GERONIMO, Run High

GERONIMO, Run High.

Jeroen Geerinck, muzikant (gitaar, keyboards, enzovoort), producer, geluidstechnicus, mede-oprichter van Trad Records, is gewaardeerd lid van diverse folkbands met stamboom. Zeg nu zelf: Spilar, Novar, Hot Griselda, Snaarmaarwaar zijn stuk voor stuk raspaardjes in de Vlaamse folkstal. Dat kon allicht volstaan voor de modale muzikant. Maar de creatieve honger van Jeroen is zo groot en intens, dat die nog een uitlaatklep zocht. Dat leidde in 2016 tot ‘Introvert’, dat hij volledig solo maakte onder de naam Geronimo. Was die ‘Introvert’ nog een joekel van een verrassing voor de buitenwacht, dan is ‘Run High’ dat niet meer. De man hoeft echt niets meer te bewijzen, vandaar dat de cd zo ingetogen, stijlvol en zelfverzekerd van start gaat: ‘Break Of Day’ is de heerlijke ouverture tot de tien songs die elk op hun manier het uitzonderlijke talent van Geronimo belichten. Folk vormt de basis maar er zitten vele andere muziekstijlen verwerkt die het ontdekken waard zijn. ‘Run High’ slaat meteen aan met zijn prachtige klankkleuren, maar is tegelijk een groeiplaat want er zit verdraaid veel fraais verborgen in Jeroens warme composities.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Rhiannon GIDDENS & Francesco TURRISI, They’re Calling Me Home: aanrader Folkcorner Den Appel

THEY’RE CALLING ME HOME –
RHIANNON GIDDENS WITH FRANCESCO TURRISI
MEER INFO
Rhiannon Giddens maakte naam als zangeres en multi-instrumentaliste bij Carolina Chocolate Drops, dat aantoonde dat vooroorlogse jug bands al even zeer bloeide in de kringen van de zwarten als bij de blanken. Ze deden dat via schitterende platen en al even beklijvende concerten. De niet te stuiten scheppingsdrang van Giddens uitte zich echter ook doorheen werk met anderen en ook solowerk, waarvan ‘Tomorrow Is My Turn’ (2015) en ‘Freedom Highway’ (2017) niets minder dan briljante exponenten zijn. We moeten zeker ook haar immense bijdragen aan ‘Lost On The River: The New Basement Tapes’ (2014) en ‘Songs Of Our Native Daughters’ (2019) belichten. De samenwerking met de Italiaanse jazz multi-instrumentalist Francesco Turrisi is een boeiende culturele clash die haar vreemd genoeg zo mogelijk nog dichter bij haar eigen multiculturele roots brengt. Na ‘There Is No Other’ (2019; productie Joe Henry) is er nu ‘They’re Calling Me Home’, een titel die alles zegt en een project dat perfect illustreert waar Giddens en Turrisi toe in staat zijn, muzikaal en inhoudelijk. Er staan niets dan kunstig en respectvol herwerkte traditionals op. We wikken onze woorden: hun uitvoeringen van pakweg ‘Calling Me Home’, ‘Si dolce è’l Tormento’, gospel ‘I Shall Not Be Moved’ en ‘Amazing Grace’ zetten nieuwe standaarden. (Antoine Légat)
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

CHICAGO BLUES FESTIVAL met LIL’ED WILLIAMS, PEACHES STATEN en KEN SAYDAK in BANANA PEEL Ruiselede op zondag 28 november en maandag 29 november 2021

Chicago Blues Festival

Zondag 28 november 2021

Maandag 29 november 2021

Sommige tradities krijgt een virus nooit klein. In december 2019 ging het meest recente Chicago Blues Festival door, voor de vijftigste keer zelfs. Banana Peel hoorde daar toen voor de zoveelste maal bij. Voorjaar 2020 gebeurde dan het onvoostelbare, wat een eenenvijftigste editie van het CBF dat jaar onmogelijk maakte. Maar nog eens een jaar later nemen we draad weer op waar we hem toen lieten liggen. Op naar twee uitvoeringen van ons geliefde festival dat de muziek eert die in The Windy City groot werd en zich vandaaruit over de hele wereld verspreidde (we zegden  bijna: ‘als een virus verspreidde’…)

De hele voorgeschiedenis van de Europese versie uit de doeken doen zou ons te ver leiden. Het volstaat eraan te herinneren dat het pionierswerk in Frankrijk geschiedde. Jean-Marie Monestier uit Bordeaux begon ermee in 1969. In de jaren zeventig kreeg hij assistentie van onder meer Didier Tricard, die het CBF solo in goede banen leidde tussen 1977 en 2013. Daarna nam zijn zoon Guillaume Tricard de fakkel over. We zijn hen bijzonder dankbaar!

In deze editie neemt Lil’Ed Williams het voortouw. Hij is de neef van Joseph Benjamin ‘JB’ Hutto (1926-1983), bekend voor zijn slide gitaarwerk in de stijl van Elmore James en voor zijn reciterende zangstijl. Lil’Ed is inderdaad niet van de grootste maar het enige wat van belang is, is dat hij een waardige voortzetter is van de traditie. Zijn gitaarspel is intens, vet en visceraal, appelleert aan de onderbuik. Lil’Ed kronen we hierbij graag tot de koning van de bottleneck boogie. En ja, we moeten het wel vaker aanhoren : Lil’Ed is de man met de (soms rode) fez!

The Blues Imperials zijn al jaar en dag zijn begeleidingsband. Ook op andere vlakken houdt hij van de traditie: al dertig jaar brengt hij zijn platen, en dat zijn er een tiental, uit op hetzelfde label, platenproducer Bruce Iglauer, stichter en CEO van Alligator Records. De liefhebber weet dat Alligator één van de belangrijkste blueslabels is.

Naast Lil’Ed vinden we keyboardspeler Ken Saydak. Hij is afkomstig uit Chicago en kwam zo van jongsaf aan in contact met de blues. Onder eigen naam bracht hij drie platen uit bij het andere grote label van Chicago, Delmark. Maar Saydak speelde in de studio’s en op de podia met heel wat muzikanten, en niet van de minste : wat dacht je van Johnny Winter, Lonnie Brooks, Mighty Joe Young? Ken Saydak is een uitstekend zanger en komt dat graag bewijzen in onze club.

Een andere grote naam in deze editie is bluesdiva Peaches Staten. Sinds 1997 vind je haar op vele festivals en in de blues clubs met blues, soul en een tikkeltje funk als waarmerk. Ze is eigenlijk een product van de Mississippi Delta maar groeide op in de Chicago bluesscene. Met The Groove Shakers vind je haar wekelijks in The Windy City (op dinsdag in Kingston Mines blues nightclub)… als ze niet op wereldtournee is, natuurlijk! Als lid van het Chicago Blues Festival zong ze al in Banana Peel. Maar ook buiten het CBF stond ze hier, meer bepaald op 27 juni 2005. In Europa blikte ze twee cd’s in met Nick Becattini, ‘Nick & Peaches – Live At Blue Sun’ (2001) en ‘Time Will Tell’ (2005)

Gitarist-zanger Michael Garrett en drummer Kelly Littleton maken al heel lang deel uit van The Blues Imperials. Mike Scharff is ook al lid van Lil’Ed’s band, maar heeft een uitpuilende agenda, te zien aan de vele in Chicago gewortelde bands waar hij allemaal elektrische bas speelt. Met deze muzikanten die zo goed vertrouwd zijn met Lil’Ed kan het alleen maar knallen in Banana Peel !

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

DANA GILLESPIE in BANANA PEEL Ruiselede op maandag 15 november 2021

Dana Gillespie And The London Blues Band

Maandag 15 november 2021

Richenda Antoinette de Winterstein Gillespie is naar het beeld en gelijkenis van haar naam een dame die hele vele watertjes doorzwommen heeft, soms letterlijk: dat ze jarenlang Brits junior waterski kampioene was, zal de Rootstime lezer allicht minder aanbelangen. Maar ook in haar muzikale leven was Dana Gillespie niet voor één gat te vangen: ze begon als folkzangeres in de sixties (ze nam haar eerste plaat op toen ze nauwelijks vijftien was! Donovan Leitch speelde daarop de gitaar…), kwam in contact met David Bowie en stapte even mee in de nichtenrock/glamrock. Daarvan getuigt het merkwaardige tijdsdocument ‘Weren’t Born A Man’, deels geproduceerd door The Thin White Duke himself. Maar omdat haar loopbaan in de theater- en filmwerelden zo voorspoedig verliep, kwam de muziek lange tijd op de tweede plaats. Ze was onder vele andere de eerste Maria Magdalena in de Londense productie van ‘Jesus Christ Superstar’ (1973) en speelde ze een hoofdrol in ‘Mahler’ van Ken Russell (1974)

Ze omarmde gaandeweg de stijl die haar het beste paste: de blues. Ze was al van jonge leeftijd geboeid door het genre. Maar ze vond nu eenmaal dat je een zekere leeftijd en levenservaring moet hebben, vooraleer je de bluesthema’s geloofwaardig kan zingen. In de jaren tachtig toerde ze drie jaar intensief door Europa met de Oostenrijkse The Mojo’s of enkel met hun pianist Axel Zwingenberger. Toen ze na 1990 de filmcarrière afbouwde, kwam de muziek weer helemaal op de voorgrond. Ze specialiseerde zich in zelfgeschreven, behoorlijk aangebrande liedjes ver de man-vrouw relatie, vol insinuaties en double entendres, wat haar op toneel dankzij haar acteertalent bijzonder goed afging. Intussen heeft ze een imposant oeuvre bij elkaar gepend, ongetwijfeld een goudmijn voor wie op zoek is naar lekkere bluestunes.

Dana was van in haar jonge jaren een graag geziene figuur in de hoogste muzikale kringen. Ze had in die dagen ook alles in huis om het manvolk niet enkel met het strikt muzikale te behagen. Ze had dan ook geen moeite om zich te omringen met de beste muzikanten. Die bracht ze uiteindelijk bijeen in haar The London Blues Band (TLBB) Geregeld gaf ze jong talent kansen, zoals pianist Joachim Palden of gitarist Aynsley Lister.  Ook in ons land was ze een vertrouwde figuur. In Banana Peel was ze zo ongeveer kind aan huis met concerten in ’89, ’90, ’92, (met Banana Peel Bluesband), ’93 (met Joachim Palden), ’94 plus in ’99, ’02, ’04 en ’17 met de LBB. De lijst is trouwens verre van volledig, verzekert ons Franky Vande Ginste!) Internationaal liep het lekker: Bob Dylan, die ze al kende van in de sixties, vroeg haar in 1997 als support voor zijn UK-tour. En in 2002 was ze met de TLBB te gast in India, land dat altijd haar belangstelling had. Ze waren de eerste westerse band om een toer te maken van het subcontinent, waar ze in steden als Mumbai en Calcutta hele stadia vulden. Ze nam overigens een hele reeks albums op in… Sanskriet onder het pseudoniem Third Man. Ze heeft zelfs een Indische spirituele leider, Sri Sathya Sai Baba, maar dat zou ons te ver, heu, leiden.

Dana heeft intussen meer dan 45 platen op haar actief onder eigen naam of bij/met anderen. De organisatie van het jaarlijkse Blues festival op het eiland Mustique, onderdeel van Saint Vincent en de Grenadines in de Caraïben, heeft ze intussen opgegeven, verklaarde ze bij een vorige passage. Zoals ze het zelf stelde lang geleden, is het met blues zingen als met goede wijn. Ze mag dan zelf wel wat bezadigder zijn dan in de jaren van Sturm und Drang, maar ze zingt haar stoute teksten nog immer met een samenzweerderige glimlach om de lippen, als iemand die het allemaal beleefd heeft, het nu vanaf een hoogte bekijkt en weet dat ze haar toehoorders geregeld op het verkeerde been zal zetten of doen glimlachen. ‘Big Boy’, ‘Experienced’ (met zinsneden als ‘How many mountains do you want to climb?’), het zwoele ‘The Cat’s Meow’ (titelsong van haar recente nieuwe plaat), ‘It’s Gonna Be A Long Night’, ‘Funk Me, It’s Hot’, ‘Big Daddy Blues’, het zijn titels die er niet om liegen.

Maar, al zijn het opvallende songs, het zou een zeer eenzijdig beeld schilderen als we alleen hiervan melding maakten. Ze snijdt ook ernstiger thema’s aan. De verzuchting die ‘Ten Ton Blocks’ heet, stelt dat een mens loodzware zorgen op de schouders torst. Ze zou die last wat graag van haar afschudden om weg te kunnen vliegen. Als ze toch een cover kiest, dan is dat niet om het even dewelke: zo speelt ze ‘St. Louis Blues’ (dat op naam staat van W.C. Handy, mogelijk al ouder was maar zeker door hem als eerste is uitgebracht in 1914), niet zoals de vele latere versies, doch à la Bessie Smith. Die uitvoering doet de tweestrijd van de bedrogen vrouw schril uitkomen en illustreert welk een ‘depressing little love song’ dit heerlijke lied is.

Je krijgt gelukkig geen kans om er zelf depressief van te worden: daar zorgt de London Blues Band wel voor. Iedere muzikant is op zijn instrument een bolleboos. Deze lieden behoren gewoonweg tot de wereldtop. Maar kapsones hebben ze helemààl niet. Nadruk ligt ondanks de vele en uitgewerkte solo’s op het samenspel. De heren scheppen ostentatief plezier in de uitoefening van hun beroep en dat straalt af op wie dat te horen krijgt. Het zijn vrienden die musiceren, dan wel op het hoogste niveau in de blues. Sinds vorige maal zijn er nogal wat veranderingen in de TLBB, maar we weten met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat Dana haar pupillen met vaste hand stuurt.. Daarbovenop heeft de TLBB een geheim wapen: boogiewoogie pianist Dino Baptiste. We zagen hem eind juni 2008 voor het eerst aan het werk in een tent in de marge van de Adriaen Brouwerfeesten in Oudenaarde. Toen wisten we genoeg: Dino is niets minder dan een fenomeen, wat eenieder die hem aan het werk zag in BP zal beamen. Het is voortdurend in je arm knijpen omdat je niet gelooft dat een mens zo fantastisch kan boogiën. Dat wordt dus weer een doktersbezoekje… ‘Zelfde plek, ja, dokter…’

Wie er niet meer bij is, is Mike Paice (saxen, harp) Mike was een rots in de branding, speelde de pannen van het dak in zijn eigen onderkoelde stijl. Hij leek de droogstoppel van het gezelschap met zijn ernstige, lichtjes afwezige blik, Brits flegma, stiff upper lip, alsof het hem allemaal niet veel kon schelen. Maar als je erop lette dan zag je dat hij blikken van verstandhouding wierp naar de andere bandleden en allerlei gekke dingen deed als het niet aan hem was. Maar lieve Mike heeft eind 2020 de strijd met de k-ziekte verloren. We zullen hem heel hard missen in BP… Peter Verhas, die in Dendermonde woont, is de nieuwe saxofonist (en klarinettist), heel bekend in kringen van New Orleans jazz en dixieland, maar ook swing, latin, pop, gypsy jazz, Frans chanson, bossa nova, soft jazz, funk… Kwaliteit verzekerd.

Op gitaar (en backing vocals) vinden we Dominic Stockbridge. Dom uit de UK heeft een trio, dat zich even goed thuis voelt in R&B, blues, soul, funk als in jazz. Hij houdt van Ray Charles en Stevie Wonder. Dom, amper 25, studeerde af aan het Guildhall school of music and drama, en dat is bepaald een referentie. Hij brengt alvast bassist Harry Witty mee uit zijn trio. De naam van de drummer kregen we niet door maar we gokken erop dat het de slagwerker van het trio is, Jack Thomas.

Dana Gillespie staat voor de elvendertigste keer op het podium van BP, dat ze intussen kent als haar vestzak. Het zal naar goede gewoonte weer eens knallen!

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

TRAVELLIN’ BLUE KINGS in BANANA PEEL Ruiselede op maandag 8 november 2021

Travellin’ Blue Kings

Maandag 8 november 2021

Hoog bezoek in Banana Peel op 8 november en ze moeten niet eens van ver komen. Uit… België meer bepaald al klinken ze alsof ze van over de oceaan komen overvliegen. Vanuit Chicago, Texas, Memphis, New Orleans en ga zo maar door. Het gaat dan ook om een band die samengesteld is uit het kruim van onze nationale bluesscene, lieden die hun sporen verdiend hebben bij Blues Lee, Fried Bourbon, Hideaway, Howlin’ Bill, Jim Cofey, The Rhythm Bombs en andere coryfeeën. De vijf heren hebben zichzelf de Travellin’ Blue Kings gedoopt en die ‘travellin’’ staat daar niet voor niets, want met hun vele bands waren ze te horen doorheen de lage landen, maar even goed in grote happen van Europa: Frankrijk, Duitsland, de UK, Zwitserland, en nog verder Italië, Polen, Zweden, Noorwegen… We vergeten er beslist.

Maar ook bij TBK sloeg covid toe. Oorspronkelijk bestond de band uit Belgen én Nederlanders, maar in de herfst van 2020 bleek dat niet langer houdbaar door de coronamaatregelen. Zo ontstonden de Blue Kings 2.0 met louter Belgen. Het mag de pret niet drukken: de muziek straalt al het goeds uit dat er ooit kwam uit de bovenvermelde plekken in de nieuwe wereld, maar ook de West coast van de States en de Britse blues boom van de sixties klinken zoetgevooisd doorheen deze eclectische blues. Dat resulteert in een frisse sound die je op haar manier ook vernieuwend kan noemen, al gaat het om een erfenis die minstens honderd jaar oud is. Voeg daarbij het jeugdig enthousiasme van de vijf, in jaren misschien geen jeunes premiers meer, maar in hun hart nog steeds de kwajongens uit hun beginperiode, toen ze de zwarte muziek ontdekten en zich die eigen maakten.

Maar waarom zouden we ons nog vermoeien met dat allemaal op te sommen, als de bewijsstukken voor ons liggen? Op 25 januari 2019 al verscheen wereldwijd het debuutalbum ‘Wired Up’ (Naked label, elf songs) Dat ging niet rimpelloos voorbij: de plaat werd diezelfde maand nog nummer 1 op de Independent Broadcasters Association airplay chart in de UK. Een maand later klom ze tot nummer 4 inde Powerblues chart van l’Association des Radios Blues in Frankrijk en ze stond 17 weken in The Roots Music Report’s Top 50 Blues Rock Album airplay chart in de US, in de loop van 2019. Er kwamen singles uit voort: ‘Live You Life’ (november 2020), ‘Gotta Get Away’ (maart 2021) en ‘Too Many People’ (mei 2021)

Peter Marinus noemt de cd in zijn recensie voor ‘Blues Magazine’ geïnspireerd door Fabulous Thunderbirds en Little Charlie And The Nightcats, wat resulteert in swingende blues. Maar ook Peter Green/Fleetwood Mac, Canned Heat en Dr. Feelgood echoën in de plaat. Marinus besluit met ‘De (op dat moment nog…) Nederlands-Belgische combinatie sluit het album al rockend af met Into The Night met hierin een hoofdrol voor de swingende boogie piano van Patrick Cuyvers.’ ( https://www.bluesmagazine.nl/recensie-travellin-blue-kings-wired-up/ )

Travellin’ Blue Kings bestaat uit Jb Biesmans (zang, saxofoon, mondharmonica), Jimmy Hontelé (gitaar), Patrick Cuyvers (hammond orgel, backings), Winne Penninckx (bas) en Marc Gijbels (drums)

Welkom in Banana Peel, reizigers met de blijde boodschap!

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Tracklisting ‘2021 Volume 2’

2021 – Volume 2. 1/ Pick Me Up (Clarence SPADY, cd Surrender) 2/ The Path Into Blue (Sean TAYLOR, cd Live! In London) 3/ Duper’s Delight (Van MORRISON, cd Latest Record Project – Volume 1, disc 2) 4/ Light Of The Burning Sun (John HIATT with THE JERRY DOUGLAS BAND, cd Leftover Feelings) 5/ Dance [French Version] (Julia STONE, cd Sixty Summers) 6/ Cotton And The Cane (Amy HELM, cd What The Flood Leaves Behind) 7/ Recollect That Sign (Jan VAN BIJNEN, cd Modest Man) 8/ Mermaid Moonshine (Marc BORMS, cd Scars) 9/ The Cruise Room (John GRANT, cd Boy From Michigan) 10/ So Long Tomorrow (Liam KAZAR, cd Due North) 11/ Caroline Brings (Guy VERLINDE, Standing In The Light Of A Brand New Day) 12/ Jackson (Donna HERULA, cd Bang At The Door; comp. Lucinda WILLIAMS; zang Tony NARDIELLO) 13/ Got Your Letter In My Pocket (Guy DAVIS, cd Be Ready When I Call You) 14/ A Lucky Man (For My Father, The Original Dead Man) (Nathan BELL (Featuring Patty GRIFFIN)) 15/ So Hung Up (Rob JUNGKLAS) 16/ Renegade Heart (Amy HELM ) 17/ All I Want Is To Be With You (John MAYER) 18/ This Curving Track (Chris ECKMAN, cd Where The Spirit Rests) 19/ I’m In Asheville (John HIATT with THE JERRY DOUGLAS BAND) – Songs selected from compilations ’KEEN’, ‘CANE II’, ‘HOLY (ALT)’, PICK’ and ‘CUTS (ALT)’ – Comments on these source CD’s are to be found here, @ https://antoinelegat.wordpress.com (29 09 21)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘CUTS / CUTS ALT’

CUTS. 1/ Het Wonder van het Zeen (DEREK, cd In de Tolle van meen Ma) 2) A Lucky Man (For My Father, The Original Dead Man) (Nathan BELL (Featuring Patty GRIFFIN), cd Red, White And American Blues (It Couldn’t Happen Here)) 3/ Magnolia (BIG RED MACHINE, cd How Long Do You Think It’s Gonna Last?) 4/ Done Did Me No Good (BAHAMAS, cd Sad Hunk) 5/ Dreaming Of Italy (Rob JUNGKLAS, cd Where The Earth Meets The Sky) 6/ Wild Blue (John MAYER, cd Sob Rock) 7/ Dared To Dream (Ad VANDERVEEN, cd Release) 8/ Mossberg Blues (Nathan BELL (Featuring Regina McCRARY)) 9/ Hutch (BIG RED MACHINE (Feat. Sharon VAN ETTEN, Lisa HANNIGAN And SHAKA NOVA [My Brightest Diamond]) 10/ Paradise (LUMP, cd Animal) 11/ Drowning In A Wishing Well (Rob JUNGKLAS) 12/ I Guess I Just Feel Like (John MAYER) 13/ Fair Share (BAHAMAS) 14/ Angola Prison (Nathan BELL) 15/ Renegade (BIG RED MACHINE (Feat. Taylor SWIFT) 16/ So Hung Up (Rob JUNGKLAS) 17/ All I Want Is To Be With You (John MAYER) 18/ This Curving Track (Chris ECKMAN, cd Where The Spirit Rests) 19/ Thank You (Ad VANDERVEEN) 20/ Trek de Prieze uit (DEREK) (AL; 25 09 21)

CUTS ALT. 1/ Early Snow (Chris ECKMAN, cd Where The Spirit Rests) 2) A Lucky Man (For My Father, The Original Dead Man) (Nathan BELL (Featuring Patty GRIFFIN), cd Red, White And American Blues (It Couldn’t Happen Here)) 3/ Magnolia (BIG RED MACHINE, cd How Long Do You Think It’s Gonna Last?) 4/ Done Did Me No Good (BAHAMAS, cd Sad Hunk) 5/ Dreaming Of Italy (Rob JUNGKLAS, cd Where The Earth Meets The Sky) 6/ Wild Blue (John MAYER, cd Sob Rock) 7/ Dared To Dream (Ad VANDERVEEN, cd Release) 8/ Mossberg Blues (Nathan BELL (Featuring Regina McCRARY)) 9/ Hutch (BIG RED MACHINE (Feat. Sharon VAN ETTEN, Lisa HANNIGAN And SHAKA NOVA [My Brightest Diamond]) 10/ Paradise (LUMP, cd Animal) 11/ Drowning In A Wishing Well (Rob JUNGKLAS) 12/ I Guess I Just Feel Like (John MAYER) 13/ Fair Share (BAHAMAS) 14/ Folding Money (You Better Move Along) (Nathan BELL) 15/ Renegade (BIG RED MACHINE (Feat. Taylor SWIFT) 16/ So Hung Up (Rob JUNGKLAS) 17/ All I Want Is To Be With You (John MAYER) 18/ This Curving Track (Chris ECKMAN) 19/ So Simpatico (VILLAGERS, cd Fever Dreams (AL; 25 09 21)

Lang geleden maakten we een cd met songs, afkomstig van op dat ogenblik als cd onverkrijgbare platen, en om het kind een naam te geven, hadden we die dan maar ‘CUTS’ genoemd, zonder de bedoeling die ooit als dusdanig uit te brengen. De songs hiervan gingen wel voor een deel op in ‘officiële’ compilaties. Toen we enige tijd geleden op die cd stootten, vonden we de titel wel aardig als vlag voor een nieuwe collectie, en nu zijn we zo ver. We hadden ze ook ‘ZEEN’ kunnen dopen, want het was de cd van Derek, In de Tolle van meen Ma‘, die het startpunt werd van ‘CUTS’, en de opener ‘Het Wonder van het Zeen’ werd ook onze opener. We beperkten de inbreng van deze hommageplaat tot twee songs, maar er waren meer valabele kandidaten: ‘Compassie’ en ‘’t Zo goe kunnen zeen’ bij voorbeeld.

Maar dat zou het karakter van de collectie toch enigszins veranderd hebben. Meer nog, we maakten bijna dadelijk een tweede versie zonder de liedjes van Derek, omdat die een aantal mensen (vooral Nederlands onkundigen) weinig gezegd zouden hebben (hoewel het een mooie manier zou kunnen zijn om die mensen een fraai beeld te geven van wat lokaal bestaat…) In elk geval blijven we achter dit prachtige project van Derek staan, zeker na het zien van de waarlijk uitmuntende liveversie met full band en ter plekke, in GC de Racing in Gavere. De twee songs op ‘CUTS’ geven alvast aan dat ‘In de Tolle van meen Ma’ diep in de psyche grijpt, door het persoonlijke karakter van de liedjes. Du Derek grand cru!

Doordat de nummers die de plaats innamen van de songs van Derek, van Chris Eckman en de Villagers (zeg maar Conor J. O’Brien) een stuk langer uitvallen, moesten we nog een aantal verschuivingen doorvoeren. ‘Thank You’ van Ad Vanderveen verviel (maar die vissen we zeker nog wel eens op, wegens mooie boodschap) en omdat ‘Angola Prison’ van Nathan Bell net te lang uitviel, vervingen we die door het hopelijk al even leuke ‘Folding Money (You Better Move Along)’. Voor de rest komen ze dus overeen en is er weinig verschil in sfeer, al is het ingetogen einde van ‘CUTS’ ingeruild voor een barok slot in ‘CUTS ALT’.

Diverse artiesten dragen deze cd. Er is natuurlijk John Mayer, die voor ons aan de juiste kant van de AOR. ‘Sob Rock’ is misschien niet zijn beste, maar we hadden toch moeite om een vierde nummer te laten vallen. Rob Jungklas uit Memphis, TN, was ooit, gedurende enkele jaren, een vaste naam in deze collecties. We hebben veel plezier beleefd aan ‘GULLY’, een compil waarop hij een grote rol speelde. Het was ook de naam van zijn cd uit 2007. Rob zette met zijn trio de Tiendenschuur van Duvelblues (Puurs) in vuur en vlam zette in 2009. Op plaat en zo mogelijk nog meer live ontbond hij zijn duivels met intense, bezeten rock van hoog voodoogehalte. Over platen als ‘Arkadelphia’ en ‘Gully’ schreven we in Rootstime: ‘Door o.a. Bruce Springsteen geïnspireerde rock had na de lange incubatietijd plaatsgemaakt voor broeierig intense ‘blues noir’ -Bruce plots geflankeerd door Robert Lee Burnside– als groezelig klankdecor voor behoorlijk sombere bespiegelingen, zo beladen met de zeven hoofdzonden dat ze zelfs de duivel de stuipen op het lijf jagen. Mythische grandeur en metaforen, doordesemd van emotie, jawel, maar tegelijk zijn het erg chtonische teksten, gestoeld op observatie en realiteitszin, en bovenal verpakt in machtige, meeslepende big music.’ Rob sloeg verder in op die weg: ‘Het daarop volgende ‘Mapping The Wreckage’ (2010) sloot goed aan bij zijn twee voorgangers, zodat je haast van een trilogie kan spreken. Daarna verloren we Rob uit het oog, maar niet onze diep betreurde collega Marcie die bij de bespreking ‘The Spirit And The Spine’ (2013; zie opnieuw http://www.rootstime.be) een zulkdanige rake omschrijving maakte van Robs muziek, dat we daar met een gerust geweten naar kunnen verwijzen.

Deze intensiteit stond een intellectuele aanpak nooit in de weg, want Jungklas is een kunstenaar die in meerdere disciplines excelleerde. Bij zijn vijfde cd ‘Nothing To Fade’ was een evolutie merkbaar: ‘Nothing To Fade’ staat vol ingetogen mijmeringen, in zoverre een vulkaan ‘ingetogen’ kan zijn, natuurlijk, slechts onderbroken door een verdwaald ‘Satisfied’, de enige echte up tempo song die de joie de vivre van R.E.M. oproept.’ Wat nu met ‘Where The Earth Meets The Sky’? Dat zijn geen nieuwe opnames. Deze stammen uit 1993-4, maar ze klinken alsof ze nu opgenomen werden. ‘This is what we were feeling in ’93’, zegt Rob. Het verklaart waarom de duivels zich intomen: die zouden pas na 2000 hun opwachting maken… De rockintensiteit is er niet minder om! Momenteel (begin oktober 2021) is ze enkel digitaal te verkrijgen via deze link, die u ook toestaat de gehele plaat te beluisteren, vergezeld van de passende commentaar: https://robjungklas.com/album/where-the-earth-meets-the-sky .

Over de andere acts zullen we kort zijn, omdat u alles online vindt. Big Red Machine (BRM) is, zo u wil, de hobbyclub van Aaron Dessner (van The National) en Justin Vernon (de falsetto van Bon Iver), een combinatie die vele kanten uit kan. ‘How Long Do You Think It’s Gonna Last?’ is de opvolger van debuut ‘Big Red Machine’ (2018) Waar dat eerste album zo’n 40 medewerkers had (onder wie Phoebe Bridgers en Lisa Hannigan), drijft ook de nieuwe op een vloot helpende handen, zij het iets beperkter. Een aantal namen leest u bij de tracklisting hierboven, maar we vinden bvb. ook Anaïs Mitchell, Fleet Foxes en Ben Howard. In de aanloop naar de plaat werkte BRM ook samen met Michael Stipe en brachten ze twee covers uit van ‘Wise Up’ van Aimee Mann. Schoon volk bijeen! Het vertaalt zich in een erg divers en onderhoudend album.

Ook een tweede plaat is ‘Animal’ van LUMP, eveneens een duo, maar met veel minder omkadering. Zo goed als geen, zelfs. Op de eerste ‘LUMP’ zong Laura Marling (zeven schitterende singer-songwriter platen die we uitgebreid presenteerden op onze verzamelingen!) en zorgde voor de teksten, terwijl Mike Lindsay (van folktronica band Tunng) vrijwel alle instrumenten speelde. Toen ze mekaar ontmoetten op een Neil Young concert, bleek de bewondering wederzijds en dat resulteerde in een sterke plaat, the best of both worlds. Voor ‘Animal’ bleef die modus operandi bewaard en terecht, want opnieuw sloeg dat eigen werk aan in de pers (Criticus Ben Cohn schreef: ‘The album is a robust synthesis of both acoustic and digital musical genres, notably baroque pop, alternative dance and indie folk’… We konden het niet beter zeggen!) ‘Paradise’ mag dat illustreren…

Nathan Bell is al heel lang bezig. Na een eerste loopbaan, in duo met zijn toenmalige vrouw, stopte hij met muziek maken in 1993. In 2008 ruilde hij zijn kantoorbaan in voor een nieuwe muzikale odyssee. Hoewel hij meer aanleunt bij folk, met akoestische gitaar en mandoline, vind je de intensiteit van Rob Jungklas weer in zijn teksten, want Nathan heeft een uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel en de politieke evolutie in de States zint hem niet. The Donald zal wel nooit zijn vriend worden. Vandaar zijn woedende uitvallen. We zagen southerner Bell (soms vergeleken met John Prine of met Guy Clark) enkele jaren geleden in de Gentse Muide, waar hij solo een dijk van een concert gaf. We hebben platen als ‘Blood Like A River’ (2013), ‘I Don’t Do This For Love, I Do This For Love’ (2015), ‘Greater Than Fear (24 Hours In Traitorland)’ (2017), ‘Loves Bones And Stars’ (2018), al geciteerd in onze bloemlezingen. En dat doen we ook met ‘Red, White And American Blues (It Couldn’t Happen Here)‘, opnieuw een heel sterk statement, met als hoogtepunt ‘A Lucky Man (For My Father, The Original Dead Man)’ die we beschouwen als een indirecte maar zielsmooie ode aan zijn vader, via zichzelf. Patty Griffin, zelf een uitstekende singer-songwriter, staat Bell hier passend bij, want de stemmen matchen prachtig. Pure schoonheid…

Wie lange tijd voor heel veel zuivere schoonheid zorgde, is Chris Eckman via zijn band Walkabouts, die hij deelde met o.a. zijn vroegere vrouw Carla Torgerson. Maar die dagen zijn zo’n twee decennia voorbij. In de laatste jaren stortte hij zich vanuit Ljubljana, Slovenië, op diverse projecten, onder meer met de unieke Nederlandse singer-songwriter Chantal Acda en Belgische percussionist Eric Thielemans in het trio Distance, Light And Sky met cd’s ‘Casting Nets’ (2014) en ‘Gold Coast’ (2018) Deze soloplaat ‘Where The Spirit Rests’ nam ons toch bij verrassing omdat concerten van D, L & Sky waren aangekondigd (en mogelijk nog doorgaan, bvb. in Arscene te Hansbeke). We zijn zo vrij te citeren uit de recensie van de plaat door René Megens in OOR: ‘…trage, grotendeels akoestische songs, die zich vanwege de zang en pedalsteelpartijen van Chuck Johnson en Jon Hyde aandienen als een Americana-variant op het werk van Leonard Cohen. Natuurlijk is de hese stem van Eckman uitermate geschikt om de weemoedige songs over verlies, geweld, desillusie, drankmisbruik en de zoektocht naar een eigen plek te vertolken. Het is geen lichte kost die Eckman ons voorzet, met inbreng van violiste Catherine Graindorge (Nick Cave), toetsenist Chris Cacavas (Green On Red, The Dream Syndicate) en producer Alastair McNeill (Róisín Murphy). Wel is Where The Spirit Rests een werkstuk dat zich kan meten met het beste van de band waarmee Eckman ooit furore maakte, The Walkabouts.’ Zo hoort (leest) u het ook eens van een ander, en niet de eerste de beste.

Over Bahamas schreven we recent nog bij de samenstelling van ‘LOOKING BACK XXII (ALT)’ Nu citeren we van onszelf! ‘We kenden (de) Bahamas helemaal niet toen we ze een eerste maal zagen als support van The Lumineers in Rotterdam. Dat was een heel goed optreden, maar zoals gezegd, we wisten niet eens dat Bahamas in essentie maar één persoon was en is, de Canadees Afie Jurvanen. Hij is van Fins voorouderschap maar werd geboren in Toronto en groeide op in Barrie, Ontario. Ons beeld veranderde echter helemaal toen we deze fantastische clip zagen: Bahamas bij Jimmy Kimmel live ( https://www.youtube.com/watch?v=QdTLjD5oTa4 )‘ De rest lees je in de commentaren bij die plaat (zie blog!) We besloten onze passage met: ‘‘Sad Hunk’ (2020) is misschien nog wat te nieuw voor een ‘LOOKING BACK’, maar die kan dan weer een song leveren voor een ‘gewone’ compilatie.’  We maakten er twee songs van en ze zijn allebei zo Bahamas als maar mogelijk.

Ad Vanderveen beschouwen velen (en niet alleen boven de Moerdijk) als de beste singer-songwriter van Nederland en sommigen rekenen hem tot de top van het songschrijven tout court. We oordelen daarover niet, maar de elegante, fijnzinnige songs die we uitkozen, ‘Dared To Dream’ en op ‘CUTS’ ook ‘Thank You’ hebben een boodschap die tot nadenken stemt…

Conor O’Brien bouwde een reputatie op van soberheid in de uitwerking van zijn fijne songs op zijn vier vorige cd’s. Op ‘Fever Dreams’ trekt hij de registers open. Zijn de songs vertrouwd, de arrangementen zijn opulent, en Conor gaat daarin heel ver. ‘So Simpatico’ is heel typisch. We denken met plezier terug aan het concert dat Villagers gaven in het café van De Zwerver in Leffinge (Oostende) in 2010, toen hun eerste cd ‘Becoming A Jackal’ uitkwam. Songs als ‘Twenty Seven Strangers’ lieten een diepe indruk na. Na het concert hebben we in de ingang van De Zwerver nog héél lang nagepraat, dit dank zij schitterend avondlijk weer maar vooral te danken aan een boeiende O’Brien. We hadden toen geen moeite om hem een grote loopbaan toe te dichten. Toch één voorspelling die uitgekomen is… (AL; deze commentaren beëindigd op 05 10 21)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

JULOS BEAUCARNE… Adieu…

Julos Beaucarne.

Zaterdag 18 september overleed op 85-jarige leeftijd Jules Beaucarne, beter bekend als Julos (Beaucarne). Het was in onze razend voort galopperende wereld wellicht te veel gevraagd om daar even bij stil te staan en te reflecteren op het leven van een man voor wie onthaasting vanzelfsprekend was, net als humor, empathie, enfin, al die waarden die in onze wereld gewoon niet meer tellen. Julos had de gave hierrond te vertellen, te zingen, de boodschap over te brengen in een voor eenieder begrijpelijke taal, een sterk pleidooi voor menselijkheid, begrip, medeleven. U begrijpt, allemaal volstrekt zinloos en dus niet gewaardeerd in deze tijd. Bon, dat gaan we niet zo snel meer veranderen.

Men zal Julos toch nog wel kennen van de begrafenis van Koning Boudewijn. Dat werd voldoende gedocumenteerd.

Ons eerste contact met Beaucarne situeert zich veel eerder, in 1975, en was niets minder dan een aardverschuiving. U kijkt op? We hadden het al horen waaien maar toen we ‘Chandeleur septante cinq’ eindelijk te pakken kregen, werden we geconfronteerd met de achtergrond van die indringende plaat. Het gezin Beaucarne deed aan goede werken (uit de tijd, toen al) en had een zwerver in huis opgenomen. Die man heeft de vrouw van Julos vermoord. (Mede, niet uitsluitend) in dat teken staat het straffe getuigenis van ‘Chandeleur septante cinq’. Geen zweem van haat of wraakgevoelens, geen zelfmedelijden, wel liefdevolle reflectie. We kennen weinig platen die in hun eenvoud zo indringend, zo alles omvattend zijn. U denkt aan ‘Berlin’ van Lou Reed? Aan ‘Skeleton Tree’ van Nick Cave? Wij (ook) aan ‘Chandeleur septante cinq’.

We hebben Julos nog lang gevolgd, plaatgewijs, waarbij zijn bijzondere humor opviel (ik reciteer nog geregeld flarden van zijn teksten, zoals die van ‘Cevezo les Berdouilles’ – ‘un car WASH!’- en ja, ik ben ervoor in behandeling), we hadden het genoegen hem live enkele malen te zien (en even te spreken), o.a. aan de ULB waar in die tijd prachtige concerten doorgingen (zo zagen we er Claude Nougaro en die sakkerse André Bialek) en eens te meer zitten we met het spijt dat we niet meer en vaker met die boeiende man gepraat hebben.

Julos: verteller, dichter, zanger, (film)acteur, schrijver, beeldhouwer, ecologist avant la lettre, zoete anarchist, Waal en Belg, en een héél groot mens.

Antoine Légat (20 09 21)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXII ALT’

LOOKING BACK XXII. 1/ Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In) ((Kenny ROGERS &) THE FIRST EDITION, cd Kenny Rogers & The First Edition -Includes ‘Just Dropped In’; 1967; comp. Mickey NEWBURY) 2/ Narcisissima (Don McLEAN, cd Don McLean; 1972) 3/ Gravity (John MAYER, cd Continuum; 2006) 4/ Opening Act (BAHAMAS, cd Earthtones, 2018) 5/ The Brand New Tennessee Waltz (Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester; 1970) 6/ Song For A Sucker Like You (Ben SIDRAN, LP The Doctor Is In; 1977) 7/ Magdalene (Kevin WELCH, cd This One’s For Him – Tribute To Guy, cd 1; comp. Guy CLARK) 8/ Time Run Like A Freight Train (Eric ANDERSEN, cd Stages: The Lost Album; 1991) 9/ Edge Of Desire (John MAYER, cd Battle Studies; 2009) 10/ Silly Heart (Jesse WINCHESTER, cd Third Down, 110 To Go; 1972) 11/ Dreidel (Don McLEAN) 12/ Walt Grace’s Submarine Test, January 1967 (John MAYER, cd Born And Raised; 2012) 13/ A Fool No More (Peter GREEN, cd In The Skies; 1979) 14/ Myself At Last (Graham NASH, cd This Path Tonight; 2016) 15/ After Midnight (Ben Sidran; comp. J.J. CALE) 16/ Yankee Lady ((Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester) 17/ All I’ve Ever Known (BAHAMAS, cd Bahamas Is Alfie; 2014) (09 09 21)

LOOKING BACK XXII – ALT. 1/ Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In) ((Kenny ROGERS &) THE FIRST EDITION, cd Kenny Rogers & The First Edition – Includes ‘Just Dropped In’; 1967; comp. Mickey NEWBURY) 2/ Narcisissima (Don McLEAN, cd Don McLean; 1972) 3/ Queen Of California (John MAYER, cd Born And Raised; 2012) 4/ Opening Act (BAHAMAS, cd Earthtones, 2018) 5/ The Brand New Tennessee Waltz (Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester; 1970) 6/ Song For A Sucker Like You (Ben SIDRAN, LP The Doctor Is In; 1977) 7/ Magdalene (Kevin WELCH, cd This One’s For Him – Tribute To Guy, cd 1; comp. Guy CLARK) 8/ Time Run Like A Freight Train (Eric ANDERSEN, cd Stages: The Lost Album; 1991) 9/ Edge Of Desire (John MAYER, cd Battle Studies; 2009) 10/ Silly Heart (Jesse WINCHESTER, cd Third Down, 110 To Go; 1972) 11/ Dreidel (Don McLEAN) 12/ A Fool No More (Peter GREEN, cd In The Skies; 1979) 13/ Myself At Last (Graham NASH, cd This Path Tonight; 2016) 14/ After Midnight (Ben SIDRAN; comp. J.J. CALE) 15/ A Face To Call Home (John MAYER, cd Born And Raised; 2012) 16/ Yankee Lady (Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester) 17/ All I’ve Ever Known (BAHAMAS, cd Bahamas Is Alfie; 2014) Deze alternatieve versie ontstond toen bleek dat we ‘Gravity’ en ‘Walt Grace’ al hadden gebruikt voor LOOKING BACK XIV. We hebben ze hier vervangen voor resp. ‘Queen Of California’ en ‘A Face To Call Home’, ook van John MAYER. (12 09 21)

Het verschil tussen beide cd’s, ‘LOOKING BACK XII (ALT)’, is klein: u leest het hierboven. Om de ALT cd te optimaliseren hebben we het derde nummer van John Mayer iets meer naar achter gezet: veel beter zo. ‘LB XXII (ALT)’ hebben we gevuld met songs die in een al of niet ver verleden voor schokgolven zorgden in onze muziekbeleving, al kon het ook gaan om een aangename rimpeling. ‘Just Dropped In’ was één van de eerste singles die we kochten (1968) De allereerste was ‘Nights In White Satin’ van de Moody Blues met ‘Cities’ op de B-kant. Deze van The First Edition moet de vierde of vijfde geweest zijn. Op dat ogenblik werd zanger Kenny Rogers nog niet naar voor geschoven: dat zou pas gebeuren na hits als ‘Ruby Don’t Take Your Love To Town’ (nog altijd een schitterend nummer ondanks het trieste onderwerp) en ‘Rueben James’. ‘Just Dropped In’ was in 1967-8 wel degelijk iets nieuws, één van de (op)startpunten van psychedelica. Wat we pas in de seventies zouden leren, was dat het nummer geschreven werd door Mickey Newbury die we een paar jaar later, via de geweldige LP ‘Frisco Mabel Joy’, zouden mogen verwelkomen als één van onze meest geliefde songschrijvers. Sindsdien zetten we hem naast de allergrootsten als Townes Van Zandt, John Prine, Tom Waits, Joni Mitchell, Paul Simon, Guy Clark, Lyle Lovett, Randy Newman, Jane Siberry, Blaze Foley, Bob Dylan, Warren Zevon, Neil Young, Eric Andersen, John Hiatt. En in onze contreien zijn dat Bruno Deneckere, Lieven Tavernier, Derek (Dirk Dhaenens) en HT Roberts (Herman Temmerman)

Toen ‘Don McLean’ uitkwam, de opvolger van het bejubelde ‘American Pie’ (met het zeer succesvolle titelnummer) uit 1971 was het zoeken naar topnummers. Hoewel beslist geen slecht album, bleef het WAW effect uit bij ‘Don McLean’… behalve bij de twee hier opgenomen songs: het wat vreemd geschreven ‘Narcisissima’ (de titel staat zo op de plaat, met één lettergreep te veel…) en ’Dreidel’ (‘draaitol’, waarmee oorspronkelijk tijdens de joodse chanoeka gespeeld werd), deunen waarop Don zijn tollende gangen gaat. Die twee songs hebben ons in 1972 wel wat Engels doen leren!

Met John Mayer was dat al lang niet meer nodig. We leerden Mayer kennen met de single ‘Waiting On The World To Change’ van zijn derde album ‘Continuum’ uit 2006 (toffe clip ook!) We waren nooit echt superfan van de grote Amerikaanse adult oriented rock bands (AOR), maar de songs van Boston, Mister Mister, Toto, Foreigner, Survivor, Cheap Trick, Journey konden ons van tijd tot tijd bekoren, zoals dat bij de meesten onder de rockfans het geval was, al vernoemen we hier bewust een aantal bands niet die ons nooit hebben kunnen bekoren, op misschien één of twee songs na. Niet dat we Mayer ooit als een AOR man zagen, verre van, maar de klankkleuren en totaalsound neigen toch enigszins daarnaartoe. Op ’LOOKING BACK XIV’ hebben we indertijd ‘Waiting On The World To Change’ gezet, tezamen met ‘Gravity’ en ‘Walt Grace’s  Submarine Test, January 1967’. Dat waren we uit het oog verloren toen we ‘LB XXII’ samenstelden, en de twee laatste songs hebben we dan ook verkeerdelijk op die nieuwe compil gezet. We hadden echter een vermoeden en we hebben dat drie dagen later al aangepast. ‘Queen Of California’ en ‘A Face To Call Home’ namen de plaats in van die twee laatsten op ‘LB XXII ALT’, en die laatste song hebben we wat meer naar achter geschoven.

In de periode van ‘LB XIV’ stelden we ook ‘LEAF‘ samen en daar schoven we nog een andere Mayersong in,’Edge Of Desire’, die toen voor ons een speciale betekenis had, helemaal passend bij de ‘filosofie’ van ‘LEAF’, een love story aan de hand van tekstfragmenten met een zalig begin en de finale, onvermijdelijke split. Er zat veel bio in dat verhaal en ik herkende me goed in zinseden als ‘’cause I’m just about to set fire to everything I see’ en ‘There I just said, scared you’d forget about me’. De grandioze gitaarsolo met passend stemmenwerk van Mayer deed de rest. Perfecte song op alle vlakken, wat mij betreft. Ik kan ‘Edge Of Desire’ na al die tijd nog altijd niet onbewogen aanhoren en ik denk telkens weer aan wat er toen gaande was.  Het ziet er wel naar uit dat het verhaal dat Mayer ophangt in ‘Walt Grace’s  Submarine Test, January 1967’ dan toch niet echt gebeurd is, al is de man uit Connecticut, nu woonachtig in Montana daar niet spraakzaam over. Mensen die het uitgepluisd hebben, kwamen bij een andere Walt Grace uit, maar die uit deze story is niet ‘opgedoken’. Maar dat neemt niet weg dat het een intrigerend verhaal is, met een niet uitgesproken, maar (zin)rijke onderliggende boodschap(pen)…

We kenden (de) Bahamas helemaal niet toen we ze een eerste maal zagen als support van The Lumineers in Rotterdam. Dat was een heel goed optreden, maar zoals gezegd, we wisten niet eens dat Bahamas in essentie maar één persoon was en is, de Canadees Afie Jurvanen. Hij is van Fins voorouderschap maar werd geboren in Toronto en groeide op in Barrie, Ontario. Ons beeld veranderde echter helemaal toen we deze clip zagen: Bahamas bij Jimmy Kimmel live ( https://www.youtube.com/watch?v=QdTLjD5oTa4 ) Afie speelt met een ware keur aan muzikanten ‘Opening Act (The Shooby Dooby Bop Bop Song’: op de rechtse drum de legendarische James Gadson, op bas niemand minder dan Pino Palladino, op elektrische gitaar achteraan de inderdaad elektrificerende Christine Bougie (die je vaak bij Afie aantreft, maar Bougie blinkt ook bij andere grote kanonnen uit) Ook de koormeisjes (zeker de middelste) zie je dikwijls in de omgeving van Afie (wat een stemmen!) Deze clip geeft de muziek een uitgesproken meerwaarde. De fijne tekst kan je rechts onderaan volgen, en die blijkt een fijnzinnig verslag van het bestaan van een doorsnee artiest, met alle problemen en ontgoochelingen vandien… Op zijn eerste ‘Pink Strat’ uit 2009 na hebben we van Jurvanen alles op de plank. Je vindt hier naast het nummer uit ‘Earthtones’ (2018) nog het onaards mooie ‘All I’ve Ever Known’ uit ‘Bahamas Is Afie’ (2014) Uit ‘Barchords’ (2012) kozen we niets en ‘Sad Hunk’ (2020) is misschien nog wat te nieuw voor een ‘LOOKING BACK’, maar die kan dan weer een song leveren voor een ‘gewone’ compilatie.

Amerikaan (geboren in het zuiden van het land) én Canadees Jesse Winchester stierf in 2014, net geen 70. We leerden Jesse kennen in zijn vroege jaren, niet zo lang nadat hij in 1967 naar Canada trok om niet naar Vietnam te hoeven, iets waar hij hier alle begrip voor kreeg, maar voor vele Amerikanen was hij een laffe landverrader. Hij kreeg het Canadese staatsburgerschap in 1973, amnestie in de States in 1977 en hij vestigde zich veel later (2002) in Memphis, TN. Hij had een paar kleine hits (o.a. het hier presente ‘Yankee Lady’ in 1970), maar werd tevens hofleverancier van anderen: Lyle Lovett, Jimmy Buffett, Anne Murray, Elvis Costello, Emmylou Harris, Jerry Garcia, Willie Nelson, Joan Baez, de Everly Brothers zongen songs van hem… We kozen voor drie songs uit zijn vroege jaren (en we lieten daardoor o.a. het charmante ‘Lullaby For The First Born’ vallen, jammer, jammer… Een volgende keer?), maar ook in latere jaren maakte hij van die ontwapenende liedjes met zalige melodietjes.

Zoals de meeste muziekliefhebbers ten lande leerden we Ben Sidran pas kennen met ‘The Doctor Is In’, de plaat die in 1977 door een attente fan in Humo zo bejubeld werd dat je je niet meer kon veroorloven de man niet te kennen. We hàdden hem al moeten kennen, want een paar straffe platen gingen aan deze ‘The Doctor Is In’ vooraf. Die schade liepen we vlug in, zozeer dat we de platen als ‘Feel Your Groove’ (debuut) en ‘Free In America’ (vijfde plaat) nauwelijks nog van de draaitafel haalden. Het zonder meer fantastische ‘Alexander’s Ragtime Band’ uit die eerste, met die al even ongelofelijke jazztrompettist Blue Mitchell (echte naam Richard Allen Mitchell) ( https://www.youtube.com/watch?v=4BrVYXQ_ApY ), hebben we op een vroegere ‘LOOKING BACK’ gezet.

 En toen stelden we vast dat Ben al bij Steve Miller gespeeld had, net als Boz Scaggs (in een band die de naam The Ardells meekreeg) Dat pianist en keyboardsman Sidran een veelgevraagd session man werd, verraste niet, maar wel dat zijn muzikale basis, vooral in de jazz, zo breed was dat hij universiteitsprofessor werd en een veelgevraagd radioman. We hebben Ben Sidran nog gevolgd tot zijn achtste plaat ‘A Kiss In The Night’ (1978) maar die lounge jazz boeide ons iets minder (ondanks de altijd weer indrukwekkende kwaliteit van spel en zang), zeker in volle punktijd. En de media schonken hem al helemaal geen aandacht, al wisten we dat hij nog zeer actief bleef, met bijna elk jaar minstens één nieuwe plaat. Onze belangstelling wist hij opnieuw aan te scherpen in 2009 met de bijzonder boeiende ‘Dylan Different’ die we ook op diverse compilaties hebben geëxcerpeerd. Wat we dan weer niet wisten (wat weten we eigenlijk wel?!), was dat Sidran zowat jaarlijks in ons land een concert geeft voort een select publiek. We vielen dan ook letterlijk van onze stoel toen we vernamen dat  goeie muzikale vrienden van ons dat concert dan ook telkens bezoeken, zonder ons te verwittigen!!! Het leven kan HARD zijn…

Een man die ons sinds de vroege seventies erg nabij was, tot op heden, is Eric Andersen. Zijn eerste periode in de sixties ging nog aan ons voorbij, maar dat keerde met ‘Blue River’, een LP (1972; toen al zijn negende) die zeker behoort tot het kransje ‘platen voor op het verlaten eiland-met-elektriciteit-en-platendraaier’, dat fameuze eiland waarop intussen tienduizenden melomanen zich verzameld hebben. We kunnen de nachten niet tellen dat we wakker lagen, het gezicht vol tranen luisterend naar ‘Is It Really Love At All?’, ‘Florentine’, ‘Wind And Sand’, ‘Blue River’, ‘Sheila’ en ‘Round The Bend’! Terwijl we ’s mans verleden uitzochten (niet altijd makkelijk in pre-Wiki tijden! Het wiel moest eerst nog worden uitgevonden!), wachtten we op het vervolg. Geduldig, want het duurde tot 1975 vooraleer ‘Be True To You’ er was, een plaat die de verwachtingen wel grotendeels inloste, maar pas achteraf (nee we weten nooit niks als we het zouden moeten weten) leerden we dat het een schijf was die de catastrofe van ‘Stages’ moest goedmaken. Want die plaat was wel opgenomen en afgewerkt, maar ging tijdens transport verloren. Pas vele jaren later, in 1989, werden de tapes teruggevonden in een kelder waar ze niet thuishoorden, en de plaat werd als ‘Stages: The Lost Album’ uitgebracht in 1991 met bijdragen van o.a. Leon Russell, Dan Fogelberg, Joan Baez. Er staan ook drie extra tracks op.

Maar Eric stond niet stil, verguisde naar Europa, startte zijn eigen platenfirma op, maakte de soundtrack voor ‘Istanbul’, film van Marc Didden (1985), en vooral, hij bleef schitterende platen maken, met Rick Danko (The Band) en Jonas Fjeld of onder eigen naam. We denken aan ‘You Can’t Relive The Past’ (2000) en ‘Beat Avenue’ (2002), maar Eric is nog productief, ondanks zijn 78, al gaat het om (zinvolle) reissues. We zijn nog altijd zeer gelukkig omdat hij na een vraag van onze kant ermee instemde om een concert te geven in N9 in 2005. Hij kwam met vrouw Inge en baby net terug van Italië, was een beetje wantrouwig en zelfs pissed off… tot hij in de club als een koning ontvangen werd (dank voor de techniek, de goede zorgen, het eten, Patrick Bastien!) Hij ging een uurtje spelen, zei hij, want hij was oververmoeid, maar eens aan de piano vergat hij die vermoeidheid… Om half één was hij nog aan het spelen! Hij bracht de ene prachtige song na de andere, sommige wellicht speciaal voor de gelegenheid. We krijgen tot op vandaag reacties van mensen die toen present waren.

Achteraf was ook leuk. Hij bleek heel gelukkig met dichtbundel ‘Naus’ die we hem toestopten (hij en Inge hebben er van thuis uit nog lieve woorden aan gewijd… Een kwestie van elementaire beleefdheid, vermoeden we) en later hebben we nog het verhaal van Marathon en de rol van…. de groente venkel in de Atheense overwinning op de Perzen uitgeschreven, zoals we die tijdens ons eetmaal samen hadden uit de doeken gedaan: u vindt het volledige geuren-en-kleuren relaas op onze blog als ‘Marathon: The Story, The Drama, The Vegetable’ ( https://antoinelegat.wordpress.com/2017/04/14/marathon-the-story-the-drama-the-vegetable/ ) Op ‘LB XXII’ hebben we een epische song gezet die de liefdes van Eric, al dan niet reëel, in kaart zet, op een poëtische manier en toch heel direct.

Iemand die we al een aantal jaren moeten missen, sinds 2016, is Guy Clark., één van die hele grote tekstschrijvers zoals we die hierboven hebben opgelijst (als zoiets mogelijk en wenselijk is…) We hebben één van onze compilaties aan zijn werk gewijd (‘WILD’) zonder dat hij er zelf één keer op zong, want we putten uit de schitterende dubbele tribuutplaat ‘This One’s For You: A Tribute To Guy Clark’ (2011) met niets dan (schitterende) covers. We hebben nog wel op andere compils werk van en door hem gezet. Maar het was tijd om Clarks schrijftalent nog eens te belichten. Voor deze ‘LB XXII’ leek ons ‘Magdalene’ een goeie keus, zeker zoals Kevin Welch die zingt. Ook aan Welch hebben we vroeger aandacht geschonken (helaas niet te veel) en hij toont hier weer welk een geweldig zanger hij is.

Is Eric Andersen tot op heden een rolmodel, dan mogen we dat, zij het gedurende een hele korte wijle, ook zeggen van Peter Green (Peter Allen Greenbaum), de oprichter van Fleetwood Mac, de eerste versie, de blues Mac, na een opmerkelijke passage bij John Mayall. De story van die proto-FM is bekend. Green was in 1968 en 1969 onze superheld. Wat we echter lange tijd niet wisten (daar zijn we weer!!!) was dat na zijn ontijdig, verbazend en verwarrend afscheid van Fleetwood Mac (ten gevolge van misgelopen drugsgebruik), Peter Green niet gans in de ‘mystieke bossen’ verdween, maar nog een paar maal muzikaal uithaalde, zonder de toppen van voorheen te bereiken. Maar er waren flitsen. Eén zo’n goed moment is ‘Fool No More’, een dijk van een blues tune, de oude glorietijd waardig. ‘In The Skies’ uit 1070, waar dit nummer op stond, bleek een prima plaat.

De rest van zijn output verdween, niet onverwacht, in de mist en de plooien der tijden, wat ook gebeurde met die andere twee gitaristen van de band, Jeremy Spencer (die best interessant werk bleef maken, vlooiden we later uit) en Danny Kirwan (die nog wel boeiend werk maakte met de uitloper van de eerste FM) We zagen Green pas live voor het eerst rond 2000 met zijn Splinter Group, die hij halfweg de nineties oprichtte. Al was die ‘soft blues’ niet echt slecht, het bleef voor ons een afknapper om een karikatuur van onze oude held te zien, dat leek het toch te zijn, karikaturaal. Ons oordeel van toen was ongetwijfeld overdreven, en niet fair, maar de verwachtingen waren toen torenhoog. Voor ons blijft hij voor eeuwig een ‘Man Of The World’ die hij twee jaar lang onbetwistbaar was, …

Graham Nash kenden we van bij de Hollies, maar de top bereikte hij, cela va sans dire, met creatieve topper Crosby, Stills & Nash, en later met Crosby, Stills, Nash & Young, zolang het voor Neil mocht duren; niet lang dus. Op die geschiedenis moeten we niet terugkomen. Het zou ons toch maar een ‘déjà vu’-gevoel geven. Zonder mekaar bleven ze echter allen goed tot uitstekend werk leveren, David Crosby nog dit jaar met het album ‘For Free’. Toen Nash zijn ‘This Path Tonight’ uitbracht in 2016 hebben we daar in een collectie aandacht aan besteed, en zeer terecht, blijven we vinden. We vonden het opportuun om het fraaie, haast tedere ‘Myself At Last’ te hernemen. De song vat goed samen met welke filosofie we ‘LOOKING BACK XXII (ALT)’ hebben samengesteld: hier ontmoeten schone liedjes mekaar die het verdienen om nog eens in het zonnetje te staan. (deze commentaren 17 09 21)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XXII’

LOOKING BACK XXII. 1/ Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In) (Kenny ROGERS &) THE FIRST EDITION, cd Kenny Rogers & The First Edition -Includes ‘Just Dropped In’; 1967; comp. Mickey NEWBURY) 2/ Narcisissima (Don McLEAN, cd Don McLean; 1972) 3/ Gravity (John MAYER, cd Continuum; 2006) 4/ Opening Act (BAHAMAS, cd Earthtones, 2018) 5/ The Brand New Tennessee Waltz (Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester; 1970) 6/ Song For A Sucker Like You (Ben SIDRAN, LP The Doctor Is In; 1977) 7/ Magdalene (Kevin WELCH, cd This One’s For Him – Tribute To Guy, cd 1; comp. Guy CLARK) 8/ Time Run Like A Freight Train (Eric ANDERSEN, cd Stages: The Lost Album; 1991) 9/ Edge Of Desire (John MAYER, cd Battle Studies; 2009) 10/ Silly Heart (Jesse WINCHESTER, cd Third Down, 110 To Go; 1972) 11/ Dreidel (Don McLEAN) 12/ Walt Grace’s Submarine Test, January 1967 (John MAYER, cd Born And Raised; 2012) 13/ A Fool No More (Peter GREEN, cd In The Skies; 1979) 14/ Myself At Last (Graham NASH, cd This Path Tonight; 2016) 15/ After Midnight (Ben SIDRAN; comp. J.J. CALE) 16/ Yankee Lady (Jesse WINCHESTER, cd Jesse Winchester) 17/ All I’ve Ever Known (BAHAMAS, cd Bahamas Is Alfie; 2014) (09 09 21)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen