KING DALTON, The Third

Zie http://www.rootstime.be

KING DALTON, The Third: ‘De plaat klinkt, na de vorige erg geslaagde worpen ‘King Dalton’ en ‘Thilda’, nog hechter, nog meer organisch, nog rijker aan klankkleuren en de songs die uit het proces oprezen, staan als een villa

 

Met ‘The Third’ zet King Dalton een stap naar de hoogste divisie, waar een groep een eigen categorie vormt en een referentiekader wordt voor anderen. Eén waar in dit geval geen etiket op plakt, dat het genre omschrijft, behalve dan een adjectief: ‘opwindend’, misschien, of ‘weergaloos’. Misschien zijn ze over het enthousiasme zelf nog wel het meest verrast, omdat je daar tijdens het scheppingsproces niet mee bezig bent, en nog om een andere reden…

Er was een tijd dat er een patroon te bekennen was in de eerste releases van bands: het debuut bevatte het beste dat de band of artiest in jaren had bijeen gespaard, de tweede bevatte de restjes en mocht dus net even minder zijn dan de hopelijk succesrijke eerste. Die tweede verkocht dan zo wel. Met de ‘crucial third’ moest die groep of solist bewijzen, via echt nieuw materiaal, dat ze blijvers waren. De groepsdynamiek en de releasemethodes zijn intussen geëvolueerd dat je nog maar zelden zo’n schema kan toepassen. Het geldt al helemaal niet voor King Dalton. Toch staat het ons voor dat men wilde verwijzen naar een cruciale derde poging, al was het maar omdat de plaat in eerder moeilijke omstandigheden tot stand kwam. Niet zo moeilijk als het ontstaansproces van ‘Rumours’ van Fleetwood Mac in 1976 (dat was bepaald extreem), maar het ging naar verluidt toch niet van een leien dakje om ‘The Third’ tot stand te brengen.

Zes studio’s, naar verluidt in meerdere continenten, kwamen eraan te pas, waar men telkens kort maar krachtig een paar nummers onder handen nam. Het bleek immers niet mogelijk het vijftal langere tijd bijeen te brengen, omdat iedereen in andere bands of projecten verwikkeld zit, soms met uitgesproken succes. Pieter De Meester (zang, gitaar, saxen…) scoort internationaal met Stavroz, Jorunn Bauweraerts (zang, autoharp, percussie, orgel…) heeft nog steeds Laïs en ook de anderen zitten tot over hun oren in het werk. Die anderen zijn nog steeds Jonas De Meester (backings, gitaar…), Tomas De Smet (backings, staande en elektrische bas…) en Frederik Heuvinck (drums, percussie, sampling…) Zoals dat vaak is met bands leidt zoiets tot spanningen, op zich niets ongewoons.

Maar we hebben de indruk dat de Daltons dat spanningsveld, net als Fleetwood Mac in 1976-7 en vanzelfsprekend alle verhoudingen in acht genomen, positief hebben weten om te buigen. Wat potentieel een splijtzwam was, werd een uitgesproken sterkte: iedereen kent na ongeveer een decennium zijn stek, ideeën in de groep geworpen ketsen heen en weer, waar ze leiden tot een synthese. Al is dat soms een compromis, dan toch hoorbaar zonder de kantjes af te vijlen. ’The Third’ klinkt, na de vorige erg geslaagde worpen ‘King Dalton’ en ‘Thilda’, nog hechter, nog meer organisch, nog rijker aan klankkleuren en de songs die uit het proces oprezen, staan als een villa. Pieter levert de meeste van de tien songs aan, tekst en muziek. Jorunn bracht een paar keer de lyrics aan en met ‘Walking Wounded’ de hele song. Een paar keer staat de muziek gewoon op naam van King Dalton.

Maar dat heeft niet zoveel belang. Het eindresultaat is dat wel. ‘The Third’ voelt aan als het werk van een groep en vormt een totaalbeleving, het soort plaat dat je opzet zonder dat je er een song uitlicht, een die je in één flow beluistert. Natuurlijk denk je aan een heleboel bands die verscholen zouden kunnen zitten in de rijkgeschakeerde, gelaagde muziek van King Dalton, maar aan het eind hoor je enkel King Dalton. Die eigen categorie, niet? Het heeft niet veel zin om er nummers uit te lichten. Toch dit: ‘Damn My Luck‘ maakt gebruik van een straffe tekst, en die is van de hand van de frontman van Gentse indie rocktrots van late eighties en vroege nineties The Pink Flowers, Bruno Deneckere. Dat is geen toeval. Pieter: ‘Singer-songwriter Bruno Deneckere is de reden waarop ik op 17 jaar muziek ging spelen. Toen we onze eerste successen met AedO vergaarden, was Bruno de inspiratie om zelf nummers te gaan schrijven.’ Ze traden samen op, tot in Portugal toe, als we dat goed hebben. Aan die teksten is gewerkt. ‘Velvet Highway’ stevent zowaar af op een quote van Griekse pre-socratische filosoof Heraclitus van Ephese: ‘You can not jump twice into the same river for the water keeps on flowing’. Geen moeilijkdoenerij: het pas gewoon in de song. Organisch, zoals alles op ‘The Third’.

Het geeft te raden wat dit op het podium zal geven. Misschien komt het als een verrassing voor wie de laatste tijd in een Tesla rond de zon aan het cirkelen was, maar de anderen weten ongetwijfeld welke verschroeiende liveband King Dalton is. Naar aanleiding van Leffingeleuren 2015 stelden we vast dat ‘King Dalton is als een opgespannen stalen veer die zich in één keer ontspant’. Die spankracht hebben ze nu vertaald naar de studio(‘s). En live komt daar onbetwist nog een dimensie bij.

 

Antoine Légat.

P.S. Nog over King Dalton op Rootstime:

http://www.rootstime.be/index.html?http://www.rootstime.be/LIVE/MAART2016/KING%20DALTON.html

http://www.rootstime.be/index.html?http://www.rootstime.be/CD%20REVIEUW/2015/AUG1/CD49.html

http://www.rootstime.be/index.html?http://www.rootstime.be/LIVE/SEPT2015/LEFFINGELEUREN%20zon%202015.html

Meer info:

http://www.wastemyrecords.be

http://www.kingdalton.com

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij/Comments with ‘FRINGE’

FRINGE (alternative version). 1/ Spark (HIROMI, cd Spark) 2/ Don’t Go There (Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT, cd Woodworks) 3/ Humility OR Knowledge (Kamasi WASHINGTON, cd Harmony Of Difference) 4/ Reverence (The Story Of A Miracle) (Richard BONA, cd Reverence) 5/ A Little Bit Of Rain (Natalia M. KING, cd Bluezzin Til Dawn; comp. Fred NEIL) 6/ Lisbonne (LALOY & FLORIZOONE, cd Laloy & Florizoone) 7/ All’s Well (HIROMI) 8/ Endormi (DE GROOTE-FAES DO, cd Symphony For 2 Little Boys; feat. Dave DOUGLAS, trumpet) 9/ Ngad’a Ndutu (Widow’s Dance {Celebration Of A New Life}) (Richard BONA) 10/ La veilleuse (Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT) 11/ Paint It Black And Blue (Natalia M. KING) 12/ Perspective (Kamasi WASHINGTON) 13/ Indulgence (HIROMI) 14/ Suninga (When Will I Ever See You) (Richard BONA) 15/ Slow Snow ((Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT) 16/ Don’t Explain (Natalia M. KING; comp. Arthur HERZOG Jr. – Billie HOLIDAY) – Just a pick from favourite CD’s, past and present, some pure jazz, some on the fringes. Hence the title! Along the way, you can tell I like the moody… Alas, it also accounts for the sometimes rude song transitions… You can always change the sequence! (AL; 03 02 18)

Note: track 3 comes in two versions

First version:

FRINGE. 1/ Spark (HIROMI, cd Spark) 2/ Don’t Go There (Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT, cd Woodworks) 3/ Humility (Kamasi WASHINGTON, cd Harmony Of Difference) 4/ Reverence (The Story Of A Miracle) (Richard BONA, cd Reverence) 5/ A Little Bit Of Rain (Natalia M. KING, cd Bluezzin Til Dawn; comp. Fred NEIL) 6/ Lisbonne (LALOY & FLORIZOONE, cd Laloy & Florizoone) 7/ All’s Well (HIROMI) 8/ Endormi (DE GROOTE-FAES DO, cd Symphony For 2 Little Boys; feat. Dave DOUGLAS, trumpet) 9/ Ngad’a Ndutu (Widow’s Dance {Celebration Of A New Life}) (Richard BONA) 10/ La veilleuse (Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT) 11/ Perspective (Kamasi WASHINGTON) 12/ Don’t Explain (Natalia M. KING; comp. Arthur HERZOG Jr. – Billie HOLIDAY) 13/ Indulgence (HIROMI) 14/ Suninga (When Will I Ever See You) (Richard BONA) 15/ Slow Snow ((Stefan BRACAVAL & Pierre ANCKAERT) 16/ Help (I Need It) (DE GROOTE-FAES DUO) – Just a pick from favourite CD’s, past and present, some pure jazz, some on the fringes. Hence the title! Along the way, you can tell I like the moody… Alas, it also accounts for the sometimes rude song transitions… You can always change the sequence! (AL; 03 02 18)

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

BILLY & BLOOMFISH, Happy Incomplete.

Dit wordt een aanrader op Folkcorner Den Appel.

BILLY & BLOOMFISH, Happy Incomplete.

Al vele jaren delen Kathleen ‘Billy’ Vandenhoudt en Pascale ‘Bloomfish’ Michiels de podia in alle mogelijke verbanden, van de Blues Angels tot de Rielemans Family, maar pas een vijftal jaar geleden besloten ze ook als duo verder te gaan, een openbaring voor henzelf, een engagement ook. ‘Geen sprint, maar een marathon, zoals het leven zelf…’, zeggen ze. ‘Ridin’ The Rods’ (2014) was het eerste resultaat, geboren uit enthousiasme, met twee voor elkaar geboren hemelse stemmen, Billy’s gitaar en Bloomfish met haar Chinese ruan snaarinstrumenten (‘maangitaren’) Nu, tientallen optredens later, legden ze hun ervaringen en vooral hun ziel in een nieuwe cd, getekend door de blutsen en builen des levens, maar blij met wat dat leven hen schonk. Die cd kreeg dan ook de gepaste titel ‘Happy Incomplete’ mee. Tien eigen songs vol joie de vivre (‘Sing Bluebird Sing’), tedere meditaties (‘Crack In The Wall’) of verstilling (het poëtische ‘So Quiet’), met Americana als muzikale kern (de tex-mex van het titelnummer) Als kroon op het werk is er, eindelijk op plaat, Kathleens signatuursong ‘Out Of The Rain’ van Tony Joe White in een zoals live gloedvolle, van emotie gutsende duo-uitvoering.

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bruno DENECKERE featuring Nils DE CASTER, I Remember The Day.

Zie http://www.rootstime.be! Hieronder hebben we die versie een klein beetje bijgespijkerd…

Cd-release party op 17 februari 2018 in Bij’ De Vieze Gasten, Haspelstraat 31 te 9000 Gent – 09 237 04 07!!!

 

Bruno DENECKERE featuring Nils DE CASTER, I Remember The Day: ‘I don’t worry ‘bout my freedom, I just fail to settle down’ (uit ‘Second Kiss’)

Hoe volg je ‘Beyond The Pink Flowers’ (1999), ‘Down The Road’ (2000), ‘Crescent Of The Moon’ (2004), ‘Someday’ (2007), ‘Walking On Water’ (2011) en ‘Bruno Deneckere & Nils De Caster Live’ (2013) op, platen die bulken van de uitstekende songs? Met een nieuwe plaat, zo mogelijk minstens even goed, da’s nogal wiedes! En als het even kan, opgenomen in de beste omstandigheden, want dat was voorheen niet altijd optimaal. Maar…hoe doe je dat als je de miljoenen niet zomaar te scheppen hebt? Bruno Deneckere, want van hem zijn die prachtplaten, had de laatste jaren heel veel afleiding: er waren The Landed Gentry en vooral The Infamous Roots Rielemans Family Orchestra, twee bands waar hij ook zijn deel van het composteren in deed en doet, het werk als begeleider van o.a. HT Roberts, de vorming van ad hoc duo’s, trio’s en meero’s, allemaal projecten die veel lof oogstten, dat wel, want waar Bruno, de Gentse rots onder en trots van de Gentse singer-songwriter sien, zijn schouders onder zet, helaas zelden ver buiten Gent, komt er schot in de zaak.

Bovendien bracht Bruno kort geleden nog een… boek uit, ‘Talk Is Cheap’, een verzameling van de cartoons met lege tekstballonnen die hij over de jaren heen tekende, maar die nu netjes in de rij gaan staan, één groot woordeloos verhaal. Bruno schreef echter een fijnbesnaarde inleiding, die je doet hopen dat hij zich ooit nog aan columns of meer waagt. Het art work is van fotograaf Jo ‘Flitsmatroos’ Clauwaert. Intussen stapelden nieuwe songs zich op, songs die we mondjesmaat te horen kregen, vooral in de zomermaanden, bij voorbeeld tijdens de Gentse Feesten, bij voorbeeld in de binnentuin van het Huis van Alijn. Zijn trouwe publiek heeft altijd goed gepresteerd als proefkonijn of klankbord. Maar waar bleef die nieuwe plaat temidden zoveel activiteit? Achter de schermen probeerde Bruno van alles uit, met aan zijn zij multi-snarenist Nils De Caster, de onafscheidelijke strijdmakker sinds de dagen van indierockband The Pink Flowers, een klein millennium geleden. Er waren pogingen met een full band en live opnames… tot experimenten met exotisch tuig toe, als we de geruchten mogen geloven.

Maar zoals Bruno dat zelf aangeeft:’…niets leek te werken… te veel chauffeurs…’ Om wanhopig van te worden. Het toeval komt dan wel te hulp, zeker als je het een duwtje geeft. Bruno en Nils waren ‘Second Kiss’ aan het opnemen – we gokken: in een (slaap)vertrek van de Maison Bleue aan de Sint-Antoniuskaai, diep in Gent – en het besef was er plots: this is it. Twee gitaren, een eerste en tweede stem, meer hebben die songs niet om het lijf (letterlijk, wel te verstaan), dezelfde benadering als die van HT Roberts met Bruno op diens ‘Old Light’ en ‘Stalemate Days’, waar het blote lied zorgt voor een overheerlijke trip. Die opname van ‘Second Kiss’ werd ook de tweede track van elf op deze ‘I Remember The Day’, in een uiterst sobere en daardoor gepaste hoes gestoken, ontwerp van tovenaar Jo Clauwaert. De cd-titel is de openingszin uit de cd-opener ‘Breathing Again’ (Bruno noemt de song zélf ook wel eens ‘I Remember The Day’) Die twee songs, ‘Breathing Again’ en ‘Second Kiss’, zetten de toon van deze collectie: er hangt een behaaglijke weemoed over de plaat, die nauwelijks doorbroken wordt, ook al willen bepaalde songs live fors uitpakken, naargelang de mood van het moment.

Drie songs wijken hiervan af. Nummer drie ‘Who Opened The Door?’, met zijn intrigerende thesis, loopt lekker funky en loops te wezen, en een verdwaalde sirene huilt mee. Nummer vier ‘Rocking Right’ heeft een aanstekelijk tempo (die bezit niet voor niets een referentie naar de heer Berry, Chuck!) en groeit live steevast uit tot een uitgelaten meezinger. Het kan ook met de cd-versie. Bij optredens uit de bol gaan kan ook met het volgende ‘Lost In The Shuffle’, maar de slaapkameruitvoering moet het in zijn vertraagde livrei hebben van een ingehouden spanningsveld: barst de song los of niet? Niet echt, dus, maar ondertussen heeft Bruno een ondeugend en expressionistisch portret van zichzelf geschilderd. ‘I am just a small town boy, with a twinkle in his eyes’. De songs na dat trio nemen de draad weer op van het begin. Hoe toegankelijk zijn muziek ook is, dicht bij het snijpunt van folk, alt.country, tex-mex en rock-‘n-roll, het draait bij Bruno doorgaans om de teksten. Die zijn zelden vrijblijvend, al neemt hij graag afstand. Vanop zijn (v)luchtheuvel overschouwt hij de veldslagen en de slagvelden van het dagelijks bestaan, die van de wereld om hem heen, die van hemzelf. Hij doet dat in de woorden die hem schijnbaar zo vlot komen toegewaaid, maar die verraden hoe hij alles minutieus registreert en ragfijn op rijm en ritme plaatst. Met humor, mildheid maar terzake en met de rusteloosheid die hem zo typeert: ‘I like to change what I see’, zong hij op ‘Mexico City’ (van ‘Walking On Water’).

Engagement, zo mag je dat noemen, maar van een eigen invulling en kleuring (liefst buiten de lijntjes… en amper erbinnen) ‘Where Are The Smoky Bars?’ krijgt van BD zelfs het predicaat ‘strijdlied’ opgeplakt, maar dan wel één van na middernacht, lang nadat de banieren achteloos in de hoek werden geworpen. De inhoud kan je gerust als ‘protest’ beschouwen, niet in het minst tegen de gang van zaken in zijn muzikaal beleven, waar hij als uitvoerend muzikant speciale voelsprieten voor heeft. In ‘Waiting For You’, voorzien van zo’n melodie waar BD het geheim van bewaart (in een kluis in Fort Knox, Texas, geloven we), is er ook protest maar dan wel van de ik-persoon. Het klinkt zo immens droef en daar kunnen we in komen, want ook wij konden er bijwijlen niet in komen: been there, done that. Zo houdt Bruno je een spiegel voor van je eigen ziel, één van de basisfuncties van een lied.

Je kan dieper graven in elke song, maar dat zou onrecht aandoen aan de vlotheid en het directe (oeps, we schreven bijna het immediate) van de songs. Zo rechttoe rechtaan is het hartverheffende ‘Take My Hand’ waarop Nils eens te meer en ongestraft een paar sterrenstelsels van de hemel speelt. Als ‘I Missed That Train Again’ van een of andere roots Americana songwriter was geweest, waren we allemaal bijzonder jaloers geweest. ‘Waarom hebben wij zo geen songsmeden?’ Maar Gent ligt vooralsnog niet in Texas, Minnesota of Alabama. ‘True Love’ kon alleen maar de plaat afsluiten, een song voor de closing time van de smoky bar. ‘Someday’ was indertijd Bruno’s gooi naar de perfecte croonersong, allicht met Frank Sinatra of Tony Bennett in het achterhoofd. Dan is ‘True Love’ Bruno’s lezing van een verborgen schat uit het songbook van Johnny Mercer of Hoagy Carmichael. De luisteraar zal wel uitmaken in welke mate dit een geslaagde worp is.

Bruno Deneckere, functioneel maar briljant bijgestaan door Nils De Caster, heeft met ‘I Remember The Day’ zijn eigen ‘Nebraska’ gemaakt en zoals op die plaat van Bruce Springsteen struikel je over de goeie songs. Dan is het moeilijk om daar eentje uit te kiezen dat de voorkeur wegdraagt. Wie de songs hierboven telde, komt aan tien. Hier is dan nummer elf… Morgen is een andere song de favoriet, ongetwijfeld, maar vandaag hebben we het voor ‘A Change Is Gonna Come’, waar de al vermelde weemoed een liefdeshuwelijk sluit met de hoop. U hoeft maar eens te luisteren om getuige te zijn op en van deze ‘match made in heaven’. Er is zelfs een Procol Harum orgel voorzien! Het was de laatste lied dat het duo opnam, maar ‘Het had evengoed het eerste geweest kunnen zijn’… En zo heeft Bruno ook nu weer het laatste woord…

 

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Maria DEL MAR BONET, Raixa

voor Folkcorner Den Appel

RAIXA –
MARIA DEL MAR BONET
MEER INFO

Maria del Mar Bonet (van Palma de Mallorca op Majorca, Balearen) zorgde mede als lid van de Nova Cançó beweging (die ons bvb. ook Joan Manuel Serrat en Luis Llach bracht) voor de emancipatie van het Catalaanse lied. Sinds de tweede helft van de jaren zestig heeft ze vanuit Barcelona haar unieke stem in dienst gesteld van vele liedvormen, van Catalaanse rock over traditioneel Tunesisch tot Braziliaans (Milton Nascimento), en nog meer. ‘Raixa’ (2001) belichtte het heuglijke feit dat Maria al een kwarteeuw lang jaarlijks optrad op de zomerconcerten van de Plaça del Rei in Barcelona. Maria en haar begeleiders overtreffen zichzelf in deze op de Plaça live ingeblikte liederen. Die zijn hedendaags (soms mede van Maria’s hand), of traditioneel Balearisch, maar alle herinnerden ze haar aan Raixa, de beroemde tuin van Moorse oorsprong in het gelijknamige domein op Majorca. Het briljante ‘Jardí tancat’ (‘Binnentuin’) ontbreekt niet. Een bijzonder fraai uitgegeven, viertalig boekje begeleidt dit juweel. (Antoine Légat)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Resultaat van een mail… TITUS LIVIUS!

Die arme Titus Livius! Je schrijft dan een werk dat de hele wereldgeschiedenis omvat (lees: Romeinse geschiedenis, wat voor die lieden identiek was) en je komt tenslotte in Blokken terecht… Zijn ‘Ab Urbe Condita’ (‘Vanaf de Stichting van de Stad [Rome]’) is dan misschien het bekendst omwille van het stichtingsverhaal en de eerste groei(pijnen), en misschien nog meer door de bewaarde boeken over de Tweede Punische Oorlog en Hannibal (Zonder Lecter) en de mythische olifanten (waarvan hij er na de Alpen in Italië aanbeland maar één van overhield, één van de dertig: die spelen dus in de oorlogvoering zelf geen enkele rol), maar zijn historie was dus wel degelijk alomvattend. Helaas is er relatief weinig van overgebleven: van de 142 geschreven boeken (wellicht wilde hij er 150 van maken, maar dat was véél voor één man) bleven enkel 1-10 en 21-45 bewaard, plus fragmenten van de andere boeken, plus de zogenaamde ‘Periochae’, ‘reader’s digest’ versies van een tiental boeken (een boek = boekrol, wat neerkomt op een 60-tal van onze boekbladzijden, more or less) Er zijn ook een aantal citaten en verwijzingen bij andere auteurs, enz.

De inhoud en de commentaren erop kan je overal op het net vinden, maar wat mij altijd intrigeerde en waar je weinig over vindt is dat, Livius, die toegaf voor de oudste tijden niet te beschikken over voldoende bronnen, en ondanks zijn uitgangspunt (de grootheid van Rome, het verval in zijn eigen tijd en de voorbeeldfunctie van de oude heldenmoed en zielengrootheid) erin geslaagd is van het vroege Rome een beeld te schetsen met een kern van waarheid, waar filologen en archeologen kunnen in putten op zoek naar een objectieve waarheid. Alleen al het verhaal van Romulus en Remus en de Sabijnse Maagdenroof (stof voor het Romeinse #MeToo) bevatten verwijzingen naar de actuele situatie.

En ongeacht daarvan, geeft zijn werk een inkijk in wat de Romeinen (lees: de 1% van Rome) aan gedachtegoed annex cultureel erfgoed bezaten.

Dit gezegd zijnde, en met respect naar ‘Tite Live’ toe (zijn schitterende Franse naam!), geef mij maar Catullus, Horatius, Petronius en Vergilius… Maar dat is kwestie van smaak…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

LANKUM, Between The Earth And Sky (aanrader bij Folkcorner Den Appel)

BETWEEN THE EARTH AND SKY –
LANKUM 

MEER INFO

Onder de naam Lynched brachten deze Ierse zangers en (multi-)instrumentalisten uit Dublin in 2014 ‘Cold Old Fire’ uit, waarmee ze zich in één klap op de folkwereldkaart zetten (en waar Klaas terecht een Aanrader van maakte). Omdat de naam Lynched te veel associatie in zich draagt met racistisch geweld, herdoopten ze zich in Lankum, naar de oud Ierse ballade ‘False Lankum’, die handelt over een… kindermoordenaar. Nu is er ‘Between The Earth And Sky’ en dat is een killer van een plaat. Negen hompen rauwe folk, (oer)oud maar springlevend. Het zijn, naast diep in de traditie geworteld eigen werk, songs, ballads en een tune van Ierse komaf. Die gingen ze zoeken bij de uitvoerders ervan, tot in de States toe. Buitenbeentje in dit aanbod van negen nummers is het magistraal uitgevoerde concentratiekamplied ‘Peat Bog Soldiers’ (dat we kennen als ‘De Moorsoldaten’ van Rum) De nog jonge Radie Peat zingt alsof ze al een heel leven achter zich heeft (‘What Will We Do We We Have No Money?’, ‘The Granite Gaze’) Niets minder dan indrukwekkend. (Antoine Légat)
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen