maar is dat eigenlijk alleen in algemene muziekstijl (‘blues en roots’, da’s wel héél breed) en numerieke volgorde, want er is weinig verband tussen beide cd’s. Zeer tegen onze gewoonte in, hebben we uit slechts vier cd’s geput (eigenlijk vijf, want ‘Live’ van Gary Clark Jr. is een dubbele) Van drie daarvan schreven we een recensie, drie waar we van vrezen dat ze onvoldoende belicht zijn. En die liveschive van Clark hebben we tot hiertoe links laten liggen. Eigenlijk weten we niet waarom, want, tja, je kan er niet omheen, die cd is zo verdomd goed… We zijn zo vrij uit onze besprekingen te citeren, dat scheelt een slok op de nieuwjaarsborrel.

Butterflies And Snakes’ is pas het debuut van dit Crooked Eye Tommy (uit Zuid-California) De band laat voor het eerst van zich spreken in 2014, maar maakt lokaal snel naam. ‘Butterflies And Snakes’ laat horen waarom, want zonder er doekjes om te winden: dit staat als een huis, dan wel één dat voldoende stoomt en dampt om de brandweer te laten uitrukken. En met ‘dit’ bedoelen we een variëteit aan roadhouse blues met stevige (southern)rockinjecties. De elf originelen zijn van Tommy Marsh, op drie van broer Paddy na. Beiden fronten de band als zangers en gitaristen, iets waar ze in uitblinken. Ook in de schijnwerpers staat Jimmy Calire (sax, piano, Hammond B3) Op ‘I Stole The Blues’ citeren ze als hun belangrijkste invloeden Muddy Waters, Albert King, Johnny Winter, T-Bone Walker, Jerry Garcia… en de duivel! Het funky ‘Time Will Tell’ levert de fraaie cd-titel. (Volledige recensie in het komende nummer van gedrukt tweemaandelijks bluesmagazine Back To The Roots – info backtotheroots.franky@scarlet.be )

Hobbyclubs. David Bowie had Tin Machine, Robert Palmer had Power Station. Ex-C, S & N boegbeeld Stephen Stills, bluesrock gitarist Kenny Wayne Shepherd en toetsenist en producer Barry Goldberg gaan loos als The Rides, een toepasselijke naam. In 2014 kwamen ze met ‘Can’t Get Enough’ op de proppen en omdat ze er niet genoeg van kregen, is er opvolger ‘Pierced Arrow’. Strikt genomen hebben deze heren The Rides niet nodig. Maar misschien maakt dat net de fun uit. Blijkbaar gaat het samen songs schrijven goed af ‘Kick Out Of It’ en ‘Riva Diva’ rocken pretentieloos weg. In het tweede deel vinden we gitaarballade ‘There Was A Place’. ‘I’ve Got To Use My Imagination’ is beslist een prijsnummer. Niet essentieel, maar wreed goed gemaakt. (Volledige recensie in het komende nummer van Back To The Roots)

Terwijl vele zangeressen terugvallen op ‘functioneel geschreeuw’ om de boodschap over te brengen, hanteert Lara Price haar stem zo expressief mogelijk, ook als het volume en de power de hoogte in gaan (als in ‘Pack It Up’ van Freddie King) Het is één van de elementen die haar zesde album ‘I Mean Business’ een aangename luistertrip maken. In 1997 trekt ze naar de San Francisco Bay Area op zoek naar een band. Al snel is er de Lara Price Band. Ze zingt (backings), speelt gitaar en drums, schrijft songs, doet productie vijf cd’s lang. ‘I Mean Business’ bevat twaalf songs, waarvan ze er zeven pende samen met anderen, vaak met gitarist Mighty Mike Schermer. ‘Time’ en ‘Love Lost’ zijn geraffineerde soulballads. De potente titelsong laat inderdaad verstaan dat ze het meent. (Volledige recensie in het komende nummer van Back To The Roots)

Gary Clark Jr. werd in het ‘jaar van Orwell’ geboren in Austin Texas. Behalve fenomenaal gitarist en zanger (hij is één van die naturals van wie je weet: die is ervoor in de wieg gelegd)  is hij ook acteur. Men noemt hem ‘The Future of the Texas Blues’, opvolger van T-Bone Walker. Vanzelfsprekend komt ook Jimi Hendrix als ijkpunt om de hoek kijken. Zoals zovelen van zijn tijdgenoten, kijkt hij niet enkel achterom (gelukkig!) en weet zijn blues te verrijken met andere muziekvormen, zonder van het bluespad af te stappen. ‘The Story Of Sonny Boy Slim’ (2015) zet hem op de landkaart, maar we wilden hem laten horen in zijn natuurlijke biotoop: the stage! (comments finished 01 01 17)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen