COZIN in Arscene te Hansbeke op zaterdag 9 juni 2018

Dit verslag is ook te vinden op http://www.rootstime.be, sectie ‘LIVE’…

 

COZIN in Arscene te Hansbeke op zaterdag 9 juni 2018: ‘Cozin bezit een hoog ‘sirenegehalte’: ze grossieren in dromerige maar verleidelijke melodieën, zijn niet wars van enige melancholie (noem het indiefolk), met als troefkaart de bijzonder fraaie vocale harmonieën., die de songs omlijsten. Sympathiek en ontwapenend, maar verrassend degelijk en matuur

 

In de laatste fase van de eerste seizoenshelft is Arscene, de concert(t)rots van Hansbeke, helemaal ondergedompeld in de vrouwenstemmen. ‘Luctor et emergo’, want de trip blijkt, één halte voor het eindpunt, nu al bijzonder geslaagd. Gelukkig toeval en zorgvuldige planning gaan hier hand in hand. Eigenlijk begon het al op 28 april met het Gentse Blue And Broke, geesteskind van gitarist en songsmid Pedro De Bruyckere. B&B stelde dan zowaar twee cd’s tegelijk voor. De uitstekende Hansbeekse zangeres Melissa Antheunis zong toen bijna alle songs van ‘Kiss Me Twice’ en de nieuwe ‘Edward’ (zie concertverslag op Rootstime) Reena Riot kwam op 4 mei haar komende cd try-outen, een beloftevolle set karaktervolle rocksongs, om naar uit te kijken. Op 26 mei was er het frisse O Bain Marie, de groep van Marie Bogaert, met de bijkomende vocalen van Sofie Cabooter en Julie Honorez, plus ritmesectie. Zij presenteerden met de nodige vocale pracht de EP ‘Sowing Wild Oats’. Op 16 juni komen Little Kim & The Alley Apple Tree hun vierde album ‘Sugarbird’ brengen. En Kim is, dat weten niet alleen insiders, één van de mooiste stemmen van dit lage land (wat ook Guido Belcanto al ontdekte)

Daartussenin, op 9 juni was het de beurt aan Cozin. Ook die drie jongedames hebben een cd, ‘BURST’, maar die is ondertussen meer dan een jaar oud. Ze blikken binnenkort wel een opvolger in. Net als O Bain Marie heeft Cozin een hoog ‘sirenegehalte’: ze grossieren in dromerige maar verleidelijke melodieën, zijn niet wars van enige melancholie (noem het indiefolk), met als troefkaart bijzonder fraaie vocale harmonieën, die de songs omlijsten. Songwriter van dienst en zangeres is Dorien Staljanssens, het gezicht van de band. Dorien speelt gitaar, keys en dwarsfluit, Muriel Boulanger beroert de contrabas en Anna Van Steenwinkel is violiste. Op de cd speelt Jonathan Callens mee, vliegende drummer van heel wat bands, te veel om op te sommen, maar daar hoorden en horen zeer uiteenlopende formaties bij als Kiss The Anus Of A Black Cat of Kadril. Hij is ook lesgever aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans Gent. Hij speelde mee op ‘BURST’ maar enkel de dames staan op de coverfoto. Want pas na de opnames werd Callens het vierde lid van Cozin, bij deze vermoedelijk door alle manvolk benijd.

De cd ‘BURST’ kwam tot stand via crowdfunding. Voor de productie werd Koen Gisen aangetrokken, gitarist van An Pierlé & White Velvet, maar ook achter de knoppen bij Sarah Ferri (bij wie je ook Jonathan Callens kan aantreffen), Dans Dans, Bony King. De plaat kwam uit in april 2017. De aanstekelijke single ‘They Don’t Lie’ werd vaak gedraaid op Radio 1, maar er staan nog andere sterke songs op, doorgaans in de zachte sector. ‘Nothing To Say’, ‘On The Edge’, ‘The Bubble Is About To Burst’ (dat de cd-titel leverde) en het afsluitende trio ‘Some Compassion’, ‘Sophia’ en ‘Pablo Neruda’. Daarvan zou het schitterende ‘Sophia’ driewerf helaas niet gebracht worden: ze spelen die song al even niet meer, was de verklaring na het concert. De playlist omvatte ook nummers, die wellicht op de volgende cd terecht zullen komen. Daaronder minstens al één prijsbeest, ‘Galileo’.

Er zijn ook enkele schaarse covers: op het einde van het eerste deel was dat ‘Gravity’ van Hooverphonic en diep in het deel na de pauze een song die eigenlijk ‘Kiss Me Again’ heet, maar die ze onveranderlijk aanduiden als ‘Aaahaah’ (tijdens de uitvoering hoor je waarom!) Die blijkt van Jessica Lea Mayfield te zijn (van Jessica’s debuutalbum ‘With Blasphemy, So Heartfelt‘ uit 2008) Daarbovenop een degelijke versie van ‘Heart Of Gold’ van een of andere Canadese bard (naam niet onthouden) Die zette de finale in met ‘Pablo Neruda’ en ‘Kiss Me Again’, waarna een herneming van ‘Galileo’ als bis fungeerde. De climax op het einde, waar die thuishoort dus. Sympathiek, sociabel en ontwapenend, maar verrassend degelijk en matuur, zo komt Cozin over, want deze geschoolde musici zijn al even bezig en concerteerden al op het Dranouter Festival, Leffingeleuren, de Oostendse Paulusfeesten, in Het Depot in Leuven, de Brielpoort in Deinze, enzovoort. Ze behaalden ook diverse prijzen of finaleplaatsen in wedstrijden. Dorien heeft (net als Marie Bogaert) nog groeimarge als songsmid: het leven haalt haar wel in, leert de ervaring.  Die hemelse samenzang van Dorien, Muriel en Anna, tja, dat is in onze contreien toch nog altijd eerder uitzondering dan regel.

Nog iets over de naam Cozin: Dorien was al even solo bezig toen ze er in 2014 achter kwam dat er magie in de lucht hing als ze met Muriel musiceerde. Maar ook was er het gevoel dat er nog een pijler ontbrak. In mei 2015 ontmoetten ze Anna, die hen getipt was, en zij bleek de witte merel. In augustus 2016 besloten ze Hugo’s Cousin te wijzigen in Cozin. Dat verwijst nog naar de oude naam, maar klinkt tevens als het Engelse ‘cosy’, ‘knus, behaaglijk’, een omschrijving die Cozin past als een handschoen. Gaan zien als in de buurt!

 

Antoine Légat

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘CHOP’

CHOP. 1/ Intro – Now/Sunlight + 2/ Love In Wartime (BIRDS OF CHICAGO, cd Love In Wartime) 3/ House Tops (BLUE AND BROKE, cd Edward) 4/ There’s Nothing You Can Tell Me That I Don’t Already Know (MY DARLING CLEMENTINE, cd Still Testifying) 5/ Rebel (BLITZEN TRAPPER, cd Wild And Reckless) 6/ No Banker (GUY FORSYTH’S THE HOT NUT RIVETERS, cd Guy Forsyth’s The Hot Nut Riveters Presents… ‘’Torches And Pitchforks’’) 7/ Underwater Blues (Jeremy LOOPS, cd Critical As Water) 8/ Heartbreak Hotel (Sean TAYLOR, cd {Flood And Burn}) 9/ Lodestar (BIRDS OF CHICAGO) 10/ Chop Suey (BLUE AND BROKE) 11/ Jolene’s Story (MY DARLING CLEMENTINE) 12/ First Class Life (Mike ZITO, cd First Class Life) 13/ Stolen Hearts (BLITZEN TRAPPER) 14/ 300 Miles (GUY FORSYTH’S THE HOT NUT RIVETERS) 15/ Flash Floods (Jeremy LOOPS) 16/ I’ll Be Your Pilot (BELLE AND SEBASTIAN, cd How To Solve Our Human Problems) 17/ One Point Perspective (ARCTIC MONKEYS, cd Tranquillity Base Hotel + Casino) 18/ Wind Don’t Always Blow (BLITZEN TRAPPER) 19/ No Sound But The Wind (EDITORS) 20/ Better Man (Sean TAYLOR) 21/ Baton Rouge (BIRDS OF CHICAGO) (05 06 18)

 

Het was na de vorige ‘CHOO’ verleidelijk om de opvolger ‘CHOO CHOO’ te dopen, naar de ‘Choo Choo Train’ van The Box Tops (door Muscle Shoals studiorat Donnie Fritts gepend) die toen de titelinspiratie bood… Maar dat betekende extra schrijfwerk, vier letters per cd, en dus hielden we het op het alfabetisch volgend vierletterwoord ‘CHOP’. Maar het is meer dan een woordspelletje: ‘CHOP’ verwijst naar ‘Chop Suey’, de bepaald heftige song van Blue And Broke, in elk geval het meest uit de band springende nummer uit hun fraaie tweede full cd ‘Edward’. Van die cd kwamen veel songs in aanmerking. We weerhielden hier enkel nog openingsnummer ‘House Tops’. Het is een song die de vele facetten van de band toont. Zangeres Melissa Antheunis kwijt zich prima van haar taak. Behalve de band met de opvallende gitaar van B&B guru Pedro De Bruyckere en het indringende orgel van Danny Verstraete, hoor je ook het driekoppig koortje van de Groovy Sisters en de prominente blazers, in dit nummer gearrangeerd door trompettist Yves Fernandez. De nieuwe ‘Edward’ blijkt een verhaal te vertellen, dat achter het ‘officiële’ thema van de plaat ligt. Dat centrale thema is Edward Hopper. Om een ‘kapstok’ te hebben nam Pedro schilderijen en schetsen van Hopper (New York, 1882-1967) als leidraad. Om het daarmee geschetste verhaal te ontrafelen, heb je tijd nodig. Meer dan dat er een rode draad te ontdekken valt, wil Pedro echter niet kwijt. Op het driftige ‘Chop Suey’ ontbindt Pedro vocaal en op de elektrische gitaar zijn duivels… en dat zijn er niet weinig. Let u op de enigszins ongewone tekst!

 

De gangmaker en het centrale gegeven van deze compilatie is duidelijk Birds Of Chicago. Op 3 juni waren die eindelijk nog eens in het land t.g.v. de release van hun nieuwe ‘Love In Wartime’. Die bespraken we voor Rootstime en we begonnen ons stuk met: ‘Termen als ‘onvergetelijk’, ‘onvergelijkelijk’, ‘mythisch’, ‘legendarisch’ worden makkelijk ge- of eerder misbruikt als je het hebt over een recent concert dat je van je sokken blies. Je hebt dan wat tijd nodig om het gebeuren te plaatsen in de lange rij optredens over de jaren heen. De superlatieven willen mettertijd wel eens afvlakken. Als je na jaren nog altijd met even groot ontzag praat over die welbepaalde avond, dan is er toch iets bijzonders aan de hand. Zo’n ervaring hebben we met de passage van Birds Of Chicago in De Villa van de N9 te Eeklo, zaterdag 23 april 2016. Aan dat onvergetelijke, onvergelijkelijke, … heu… dat hondsfraaie concert hing ook een cd vast, ‘Real Midnight’, die we, als dat kan met een cd, grijsgedraaid hebben. We zwoeren dan ook paraat te staan als BOC zich nog eens zou aandienen in ons land. Dat was op vrijdag 4 mei in Labadoux en, u raadt het, dat was net die éne avond dat we niet vrij waren. Better next time!

 

De cd is een goudklompje: ‘Van bij de eerste noten van het korte ‘Intro: Now/Sunlight’ palmt de warme gospel-soulstem van Allison de luisteraar in (...) Met de titeltrack krijgen we meteen het eerste hoogtepunt op de plaat: geraffineerde zang in duo, verfijnd koorwerk en instrumentatie, een langoureuze slide die naar grote hoogten opkringelt, een pracht van een melodie. ‘This is our love / Love in wartime / White flower in a red sky’. Zelfs al zou er niets meer volgen, de cd heeft met ‘Love In Wartime’ al zijn prijsbeest…’ Over ‘Lodestar’ schreven we dit: ‘… een tweede poëtische hoogtepunt: ‘There’s a flame for your blood / Yes that’s how this living’s done’. De song blijft lang ingetogen maar krijgt aan het eind een adrenaline-injectie van jewelste’.  Over het slotakkoord van ‘CHOP’, ‘Baton Rouge’, hebben we wel bericht. ‘Baton Rouge(zoals geweten de hoofdstad van Louisiana) groeit uit tot een gospelhymne en met de herhaling van ‘Baton Rouge’ iets heeft van een mantra. ‘Ton coeur qui bat est mon coeur, ton âme qui brise est mon âme’, zingt Allison in deze enigszins enigmatische (love) song, een toppunt van raffinement. De uitgesponnen klarinetsolo van JT maakt het plaatje compleet.’ Belangrijke conclusie in onze recensie: ‘Geen enkele misser op ‘Love In Wartime’: het is een zeldzaamheid

Ondanks die sterke drie en een halve song gelicht uit deze topper is ‘CHOP’ in wezen een typische overgangsplaat. Dat uit zich op twee vlakken: de inclusie van songs van groepen die al eens aan bod kwamen, maar misschien niet voldoende: in dat geval verkeren Jeremy Loops (wat een fantastische cd is die ‘Critical As Water’, pure pop for now people!), Mike Zito met zijn prachtige nieuwe, terug iets meer bluesy plaat, Belle And Sebastian op hun oude niveau, en ten slotte Editors. Die laatsten behoren in zekere zin ook tot de tweede categorie, die van platen die niet helemaal nieuw maar om diverse redenen pas nu aan bod komen. De full cd ‘Violence’ van Editors is wel degelijk nieuw, maar ‘No Sound But The Wind’ spelen ze al lange jaren. Naar verluidt namen ze het nu eindelijk dan toch op om ook andere fans dan de Belgische festivalbezoekers te plezieren, want de song is echt gelinkt aan ons land. Zie de ondertussen roemruchte clip van Rock Werchter 2010: https://www.youtube.com/watch?v=XXUCFk8VJFY .

 

My Darling Clementine is het duo van Britse singer-songwriter Michael Weston King en blitze partner Lou Dalgliesh. King is een bezige bij: speelde met diverse bands waaronder het eigen The Good Sons in de nineties tot 2001 (5 cd’s en een best of), werkte samen met allerlei grootheden als Jackie Leven, Ron Sexsmith, Chris Hillman en Townes Van Zandt (die zelfs een song van King opnam) Hij maakte tot hiertoe ook tien soloplaten, waarvan we vooral het anti-oorlogsstatement ‘I Didn’t Raise My Boy To Be A Soldier’ (2010) zeer waarderen. Dalgliesh heeft een fijne reputatie als zangstem, o.a. bij of met Elvis Costello, Bryan Ferry, het Brodsky Quartet. Ze schreef ook een toneelstuk, ‘They Call Her Natasha’ (2001), waarin ze zelf meespeelde als… Elsie Costello, want het stuk was gebaseerd op songs van Elvis als ‘Pump It Up’, ‘Oliver’s Army’ of ‘Shipbuilding’ (de titel van het toneelstuk is een zinsnede uit ‘(I Don’t Want To Go To) Chelsea’) Sinds 2010 treedt het koppel op als My Darling Clementine (allicht een verwijzing naar de gelijknamige overbekende prent uit 1946, met Henry Fonda en in een regie van John Ford)

 

Ook hun derde cd ‘Still Testifying’ kwam tot stand met een keur aan muzikanten zoals gitarist Martin Belmont (Graham Parker & The Rumour, Costello, Nick Lowe) en keyboardsman/accordeonist Geraint Watkins (Nick Lowe, Van Morrison, Mark Knopfler en duizend anderen) De songs van ‘Still Testifying’ zijn snoepjes voor wie houdt van zorgzame afwerking (die blazers op ‘Eugene’!) en spitsvondige teksten. Noem het Britse country, maar het is in essentie tijdloos chanson. Zelf houdt MWK het meest van ‘Two Lane Texaco’ en ‘Yours Is The Cross I Still Bear’, zoals hij ons in onze mailcorrespondentie liet weten. Ook lieve, moody afsluiter ‘Shallow’ is een geslepen diamant… maar ‘CHOP’ was zo al moody genoeg. Daarom kozen we twee songs met een opvallende tekst, ‘There’s Nothing You Can Tell That I Don’t Already Know’, dat het thema in de titel mooi uitwerkt, en ‘Jolene’s Story’, het verrassende en ontluisterende vervolg op ‘Jolene’ van Dolly Parton. My Darling Clementine is ook live close to perfection. Grote klasse die een groot deel van de muzikale mensheid blijkbaar geheel ontgaat…

 

Ook ‘Wild And Reckless’ van Blitzen Trapper (Portland, Oregon) dateert ‘al’ van 2017. BT is een ‘experimentele’ country-folk-rockband, die in 2000 startte als Garmonbozia (vier cd’s) Vanaf 2003 werd dat Blitzen Trapper en met ‘Wild And Reckless’ is de formatie aan zijn negende studioplaat toe, werktitel ‘Record #9’ (er bestaan ook drie liveplaten) Niks wereldschokkends maar het zijn pro’s die weten hoe een song moet klinken. Ook live is dat OK, zoals we te horen kregen in Zaal De Zwerver in Leffinge op woensdag 4 april. Genieten was het beslist… al waren we die avond vooral onder de indruk van voorprogramma Vito (volledig Vito Dhaenens, de zoon van Dirk Dhaenens, alias Derek) die met zijn band een ongelofelijke performance neerzette, als een jonge Jeff Buckley, zo intens. Belooft voor de toekomst. Maar de songs van Blitzen Trapper misstaan hier niet.

 

Het moment de gloire van Arctic Monkeys ligt al ruim tien jaar achter hen en ons met ‘Whatever People Say That I Am, That’s What I’m Not’, dat in 2006 in één ruk #1 stond in de UK, wat ook hun singles overkwam. Iets gelijkaardigs kunnen we zeggen van ‘Favourite Worst Nightmare’, 2007. Opmerkelijk was het feit dat ze hun bekendheid opbouwden via het verspreiden van hun demo’s via het net, nu courante praktijk, toen innoverend. Stoere indierock en dansbare neo-punk, in het spoor van The Strokes, The Libertines, Franz Ferdinand, maar ook The Clash. De band stond niet stil, maar in 2014, na vijfde album ‘AM’, ging de stekker er tijdelijk uit, zodat frontman Alex Turner zich kon concentreren op de tweede cd van The Last Shadow Puppets, zijn succesvolle duo met Miles Kane (The Rascals) ‘Comeback’ album ‘Tranquillity Base Hotel + Casino’ is van een heel andere stilistische invalshoek, een wis-en-waarachtige croonerplaat, volgens sommigen de voorbode van het einde van de band. Dat het echter knappe muziek oplevert, toont bijgaand ‘One Point Perspective’…

 

Over de volgende band schreven toch ook een recensie, zeker?! Op Rootstime leest u het volgende: ‘The Hot Nut Riveters is de jolige naam van een string band uit Austin, TX, waarbij ‘riveters’ te vertalen valt als ‘zij die klinknagels (rivetten) aanbrengen’, bij uitbreiding de bricoleurs, de broddelaars, de fixers. De muziek is even doldwaas. We leerden dit los-vaste gezelschap kennen in 2014 via Guy Forsyth, blues, bluesrock en rootsrock zanger-gitarist, songsmid, harpist, bespeler van de zingende zaag. Hij had op één van zijn vele passages in ons land (hij heeft wat met België!) het debuut van The Hot Nut Riveters mee, ‘Moustache Girl’. Wie Guy kent, bij voorbeeld van platen als ‘High Temperature’ (spraakmakend debuut uit 1994), ‘Love Songs: For & Against’ (2005), ‘Red Dress’ (2015) of het geweldige ‘The Pleaser’ (2015), kijkt wel op van zoveel zottigheid. Maar als je de man live te keer hoort en ziet gaan, begrijp je al heel wat beter waar het bij The Hot Nut Riveters om draait: pure, driftig buiten de lijntjes kleurende fun, met via satire, parodie en persiflage geregeld ook een sociaal geëngageerde dimensie. De nieuwe ‘Guy Forsyth’s The Hot Nut Riveters Presents ‘’Torches And Pitchforks’’‘ is weer een stap dichter bij dat perfecte plaatje’ Zo. U bent weer bij.

 

Over de vele gezichten van de groep leest u alles in dat artikel, maar nog dit over de songs van de Riveters op deze collectie: ‘Eigenlijk kan het al niet meer stuk vanaf de opener van deze ‘Toortsen en Gaffels’. Dat is namelijk een versie van ‘No Banker’, de scherpe aanklacht, tevens het koninginnennummer van ‘Pull Up Some Dust And Sit Down’ (2011) van Ry Cooder, zijn manier om zijn verontwaardiging te luchten over de door de economie veroorzaakte bankencrisis en depressie (bij Cooder heet het wel ‘No Banker Left Behind’) De versie van de Riveters is voorzien van hilarische, van vitriool doordrongen commentaar door niemand minder dan A. Whitney Brown, bekend bij de bezoekers van het (twee)jaarlijkse anti-oorlogsprogramma ‘Beyond The Flags’ in Ardooie als de kierewiete ceremoniemeester/poëzielezer van dat gebeuren. Deze schrijver en komiek was in de jaren tachtig één der pijlers van het satirische Saturday Night Live en won in 1988 een Emmy Award (Outstanding Writing in a Variety or Music Program) Hij is ook de echtgenoot van Carolyn Wonderland, die met haar band de muzikale ruggengraat vormt van ‘Beyond The Flags’, dit jaar trouwens weer op 11 november’ Guy Forsyths eigen ‘300 Miles’ mag rammelende slide blues heten maar gaandeweg wordt het een soortement dolgedraaide skiffle.

 

Ach, wat gezegd van het ouwe, vertrouwde en hoogst gezellige Labadoux Festival in Ingelmunster op 4-6 mei? De cirkel is dus ongeveer rond, want we moesten de vrijdag verstek geven zodat we Birds Of Chicago niet konden zien (zie boven!), en evenmin het ook al razendknappe Belgisch-Amerikaans-Zweeds-Schots-Franse Old Salt (die intussen hun tweede plaat aan het inblikken zijn), en ook nog The Chieftains. Maar we genoten zaterdag en zondag van een reeks geweldige optredens: kickstart van Douglas Firs en King Dalton, voor ons al meteen het neusje van deze zalm. Gevolgd, die zaterdag, door club tent toppers Tiny Legs Tim & Steven Troch en Gudrun Walther & Jürgen Treyz (over dit Duitse duo hoort u ons nog!) Maar ook Faran Flad, Admiral Freebee, Ozark Henry, Afro Celt Sound System waren best te pruimen. Op zondag misten we Ray Cooper, maar The Jacquelines, Guido Belcanto (met Little Kim), Canadese revelatie Bears Of Legend, Yevgueni met nieuwe cd en lokale coverhelden The Wilfrieds (vergroeid met Labadoux) maakten dat ruimschoots goed.

 

Maar deze 30e (dertigste!) editie zal voor ons altijd verbonden blijven aan de figuur van singer-songwriter Sean Taylor. We zagen hem voor het eerst tijdens de receptie voor de notabelen van Ingelmunster in de VIP-tent op zaterdagnamiddag. Daar mocht hij een paar nummers brengen terwijl er vanzelfsprekend geen kat luisterde. Mijn aandacht had hij echter al na drie noten met een bijzondere uitvoering van ‘Heartbreak Hotel’ (Elvis Presley, later ook zeer persoonlijke versies van John Cale en Mary Coughlan) Seans studioversie staat hier op deze ‘CHOP’. Een paar songs later kwamen ook leden van King Dalton gefascineerd luisteren: de man kan namelijk een heel stuk gitaar spelen! Na deze korte set stak Sean ons zijn meest recente ‘{Flood And Burn}’ toe. Op zondag zou Sean een hele set spelen in de tweede tent. Niet veel animo, een handvol heel ver weg gezeten maar belangstellende luisteraars slechts op deze luie, bloedhete, zonovergoten zondag (dan is het grasperk interessanter) Na het concert bood Taylor ons de rest van zijn catalogus aan tegen een zachte prijs… Thuisgekomen stelden we vast dat we met 4 cd’s ‘slechts’ de helft hebben van zijn cd-repertoire. Vooraleer hij vertrok, hadden we in de VIP-tent nog een lang gesprek. Hij blijkt een goede vriend van de ‘bassist onder de bassisten’, Danny Thompson, die overigens meedoet op het andere nummer in deze collectie, ‘Better Man’ (je kan dat goed horen: zeer herkenbare klank en speelwijze!) Sean neemt altijd op in Austin. Dat verklaart waarom o.a. de grote Eliza Gilkyson meedoet aan zijn meest recente (Eliza zingt tweede stem op ‘Heartbreak Hotel’) Hana Piranha is de opvallende violiste op ‘Better Man’. Mark Hallman producete de cd en speelde nog een heel leger cracks mee om de cd body te geven. Anders gezegd, met Sean Taylor vulden we een serieus en tot dan toe volkomen onbekend gat in onze cultuur. En we zien hem zeker vlug terug.

 

Na de cd’s van deze winter, eerder zwaarmoedig van aard, vooral wegens de grote aanhoudende koude en onze bijzonder slechte gezondheidstoestand (longontsteking en dies meer), mocht een lentecompilatie gerust wat meer zwier hebben. Edoch! Op een serieus rockende plaat zal het nog even wachten zijn: de inbreng van Birds Of Chicago zorgde ervoor dat ‘CHOP’ in de richting ging van een laid back atmosferische plaat, al zitten er beslist een pak songs tussen met een stevige angel in. Diversiteit is troef. Toch zijn we fier u deze ‘CHOP’ te kunnen aanbieden. Vergeet niet in uw geldbuidel te tasten om meer van dat moois in huis te halen en ervan te genieten, want ‘CHOP’ is maar een staalkaart uit stuk voor stuk sterke cd’s (die u op de radio of de TV maar zelden zal horen) De kern van deze en andere compilaties is louter de promotie van goeie songs, cd’s en artiesten. En verder… zijn de weddenschappen geopend: heet de volgende ‘CHOQ’? Of ‘SHOP’? Of toch nog ‘CHOO CHOO’… Of gewoon “ARTHUR’ zoals u en ik? U en ik hebben er het raden naar! (AL; 07 06 18)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Pieter EMBRECHTS, Onderwoud

Voor Folkcorner Den Appel

ONDERWOUD (2CD) –
PIETER EMBRECHTS
MEER INFO

Soms loont het te wachten. Twaalf jaar na het straffe debuut ‘Maanzin’ (2004) kwam acteur en zanger Pieter Embrechts (Studio Herman Teirlinck) eindelijk met ‘Onderwoud’ op de proppen, meteen een dubbelaar. In de tussentijd had de duivel-doet-al van TV, film en theater ook muzikaal niet stilgestaan. Op die manier had hij tijd en gelegenheid om zorgvuldig te schaven aan ‘Onderwoud’, hoogstpersoonlijke vertellementen van sublieme afwerking. Met zijn brede bereik en frasering pakt Pieters romige stemgeluid je geregeld bij het nekvel: het superbe ‘De Draak’, een aangrijpend ‘Een vriend van mij’, mijmerend slotakkoord ‘Als het kon’. Je ontdekt popgerichte songs zoals ‘Dansen in het donker’, vertaling van ‘Dancing In The Dark’ van Bruce Springsteen. Er zijn herinneringen aan zijn werk met Tattoo del Tigre en bigband project New Radio Kings via ‘Pas dan (live)’, ‘De vonk (live)’ en ‘Narcissus’. Als kers op de taart is er de ode aan de culturele diversiteit van zijn zo vaak beschimpte en verguisde woonplaats ‘Hier in Borgerhout’, een dwarse maar trotse hertaling van Tom Waits’ ‘In The Neighborhood’. Achttien songs en niet één te veel. Ay Ramon! (Antoine)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Paul BRADY, Back To Centre

Voor Folkcorner Den Appel

BACK TO THE CENTRE –
PAUL BRADY
MEER INFO

‘Back To The Centre’ (1985) is een ‘centrale’ plaat uit de pop & rock periode van Ierse songwriter Paul Brady, die begon als pure folkmuzikant. Hij was lid van het legendarische Planxty en beschouwt zelf ‘Andy Irvine/Paul Brady’ (1976) als zijn beste plaat. Brady scheerde hoge toppen als songleverancier voor onder meer Tina Turner, Bonnie Raitt, Carole King, Dolores Keane en tientallen anderen. ‘Back To The Centre’ grossiert in lekker swingende popsongs en enkele rustpunten, waar Brady zo’n meester in is: ‘Follow On’, het grootse ‘The Homes Of Donegal’ en natuurlijk ‘The Island’, uiterst sobere, bloedstollende weeklacht over wat er toen in Noord-Ierland gebeurde. Met medewerking van Eric Clapton, Larry Mullen jr. (drummer U2) en collega singer-songwriter Loudon Wainwright III. (Antoine)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Rufus WAINWRIGHT, Vibrate: The Best Of Rufus Wainwright

Voor Folkcorner Den Appel geschreven…

VIBRATE – BEST OF –
RUFUS WAINWRIGHT
MEER INFO

Wie had ooit gedacht dat de zoon van Amerikaanse singer-songwriter Loudon Wainwright III en Canadese songschrijfster Kate McGarrigle (de helft van het duo met Anna) het succes van zijn ouders naar de kroon zou steken? Qua mondiaal succes overtreft hij hen beiden zowaar met gemak. Dat is niet verwonderlijk want Rufus bezit een uitzonderlijke stem waar hij letterlijk alles mee aankan (geen wonder dat hij opera zo waardeert), maar hij heeft ook het unieke schrijftalent dubbel geërfd. Waarom Sting en Elton John hem als songsmid zeer hoog inschatten, en er zelfs vergelijkingen met Randy Newman uit de kast vallen, ook dat valt te horen op ‘Vibrate: The Best Of Rufus Wainwright’. In het aanbod van achttien songs ook ‘Hallelujah’: Rufus adopteerde Lorca Cohen, kleindochter van… precies! (Antoine)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

AFRIKA MAMAS, Iphupho, ARC Music EUCD 2771 /// Michalis TERZIS & Vasilis SKOULAS, A Tribute to Greece, ARC Music EUCD2778 /// Gary STROUTSOS, Night Chants. Native American Flute, ARC Music EUCD2777 /// MEXICO. Luz de Luna. The Best Boleros from the Costa Chica, ARC Music EUCD2776 /// SAOR PATROL, Battle Of Kings, ARC Music EUCD2788.

Verschenen op http://www.rootstime.be.

Alle info: https://www.arcmusic.co.uk/

 

Bij deze nemen we een recente reeks uitgaven onder de loep uit de intussen indrukwekkende catalogus van ARC Music, met muziek van over heel de planeet, wat zo armzalig ‘wereldmuziek’ heet (is alle muziek op aarde geen wereldmuziek?) ARC Music heeft niet de naam en faam van andere labels in dit marktsegment, maar in deze uitgebreide waaier cd’s vind je echt wel je gading. Soms, maar lang niet altijd, nemen ze platen die al elders hun release beleefden, op in hun bestand. Maar daar hebben ze dan ook een neus voor. Zo brachten ze van ‘onze’ MANdolinMan de eerste cd ‘Old Tunes Dusted Down’ en de derde ‘Unfolding The Roots’ opnieuw uit, wat meteen meer internationale uitstraling geeft aan dit magnifiek swingende en door de groepssamenstelling (vier mandolines!) unieke project.

 

Er zijn dus ook heel wat originele producties door ARC gestuurde projecten, of ten minste toch cd’s die bij ARC voor het eerst internationaal uitgebracht worden. In het voorjaar verscheen bij ARC de nieuwe cd van de Afrika Mamas, zes dames die a capella zingen, uit Durban, Zuid-Afrika. ‘Iphupho’ is de opvolger van het bejubelde ‘Afrika Mamas’ (2016) Die eersteling had bij het gereputeerde wereldmuziektijdschrift Songlines vier sterren gekregen en ook de nieuwe kreeg nu een rave review. Het is dan ook ongemeen schitterend gebrachte vocale muziek zoals men die vooral sinds ‘Graceland’ van Paul Simon en Ladysmith Black Mambazo heeft leren kennen en waarderen (Overigens, de cd is opgenomen in de studio van Ladysmith Black Mambazo) Luister maar eens naar ‘Tata Madiba’: hier past een welgemeende ‘waw’! Puntje van kritiek is dat het een hele cd lang enkel die stemmen zijn en dat je af en toe snakt naar een instrument. Maar niets belet je deze pracht mondjesmaat tot jou te nemen. En in een uitgesproken mannenmaatschappij zijn de Afrika Mamas ideaal om glazen plafonds te verbrijzelen. Wij zijn fan!

 

ARC geeft cd’s uit sneller dan Lucky Luke op zijn schaduw schiet. Einde mei verschijnt opnieuw een cd van Michàlis Terzis, de huiscomponist van ARC wat Grieks betreft. Het gaat om nieuw geschreven songs in de stijl van bekende Kretenzische kunstliedcomponisten als Yannis Markópoulos, gebracht door volkse zanger en lyraspeler (lyra = de Kretenzische vedel) Vasilis Skoulàs, één van Kreta’s bekendste artiesten. Skoulàs (°1946) is dan ook geboren in het (veel méér dan) Bokrijk van Kreta, Anoja, zoals te verwachten viel: uit een familie van muzikanten en schilders. Skoulàs vult enigszins de enorme leemte die de te jong gestorven en nog steeds aanbeden Nikos Xyloùris naliet.

 

Het befaamde Griekse kunstlied is dood en de vele interessante nieuwe wegen die de Griekse muziek sindsdien is uitgegaan houden geen rekening met dat verleden. Mikis Theodoràkis is er intussen 93. Manos Hadjidakis is al ruim twintig jaar dood. Markópoulos is nog actief. Stavros Xarhàkos (muziek voor de film ‘Rembetiko’) zit in de politiek. Dan is Terzis een alternatief. Maar bon, ‘A Tribute To Greece’ mocht gerust ‘A Tribute To Crete’ geweest zijn, want het gaat wel degelijk om een kunstige stilering van de Kretenzische volkse muziek, zoals Mikis in de tijd van ‘Zorba de Griek’ (dit is geen vergelijking) Er staan beslist erg mooie dingen op die cd, zoals ‘Psila petaei o aetos’ of ‘O Erotas ki o Polemos’ (schrijfwijze zoals op de cd aangenomen) Fans van het genre zullen zeker niet ontgoocheld zijn.

 

Night Chants – Native American Flute’ van Gary Stroutsos en ‘MEXICO – The Best Boleros From The Costa Chica’ van diverse lokale artiesten, zijn releases, gelijktijdig met ‘A Tribute To Greece’. Stroutsos, oorspronkelijk jazzfluitist, bespeelt diverse fluiten van Indiaanse volkeren. Hij is zelf geen Indiaan, maar een autoriteit door zijn vele contacten en zijn research. Hij werkt samen met de ook al bekende maker van Navajo fluiten, Paul Thompson. Op ‘Night Chants’ speelt Stroutsos eigen composities op fluiten van Dakota, Hopi en Navajo oorsprong, uiteraard in de geijkte stijl en krijgt af en toe steun van minimaal slagwerk, geleverd door hemzelf of telkens een andere percussionist, vier in totaal. Etherisch mooie meditatieve klanken voor dromers, of geïnteresseerden in de culturen van de Native Americans. Zoals altijd bij ARC geeft het inlegboekje alle gewenste documentatie. ARC heeft nog een hele reeks andere cd’s met muziek van Indiaanse oorsprong (fluiten en powwows), maar dit lijkt een eerste samenwerking met Gary Stroutsos te zijn.

 

Ook de Mexicaanse volksmuziek is zeer goed vertegenwoordigd in de catalogus van ARC. Maar dit is toch wel iets bijzonder. De Costa Chica ligt in de Sierra Madre, in de staat Guerrero, net ten zuiden van Acapulco, aan de zuidkust. Geweld en armoede zijn troef in de afgezonderde steden en dorpen die de Costa Chica vormen. Maar er is ook, ver van de spotlights en de concertzalen van Mexico City, de bolero, het alles verzachtende liefdeslied. Het heeft daar zowat de functie van de blues, de rebètika, de fado elders en in andere tijdperken. Wie in onze tijd nog onbespoten muziek zoekt, moet daar zijn. Een ploeg trok daarheen met opnameapparatuur en blikte vijf lokale bands in (Pedro Torres, Fidela Peláez, Chogo Prudente, Los Tres Amuzgo, Las Hermanas García) We horen het u denken: Ry Cooder maakt school! Je raakt al snel in de ban van de charme van deze bolero’s, zalige smartlappen eerste klas, verenigd op ‘MEXICO. Luz de Luna. The Best Boleros from the Costa Chica’. Voor liefhebbers van pakweg de Antilliaanse Feesten. De samenstellers leverden als kroon op dit pionierswerk, omstandige commentaar met leuke foto’s.

 

Zonet viel ook ‘Battle Of The Kings’ in onze brievenbus, één in een reeks van vele cd’s van Saor Patrol bij ARC. Die Schotse band grossiert in zwaar aangezette, door forse doedelzak, drie drummers en een elektrische gitaar aangestuurde instrumentale Keltische rock. In één nummer, ‘Aftermath (Battle Of The Field Of Shirts)’ zingt William Van Der Laan. ‘Battle Of The Kings’ refereert aan de Schotse onafhankelijkheidsoorlogen tijdens de regering van Rovbert the Bruce (1306-1329) tegen de Engelse koningen Edward I en Edward II. De hele art work staat in dat teken. Het aanhoudende pijpen is niet ieders tand, maar ‘Battle Of The Kings’ is bijzonder sympathiek, een uiting van bewonderenswaardige Schotse fierheid, stevig als de whisky en live moet het een hele belevenis zijn.

 

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

JEFF JENSEN BAND in BANANA PEEL (Ruiselede) op maandag 25 jnui 2018

Jeff Jensen

Maandag 25 juni 2018

 

Op 24 april 2015 werd Ruiselede opgeschrikt door een geweldenaar. Niet van het ordinaire soort, maar behorend tot de categorie der gewervelde bluesgitaristen, tot dan toe vooral bekend van de ravages die het fenomeen op Beale Street aanrichtte. Het luistert naar de lekker allitererende naam Jeff Jensen. We schreven naar aanleiding van dat concert in Rootstime: ‘Hoe energiek de aanpak ook is, hoe ogenschijnlijk spontaan en onbezorgd zijn attitude ook mag lijken, precisie en respect in de uitvoering, subtiliteit en zin voor het detail kenmerken zijn muzikale filosofie’ Het was zijn eerste Europese toer, maar zijn passage in ons land deed vermoeden dat hij hier niet voor het laatst te horen zou zijn. In elk geval overtrof het de verwachtingen die Jeff zelf gekoesterd had. De verwondering was wederzijds: de meesten onder ons, schrijver dezes incluis, werden koud gepakt door een artiest waar we van moesten opzoeken hoe hij op prille leeftijd in de blues gesukkeld was, hoe uit The Santa Clarita Blues Society in 2004 de Jeff Jensen Band groeit en dat hij ten slotte, na twee platen en letterlijk honderden concerten (nog altijd hét geheim van een kwaliteitsband!), in 2011 van Portland, Oregon ‘definitief’ verkaste naar Memphis, Tennessee, waar hij al eerder de ideale voedingsbodem zocht en vond voor zijn woeste veroveringstocht doorheen de blueswereld. Wat hij niet altijd solo doet: Jeff werpt zich al lang en tot op heden op als de vaste begeleider van harpspeler Brandon Santini. Jeff stelde in 2015 zijn kersverse, bijoznder gevarieerde cd ‘Morose Elephant’ voor. Pientere titel trouwens, die ‘chagrijnige olifant’, als beeld voor de hypochonder in ons allen, die gelukkig altijd weer kan veranderen in een ‘roze olifant’, mits we eraan werken. Maar, al hadden we tevoren gehoord van zijn dynamische podiumpersoonlijkheid, zijn furieuze aanpak klopte alles, niet in het minst omdat die tegelijk en wonderlijk genoeg ook plaats liet voor finesse, nuance en precisie. Waarom Jeff zich nu opnieuw vertoont in onze contreien (er zijn niet minder dan zes concerten op Belgische bodem alleen al), laat zich raden: een nieuwe cd! ‘Wisdom & Decay’ heet die en dat is dus zijn derde eigen plaat, met zeven originals en drie covers. Die cd krijgt al even woeste commentaren als Jeffs haardos (die steekt hij dan wel mooi op, maar na luttele seconden in het concert gooit hij die weer los!) Collega Eric Schuurmans schrijft in zijn recensie op http://www.rootstime.be: ‘Met ‘Wisdom & Decay’ slaat Jeff Jensen artistiek een nieuwe, meer creatieve weg in, waarbij soul en blues de stevige bodem vormen. Jeff Jensen (…) blijft verbazen!’ Om misverstanden te vermijden en de fans warm te maken legt JJ zelf op YouTube het wat en hoe uit van ‘Wisdom & Decay’. Dat vind je hier: https://www.youtube.com/watch?v=vwbm4QQfpfo. Ook op deze manier blijft de man dus verbazen! We vinden een ode aan Memphis (‘I’m Living Off the Love You Give’, dat bekend werd via Little Milton), een story over het einde van een relatie (‘Pretend Forevers’), ‘What We Use To Be’ neemt het eigentijdse Amerika op de korrel. We horen ‘Downtown’ van Tom Waits (Jeff maakt al een heerlijke live versie van Waits’ ‘Heart Attack And Vine’, en hij speelde het op de toer van 2015) en zowaar een Bob Dylan (‘Tonight I’ll Be Staying Here With You’) Fors uithalen met de gitaar, dat doet Jeff op de eigen ‘Something In The Water’ en ‘The Water Jam/Something In The Water Revisited’. In de backings vinden we onder meer Reba Russell nachtegaal die goed bekend bij de getrouwen van BP. Op drums vinden we David Green (Alabama, nu Atlanta, Georgia) Green is een eclectische drummer die bij de meest verscheiden gezelschappen musiceerde, van orkesten, show bands, marching bands tot…de Jeff Jensen Band toe, waar hij permanent Robinson Bridgeforth vervangt, die er op vorige tournee nog bij was. Bassist Bill Ruffino (New Jersey, nu Californië) speelt mee vanaf het prille begin van de JJB. Hij is ook sessiemuzikant en heeft in die zin op een dozijn cd’s meegespeeld, bij voorbeeld op ‘This Time Another Year’ van Brandon Santini (2013) Ruffino is een mee-musicerende bassist, hierbij uiteraard geholpen door zijn grote affiniteit met Jeff. De meeste bassisten doen (gelukkig!) wat van hen verwacht worden: de baslijn netjes inspelen, de basso continuo als brug tussen melodie en ritme. Maar het grootste deel van de tijd speelt sympathieke Bill daarbij ook zijn eigen spel. Misschien is ‘contrapunt’ een te hoog woord in deze context maar… Het is een genot hem bezig te horen én te zien, hoe hij de melodie mee in- en aanvult, en zich daarbij inleeft in de song. Banana Peel mag zich opmaken voor weer eens een grootse avond, een gedroomde afsluiter van het voorjaar in het 52e seizoen van de club. Vorige maal was het genoegen duidelijk wederzijds. We eindigden ons Rootstime stuk met: ‘Vlak voor het bisnummer looft Jeff uitvoerig de BP, zijn vrijwilligers en zijn trouwe publiek. Er is de legende, stelt hij, dat de club al bijna een halve eeuw de blues predikt via optredens van hoge kwaliteit. Maar, zo voegt hij eraan toe, de club zelf ziét er ook uit alsof ze in Clarksdale, Mississippi hoort.’ En of we zoiets graag horen!

 

Antoine Légat.

 

P.S. Met dank aan Rootstime en Eric Schuurmans!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen