Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXV (ALT)’

LOOKING BACK XXV (ALT). 1/ Uncle Bubba (HENHOUSE PROWLERS, A Dark Rumor; 2009) 2/ Snowin’ On Raton (David OLNEY, cd Illegal Cargo; 2004; comp. Townes VAN ZANDT) (= LB XXV) OF  Hello (Turn Your Radio On) (SHAKESPEARS SISTER, cd Hormonally Yours; 1992) ( = LB XXV ALT) 3/ Go Wherever You Wanna Go (Patty GRIFFIN, cd American, Kid; 2013) 4/ Why Does It Always Rain On Me? (TRAVIS, cd The Man Who; 1999) 5/ Cardboard King (Martin HARLEY & Daniel KIMBRO, cd Southern Ground, 2015) 6/ Città lunga (Gianmaria TESTA, cd Montgolfières; 1995) 7/ 1917 (David OLNEY, cd  Thorugh A Glass Darkly; 1999) 8/ In Charleroi (Tom PINTENS, cd Winter maakt ons vrolijk; 2009) 9/ Highway Song (Patty GRIFFIN) 10/ Home Grown Tomatoes (HENHOUSE PROWLERS, cd A Dark Rumor; comp. Guy CLARK) 11/ Feet Don’t Fail Me (Martin HARLEY & Daniel KIMBRO, cd Static In The Wires; dobro: Jerry DOUGLAS) 12/ Driftwood (TRAVIS) 13/ Deeper Well (David OLNEY, cd Deeper Well; 1988; comp. Daniel LANOIS – Emmylou HARRIS – David OLNEY; fiddle & mandolin Mark O’CONNOR) 14/ Un Aeroplano a Vela (Gianmaria TESTA) 15/ Ohio (Patty GRIFFIN) 16/ Shadow Of A Man (HENHOUSE PROWLERS, cd A Dark Rumor) 17/ My Lover’s Arms (Martin HARLEY & Daniel KIMBRO, cd Static In The Wires) 18/ As You Are (TRAVIS) 19/ Mister Vermeer (David OLNEY, cd Dutchman’s Cove) 20/ Gonna Miss You When You’re Gone (Patty GRIFFIN) (AL; 28 07 22)

LOOKING BACK XXV’ en ‘LOOKING BACK XXV ALT’ verschillen enkel en alleen in de keuze van het tweede nummer. De song van het Londense duo Shakespears Sister was zelfs de aanleiding om aan deze ‘LB XXV’ te beginnen. Alras wierpen nieuwe kandidaten zich op om hun stempel te drukken op deze terugblik, zozeer en zoveel dat we beslist niet alle songs op die ene cd konden zetten. Het lijstje!

Singer-songwriter David Olney (1948–2020) kwam al vaak aan bod op onze collecties maar wilden we al lang in the picture zetten. Het was niet moeilijk om drie klassiekers uit zijn omvangrijke oeuvre te selecteren. We liepen aan een paar degelijke kandidaten voorbij, omdat ze wel van een zelfde niveau zijn, maar niet helemaal pasten in het geheel. We denken aan het dynamische ‘Train Wreck’, dat zeker nog wel eens van pas komt. In de niet-ALT versie vonden we plaats voor een zeldzame cover: als Olney dan toch een collega wilde eren, dan was Townes Van Zandt natuurlijk eerste keus: de ene grote groet de andere! Let op de keuze van ‘Deeper Well’, dat zovelen verkeerdelijk een ‘song van Emmylou Harris’ noemen, wellicht omdat ze die ze op haar baanbrekende, terecht als meesterwerk beschouwde ‘Wrecking Ball’ zette (1995) Maar ‘Deeper Well’ heeft wel degelijk drie auteurs: naast Olney en, Emmylou, ook Daniel Lanois. Extra reden om aandacht te besteden aan David is het feit dat er nog steeds platen van hem verschijnen. Er waren een tweetal liveplaten vanuit Nederland waar hij zeer populair was en is, maar er is ook de laatste cd waaraan hij werkte, nl. ‘Whispers And Signs’, die hij samen maakte met Irakli Gabriel en Anna Kaye. Maar die laten we zeker nog spreken op een volgende reguliere ‘zes wekelijkse’ collectie met nieuw(er) werk.

Een andere inspiratiebron vormt ‘American Kid’ van Patty Griffin, plaat die ze in 2013 uitbracht als hommage aan haar overleden vader. Hoewel we vrij veel platen van Patty hebben rondslingeren (vanzelfsprekend ook van die andere vrijgevochten singer-songwriters Patti Smith en Patty Larkin), tot en met de recente ‘Tape’, een selectie van tien ‘Home Recordings & Rarities’, was, o schande, ‘American Kid’ ons volslagen onbekend… tot intrigerende echo’s ons bereikten. Die hintten dat dit een ongemeen meesterlijke plaat is. De late aanschaf van ‘American Kid’ bevestigde al dat goeds… en méér. Het is de moeite er de commentaren op Wikipedia op na te lezen: de lof is uniform, geschakeerd en gefundeerd! De vier tracks die we selecteerden, bevestigen dat de plaat ‘a tour de force’ is‘ of ‘nimble songwriting and emotional performances’…(‘nimble’ = ‘vlot, lenig’)

Het ligt enigszins anders bij de cd van Travis, want ‘The Man Who’ kenden we al sinds 1999 (niet echt ons beste jaar, overigens…), maar een toevallige beluistering via een gebruik in een TV film van de wereldhit van toen, ‘Why Does It Always Rain On Me’, maakten dat we cd eens opnieuw gingen beluisteren. Het werd een heuse herontdekking van een meesterlijke songverzameling en dat kwam goed uit: de drie tracks die we uitkozen zijn zeker niet de enige kandidaten voor deze ‘LOOKING BACK’. De Henhouse Prowlers volgen we al een achttal jaren op de voet, van toen we ze leerden kennen op het More Blues Festival in Zottegem. Toen al waren ze vaste klanten op het Belgisch rootscircuit. Als zij langskomen, staan wij er ook, bezoeken ze in binnenland en onmiddellijke buitenlanden wat meestal resulteert dat in een kort of lang verslag…na de obligate verbroedering.

Ze waren deze zomer zes weken in Europa, voor het eerst sinds alle virusellende. Ben Wright (banjo) en Jon(athan) Goldfine (een wel heel mobiele contrabas) startten de band zo’n 17 jaar geleden in Chicago. De twee andere groepsleden wisselen geregeld, al is dat niet met opzet. Viool, mandoline en akoestische gitaar maken de band rond… en uiteraard vier hemelse stemmen. HP speelt bijna uitsluitend eigen blue grass composities (al zijn die soms ook van ex-groepsleden) Wat er wel bij komt zijn songs uit die landen die ze bezoeken, die ze in de oorspronkelijke taal  en zo goed als accentloos brengen. Dat hoort bij hun ambassadeurschap. Ze zijn immers de officiële vertegenwoordigers, de Bluegrass Ambassadors, van de US. Hun muziek wil de broederschap onder de volkeren stimuleren. In de lage landen laten ze wel eens een vlekkeloos ‘Kom van dat Dak af’ op de verbaasde toehoorders los!

Voor ‘LB XXV’ hadden we een selectie uit hun werk klaar, maar we moesten kritisch zijn en hebben het aantal gekozen songs gehalveerd en beperkt tot de nummers die het beste pasten in dit geheel, dat zoals zo vaak bij de samenstelling stilaan een eigen gezicht kreeg. ‘Uncle Bubba’ is haast een signatuursong van de hand van oud-lid James Wiegel. ‘Home Grown Tomatoes’ is een zeldzaam nummer van een niet-lid, maar Texaan Guy Clark is natuurlijk een reus als roots/country singer-songwriter. ‘Home Grown Tomatoes’ is dan ook een typische knotsgekke Clark song. ‘Shadow Of A Man’ is opnieuw een Weigelsong. Het zit er dik in dat classics als ‘Lonesome Road’, ‘Spoiler Alert’, ‘Chop My Money’ (Afrikaanse tune die ze zich helemaal eigen maakten, een live prizebeest!) nog aan bod komen. Op de recente ‘DEEP’ collectie hebben we één song gezet uit de nieuwste ‘The Departure’ (uit 2021), de ode aan ‘Jane Addams’, de eerste vrouw die de Nobelprijs van de Vrede won, maar die cd is zo goed dat zeker nog nummers  volgen op een komende compilatie.

Gianmaria Testa, de cantautore die heel zijn leven stationschef was van het stadje Cuneo bij de FS (de Ferrovie dello Stato), staat op heel wat compils, de gewone en ook op een of andere ‘LOOKING BACK’. Zijn ‘Da questa Marte del Mare’ beschouwen we als één der beste Italiaanse platen ooit. Maar nog nooit hadden we zijn spraakmakende debuut uit 1995, ‘Montgolfières’, ingebracht. Dat is hierbij goedgemaakt.

Ook Martin Harley volgen we al heel lang, al was er een hele periode dat we niets van hem hoorden. Martin is een meester van de weissenborn gitaar, die hier vooral via Ben Harper opnieuw aan de oppervlakte kwam. Voor de komst van het virus was Harley weer heel actief geworden, met diverse platen, o.a. met Daniel Kimbro (bas en backings) Het vermaledijde virus strooide roet in het eten. Maar dit jaar komt hij eindelijk weer voor enkele optredens naar ons land. Het podium is zijn biotoop (probeer eens ‘Blues At My Windowhttps://www.youtube.com/watch?v=rUbaDsu0Yx4 en laat u gewillig wegblazen!), maar ook in de studio blijkt zijn klasse. In ‘Feet Don’t Fail Me’ speelt dobrokoning Jerry Douglas mee. Zie diens meesterlijke plaat met John Hiatt (‘Leftover Feelings’): er was in 2021 weinig van dit niveau in cd-land!

We konden zo meteen het kirrewiete ‘In Milaan’ niet vinden van Senne Guns (we zitten midden in een gigaverhuis…) maar ‘In Charleroi’ van Tom Pintens is al even hilarisch…

Enkele songs vonden geen plaats: we denken onder meer uit X&Yaan ‘Fix You’ ‘X&Y’ van Coldplay, maar dan in de verrassende versie van Ben Harper & Soweto Gospel Choir Featuring Jordan C. Brown, als ‘Fix You. Lights Will Guide You Home’. Maar er komen nog gelegenheden.

Geniet, en liefst met volle teugen! (AL; 28 07 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

HENHOUSE PROWLERS (support: THOSE METAL BOYS WITH THEIR METAL TOYS) in N9 Kubiek in Eeklo op zondag 03 07 22: ‘Het is natuurlijk geen objectieve vaststelling, maar we hebben als ‘fan’ het gevoel dat Henhouse Prowlers met elk concert nog beter wordt, wellicht omdat we telkens verwend worden door een kwartet dat traditie en vernieuwing, authenticiteit en inventiviteit; branie en respect in gelijke doses serveert, en serveert met bijzonder veel vaardigheid.’

Blij weerzien met onze blue grass vrienden uit Chicago, daar in de Eeklose N9 Kubiek. Vόόr covid kwamen ze elk jaar voor meerdere concerten naar ons land. Ben Wright, banjospeler en medeoprichter van de Henhouse Prowlers, stelde tijdens het concert dat België het buitenland is waar ze sinds het ontstaan van de band (2005) het meest hebben opgetreden. En er zijn véél buitenlanden waar ze optraden en optreden, want ze zijn sinds 2013 de officiële vertegenwoordigers van het Amerikaanse State Department en hebben sindsdien constant blue grass gepromoot, en dat in nu bijna dertig landen. Ze doen dat non-profit met als enig doel mensen over de culturen heen te verbinden met muziek.

Daarbij spelen ze ook songs uit die landen in de oorspronkelijke taal (voor de lage landen is dat onder meer.… ‘Kom van dat Dak af’ in haast vlekkeloos Nederlands) De promo geldt uitsluitend blue grass, een in wezen jong muziekgenre met een oeroude geschiedenis. Daar schreven we in 2018 het volgende over: ‘De naam duikt pas op eind jaren vijftig, al is de eerste registratie van de muziekstijl tien jaar ouder, via de vijfsnarige banjo van Earl Scruggs, bespeeld in de typische three-finger picking style. Scruggs was net lid geworden van The Blue Grass Boys, begeleiders van Bill Monroe, die hen genoemd had naar de staat waar hij afkomstig van was, Kentucky, ‘The Blue Grass State’. Monroe is de onbetwiste vader van de blue grass, al kan je ook een pioniersrol toebedelen aan o.a. de Scruggs familie, Lester Flatt en Doc Watson. We durfden blue grass oeroud noemen omdat ze in essentie voortsproot uit de string bands (jug bands), met blanke (lees Europese) en zwarte (lees Afro-Amerikaanse) wortels.

Al komen ze dan uit het aan de blues gelinkte Chicago, Henhouse Prowlers is vintage blue grass. Ze kennen die klassiekers wel, maar ze schrijven en spelen liefst nieuwe songs in traditionele stijl, die ze uitvoeren met de geëigende instrumenten: banjo, akoestische gitaar, viool, mandoline en contrabas, staande rond één, liefst antiek aandoende microfoon. ‘Staande’ houdt in dat ze aardig wat rondjes draaien naargelang de positie die ze moeten innemen voor een bepaalde song of deel, om een zangsolo; of een instrumentale solo in de verf te zetten. Dat zorgt voor veel animo, vooral bij de verplaatsing van de ‘staande’ bas. Nadruk ligt in het spel wel degelijk op de hemelse vocale harmonieën en het bliksemsnelle samenspel. Ieder muzikant beheerst zijn instrument(en) op meer dan gemiddelde wijze. In combinatie met de anderen levert dat het vuurwerk op dat men associeert met blue grass.

Contrabassist Jon(athan) Goldfine is het andere stichtend lid van de HP. Normaal moest op deze tour de vaste gitarist Chris Dollar mee zijn, maar Chris is net vader geworden en hij werd dan ook vervangen door Starr Hoss, die we nog kennen van een eerder vervangbeurt rond 2015. Huis van vertrouwen! Het nieuwste lid is Jack Howard, die op de gereputeerde Berklee College of Music in Boston, MA, mandoline studeerde en onmiskenbaar met vlag en wimpel slaagde. Ben en Jon slagen er keer op keer in de beste mandolinevirtuozen op te snorren. Het lijkt ongewoon dat zo’n geschoold musicus dit ondanks alles volkse genre speelt (Ben liet ons met een kwinkslag verstaan dat ze zelf plezier aan hebben aan deze switch), maar Jake had geen moeite om ons te overtuigen van zijn blue grass kwaliteiten, temeer daar hij op de koop toe een uitstekend songsmid blijkt te zijn…. Net als de drie anderen, overigens.

Deze muziek noopt tot bewegen (al is het op je stoel!), een stralende glimlach wisselt af met de telkens weer hernieuwde ver- en bewondering voor zoveel kunde en inventiviteit. Om de set structuur te geven maken de Prowlers vooraf een zorgvuldig opgestelde playlist, waar ze zich aan houden maar wees gerust, ze zorgen ervoor dat geen twee concerten hetzelfde zijn. Ze hebben intussen zo’n uitgebreid repertoire classics en covers, eigen werk en muziek uit de streken die ze aandoen. Zo’n mix kregen we ook zondag, in dit geval met een stevige selectie uit selectie uit hun nieuwe album ‘The Departure’. Onder het werk van eigen hand (daar rekenen we ook de songs bij van ex-groepsleden) onder meer het toch wel enigszins schrijnende ‘Uncle Bubba’, zowat de signatuursong van de band, Bens razendvlugge ‘Spoiler Alert’, het onvermijdelijke ‘Lonesome Road’, de fraaie ‘Still On That Ride’ van Jon en ‘Leaving You For The Interstate’, van Starr.

Het heeft geen zin om een verzoekje te plaatsen, maar geen nood, wat ze nu niet spelen komt een volgende keer weer op de proppen. Uit “The Departure’ kregen we , hoe kan het ook anders, een representatieve dwarsdoorsnede: ‘Wishing Well’ mag gerust blijven. Bij ‘Short Branch Saloon’ krijgen we het hele dramatische verhaal van deze murder ballad, maar uit het leven gegrepen, die door die gedetailleerde link naar de keel grijpt. Het erg mooie ‘Jane Addams’ is een ode aan een sociaal werkster, hervormer en pacifiste uit Chicago die als eerste vrouw de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Jake, het nieuwste groepslid, schreef dit expliciet om het blue grass genre ook een iets vrouwvriendelijker imago te geven, iets waar Ben op wijst: blue grass moet ook een sociale dimensie hebben.

Die verantwoordelijkheid gaat erg ver: de band speelt doorgaans ook gospel, want dat hoort bij het genre. Maar dat is niet van harte. Ben bekent dat hij het daar altijd moeilijk mee heeft, omdat hij niet gelooft en het gevoel heeft dat hij oneerlijk is als hij zich aan gospel waagt. Vandaar één der topnummers van ‘The Departure’, het hilarische ‘Gospel In Review’, dat het genre op de korrel neemt, zij het respectvol. Bens houding illustreert dat het de groep menens is met zijn engagement, en op alle niveaus.

Het is natuurlijk geen objectieve vaststelling, maar we hebben als ‘fan’ het gevoel dat Henhouse Prowlers met elk concert nog beter wordt, wellicht omdat we telkens verwend worden door een kwartet dat traditie en vernieuwing, authenticiteit en inventiviteit; branie en respect in gelijke doses serveert, en serveert met bijzonder veel vaardigheid.

Antoine Légat (08 07 22)

P.S. We zegden nog niets over voorprogramma string band Those Metal Boys With Their Metal Toys ( http://www.thosemetalboys.be/thuis.html ) Ze bestaan eigenlijk al sinds 1977 en hun eerste cd ‘I Feel Like Stepping Out‘ is van 2000. Dit (momenteel) zevental zien we sinds twee decennia om de drie, vier jaar. Het ‘metal’ in de naam verwijst naar de vele National Steel gitaren en de dobro’s… en het washboard van Tessa Devreese. Je vindt ook ukelele’s,  een tenorgitaar en ander instrumentarium van stand. Ze brachten vermakelijke ‘vooroorlogse’ liedjes die gaandeweg tot het Great American Songbook zijn gaan behoren (‘Alabama Jubilee’, ‘Hesitation Blues’ en het schitterend door Tessa gezongen ‘I Know It’s Wrong’, bij voorbeeld). Met Philippe De Chaffoy heeft de band ook een uitmuntend violist in de rangen, Wouter Maréchal is de pionier van de band en praat het vermakelijk aan mekaar. Luk Coene is de gedroomde zanger voor deze formatie. Maar alle leden zijn meer dan verdienstelijke muzikanten. Het was dan ook veruit het beste concert dat we van dit olijke gezelschap ooit zagen, een prima opmaat naar de Prowlers!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘DEEP’

DEEP. 1/ Opening Act (The Shooby Dooby Song) (BAHAMAS, cd Earthtones; 2018) 2/ Sunday Women (Aaron Lee TASJAN, cd Tasjan! Tasjan! Tasjan!) 3/ Shape I’m In (THE BAYOU MOSQUITOS; comp. Robbie ROBERTSON; baritonsax: Arend BOUWMEESTER) 4/ Sorry Charlie (CLEM SNIDE, cd Forever Just Beyond) 5/ Wish You Were Here (Colline HILL, cd Skimmed; 2015) 6/ Bluebird (ARAB STRAP, cd As Days Get Dark) 7/ Living Proof (THE WAR ON DRUGS, cd I Don’t Live Here Anymore) 8/ One Of These Days (Dan PENN, cd Living On Mercy) 9/ Terminal B (Amy HELM, cd What The Flood Leaves Behind) 10/ Deep River (IDA MAE) 11/ Gluish (Arlo PARKS, cd Collapsed In Sunbeams) 12/ How Long (THE BLACK KEYS, cd Dropout Boogie) 13/ We Could Be Strangers (FATHER JOHN MISTY, cd Chloë And The Next 20th Century) 14/ Fable Of The Urban Fox (ARAB STRAP) 15/ Down The Hall (Bonnie RAITT, cd Just Like That) 16/ Feels Like Rain (THE BAYOU MOSQUITOS; comp. John HIATT) 17/ Old Friend (Colline HILL) 18/ Has My Midnight Begun (IDA MAE, cd Click Click Domino) 19/ Jane Addams (HENHOUSE FLOWERS, cd The Departure) 20/ Calling Home (Amy HELM) 21/ Don’t Worry (THE 1975; cd Notes On A Conditional Form) (06 07 22)

DEEP’ ontleende zijn  titel van ‘Deep River’ van het Britse duo Ida Mae, dat tegenwoordig opereert vanuit Nashville, TN. Die geschiedenis deden we uit de doeken in de commentaren bij ‘VOLT’ uit 2021: ‘Ida Mae is een Brits duo dat twee jaar geleden debuteerde met het, achteraf beschouwd, indrukwekkende debuut ‘Chasing Light’, dat ze zelf definieerden als ‘een sensuele versie van ‘de White Stripes ontmoeten Civil Wars ontmoeten XX’.’ Men zegt dat de nieuwe ‘Click Click Domino’ iets meer in de richting gaat van americana. Het kan, want ze maakten het album in Nashville (zie ook Allison Russell!). Wij stellen vast dat Chris Turpin en Stephanie Jean stevige rockers schrijven maar ook de zeer gevoelige snaar kunnen beroeren.

Deze song verraadt alzo onze modus operandi bij het samenstellen van ‘DEEP’… en zal meteen ook voor controverse zorgen. We naderen ons verklaard! ‘DEEP’ ontstond uit een Spielerei. We vroegen ons af of er in de compilaties van pakweg de laatste twee jaren nog songs zaten die niet gebruikt werden op die collecties maar die we toch opzij hadden gezet voor eventuele inzet. Het werd alras duidelijk dat vele van die songs bij hernieuwde beluistering vooral toonden waarom ze ten slotte niet werden weerhouden. Maar zoals vermouth… heu, ik bedoel vermoed zaten er ook onvervalste parels tussen, die zeker niet omwille van een tekort aan kwaliteit uit de boot gevallen waren, maar bvb. omdat ze niet in de context pasten. In elk geval waren dat er voldoende om een nieuwe bloemlezing te wettigen. U vindt hier dan ook nummers van Aaron Lee Tasjan, Clem Snide, Arab Strap, The War On Drugs, Dan Penn, Amy Helm, Ida Mae, Arlo Parks, Father John Misty, Bonnie Raitt en The 1975. We specifiëren hier niet uit welke compils ze komen, want het zijn er vele.

En dan was er nog genoeg tijd/plaats over op ‘DEEP’ om andere nummers te plaatsen, zoals de opener van Bahamas, net iets ouder dan de rest, maar ideaal als hors-d’oeuvre, temeer daar we met die song uitgesproken. Vooral toch aan de versie bij Jimmy Kimmel, waar Afie Jurvanen (uit Toronto, met Finse roots) zich geflankeerd weet door een geweldig koortje en door enkele reuzen uit de beste studio’s: legendarische superdrummer James Gadson, de bassist-der-studiobassisten Pino Paladino en gitarist Christine Bougie, die laatste wel vaker te horen in Afie’s band ( https://www.youtube.com/watch?v=QdTLjD5oTa4 ) We zagen Bahamas live in Rotterdam als support voor Lumineers en daar houden we ook al een prima herinnering aan over.

De ‘oudste’ songs komen uit de cd ‘Skimmed’ van Colline Hill, die behoorlijk bekend is in Franstalig België (we zagen haar schitteren als support van Bai Kamara Jr. in Luik) en die we al enige tijd promoten in Vlaanderen, voorlopig zonder succes, maar olie drijft uiteindelijk boven, daar zijn we van overtuigd.

 Er zijn dus ook nummers uit cd’s die nieuw zijn en die we dus nog niet hadden ingezet: dat zijn meer bepaald de Nederlandse The Bayou Mosquitos, powerduo The Black Keys uit Akron, Ohio, bestaande uit Dan Auerbach (zang, gitaar) en Patrick Carney (drums), en de ambassadeurs van de blue grass, kwartet Henhouse Prowlers uit Chicago. Die ‘ambassadeurs’ mag je overigens letterlijk nemen: ze zijn de officiële vertegenwoordigers van het State Department en hebben blue grass gepromoot in nu bijna dertig landen. Daarbij spelen ze ook songs uit die landen in de oorspronkelijke taal (voor de lage landen is dat bvb.… ‘Kom van dat Dak af’ in haast vlekkeloos Nederlands) Ze spelen ook classics in het blue grass genre maar bovenal  schrijven ze nieuwe songs in de traditionele stijl. Het hier geselecteerde ‘Jane Addams’ is een ode aan een dame uit Chicago die aan liefdadigheid deed. Mandolinespeler en hier ook zanger Jake Howard, nieuwste groepslid, schreef dit expliciet om het blue grass genre ook een iets vrouwvriendelijker imago te geven. Bijna alles wat ze doen, zit namelijk ook in een ethische context, maar hun zuiver muzikale vaardigheid is niets minder dan fenomenaal. Zoals gewoonlijk verwijzen we naar het net voor al de vermelde formaties en performers: u vindt daar over die mensen en hun muziek alles… en nog veel meer! Maar we hadden het hierboven over een mogelijke twistappel i.v.m. ‘Deep River’ van Ida Mae: die song rijst als enige qua intensiteit en volume hoog boven de rest uit. De spreekwoordelijke tang op het varken. Vele melomanen kunnen het hier ‘lastig’ mee hebben. Ons stoort die geluidsexplosie halverwege de song helemaal niet. Het geeft piment aan het geheel, zullen we maar zeggen. (Deze commentaren: 06 07 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘HEAT’

HEAT. 1/ Made Up Mind (Bonnie RAITT, cd Just Like That) 2/ Tomorrow Is Mine (Dries BONGAERTS, cd Soothing Green) 3/ Turn Up The Heat (TENNESSEE STUDS, cd Turn Up The Heat) 4/ Sangoma (IBEYI, cd Spell 31) 5/ Cutting Loose (Christopher Paul STELLING, cd Forgiving It All) 6/ Home To Me (Sharon VAN ETTEN, cd We’ve Been Going  Around This All Wrong) 7/ Honey Chile (OLD CROW MEDICINE SHOW, cd Paint This Town) 8/ It’s In Your Heart Now  (DESTROYER, cd Labyrinthitis) 9/ Here Comes Love (Bonnie RAITT) 10/ Farewell Oblivion (Dries BONGAERTS) 11/ Downeast Saloon (TENNESSEE STUDS) 12/ Sent We Perfect (IBEYI) 13/ Die To Know (Christopher Paul STELLING) 14/ Reasons To Run (OLD CROW MEDICINE SHOW) 15/ Unconditional I (Lookout Kid) (ARCADE FIRE, cd WE) 16/ I Wanna Know (MEENA AND THE CHRIS FILLMORE BAND, cd Elevations) 17/ What Love Can Do (Dries BONGAERTS) 18/ Dark Matter (TENNESSEE STUDS) 19/ They’ll All Proclaim (Christopher Paul STELLING) 20/ To Feel The Blues (Dries BONGAERTS) 21/ Just Like That (Bonnie RAITT) (15 06 22)

HEAT’ haalt zijn titel vanzelfsprekend van ‘Turn Up The Heat’, de opener en titelsong van de cd van de Tennessee Studs. Die bestaan uit drie Nederlanders, een Zweed en een Canadees? Die laatste kennen we intussen goed. Jeff Cardey is namelijk de helft van Trouveurs (de andere helft is Benjamin Steegen van o.m. Sons Of Navarone faam, onze nationale blue grass trots) Jeff komt van Toronto maar de liefde deed hem in, de lage landen stranden, alwaar hij zijn mandoline, iets minder vaak zijn akoestische gitaar en een zeldzame keer zijn diepe stem leent aan diverse bands, als Rawhide, Louvat Bros en Mandolin Mondays. Dat zijn allemaal gerespecteerde formaties binnen de blue grass en aangrenzende genres. Zoals Tennessee Studs het formuleren: ‘folky, funky and freaky Americana’.

Van de geweldige Trouveurs moeten we vooralsnog geen plaatwerk verwachten: die houden het op getrouwe maar persoonlijke versies van werk van ‘meestal dode singer-songwriters uit Texas’, lieden als Guy Clark, Townes Van Zandt en Blaze Foley. Hoewel Trouveurs machtige dingen uitspoken met het werk van deze primi inter pares en dat van aanverwante en evenwaardige songsmeden als John Prine, Lyle Lovett en zelfs een verdwaalde Jesse Winchester, Tom Petty of Tears For Fears en Gary Jules, zijn de twee zo (buitenmatig) bescheiden dat ze hun interpretaties niet aan geluidsdragers toevertrouwen. We hopen echter dat het er ooit nog van komt. Een live schive bij voorbeeld.

Tennessee Studs kan je dus wél beluisteren op cd en op ‘HEAT’ bieden we u een staalkaart aan van hun werk. Voor de ankerpunten van ‘HEAT’ zorgt echter Bonnie Raitt die met ‘Just Like That’ opnieuw een ijzersterke collectie heeft afgeleverd, dan wel volle tien jaar na de vorige ‘Slipstream’. Het was weer erg moeilijk om daar slechts drie representatieve songs uit te selecteren. Het titelnummer mocht echter niet ontbreken, vonden we. Het gebeurt niet meer zo vaak…Heu… Het gebeurt zelfs maar uiterst zelden dat het onderwerp van een song je, zoals in de vroege dagen van een Randy Newman of John Prine, compleet verrast en omverblaast. Het titelnummer doet dat hier wel: het thema van ‘Just Like That’ raakt diep en doet dat bovendien op een tactvolle manier.

De bijdragen van Dries Bongaerts, Christopher Paul Stelling, Sharon Van Etten en het duo Ibeyi (overigens allemaal acts die al eerder op compils stonden!)stonden allemaal al eens op een proef-cd, samen met songs van The Black Keys: van hun nieuwe platen namen we telkens zes nummers, dus 24 in totaal. Die songs probeerden we uit, thuis en in de autoradio, om uit te vlooien wat op een ‘finale’ cd bij mekaar zou passen, dat de rechttoe rechtaan deunen van The Black Keys niet pasten in dit aanbod (maar die krijgen nog elders een plaats, wegens te goed) Van de anderen namen we over wat op ‘HEAT past. Zo verneemt u ook eens iets van onze MO (modus operandi)…

Dries is helemaal ontloken en zit dankzij zijn tweede plaat ‘Soothing Green’ in de bovenste schuif. Hij weet trouwens ook andere artiesten naar een hoger niveau te tillen, zoals met Noor Torgeir Waldemar in De Roma en op Labadoux afgelopen mei. De vijf cd’s van Stelling kwamen hier doorheen de jaren allemaal aan bod. Van Etten is een performer die in een constante groei zit. Voor Ibeyi laten we Wikipedia aan het woord: ‘Ibeyi is een sinds 2013 FransCubaans muzikaal duo bestaande uit de tweelingzusjes Lisa-Kaindé Diaz en Naomi Diaz. Ze zingen in het Engels en Yoruba — een Nigeriaanse taal die hun voorouders spraken voordat ze in 1700 door de Spanjaarden als slaven naar Cuba werden gebracht. Lisa doet voornamelijk de zang en Naomi vooral de traditionele Cubaanse slaginstrumenten cajón en batádrums. Daarnaast speelt Lisa ook piano. Ibeyi wordt op z’n Engels uitgesproken als “ee-bey-ee”. In het Yoruba betekent dit “tweeling”. Hun muziek bevat elementen uit het Yoruba, Frans, Afro-Cubaanse fusion jazz en samples met traditionele instrumenten.‘ We konden het niet beter zeggen. ‘Spell 31’ is de derde worp sinds ‘Ibeyi’ (2015) en ‘Ash’ (2017) De dizygote tweeling werd geboren uit een muzikale familie in Cuba, maar groeide op en woont nu nog in Parijs. Ze laten diverse invloeden van heden en verleden toe in hun emotionele muziek, waarin ze niet zelden overleden familie eren. Zo zijn er ook sporen van de Afro-Cubaanse Santeria of Lukumi, syncretische heiligenverering van Cuba en Puerto Rico (bekend van de dansen in trance)

De nodige Einzelgänger vullende cocktail aan. Eén prachtsong uit de verder opnieuw niet overtuigende zesde studioalbum van Arcade Fire (Montreal): live is de band schitterend (het optreden begin jaren 2000 op Pukkelpop was onvergetelijk!), maar de cd’s zijn wisselend… al onderkennen we volmondig het belang van pakweg ‘Funeral’ (2004), ‘Neon Bible’ (2007) en ‘The Suburbs’ (2010) op de huidige sien. Maar daar hebt u allicht een eigen mening over. Meena Cryle & The Chris Fillmore Band zijn een beresterk Oostenrijks blues gezelschap. Op 4 oktober 2021 stonden ze met hun meest recente ‘ELeVatIonS’ in de Banana Peel Blues Club, waar ze een prima optreden weggaven… naar verluidt, want in volle covid leek het ons niet raadzaam daar naartoe te trekken, al schreven we wel de introtekst voor dat concert. We hebben dat goed gemaakt via Duvelblues waar ze optraden en waar Meena en Chris steun verleende aan hun en onze goeie vriend Hans Theessink, de blues gitarist en songsmid uit Enschede, die al zo lang in Wenen woont. We zetten al nummers van hen op ‘BLUES & ROOTS 2021 Volume II’, maar omdat die cd reeks enkel blues fans bereikt, gaan we af en toe iets van hen plaatsen op de reguliere, noem het mainstream collecties. Wat ze ten volle verdienen.

Old Crow Medicine Show is een americanaband uit Nashville, TN, die sinds 1998 actief is en zich focust op blues en folk. Ze spelen veel nummers uit de vooroorlogse periode. Ze hebben zo’n 16 EP’s en full cd”s, waaronder drie live en één verzamelaar. Enigszins stoffig en antiek dus, maar met beide voeten in ons tijdsgewricht. Het is nog maar de eerste keer dat ze hier aan bod komen. Destroyer daarentegen hebben we de laatste jaren vaker aan het woord gelaten. De Canadese indieband werd opgericht in 1995 door Dan Bejar van The New Pornographers (waar we ook nog werk van hebben liggen uit de pre-cd-burner periode) Hij zag Destroyer als een soloproject maar na het eerste album ‘We’ll Build Them A Golden Bridge’ (1996) maakte hij er een band van. ‘Labyrinthitis’ is het dertiende album, maar er zijn ook vier EP’s. Tussen de vele vrij nerveuze songs op die cd staat het wat meer introspectieve ‘It’s In Your Heart Now’. Het leek ons een fijn rustpunt voor ‘HEAT’…

(Deze commentaren 03 07 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘MENS (ALT)’

MENS. 1/ Packing Up Getting Ready To Go (TAJ MAHAL & RY COODER, cd Get On Board – The Songs Of Sonny TERRY & Brownie McGHEE) 2/ Gelijk hoe (HET ZESDE METAAL, cd Wachten; comp. REM) 3/ The Next 20th Century (FATHER JOHN MISTY, cd Chloë And The Next 20th Century) 4/ Genees mij (DE MENS, cd Broers) 5/ All Aboard (Piers FACCINI, cd Shapes Of The Fall; feat. Ben HARPER & Abdelkedir MERCHANE) 6/ Mount Airy Hill (Way Gone) (Kurt VILE, cd (watch my moves)) 7/ Hopeless Romantic (MICHAUT / PERKINS, cd Hello Love) 8/ Samedikea (Antoine WIELEMANS, cd Vattetot) 9/ In The Hard Times (BAND OF HORSES, cd Things Are Great) 10/ Astral Jacket (SPOON, cd Lucifer On The Sofa) 11/ Rozenland (MANdolinMAN & ANSATZ DER MASCHINE, cd Houtekiet) 12/ Let Me Be The One (YO YO MEN, cd Last Call; vocals: CHELSY) 13/ Ik ga niet storen (HET ZESDE METAAL) 14/ Goodbye Mr. Blue (FATHER JOHN MISTY) 15/ Poésie (Antoine WIELEMANS) 16/ I Won’t Give Up On Love (MICHAUT / PERKINS) 17/ Broer (DE MENS) 18/ The Real Way Out (Piers FACCINI) (05 05 22)

MENS ALT. 1/ Gelijk hoe (HET ZESDE METAAL, cd Wachten; comp. REM) 2/ The Next 20th Century (FATHER JOHN MISTY, cd Chloë And The Next 20th Century) 3/ Genees mij (DE MENS, cd Broers) 4/ All Aboard (Piers FACCINI, cd Shapes Of The Fall; feat. Ben HARPER & Abdelkedir MERCHANE) 5/ Mount Airy Hill (Way Gone) (Kurt VILE, cd (watch my moves)) 6/ Hopeless Romantic (MICHAUT / PERKINS, cd Hello Love) 7/ Samedikea (Antoine WIELEMANS, cd Vattetot) 8/ In The Hard Times (BAND OF HORSES, cd Things Are Great) 9/ Wees gerust (Jeroen KANT, Water) 10/ Astral Jacket (SPOON, cd Lucifer On The Sofa) 11/ Rozenland (MANdolinMAN & ANSATZ DER MASCHINE, cd Houtekiet) 12/ Let Me Be The One (YO YO MEN, cd Last Call; vocals: CHELSY) 13/ Ik ga niet storen (HET ZESDE METAAL) 14/ Goodbye Mr. Blue (FATHER JOHN MISTY) 15/ Poésie (Antoine WIELEMANS) 16/ I Won’t Give Up On Love (MICHAUT / PERKINS) 17/ Broer (DE MENS) 18/ The Real Way Out (Piers FACCINI) (06 05 22)

Het ziet er zo niet naar uit, maar ‘MENS’ en ‘MENS ALT’ zijn het rechtstreekse gevolg van of vervolg op ‘VILE’. De songs van De Mens en van Father John Misty die op ‘MENS (ALT)’ staan, waren oorspronkelijk gepland voor ‘VILE’. Van FJM bleef nog één song over. Er was gewoonweg een te grote stijlbreuk met de meeste songs van ‘VILE’ om in die verzameling te blijven. ‘MENS’ ademt dan ook een heel andere sfeer uit.

Slechts één song vormt een serieuze breuk met de rest van ‘MENS’, nl. de opener. Het is de enige song van de hernieuwde samenwerking van Taj Mahal en Ry Cooder (de eerste in zestig jaar!) die van henzelf is en niet van Sonny Terry & Brownie McGhee. Hun songs vormen immers het thema van deze ‘Get On Board – The Songs Of Sonny TERRY & Brownie McGHEE’. We konden niet voorbij aan deze ronduit historische plaat. We maakten er dan maar de opener van ‘MENS’ van, al is het als een tang op een varken.

Vandaar de tweede versie, ‘MENS ALT’: daarop laten we die ‘Packing Up And Ready To Go’ gewoon weg. De vrijgekomen tijd hebben we ingevuld met ‘Wees Gerust’ van Jeroen Kant, veel verder op een voor die song beter passende plek van ‘MENS ALT’. ‘Water’ van Kant zullen we misschien later nog wel citeren, want het is een boeiende plaat. In onze recensie voor een folk magazine staat: ‘Voor ‘Water’, verschenen in november 2021, in volle pandemie, nam Jeroen weer een opvallende bocht, eentje van 180°. Hij verliet zijn huurhuis en zijn geliefde (‘Je stond erbij’), en ging op een boot wonen op De Biesbosch (nationaal park), de ‘Armadillo’, zoals je die op de hoes kan zien. Hij gaat alzo in volle natuur wonen tussen flora en fauna… en helaas ook het ronddobberend plastic. Het geeft hem tijd voor heel veel reflectie en het schrijven van niet zelden bluesy songs, die hij op zijn boot solo inblikt, natuurgeluiden incluis. Die hele omslag en dat nieuwe leven, dat hoor je allemaal en helemaal op ‘Water’. Het kan dromerig, als in de titelsong of ‘Er komt hoog water aan’, die goed het kabbelende leven omschrijven, maar het kan ook swingend als in ‘Het lijkt wel of ik droom’… (…) … ‘Wees gerust’ rondt ‘Water’ op haast idyllische wijze af, met de slide die zacht wiegt tussen brasem en nachtegaal: ‘Er komen altijd nieuwe tijden aan wees gerust’. ‘Water’ is een opvallende parel aan de kroon van een markant oeuvre.’

Op die twee songs, van Taj Mahal – Ry Cooder en van Jeroen Kant na, zijn ‘MENS’ en ‘MENS ALT’ dus volkomen identiek. Zoals de laatste jaren gebruikelijk verwijs ik graag naar de media voor meer informatie over groepen, artiesten, cd’s en songs. Daar kan ik immers weinig relevants aan toevoegen, maar er kan hier en daar toch een kleine streef info af met een wat persoonlijker karakter, want die vind je niet online. Van Het Zesde Metaal konden er twee songs af, maar ook titelsong ‘Wachten’ had hier uitstekend  gepast… Is het een toeval of wijst het toch op iets? We deden het niet met opzet, maar zowel ‘UNIT’ als ‘MENS ALT’ beginnen met een daartoe geëigende cover van een nummer van R.E.M.: op ‘UNIT’ was dat Jason Isbell met ‘Nightswimming’, op ‘MENS ALT’ bouwde Wannes CappelleEverybody Hurts’ om tot ‘Gelijk hoe’, een vertaling die bedoeld was als troost voor iemand die zijn vader verloren was ( https://stubru.be/stubruatwork/wannescappellevertaaltremnaarhetwestvlaams )

Kurt Vile kreeg op ‘zijn’ ‘VILE’ drie tracks, maar ‘(watch my moves)’van sympathieke Kurt heeft zoveel te bieden dat we hier nog ‘Mount Airy Hill (Way Gone)’ aanbieden. Father John Misty was al even aan de beurt op ‘VILE’ met een nummer uit ‘Chloë And The Next 20th Century‘, maar zo doen we hem pas recht. Spoon hebben we altijd een beetje stiefmoederlijk behandeld (allez savoir pourquoi…), maar we zijn vastbesloten dat goed te maken. Band Of Horses hebben we vanaf hun eerste plaatwerk in the picture gezet en we zien vooralsnog geen reden om dat te veranderen. Zolang ze blijven verrassen krijgen ze hun stek, als het past in het geheel, natuurlijk. Een Facebook vriend maakte ons attent op het bestaan van Piers Faccini, Brits singer-songwriter en schilder, die op jonge leeftijd in Frankrijk ging wonen. Zijn broer is de niet onbekende schrijver Ben Faccini. Piers werkte samen met muzikanten uit verschillende werelden. Vandaar de invloeden van wereldmuziek (Afrika met Rokia Traoré) en folk. Dat hij samenwerkte met Ben Harper is in ‘All Aboard’ te horen.

Brett Perkins is een Californische singer-songwriter, die echter al jaar en dag in Kopenhagen woont. Enige tijd geleden was ie even in, ons land: ‘The Rua Room Songwriter Festival # 1 in De Centrale Gent op vrijdag 29 april, ingericht door de in Gent wonende Ierse ex-singer-songwriter Daithi Rua. Alternatief eigen songs door Kathleen Vandenhoudt (zang, gitaar en songs) & Luiz Márquez (harp), door Brett Perkins (gitaar, zang, songs) en door de Turkse debutant (eerste live performance!) Alihan Kaya (ak./el gitaar, zang, songs), prima begeleid door Glenn Beyst (ak./el. gitaar, keys)’ Bij die gelegenheid konden we enkele cd’s van Brett op de kop tikken. Uit de plaat samen met de Franse violiste (en meer) Magali Michaut komt het prachtige ‘Hopeless Romantic’, dat Brett ook in De Centrale bracht en waarmee hij de aanwezigen danig charmeerde.

En dan zijn er nog enkele Belgen op ‘MENS’. Met ‘Broers’ (de full cd, met ‘S’) leverde De Mens een sterke plaat af. Tussen de stevige rockers staan twee rustpunten: u vindt ze hier allebei. Op de zondag van het Labadoux festival in Ingelmunster (8 mei) vormden precies die twee songs voor vroege hoogtepunten in de set van Frank Vander linden, Michel De Coster en de anderen. ‘Broer’ (het nummer, zonder ‘S’) bewoog ons tot tranen toe, die vooravond. Antoine Wielemans is de frontman (tezamen met Arnaud Héron) en de songsmid van de uitstekende Waalse rockband Girls In Hawaii. Na vijf platen op 14 jaar was het tijd voor een soloproject van Antoine, ‘Vattetot’. We pikten twee typerende songs uit, en dat scheelt met het werk van GIH! Leuke vondsten in zijn songs: ‘samedi’ + ‘IKEA’ werd ‘samedikea’. Yo Yo Men werd genoemd naar een song van de legendarische blues-en-meer band Blue Blot, die ook buiten de periode met de onvergelijkelijke, maar veel te jong gestorven Luke Walter Jr., creatief bleek en succes kende. Yo Yo Men bestaat uit ex-leden van Blue Blot (onder wie ook vocaliste Chelsy) en maakte met ‘Last Call’ een prima plaat.

Vroeg in 2021 zagen we een indrukwekkende promoclip van ‘Houtekiet’, toneelbewerking van het werk van Gerard Walschap door Jeroen Lenaerts. We waren diep onder de indruk van de vertelstijl en de unieke in– en aankleding, maar natuurlijk ook de briljante muziek, het werk van kwartet MANdolinMAN (met onder meer Andries Boone)  samen met Mathijs Bertel van Ansatz Der Maschine. We zagen de productie (nog steeds) niet, maar kregen de bijbehorende cd te pakken en die blies ons omver. Op ‘MENS’ hebben we slechts één track geselecteerd maar misschien komt ook deze plaat later nog aan bod. We raden volmondig volgende lectuur aan over de betrokken artiesten en werkelijk alle aspecten van het project: https://www.foliomagazines.be/artikels/houtekiet-door-mandolinman-mathijs-bertel-ansatz-der-maschine-jeroen-lenaerts . (deze commentaren beëindigd op 01 07 22)

P.S. Meer trendy werk hebben we al eerder aan bod laten komen: Big Thief op diverse compilaties, Aurora op “KATY (Limited Edition)’ maar door verhuisperikelen konden we nog niet aan de slag met werk van Jack White,  Charlotte Adigéry & Boris Pupul en Borokov, Borokov. Maar dat staat nog op het programma.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘VILE’

VILE. 1/ Supermarket (WET LEG, cd Wet Leg) 2/ Harness The Wind (CALEXICO, cd El Mirador) 3/ Year Of Love (Jenny HVAL, cd Classic Objects) 4/ Say The Word (Kurt VILE, cd (watch my moves)) 5/ Fever (Aldous HARDING, cd Warm Chris) 6/ Dawning (MIDLAKE, cd For The Sake Of Bethel Woods) 7/ Drawing Hands (GLITTERPAARD, cd Glitterpaard) 8/ Chaise Longue (WET LEG) 9/ Constellation (CALEXICO) 10/ Classic Objects (Jenny HVAL) 11/ Cool Water (Kurt VILE) 12/ Tick Tock (Aldous HARDING) 13/ Zuzu’s Petals (GLITTERPAARD) 14/ Glistening (MIDLAKE) 15/ Piece Of Shit (WET LEG) 16/ Caldera (CALEXICO) 17/ Warm Chris (Aldous HARDING) 18/ We Could Be Strangers (FATHER JOHN MISTY, cd Chloë And The Next 20th Century) 19/ Stuffed Leopard (Kurt VILE) (02 05 22)

Dat ‘VILE’ zijn naam kreeg via Kurt Vile kan je geen staatsgeheim noemen. Dat is dus al van de baan. Deze collectie is zoals gewoonlijk samengesteld met songs van recente, zeg maar op het moment van samenstelling (brand)nieuwe cd’s. Speciaal aan deze collectie s dat veel cd’s bepaald trendy zijn. Horen daartoe: Wet Leg, Jenny Hval, Glitterpaard (de als hommage aan Sparklehorse en Mark Linkous gestarte groep, intussen een volwaardig gezelschap dat volgens de door Linkous uitgezette krijtlijnen verder gaat) Hoe ‘modern’ ook, een aantal bands kwamen al veel eerder aan bod in onze selecties, met name Aldous Harding en Kurt Vile. Ook Father John Misty hadden we voorheen al, maar die veelzijdige artiest is nu eenmaal een kameleon met meerdere levens.

We hadden in die stijl kunnen verder gaan, maar vermits onze collecties een breed publiek moeten bereiken; lieten we ook andere bands aan het woord: er is de comeback van het lange tijd deerlijk gemiste Midlake, er is de nieuwe Calexico die toch weer op hoog niveau staat. Anders gezegd, het is business as usual. Alle info rond deze creatieve lieden vindt me op de bekende kanalen. Maar, daar zijn we van overtuigd, er valt wel degelijk veel te ‘enjoyen’ op ‘VILE’. (deze commentaren 28 06 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Doug MacLEOD in huize Solglimt (Schoten) op zondag 26 juni 2022

Doug MACLEOD in huize Solglimt (Lindelei 18, Schoten) op zondag 26 juni 2022: ‘MacLeod is een meesterlijk verteller, een filosoof van de eenvoud. Het rolt allemaal zo lekker en soepel dat je vergeet met welke briljante techniek hij ons dit allemaal voorschotelt

Vader ging op stap. Op zondag 26 juni 15 uur gaven we present bij dierbare vriend Gerard Van Menxel in Solglimt (Schoten) voor eindelijk weer eens een (huis)concert van Doug MacLeod, voor ons het eerste sinds 2015 (bij ‘Exactly Like This’ al zijn we niet meer zeker), het eerste dus ook in deze vrij uitgebreide toer door de lage landen. We kennen allen de redenen van de lange stilte.

In elk geval, Doug, intussen 76, was in supervorm en met één van zijn twee gitaren (P-Nut, zoals gewoonlijk gaf hij omstandig uitleg!) speelde hij twee sets waarin zijn prachtige eigen songs en zijn bijpassende verhalen de aanwezigen deden wegdromen, een glimlach en een traan, en opvallend veel ‘lering’ in de stijl van de oude troubadours. Zijn motto is dubbel: speel geen enkele noot die je niet gelooft, zing alleen over zaken waar je iets van afweet, wijze raad van zijn leermeester Ernest Banks. Nog ‘heilig’ is het feit dat hij nooit ofte nimmer covers speelt tijdens een optreden, maar het was opgevallen dat hij in zijn warm-up een heerlijk ‘Freight Train’ van Elisabeth Cotton speelde. Iemand vroeg er na het concert om. Daarom bracht hij als bis, bij heel hoge uitzondering, ‘Sugar Babe’ van Mance Lipscomb, in een, hoe kan het anders, zalige versie. Het maakte dit concert uniek, alleen al daardoor!

Doug heeft dus de pensioengerechtigde leeftijd, maar dat geef je hem totaal niet mee. Het is hierbij bewezen: muziekspelen houdt jong, zeker als je dat doet op de speelse manier van Dubb. Nee, geen vergissing, die schrijfwijze: allesbepalend in zijn leven en loopbaan was de ontmoeting met zijn latere mentor George ‘Harmonica’ Smith. Die leefde in hartje LA maar in een wijk die eigenlijk de deep south, Mississippi ademde. George doopte Doug om tot Dubb je zou denken omdat hij zijn naam niet goed kon uitspreken, maar Doug vermoedt, zo vertelde hij in Schoten, dat hij Doug op die manier ene eigen naam gaf, als was hij de zoon, die Smith gewenst had maar nooit kreeg. Harmonica Smith was een bluesreus, maar in zijn leefomgeving was hij gewoon ‘één van de hunnen’, kon hij in anonimiteit een eenvoudig bestaan leiden.

Doug is zelf afkomstig van New York, maar zijn affiniteit met het diepe zuiden heeft gemaakt dat hij al jaar en dag in Memphis woont, niet ver van de Mississippi.

Doug presenteerde ons ‘A Soul To Claim’, de meest recente uit een hele lange rij platen sinds 1984, solo of met anderen, want Doug is beslist geen lone wolf. Een speellijst stelt hij nooit op. Hij heeft een blad mee met een aantal songtitels op die hij tijdens een bepaalde tournee zou kunnen spelen en lukraak kiest hij daar dan uit. De mood van het moment beslist. Ook dat maakt elk optreden uniek. Deze nieuwe cd is als vanouds van kant tot kant gevuld met straffe verhalen en filosofische mijmeringen, resultaat van rake observatie, gepend is een vaardige taal die de bluestaal goed reflecteert.

Dat talent bezat hij van in zijn vroegste dagen, zoals ‘Horse With No Rider’ bewees, een song uit zijn begintijd bij het legendarische Hightone label bij de knotsgekke Bruce M. Bromberg, over wie hij pittige verhalen vertelt. Dat de man smoorrijk werd door voor en met Robert Cray de hit ‘Smoking Gun’ te pennen, is slechts één story, maar vormt een rode draad in een hele resem hilarische bedenkingen. De ontstaansgeschiedenis van het aanstekelijke ’Smokey Nights And Faded Blues’ van de nieuwe plaat geeft een inkijk in hoe mensen als Doug te werk gaan. Dat we daarbij topproducer Jim Gaines leren kennen, is meegenomen: de man werkte met Huey Lewis & The News, Santana, Stevie Ray Vaughan… en ook onze Doug.

Oud naast nieuw: ‘Roll Like A River’ is zo’n song die hem al heel zijn leven gezelschap houdt. In al zijn eenvoud is het een aangrijpend lied. Je vraagt je af waarom je hier stil van wordt. We vermoeden: pure schoonheid.. ‘Long Black Train’ schreef hij in 1984 samen met George ‘Harmonica’ Smith. Toen klonk het als een rocksong, maar het is wel degelijk een blues. Ook onder het meest recente werk vind je nieuwe prijsnummers, als de broeierige titelsong ‘A Soul To Claim’, hoe de duivel loert op onze ziel… maar niet altijd wint. Guitig is dan weer ‘Only Pörter At The Station’, dat ons allen een spiegel voorhoudt en waarin de acteerkunst van MacLeod de ‘helden’ van het verhaal tot leven brengt. ‘Be What You Is’ is een levensles in zakformaat. Het rolt allemaal zo lekker en soepel dat je vergeet met welke briljante techniek MacLeod ons dit allemaal voorschotelt, zowel wat de zang betreft als het akoestische gitaarspel, af en toe met bottleneck. Dank je wel, P-Nut!

In de songs kunnen we nog wel even rondsnuffelen, maar dat heeft niet veel zin, vermits hij steeds wat anders brengt… Op zijn story van zijn ‘ontdekking’ van… Duvel na, die hij telkens weer te berde brengt in het land van het bier! Die songs moet je maar ontdekken tijdens één van Dubbs hartverwarmende intieme optredens, verrijkende ervaringen die je weer verzoenen met het leven van elke dag. De helaas welbekende omstandigheden hebben gemaakt dat hij we het lang zonder zijn kunstenaarschap moesten stellen, maar het valt te hopen dat hij weer vaker onze streken aandoet. En volgende keer mag Moon ook meekomen!

Antoine Légat 27 06 22.    

P.S. Een uitgebreid portret van Doug vind je op deze blog n.a.v. zijn concert in Banana Peel Blues Club in Ruiselede op 5 mei 2014 (via de zoekfunctie)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

VANGELIS

Waar was u op 17 mei 1979? Wij weten het nog heel precies… al hadden we daarnet, om de juiste datum te kennen, de hulp nodig van de setlist die we online vonden. Maar wàt we toen deden, weten we nog heel precies, ook zonder het net. We waren in het immens lege Koninklijk Circus / Cirque Royal in Brussel aan het wachten op de persoon die we zouden interviewen. Dat hadden we aangevraagd zonder zwaarwichtig mediakanaal om de aanvraag te verrechtvaardigen, maar er bleek nu eenmaal niemand anders van de geschreven pers geïnteresseerd in een babbel, al zou die avond het Circus moeiteloos tot de nok gevuld geraken met fans van de Griek.

Vangelis Papathanassiou zou het succesvolle ‘China’ integraal uitvoeren., solo met al zijn elektronica (Vangèlis Papathanassíou… de klemtonen zijn zeer belangrijk in het Ellinikà en bij de ‘e’ schuif je best Antwerps uit, ‘è’ dus, niet ‘é’) We hebben daar heel laaang gewacht op ons interview, daar ergens op de derde of vierde rij, want de nationale zender was er wel om de man te vatten in beeld en geluid. Dat interview verliep blijkbaar niet naar wens, want toen Vangelis eindelijk onze richting uitkwam, kwam er nog stoom uit zijn neusgaten (we zouden daar later meer over horen, maar vermits we daar niet bij waren heeft dat hier geen enkel belang)

Zoals gewoonlijk hadden we die stekelige situatie helemaal niet goed ingeschat. Onze middelste naam was toen en is nu nog steeds ‘Naïef’. Voor hetzelfde geld waren we daar in situ afgeblaft geworden door een woeste hopliet. Vangelis bleek echter al snel, zodra de stoom om zijn neus was verdwenen, gecharmeerd door onze vragen. Die waren waren immers niet in curare en cobragif gedrenkt zoals hij dat zo vaak ondervond in vroege dagen, reden om (bijna) alle interviews af te wijzen… et pour cause! Die interviews werden uiteindelijk nog zeldzamer dan zijn concerten.

Bovendien bleken we de vragen voorbereid te hebben, stel je voor. Maar daar was een goeie reden voor: samen met mijn boezemvriend Patrick Colaert uit Brugge had ik me verdiept in het werk van de man uit Volos. We hadden en kenden van de man zowat alles wat tot dan toe verschenen was. Heel wat meer, ander en vaak ook veel beter werk dan van hem in brede kring bekend is.

Niet dat we die namiddag grote bekentenissen hebben afgedwongen, maar aan het eind hadden we toch genoeg stof om een gestoffeerd stuk te plegen. En er kon zelfs een brede lach af van onze bebaarde held, toen we hem een fles… ouzo cadeau deden. Onhandig geschenk voor een Helleen, maar… De Belgische eer was gered!

We zijn de heer Papathanassíou blijven volgen al hielden we dat wijselijk stil voor degenen die dachten dat de Griek enkel pompeuze stadionmuziek pleegde. Vangelis was op zijn gebied en op zijn eigen manier een hele grote.

Vangelis overleed op dinsdag 17 mei 2022.

Onze dierbare vriend Patrick Colaert overleed op maandag 23 mei 2022.

Twan.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

MARATHON – The Story, The Drama, The Vegetable (slight update)

Marathon – The Story, The Drama, The Vegetable.

About 38 km from Athens, amidst the silver olive trees, the black cypresses and the green vineyards, a twelve meter high hill rises up in the plain. This Soros stands at the exact point of contact between Athenians and Persians during the Battle of Marathon in September 490 BC and harbours the remains of the 192 hoplites (heavily armed but scarcely dressed foot soldiers) who lost their lives during this battle between David and Goliath.

The almighty Persian king Dareios (Darius) had something to settle with these Athenians. They had helped the Greek cities on the coast of Asia Minor, a region in the twilight between Grecity and the Persian mammoth, during the revolt of 499. The Athenians had burned down the mighty city of Sardes in Lydia and since that raid of utmost bravery, Darius had been wondering: ,,Who are those Athenians?” Before every meal a slave stood beside him and repeated time and again: ,,Sire, think about the Athenians…”

Well, that’s one hell of a grudge for ya. Who could withstand the powers of the Great King of Persia anyway? The Greeks hated him, not for being an exceptionally bad neighbour, but because they loathed the rule of one man, any one man, the Athenians having single handedly invented a thing called ,,democracy”, while this ruler could not even be approached by his own satraps (governors) without the degrading proskynesis, as the Greeks called it: throwing yourself down, flat out on the ground, not daring to look at the king while addressing him or hearing his orders.

So when Darius decided to go to Greece, it wasn’t for sightseeing. It wasn’t for conquering either, at least not the bulk of the country. His son Xerxes, upset by the defeat of his father, would one day have the intention to conquer and, maybe, destroy everything, but that’s another story, and that’s ten years later. In 492 a first mission of vengeance, led by the unfortunate Mardonios, had ended, far from its objective, with the destruction of almost the complete Persian fleet. So in 490 Darius sent the brilliant admiral Datis with Darius’ half brother Arthaphernes and the Greek traitor Hippias, an able commanding team for a formidable fleet and army.

The Athenians saw it coming. So they sent their best messenger, Pheidippides, to Sparta in search of aid. This runner didn’t mind the 300 km mainly mountainous stretch separating Greece’s two main cities (at that time and until the advent of Philippos II of Macedony and his son Alexander the Great, Greece was’t one country but a conglomerate of some 150 city states, only united by their language, mythology and the Olympic games, and quarreling most of the time) This Athens-Sparta run is still held yearly, but Pheidippides ran it in three days, and also ran back to Athens, if only with bad news.

The Spartans knew Darius’ grudge wasn’t on them, but grasped the seriousness of the situation. A religious event prevented them to send troops on the spot, but actually they did so, albeit after the battle. Their two thousand hoplites only came in to greet the Athenian dead in silence, but proved their worth ten years later, in 480 BC, at the Thermopyles where Leonidas and his 300 Spartans blocked the complete Persian army for several days, before succombing to the great number of enemies, being betrayed by a certain Ephialtes who showed the Persians the back entrance to the mountain trace (the word ,,ephialtis” still means ,,nightmare” in modern Greek and no one in present day Greece bears this traitor’s name… Remember Judas!)

Democracy went a long way in Athens. Thus even the army’s command changed daily, giving each of the polemarchs (army commanders) of the ten demes (a voting district, each made up from one part of the three different regions of Attica, the triangular peninsula whereupon Athens lies), alternatively the chance to prove themselves. The day of the battle the old and wise polemarch Kallimachos was in charge, but he cleverly decided to give the honour and the burden to the young, vital and very capable Miltiades, a stroke of genius in itself (see further!)

Meanwhile Athens mustered a poor 6000 hoplites (some sources say 9000, but this has to be compared with the Persian army consisting of some 100.000, some say 200.000 soldiers) was expecting support…But who would grant this? The other city states had decided not to interfere, understand: not to thread on the toes of the Persian king. They would await the result of the clash before deciding what to do next. But the small commune of Plataeae singularly and bravely sent some 600 (other sources say 1000) soldiers through the ravines of the Attic mountains, straight to the expected battle front.

Yes, the Athenians had a fairly good idea of where the Persians were going to land, exactly on the spot where fifty years before the then very young Hippias had landed with his father Peisistratos, who after this had succesfully taken power in Athens again, after a long exile. It was clear traitor Hippias was going to try to repeat the stunt. At least that was his firm intention.

The Athenians were guessing this. They knew that the region of Schiniàs, the tiny spot were the fleet was going to disembark, had pines on the beach but, much more importantly, was also covered with fields of fennel, a vegetable which is popular again in modern times. This variant called ,,marathon” or ,,maranthon” (also indicated with the same name in a few other regions of ancient Greece) had long and hard stalks which hamper horses and men alike in their movements (Moreover the fennel is said to contain a product that irritates horse feet … at least we read that somewhere long ago, but there’s little proof of this… In fact we have serious doubts) So Miltiades knew that the Persian cavalry could not operate as they would like to: it would come down to an infantry battle, wherein the Greeks were greatly superior.

Miltiades had a personal battle to wage. His father Kimon had been executed by…Peisistratos and his sons, amongst them, yes, him again, Hippias. Miltiades also knew… Darius personally, having fought under his command against the Scythes. He was convinced, though, that he would lose, a conviction probably shared by the rest of the world (if they had known), but still was prepared to give it a go. The Persians, although disturbed by their D-day problems, were lining up their troops, Miltiades and his men gave the impression not to care about any battle ahead. Instead of lining up, they were gathered loosely. It was a decoy. They were in fact readily armed and waiting for the order to attack.

The order came unexpectedly, at least for the enemy. The Athenians started their 1500 meter run, just like in the Olympic games, where this contest for hoplites was called the ,,dromos” (,,run”) There they were, charging, screaming, banging swords against shields, eyes and mouths wide open, oozing out a mixture of panic and exstacy… It must have been an impressive sight, but at first the Persians were not overwhelmed as is widely believed. Instead the Athenians were stopped and even driven back a little, completely according to Persian expectations. Bad hair day after all?

But then the peltastes (lightly armed and speedy foot soldiers) engulfed the Persians at both wings and this made the difference, as Lord Byron stated in his poetic account: ,,death in front, destruction in the rear: such was the scene”. Where the modern road now runs through Marathon the battle knew its fierce climax (at the present day chapel of Ayos Pandeleïmon) 6400 Persians died and also the 192 hoplites already mentioned, although most of these were killed while breaking through, running across the beach and trying to reach the Persian warships.

At that moment the Plataeans arrived, Stuka diving from the Charadra canyon (where now the magnificent and biggest marble dam in the world still hides), right into the plain. They charged straight into the Persian cavalry which could not be mounted properly, not only due to the fennel, but also due to the long yellow robes the Persian cavaleers wore (it was a bad idea to have these designed by Christian Dior!)

Meanwhile Kallimachos, the one who had passed on the command to Miltiades, had also arrived with an army of Athenian slaves, who had been promised freedom if they would help their masters out. Their thrust forced the Persians along the beach to the north. Having no faith in the happy end of the story and/or the Athenian promises, most of these slaves showed no fear whatsoever for their lives and perished, taking with them the lives of many enemies. Kallimachos died here too and so did most of the hoplites swimming towards the enemy ships, climbing on board and continuing the battle.

One of them was Kynegiros, brother of playwright Aischylos, who was going to write a moving tragedy on an episode of the wars, ,,The Persians”, in 472, with the veterans all present at the première, an emotional affair. Kynegiros had both hands chopped off. Still he kept on ,,fighting” on one of the Persian ,,longships” until he finally went down. The Persians had never seen such daring bravery and quickly lost all hope in ever winning from these combined Supermen, Spidermen, Batmen and Robins (Catwoman stayed at home)

The aftermath? Well, there’s a lot to tell. Miltiades offered his bronze helmet to Zeus in his temple at Olympia. The temple contained one of the seven ancient world wonders, namely the statue of Zeus by Phidias (he was the one who adorned the Parthenon with the famous bas reliefs and made the five meter high chryselephantine statue of Athena for that temple – because this statue Phidias was accused of embezzlment and he went into exile – in revenge he built a remerkably fine temple high in the Peloponnesian mountains at Vassè!) When this Zeus temple was excavated the helmet was found again, flattened by the debris of a fallen column, but still bearing his name. It’s now a show piece at the Museum in Olympia.

One Themistokles also survived the battle. As an ambitious politician he had seen Miltiades’ victory as a threat to his own career. The consequences of his jealousy would be devastating for the victor of the Battle of Marathon and at the same time would prove to be the life saver for Athens against Xerxes, ten years later at the sea battle of Salamis, where Themistokles’ carefully designed fleet and ambush worked wonders. But that’s another story, at least as baffling as this one.

Nowadays the Plataeans who lost their life at the battle are buried in several separate tumuli, on the very spot where they fell, and as they fell. You get the key in the small Museum of Marathon and visit the graves by foot. Inside you walk over the skeletons of men and horses, lying under glass and illuminated by spots. But watch out for the snakes that wander round the tumuli, happily more afraid of humans than vice versa: we have had this unnerving experience!

But one of the most memorable facts is this: after the battle, which could and even should have been lost, one Athenian hoplite ran euphorically from the spot where the Soros (the hill monument or tumulus mentioned at the beginning of this piece) would later be erected, all the way to Athens to report the news of the victory. The identity of the man is unknown. Some sources state it was Pheidippides, but he was the one who ran to and from Sparta and there’s no evidence that he did ALL the Athens express mail. Other sources (and not the least: Plutarch and Lucian) call him Diómedon, but that’s much later on and there’s no source inbetween to corroborate this.

Anyway, this runner went over the Pendèli mountain along a rough road we still know nowadays, some 37/38 km to the centre of Athens. Having arrived there he had just the strength to shout ,,Nenikèkamen!” (,,We have won!”) before dropping dead. It was indeed a drop dead news, but the man shouldn’t have taken this literally. They say it was a sunstroke. Others call it an early case of Nefos, the smog cloud that hangs over modern Athens and has earned a proper life and ,,popularity” in newspaper cartoons and columns.

Although the story is still uncertain, there was the idea to add a ,,Marathon” to the first modern Olympic games in Athens in 1896. Taking another route than the probable one, they found out this run would have had a length of 48 km, which was rightfully considered to be too much. A slightly shorter distance was agreed upon and the legendary Spyridon Louis (a water bearer by profession, in thirsty Greece a highly respected job!) won the first and only Greek gold medal in athletics in 1896! He performed the race in a stunning 2:58:50 on a regime of wine, milk, beer, orange juice and, no kidding…easter eggs, these last at the time not yet considered to be forbidden stimulating products.

The modern distance of 42 km and 195 m was first accepted at the fourth modern Olympics of 1908 in London. The theoretical distance of 25 miles was increased to 26 miles and the exact, practical distance was measured between Windsor Castle and the royal tribune at the finish line. This was to be the official length, but only from 1920 on, at the Olympics of Antwerp, Belgium.

One more detail: to commemorate the victory the Athenians made several monuments, one of the most impressive of these being the Stoa Poikilè or ,,Many Coloured” Columnated Gallery in the city, so called because of the colourful wall paintings by Polygnotos. This stoa was only rediscovered when the Athenian metro was built and part of it is still under the road along the Agora (,,market place”) of Athens.

We think eating fennel will never be the same for you again, dear reader!

Antoine Légat (May 21st 2009)

PS I admit having used several sources to write this piece, not in the least the brilliant recount of the facts to be found in still the best guide for Greece, despite the latest edition of this book being more than 40 years old already: Scholte’s Griekenland, by Henrik SCHOLTE, edited by Allert de Lange. Still no Greece lover knowing Dutch can do without!!!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXIV’

LOOKING BACK XXIV. 1/ The Sexual Loneliness Of Jesus Christ (Jackie LEVEN, cd Creatures Of Light & Darkness/Straight Outta Caledonia; 2001/2021) 2/ Scooby Snacks (FUN LOVIN’ CRIMINALS, cd Come Find Yourself; 1996) 3/ The Green Manalishi (With The Two Prong Crown) (FLEETWOOD MAC; single 1970) 4/ I See The Rain (THE MARMALADE, LP There’s A Lot Of It About, 1968) 5/ To Live Is To Fly (JW ROY & THE ROYAL FAMILY, cd A Room Full Of Strangers; 2017; comp. John VAN ZANDT) 6/ Ooh Las Vegas (Gram PARSONS, LP Grievous Angel; 1974) 7/ Life’s What You Make It (JOAN AS POLICE WOMAN, cd Cover Two; 2020; comp. Mark HOLLIS – Tim FRIESE-GREENE) 8/ Straight Outta Caledonia (Jackie LEVEN) 9/ We Have All The Time In The World (FUN LOVIN’ CRIMINALS) 10/ All Of My Dreams (JW ROY & THE ROYAL FAMILY; comp. Roel SPANJERS) 11/ Reflections Of My Life (THE MARMALADE) 12/ In My Hour Of Darkness (Gram PARSONS) 13/ Mbube (Mimoweh/The Lion Sleeps Tonight) (KRONOS QUARTET, cd Long Time Passing: KRONOS QUARTET And  Friends Celebrate Pete SEEGER; 2020; comp. Solomon LINDA, 1939) 14/ There Must Be An Angel (Playing With My Heart) (EURYTHMICS; LP Be Yourself Tonight; 1985; harp solo Stevie WONDER) 15/ Single Father (Jackie LEVEN, cd Defending Ancient Springs; 2000) 16/ The Grave And The Constant (FUN LOVIN’ CRIMINALS) 17/ Love Hurts (Gram PARSONS; comp. Diadorius BOUDLEAUX BRYANT) 18/ Une nuit sur son épaule (Véronique SANSON & Marc LAVOINE, cd Sanson comme ils s’imaginent; 1995) 19/ We’re Still Here (JW ROY & THE ROYAL FAMILY; comp./duet JW  ROY & Ilse DE LANGE) (04/05 04 22)

Even, bij de start van de ‘LOOKING BACK’-serie, heb ik eraan gedacht om meer lijn te leggen in de verschillende volumes, maar met elk nieuw deel liet ik de idee verder en verder varen. Nu is de ‘LB’-reeks een mixed bag, geleid door het toeval. Het is wel de bedoeling om, zodra het kan, ‘opnieuw’ te beginnen en er een mooi overzicht van te maken van een deel van de muziekjes die mijn leven al sinds december 1967 beheersen. Maar niets dringt. Sommige volumes hebben zelfs geen herwerking nodig. Ik denk aan ‘LOOKING BACK X’, een collectie die er louter kwam als reactie op de eeuwige vraag ‘…en welke liedjes vind je nu de mooiste?’ Een onmogelijk te beantwoorden kwestie, natuurlijk. Maar ‘X’ werd een ad hoc excursie in mijn zachte sector, tijdsgebonden. Opnieuw geen plan of systematiek.

Intussen zijn we aanbeland bij ‘LOOKING BACK XXIV’, maar dat is niet het 24e volume want er waren nogal wat ‘LB’’s die ‘anders’ genummerd werden (Er was een ‘I BIS’ die ‘LOOKING BACK I’ spiegelde, d.w.z. zelfde artiesten in dezelfde volgorde, maar met andere songs; er was een ‘LB  XXL’, diverse ‘ALT’ versies van de originelen, o.a. van ‘XXII’ en ‘XXIII’, enz.)

Deze verzameling heeft enkele richtpunten, wat de verscheidenheid alleen maar groter maakt. Bij ‘gewone’ compilaties kan je dat aanvoelen als een nadeel. Gekapt stro, zo’n breuklijnen, laveren tussen de Gentse tramsporen… Alle begrip voor. Toch kan je ze soms niet vermijden, die grilligheid, want de bedoeling is nooit er een gestroomlijnde collectie van te maken, zoals een vlot weg luisterend radioprogramma, maar het is dan wel de intentie de nog platen kopende vrienden een overzicht te bieden van wat we nieuw aankregen, een staalkaart van het aanbod.

Bij een ‘LOOKING BACK’ speelt dat niet, tenzij men het bewust wil vermijden. Op ‘XXIV’ vindt men de enigszins enigmatische maar hoog getalenteerde Schotse singer-songwriter Jackie Leven, de al even Schotse popband The Marmalade, tijdgenoten van The Beatles, de grappige en speelse Fun Lovin’ Criminals, Nederlands singer-songwriter J.W. Roy, en de veel te jong (26) overleden alt.country legende Gram Parsons. U hoort en passant de toen nog piepjonge vriendin van Gram, Emmylou Harris.

Zij maken de dienst uit, met bijrollen voor met een paar eenzaten: Fleetwood Mac (de fantastische laatste single van de oorspronkelijke groep: Peter Green verliet hierna kwansuis de band, begin van de langzame dood van de briljante band… De latere heropstanding, ‘Rumours‘ weet u wel, had ook grootse momenten, maar de échte FM is die van PG en in mindere mate Jeremy Spencer en Danny Kirwan, sorry…) Verder is er cover van één der klassesongs van Talk Talk door Joan As Police Woman, de nom de plume van Joan Wasser, ooit lief van Jeff Buckley, tot aan zijn tragische dood, en nog lid van Antony And The Johnsons, t.t.v. het baanbrekende ‘I Am A Bird Now’, zelf een uitstekende rock singer-songwriter (Eat you heart out, Courtney Love!) en tegenwoordig een driftige vertolkster van andermans parels.

Tenslotte voegden we er  Eurythmics en Véronique Sanson aan toe. We bekennen dat het nummer van Dave Stewart & Annie Lennox er vooral staat omwille van de fenomenale (veel te korte) uithalen van Stevie Wonder op zijn wonderharp (we krijgen er niet genoeg van) Sanson had altijd fijne liedjes, maar ‘Une nuit sur son épaule’ gaf ons indertijd (en nu nog) goose bumps, ook in dit duet met zanger, tekstschrijver en acteur Marc Lavoine. Niet ongewoon op een plaat met haar beste werk in allerlei duetten…

Natuurlijk kunnen we over al deze songs en artiesten uitweiden, maar dat is uilen naar Athene en water naar de zee dragen: u vindt alles op de erkende sites, in het lang en ook nog eens in het breed. U bent intussen al volop aan het genieten, horen we. Goed zo! (deze commentaren beëindigd op 23 05 22)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen