Commentaren bij ‘RIOT (Alternative Version)’

Comments pending – Work in progress – commentaren nog in de pijplijn!

RIOT (alternative version). 1/ Death In Midsummer (DEERHUNTER, cd Why Hasn’t Everything Already Disappeared?) 2/ It’s Been So Long (Avishai COHEN, cd 1970) 3/ When I Die (BEIRUT, cd Gallipoli) 4/ Undone (REENA RIOT, cd Nix) 5/ Drifting (LOW LAND HOME, cd Out Of My Mind) 6/ Seventeen (Sharon VAN ETTEN, cd Remind Me Tomorrow) 7/ The Riverside Hotel (ERIKSSON DELCROIX, cd The Riverside Hotel) 8/ Me And My Baby (Leyla McCALLA, cd Capitalist Blues) 9/ Last Lion Of Albion (Neko CASE, cd Hell-On) 10/ No One’s Sleeping (DEERHUNTER) 11/ Move On (Avishai COHEN) 12/ Veiculo Longo (JAUNE TOUJOURS, cd Europeana) 13/ Jungle (Tash SULTANA, EP Notion) 14/ That‘d Be Alright (Steve FORBERT, cd The Magic Tree) 15/ Every Need (LOW LAND HOME) 16/ Le bayou de mille misères (ERIKSSON DELCROIX) 17/ I Told You Everything (Sharon VAN ETTEN) 18/ I Giardini (BEIRUT) 19/ Good Old Waltz (REENA RIOT) 20/ Mercury (Sufjan STEVENS – Nico MUHLY – Bryce DESSNER – James McALISTER, cd Planetarium) (03 03 19)

De eerste versie bevatte niet zoveel namen.

RIOT. 1/ Death In Midsummer (DEERHUNTER, cd Why Hasn’t Everything Already Disappeared?) 2/ It’s Been So Long (Avishai COHEN, cd 1970) 3/ Même pas peur (JAUNE TOUJOURS, cd Europeana) 4/ Undone (REENA RIOT, cd Nix) 5/ Drifting (LOW LAND HOME, cd Out Of My Mind) 6/ The Riverside Hotel (ERIKSSON DELCROIX, cd The Riverside Hotel) 7/ Last Lion Of Albion (Neko CASE, cd Hell-On) 8/ No One’s Sleeping (DEERHUNTER) 9/ Move On (Avishai COHEN) 10/ End Of Season (JAUNE TOUJOURS) 11/ Shadow Of The Sun (REENA RIOT) 12/ Le bayou de mille misères (ERIKSSON DELCROIX) 13/ Jungle (Tash SULTANA, EP Notion) 14/ Every Need (LOW LAND HOME) 15/ That‘d Be Alright (Steve FORBERT, cd The Magic Tree) 16/ Greenpoint Gothic (DEERHUNTER) 17/ Veiculo Longo (JAUNE TOUJOURS) 18/ Song Of Hope (Avishai COHEN) 19/ Good Old Waltz (REENA RIOT) 20/ Mercury (Sufjan STEVENS – Nico MUHLY – Bryce DESSNER – James McALISTER, cd Planetarium) (AL; 03 03 19)

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘SLIDE’

SLIDE. 1/ De God van de Liefde (Lieven TAVERNIER & ROOM 13 ORCHESTRA, cd Oude Regenbogen) 2/ Us (Acoustic) (James BAY, cd Electric Light) 3/ Free Bird Flying (Kerri POWERS, cd Starseeds) 4/ Chesapeake (BETTER OBLIVION COMMUNITY CENTER, cd Better Oblivion Community Center) 5/ Nos peines (Jean LITT, cd L’oeil du poète) 6/ Getting Over You (Malford MILLIGAN, cd Life Will Humble You) 7/ Albatross (Bert DOCKX, cd Transit) 8/ Heavy As Lead (Leyla McCALLA, cd Capitalist Blues) 9/ The Game (TINY LEGS TIM, cd Elsewhere Bound) 10/ Matryoshka (Suzanne JARVIE, cd In The Clear) 11/ Wild Love (Acoustic) (James BAY) 12/ It’s All Part Of The Plan (PUNCH BROTHERS, cd All Ashore) 13/ Can’t Find My Way Home (Kerri POWERS) 14/ Suspirium (Thom YORKE, cd Suspiria (Music For The Luca Guardagnino Film), Disc1) 15/ Queenie Blue (Andries BOONE, cd C.O.L.O.R.S) 16/ Ain’t No Use (Leyla McCALLA) 17/ I’m Glad To Do It (Malford MILLIGAN) 18/ De Klokken van Sint-Baafs (Lieven TAVERNIER & ROOM 13 ORCHESTRA) 19/ Malibu (Sharon VAN ETTEN, cd Remind Me Tomorrow) 20/ Slide (James BAY) (samenstelling 20 03 19)

De titel van deze collectie bevat vijf letters, één meer dan de meeste andere. Het geeft aan dat er met ‘SLIDE’ toch iets aan de hand moet zijn. Eigenlijk was dat eenvoudigweg de song ‘Slide’ van James Bay, een song als een landslide. Nog niet zo lang geleden leerden we de eerste cd van deze achtentwintigjarige Brit uit Hitchin, Hertfordshire (4/9/90), niet te verwarren met de bijna naamgenoot James Blake, overigens een zeer boeiende artiest op zijn manier (en al present op andere compils) We waren rijkelijk laat met die ‘ontdekking’: ‘Chaos And The Calm’ dateerde al van 2015 en had toen nogal furore gemaakt. Ons was het geruisloos voorbijgegaan.

Maar we waren eind 2018 via lectuur bij Bay beland en waren op onze beurt onder de indruk van die eersteling, zozeer dat we die cd featurden/gefeatured hebben op ‘PEACE’, onze kerstplaat-zonder-kerstliedjes. Dus werd het tijd om ook zijn cd van 2018 op te diepen, ‘Electric Light’. Eens te meer wist Bay ons te baytoveren, ondanks het enigszins andere karakter van de muziek, met als uitschieter ‘Slide’, een song die helemaal past bij de moody gedachte die ons al lang chronisch wakker houdt: ‘…Nobody teaches you how to reminisce, nobody teaches you to hurt like this… Then we slide into the arms of someone else, we slide into the arms of someone else…’ Dat kwam kei-kei-keihard aan bij deze in zijn relaties diep ontgoochelde jongen. Toeval bestaat niet en Bay moet dat geweten hebben. Zoiets.

De toon was gezet: wat één cd was werd opgesplitst in een weemoedige, deze ‘SLIDE’, en een wat vrolijker verzameling die nog volop in de steigers zit. Lieven Tavernier moet ook van dit complot geweten hebben, blijkt uit ‘Oude Regenbogen’, een plaat gemaakt met grote(re) omlijsting. Daar zorgt dan onvolprezen pianist (componist, arrangeur, eigenaar van opnamestudio Room13 en leider van Room13 Orchestra) Yves Meersschaert voor. Malford Milligan is in deze ook niet onschuldig: zijn ‘Life Will Humble You’ (schitterende titel!), voor de lezers en redacteurs van http://www.rootstime.be dé cd van 2018, is grotendeels gevuld met getoonzette triestigheid.

Het werk van de andere deelnemers is gevarieerder, maar wij zochten uit wat kon passen. Er zitten nogal wat straffe debutanten bij als Kerri Powers, Suzanne Jarvie, of debuten als die van Andries Boone (die we wel kennen van tal van projecten en het uitstekende mandolinekwartet MANdolinMAN, maar nu aan een kleurrijke soloplaat toe) en Better Oblivion Community Center of B.O.C.C (een nieuw duo van twee bekende namen, de vierentwintigjarige Phoebe Bridgers , die in de belangstelling kwam met de cd ‘Stranger In The Alps’, en de ervaren Conor ‘Bright Eyes’ Oberst) Songschrijver en zanger-gitarist Jean Litt was ons niet bekend, maar draait al even mee, net als zijn twee kompanen Victor Foulon (bas) en Gwenaël Francotte (drums), allen namen in de Waalse alternatieve sien. Natuurlijk was het weer het Luikse HomeRecords dat het trio oppikte! Jean Litt vertegenwoordigt het ‘nationale’ element op deze ‘SLIDE’, samen met Andries Boone en Bert Dockx.

De leider van één van onze beste bands, Flying Horseman, maakte met het accuraat getitelde ‘Transit’ een fraaie overgangs-cd. ‘Albatross’ van de originele Fleetwood Mac (Peter Green schreef de song) lijkt een vreemde keuze, maar is dat niet: als hit werd de tune overspeeld, maar dat neemt niet weg dat deze melodie van een onaardse (want hoog boven vliegende) schoonheid is. Dockx vermijdt alle embellishment en geeft de song net de edge die ie nodig heeft: magistraal. O ja, we mogen bluesman Tiny Legs Tim niet vergeten: met ‘Elsewhere Bound’ trekt hij zijn anders zo sobere (maar karaktervolle) blues wat meer open, qua arrangementen. Is Thom Yorke natuurlijk een ouwe rat in het vak dan is deze filmmuziek toch een, bij ons weten, first voor de frontman van immer vernieuwende topband Radiohead, Geëngageerde Leyla McCalla, bekend via Carolina Chocolate Drops, maakte met ‘Capitalist Blues’ haar derde cd. Sharon Van Etten gaat al even mee, maar ‘Remind Me Tomorrow’ is eigenlijk de eerste cd die de belofte helemaal waarmaakt. Ach, er staan nog genoeg luchtige momenten op ‘SLIDE’ om de tragiek leefbaar te maken. Mogen we hopen. Enjoy dus, ondanks alles! (AL; commentaren eveneens 20 03 19)

P.S. Meer uitleg over bovenstaande, erg boeiende artiesten en hun werk vind je uiteraard op het net: you know the drill!

P.P.S. Vergeef ons het slordige taalgebruik: het moet vooruitgaan (excuus als een ander)!

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

John Snauwaert & SaxConnection in Banana Peel Ruiselede op maandag 25 maart 2019: voorbeschouwing

John Snauwaert & SaxConnection

Maandag 25 maart

 

‘Straight jazz’, pure, onversneden jazz, dat mag je verwachten van blazerstrio met ritmesectie SaxConnection. Dat bestaat uit New Yorkers Frank Basile (baritonsax) en Sam Dillon (tenorsax), samen met ‘onze’ John Snauwaert (tenor en sopraansax), plus contrabassist Bart De Nolf en drummer Bruno Castellucci. John Snauwaert is een hoeksteen van de Belgische jazz en staat ervoor bekend om internationaal samengestelde combo’s op tournee te zetten in ons land. Niet zelden ligt hij zelf aan de wieg van die gezelschappen. We denken aan de projecten met de sublieme Bob Mover uit Boston (alto, tenor en sopraansax), maar ook aan ontmoetingen met musici uit alle windrichtingen, Bulgarije, Cuba, India, heel vaak de States.

 

John aarzelde trouwens niet om buiten zijn comfort zone te gaan en de confrontatie aan te gaan met muzikanten van ver buiten de jazz. Als componist en uitvoerder werkte hij voor de KVS, het Muziek LOD, De Werf, Victoria, Circus Picolini. Hij maakte ook soundtracks voor animatiefilms. We zagen hem zelfs ooit live in een impromptu ‘Frans’ trio spelen, terwijl op een groot scherm… wielerklassieker Parijs-Roubaix plaatsgreep (Cancellara won)! Snauwaert is dus echt van alle markten thuis. Ook Banana Peel is hem niet onbekend: hij stond hier als jong ventje een eerste keer op het podium eind jaren tachtig samen met niemand minder dan Lowell Fulson. Dat moet 10 september 1989 geweest zijn. Daarna begeleidde hij ook Derek en Nilson Matta in BP.

 

SaxConnection ging eigenlijk uit van een andere musicus, baritonsaxofonist Gary Smulyan, eveneens uit New York (geboren in Illinois, grootgebracht in Nebraska, muziekstudies in Texas, sinds 2001 in The Big Apple omwille van een opdracht aan de gereputeerde Juilliard School). Tijdens een tournee met drie saxofonisten en een ritmesectie door ons land kwam hij op dit idee. Dit mondde uit in de postbop van The Sax Connection, nu dus SaxConnection, waarvoor Smulyan zijn maat van bij het prestigieuze New Yorkse The Vanguard Jazz Orchestra aantrok, Ralph Lalama… en ook John Snauwaert. Want Smulyan heeft veel lof over voor John: ‘John is a joy to play with, as his creativity and ability to communicate through his instruments is mature and deeply rooted in the jazz tradition. He is comfortable in all styles…’ Thuis in alle stijlen, we hadden dat al bewezen.

 

Nu gaat John verder met dit project en de saxofonisten die hij hiervoor aantrok zijn niet van de minsten. Frank Basile heeft een indrukwekkende staat van dienst als ‘sideman’ bij topgezelschappen en dito musici. We vermelden hier enkel het Count Basie Orchestra, de Dizzy Gillespie All-Star Big Band, de Bob Mintzer Big Band, het Joe Lovano Nonet, de Dave Holland Big Band, de Jimmy Heath Big Band… Een liefhebber gaat ervan duizelen! Basile is ook lesgever en heeft daar zijn eigen studio voor. Hij geeft occasioneel lessen en masterclasses in de beste universiteiten, academies en orkesten doorheen de US. Naast zijn functies als begeleider, heeft hij ook zijn eigen kwartet, kwintet en sextet, die geregeld spelen in de belangrijkste New Yorkse clubs. Hij bracht tot hiertoe drie platen uit.

 

Ook de iets jongere Sam Dillon geeft les aan de Juilliard School, maar dat doet in nog een hele waaier aan instituten, sinds bijna tien jaar. Behalve saxen bespeelt hij houtblazers en hij componeert tevens. Ook zijn portfolio leest als een compendium van de hedendaagse New Yorkse jazz scene. Hij speelde samen of nam op met lieden als Randy Brecker, Bob Mintzer, Ralph Lalama, Hij leidt bovendien diverse gezelschappen. Die lawine aan verdiensten en initiatieven van beide saxofonisten kunnen we hier enkel hinten, maar het is de moeite deze uit te pluizen om een indruk te krijgen van het onvoorstelbare niveau van bezige bijen Basile en Dillon.

 

Eenzelfde hoog peil kunnen we ook de ritmesectie toedichten. Niet alleen in jazzkringen zijn Bart De Nolf en Bruno Castellucci erkende monumenten, maar hun uitstappen in pop en rock zijn bekend. Zo mag je Bruggeling De Nolf verbinden met (we zijn zeer selectief!), Adamo (al vijftien jaar!), Vaya Con Dios, Roland, Max Waldron, Toots Thielemans, Jacques Pelzer, Philip Catherine, Ivan Lins, Sadi, Kenny Werner, Eric Neels, het Bart Defoort Quartet, De Nieuwe Snaar. Castellucci uit Châtelet werkte in de sixties nog met legendes als René Thomas en Jacques Pelzer. Je kon hem in de loop der jaren vinden bij Toots en Catherine, Joe Zawinul (Weather Report), Bob Mintzer, het Count Basie Orchestra, Michel Herr, Michel Hatzigeorgiou (AKA Moon), Chet Baker, Quincy Jones, en zo kunnen we nog lang verdergaan. Bruno is zoals alle leden van SaxConnection lesgever, maar hij staat ook bekend voor zijn workshops en clinics in zowat alle continenten.

 

Hoeft het nog onderstreept dat John Snauwaert en SaxConnection borg staan voor een uiterst hoogstaande muziekavond?

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Hein ‘Little Boogie Boy’ Meijer & Wallace Coleman in Banana Peel Ruiselede op maandag 18 maart 2019: voorbeschouwing

Hein ‘Little Boogie Boy’ Meijer & Wallace Coleman

Maandag 18 maart 2019

 

Nederlandse zanger-gitarist Hein Meijer slaat de handen in mekaar met Amerikaanse mondharmonica legende Wallace Coleman, 83 intussen, voor een handvol akoestische blues sessies. Banana Peel is fier en gelukkig deze unieke en allicht eenmalige combinatie aan te kunnen bieden. Wallace Coleman, als je goed gerekend hebt van bouwjaar 1936, komt uit Morristown, Tennessee. Al vroeg raakte hij in de ban van lieden als Howlin’ Wolf, Sonny Boy Williamson, Jimmy Reed en Little Walter Jacobs. Die laatste namen inspireerden hem om zelf de mondharmonica ter hand te nemen. Wat hij toen nog niet wist, was dat Robert Jr. Lockwood verantwoordelijk was voor veel gitaarpartijen op de platen van genoemde heren. Jonge Wallace oefende op een goedkoop exemplaar (lange niet van de kwaliteit van de Hohner mondharmonica’s waarmee hij later zou spelen!) maar hij ontwikkelde krachtige longen door, naar verluidt, vrachttreinen te imiteren. In 1957 volgde hij zijn hertrouwde moeder naar Cleveland, Ohio, voortaan zijn thuishaven. Hij ging er werken in een grote bakkerij. Muziek leek verder geen rol van betekenis te gaan spelen in zijn leven. Maar tijdens zijn rustpauzes bleef hij harp spelen en hij raakte bevriend met de blues artiesten die Cleveland aandeden. Doordat die speelden in kleine clubs was het immers niet moeilijk om in contact te komen met lieden als Elmore James, Muddy Waters, Jimmy Reed. Toch zou het nog heel lang duren voor hijzelf in publiek zou spelen. Eén van Wallace’s werkmakkers introduceerde hem bij Guitar Slim. Die ontdekte meteen het talent van Coleman en Wallace mocht voortaan geregeld spelen in Slims band in de Cascade Lounge. Niet ver daarvandaan woonde Robert Jr. Lockwood, blueszanger-gitarist van stand, én Colemans ‘onbekende jeugdheld’. Lockwood was een grote: zijn bijnaam luidde ‘Godfather of Cleveland Blues’. Op een avond zag hij Wallace aan het werk bij Slim en was zo onder de indruk dat hij hem aanbood in zijn band te komen spelen. Vreemd genoeg sloeg Coleman dit geweldige aanbod in eerste instantie af. Omdat hij dicht bij zijn pensioen zat, wilde hij die voordelen niet in gevaar brengen. Maar in 1987, dan al 51, nam hij zelf weer contact op met Lockwood en die was wàt blij dat hij dit talent in zijn band kon opnemen. Een decennium lang zou hij Lockwood, stiefzoon van niemand minder dan Robert Johnson, overal trouw volgen. Zo speelde hij met Lockwood ook in België. In 1996 kwam de Wallace Coleman Blues Band tot stand. Vandaar dat hij een jaar later Lockwood verliet voor een eigen loopbaan. Er volgde al snel een eerste cd, ‘Wallace Coleman’. Songs als ‘Black Spider’ maakten dat de plaat uitstekende kritieken kreeg. Vanaf zijn tweede ‘Stretch My Money’ komen zijn platen met covers, maar ook met eigen werk, uit op zijn eigen Ella Mae Music Label (deel van Pinto Blues Music) Zo verschenen ‘Live At Joe’s’, ‘The Bad Weather Blues’, ‘Blues In The Wind – Remembering Robert Jr. Lockwood’ (hommageplaat gemaakt enige tijd na Lockwoods dood in 2006) en ‘Live From Sao Paulo To Severance’, die laatste in 2015. Het is deels de neerslag van concerten in Brazilië met de Igor Pado Band (2013) en deels van optredens in de befaamde Severance Hall in Cleveland. De plaat begint overigens met een ‘Tribute To Little Walter’. Wat telkens weer opvalt bij Wallace Coleman is dat hij een vorm van blues speelt die diep in de traditie geworteld is.

Gitarist en zanger Hein Meijer stamt uit een muzikale familie: vader introduceerde zijn twee zonen in de muziekwereld. Je vindt dat Hein geboren werd in Aalsmeer in de provincie Noord-Holland (waar hij nog steeds woont), maar eigenlijk komt hij van het naburige Kudelstaart in de Westeinder plassen, een streek die merkwaardige gelijkenissen vertoont met de Mississippi delta, wat hem duidelijk geïnspireerd heeft. Al heel vroeg ontdekt hij de Chicago blues, zozeer dat hij, amper 18, in 1992 manmoedig besluit naar de States te trekken, met zijn eigen paspoort… en dat van een 21-jarige vriend die op hem lijkt. Dat laatste staat hem toe de clubs te bezoeken die hij zelf eigenlijk nog drie jaar lang niet mag betreden. De blonde Dutchman trekt zijn stoute schoenen aan en speelt alras met grote kanonnen als Guitar Slim en John Primer. Die laatste is daar zo van onder de indruk dat hij Hein ‘Little Boogie Boy’ doopt, een bijnaam die hij tot op heden met terechte trots draagt. Terug in Nederland begeleidt hij graag bluesmusici van over de grote plas, maar brengt hij ook eigen platen uit, zoals ‘Blues In My Bedroom’ (2011) met eigen nummers en met covers, respectvolle uitvoeringen van blues classics, maar met een eigen insteek, zijn persoonlijke vorm van, we citeren, ‘Happy Blues!’. Jan den Boer (bas) en Bert Fonderie (drums) vormen de ritmesectie van de Little Boogie Boy band.

Hein Meijer en Wallace Coleman samen, dan kan niet anders dan vonken geven!

 

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘WOOD – Second Edition’

Comments pending – commentaren in de pijplijn: see/zie ‘WOOD’ (december ’18)

WOOD (Second Edition). 1/ This Is It (THE WOOD BROTHERS, cd One Drop Of Truth) 2/ When We Drive (DEATH CAB FOR CUTIE, cd Thank You For Today) 3/ Burnt Sugar Is So Bitter (Elvis COSTELLO, cd Look Now) 4/ Tryna Let Go (Seve FORBERT, cd The Magic Tree) 5/ Come Cryin’ To Me (THE JAYHAWKS, cd Backroads And Abandoned Motels) 6/ Black Sun (CRAYON SUN, cd Crayon Sun) 7/ Seasick Emotions (THE WOOD BROTHERS) 8/ God’s Favourite Customer (FATHER JOHN MISTY, cd God’s Favourite Customer) 9/ Autumn Love (DEATH CAB FOR CUTIE) 10/ Why Won’t Heaven (Elvis COSTELLO) 11/ The Magic Tree (Version N° 2) (Steve FORBERT) 12/ Everybody Knows (THE JAYHAWKS) 13/ Death Will Not Divide Us (David OLNEY, cd This Side Or The Other) 14/ Sparkling Wine (THE WOOD BROTHERS) 15/ Southern Star (Gregory Alan ISAKOV, cd Evening Machines) 16/ You Moved Away (DEATH CAB FOR CUTIE) 17/ Bitter End (THE JAYHAWKS) 18/ Unwanted Number (Elvis COSTELLO) 19/ The Palace (FATHER JOHN MISTY) 20/ So Long Brother (WILLY WILLY & THE VOODOO BAND, cd Vampire With A Tan) (AL; 22 02 19)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Renaud PATIGNY & ZANZIGROOVE with special guest Jimmy MOLIERE in Banana Peel Ruiselede op 18 februari 2019

Introductietekst voor mailings en site van Banana Peel Blues Club Ruiselede

Renaud Patigny & Zanzigroove with special guest Jimmy Molière

Maandag 18 februari 2019

Op 31 oktober 2016 speelde Renaud Patigny voor het laatst in Banana Peel. Dat was niet voor het eerst: de bevlogen boogiewoogie pianist had toen al enkele opmerkelijke concerten in de Ruiseleedse club gespeeld. We denken aan het optreden met de wonderlijke Franse boogie pianist extraordinaire Fabrice Eulry (15 oktober 2007) en dat met ‘The Boss Of The Boogie’, de Amerikaanse zanger-pianist Rob Rio (17 november 2008) Brusselaar Renaud Patigny is lange niet de enige boogiewoogie pianist van stand die ons land rijk is, maar hij is wel degene die onze nationale driehoek op de kaart zette, sinds hij zijn stoute schoenen aantrok om in het hol van de leeuw, thuis bij de organisator van het jaarlijkse boogiewoogie festival in Cincinnati, Ohio, achter de 88 toetsen te kruipen en daar voor het vaderland weg op te hameren tot verrukking van het kruim van de toenmalige BW-pianisten onder wie een verbaasde Big Joe Duskin. Het hoogst grappige ‘Alvermannetje met zijn sikje’, zoals BP-programmasamensteller Franky Van de Ginste hem ooit liefdevol typeerde, mag dan een lichtjes bevreemdende aanblik bieden, met zijn bijna duivelse glimlach, vanonder zijn hoedje in Tiroler stijl en vanachter zijn das met pianoklavierprint, en niet te vergeten zijn witte schoentjes, maar de man verdient alle respect en bewondering voor zijn niet in te dijken passie, zijn ontoombaar optimisme en zijn gave om ook andermans talent te ontdekken, te erkennen en kansen te geven. Met een eerste versie van zijn formatie Zanzibar stond Renaud in de BP op 6 februari 2012. In oktober 2016 was het de beurt aan een volledig omgewerkt Zanzibar 2.0. Renaud heeft intussen de naam veranderd in Zanzigroove (om een heel praktische reden: als je ‘Zanzibar’ googelt, kom je overal terecht… behalve bij die band!), maar de formatie bestaat nog steeds uit precies dezelfde leden. En dat heeft een reden, die de bezoeker van het vorige concert de visu kon vaststellen. Het gaat om een hechte groep goed op mekaar ingespeelde muzikanten, onvervalste klassenbakken. Er is mondharmonicavirtuoze Geneviève Dartevelle, die ook de didgeridoo beheerst. Zij is grotendeels autodidacte maar heeft zich gelaafd aan het werk van grootmeesters als Jean-Jacques Milteau en Thierry Crommen. Geneviève werkte in het verleden al met velen samen, ook in Banana Peel: zo was ze hier in trio met Cisko Herzhaft en Tom De Wulf op 14 mei 2018. Verder zijn er percussionist en zanger Kankan Bayo uit Conackry (Guinee), meester in de complexe Afrikaanse ritmiek, en de Burundese zanger met de fantastische van blues en Afrika doordrenkte stem, Désiré Ntemere. Vorige maal deed Désirée een opvallende interventie op de trombone. Renaud heeft beloofd dat we daar meer van gaan horen: de combinatie harp en trombone is trouwens du jamais entendu!

Special guest in dit concert is niemand minder dan Jimmy Molière, die wereldfaam geniet als leadgitarist van Fats Domino, iets wat hij 25 jaar lang deed. Molière is een groot bewonderaar en epigoon van topgitaristen als Wes Montgomery (1923-68) en Charlie Christian (1916-42) Ook met anderen speelde de man uit Plaquemines Parish, Louisiana, zodat hij van begeleiden een Kunst gemaakt heeft (we vermelden enkel Ernie K-Doe, The Neville Brothers, B.B. King) Na de doortocht van orkaan Katrina, die zo lelijk huishield in thuisbasis New Orleans, verhuisde hij naar Oostende, waar hij eindelijk aan zijn eerste eigen kwartet toe kwam. Het Jimmy Molière Quartet speelde in BP op 5 december 2011.  Met Renaud & Zanzigroove speelde minzame Jimmy al eerder mee. Dat kan u hier bewonderen: https://www.youtube.com/watch?v=3AySGkW_TkE .

Over het repertoire en het bijzondere verloop van de avond wist Patigny ons van alles te vertellen (er staan meerdere spectaculaire verrassingen te wachten!), maar omwille van vooral technische redenen lag nog niets vast als we dit schrijven. We houden u op de hoogte!

Antoine Légat (28 januari 2019)

 

Programma.

In het eerste deel is er de projectie van een film over de geschiedenis van de Afro-Amerikanen, de bronnen van hun muziekstijlen in beeld en klank (boogie woogie, blues, scat song, …) Afwisselend beelden livemuziek, met commentaar tussen elk nummer, op drie na allemaal composities van Zanzigroove, met occasionele inbreng van Jimmy Molière.

Het tweede deel is een eerbetoon aan Chuck Berry (zonder beelden) met zijn songs. Jimmy Moliere speelt alles mee en draagt één eigen song bij.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

John NEMETH in Banana Peel Ruiselede op 4 februari 2019

Introductietekst voor mailings en site van Banana Peel Blues Club Ruiselede

John Németh

Maandag 4 februari 2019

John Németh (10.3.75) is een Amerikaanse harpist, zanger en songschrijver, geboren in Boise, Idaho. Sinds 2002 heeft hij negen albums onder eigen naam uitgebracht, maar men kent hem ook voor zijn werk bij en met Junior Watson, Elvin Bishop en Anson Funderburgh. Németh is een grote: in 2014 en 2015 ontving hij een Blues Music Award, resp. voor Soul Blues Male Artist en Soul Blues Album (‘Memphis Grease’) In 2013 had hij zelfs vijf nominaties, waarvan er helaas geen enkele verzilverd werd. Maar in totaal negen nominaties geven aan dat Németh in de smaak valt, als zanger en als harmonicaspeler. Je kan uit het voorgaande afleiden dat hij zowel de elektrische blues omarmt als de (al dan niet blue-eyed) soul. Zoals het geval is bij zovelen begint zijn loopbaan in het zangkoor van de lokale kerk. Maar de Chicago blues neemt het al snel over. Even leek het er op dat John in de richting van de hiphop zou gaan, maar beluistering van Buddy Guy en Junior Well (diens’ Hoodoo Man Blues’) deed hem kiezen voor een carrière in de soul blues. Na de gebruikelijke bandjes volgt een eerste serieuze stap in de muziekwereld: hij richt met vriend Tom Moore de formatie Fat John & The 3 Slims op. Bijna tien jaar lang treedt de band heel intensief op: vijf tot zeven optredens per week, da’s niet min en Fat John moet dan ook een uitstekende leerschool geweest zijn. Het maakt van John Németh the real deal. Zijn capaciteiten gaan in elk geval niet onopgemerkt voorbij in de bluesmiddens: vanaf 2000 speelt hij bij Michael ‘Junior’ Watson, west coast jump blueszanger-gitarist, lid van Canned Heat geweest in de jaren negentig, en steun en toeverlaat van nogal wat grote namen op podia en in de studio. Ondertussen heeft John ook zijn eigen band, The Jacks. Hij brengt in eigen beheer het album ‘The Jack Of Harps’, een mooie woordspeling die u zelf meer eens moet ontrafelen. In 2004 komt zijn eerste echte soloplaat uit, ‘Come And Get It’, ook weer in eigen beheer. Dat valt samen met zijn verhuis naar Oakland in Californië. In de jaren erna vervangt hij tijdelijk Sam Myers in de backing band van Anson Funderburgh. John tekent bij Blind Pig Records en brengt in 2007 ‘Magic Touch’ uit in een productie van Funderburgh en met Watson als gastmuzikant. Hij krijgt er de nominatie voor van Best New Artist Debut’. Intussen speelt hij mee op een handvol tracks van ‘The Blues Rolls On’ van Elvin Bishop (2008) In 2009 volgt ‘Love Me Tonight’ (Blind Pig) dat hoog scoort op de blues charts, wat ook opvolger ‘Name The Day!’ (2010; voor een laatste maal op Blind Pig) te beurt valt. Het voor een podiumbeest onvermijdelijke ‘Blues Live’ volgt (2012), opgenomen tijdens drie concerten in de San Francisco Bay Area. Begin 2013 verkast hij naar de hoofdstad van de soul-blues, Memphis, TN. De volgende plaat neemt hij er op met de legendarische Bo-Keys als backing band (die werkten nog met Al Green, O.V. Wright en Rufus Thomas, onder vele anderen): ‘Memphis Grease’ komt uit in 2014 en maakt indruk met zijn mix van originals en zorgvuldig uitgekozen covers. Zoals gezegd kreeg hij hiervoor zelfs een Blues Music Award. John Németh is nu op de top van zijn kunnen en onderstreept dat met opvolger ‘Feelin’ Freaky’ (2017), tien nieuwe songs ingespeeld door zijn touring band, The Blue Dreamers, met gitarist Johnny Rhoades, drummer Danny Banks, en bassist Matthew Wilson, plus een schare selecte gastmuzikanten, onder wie Charles Hodges op B-3 orgel (die speelde nog met Al Green en Ann Peebles en was mee verantwoordelijk voor de typische Hi Records sound), dat alles in een bekwame productie van Luther Dickinson van de North Mississippi Allstars. Niets werd aan het toeval overgelaten om van ‘Feelin’ Freaky’ een knaller van te maken. Gezien Johns uitstekende tenor en zijn spaarzame maar trefzekere spel op diverse smoelschuiven mogen we dat ook verwachten van zijn optreden in Banana Peel.

Antoine Légat.

Line up: John Németh (zang, harp) – Anthony Stelmazsack (gitaar) – Antoine Escalier (bas) – Fabrice Bessouat (drums)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen