Tracklist van ‘FINNRISE’

FINNRISE. 1/ Jingle & Go (Ryan BINGHAM, cd American Love Song) 2/ Old Black Magic (Josh RITTER, cd Fever Breaks) 3/ Friend Better (Joe JACKSON, cd Fool) 4/ Peace Town (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 1) 5/ A Shot Through The Heart (Then Down In Flames) (Finn ANDREWS, cd One Piece At A Time) 6/ Fixture Picture (Aldous HARDING, cd Designer) 7/ Rylan (THE NATIONAL, cd I Am Easy To Find) 8/ Ground Don’t Want Me (Josh RITTER) 9/ It Makes No Difference (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 2) 10/ Stones (Ryan BINGHAM) 11/ Fool (Joe JACKSON) 12/ Designer (Aldous HARDING) 13/ A New Man (Josh RITTER) 14/ Not In Kansas (THE NATIONAL) 15/ The Spirit In The Flame (Finn ANDREWS) 16/ Goodbye Amsterdam (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 2) 17/ Old Friends (Steve EARLE, cd Guy) – ‘FINNRISE’ is a mix of songs from compilations ‘FINN’ (# 3, 5, 15) and ‘RISE’ (# 1, 2, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 16, 17) with a couple of other songs by the same artists in unison with the rest (# 11, 14, 15). That should result in a flamboyant car radio set of tunes… Enjoy! (AL; 11 06 19)

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘RISE’

RISE. 1/ Ground Don’t Want Me (Josh RITTER, cd Fever Breaks) 2/ Jingle & Go (Ryan BINGHAM, cd American Love Song) 3/ Blood And Bones (feat. Rhiannon GIDDENS, Amythist KIAH, Leyla McCALLA & Allison RUSSELL; Smithsonian Folkways – National Museum Of African American History And Culture, cd Songs Of Our Native Daughters – African American Legacy Recordings) 4/ Peace Town (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 1) 5/ Fixture Picture (Aldous HARDING, cd Designer) 6/ L.A. Freeway (Steve EARLE, cd Guy) 7/ Sometime (Mavis STAPLES, cd We Get By) 8/ Old Black Magic (Josh RITTER) 9/ Black Myself (feat. Rhiannon GIDDENS, Amythist KIAH, Leyla McCALLA & Allison RUSSELL) 10/ Stones (Ryan BINGHAM) 11/ It Makes No Difference (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 2) 12/ Al Pacino/Rise & Fall (Finn ANDREWS, cd One Piece At A Time) 13/ Old Friends (Steve EARLE) 14/ Designer (Aldous HARDING) 15/ A New Man (Josh RITTER) 16/ Rylan (THE NATIONAL, cd I Am Easy To Find) 17/ Goodbye Amsterdam (Jimmy LaFAVE, cd Peace Town, disc 2) 18/ I Knew I Could Fly (feat. Rhiannon GIDDENS, Amythist KIAH, Leyla McCALLA & Allison RUSSELL) (08 06 19)

Een aantal andere vierletternamen circuleerden vooraleer ons oog viel op de Finn Andrews song, ‘Al Pacino/Rise & Fall’. We konden met een gerust geweten deze cd ‘RISE’ dopen met de bonus dat de opvolger wel eens een companion volume kon worden met de ronkende titel ‘FALL’. Zelfs al zou er een eerdere compilatie met die naam zijn (we moeten dat dringend eens checken), de associatie van ‘RISE & FALL’ is beslist uniek in de lange rij van collecties. Met een beetje geluk kunnen we zelfs de twee cd’s thematisch verbinden rond het thema ‘rise and fall’, maar op dit ogenblik tekent zich nog niets af in die zin. Zie verder! De inhoudelijke problemen met ‘RISE’ waren (zijn) een stuk lastiger, zeg maar onoplosbaar. We proberen hier immers een stel rocksongs te verzoenen met (soms akoestische) rootsliederen, een stijlbreuk van Grand Canyon afmetingen, zo blijkt heden. Intussen hebben we de meer rockende songs bijeengebracht in een remix van beide laatste cd’s, ‘RISE’ en ‘FINN’, en die hebben we dan ook, toepasselijk, ‘FINNRISE’ gedoopt, waardoor de kaarten weer helemaal anders geschud zijn.

Over een vijftal songs waren we daardoor niet zeker. Er is niks mis met die songs, anders hadden we ze niet geselecteerd, maar de plaats en de verhouding tot de andere songs (van dezelfde artiest) hebben nu eenmaal een grote impact op hoe het geheel klinkt. Enkele voorbeelden: het was twijfelen tussen ‘Lover Girl’ en ‘Stones’ van Ryan Bingham, ‘Oblivions’ en ‘Rylan’ van The National, ‘Moon Meets The Sun’ en ‘I Knew I Could Fly’ van het project van Smithsonian Folkways, waarvoor men vier straffe zangstemmen bijeenbracht, de banjo’s in de aanslag. ‘Songs Of Our Native Daughters’ is naar aloude gewoonte uitermate goed gedocumenteerd. Laten we niet vergeten dat de banjo waarschijnlijk van Afrikaanse afkomst is. Rhiannon Giddens en Leyla McCalla kennen we van de Carolina Chocolate Drops en beider solowerk, zeer verdienstelijk bij Leyla, ronduit briljant bij Rhiannon, Allison Russell van Po’Girl en het sublieme Birds Of Chicago, terwijl Amythist Kiah ons een stuk minder bekend is. Maar hier bewijst ze dat ze zeker niet onderdoet voor de anderen: wat een stem!

Oorspronkelijk stonden de twee laatste songs van de cd in omgekeerde volgorde (zie verder) Het zou ons te ver leiden om die hele afweging van pro’s en con’s (inhoudelijk, qua klank(kleur), qua tempo en volume…) uit te leggen. We hebben dan maar knopen doorgehakt, al blijft de cirkel opgescheept met deze kwadratuur. U zal het met deze collectie moeten stellen. Men kan de boel nog programmeren of selecteren naar wens. Heel kort iets over de artiesten op ‘RISE’: van de nieuwe ‘Fever Breaks’ van Josh Ritter kwamen, in navolging van de songs van Finn Andrews op ‘FINN’, vele songs in aanmerking voor ‘RISE’. Songs van die beiden kunnen later sporadisch nog hier of daar opduiken, zeker weten. Ryan Bingham van zijn kant is hier een vaste waarde, maar een pak songs op zijn laatste ‘American Love Song’, nochtans sterk in de aanzet, geven de indruk niet af te zijn. Alsof de deadline verstreken was. Onze selectie blijft vintage Bingham en is dus hier op zijn plaats.

Het afscheidscadeau van Jimmy LaFave aan de wereld, de dubbele ‘Peace Town’, met de twintig eigen songs en covers die hij (her)opnam vlak voor zijn dood, daar moesten we zeker nog eens op terugkomen. Want al keek Jimmy een grimmige dood in de holle ogen, hij heeft zijn werk gemaakt van die twintig (hij had er honderd gepland) We voegden er zijn (ongewilde), bijzonder pakkende afscheidssong aan toe, ‘Goodbye Amsterdam’ (gepend door Tim Easton) Uiteindelijk wilden we die niet als laatste plaatsen, symbolisch, om aan te geven dat Jimmy nooit volledig weg zal zijn uit vele harten. Dan is de drang naar vrijheid die speekt uit ‘I Knew I Could Fly’ van de banjodames een fraai eindpunt voor een cd die ‘RISE’ heet. Mavis Staples sluit hier natuurlijk heel goed bij aan. Na platen geproducet door Ry Cooder (‘We’ll Never Turn Back’, 2007) en Jeff Tweedy van Wilco (‘You Are Not Alone’, 2010, en ‘One True Vine’, 2013) was het nu beurt aan Ben Harper om de plaat in goed banen te leiden. Dat is prima gelukt met een onmiskenbare Harperstempel erbovenop. De ongeëvenaarde soul- en gospeldame schopt haar fans nog steeds een geweten, want de strijd voor gelijke rechten is op meerdere vlakken nog lange niet gestreden. We verzekeren u dat de plaatsing van songs 7, 8 en 9 van ‘RISE’ onopzettelijk is, maar wel prima uitpakt.

Guy’ van Steve Earle verwijst uiteraard naar Guy Clark, die de jonge Steve een serieuze duw in de rug gaf. Het stond in de sterren geschreven dat deze hommage, zestien songs van Clark in een klassieke, vrij sobere uitvoering, ooit tot stand moest en zou komen. Earle kreeg de steun van Emmylou Harris, Rodney Crowell en Jerry Jeff Walker op ‘Old Friends’, dat we hier hebben toegevoegd. Geladen symboliek, want deze mensen hebben Clark maar al te goed gekend. Zestien meesterwerkjes op ‘Guy’… Het had er dubbel zo veel kunnen zijn, maar wie weet volgt er nog een volume. In elk geval ontbreekt ‘The Randall Knife’ niet op ‘Guy’ als ultieme vader-zoon song. Maar op ‘RISE’ hebben we die tenslotte toch niet genomen: gelieve die asjeblief te ontdekken, de lyrics in de hand, bij Steve of bij Guy!

 The National is al aan zijn achtste album toe sinds 1999 (het eerste ‘The National’ was van 2001) De nieuwe cd ‘I Am Easy To Find’ is niet de soundtrack bij een kortfilm die gemaakt werd voor de eerste single (en cd-opener) ‘You Had Your Soul With You’, maar het idee voor een full cd kwam pas na de film. De actrice in die prent, Alicia Vikander, vind je wel op de cover/hoes van de plaat. Maar dat weet de muziekliefhebber allemaal veel beter dan wij. Misschien is de New Yorkse indie rockband een enigszins overroepen (zoals op ‘The Boxer’ wordt het nooit meer, lijkt het), maar ze hebben hun plaats op ‘RISE’. Voorlopig iets minder bekend maar goed op weg om (heel?) groot te worden is Aldous Harding, die met ‘Designer’ een cruciaal derde album uitbracht, na ‘Aldous Harding’ (2014) en ‘Party’ (2017) We horen alvast veel lof voor haar optredens…

We hebben u zo eerlijk mogelijk deelachtig gemaakt aan onze (ver)twijfel(ing) om de muziekjes van deze ‘’RISE’ tot een geheel te smeden. Het is het gevolg van ons verlangen om zo eclectisch en exhaustief mogelijk te zijn in het aanbod, dat op zich al maar een fractie is van het boeiende dat constant gecreëerd wordt. We vragen begrip voor onze beperking. We doen wat we kunnen! Gelukkig komt er na elke FALL wel weer een RISE!

(Deze commentaren 11 06 19)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kat RIGGINS & THE BLUES REVIVAL in Banana Peel Blues Club te Ruiselede op maandag 24 juni 2019

Kat Riggins

Maandag 24 juni 2019

 

TV-feuilletons en -soaps eindigen het seizoen tegenwoordig graag met een knaller van een finale, liefst met daarbovenop een cliffhanger als teaser naar het volgende seizoen. Banana Peel doet dat in zekere zin ook, want de club sluit het voorjaar met niemand minder dan Kat Riggins, de ‘kleine opdonder uit Florida’ die de laatste tijd in de lange landen ‘het mooie bluesweer’ maakt. De citaten komen van Franky Bruneel die in de juni editie van het blad Back To The Roots (nr 109 al) een uitgebreid en zeer lezenswaardig verslag maakte van zijn gesprek met de kleine opd… heu, met Kat Riggins. Ze prijkt trouwens in optima forma op de cover van het nummer. Wie haar onaangekondigd maar bruisend van energie aan het werk zag tijdens het laatste Chicago Blues Festival weet dat zij de ideale afsluiter is van ons voorjaar.

Kat Riggins’ zestienjarige loopbaan als professionele zangeres is een verhaal van keihard werken, verhaal dat ze gaandeweg tot een successtory maakte, precies dankzij haar immense vocale kwaliteiten, door haar niet in te tomen overtuiging, vuur en enthousiasme, door haar toewijding aan het zingen van meer bepaald de blues. Dat laatste mag een klein wonder heten. Kat werd inderdaad geboren in Miami Florida, en dat is, op zijn zachtst gezegd, niet meteen de hoofdstad van de blues. Maar Miami is wel een plek waar velerlei culturen mekaar al tijden ontmoeten en de muziek die er leeft, is daar een weerspiegeling van. Dat haar ouders open stonden voor al die invloeden, was handig meegenomen. Kat kreeg dan ook de meest diverse muzieksoorten met de paplepel binnen via de lokale, vaak aan één bepaalde bevolkingsgroep verbonden radiostations. Dat was niet alles: Kat zong als kind vooraan in de kerk (waar hebben we dat nog gehoord bij dames en heren die later grote blues uitvoerders werden?) en de gospel kwam ook van pas in de musicals waar ze in zong. In de huiskring nam ze de diva’s à la mode onder handen, Whitney Houston, Janet Jackson, Salt-N-Pepa, Mariah Carey. Dat repertoire zong ze dan wel graag, maar de echte kick gaven die mooie stemmen niet. Meer dan een autodidactische leerschool was het niet.

Met de stiel van het zingen kwam ze in aanraking via een club in Sunny Isle Beach in Florida, waar de obers en barista’s ook moesten entertainen. Ze speelde er jazz en bluesklassiekers met een ingehuurde pianist en ze werd er nog voor betaald ook. We schrijven 2003. Dat ze zangeres wou worden, lag toen al vast, maar ze dacht niet dat dat mogelijk was zoals de kaarten geschud waren. Maar ze stelde vast dat ze met haar ruige stem meer aanleunde bij de ‘oude’ stemmen van Bessie Smith, Etta James, Nina Simone, Koko Taylor, stemmen die haar boeiden, maar hopeloos uit de tijd waren. Of leken te zijn. Want zeg nou zelf: waar ga je met die blues naartoe, jongedame? Nochtans waren het die stemmen die in haar ziel doordrongen en bleven nazinderen.

Stilaan kwam het besef: dit was het leven dat ze wou. Maar tussen droom en daad… Ze moest dan ook alle zeilen bij zetten om haar stem letterlijk én figuurlijk te laten horen: ze ondernam niet aflatende pogingen om boekers, zaakvoerders en organisatoren te interesseren, ze schuimde jamsessies af, gaf gratis optredens weg, je kan het zo gek niet bedenken of Kat deed het om de aandacht te trekken. Die hardnekkigheid, die wil om hard zwoegen niet uit de weg te gaan, kenmerkt haar nog steeds. Het vormt het kloppende hart van haar Blues Revival Movement. Ze aarzelde dan ook niet om in 2011-2 op wereldreis te trekken met Xpress, een top-40 coverband (u weet wel: alles van Lady Gaga tot Bonnie Raitt!), in Zuid-Oost Azië en het Midden-Oosten (en trouwens ook in België en Nederland) Het staalde haar uithoudingsvermogen, leerde haar de discipline en het professionalisme van het harde toeren, want wat voor het publiek een feest is, is voor de muzikant zijn verdomde job.

Haar eerste EP nam ze in 2012 op in… Seoul, hoofdstad van Zuid-Korea, en die noemde ze passend ‘Seoul Music’ (Amerikanen spreken die naam uit als ‘soul’ wat een fijnzinnige woordspeling oplevert) Haar songs waren toen nog vooral geënt op rhythm & blues en soul. Ze bleek alvast zelf haar songs te kunnen schrijven. Ook op haar eerste full album ‘Lily Rose’ (2014) is een veelheid aan invalshoeken te bespeuren, een mix die bruggen moest bouwen tussen blues en meer modieuze stijlen. Dat moest ervoor zorgen dat jonge mensen ook de blues zouden leren waarderen. Kat Riggins is immers ook doordrongen van haar taak als opvoeder! Het verhaal neemt intussen een onverwachte geografische wending…

In die periode brengt het King Bee Music Agency (Rob Koning) haar naar Nederland om op te treden in de Northsea Jazz Club in Amsterdam. Rob zorgt ervoor dat haar loopbaan ook in Europa van de grond komt, waarbij Nederland al snel een soort tweede vaderland wordt en in ieder geval de uitvalsbasis voor haar Europese plannen. Via TV-figuur Johan Derksen doet ze ook mee aan theatertournee ‘Keepin’ The Blues Alive’, wat vele contacten en een ruimere bekendheid met zich meebracht. Die theatertournees doet ze tot op heden. Hier heeft ze op de koop toe twéé bands. Er is haar eigen (The) Blues Revival, afspiegeling van haar Amerikaanse band met dezelfde naam. ‘Blues Revival’ is trouwens de naam van haar tweede full cd (2016) Die is zowat haar liefdesverklaring aan de blues, die dan ook de kern vormt, al blijft ze ook die andere muziekvormen waar ze thuis in is een plaatsje gunnen (zieltjes winnen, nietwaar!)

Bovendien is ze een graag geziene en gehoorde gastzangeres, met name in de Erwin Java Band (Java is een gitarist uit Assen met een indrukwekkende staat van dienst) Dat laatste blijft ze met passie doen zolang ze er de tijd voor heeft, maar in The Blues Revival is ze haar eigen baas en doet ze haar eigen ding. In een genre dat van oudsher door heren wordt gedomineerd, is dat nog steeds niet zo vanzelfsprekend, weet ze uit de dagelijkse praktijk! Dat is daarom de onderliggende thematiek van haar nieuwste cd ‘In The Boys Club’: Kat Riggins is the big boss lady, vergis je niet, heren organisatoren, niet ‘het zangeresje van de groep’! De plaat is een ode aan de schitterende stemmen van weleer, die zoveel harder en beter moesten zijn dan het herenvolk om aan de bak te komen, Bessie Smith, Koko Taylor, Denis LaSalle, en ze komt op voor haar tijdgenoten. Dat denkt ze aan Bonnie Raitt, Beth Hart, Shemekia Copeland, Annika Chambers, Diunna Greenleaf (die laatste twee traden ook al in Banana Peel op!) Ze zweert met ‘In The Boys Club’ die andere stijlen (rock, gospel, soul, hiphop…) helemaal niet af want die hebben haar mee gevormd, maar de blues staat centraal, en voorgoed.

Typisch voor de vechter die Kat Riggins is, is haar tomeloze inzet voor de LGTBQ-gemeenschap, die opkomt voor de rechten van mensen met een andere seksuele identiteit (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender & Queer) Zo bekeken zit er in haar muziek een duidelijk engagement, wat Kats blues ook een eigentijdse maatschappelijke rol toebedeelt. Die geladenheid vervangt de vaak nauwelijks bedekte, smeuïge seksuele toespelingen die haar mannelijke collega’s graag in hun werk stoppen. Voor de vele andere aspecten van haar persoonlijkheid en in haar werk verwijzen we graag naar het al aangehaalde artikel uit Back To The Roots: u zal verbaasd staan!

Kat Riggins & The Blues Revival staan garant voor een avond spetterende blues, waarbij de goeie ouwe Banana Peel blues shack zal daveren op haar grondvesten. Na een geslaagd voorjaar vormen ze de kers op de taart en de ideale manier om de festivalzomer in te duiken. Afspraak op maandag 24 juni!

 

Antoine Légat.

The Blues Revival bestaat uit Kat Riggins (zang), Little Steve (gitaar), Jan De Ligt (sax), Hassan Abudaldah (bas) en Andreas Carree (drums)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

LEVERET, New Anything

Voor de 9×9 van Folkcorner Den Appel, juni 2019.

 

LEVERET, New Anything.

Ook in folk bestaan er zogenaamde ‘supergroepen’. Denk aan het transatlantische The Gloaming en het Welshe trio Alaw. Maar ook het Engelse Leveret verdient ten volle dat predikaat: Andy Cutting (diatonisch accordeon, melodeon), Sam Sweeney (fiddle, altviool) en Rob Harbron (concertina) behoren tot de top op hun instrument. ‘New Anything’ (2014) bundelt achttien tunes vervat in elf nummers, voor het merendeel opgeraapt uit oude liedboeken of leren kennen via kennismaking met andere muzikanten. Ze verweven er naadloos ook enkele eigen tunes in. Je weet niet wat je het meest moet bewonderen: de onvoorstelbare virtuositeit, het sprankelende, spontane, natuurlijke van deze uitvoeringen, het relaxte waarmee door de melodieën klieven, de subtiliteit, de interactie, de intensiteit. ‘Whitefriar’s Hornpipe/Purlongs’ is daar een prima illustratie van.

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Nanci GRIFFITH, Winter Marquee

Geschreven voor de 9×9 van Folkcorner Den Appel van juni 2019.

 

Nanci GRIFFITH, Winter Marquee.

Nanci Griffith, uit Austin, Texas, maar woonachtig in Nashville, Tennessee, maakte naam met verfijnde songs-met-inhoud die ze al even charmant en geraffineerd wist te brengen met The Blue Moon Orchestra en met gereputeerde gastartiesten, en dat zowel in de studio als op het podium. Die folk- en countryliedjes in ‘folkabilly’ stijl, zoals ze die zelf noemt, schreef ze zelf of kreeg ze van bevriende topcomponisten als Julie Gold. Liveplaat ‘Winter Marquee’ (2002) was een uitloper van de ‘Clock Without Hands’ promotietoer. Ze wilde immers al lang een liveversie maken van ‘What’s That I Hear’ van Phil Ochs, dat grote invloed had op haar latere loopbaan (ze leerde er gitaar mee spelen) Die vulde ze aan met oudere (oorwurm ‘Listen To The Radio’) en nieuwe pareltjes als de pakkende ode aan de vergeten en verguisde Vietnamveteranen ‘Traveling Through This Part Of You’ en met covers van John Prine (het verrukkelijke ‘Speed Of The Sound Of Loneliness’), Bob Dylan en Townes Van Zandt. Straffe zangstemmen als Emmylou Harris en Tom Russell flankeren Griffith, die met ‘Winter Marquee’ een niet zo geplande maar uitmuntende staalkaart maakte van haar kwaliteitswerk.

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Tristan DRIESSENS, A Folk Dancer’s Journey

Aanrader bij Folkcorner Den Appel

 

Tristan DRIESSENS, A Folk Dancer’s Journey.

Tristan Driessens kent geen grenzen. Zijn nomadische bestaan voerde hem, met de oud als trouwe gezel, van Wannes (rebetika, flamenco) naar Spanje (Arabische en Sefardische muziek) en Istamboel (in de leer bij grootmeester Necati Celik) en uiteindelijk naar Lemmens en de ULB (mastergraden musicologie) Zijn reputatie is gestoeld op zijn inbreng in onder veel meer het Turks-Belgische Lâmekân Ensemble, Balacordes, Nathan Daems Qunitet, AmorromA en het schitterende Refugees For Refugees project van Muziekpublique. Hij introduceerde de oriëntale maqams in zeer verscheiden vormen van Europese folk. Eindeloos is de rij muzikanten met wie hij samenwerkte. Voor ‘A Folk Dancer’s Journey’ (hij is zelf een uitstekend danser) bracht hij een keur van deze mensen bijeen, te veel om ze allemaal op te sommen (excuus!) Het is watertanden bij namen als Derya Türkan (kemençe), Jowan Merckx (fluiten), Gregory Jolivet (draailier), Robbe Kieckens (percussie), Vardan Hovanissian (o.a. duduk), Tom Callens ((bas)klarinet, altsax, dwarsfluit), Emre Gültekin (saz), Vincent Noiret en Lara Rosseel (staande bas) ‘A Folk Dancer’s Journey’ is met zijn waaier aan stijlen een zwierig dansende, soms swingende reis doorheen west en oost aan de hand van fraaie composities van Nathan Driessens of bewerkte traditionals.

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

THE KENTUCKY HEADHUNTERS, Live At The Ramblin’ Man Fair

Verschenen in Back To The Roots nr. 109 van juni 2019…

THE KENTUCKY HEADHUNTERS: LIVE AT THE RAMBLIN’ MAN FAIR

Alligator Records

In 1968 schoeiden de gebroeders Young de muziek op professionele leest die ze van in de wieg hoorden en bedreven, blues, R&B, rock-‘n-roll, en dies meer. Richard en Fred Young spelen resp. gitaar en drums, trokken neef Greg Martin aan als leadgitarist van wat toen Itchy Brother heette. Neef Anthony Kenney speelde bas, maar een oude vriend, Doug Phelps, nam die later over. Het debuutalbum ‘Pickin’ On Nashville’ kwam er pas in 1989, maar was goed voor een Grammy en vier country tophits, maar blues en rock gaven eveneens present. Sindsdien kwamen er meer dan tien albums in hun intussen bekende rauwe bluesrock (rockblues?) stijl, toerde de band onophoudelijk, maar enkel nationaal, omwille van de vliegangst van Richard… De ommekeer kwam in 2015 na ‘Meet Me In Bluesland’ uitkwam, met Johnnie Johnson op piano (eerste plaat op Alligator) Drummer John Fred Young (Richards zoon) overtuigde de band om de stap te wagen en in 2016 speelden ze op het jaarlijkse grote Ramblin’ Man Fair (juli, Maidstone, Kent, UK) De eerste tien tracks stammen van dat optreden. The Kentucky Headhunters bouwden die dag een ruig feestje, met een spetterend ‘Big Boss Man’ om de toon te zetten, bluessleper ‘Have You Ever Loved A Woman?’, het eigen ‘Ragtop’ en ‘Wishin’ Well’, en een nogal slordige Beatles cover. Niemand verwacht finesse, hopelijk? De laatste drie songs komen van de sessies met Johnnie Johnson (& Anthony Kenney), maar zijn beslist geen overschotjes.

Antoine Légat

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen