RENEGADE, Renegade (=Sharon SHANNON, Mike McGOLDRICK, Dezi DONNELLY & Jim MURRAY)

RENEGADE –
SHARON SHANNON
Sharon Shannon uit Country Clare is een bijzonder vaardige instrumentaliste, die zowel knopaccordeon als diatonisch accordeon (melodeon) beheerst, en daarenboven ook uitmunt op viool en tin whistle. Dat weten de andere traditionele muzikanten van Ierland maar al te goed (vragen aan Dónal Lunny of Christy Moore!), maar ze werd ook aangehaald door grote internationale sterren. Ze was een tijd lid van The Waterboys, maar speelde in diverse combinaties en projecten ook met Steve Earle, Carlos Nuñez, (dub)reggaegitarist en – producer Dennis Bovell, Nigel Kennedy, Sinéad O’Connor, Jackson Browne, Belinda Carlisle, John Prine, de lijst is eindeloos… Niet wars van het experiment, bleef ze toch vooral trouw aan haar folk roots. In 2005 was er ‘Tunes’, een samenwerking met o.a. fluitist Mike McGoldrick en gitarist en bassist Jim Murray. Met die twee plus violist Dezi Donnelly vormde ze Renegade. Het project kreeg, geholpen door een ongelukkig toeval, tijd om te rijpen en op de koop toe deden heel wat gasten hun ding. Dat resulteerde in 2007 in ‘Renegade’, superieure folk met veel extra’s. Dat hoor je bij voorbeeld in de spetterende opener ‘The Maid Behind The Bar’ en in het gestroomlijnde arrangement van single ‘Got A Hold Of Me’. [Mick zingt een breekbaar ‘First Time Ever I Saw Your Face’, voor hem een… first time.] Slechts één ding spijtig: dat hier geen opvolger aan gebreid werd… (Antoine Légat)
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

NA LÚA, As Fases de Na Lúa (20 Anos de Historia – 18 grandes Cancións).

NA LÚA, As Fases de Na Lúa (20 Anos de Historia – 18 grandes Cancións).

Voor Folkcorner Den Appel geschreven

‘De Maanstanden’, wat een toepasselijke naam voor een verzamel-cd van een groep die ‘De Maan’ heet! Na Lúa werd gevormd in 1980, toen Xose Ramon Paz Antón (zang, gitaar, bouzouki, percussie,…) besloot om de traditionele muziek van Galicië (Noordwest Spanje) een frisse en smaakvolle insteek te geven via de muzikale verworvenheden van zowat de hele wereld. Hij vond een partner in crime in Anton Rodriguez, zanger en bedreven op dwarsfluit, soprano, gaita (doedelzak), charrasco (metalen belletjes in vrije vorm op een houten staak plus een trommelstok) en al even trouwe gezellen bleken Candido Lorenzo (klarinet, whistle, gaita…), Xabier Debesa (zang, accordeon, gitaar, percussie…), Ricardo Pereiro (bas) en Xabier Camba (drums, percussie) Tot 1985 maakte ook de populaire zangeres Uxía deel uit van Na Lúa (we boden in maart nog haar prachtige ‘Meu Canto’ aan in de 9×9!) Naar aanleiding van het twintigjarige bestaan (1980-2000) presenteerde Na Lúa een loopbaanoverzicht met achttien van levensvreugde sprankelende liederen, ‘As Fases de Na Lúa’ zoals de heerlijke openende instrumental ‘Dublin-Coimbra’. De commentaren zijn uitsluitend in het Galicisch, maar die heb je niet nodig om hier met volle teugen van te genieten.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Best Records Of All Time’ (tromgeroffel, bazuingeschal)

Best Records Of All Time

Tegenwoordig vraagt men me op Facebook geregeld, nu zelfs zowat dagelijks, om, zoals zovelen, mijn muzikale wansmaak te verkondigen via nummers, platenhoezen of een streep uitleg. Natuurlijk is een mens vereerd met zoveel welgemeende belangstelling! En we lezen de lijstjes van een ander met veel plezier en waardering. Leerrijk bovendien! Maar de overdaad aan verzoeken dreigt het reguliere schrijfwerk, al zeer beknot door de beperkte beschikbaarheid van deze PC (telewerk huisgenoten), onder druk te zetten. Daarom één lijstje dat alle behoeften zou moeten dekken, in de hoop dat we later beter kunnen beantwoorden aan de verwachtingen, dat kan altijd (‘zeg altijd altijd’)

Let wel: het gaat niet om ‘de beste’ plaat, al zijn het stuk voor stuk kanjers in mijn ogen. Maar elke keuze is per definitie niet fair tegenover zovele andere ‘beste’ LP’s/cd’s. Hier horen immers honderden platen. Soms past hier zelfs een groot deel van het oeuvre van die artiest, bvb. van Stevie Wonder, de Kinks, Jimi Hendrix, Warren Zevon, Frank Zappa, The Band, John Prine en Steely Dan! Om de lijst nog enigszins in te perken, voegden we er een tweede voorwaarde aan toe: de betreffende schijven mochten (maar moesten niet) een emotionele impact gehad hebben of nog hebben, binnen en/of buiten de muzikale context. Bij voorbeeld: ‘Mule Variations’ is niet enkel een topper van Tom Waits, van het niveau van pakweg ‘Nighthawks At The Diner’, ‘Small Change’, ‘Blue Valentine’, ‘Heartattack And Vine’, ‘Swordfishtrombones’ of ‘Raindogs’, maar de plaat kwam op een scharnier-/kantelmoment in mijn leven. Als we veel tijd hebben, maken we van de lijst en van de uitleg errond werk.

De lijst moet nog aangevuld, vooral met platen na 2000…

Hopelijk volstaat dit om aan de nominaties nog min of meer te voldoen… Captatio benevolentiae, zo d’ouden zongen!

 

Astral Weeks (Van MORRISON, 1968)

The Band (THE BAND, 1969)

John Prine (John PRINE, 1971)

Hunky Dory (David BOWIE, 1971/2)

Innervisions (Stevie WONDER; 1973)

Rock Bottom (Robert WYATT, 1973)

The Wild, The Innocent And The E Street Shuffle (Bruce SPRINGSTEEN, 1973)

Berlin (Lou REED, 1974)

Good Old Boys (Randy NEWMAN, 1974)

Electrif Lycanthrope (LITTLE FEAT, 1974/2000/2014)

Blood On The Tracks (Bob DYLAN, 1975)

Warren Zevon (1976)

The Royal Scam (STEELY DAN, 1976)

Punch The Clock (Elvis COSTELLO, 1983)

So (Peter GABRIEL, 1986)

Acadie (Daniel LANOIS, 1989)

Triage (David BAERWALD, 1992)

Grace (Jeff BUCKLEY, 1994)

White Ladder (David GRAY, 1998)

Mule Variations (Tom WAITS, 1999)

Midwest (Adam James SORENSEN, 2012)

 

(Work in progress!)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

THE ROLLS, Happy

Artikel te vinden op http://www.rootstime.be (met clips van het Bukowski programma)

 

THE ROLLS, Happy.

Happy’ zijn we zeker met de nieuwe, eerste cd van The Rolls. Maar wie deze band rond Dirk Dhaenens, alias Derek, (ja, onder veel meer van Derek & The Dirt en Derek & Vis), gevolgd heeft in de loop van de afgelopen twee jaar zal wellicht vreemd opkijken van de songkeuze. The Rolls zijn namelijk gestart als platform voor de songs die Derek geschreven had rond de poëzie van Charles Bukowski, één van zijn ultieme literaire helden (naast Bob Dylan en Arthur Rimbaud) Van het concert van 8 december 2018 in Arscene te Hansbeke schreven we een omstandig verslag in dit Rootstime (https://www.rootstime.be/index.html?https://www.rootstime.be/LIVE/DEC2018/THE%20ROLLS.html) We besloten dat het ‘een meeslepend en uitbundig rock-pur-sang optreden’ was ‘als eerbetoon aan een boeiende, bonte, even onthutsende als innemende persoonlijkheid, een duidelijk nog ondergewaardeerde man’. Dat laatste was geen conclusie op basis van onze quasi onbestaande literaire kennis, maar wel dankzij de humorvolle duiding die Derek tijdens het concert meegaf. En er valt wat te duiden bij deze kleurrijke figuur.

Achteraf zagen we The Rolls nog vele keren (het adjectief ‘verslavend’ komt in deze context nog net niet van pas) en het repertoire (met slechts één eigen tekst van Derek) was ons (en een aantal verstokte fans) al bijzonder vertrouwd. Er werd zelfs gewed welke de al lang verdiende wereldhit zou opleveren die The Rolls een ster in de Rock-‘n-roll Hall of Fame zou opleveren. Maar zoals dat in sprookjes gaat, kwam er een opdoffer om de hoek piepen. Geen boze heks, geen giftige appel, zelfs geen sars-CoV-2 (die boosaardige zeemijn die COVID-19 veroorzaakt) staken stokken in de wielen. Wel de erven Bukowski. Na elk optreden peilden we naar de stand van zaken, want die nazaten reageerden niet op de ontelbare pogingen die Dirk ondernam om toestemming te geven de getoonzette gedichten uit te brengen als cd.

Live vormt dat geen probleem, en bovendien kunnen opnames vooralsnog probleemloos terecht op YouTube, zoals met meerdere songs al het geval was (https://www.youtube.com/watch?v=0kr7x3z2L8Y; https://www.youtube.com/watch?v=i4YRyotl_PE; https://www.youtube.com/watch?v=GberSLrYVl0; https://www.youtube.com/watch?v=A68Ztdrdxic: ‘Today is Blue’, dit is een tekst die Dirk schreef over Bukowski) Dirk was het finaal beu om op deuren te bonken die toch niet opengingen. Dirk had totaal geen commerciële bijbedoelingen en wilde enkel de songs en de poëzie delen, en dat kan zo ook, dus dan maar geen cd.

Wat ‘Happy’ betreft, het gaat om twaalf eigen nummers die behoorlijk autobiografisch zijn. Dirk: ‘Deze nummers had ik in eerste instantie niet geschreven om ze met The Rolls op te nemen, maar gewoon voor een nieuwe Derek-plaat.’ Hij stelde de andere Rolls voor om die songs met hen op te nemen. Herhaaldelijk vroeg Derek of de anderen het OK vonden dat de opnames ook onder de groepsnaam uitkwamen, omdat de nieuwe songs stilistisch (en inhoudelijk) nogal verschillen van het rock en rollend materieel van The Rolls. Die anderen, ervaren ratten Bruno Deneckere (sologitaar; achtergrond), Mario Vermandel (bas) en Tony Gyselinck (drums), bleken enthousiast, niet verwonderlijk: Bruno en Mario spelen al bijzonder lang met Derek (zang; gitaren), in allerlei combinaties en formaties. Tony integreerde moeiteloos (Tony en Mario vormden al eens de ritmesectie van het Braziliaanse bossa novaproject Aqui vem o Sol van pianist Johan Sabbe)

Het is moeilijk om niet de cohesie op te merken van The Rolls in hun geheel: alles wel beschouwd waren ze de ideale begeleiding voor ‘Happy’. Live zullen ze de nummers van de cd en van het Bukowski-programma door mekaar brengen. Dat hebben we, gezien de buitengewone omstandigheden, vanzelfsprekend nog niet gehoord. The Rolls zelf ook niet, tenzij tijdens repetities, eind verleden jaar… De lockdown (vergrendeling in het goed AN) houdt ons nog ‘even’ in de greep. De opnames waren gelukkig al gebeurd.  ‘Happy’ werd live ingeblikt in Gent op twee locaties (Room 13 en Studio Ledeberg) in oktober 2019. Er waren enkel een handvol overdubs van keyboards (technicus Peter Desmedt en zoon Vito Dhaenens) en twee akoestische gitaarpartijtjes daargelaten.

De songs van ‘Happy’ hebben voor een flink stuk betrekking op Dirks kinderen: ‘My Beautiful Boy’ verwijst naar Vito, ‘Girls Ain’t Easy’ naar zijn dochters Mila en Ciska (die in twee andere songs de backings doen), in ‘Family Of Love’ komen ze alle drie ter sprake. De cd-titel komt trouwens uit ‘Family Of Love’. ‘Warm Dad’ is zelfs een duet: Dirk en Vito bewieroken mekaar, een aandoenlijke wederzijdse ode, die zowat het ‘centerpiece’, het kernstuk van de cd vormt. In ‘Dreamgirl’ en het van een hemels refrein voorziene ‘Sleep With You’ komt de rest van de familie Dhaenens aan bod… veronderstellen we toch. Mama is ook aangesproken in ‘In Your Hallelujah’, het voor ons knapste nummer van de cd, het dichtst ook bij het Bukowski repertoire.

In ‘The Law Of Love‘ spreekt Dirk zichzelf aan en ja, de kids komen weer te berde. ‘Barefoot Baby’, een ander prijsbeest van ‘Happy’, is dan weer een hint naar een gewoonte van Dirk, iets met schoenen en voeten: de hoes refereert ernaar. De andere songs, het erg geslaagde Dylaneske ‘Tears In My Heart’, ‘You And I’ en ‘Til We Did’ exploreren de relaties die leven en spelen in een, heu, relatie. Het autobiografische krijgt hier een universeel karakter.

En de band? Die rolde intussen voort. De ritmesectie, daar kan je geen speld tussen krijgen: topklasse. Het moet ons wel van het hart dat het altijd weer een beetje ongewoon aandoet om Bruno Deneckere in een zuiver dienstbare rol te horen (dat is ook zo wennen op HT Roberts platen), maar zijn koortjes zijn er boenk op en zijn gitaarpartijen steken niet zelden af tegen de voorgekauwde solo’s die je tegenwoordig alom hoort. Bruno voelt zich duidelijk goed ‘under the eaves’…

Dat je van ‘Happy’ happy wordt is een woordspeling die we ons NOOIT zouden permitteren. Maar het is wel Nu we in deze crisismomenten worden aangemaand om lokaal te denken en te kopen, is ‘Happy’ een te overwegen keus. Toch blijven we tevens hopen, en vurig, op een mirakel, dat de erven Charles Bukowski teken van leven geven, én de toelating verlenen om de gedichten van hun wereldwijd bewonderde familielid op geluidsdrager te zetten. Dan pas zouden we helemaal happy zijn!
Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘MIND’

MIND. 1/ Cactused (WIRE, cd Mind Hive) 2/ Killer’s Mind (PORTLAND, cd Your Colours Will Stain) 3/ In Your Hallelujah (THE ROLLS, cd Happy) 4/ Look Up Child (Lauren DAIGLE, cd Look Up Child) 5/ Dig A Ditch (MILLIONAIRE, cd APPLZ ≠ APPLZ) 6/ Raise Well (Luke SITAL-SINGH, cd A Golden State) 7/ Ketamine (Mark LANEGAN, cd Straight Songs Of Sorrow) 8/ Man Without A Soul (Lucinda WILLIAMS, cd Good Souls Better Angels) 9/ Ally Ally (PORTLAND) 10/ Sleep With You (THE ROLLS) 11/ There’s A Heart Riot Going On (MILLIONAIRE) 12/ Oklahoma (WIRE) 13/ Almost Gone OR The Last Day (Luke SITAL-SINGH) 14/ Ballad Of A Dying Rover (Mark LANEGAN) 15/ Shadows & Doubts (Lucinda WILLIAMS) 16/ Barefoot Baby (THE ROLLS) 17/ Mathilda (PORTLAND) 18/ Lover (Luke SITAL-SINGH) 19/ St Cloud (Neal CASAL, cd Basement Dreams; 2001) 20/ Losing My Religion (Lauren DAIGLE) (14 05 20)

‘MIND’ vond zijn titel bij de twee eerste tracks van deze compilatie: ‘Cactused’ komt namelijk uit ‘Mind Hive’ van Wire, het excellente zeventiende album al van deze in 1976 opgerichte Britse avant-garde rockband, en ‘Killer’s Mind’ is een track uit het debuut ‘Your Colours Will Stain’ van het Belgische Portland, band rond zanger-gitarist Jente Pironet en toetsenvrouw Sarah Pepels. Al waren er nog veel meer valabele kandidaten, van ‘Mind Hive’ voegden we enkel nog ‘Oklahoma’ toe, dat bassist Graham Lewis schreef. Die was trouwens al aanwezig op het legendarische eerste album ‘Pink Flag’ (1977) toen nog onder de naam Lewis. Later kwam er zijn voornaam bij, maar Lewis bleef hangen als naam. De andere songs van ‘Mind Hive’ zijn van Colin Newman (muziek) en Graham Lewis (lyrics) Van twee songs schreef Newman ook de tekst: er verandert weinig in het universum van Wire, van wie we het eveneens legendarisch optreden in de Beursschouwburg mochten meebeleven: het was een nieuwe kilheid maar dan van die aard dat ze ons van de sokken blies (4 februari 1979)! Dank, Marc Didden, voor het voorafgaandelijke geschenk van ‘Pink Flag’ en ‘Chairs Missing’ (1978) Intussen is dat ruim veertig jaar geleden. Tempus fugit, hora ruit, ultima necat, zeiden de ouden daarover…

Portland (het Belgische Portland wel te verstaan, want er zijn er nog buiten ons land) is een stuk jonger: opgericht in 2014, werden ze finalist in Humo’s Rock Rally in 2016 en laureaat van De Nieuwe Lichting in 2018. De groep rond zanger-gitarist Jente Pironet en toetsenvrouw en zangeres Sarah Pepels had intussen wat tegenwoordig het equivalent van ‘hits’ is, die je weervindt op een dijk van een debuutplaat, ‘Your Colours Will Stain’, maar in plaats van de bekende songs ‘Lucky Clover’ en ‘Pouring Rain’ nog eens te plaatsen (zinloos in de context van verzamelingen als deze), leek het boeiend nummers te kiezen die andere kanten van Portland belichten. Het blijft een onvermijdelijk beperkte keuze. U hoort deze te kennen, zeker in tijden waarin lokaal talent opgewaardeerd moet worden!

Nog lokaal en vol talent zijn The Rolls, het kwartet rond veteraan Derek. Die hebben in deze vorm ene eerste cd, ‘Happy’, maar van de ontstaansgeschiedenis zou een mens minder happy worden. Zo niet Derek! Dit schreven we erover in Rootstime (zie aldaar, http://www.rootstime.be): ‘Wie deze band rond Dirk Dhaenens, alias Derek, (ja, onder veel meer van Derek & The Dirt en Derek & Vis), gevolgd heeft in de loop van de afgelopen twee jaar zal wellicht vreemd opkijken van de songkeuze. The Rolls zijn namelijk gestart als platform voor de songs die Derek geschreven had rond de poëzie van Charles Bukowski, één van zijn ultieme literaire helden (naast Bob Dylan en Arthur Rimbaud) Van het concert van 8 december 2018 in Arscene te Hansbeke schreven we een omstandig verslag in dit Rootstime. We besloten dat het ‘een meeslepend en uitbundig rock-pur-sang optreden’ was ‘als eerbetoon aan een boeiende, bonte, even onthutsende als innemende persoonlijkheid, een duidelijk nog ondergewaardeerde man’… Achteraf zagen we The Rolls nog vele keren (het adjectief ‘verslavend’ komt in deze context nog net niet van pas) en het repertoire (met slechts één eigen tekst van Derek) was ons (en een aantal verstokte fans) al bijzonder vertrouwd. Er werd zelfs gewed welke de al lang verdiende wereldhit zou opleveren die The Rolls een ster in de Rock-‘n-roll Hall of Fame zou opleveren.

Maar zoals dat in sprookjes gaat, kwam er een opdoffer om de hoek piepen. Geen boze heks, geen giftige appel, zelfs geen sars-CoV-2 (die boosaardige zeemijn die COVID-19 veroorzaakt) staken stokken in de wielen. Wel de erven Bukowski. Na elk optreden peilden we naar de stand van zaken, want die nazaten reageerden niet op de ontelbare pogingen die Dirk ondernam om toestemming te geven de getoonzette gedichten uit te brengen als cd… Dirk was het finaal beu om op deuren te bonken die toch niet opengingen. Dirk had totaal geen commerciële bijbedoelingen en wilde enkel de songs en de poëzie delen, en dat kan zo ook, dus dan maar geen cd.

Wat ‘Happy’ betreft, het gaat om twaalf eigen nummers die behoorlijk autobiografisch zijn. Dirk: ‘Deze nummers had ik in eerste instantie niet geschreven om ze met The Rolls op te nemen, maar gewoon voor een nieuwe Derek-plaat.’ Hij stelde de andere Rolls voor om die songs met hen op te nemen… De nieuwe songs verschillen stilistisch (en inhoudelijk) nogal van het rock en rollend materieel van The Rolls. Ervaren ratten Bruno Deneckere (sologitaar; achtergrond), Mario Vermandel (bas) en Tony Gyselinck (drums), bleken enthousiast over de koersverandering…. Bruno en Mario spelen al bijzonder lang met Derek (zang; gitaren), in allerlei combinaties en formaties. Tony integreerde moeiteloos… ‘ De songs van ‘Happy’ hebben bijna alle betrekking op Dirks gezinssituatie, voor een groot deel gaan ze over zijn kinderen. De hier opgenomen ‘In Your Hallelujah’ en ‘Sleep With You’ verwijzen naar zijn eega, ‘Barefoot Baby’ naar een bekende fetisj van Dirk. Het staat er allemaal in. Roll on, Rolls!

Het was lang stil rond Millionaire, de groep van ex-Evil Superstars gitarist Tim Vanhamel. Hij richtte die op in 1999 en in 2001 was er ‘Outside The Simian Flock’. Single ‘Champagne’ daaruit werd een hit (dat verschijnsel bestond toen nog) Het ging hard: een voorprogramma van Masters Of Reality werd opgemerkt door Josh Homme van Queens Of The Stone Age (gemeenzaam QOTSA genoemd) en dat zorgde voor supports bij QOTSA, Foo Fighters en Muse, geen pannenkoeken dus! Homme produceerde opvolger ‘Paradisiac’ (2005) Er gebeurde nog van alles (toer door de VS met het Taste Of Chaos festival), maar vanaf 2008 werd het toch vooral heel stil. In 2017 kwam er weer schot in de zaak via ‘Sciencing’ en nu is er ‘APPLZ ≠ APPLZ‘, een cd met songs die zoals gewoonlijk rijk zijn aan ideeën, die live(als dat er ooit nog van komt) vermoedelijk wel weer een potente metalen vertaling zullen krijgen, iets waar we absoluut niks op tegen hebben.

Luke Sital-Singh is een Britse singer-songwriter, blijkbaar gebaseerd in Londen. Zijn eerste EP kwam uit in 2012. Hij viel meteen op. Al snel kwamen songs van hem terecht in de ‘betere’ TV reeksen, zoals Suits, Grey’s Anatomy, The Wrong Mans, Frequency. Wij pikten zijn eerste album, ‘The Fire Inside’ op, zodra het uitkwam in 2014: de emoties in zijn songs matchen met de mood die we vaak in onze compilaties steken (of beter: terugvinden, want het is zo niet gepland) Ook ‘Time Is A Rddle’ (2017) hebben we met graagte geraadpleegd. Nu is, met enige vertraging ‘A Golden State‘ aan de beurt. Eind januari was ‘Killing Me’ (van ‘Time Is A Riddle’) nog te horen in de al sinds 1996 lopende BBC detectiveserie Silent Witness.

De Amerikaanse zanger, songschrijver en band leader Mark Lanegan met zijn zo herkenbare bariton is de rockfan maar al te goed bekend. We herinneren ons het dubbelconcert van zijn toenmalige band The Screaming Trees en van Alice In Chains. Hoewel de mensen daar in de Gentse Vooruit kwamen voor die laatste groep met de enigmatische zanger Layne Staley (1967-2002) was het Lanegan die de show stal met zijn bezwerende optreden. Waar bezige Mark in de loop der jaren allemaal mee bezig is geweest, valt op te zoeken, maar je zal bijzonder veel tijd nodig hebben om die rocklawine uit te pluizen: weinigen hebben zo’n staat van dienst opgebouwd. We citeren slechts een paar namen van lieden waar hij op één of andere wijze muzikaal mee te maken had, incluis enkele die hier al langs kwamen en/of op de compilatie staan (en daar hebben we totaal niet op aangestuurd: the law of numbers?): Kurt Cobain, Josh Homme en QOTSA, Pearl Jam, PJ Harvey, Isobel Campbell, Greg Dulli (Afghan Whigs) in The Gutter Twins, het boeiende Soulsavers en zelfs ‘onze’ Aldo Struyf (toetsenman van Millionaire, maar ook te koppelen aan Orange Black, Nemo, Vive La Fête, Creature With An Atom Brain, Dobberman met Tom Barman, en de laatste tijd frontman van het geweldige Crayon Sun) Mark Lanegan woonde een tijdje in bij Aldo, kwestie van af te kicken van heroïne.

Lanegan heeft een indrukwekkende reeks platen uitgebracht onder eigen naam, full cd’s maar ook singles en EP’s, geklasseerd als ‘solo’ of als Mark Lanegan Band. We citeren als de beste ‘Whiskey For The Holy Ghost’ (1994), ‘Bubblegum’ (2004), ‘Blues Funeral’ (2012), ‘Phantom Radio’ (2014), ‘Gargoyle’ (2017) en nu deze ‘Straight Songs Of Sorrows’. Persoonlijk denken we ook aan ‘Imitations’ (2013), door sommigen afgedaan als een minder cover album, maar door de aanpak en de keuze wel een boeiende trip (wie kiest er nu songs van Chelsea Wolfe en Gérard Manset? Lanegan dus!) De kenmerkende hypnotische drone vind je weer in de songs die we hier opnamen… Maar het hadden er meer kunnen en mogen zijn.

Lucinda Williams is hier ook een vaste waarde: de Amerikaanse rock, folk en country zangeres, songschrijfster en muzikante begon in onopvallend traditionele countrystijl, eind jaren zeventig, maar begon eind jaren tachtig op te vallen. Haar schrijfkwaliteiten leverde haar een eerste Grammy op in 1994 (eerste van drie tot hiertoe). In 1998 brengt ze ‘Car Wheels On A Gravel Road’ uit, album dat haar katapulteert naar de hoogste regionen van het singer-songwriten. Lucinda Williams neemt telkens de tijd voor het komende album en dat is tot hiertoe een goeie keuze gebleken. Ook ‘Good Angels Better Souls’ bevat een aantal songs die de eeuwigheid zullen trotseren, om het hoogdravend te zeggen.

Lauren Daigle is een ander paar mouwen. Nooit gedacht dat we songs zouden leentjeburen van iemand die behoort tot het gild van de ‘christian artists’, of beter: behoorde, want eind 2019 heeft ze dat predicaat afgezworen, nadat ze in die krengen, heu, kringen al in opspraak was gekomen omwille van haar verdediging van homoseksualiteit. Voilà, voor hen die denken dat samensteller dezes finaal de pedalen kwijt is. Ik vind overigens geen reden om deze of andere artiest te gaan boycotten omwille van ene overtuiging, die in wezen ‘het goede’ in de mens wil stimuleren (neonazi’s krijgen dus geen kans, maar een eerlijk christen of moslim is welkom) als er ten minste geen poging ondernomen wordt om iemand anders iets op te dringen (dat geld ook voor zaken buiten het religieuze) De songs van ‘Look Up Child’ zijn op geen enkel ogenblik storend, zoals de hier aanwezige songs overduidelijk bewijzen. Dat ze behoorlijk Adele klinken (maar dan aan de goeie zijde van Adele!) is te nemen of te laten. Slotsong ‘Losing My Religion’ is om meerdere redenen één van mijn lievelingssongs van het moment: melodie, arrangement, stemmenwerk en een pakkende tekst die Daigle ook zo weet te brengen. De songtitel hoeft trouwens helemaal niet te wijzen op ‘geloof’: dat was ook niet bij de gelijknamige song van R.E.M.! ‘Different looks like you’: die zin draag ik mee!

Toch sluiten we onze commentaren af met de voorlaatste song van het aanbod: ‘St Cloud’. Wij waren zo stom om Neal Casal (1968-2019) bij zijn Brusselse concert, omzeggens twintig jaar geleden, te vragen of die plaatsnaam iets te zien had met de Franse stad… Minzame Neal nam me die bijna-blunder niet kwalijk (ik leerde hem nog over het bestaan van die stad!) Op dat moment had hij ‘Basement Dreams’ uit, een prachtige plaat met niet minder dan 23 liedjes, vele heerlijke, haast klassieke songs. Het was al zijn vijfde plaat, nog lang voor zijn periode als gitarist bij The Cardinals, de band van Ryan Adams. In totaal bracht hij een dozijn soloplaten uit (hij speelde ook bij diverse bands), maar de laatste ‘Sweeten The Distance’ dateert al van 2011. We dreigden hem te vergeten, tot zijn zelfmoord op 26 augustus 2019. Iemand die hem ook in die laatste jaren volgde, wist te vertellen dat een stalker hem de dood injoeg, iets wat we niet kunnen bevestigen of ontkennen. Wat we wel beamen is dat Casal een straffe gitarist was, een verfijnd songschrijver en een hele lieve man. We dachten eraan ‘St Cloud’ hier te plaatsen omdat we bijzonder veel reactie kregen op onze eerder toevallige Facebook post: velen bleken Casal te ontdekken via dit pareltje, een dot van een gebroken hartlied: ‘You wouldn’t take me as your lover, and I know/There’s no way to recover the love that you’ve lost’. Been there, underwent that, Neal… (deze commentaren beëindigd op 26 05 20)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XVIII’

LOOKING BACK XVIII. 1/ A Secret Silken World (David BAERWALD, cd Triage; trompet Herb ALPERT; 1992/1993) 2/ Able (Gavin FRIDAY, cd catholic; 2011) 3/ Everything Is Broken (Ben SIDRAN, Dylan Different; 2009) 4/ Visions Of China (JAPAN, cd Tin Drum; 1981) 5/ New York, New York (Ryan ADAMS, cd Gold; 2001) 6/ Chain Of Fools (R.L. BURNSIDE, cd Wish I Was In Heaven Sitting Down; 2000) 7/ Finding Natalie (David HAERLE, cd Garden Of Edendale; 2018) 8/ Scattered Black And Whites (ELBOW, cd Asleep In The Back; 2001) 9/ Bella Ciao (Marc RIBOT with Tom WAITS, cd Songs Of Resistance 1942-2018) 10/ You Make Me Feel Drunk (JOY KILLS SORROW, cd Darkness Sure Becomes This City; 2010) 11/ Persian Love (Holger CZUKAY, cd Movies; 1979) 12/ Nothin ‘ Man (R.L. BURNSIDE) 13/ When You Had It All (THE MIKE DUKE PROJECT, cd … Took A While; 2019; recording: 1985) 14/ Golden Slumbers (ELBOW; The Best Of; 2017; comp.: LENNON-McCARTNEY; recording for the John Lewis Christmas Advert) 15/ Ether & Wood (Alela DIANE, cd Cusp; 2018) 16/ 1917 (David OLNEY, Through A Glass Darkly; 1999) 17/ Nightporter (JAPAN, cd Gentlemen Take Polaroids; 1980) (25 04 20)

Neen! We maken het de luisteraar niet gemakkelijk… Officieel is dit ‘LOOKING BACK VOLUME XVIII’ ofte ‘LB XVIII’, nummer 18 dus in onze wandelingen doorheen de grijze zone van ons persoonlijk muzikaal verleden. In werkelijkheid gaat het om 20 volumes, want naast ‘LB I’ was een ook een parallelle ‘LB Ibis’ en er kam al vroeg ook een ‘LB XXL’. Er was ook een spin-off, of satelliet, zo u wil, in de vorm van ‘ROCK’, compilatie die we trouwens later herwerkt hebben. Maar er is een belangrijker reden om te stellen dat we het u niet makkelijk maken, dat is de inhoud van dit kakelbont samenraapsel. In vorige volumes deden we doorgaans toch een poging om wat lijn te brengen in elk deel (al zouden we de ganse reeks opnieuw moeten samenstellen, gezien we pas nu het overzicht hebben en beter zien wat bij wat hoort…) Maar laten we ons focussen op ‘LB XVIII’. De opener was al meteen een bron van zorgen: we hebben de vorige volumes vele malen afgespeurd, omdat we het gevoel hadden dat we die song al eerder gebruikt hadden. Intussen zijn we zeker van niet. Haast zeker. In elk geval tijd om van de bijna 400 songs een alfabetische lijst te maken… Maar eens te meer was het niet de bedoeling een ‘best of’ te maken, of een catalogus van ‘niet te missen’ songs. Die zijn er al genoeg. Er zijn geen historische ambities, al schuilt achter zowat elke song een persoonlijk verhaal, zo persoonlijk dat we het achterste van onze tong niet altijd tonen.

Het begint al met de opener. We kenden bassist David Baerwald (singer-songwriter, bassist, multi-instrumentalist eigenlijk) als de helft van David & David (de andere was David Ricketts) dat met ‘Boomtown’ een steengoede (overigens énige) plaat maakte (die ook al op LB aan bod kwam), maar hadden nog niet vernomen dat de voorganger van ‘Triage’, ‘Bedtime Stories’ door Bruce Springsteen aanzien werd voor één der beste platen die hij kende/aller tijden (als The Boss het zegt…), iets wat we later hebben kunnen bevestigen: ‘Bedtime Stories’ schetst een romantisch maar donker en humorvol beeld van het grootsteedse Amerika (iemand schreef ‘In gebroeders Grimm stijl’) Opvolger ‘Triage’ zet dit voort, als een diptiek, maar in een bepaald…grimmige stijl, de humor nu ironie en sarcasme geworden, het proces van een onder Ronald Reagan verziekt Amerika. Het album kwam er ongeveer gelijktijdig als de Tuesday Music Club, die David stichtte met vriend producer Bill Bottrell, wat de drijvende kracht zou worden achter Sheryl Crow en haar waanzinnig succesvolle ‘Tuesday Night Music Club’ album.

We hebben in ons muziekleven zelden een schok ervaren als ‘Triage’. De hoes alleen al, bebloede handen, die het idee van ‘triage’ oproepen, term die we tegenwoordig kennen van COVID-19, maar die ons toen herinnerden aan de situatie van dokters en chirurgen, en hun pijnlijke keuzes, op de slagvelden van WOII, Korea en Vietnam. Een cd als een natte dweil, met volle kracht in je gezicht gesmeten, en muzikaal en tekstueel van een ongewone diepgang en perfectie. Op de hele plaat staat maar één echte sprankel hoop, maar het nummer staat strategisch laatst en maakt in één klap, zo niet alles goed, dan toch veel, als balsem op de etterende wonden van Amerika… en – zouden we het durven schrijven? – van iedere luisteraar: ‘Born For Love’ dat we in de soundtrack zetten bij onze dichtbundel ‘NAUS’. We hebben toen een vlammende kritiek geschreven op het album, analyse die jarenlang op Amazon heeft gestaan bij de cd-reviews. Elders hebben we het over andere songs van de cd gehad (we zetten ‘The Waiter’ en ‘The Got No Shotgun HydraHead Octopus Blues’ op een LB), daar komen dus hier niet op terug,

De opener van ‘LOOKING BACK XVIII’ is ‘Secret Silken World‘, dat ook ‘Triage’ meesterlijk inzet, een toppunt van heimelijke, of beter geheimzinnige, mysterieuze perversie, in zijde verhuld, en in die zin een soort programmaverklaring van de hele cd. Meer zeggen over de inhoud van de song berooft u van het ontdekken ervan. Maar we wijzen graag op een paar significante meer-dan-details, wat de muziek betreft: de alom aanwezige, kleurbepalende trompet van platenbaas Herb ‘This Guy’s In Love With You’ Alpert, de briljante persiflage op The Beach Boys, die precies op het juiste moment valt, in de kern van de het lied en de boodschap, de afgemeten zangstijl van Baerwald die de inhoud perfect onderstreept, de minutieus gesampelde geluidjes die eigenlijk de hele cd opduiken. ‘She said: ‘I never liked boys, I much prefer men’. She must have liked the way she said it. She said it again’ Een ragfijn kanten griezel, die ‘Secret Silken World’!

David Baerwald is ‘Triage’ komen voorstellen, halfweg de nineties, maar we konden toen on-mo-ge-lijk aanwezig zijn in de Brusselse Beursschouwburg. We hoopten dat goed te kunnen maken, maar David is sindsdien bij ons weten niet meer in de buurt geweest. U begrijpt dat het ons bijzonder droevig stemde en stemt. Baerwald is wel super actief gebleven, als oeverloos songleverancier voor musici (en acteurs!) van zeer divers pluimage: Sheryl Crow, Susanna Hoffs (The Bangles), Waylon Jennings, Fishbone, LeAnn Rimes, Nicole Kidman en zelfs… Luciano Pavarotti. Muziek voor film en TV schreef hij ook, overigens met opvallend succes. Soundtrack ‘Hurly Burly’ (2002) bevat o.a; ‘A Prisoner’s Dream’ dat niet misstaan had op ‘Triage’. Zeer geslaagd is ‘Here Comes The New Folk Underground’ (2002) met sterke tracks als ‘The Crash’, ‘Bozo Wacko Weirdo Creep’ en ‘Me And My Girl’. Maar zo’n dubbelluik als ‘Bedtime Stories’/’Triage’ is er niet meer gekomen: David heeft toen gezegd wat hij te zeggen had, de gal was uitgespuwd…

Iers kunstenaar (singer-songwriter, acteur, schilder…) Gavin Friday gaat de legende in als medestichter van post-punkband The Virgin Prunes. We zagen ze nog in… De Panne en hebben zelfs ooit een studie over hen mogen begeleiden. Daarna heeft de man zich gestort op een boel interessante projecten (onder veel meer met Maurice Seezer, Sinéad O’Connor, Quincy Jones, Hal Wilner, Herb Macken…) en we zagen hem nog aan het werk in de Gentse Handelsbeurs (zaterdag 18 februari 2012) toen hij deelnam aan het project rond Sonnet 40 van William Shakespeare, met klassiek componist Gavin Bryars (één van onze ultieme helden, maar da’s niet voor hier en nu…) met de Royal Shakespeare Company. Friday’s inbreng schitterde zoals het sonnet 130,’Nothing Like The Sun’: niets meer of minder dan één van de strafste concerten die we ooit mochten meemaken. Toen was ‘catholic’ al uit (kleine ‘c’!), zijn vierde echte soloplaat, 16 jaar na voorganger ‘Shag Tobacco’, die het thema bespeelt van dingen loslaten en omgaan met verlies. De opener ‘Able’ is zowaar een rockklassieker.

Zo’n moeite gedaan om uit te vlooien of ik de opener al gebruikt had in de LB reeks… en het derde nummer kwam gewoon al eens voor… en dan nog wel in de voorlaatste LB! Toch is het niet zinloos ‘Everything Is Broken’ te laten staan, want 1/ ‘LOOKING BACK XVII’ kende niet zo’n grote verspreiding, 2/ de song klinkt anders in deze nieuwe, frisse context en 3/ het is ook gewoon een meesterlijk werkstukje van Bob Dylan, vol taalkundige spitsvondigheden. En er is de ongelofelijke uitvoerder: Ben Sidran. Ben is net als Boz Scaggs een onverslijtbare veteraan. Waarom Boz? Ben en Boz hebben gemeen dat ze in de begindagen van de Steve Miller Band van de partij waren. Sidran zorgt voor een stijlvolle jazzbenadering van ’Everything Is Broken’, barstend van de tongue in cheek humor, wat de lyrics alle eer aandoet. De man is dan ook pianist, zanger, zelf songschrijver, producer, platenbaas en muziekschrijver, boekschrijver en universiteitsprofessor…

We leerden hem in 1977 kennen met de nog altijd superieure ‘The Doctor Is In’, met heilzame invloed van Mose Allison (die we ongeveer gelijktijdig ‘ontdekten’), wat ons al snel op het spoor bracht van zijn eerdere werk. Daarbij onder meer ‘Feel Your Groove’ (1970) met de legendarische trompettist Blue Mitchell – beluister ‘Alexander’s Rag Time Band’, dat ‘LOOKING BACK IV’ feestelijk opent. Sidrans stijl gaf aanleiding tot lyrische ontboezemingen als ‘Renaissance man cast adrift in the modern world’ of ‘The first existential jazz rapper’. ‘Dylan Different’ (2009) is zijn 36e album (sindsdien zijn er vier bijgekomen) Sidran nam de cd op in een Franse hoeve, samen met muzikanten, die deels van diverse (Zuid-)Europese landen afkomstig. De bedoeling? Google googelt daarover: ‘He wanted to introduce the same haunted, mysterious quality that he felt from Dylan’s music.’ En, ja, je kan de man af en toe live meemaken, hierin België, al moet je vreemd genoeg enige moeite doen om te ontdekken waar en wanneer (we waren tot hiertoe telkens te laat…)

 Japan is een buitenbeentje. De muziek van de formatie met David Sylvian (gitaar, keys, bijzondere zangstem) was moeilijk te plaatsen voor een publiek dat er nog niet helemaal rijp voor was, en dat ondanks een reeks goed ontvangen nummers. Begonnen als een glamrock/nichtenrockband (1974) groeiden ze snel uit tot een kunstvolle, stijlrijke rockband die elektronica niet schuwde. Eind 1982 splitte Japan terwijl het succes hen eindelijk toelachte (liveplaat ‘Oil On Canvas’) De invloed van de band na die split is niet te onderschatten en dat geldt lange niet alleen voor de new romantic scene waar ze mee aan de basis van lagen. Sylvian zou een boeiende loopbaan opbouwen, maar de andere leden (drummer Steve Jansen, toetsenman Richard Barbieri en basgitarist Mick Karn) lieten zich ook niet onbetuigd. Japan zou nog één keer bijeenkomen onder de naam Rain Tree Crow (1991), maar liet vooral een karrevracht aan goeie songs na, wat de cultstatus mede verklaart.

In het vroege solorepertoire van de erg productieve singer-songwriter Ryan Adams, ‘Heartbreaker’ (2000), Gold (2001) en ‘Demolition’ (2002) zit zoveel moois dat de keuze van ‘New York New York’ wat vreemd lijkt, maar we wilden deze LB niet te zwaar op de hand laten wezen (het is al goed genoeg zo!) en dan was een rocksong met Schwung zeker een goeie optie. Iets dergelijks mogen we zeggen van ‘Finding Natalie’ van David Haerle. Zo kwamen we in contact met de man en zijn (nog maar) eerste soloplaat: ‘Soms gaat het razendsnel. We hoorden bij toeval het razendsnelle ‘Finding Natalie’ van ene David Haerle, even illuster als onbekend, en die song blies ons van bij de intro van de sokken. We zochten meteen contact. David woont al zijn hele leven in Edendale, district van Los Angeles, ten noordwesten van Downtown L.A., home en decor van de meeste grote filmstudio’s uit de pioniersperiode, de tijd van de Keystone Cops en de eerste Charlie Chaplin, vlak vóór de uittocht naar Hollywood, tegen 1920 aan. Haerle was in de wolken met de interesse uit tiny Belgium en vroeg ons adres, waarna, amper een paar dagen later, onze bpostbode ons een groot pak met een full cd toestak, duidelijk te groot voor onze ruim bemeten postbus. Niet expliciet om gevraagd, wel gekregen, en, oh boy, zo mogen er wel naar ons toe komen zweven.’

Zo begon onze recensie van deze fijne ‘Garden Of Edendale’. Over het nummer dat we hier opnamen schreven we het volgende: ’De plaat opent met dat hoogst aanstekelijke ‘Finding Natalie’, een lekker ouderwets west coast rocknummer met intro, middenstuk, knetterende, spetterende, naar een Bengaals vuurwerk climax toewerkende solo’s van Haerle op elektrische gitaar en van de ongelofelijke violiste Luanne Homzy (Vitamin String Quartet, dat o.a. in 2004 het prachtige ‘String Quartet Tribute to Peter Gabriel’ uitbracht), terwijl de ritmesectie van jetje geeft. Een verstilde outro maakt het verhaal af. Al komt de inhoud van het nummer overeen met geen enkele van de ons bekende Nat(h)alieën, toch kan je je gemakkelijk vereenzelvigen met de inhoud: een ontwapenende herinnering rond een intussen uit het oog verloren, geïdealiseerde prille liefde, die David ooit nog hoopt opnieuw te ontmoeten om er een passend sluitstuk aan te geven. Zàlig!

Blues komt eigenlijk (nog) niet zo veel voor op de LOOKING BACK collecties. Daarom is het goed dat hier iemand als R.L. Burnside (1926-2005) tussen zit. De man zong een speelde gitaar zijn hele leven lang, tot meerdere eer en glorie van de (hill country) blues in de omgeving van Holly Springs in noord Mississippi, maar pas in de jaren negentig kreeg hij daar stilaan erkenning voor. Toen hij dan met Jon Spencer toerde, was het hek van de dam, en sprak hij zelfs punk- en garagerock fans aan. R.L. Burnside is (groot)ouder van en verwant met heel gerespecteerde bluesmuzikanten. Zijn zoon Duwayne Burnside speelde gitaar met de North Mississippi Allstars. Zijn kleinzoon Cedric Burnside (drums, gitaar, singer-songwriter) is een grote naam in de hedendaagse blues. Het is een lange lijst. R.L. won een W.C. Handy Award in 2000 (Traditional Blues Male Artist), twee in 2002, o.a. voor het album ’Burnside On Burnside’, één van zijn 14 platen (nog zonder compilaties gerekend) ‘Wish I Was In Heaven Sitting Down’ is een prachtige blend van ouwe blues-on-the-porch met moderne elektrische, digitale toetsen. Voeg daar de satire bij zoals die klinkt in ‘Nothin’ Man’ en je begrijpt waarom jonge mensen wild zijn van die sound. Met ‘Chain Of Fools’ denken we met zijn allen aan Aretha Franklin, die er een grote hit mee had in 1967.

 Holger Czukay (Holger Schüring; 1938-2017) zit zo’n beetje aan de andere Can… heu, kant van het spectrum. Hij was de medeoprichter van de behoorlijk legendarische krautrock groep Can, die pop, rock en avant garde verzoende. Czukay waslid van Can tussen 1968 en 1977. Hij was solo zowat de uitvinder van de ambient (eer die hij natuurlijk moet delen met Brian Eno), was een pionier in het samplen en introduceerde ‘wereldmuziek’ in zijn werk. ‘Persian Love’ (uit zijn soloplaat ‘Movies’) illustreert al die aspecten op briljante wijze. Het nummer sloeg aan. Hoe het tot stand kwam kan je lezen op https://musicaficionado.blog/2016/09/26/persian-love-by-holger-czukay/ .

Opnieuw totaal anders is Mike Duke… Over  zijn eerste en enige plaat hebben we het volgende geschreven (in blues magazine Back To The Roots):’De kans is groot dat de naam Mike Duke u niets zegt. Mike Duke (Mobile, Alabama, °1948) is nochtans een zanger-pianist, een notoire ‘musician’s musician’ die als songschrijver sinds eind de sixties zijn sporen verdiend heeft en die je mag associëren met een hele rist bekende acts, gaande van Huey Lewis & The News over Wet Willie, waar hij in de seventies lid van was, tot Delbert McClinton, wiens band hij versterkte in de nineties. ‘…Took A While’ is zowaar zijn… debuut, dat er dan nog alleen komt dankzij de Little Village Foundation van Jim Pugh die zich beijvert om onbekende, zeg maar miskende artiesten aan bod te laten komen. Er staan elf opnames op, die Mike gespreid over zo’n veertig jaar opnam. Het oudste is van 1977. Niet zelden zijn het demo’s, zoals ‘Hope You Love Me Like You Say You Do’ voor Huey Lewis (hit in 1982) Daarnaast zijn er vier nieuw (her)opgenomen songs’. Wij hebben een voorliefde voor emoballad ‘When You Had It All’, dat uit 1985 stamt: we hebben het nog gebruikt in compilaties. We besloten onze review met ‘De cd bewijst onomstotelijk dat Duke een deftige popsong kon schrijven, maar ook dat de man kon zingen’ Hij kan het overigens nog altijd!

Over Elbow moeten we wellicht niet uitweiden: zowat iedereen kent hen. ‘Scattered Black And Whites’ dateert uit hun vroege periode, toen we ze aan het werk zagen op Pukkelpop. De kritieken op dat concert waren snoeihard, maar dat moet zijn omdat wat ze deden relatief nieuw en alvast anders was. Wij stonden erbij maar werden weggeblazen door de klasse van zanger Guy Garvey en de band. Nog helemaal in de wolken vertoevend, gingen we naar voor in de intussen leeggelopen tent. Guy was in gesprek. We hebben het einde van die conversatie niet afgewacht en zijn met de staart tussen de poten afgedropen, iets wat we me tot op de dag van vandaag, twintig jaar later, nog altijd beklagen, al was het maar omdat we hem niet duidelijk hebben gemaakt had welke overweldigende indruk Elbow op me maakte… We hebben dat toen wel te pas en te onpas verteld, vooral omdat we de negatieve kritiek echt niet verdiend vond. Het verbaasde ons dus niet dat de rest van de wereld gevolgd is om de groep aan de borst te drukken… Het tweede nummer, ‘Golden Slumbers’,  is een cover van The Beatles voor The John Lewis & Partners Christmas Advert (zie https://en.wikipedia.org/wiki/John_Lewis_%26_Partners_Christmas_advert’) Deze uitvoering vind je enkel op ‘The Best Of Elbow’. Voor wie het vergeten was, ‘Golden Slumbers’ stond oorspronkelijk op ‘Abbey Road’ (1969)

 Joy Kills Sorrow kwam uit Boston en was actief tussen 2005 en 2014. JKS was een roots stringband (je kan het indie pop noemen) Die roots mag je letterlijk nemen: hun naam, JKS, is een zinspeling op WJKS, het radiostation uit Indiana dat The Monroe Brothers uitzond in de jaren dertig. De zangeres is Emma Beaton.

Alela Diane (Menig) uit Nevada City in Californië (°1983) maakte furore met haar tweede plaat ‘Pirate’s Gospel’ (2004 eigen beheer, heruitgegeven in 2006 maar ze bereikte Europa pas later), wat haar meteen flink wat bijnamen verschafte, vooral omdat men moeite had in te schatten waar ze singer-songwriter mee bezig was, ‘New weird Americana’, ‘campfire gospel’… of gewoon ‘folk’… Ze werd wel vaker vergeleken met haar goeie vriendin Joanna Newsom. Hoe dan ook was dit album top. De volgende albums werden iets minder enthousiast onthaald, al waren ze best te pruimen. Met ‘Cusp’ uit 2018 keerde ze terug naar het niveau van ‘Pirate’s Gospel’. ‘Cusp’ is het ontdekken meer dan waard!

 Marc Ribot (Newark, New Jersey, °1954) is niet alleen een geweldige gitarist, maar ook als componist verdiende hij zijn sporen. Hij blinkt niet enkel uit in werk onder eigen naam, maar hij heeft een bijzondere reputatie opgebouwd als luitenant van heel wat groten uit de muziek: Tom Waits, Elvis Costello, Joe Henry en John Zorn zijn geen pannenkoeken! Wat we ook mogen zeggen van David Sylvian, T-Bone Burnett, Elton John, The Black Keys, Marianne Faithfull, Robert Plant & Allison Krauss, Neko Case, Diana Krall, Allen Toussaint, en zelfs Martin, Medeski & Wood… De lijst is schier eindeloos! Maar ook buiten de Angelsaksische wereld is hij actief. We denken bvb. aan zijn samenwerking met Italiaan Vinicio Capossela, Braziliaan Caetano Veloso en  Fransman Alain Bashung. De lijst van straffe platen waar zijn naam aan verbonden is, is verhoudingsgewijs al even impressionant.

Maar hij is al even bekend als… vurige tegenstander van de huidige Amerikaanse president. Hij laat geen kans voorbijgaan om de brave man uit te schelden. Koppel dat aan zijn rechtvaardigheidsgevoel en activisme, bepaald links vanuit Amerikaans oogpunt, en je krijgt ‘Songs Of Resistance 1942-2018’, een niet zo makkelijk maar vlammend werkstuk waarvan de vlag de lading dekt. Ribot heeft ze gemaakt met geestesgenoten als Steve Earle en Tom Waits. Die laatste heeft zich gewaagd aan het Italiaanse verzetslied ‘Bella Ciao’. Al is de zanger dan niet meteen de man aan wie je denkt als je het lied kent, je mag er niet aan twijfelen dat Ribot en Waits heel goed weten waar dit lied vandaan komt!

 David Olney (Rhode Island; 1948-18/01/2020) is de laatste in deze lange rij. Sympathieke David, een vaste klant bij onze noorderburen, waar hij vaak optrad en ook platen opnam. Samen met vrouw en kinderen woonde en werkte hij in Nashville. Wij zagen hem op 14 april 2007 in De Boerderij in Eine (Oudenaarde), samen met zijn vaste begeleider in latere jaren, Sergio Webb. Zo graag hadden we hem vaker gezien, maar dat is er niet van gekomen. Zoals zo vaak: je stelt uit en dan is het plots niet meer mogelijk. Als het een troost is: hij is vredig gestorven in het midden van zijn derde song tijdens het Songwriter Festival in Santa Rosa Beach, Florida, zoals zijn medemuzikant van toen, Scott Miller, getuigt. In elk geval een ‘ideale’ dood voor een singer-songwriter/podiumbeest…

Meer dan twintig albums heeft hij op zijn naam en vele songs zullen hem lang overleven. We denken aan ‘Deeper Well’ dat hij schreef met Emmylou Harris en Daniel Lanois. Hij kon ook een gedreven rocker schrijven als ‘Train Wreck’ of zeer diep in de verstilde emotie duiken in het meesterlijke ‘Mister Vermeer’, dat handelt over het beroemde ‘Meisje met de Parel’. Olney was een goeie kennis van Townes Van Zandt: ze bewonderden mekaar mateloos. David schreef ook sonnetten, trad op in het Nashville Shakespeare Festival. ‘1917’ opende zijn sterke ‘Though A Glass Darkly’ uit 1999 en velen beschouwen het als zijn beste song, gelegd in de mond van een Franse prostituée: ‘Let us dance beneath the moon / I’ll sing to you ‘Claire de Lune’ / The morning always comes too soon / But tonight the war is over / He speaks to me in schoolboy French / Of a soldiers life inside a trench / Of the look of death and the ghastly stench / I do my best to please him’ Weinig anti-oorlogssongs komen zo hard binnen. Emmylou Harris en Linda Ronstadt hebben ‘1917’ gecoverd. Rest in peace, David… (Deze commentaren: woe 06 05 20)

Comments: ‘Nope, we’re not making things easy for you, poor listener! This is officially volume 18 of our promenades through our personal grey area called ‘past’, but in fact it’s # 20, as there were also a ‘LB I Bis’ and an ‘LB XXL’, and then there’s the spin-off ‘ROCK’, which can be considered to be part of this series… Moreover, as this is the results of shopping around, you won’t find much unity in this wild bunch. We hope to write more extensive comments on the songs. That will explain a lot. In the meantime: brace yourselves for an awkward trip!‘

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hans MORTELMANS & GROEP, Integendeel!

Aanrader voor Folkcorner Den Appel

INTEGENDEEL! –
HANS MORTELMANS & GROEP
MEER INFO

In 2019 verscheen ‘Cupido zijn Kat. Brassens volgens Mortelmans’, cd met tekstboek, waarmee Hans Mortelmans het belang van Georges Brassens (1921-1981) voor zijn eigen loopbaan belichtte via ver- of hertalingen van diens songs. Brassens was het die hem aan het schrijven zette en liefde voor taal en cultuurgeschiedenis inprentte. Georges bleef een grote inspiratiebron, net als Django Reinhardt en Wannes Van de Velde. Vrij kort na ‘Cupido’ is er ‘Integendeel!’, de zesde worp van en met zijn akoestische sextet Hans Mortelmans & Groep (en fijne gasten, o.m. zijn oud-leraar Koen De Cauter). Heeft Hans zich eindelijk overgegeven aan goedkoop amusement en commercieel gewin? Integendeel! Veel verder moet u het niet zoeken om de titel te begrijpen. Hans is meer dan ooit rebel en zegt ongezouten waar het op staat, met swingende muziekjes van brede origine: gipsy, Hot Club jazz, chanson, bossa, en zoveel meer. Zijn overpeinzingen en vertelsels drijven op een groot hart, spitante humor, dubbele bodems, doordenkers en spitse verwijzingen. Soms spreekt het voor zich: ‘FN Browning Calypso’ en ‘Voor Wannes’, bij voorbeeld. Maar vraagt de boodschap meer opheldering, ze sijpelt gaandeweg wel door, en aan het slot van de herwerking van ‘Frida’ (Jacques Brel) met bravoure. De opvolging is verzekerd via dochter Nette Mortelmans die zich door het hernomen ‘Leeg’ nachtegaalt à la Astrud Gilberto. Pluim ook voor de familiale ‘backing birds’ die een fijn streepje ironie leggen onder de muziek… (Antoine Légat)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen