‘TAKE TIME FOR ROMANCE’ Revised

TAKE TIME FOR ROMANCE – Revised. 1/ Take Time To Know Her (Stephen Allen DAVIS, cd The Light Pink Album, 1995) 2/ Alone Again Naturally (Nina SIMONE, cd Fodder On My Wings, 1982/2020) 3/ No Time Is On (Jan Willem ROY, cd Keep It Coming, 2002) 4/ Ge kunt van mijn op aan (Gerard VAN MAASAKKERS en de VASTE MANNEN, cd Achterland; comp. Bob Dylan) 5/ Still Lovin’ You (Stephen Allen DAVIS) 6/ Solid Gold (Chuck PROPHET, cd Age Of Miracles) 7/ Ik was erbij (Bram VERMEULEN, cd Oorlog aan den Oorlog; 2002) 8/ Humble Me (Norah JONES, cd Feels Like Home) 9/ All The Love You See (Stephen Allen DAVIS) 10/ Because Of (Leonard COHEN, cd Dear Heather) 11/ If I Was The Rain (LOWEN & NAVARRO, cd All The Time In The World) 12/ Half-Way Gone (Stephen Allen DAVIS) 13/ Gravity (Allison KRAUSS & UNION STATION, cd Lonely Runs Both Ways) 14/ Here I Am (Shelby LYNNE, cd Shelby Lynne; 2020) 15/ Think Of You Fondly (Ron SEXSMITH, cd Hermitage; 2020) 16/ De Helden (Bram VERMEULEN) 17/ Jezus In The Back Of A Cadillac (Stephen Allen DAVIS) (revised edition 24 07 20)

De oorspronkelijke ‘TAKE TIME FOR ROMANCE – Melancholic Songs, mainly from 2004’ werd samengesteld in februari 2005. De toenmalige commentaren bij ‘TAKE TIME FOR ROMANCE’ zijn in een ransomware-aanval (27 februari 2017), samen met duizenden andere files, vernietigd geworden (versleuteld, eigenlijk, en niet te herstellen), maar misschien herschrijven we ze… ooit…. Bright Eyes (# 2) van het origineel werd vervangen door Nina Simone, met haar schitterende zoetzure oprispingen jegens haar vader gebaseerd op het bekende nummer van Gilbert O’Sullivan. Haat-liefde in zeer extreme, zij het speelse vorm. Adem werd vervangen door Shelby Lynne (Moorer), de oudere zus van  alt.country icoon Allison Moorer en even gerespecteerd. Ouwe, trouwe Ron Sexsmith vervangt Wolfgang Bernreuther, met één van de zoetgevooisde ‘melopeeïsche’ melodieën waar hij zowel het patent op als het geheim van heeft.

Het schitterende werk van Stephen Allen Davis vormt de rode draad door deze schaamteloos tranentrekkende collectie (gesponsord door Tearjerk Tissue)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘HELL’ Revised

HELL Revised. 1/ Boogie (THE REVEREND SHAWN AMOS, cd 12 Ways The Reverend Loves You) 2/ Hell To Pay (Boz SCAGGS, with Bonnie RAITT, cd A Fool To Care) 3/ 19¢ A Day (Chris O’LEARY, cd Gonna Die Tryin’) 4/ Call Me Baby (Raful NEAL, cd Old Friends; 1998) 5/ Mississippi Minute (Delta Mix) (Steve AZAR, cd Delta Soul, Vol. 1) 6/ You’re Gonna Miss Me (When I Get Home) (THE REVEREND SHAWN AMOS, cd 12 Ways The Reverend Loves You) 7/ Those Lies (Boz SCAGGS, cd Out Of The Blues) 8/ Rock Stars (AWKWARD i, cd I Really Should Whisper) 9/ Back To Bayou Teche (Sonny LANDRETH, cd Recorded Live In Lafayette, disc 2) 10/ Favorite Dress (THE PROVEN ONES, cd You Ain’t Done) 11/ Hold Hands (THE REVEREND SHAWN AMOS, cd Breaks It Down) 12/ Down In Virginia (Boz SCAGGS, cd Out Of The Blues) 13/ The River’s Workin’ (Delta Mix) (Steve AZAR) 14/ Always Something Good (MICKE & LEFTY FEAT. CHEF, cd Let The Firre Lead) 15/ High Blood Pressure (Boz SCAGGS, cd A Fool To Care) 16/ Heartbreak Waiting To Happen (Chris O’LEARY, cd 7 Minutes Late) 17/ Back To The Woods (Chuck LEAVELL, cd Back To The Woods) 18/ Fallen (THE PROVEN ONES) (original 18 08 19; this slightly revised edition: # 4, 14, 16, 18: 25 07 20)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

LINA & Raül REFREE: de fado heruitgevonden

Aanrader voor Folkcorner Den Appel.

LINA_ RAUL REFREE –
LINA_ RAÜL REFREE
MEER INFO
Lina leek voorbestemd om klassieke zangeres te worden, maar de fado uit haar vroegste herinneringen bleef hangen en nam het gaandeweg over. Via de fadoscene uit Porto werd ze resident fadista in de Clube de Fado, één der belangrijkste clubs in de beroemde Alfama wijk in Lissabon. Ze bracht twee traditionele platen uit, ‘Carolina’ (2014) en ‘enCantado’ (2017), die diepe indruk maakten. Met de leeftijd kwam de ommezwaai: ze nam in naam van de artistieke integriteit haar echte naam weer aan, Lina, en besloot met de Spaanse topproducer Raül Refree in zee te gaan. De twee lieten mekaar volledige artistieke vrijheid: Lina zong in de beste fadotraditie liederen uit het repertoire van icoon Amália Rodrigues, terwijl Refree zorgde voor een innovatieve omlijsting van piano en keyboards. Die staat muzikaal ver af van de traditie, maar benadert ze naar de geest respectvol. Moeilijk om niet gepakt te worden door ‘Sta Luzia’, ‘Barco Negro’ of het ‘Ave Maria Fadista’. ‘Lina_Raül Refree’ werd een betoverende plaat van een zangeres die heel groot zal worden, als ze dat al niet is. (Antoine Légat)
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Introductie in de Griekse muziek: van rebètika tot èndechna, van zelfkant tot kunstvorm, van Tsitsànis tot Theodhoràkis: ,,Hoe het ‘lelijke eendje’ een sierlijke zwaan werd’’.

Introductie in de Griekse muziek: van rebètika tot èndechna, van zelfkant tot kunstvorm, van Tsitsànis tot Theodhoràkis: ,,Hoe het ‘lelijke eendje’ een sierlijke zwaan werd’’.

Er is méér dan Zorba en de Kinderen van Piraeus in het eindeloze onderwerp dat Griekse muziek is. We trachten met woord en muziek de overgang te illustreren van de rauwe en groezelige liederen van de kleurrijke zelfkant tot het Griekse kunstlied dat via film en sociale omwenteling tot bij ons bekend werd. De unieke combinatie van de rebètika (de zo typische sound van de bouzoùki) met de hoogstaande Griekse poëzie van Sefèris en Elytis (twee Nobelprijs winnaars!), Ritsos en zovele anderen, werd het handelsmerk van Theodhoràkis, Hadjidhàkis, Markópoulos en Xarhàkos, de Grote Vier van de èndechna, de kunstliederen. De invloed hiervan op de hedendaagse Griekse (lichte) muziek scène is enorm. Ook dat laten we horen op onze reis doorheen volk, land en geschiedenis van Hellas.

Antoine Légat.

I. Introductie.

MUZIEK: Zorba’s Dans (Mikis THEODHORÁKIS voor film Zorba De Griek naar het werk van Nikos KAZANTZÁKIS) / Ta Pedjà tou Pirèa/Les enfants du Pirée (film Never On Sunday/Jamais le dimanche) (Melína MERKOÚRI zingt Manos HADJIDHÁKIS) / Who Pays The Ferryman (O Varkàris) (Yannis MARKÓPOULOS, voor het gelijknamige feuilleton dat op Kreta speelt, indertijd razend populair, mede verantwoordelijk voor de toeristische ramp rond Elounda Beach!)

-Drie liederen verbonden met de Griekse muziek zoals die bekend is aan een vrij breed publiek: in de sixties en seventies kwam die door omstandigheden bovendrijven. Daar is nauwelijks een verlengde aan gebreid, ondanks een overwinning in het Eurosongfestival. De zin voor public relations, zo eigen aan een Mikis THEODHORÁKIS, is de huidige generatie eerder vreemd. Het heeft ook te maken met de lucratieve locale scène die een overstap naar het buitenland niet noodzakelijk maken, integendeel, risico’s met zich meebrengen en hoe dan een ook een financiële stap terug betekenen.

-We handelen niet over de Griekse klassieke muziek, die pas na 1830 ontstaat, onder Italiaanse invloed (volkslied van MÁNTZAROS op de Ode aan de Vrijheid van nationaal dichter Dionysios SOLOMÓS. In de 20e eeuw toch enkele grote vertegenwoordigers met twaalftonen componist Nikos SKALKÓTTAS en dirigent-toondichter Dimitri MITRÓPOULOS. Ook niet over de zo verscheiden volksmuziek (van puur etnisch tot ,,folk’’ en ,,cross-over’’), de zeer uitgewerkte Orthodoxe/Byzantijnse gezangen (Petros PELOPONNÍSIOS, Theodóhros VASSILIKÓS, Lykoùrgos ANGELÓPOULOS, AGIOPOLÍTIS) of de hedendaagse, op het westen gerichte rock of oriëntale popmuziek (van de iets betere laïkà tot de skylàdhika of pulp) Ja, er is Griekse grunge, rap, reggae, kindermuziek en noem maar op! Er is het zeer uitgebreide en bijzonder gevarieerde terrein van de dhimotikà, de volksmuziek, niet alleen in het Grieks, maar ook in het Ladino (Sefardisch joods), met invloeden vanuit de Byzantijnse gezangen, Italië, Albanië en de hele Balkan, het oosten (Turkije), gaande van Korfoe tot de Pondos, het zuiden van de Zwarte Zee… Er is ook zeer mooie filmmuziek, zoals van Elèni KARAÏNDHROU voor de films van Theo ANGELÓPOULOS (de laatste jaren vielen beiden geregeld in de prijzen!) We missen dus wel enigszins een totaalbeeld.

II. Roots and Fruits.

MUZIEK: Syneffiasmèni Kyriakî (Bewolkte Zondag) van en door Vassilis TSITSÁNIS (versie 1980; vertaling): het past te beginnen met de grootste rebètiko artiest Tsitsànis. Opname van één van zijn bekendste liederen, zowat het tweede volkslied geworden van Hellas. Geschreven in 1953 onder en tegen de Duitse bezetting. Maar de context kan gemakkelijk tot elke situatie verbreed worden.

Het is de zo belangrijke lachtàra (weemoed, fado) en kaïmôs (oerverdriet dat jou verbrandt) van Griekenland, vergelijk met de blues, en termen als spleen, Weltschmerz, Sehnsucht

De toonaard verkennende, ritmisch vrije taxími, waarbij de toehoorder het liedje moet raden… Kort voor zijn dood werd deze versie opgenomen en Tsitsànis is dan al lang niet meer de zanger en bouzoukispeler van weleer, maar het is zo’n zwaar geladen opname dat de schoonheid ervan buiten kijf staat. Door Hadjidhàkis werd Tsitsànis in ’48 tijdens een ophefmakende spreekbeurt ,,de Griekse Bach’’ genoemd, het startpunt van het salonfähig maken der rebètika…

III. Rebètika I: Piraeusstijl (1933-37)

Wat is de rebètiko? Wat zijn de rebètika? De oorsprong van de naam is niet bekend, evenmin als van de bouzoùki (bouzouki = snaarinstrument met hoge klank van onduidelijke afkomst, Grieks of Turks…of nog veel ouder; behoort wel tot de familie der Turkse kort- of langhalsluiten zoals de saz, de tzouras, enz.)  Verstedelijking van Griekenland vanaf 1850 (industrialisatie…Hellas had een achterstand in te lopen: het land vertoefde in de ,,ME’’ van 1453 tot 1821-30!) De rebètika (of mourmoùrika…Vele andere benamingen!) behoorden tot de zelfkant in de grote centra: havens als Hermoùpolis op Syros en Piraeus; verder de metropolen Constantinopel, Thessalonîki, Athene en…de grootsteden van Amerika. De muziek kwam in een stroomversnelling vanaf de Megàli Katastrofî, de Grote Katastrofe van 1922: na de mislukking van de ,,herovering’’ van de kusten van Klein-Azië op Kemal Atatürk, de brand van Smyrna, nu Izmir en de akkoorden van Lausanne, werden 1,5 miljoen ,,Grieken’’ (lees: orthodoxen) versast/verkast naar Griekenland. Deze mensen, niet alleen armen dus en niet alleen Grieks sprekenden, overspoelden Hellas. Ze brachten ook een betere soort, sterk oriëntale muziek mee: beroepsmuzikanten, dus een veel hoger niveau, breed instrumentarium (ook viool, lyra of vedel, enz.), zangeressen (Rosa ESKENAZI, Rita ABADZÍ, in de States Marika PAPAJÍKA), de café-aman, de aman-liederen of amanèdhes, overkoepelend de smyrnèïka. Die bevruchtten de rebètika, bestonden lange tijd naast de rebètika, werden ten slotte opgeslorpt in de rebètika en daarna laïkà.

MUZIEK: Sousta Politikî (Constantinopel, mijn, Droom en Foltering) door Andonis DALGÁS (’33) of Yati Fumaro Kokaïni (Waarom ik Cocaïne rook) door Rosa ESKENÁZI met Dimitrios ,,Salonîkios’’ SEMSIS aan viool.

Toch, als we denken aan de rebètika, dan zijn dat vooral de liederen in de droge Piraeusstijl en de ,,gevangenisliederen’’ van Thessaloniki.

Deze rebètes hadden een geheel eigen cultuur. Daartoe behoorde een eigen gedragscode (prototype der rebètes, enk. rebètis: Nick Mathèsis; revolver, dolk, ,,een moord gepleegd hebben’’, al is het maar in naam, gangsteroutfit, deukhoed, arm uit de mouw) maar geen enkele aanzet tot verandering of ( r )evolutie.

Drie milieu’s: café, tekès (hasjkit) en fylakî (de gevangenis)

Instrumenten: bouzouki, baghlamàs, oosterse luiten, saz, tzouràs, enz.; gitaar, slagwerk.

Vijanden: overheid, politie (Bairaktàris: foto; kapot slaan bouzouki’s en baghlamàdes = mv. van baghlamàs, kleine broertje van bouzouki met de hoge toon), burgerij gericht op London, Parijs en Wenen.

De typische dansritmen: chasàpiko, chasaposèrviko, tsiftetèli, plus de zeïmbèkiko, het ritme met de ,,tel te veel’’ (7/8 en 9/8 volgens diverse indeling), de dans der eenzamen…Vergelijk met de huidige zeïmbèkiko rage!

MUZIEK: Frangosyrianî (Meisje uit het katholieke deel van Syros) van en door Markos VAMVAKÁRIS (1935): nog invloed van de volksmuziek. Markos vormde met Yorgos BATIS, ARTEMIS en STRATOS de eerste kompanîa.

De figuur van Yovan TSAOUS. De Amerikaanse connectie: eerste rebètika opnames komen van daar en van Konstantinopel.

MUZIEK: O Boufedhzís/De Buffethouder of Yiftopoùla sto Chamàm/Zigeunerin in het Turks Badhuis van BATIS draaien) = geboorte der Piraeusstijl. Of Oli Rebètes tou Dounjà (Alle Rebètes van de Wereld) van VAMVAKÁRIS (vertaling)

Abrupt einde van de Piraeusstijl via de censuur van Metaxàs vanaf ’37, de bezetting (I Katochî; Michàlis JENÍTSARIS)

MUZIEK: O Saltadóros/De Wagenbespringer (Michàlis JENÍTSARIS)

IV. Rebètika II: de archondorebètes (1948-52)

De burgeroorlog (Mikis en Manos duiken op);

de archondorebètes, de rebètes die zingen over hun ellende, maar als het ware in Rolls Royce naar hun ‘werk’ gaan;

groten als Tsitsànis met zangeres Marika NINOU, ,,heldin’’ van de film Rebètiko van Kostas FERRIS, en Yannis PAPAIOÁNNOU, de auteur van Kapetan Zeppos, zo bekend in de versie van Sotiría BELLOU;

virtuoos Manolis HIÓTIS: vierde snaar aan de bouzouki, waardoor het spelen van westerse toonaarden geen probleem meer is (dodende verwesterlijking);

figuren als Zambetas, Yorgos Mitsàkis, Yorgos Katsaros (USA), Perpiniàdhis, Tsaousàkis, Stelios KAZANTZÍDHIS en vele anderen;

de dure (night) clubs waar de rebètes nu wel voor de ‘betere burger’ spelen! Zie de huidige peperdure clubs en de restaurants waar men tegen betaling borden kapot slaat, al was het maar om zijn buur te overtroeven; Babis GOLES, Babis TSERTOS…

overgang naar de laïkà, de volkse liederen, beïnvloed door de westerse populaire liederen (Franse chansons bvb.) én de…Indische filmmuziek!

MUZIEK: de gelegenheid om Archondissa/Maîtresse te draaien van TSITSANIS   

V. Naweeën en nawerking.

De echte rebètes sterven of…overleven, maar zelden als muzikant. Tsitsanis en Papayoànnou zijn uitzonderingen. Jenitsaris helpt zijn broer als groentenboer!

Revival onder de kolonels als vorm van protest (Ilias PETRÓPOULOS en zijn standaardwerk over Rebètika, de Australische Gail HOLST en haar nog steeds knappe boekje Road To Rembetika; Diônysis SAVVÓPOULOS en het nummer Zeïmbèkiko met Sotiría BELLOU) en de explosie na de verjaging van het gehate regime. Rehabilitatie van Markos, Jenitsaris en de anderen.

MUZIEK: Ta Vengàlika sou Màtja/Jouw Bengaalse Ogen van Yorgos DALÁRAS met PYX LAX. Dalàras is een zeer belangrijke hedendaagse exponent: de Griekse topzanger met de gouden stem, de juiste afkomst, de charme en de wijde blik.

MUZIEK: ook Nikos PAPÁZOGLOU, die besefte dat zijn grootouders uit Smyrna (Izmir) de baai van Salonîki kwamen binnenvaren in ’22, speelt een grote rol. Trelli ki Adhèspoti, Gek en zonder Baas is een nummer waar oost en west mekaar galant ontmoeten. Of Kanîs edhô dhen tragoudhà door GLYKERÍA (tekst)

Er is ook de hedendaagse rebètika…in alle maten en gewichten

MUZIEK: Iordànis TSOMÍDHIS of Babis TSERTOS

VI. Endechna (laïkà) of (volkse) kunstliederen: koppeling hoogstaande Griekse poëzie…

…aan westerse instrumenten.

MUZIEK: Pame mia Volta sto Fengari (Laten we eens een keer naar de Maan gaan) met Melina MERKOÚRI uit Never On Sunday. Beter is Nanourisma/Wiegenlied op tekst van de in Griekenland op handen gedragen Spaanse dichter Federico Garcia LORCA, gezongen door Nena VENETSÁNOU.

MUZIEK: dezelfde componist begreep al snel dat er voor de stelling van zijn collega veel te zeggen viel…paste zich aan: Otan symvî sta Pèrix + Machalômangas (uit Ta Pèrix van Manos HADJIDHÁKIS met Voula SAVVÍDHI) (1974; gevolg van zijn eigen platen met ,,boetedoening’’ Paschaliès apô ti Nekri Ji, Epistrofî en Skiros Aprilis tou ’45.

…aan de oriëntale rebètika  (Mikis THEODHORÁKIS): zijn toonzetting van de Epitafios op tekst van Yannis RITSOS, met Grigoris BITHIKÓTSIS en Manolis HIÓTIS was historisch.

MUZIEK: Maar voor veel mensen hier is Mauthausen de cyclus die, samen met de Canto General (Pablo NERUDA), het geweldige oratorium To Axion Estî en de filmmuziek van Zorba en Etat de Siège, het langst bijblijft. Mauthausen, op teksten van Ka(m)banèllis, bracht ook die alt naar voren die zo verbonden is met Mikis, Maria FARANDOÚRI: Asma Asmaton kennen wij hier ook heel goed via Liesbeth LIST! Die plaat kwam er trouwens op aansporing van Mikis zelf, die Liesbeth in ’67 hoorde en verrukt was over haar stem!

Maar zowel Mikis als Manos dachten aan de grote Griekse poëzie…

Yorgos Sefèris, Odyssèas Elýtis, Nikos Kazantzàkis, Yannis Ritsos, Kostas Karyotàkis, Manólis Anagnostàkis, Dionýsios Solomós, enzovoort. Ook ,,buitenlanders’’ als Federico Garcia Lorca!

MUZIEK: Mikis THEODHORÁKIS en nogmaals Nena VENETSÁNOU, met Omorfi Poli, tekst geschreven door zijn broer Yannis; voor de film Lipotàchtes/Deserteurs, uit de cd Ikônes.

Oost en west, volkse en orkestinstrumenten, gewone stemmen en operazang samen…

MUZIEK: uit de Liturgie van Orfeus (Yannis MARKÓPOULOS) (I Evridhîki perimèni/Eurydike wacht en Me ton Tropo tis Agàpis/Op de Wijze van de Liefde) Figuur en mythe van Orfeus; de Liturgie: achtergronden, bedoelingen, uitwerking, Belgische connectie; of Edhó Yenníthika door Vicky MOSCHOLIOÚ bij Yannis MARKÓPOULOS!

MUZIEK: uit de vele andere namen (Angélique IONÁTOS; Kristi STASSINOPOÚLOU; Nikos XYDHÁKIS, Ilias ANDHRIÓPOULOS…) kiezen we misschien Maria FARANDOURI die Ta Ellinopoula zingt, geschreven door Eleni KARAÏNDHROU (die we al vermeldden als filmcomponiste en die schoonzus is van Maria)…Of nog liever Dhromi Palí (zang: Nena VENETSANOU; muziek: Mikis; gedicht: Manólis Anagnostàkis)

OFWEL nemen we San Majemèni van Notis MAVROUDHÍS, gezongen door de zangeres vermeld bij Ta Pèrix van Manos, nl. Voula SAVVÍDHI. Zij nam deze plaat op na 20 jaar stilzwijgen…De song is bovendien het vrouwelijke antwoord op BAYANDERAS’ San Majemèno

VII. Teloorgang van de Griekse ziel

MUZIEK: I Chondroballoù van Stavros XARHÁKOS (de schrijver van de schitterende muziek voor Rebètiko, de film van Kostas FERRIS, pastiche van de ,,echte’’ rebètika!) gezongen door actrice Dhespoti (?) DIAMANDÍHDOU (vertaling)

VIII. Coda.

MUZIEK: Prosefchî van Haris ALEXÍOU, ode aan haar toen nog niet lang overleden mentor Manos HADJIDHAKIS (vertaling)

Uitdeinen: Thalassa van Yannis MARKOPOULOS (uit Wie betaalt de Veerman?), OF I Ora Xechàstike van ELYTIS-ANDHRIOPOULOS door Alkestis PROTOPSALTIS, OF I Aria tis Melancholîas van MARKOPOULOS (uit Ana-Yennisi/Renaissance)

13 december 2006.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘TIDE’

Comments pending – konijnen in de pijplijn!

TIDE. 1/ It Just Doesn’t Happen (DESTROYER, cd Have We Met) 2/ Troubled Man (THE REVEREND SHAWN AMOS & THE BROTHERHOOD, cd Blue Sky) 3/ Strange Things (Shelby LYNNE, cd Shelby Lynne) 4/ Arthur Aware (Damien JURADO, cd What’s New, Tomboy?) 5/ Overseas (JASON ISBELL AND THE 400 UNIT, cd Reunions) 6/ Apparently Au Pair (Ron SEXSMITH, cd Heritage) 7/ Hell Or Highwater (John BLEK, cd The Embers) 8/ Cue Synthesizer (DESTROYER) 9/ Counting Down The Days (THE REVEREND SHAWN AMOS & THE BROTHERHOOD) 10/ Don’t Even Believe In Love (Shelby LYNNE) 11/ Fool Maria (Damien JURADO) 12/ River (JASON ISBELL AND THE 400 UNIT) 13/ Small Minded World (Ron SEXSMITH) 14/ Ciara Waiting (John BLEK) 15/ University Hill (DESTROYER) 16/ Her Letter (THE REVEREND SHAWN AMOS & THE BROTHERHOOD) 17/ Weather (Shelby LYNNE) 18/ The End Of The Road (Damien JURADO) 19/ St. Peter’s Autograph (JASON ISBELL AND THE 400 UNIT) 20/ I Don’t Wanna Hear It (Ron SEXSMITH) 21/ Empty Pockets (John BLEK) (05 07 20)

Zo goed als altijd is er een welbepaalde reden waarom een compilatie zus of zo heet. Zo goed als… Ook bij ‘TIDE’, maar die reden viel in een vroeg stadium weg, toen we een nummer lieten vallen waarin te lezen stond: ‘tide’ (= de ‘tij’ dus, niet het aloude wasproduct dat huismoeders uit de sixties consequent op zijn Vlaams uitspraken) We hadden het eerst zelfs niet gemerkt, maar ach, verder heeft het geen belang: we vonden en vinden ‘TIDE’ een prima naam voor een cd die in golven over de luisteraar heen gaat. Echt! Want we hebben dezelfde ‘methode’ toegepast als bij ‘KILL’, twee jaar geleden, toen met zes acts, nu met zeven. Die magnificent seven mochten telkens één nummer aanbrengen, steeds in dezelfde volgorde, en zo driemaal: 3 x 7 = 21 nummers in totaal. Misschien is de ‘golf’ auditief niet altijd even duidelijk, maar de volgorde hebben we strikt aangehouden. Het kwam netjes uit qua lengte (79’46’’)

Er zit bekend volk tussen, toch voor de trouwe compilationista’s: The Reverend Shawn Amos, Damien Jurado, Jason Isbell waren in de vorige tijd trouwe en graag gehoorde gasten op diverse verzamelingen (*), iets wat Ron Sexsmith zo’n vijftiental jaar geleden ook was. Destroyer had het ook kunnen zijn: ‘Have We Met’ moet immers zowat de dertiende plaat sinds 1995 zijn in dit soloproject van Dan Bejar uit Vancouver, die naast die full cd’s ook nog drie EP’s uitbracht. We kenden hem al wel enkele jaren, maar kwamen niet aan het doorspitten van zijn werk toe.

John Blek is ook al een hele poos bezig, maar we leerden de Ierse singer-songwriter pas kennen in 2019 via een concert bij Ries De Vuyst en Miranda Dieleman in de magnifieke Deuzonschole (in Hoofdplaat bij Breskens) ‘The Embers‘ is zijn vijfde. Hij brak pas door, als je dat zo mag noemen, in 2018 met zijn vorige ‘Thistle & Thorn’ (waar ‘The Embers’ het logische inhoudelijke vervolg op is) en de single eruit ‘Salt In The Water’. Plots won John een resem prijzen. Het was de bedoeling dat hij april opnieuw Nederland zou aandoen, na de eerste, zo succesvolle toer, maar het beruchte virus heeft daar een stokje voor gestoken… We zouden hem weer ontmoet hebben in de Deuzonschole. Wanneer hij dan toch zal langskomen, is deze schitterende concertplaats mogelijk niet meer beschikbaar. Intussen kan men John Blek (& The Rats) bewonderen op YouTube: de man maakt met zijn mensen hele leuke low budget video’s.

Shelby Lynne (eigenlijk Shelby Lynn Moorer) is singer-songwriter. Ze is de oudere zus van Allison Moorer, tien jaar lang (tot 2015) de echtgenote van Steve Earle (zie vorige compil ‘BALM’… en zovele oudere collecties!) Shelby zette zichzelf op de landkaart in 1999 met haar zesde album ‘I Am Shelby Lynne’ dat een Grammy wegkaapte. Deze ‘Shelby Lynne’ is haar vijftiende (zelfs haar zestiende als men haar ‘Merry Christmas’ meetelt) (en er zijn ook drie compilaties) Ze werkte op één van haar albums met haar zus samen (‘Not Dark Yet’, 2017) Op ‘Show’ (liveplaat uit 2003) van Allison zong Shelby mee in drie duetten.

Er waren nog meer raakpunten. Shelby heeft wel vaker bij en met anderen gezongen (Live, Tony Joe White, Marc Cohn, Daryl Hall, …) Ze speelde de rol van Carrie, de moeder van Johnny Cash in de bekende film ‘Walk The Line’ (2005) Het laat zich raden dat je op Wikipedia nog heel wat meer kan vinden over deze songschrijfster, performer en actrice. Niet op deze collectie maar goed om weten is dat het titelnummer van ‘Not Dark Yet’ (ja, de song van Bob Dylan) te horen valt op YouTube, evenzeer de pakkende studioversie als een prachtige live-uitvoering in de Electric Lady Studios, ergens in de loop van 2017 (https://www.youtube.com/watch?v=C5ixkCXSI7M)  (AL; 05 07 20)

(*) de ‘Reverend’ vind je o.a. op ‘SUMMER 2018’ en ‘HELL’ (2019), Damien Jurado op ‘ROAD’ (2018), Jason Isbell op ‘LOOKING BACK XIX’…

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Best Records Of All Time… after the deluge… the lockdown in 2020!

Best Records Of All Time

Tegenwoordig (=aan het begin van de lockdown) vraagt (vroeg) men me op Facebook geregeld, nu zelfs zowat dagelijks, om, zoals zovelen, mijn muzikale wansmaak te verkondigen via nummers, platenhoezen of een streep uitleg. Natuurlijk is een mens vereerd met zoveel welgemeende belangstelling! En we lezen de lijstjes van een ander met veel plezier en waardering. Leerrijk bovendien! Maar de overdaad aan verzoeken dreigt het reguliere schrijfwerk, al zeer beknot door de beperkte beschikbaarheid van deze PC (telewerk huisgenoten), onder druk te zetten. Daarom één lijstje dat alle behoeften zou moeten dekken, in de hoop dat we later beter kunnen beantwoorden aan de verwachtingen, dat kan altijd (‘zeg altijd altijd’)

Let wel: het gaat niet om ‘de beste’ plaat, al zijn het stuk voor stuk kanjers in mijn ogen. Maar elke keuze is per definitie niet fair tegenover zovele andere ‘beste’ LP’s/cd’s. Hier horen immers honderden platen. Soms past hier zelfs een groot deel van het werk of zelfs het gehele oeuvre van die artiest, bvb. van Stevie Wonder, de Kinks, Jimi Hendrix, Warren Zevon, Frank Zappa, The Band, John Prine, Neil Young, Steely Dan en velo, velo anderen! Er zijn ook muzikanten die prachtige nummers hebben geschreven, maar die niet op één originele langspeler werden uitgebracht. Maar dan moeten we een aparte lijst aanleggen met ‘Best Of’s…

Om de lijst nog enigszins in te perken, voegden we er een tweede voorwaarde aan toe: de betreffende schijven mochten (maar moesten niet) een emotionele impact gehad hebben of nog hebben, binnen en/of buiten de muzikale context. Bij voorbeeld: ‘Mule Variations’ is niet enkel een topper van Tom Waits, van het niveau van pakweg ‘Nighthawks At The Diner’, ‘Small Change’, ‘Blue Valentine’, ‘Heartattack And Vine’, ‘Swordfishtrombones’ of ‘Raindogs’, maar de plaat kwam op een scharnier-/kantelmoment in mijn leven. Als we veel tijd hebben, maken we van de lijst en van de uitleg errond werk. De Moody Blues: ik was toen nog onbespoten, maar op dat moment waren zij àlles! Dat laat toch sporen na, al hoort het objectief gesproken niet (meer) tot de top…

De lijst moet nog aangevuld, vooral met platen na 2000…

Hopelijk volstaat dit om aan de nominaties nog min of meer te voldoen… Captatio benevolentiae, zo d’ouden zongen!

Days Of Future Passed (THE MOODY BLUES; 1967)

Astral Weeks (Van MORRISON, 1968)

Ogden’s Nut Gone Flake (THE SMALL FACES, 1968)

The Band (THE BAND, 1969… Maar ook Music From Big Pink, 1968)

Led Zeppelin II (LED ZEPPELIN, 1969… Maar ook Led Zeppelin III, 1970)

John Prine (John PRINE, 1971)

Northern Sky (Nick DRAKE, 1971)

Hunky Dory (David BOWIE, 1971/2)

Blue River (Eric ANDERSEN, 1972)

Innervisions (Stevie WONDER; 1973)

Rock Bottom (Robert WYATT, 1973)

The Wild, The Innocent And The E Street Shuffle (Bruce SPRINGSTEEN, 1973)

Andy Pratt (Andy PRATT, 1973)

Marjorie Razorblade (Kevin COYNE, 1973)

Late For The Sky (Jackson BROWNE, 1974)

Berlin (Lou REED, 1974)

Good Old Boys (Randy NEWMAN, 1974…Maar ook Sail Away, 1972, en Little Criminals, 1977)

Electrif Lycanthrope (LITTLE FEAT, 1974/2000/2014)

The Confessions Of Dr. Dream And Other Stories (Kevin AYERS, 1974)

Blood On The Tracks (Bob DYLAN, 1975)

Night Lights (Elliott MURPHY, 1975)

Warren Zevon (Warren ZEVON, 1976)

The Royal Scam (STEELY DAN, 1976 …Maar ook Can’t Buy A Thrill, ‘72, en Countdown To Ecstasy, ‘73)

Punch The Clock (Elvis COSTELLO, 1983 … Maar ook Trust, 1981)

No Borders Here (Jan SIBERRY, 1984… Maar ook When I Was A Boy, 1993)

So (Peter GABRIEL, 1986)

Acadie (Daniel LANOIS, 1989)

Triage (David BAERWALD, 1992)

Tindersticks (I, 1993) + Tindersticks (II, 1995) (TINDERSTICKS)

Grace (Jeff BUCKLEY, 1994)

White Ladder (David GRAY, 1998)

Mule Variations (Tom WAITS, 1999 …Maar ook Small Change, 1976, en Blue Valentine, 1978)

Midwest (Adam James SORENSEN, 2012)

(Work in progress!)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘4RUS’ ofte lockdown samengevat

4RUS. 1/ Whip (HISS GOLDEN MESSENGER, cd Terms Of Surrender) 2/ First We Take Manhattan (WENTUS BLUES BAND With Duke ROBILLARD, cd Too Much Mustard!; comp. Leonard COHEN) 3/ Listening To Levon (Marc COHN And BLIND BOYS OF ALABAMA, cd Work To Do) 4/ That Bird (THE TESKEY BROTHERS, cd Run Home Slow) 5/ When I’m Gone (Martyn JOSEPH, cd Days Of Decision. A Tribute To Phil OCHS) 6/ On Each Other’s Side (BARNILL BROTHERS, cd A Better Place) 7/ As Old As Española (Boris McCUTCHEON, cd As Old As Española) 8/ Trouble Don’t Follow Me (Christopher Paul STELLING, cd Best Of Luck) 9/ What You Gonna Do? (NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS, Call That Gone; vocals Mavis STAPLES) 10/ Don’t Ask Me (Sony LANDRETH, cd Blacktop Run) 11/ Balancê (Sara TAVARES, cd Balancê (2005)) 12/ Hold You Dear (THE SECRET SISTERS, cd Saturn Return) 13/ In Times Between (John MORELAND, LP5) 14/ Alabaster (THE WOOD BROTHERS, cd Kingdom In My Mind) 15/ What Would Your Mama Say (Matt ANDERSEN, cd Halfway Home By Morning) 16/ Killer’s Mind (PORTLAND, cd Your Colours Will Stain) 17/ In Your Hallelujah (THE ROLLS, cd Happy) 18/ St Cloud (Neal CASAL, cd Basement Dreams; 2001) 19/ How Sweet To Be An Idiot (Single Version) (Neil INNES, cd How Sweet To Be An Idiot – The Original 1973 Album – Bonus Singles; 2019; cd 2) 20/ Losing My Religion (Lauren DAIGLE, cd Look Up Child)

Natuurlijk moest dit ‘4US’ (= VI(E)R + US) zijn, maar dan kwamen we maar aan drie tekens…Deze compilatie compileert een aantal cd’s die tot stand kwamen (net voor en vooral) tijdens de lockdown voor SARS-CoV-2 van maart tot juni 2020. De songs komen meer bepaald uit ‘WHIP’ (# 1-4), ‘LUCK I’ (# 5-6), ‘LUCK II’ (# 7-10), ‘MUNA XEIA’ (# 11), ‘DEAR’ (#12-15), ‘MIND’ (# 16-17 + 20) en ‘LOOKING BACK XIX’ (# 18-19) Geen plaats meer voor ‘LOOKING BACK XVIII’! (24 06 20)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘BALM’

BALM. 1/ Me + Mine (Lamentations) (AMERICAN AQUARIUM, cd Lamentations) 2/ Sound Of Violence (OTHER LIVES, cd For Their Love) 3/ Don’t Look Back (THE STARLINGS, cd Don’t Look Back) 4/ Azad (Frazey FORD, cdU Kin B The Sun) 5/ Note To Self (BADLY DRAWN BOY, cd Banana Skin Shoes) 6/ Without You (PERFUME GENIUS, cd Set My Heart On Fire Immediately) 7/ Me & You Together Song (THE 1975, cd Notes On A Conditional Form) 8/ Fastest Man Alive (Steve EARLE & THE DUKES, cd Ghosts Of West Virginia) 9/ Six Years Come September (AMERICAN AQUARIUM) 10/ Dead Language (OTHER LIVES) 11/ Lilac (WAXAHATCHEE, cd St. Cloud) 12/ Your Body Changes Everything (PERFUME GENIUS) 13/ Honey (THE STARLINGS) 14/ Guys (THE 1975) 15/ How Wicked I Was (AMERICAN AQUARIUM) 16/ Sideways (OTHER LIVES) 17/ Leave (PERFUME GENIUS) 18/ Time Is Never On Our Side (Steve EARLE & THE DUKES) 19/ I Just Wish You Happiness (BADLY DRAWN BOY) 20/ Don’t Worry (THE 1975) 21/ Dancing In The Dark (THE STARLINGS) 22/ Il y a un baume à Gilhead (Nina SIMONE, cd Fodder On My Wings) (13 06 20)

De trigger voor ‘BALM’ kwam van American Aquarium, de groep van BJ Barham. AA (uit North Carolina) was voor ons lange tijd onontgonnen terrein. We wisten het niet eens liggen! Dit veranderde met hun vorige, tiende cd ‘Things Change’. Die begon met ‘This World’s On Fire’, een prachtige ballad waarin Barham het lot van de wereld koppelt aan dat van zijn kind, een bijzonder krachtige maar ook hoogst persoonlijke ontboezeming. Het nummer werd ook de opener van compilatie ‘KILL’. BJ heeft blijkbaar iets met krachtige openers want ‘Me + Mine (Lamentations)’ zet ‘Lamentations’ ook al zo verpletterend in. De haast ondraaglijke climax vind je ook treffend uitgebeeld in de clip, die geen fraai beeld schetst van dit Amerika… (https://www.youtube.com/watch?v=hAocQGubZgY – Hier krijg je bovendien een veelzeggende intro waar op de cd geen plaats voor was) We konden niet anders dan die song ook vooraan te plaatsen op ‘BALM’.

De rest van ‘Lamentations’ weet al evenzeer te overtuigen, al betrekt hij het drama op het individu: met het titelnummer had hij ongeveer alles al gezegd over het grotere geheel. In ‘A Better South’ gaat hij ook weer breder, dat is waar, maar ook daar komt de enkeling als drenkeling boven drijven. Het was erg moeilijk kiezen want ook ‘The Long Haul’, ‘The Day I Learned To Lie To You’ of ‘Start With You’ hadden hier niet misstaan… Eigenlijk is geen enkel nummer minder op deze plaat…En dat is een zeldzaamheid.

Toch haalt ‘BALM’ hier niet zijn titel van. Wel van ‘Fodder On My Wings’ van Nina Simone, een langspeler uit 1982, toen nog een elpee. Die is namelijk heruitgebracht, met drie bonus tracks. Het was één van haar favoriete albums en was lange tijd moeilijk te krijgen. We kenden het eerlijk gezegd zelfs niet. Ze nam het op toen ze in Parijs neergestreken was, na een bestaan met nogal wat globetrotting. Ze zocht er een nieuw evenwicht, hierin bijgestaan door de Afrikaanse muzikanten die ze in de Lichtstad ontmoette. Nogal wat swingende nummers op het album, maar ook diepgravende ontboezemingen.

Eerst wilden we één van die swingerds toevoegen, plus het bijzonder harde ‘Alone Again Naturally’ (Gilbert O’Sullivan maar reinvented, over de haat-liefde verhouding met haar vader… Door merg en been!) en ook nog de Franse herwerking/hertaling van gospel ‘There Is A Balm In Gilead’ (naast vele, vele andere, staat er mooie versie op YouTube van Paul Robeson), wat bij haar ‘Il y a un baume à Gilhead’ werd. Ik besliste die songs later in een betere context te plaatsen (‘LOOKING BACK XX’ misschien?), maar intussen was deze collectie ‘BALM’ gedoopt en die laatste song heb ik behouden, als een soort coda. En zo klinkt het hier ook… In elk geval: een monument als Nina Simone kan je niet genoeg in het licht plaatsen. Ze mag dan haar streken gehad hebben, ze was een zangeres en pianiste van bovenwereldse klasse. De opnames van haar concert in Montreux in 1976 zijn daar sluitend bewijs van. Wij zagen het ooit op groot scherm in Oostende: zelden zo veel kippenvel gehad tijdens een optreden (die kwade karakterkop van de ‘High Priestess Of Soul’ bij de enorme close ups… Haast ondraaglijk… https://www.youtube.com/watch?v=9i3leUoSdIY)

Zweden heeft First Aid Kit, de UK heeft The Unthanks, de States hadden de Everly Brothers, nu zijn er daar de Secret Sisters. Brugge heeft The Starlings! Dat is het duo Tom Dice (Tom Eeckhout) en Kato Callebaut, een duo én partners sinds vrij kort, maar ooit (2013) al samen op een single terechtgekomen. De eerste is bekend van het Eurosongfestival 20., waar hij met ‘Me And My Guitar’ (geschreven door Tom, Ashley Hicklin en producer Jeroen Swinnen) een verdiende zesde plaats wegkaapte (de beste prestatie van een Vlaamse inzending ooit!) en de critici (en ons) verraste met het sterke debuut ‘Teardrops’. Kato kennen we als het hartveroverende ukelelemeisje van Idool 2011, waarin ze finaal tweede werd.

Wie de vermelde namen hoog gegrepen vindt, moet zijn/haar oor maar te luisteren leggen bij ‘Don’t Look Back’, een mix van meestal eigen nummers, covers en de liedjes die ze oppikten van hun collega’s tijdens het meest recente ‘Liefde voor Muziek’ (VTM) Die twee samen… Nou, zo klinkt het dus in de zevende hemel bij de rijstpap met de gouden lepels. Het was moeilijk kiezen en selecteerden daarom drie songs van diverse origine. ‘Don’t Look Back’, ‘Honey’. ‘Dancing In The Dark’ is vanzelfsprekend Bruce Springsteen. The Starlings hebben de song vertraagd en geven hem zo een eigen karakter, vooral dank zij die goddelijke close harmony.

Other Lives is een indie folkband uit Stillwater (Oklahoma) Ze bestaan al lang: in 2004-8 waren ze, onder de naam Kunek, een instrumentale avant-garde groep. In 2009 brachten ze een debuut uit, na een EP. ‘For Their Love’ is hun vierde full cd (plus nog een EP) ‘Tamer Animals’ uit 2011 had al een doorbraak moeten inhouden. ‘Rituals’ was een behoorlijk goeie opvolger, maar kwam pas in 2015 uit. Jesse Tabish en de zijnen namen opnieuw hun tijd. Ze weten nog immer mooie sferen op te roepen en voegen leuke details toe. Toch lijkt de band nog onontgonnen potentieel te bezitten. Intussen is het wel genieten van ‘For Their Love’.

Badly Drawn Boy… Ach, het was zo lang stil rond Damon Gough (Dunstable, UK) Na de flamboyante beginperiode met het briljante ‘The Hour Of Bewilderbeast’ (2000) en de soundtrack van ‘About A Boy’ (met Hugh Grant; 2002) kwamen er nog tot 2012 diverse platen uit, maar de magie leek toch wat weg. Acht jaar later blijkt Badly Drawn Boy (BDB) zijn vroegere vorm weer te pakken te hebben. Niet over de ganse lijn een meesterwerk. Daarvoor is Gough een wat te erratische figuur, maar we zijn hier bijzonder tevreden mee. Songs als ‘Appletree Boulevard’ en ‘I’ll Do My Best’ verdienen aandacht, maar er was geen plaats voor… Aan u om dat te ontdekken: artiesten kunnen de financiële steun in dit tijdsgewricht zeer goed gebruiken!

Perfume Genius heet eigenlijk Mike Hadreas, is afkomstig van Seattle, maar heeft deels Griekse roots, voor ons l reden genoeg om de oren te spitsen. Zijn teksten spitsen zich dan weer toe op zijn homoseksualiteit en de ziekte van Crohn, geweld tegen homo’s en alles wat daar rond hangt. Nogal explosieve stuff, ook in de uitbeelding ervan: YoUTube verbood zelfs een clip, die je toch kan zien als onderdeel van de clip bij ‘Hood’. Allen daarheen!‘Set My Heart On Fire Immediately’ is zijn vijfde sinds 2010. Zijn muziek baadt in decadente schoonheid!

Frazey (Obadiah) Ford is een Canadese singer-songwriter en actrice (leeft nu in Vancouvver) Ze stond mee aan de doopvont van de bekende The Be Good Tanyas, Canadese trio dat een hele fraaie akoestische synthese maakte van folk, country en bluegrass (ook de schitterende Jolie Holland was er een tijd lang lid van!) In 2010 bracht Ford een eerste plaat uit, genoemd naar haar middelste naam (‘Obadiah’), een goeie schijf naar verluidt. Wij pikten haar op met de tweede ‘Ocean Rain’ (2014) Ze nam haar tijd voor de derde, die we zelf nog moeten doorploegen.

The 1975 is een alternatieve-rockband uit Manchester. De leden begonnen in 2002 met elkaar te musiceren. Ze speelden in diverse stijlen onder een hele reeks andere namen, maar kwamen uiteindelijk uit op The 1975, dank zij een handgeschreven opmerking in een boek ‘1 June. The 1975’. Onder die naam traden ze op vanaf 2012. ‘Notes On A Conditional Form’ is hun derde full cd, na twee EP’s.

Waxahachee is het project van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield, voorheen lid van formatie P.S. Eliot, dat ze met tweelingzus Allison opstartte. Ze groeide op in de buurt van Waxahatchee Creek in Alabama. Vandaar. Het project begon solo akoestisch (eersteling ‘American Weekend’ nam ze op in de slaapkamer), maar de backing band werd steeds belangrijker. ‘Saint Cloud’ is de vijfde full cd sinds 2012.

Steve Earle & The Dukes, dat heeft geen introductie nodig. Ook de nieuwe ‘Ghosts Of West Virginia’ is een topper. Maar dat hoort u zo wel. Samengevat: ‘BALM’ heeft vooral de ambitie om een aantal minder bekende namen voor te stellen, rond een kern van vaste waarden. Die ‘laatste nieuws’ functie bekleden deze collecties wel vaker. Balsem voor de ziel, dat komt er altijd wel bij! (Deze commentaren beëindigd op 7 juli van het vermaledijde coronajaar 2020… Hou het veilig)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XIX’

LOOKING BACK XIX. 1/ How Sweet To Be An Idiot (Single Version) (Neil INNES, cd How Sweet To Be An Idiot – The Original 1973 Album – Bonus Singles; 2019; cd 2) 2/ Lake Marie (John PRINE, cd Lost Dogs + Mixed Blessings; 1995) 3/ St Cloud (Neal CASAL, cd Basement Dreams; 2001) 4/ Roll Away (Kevin MULLIGAN, cd International; 2001) 5/ Macho City (Short Version) (1981) (STEVE MILLER BAND, cd Selections From The Vault; 2019) 6/ Another Place, Another Time (Bryan FERRY, cd Live At The Royal Albert Hall 1974; 2020) 7/ Great Rain (John PRINE, cd The Missing Years; 1991) 8/ Johnson Blvd. (Amos LEE, cd Mountains Of Sorrow, River Of Songs; 2013) 9/ The Big Old American Dream (Nathan BELL; cd Love > Fear (48 Hours In Traitorland); 2017) 10/ Shoeshine Boy (Gerry RAFFERTY, cd Who Knows What The Day Will Bring? (The Complete Transatlantic Recordings1969-71) – uit cd 1: The Humblebums; 2019) 11/ You Got Gold (John PRINE, cd The Missing Years) 12/ A Hard Rain’s A-Gonna Fall (Bryan FERRY; comp. Bob DYLAN) 13/ Great North Plains (Kevin MULLIGAN) 14/ Burden (Amos LEE) 15/ Way Back Then (John PRINE, cd The Missing Years) 16/ Lean On Me (Sabrina STARKE, cd Lean On Me, 2013; comp. Bill WITHERS – 1972) 17/ Cover Me Up (Jason ISBELL, cd Southeastern; 2013) 18/ Feel No Shame (Neil INNES, cd How Sweet To Be An Idiot) (17 05 20)

LOOKING BACK XIX’ is eigenlijk het nummer eenentwintig in de reeks want er waren in het begin nog een ‘LB Ibis’ en ‘LB XXL’. Volume XIX komt heel snel na ‘LOOKING BACK XVIII’. Dat was niet gepland, maar het kwam in een stroomversnelling toen ik erachter kwam dat men (eindelijk!!!) de eerste soloplaat van Neil Innes opnieuw had uitgebracht en het titelnummer al sinds 1973 zowat ons leidmotief was, tot op heden. Innes was commercieel dan ook een randfiguur, dat wordt zo meteen duidelijk. Maar als het op zijn creatieve uitingen betreft, is de man beslist geen randfiguur. We verwijzen met aandrang naar de Engelse Wiki. We geven slechts enkele scharniermomenten aan via namedropping: zijn ontmoeting met die geniale Vivian Stanshall maakte dat hij toetrad tot de Bonzo Dog Doo-Dah Band, later gewoon Bonzo Dog Band, moederschip van heel wat projecten binnen muziek, comedy, theater, enzovoort. Zoals Wikipedia he zegt: ‘Combining elements of music halltrad jazz and psychedelic pop with surreal humour and avant-garde art, the Bonzos came to the public attention through a 1968 ITV comedy show, Do Not Adjust Your Set’. Innes schreef onder veel meer ‘The Equestrian Statue’, ‘I’m The Urban Spaceman’ en ‘Death Cab For Cutie’. Het eerste was gewoon mesjogge, het tweede werd een hit, het derde kwam in The Beatles’ ‘Magical Mystery Tour’ terecht en werd de naam van een van de beste bands van de laatste jaren… Waar Innes verder niets mee te zien heeft.

Via de Bonzo’s en een kinderserie kwam Neil in contact met Eric Idle, Terry Jones, Michael Palin en Terry Gilliam… Het latere Monty Python dus (op John Cleese na)! Vandaar ging het naar GRIMMS, een band die muziek, non-sensicale comedy, visual arts en toneelkunsten verbond, drie platen en bij de eerste een uniek boek (Nee! U kan ons exemplaar niet kopen!) Het lag dicht bij Monty Python en inderdaad, zonder tot het team te behoren droeg hij zijn steen bij aan twee platen en sketches (schrijven, muziek, performen) Hij trad ook live aan, zoals in New York in 1976, waar hij onder de naam Raymond ScumProtest Song’ bracht in Dylan stijl, compleet met mondharmonica. Zijn introductie luidde: ‘I’ve suffered for my music… Now it’s your turn!’ Hij was tevens betrokken in ‘Monty Python and the Holy Grail’ met twee songs en een paar rollen. Hij had een rol in ‘Life Of Brian’… En van wie dacht je dat het fluiten komt op ‘Always Look On The Bright Side Of Life’? Het leverde hem de eretitel van ‘Zevende Monty Python’ op (zie film ‘The Seventh Python’ (2008)) Herinnert u zich de briljante Beatlespersiflage The Rutles (‘The Prefab Four’!) nog? Daar schreef groepslid Innes een schat aan songs voor. Zijn pastiches waren zo goed dat hij voor de rechtbank werd gesleept door de eigenaars van de Beatlescatalogus et een ‘beschuldiging’ al even knotsgek als de hele situatie. Zijn rol van Ron Nasty in de twee serie en de film was vanzelfsprekend geboetseerd op John Lennon. De songs werden verzameld op de cd ‘The Rutles’. Later kwamen The Rutles nog eens bij mekaar.

Maar zoals gezegd: de geschiedenis is veel complexer dan wat we hier kunnen neerpennen. Veel heeft hij n.a.v. een project van de BBC verzameld op ‘The Innes Book Of Records’ (1979) In de jaren tachtig richt hij zich op projecten voor kinderen. En nog later komen er een resem reünieconcerten (er is veel recuperatie!) en de Idiot Bastard Band. Het lijkt vreemd dat iemand die zo’n schat aan liederen schreef, nooit buiten de kring van de kenners is geraakt, maar daar is ie zelf verantwoordelijk voor: PR kon hem geen barst schelen. Als hij maar kon schrijven en spelen. Rest er ‘How Sweet To Be An Idiot’: als LP hebben we die veel gedraaid. Er is het al vermelde titelnummer, maar de plaat staat vol met liedjes van allerlei aard die zijn veelzijdigheid en sprankelende fantasie dienen. Op LB XIX vind je enkel nog ‘Feel No Shame’, een nummer dat gaandeweg compleet over de top gaat. Dat is natuurlijk wetens en willens. Immers was Innes een geboren en getogen spotvogel.

Op Facebook kregen en krijgen we geregeld vragen naar welke liedjes ‘in onze top tien staan’. Dan konden we verwijzen naar een ouwe clip van ‘How Sweet…’. Die gebruikte de single versie (maar vreemd genoeg zonder Innes’ Mickey Mouse stem die tegen het einde aan op die single versie staat, rond 2’07”) De clip laat zien waar het bij de hierboven vermelde bands visueel om draaide, met eenvoudige en goedkope maar bijzonder effectieve effects en ze laat ook het ongewone hoofddeksel (‘If it looks like a duck…’) zien dat Innes wel vaker aan deed op toneel… (zie  https://www.youtube.com/watch?v=nZ9EWcaS7II) Telkens weer gingen we op zoek naar een cd uitgave van de hele elpee (er was ooit een heruitgave geweest, maar blijkbaar toch niet voor lang…) Groot was onze verbazing toen we enkele weken geleden ontdekten dat ‘How Sweet…’ eindelijk verkrijgbaar was (dan nog met een vloot extra’s) Toen we het boekje met de overigens uitstekende commentaren openden, kregen we een opdoffer te verwerken: Neil was overleden op 29 december 2019. Dat was wellicht de reden om deze historische plaat eindelijk uit te brengen, en zoals het hoort. Nu nog ‘The Innes Book Of Records’… Waarom ‘How Sweet…’ zo’n ‘chanson de chevet’ is? Wel, de held in het lied is een pathetische anti-held, een loser eerste klas, de weerloze pineut… Maar aan het eind klinkt toch het door, vastberaden in al zijn breekbaarheid: ‘But I still Love you… Still love you’…’

Onze diepe waardering voor John Prine moeten we niet meer bewijzen. We zijn bijzonder blij met de vele reacties die zijn dood (door het infame virus) heeft getriggerd op de sociale media: de verhalenverteller was veel meer geliefd dan het stille legioen bewonderaars liet doorschemeren. Er werd gevraagd of er niet één album was waar we een speciale herinnering aan koesteren en nu wil het toeval dat er toch zo’n album is, zeker! ‘The Missing Years’ zal je niet vlug vinden in top 5 van zijn 22 albums (we weten het eigenlijk niet, het zou nog kunnen verrassen) maar de melodierijkdom, de lichtvoetigheid en de optimisme die het kenmerken hebben ons altijd aangesproken (zeker van iemand die met zwaarwichtige thema’s ons geweten geregeld kwam teisteren) ‘Way Back Then’ en ‘You Got Gold’ zijn goede voorbeeld van de vele charmante melodieën die je hier vindt, ‘Great Rain’, is dan weer een heavy blues die je niet zou associëren met Prine.

Het leek ons ook een uitgelezen kans om het prijsnummer van daaropvolgende cd nog eens te presenteren: ‘Lake Marie’. De geschiedenis van de ‘twin lakes’ en zijn (zogenaamd?) zelfbeleefde avonturen daar, sleuren John en ons waar we nooit dachten te komen. Wat een story, wat een associaties. En toch, telkens je die song hoort, geraak je in de ban van… van… ja, van wàt eigenlijk?! Het valt ons op dat we vele zinnen uit ‘Lake Marie’ te pas en te onpas gebruiken, bij voorbeeld bij de BBQ! Geniaal ook, die verwerking van ‘Louie Louie’ van The Kingsmen. ‘Ah baby, we gotta go now’…

We hernemen hier graag de commentaar die we kortgeleden schreven voor reguliere compilatie ‘MIND’… Wij waren zo stom om Neal Casal (1968-2019) bij zijn Brusselse concert, omzeggens twintig jaar geleden, te vragen of die plaatsnaam iets te zien had met de Franse stad… Minzame Neal nam me die bijna-blunder niet kwalijk (ik leerde hem nog over het bestaan van die stad!) Op dat moment had hij ‘Basement Dreams’ uit, een prachtige plaat met niet minder dan 23 liedjes, vele heerlijke, haast klassieke songs. Het was al zijn vijfde plaat, nog lang voor zijn periode als gitarist bij The Cardinals, de band van Ryan Adams. In totaal bracht hij een dozijn soloplaten uit (hij speelde ook bij diverse bands), maar de laatste ‘Sweeten The Distance’ dateert al van 2011. We dreigden hem te vergeten, tot zijn zelfmoord op 26 augustus 2019. Iemand die hem ook in die laatste jaren volgde, wist te vertellen dat een stalker hem de dood injoeg, iets wat we niet kunnen bevestigen of ontkennen. Wat we wel beamen is dat Casal een straffe gitarist was, een verfijnd songschrijver en een hele lieve man. We dachten eraan ‘St Cloud’ hier te plaatsen omdat we bijzonder veel reactie kregen op onze eerder toevallige Facebook post: velen bleken Casal te ontdekken via dit pareltje, een dot van een gebroken hartlied: ‘You wouldn’t take me as your lover, and I know/There’s no way to recover the love that you’ve lost’. Been there, underwent that, Neal…

Voorlopig beschikken we niet over de financiën om ons ‘Welcome To The Vault’ aan te schaffen van de Steve Miller Band. De schitterend uitgegeven box bevat drie cd’s en één DVD met meer dan 50 track uit Steves archieven, 38 niet uitgebracht, 5 zelfs nooit eerder uitgegeven. De DVD bulkt van de bijzondere livemomenten. Een boek van 100 bladzijden (en een aantal props) vervolledigt deze collectie. Hebbeding! Wel betaalbaar bleek ‘Selections From The Vault’ met 13 tracks uit het grotere aanbod. Waarom ‘Macho City’ en bij voorbeeld niet de radicaal her-dachte versie van ‘Take The Money And Run’, een van zijn beste songs tout cort? ‘Macho City’ mag dan niet Steves strafste prestatie zijn, maar toen het nummer in 1981 uitkwam in een korte en in een uitermate lange versie (een hele plaatkant) heb ik van beide veel genoten. U moet er niet meer achter zoeken!

Kevin Muligan doet wellicht weinig belletjes rinkelen, in tegenstelling tot de grote Amerikaanse jazzsaxofonist Gerry Muligan bij voorbeeld. We kenden de Belgische gitarist, producer en tekstdichter Kevin Mulligan nauwelijks meer dan van naam. Maar we tikten deze live opgenomen cd ‘International’ op de kop, voor nul euro trouwens, en daar kregen we geen spijt van. De twee hier toegevoegde songs zijn niet de enige geslaagde eigen nummers of covers. Kevin geniet de steun van een boel topmuzikanten. We vinden onder anderen Evert Verhees, Barry McNeese, Chris Joris, Steve Willaert. Nee, Mulligan misstaat niet te midden het toch wel sterke aanbod…

In 1974 was ik zware fan van Roxy Music: die konden niks verkeerd doen, de eerste vier platen! Zanger Bryan Ferry bracht op de koop toe een opvallende eerste soloplaat uit, vol wel gekozen covers, vaak songs van veel oudere datum. ‘These Foolish Things’, niet te vergelijken met zijn werk bij het avant-gardistische Roxy. Dat hij met dat repertoire en dat van opvolger ‘Another Place, Another Time’ optrad hebben we wel geweten, maar nooit meer wat van vernomen… Tot dit jaar: pas nu zijn de opnames van de Royal Albert Hall klaargestoomd voor release! Hoe dat komt, weten we (nog) niet. Dat de cd er vooralsnog gekomen is, hangt samen met een uitgebreide toer die op dit ogenblik had moeten plaatsvinden (zo hebben we toch nog IETS in deze barre tijden), maar het is hoe dan ook spijtig dat deze schitterende uitvoeringen zo lang stof zaten te vergaren… In elk geval is ‘Live At The Royal Albert Hall 1974’ een bijzonder genietbaar werkstuk.

Amos Lee is een singer-songwriter uit Philadelphia en bestrijkt een breed gamma, van jazz over (akoestische/funky/bluesy) soul naar tegen country leunende folk. Hij wordt wel eens vergeleken met John Prine, Norah Jones (die zich artistiek met Lee inliet) en Bill Withers. Mja… De eerste vijf van zijn zeven platen kwamen uit bij Blue Note, het archetypische jazzlabel. Hij heeft veel soundtracks afgeleverd voor TV en film, en hoewel hij nooit echt het grote publiek heeft omvergeblazen (hoewel zijn vierde ‘Mission Bell’ uit 2011 een ‘hit’ was), wordt hij alom gerespecteerd en aanzien voor een uitmuntend songschrijver en performer. Van zijn vijfde ‘Mountains Of Sorrow, River Of Songs’ serveren we twee songs die tonen dat de man heerlijke songs schrijft. Zet die songs maar uit je hoofd na beluistering!

Zijn naam viel hier al. De laatste weken viel hij helaas veel: Bill Withers. De voormalige monteur van toiletten in Boeings is niet meer (1938-30 maart 2020) We zagen hem nooit live, maar we volgden hem wel sinds ‘Ain’t No Sunshine’ ons in 1971 betoverde. Er is natuurlijk het geweldige ‘Live At Carnegie Hall’ van 1973 om ons gemis een beetje goed te maken. Er zijn in de loop van de vorige weken talloze hommages geweest en er werden platen en projecten opgerakeld die rond de man ooit werden opgezet. Maar we vonden geen spoor van ‘Lean On Me’ van de Surinaamse singer-songwriter Sabrina Starke, die vooral grossiert in soul, R&B en jazz. Die plaat bevat twaalf songs van Bill, voor het grootste deel het bekende werk. We kozen het titelnummer, dat exemplarisch voor de zorg die aan ‘Lean On Me’ werd besteed. Thanks, Bill, voor al die mooie momenten. It’s gonna be a lovely day!

Jason Isbell was tussen 2001 en 2007 lid van de southern rockband Drive-By Truckers. Die bestaan nog en leveren nog altijd sterk werk af: een paar songs van hun recente ‘The Unraveling’ vind je weer op ‘LUCK I & II’. Met zijn band 400 Unit heeft Jason Isbell sindsdien flink wat weg afgelegd. Elk nieuw album (sinds ‘Sirens Of The Ditch’ uit 2007 zijn dat er zeven) krijgt veel lof toegezwaaid. Het bijgevoegde ‘Cover Me Up’ laat horen waarom. (Deze commentaren 04 06 20)

P.S. Bijna vergeten: van Gerry Rafferty is het vroege werk van vóór Stealers Wheel sinds 2019 verkrijgbaar op cd. We weten niet of dat al eerder gebeurde of niet. Wij hadden sinds de seventies de elpees ‘The Humblebums’ met komiek Billy Connolly (maar die speelt op de platen geen rol, wel latere gezellen Joe Egan en Rab Noakes) en zijn eerste echte soloplaat ‘Can I Have My Money Back?’ (plus nog elf bonus tracks) Raffo was op dat moment al op kruissnelheid gekomen, want de 31 tracks van de twee platen zijn nooit minder dan uitstekend. Een paar zouden in latere dagen nog opduiken (zoals ‘Didn’t I?’ en ‘Mary Skeffington’) ‘Shoeshine Boy’ leek ons een goeie introductie tot het toenmalige universum van de Schotse songsmid.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

RENEGADE, Renegade (=Sharon SHANNON, Mike McGOLDRICK, Dezi DONNELLY & Jim MURRAY)

RENEGADE –
SHARON SHANNON
Sharon Shannon uit Country Clare is een bijzonder vaardige instrumentaliste, die zowel knopaccordeon als diatonisch accordeon (melodeon) beheerst, en daarenboven ook uitmunt op viool en tin whistle. Dat weten de andere traditionele muzikanten van Ierland maar al te goed (vragen aan Dónal Lunny of Christy Moore!), maar ze werd ook aangehaald door grote internationale sterren. Ze was een tijd lid van The Waterboys, maar speelde in diverse combinaties en projecten ook met Steve Earle, Carlos Nuñez, (dub)reggaegitarist en – producer Dennis Bovell, Nigel Kennedy, Sinéad O’Connor, Jackson Browne, Belinda Carlisle, John Prine, de lijst is eindeloos… Niet wars van het experiment, bleef ze toch vooral trouw aan haar folk roots. In 2005 was er ‘Tunes’, een samenwerking met o.a. fluitist Mike McGoldrick en gitarist en bassist Jim Murray. Met die twee plus violist Dezi Donnelly vormde ze Renegade. Het project kreeg, geholpen door een ongelukkig toeval, tijd om te rijpen en op de koop toe deden heel wat gasten hun ding. Dat resulteerde in 2007 in ‘Renegade’, superieure folk met veel extra’s. Dat hoor je bij voorbeeld in de spetterende opener ‘The Maid Behind The Bar’ en in het gestroomlijnde arrangement van single ‘Got A Hold Of Me’. [Mick zingt een breekbaar ‘First Time Ever I Saw Your Face’, voor hem een… first time.] Slechts één ding spijtig: dat hier geen opvolger aan gebreid werd… (Antoine Légat)
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen