Sue FOLEY in BANANA PEEL (Ruiselede) op maandag 4 juni 2018

Sue Foley

Maandag 4 juni 2018

Ze was net zesentwintig geworden toen ze voor het eerst met haar Sue Foley Band in Banana Peel stond, meer bepaald op 16 april 1994. Op 6 oktober 2003 speelde ze hier opnieuw. Ze was hier een derde maal op 18 juni 2012, dan wel in duo met Peter Karp. Je kan dus stellen dat Sue Foley (niet te verwarren met Ellen Foley van het duet met Meat Loaf in ‘Paradise By The Dashboard Light’!) kind aan huis is in onze club, temeer daar de kritieken over die optredens bijzonder lovend zijn. En of er met steile verwachtingen uitgekeken wordt naar een nieuw feest. Sue Foley komt uit Ottawa, de hoofdstad van Canada. Dertien was ze toen ze de gitaar ter hand nam. Via The Rolling Stones geraakte ze geïnteresseerd in de blues (de functie van doorgeefluik vervullen de intussen hoogbejaarde rockers gelukkig al heel hun loopbaan…) Toen ze zestien was, deed ze haar eerste optreden. Na high school verhuist ze naar Vancouver, dus de hele andere kant van het reusachtige Canada. Daar vormt ze haar Sue Foley Band. Maar alras zakt ze af naar de States, dichter bij de bakermat van de blues: als ze 21 is vinden we haar in Austin, Texas, waar ze opneemt voor het legendarische Antone’s Record Label, door Clifford Antone opgericht in 1987 in het verlengde van zijn muziekwinkel en night club (na diens dood in 2006 gaat het label failliet, maar de club bestaat en bloeit nog altijd) Debuut ‘Young Girl Blues’ komt uit bij Antone’s (1992), net als de opvolgers ‘Without A Warning’ (1993), ‘Big City Blues’ (1995) en ‘Walk In The Sun’ (1996) Later zal ze daar nog één album bij Antone’s bij doen (‘Back To The Blues’, ook uitgebracht als ‘Secret Weapon’; 2000) Zoals dat hoort, toert ze uitgebreid, want met haar prachtige, klare stem en uitzonderlijk gitaarspel maakt ze furore. Men hoort haar Pink Paisley Fender Telecaster ‘69 overal waar men de blues viert. In 2001 wint ze een Juno Award voor de een jaar eerder op Shanachie verschenen ‘Love Comin’ Down’ (De Juno Awards zijn de belangrijkste Canadese muziekprijzen, jaarlijks uitgereikt door The Canadian Academy of Recording Arts and Sciences, CARAS – tegenhangers van de Blues Music Awards van Memphis, Tennessee) Ze rijgt trouwens de prijzen aaneen, met vele Maple Blues Awards van de Toronto Blues Society (17!) en Franse Trophées du Blues, plus meerdere nominaties voor de International Blues Music Awards (Memphis) Na nog een cd voor Shanachie (‘Where The Action Is…’ in 2002), tekent ze voor het Duitse Ruf Records (‘Change’ in 2004, ‘New Used Car’ in 2006) Samen met Roxanne Potvin (enkele jaren geleden nog te beleven in ons land samen met Canadese wonderboy Paul Reddick) en Deborah Coleman brengt ze in 2007 ‘Time Bomb’ uit. Coleman is overigens korte tijd geleden en veel te vroeg overleden, meer bepaald op 12 april 2018, eenenzestig jaar oud. Foley gaat dan een duo aan met Peter Karp. Het is in gezelschap van Karp dat ze, zoals hierboven aangegeven, in 2012 in BP optreedt. Met deze Amerikaanse folk, blues en roots zanger-gitarist, pianist en songschrijver uit Tennessee (hij woont in Leiper’s Fork langs de authentieke ‘bluesweg’ Natchez Trace) brengt ze ‘He Said She Said’ (2010) en ‘Beyond The Crossroads’ (2012) uit, ditmaal op een ander legendarisch label, Blind Pig Records (in 1977 opgericht in Ann Arbor, Michigan, en nog steeds een huis van vertrouwen) In 2018 brengt ze het langverwachte ‘The Ice Queen’ uit, naar de song die ze over zichzelf schreef, zoals ze aangeeft in het begin van de live opname van ‘Ice Queen’ tijdens de Toronto Blues Awards in de Jazz Bistro op 27 juli 2016, met John Dymond op bas en Gary Craig op drums, te vinden op https://www.youtube.com/watch?v=MRfvTfphd6o, een uitstekende gelegenheid om haar meesterschap in het gitaarspel (op de roze Telecaster!) te bewonderen. ‘The Ice Queen’ verschijnt op wéér een ander, al even legendarisch blueslabel, het Franse Dixiefrog. Van een alomvattend parcours gesproken. Op de cd geven trouwens straffe lieden present: Charlie Sexton op ‘Come To Me’, Jimmie Vaughan op ‘The Lucky Ones’, en Billy Gibbons, ja, die van ZZ Top op ‘Fool’s Gold’. Sue Foley mag dan een ijskoningin heten, als ze haar gitaar laat spreken krijgt de rechtgeaarde bluesliefhebber het er warm van. Ten bewijze is er de DVD ‘Live In Europe’ die je integraal terugvindt op https://www.youtube.com/watch?v=x-jaH9hk3oU. Zomerse kledij aangewezen!

Antoine Légat.

P.S. ‘Sue is bringing her band with Tom Bona drums and Leo Valvassori on bass!’

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LIFE IV’

LIFE IV (#6 = ‘Bonny May’ OR ‘The Lowest Trees’). 1/ Bach To Baïsso (Catrin FINCH – Seckou KEITA, cd SOAR) 2/ Sagarra Jo! (KALAKAN & DUO L’INCONTRO, cd Lamin) 3/ Camariñas (Julie FOWLIS, cd Alterum) 4/ Psila petaei o aetos (Michalis TERZIS & Vasilis SKOULÁS, cd Tribute To Greece) 5/ Sergeant William Bailey (LANKUM, cd Between The Earth And Sky) 6/ Bonny May (OFFA REX, cd Queen Of Hearts) OR  The Lowest Trees Have Tops (MUSIC 4 A WHILE, cd Ay linda Amiga)  7/ Sinisilmä (Blue Eyes) (Maija KAUHANEN, cd Raivopyörä (The Whirl Of Rage)) 8/ Lu Passariello (KALAKAN & DUO L’INCONTRO) 9/ 1677 (Catrin FINCH – Seckou KEITA) 10/ Iphupho (The Dream Song) (AFRIKA MAMAS, cd Iphupho) 11/ To Katehon  (Efrén LOPEZ – Stelios PETRÁKIS – Bijan CHEMIRANI, cd Taos) 12/ O Erotas ki o Polemos (Michalis TERZIS & Vasilis SKOULÁS) 13/ Bad Luck To The Rolling Water (LANKUM) 14/ The Gardener (OFFA REX) 15/ Iruten Ari Nuzu (KALAKAN & DUO L’INCONTRO) 16/ Windward Away (Julie FOWLIS) 17/ Listen To The Grass Grow (Catrin FINCH – Seckou KEITA)  (11 05 18)

Comments pending! Work in progress!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

KINGS & ASSOCIATES, Tales Of A Rich Girl

Staat in Back To The Roots nr. 105 (april 2018)

KINGS & ASSOCIATES: TALES OF A RICH GIRL

Big Wing Records

 

Als Benny C And The Associates brengen ze hun eersteling ‘Red Dress’ uit in 2014. Producer is niemand minder dan Andrija Tokic (werkte met Alabama Shakes) ‘Red Dress’ zet hen meteen op de landkaart in het eigen Adelaide, Zuid-Australië, maar opent ook het Australische festivalcircuit. Voor de tweede cd ‘Tales Of A Rich Girl’ kiezen ze een nog invloedrijker producer: Jim Scott (Rolling Stones, Crowded House, Tedeschi Trucks… zeven grammy’s!) Het wordt een intense werkweek in Studio PLYRZ, Valencia, LA. Ze keren terug naar de States voor de mixing (grammywinnaar Vance Powell, Nashville) De zorg voor de sound en afwerking kan je daadwerkelijk horen op ‘Tales Of A Rich Girl’, waarop de vijf groepsleden en een handvol gasten de registers opentrekken. Kings & Associates staat voor een potente mix van blues, rock, funk en soul. Het zal velen wel iets te veel invulling en hoogspanning zijn, misschien zelfs opdringerig, al kan je niet ontkennen dat het goed in mekaar steekt. Vooral als ze gas terugnemen, en dat gebeurt gaandeweg vaker, als de hammond aanslaat en Angela Portolesi (tevens tekstschrijfster) haar verleidelijkste stem bovenhaalt (het zwoele ‘Peace X Peace’, ‘Pablo’s Grace’ met gospelzang achteraan) besef je dat Kings & Associates geen eendagsvlieg is. Western swing hoor je in ‘God Bless Mamma’. Het akoestische, live hernomen titelnummer footstompt lekker weg. Grootse afsluiter ‘1000 Ways’ is een straf gezongen duet tussen Angela en lead vocalist Benjamin Cunningham. Iets afslanken en we worden fan!

 

Antoine Légat.

 

P.S. Al laat de muziek dat niet echt horen, Kings & Associates benadrukken dat ze inspiratie en energie putten uit de steun aan ngo World Vision in de strijd tegen kinderslavernij in Brazilië.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

CHRIS DANIELS AND THE KINGS WITH FREDDI GOWDY, Blues With Horns, Vol 1

Staat in Back To The Roots nr. 105 (april 2018)

CHRIS DANIELS AND THE KINGS WITH FREDDI GOWDY: Blues With Horns, Vol 1

Moon Voyage Records

 

Zanger, multi-instrumentalist, bandleider en songsmid Chris Daniels is er intussen 65 en zit al viereneenhalf decennia kniediep in (jump) blues, R&B, funk en soul. Geboren in St. Paul, Minnesota, belandde hij in Colorado. Hij doorspartelde in allerlei functies de nodige bands, verbond zijn naam aan lieden als Russell Smith, Bill Payne en Al Kooper (ellenlange lijst!) en deed daartussenin nog muziekstudies. In 1984 richtte hij ‘Chris Daniels & The R&B Kings’ op, weldra zonder ‘R&B’. Ze traden op voor drie presidenten, waren ze te horen op ondermeer Parkpop en Marktrock en begeleidden een plejade sterren. Ondertussen was Daniels bijzonder actief: (co-)songwriter voor anderen, zanger in commercials en… fulltime prof in hoger muziekonderwijs! In 2010 sloeg bloedkanker toe, maar hij herstelde en vierde dat met ‘Better Days’ (2012) en het gelauwerde ‘Funky To The Bone’ (2015) Het in een merkwaardige accordeonhoes gestoken ‘Blues With Horns Vol 1’ is zijn zeventiende sinds 1981. Daniels kent dus het klappen van de zweep, en dat hoor je constant. Met Freddi Gowdy (in de credits foutief Gowdi…) als mede-vocalist en vijf Kings (twee koperblazers), plus een gestoffeerde guest list, neemt Chris songs van Sam Cooke, Johnny ‘Guitar’ Watson, Elvin Bishop, Buddy Miles en anderen vakkundig onder handen, met beresterke originals als opener (‘Sweet Memphis’, met Sonny Landreth in de spits!) en fijnbesnaarde afsluiter (‘Rain Check’) Blazers en koortje doen een Steely Dan in ‘Fried Food/Hard Liquor’… Maar da’s slechts het tipje van deze funky ijsberg!

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

LEIF DE LEEUW BAND, Until Better Times

Staat in Back To The Roots nr. 105 (april 2018)

LEIF DE LEEUW BAND: UNTIL BETTER TIMES

Eigen beheer (Europese distributie: Continental Records Services)

 

Leif de Leeuw (Amersfoort) is er pas 23, maar draait al even mee. Hij is 11 als hij Johnny Winter en het licht ziet. Er volgen snel een boel awards voor zijn gitaarwerk. In 2016 kiezen de lezers van ‘Gitarist’ hem tot beste blues(rock)gitarist. In 2014 al had hij al een eigen Leif de Leeuw Band. In dat jaar winnen ze de Dutch Blues Challenge, wat hen een ticket bezorgt voor het IBC van Memphis, Tennessee. Die trip volgt op ‘EP Deluxe’ (vijf songs) maar gaat het eerste album ‘Leelah’ vooraf (begin 2016) De veelgelauwerde band bouwt ervaring op via een stroom concerten en festivals doorheen Europa. Eind 2017 komt ‘Until Better Times’ uit. In essentie is dit behoorlijk vettige rock-‘n-rock, maar met stevige invloeden van allerlei Americana. Het is blues in de mate dat Led Zeppelin en de Allman Brothers (twee uitgesproken invloeden) bluesbands waren. Valt te bezien dus. Het kwartet krijgt de uitgekiende steun van orgelist/hammondspeler Willem ’t Hart, de ritmesectie geeft van jetje, de Leeuw rijgt de messcherpe riffs aaneen. Producer Jasper Ras kent zijn vak. Zangeres (en tekstschrijfster) Britt Janssen is zowaar een ontdekking. De songs zijn, net als de sound, bij uitstek jaren zeventig, maar zijn binnen het genre sterk werk (de titelsong; ‘Getting Older’, ‘Be Loyal’) Dat de LdLB potentie heeft, tonen vooral de tragere nummers: ‘Mr. Hangman’ is een knoert van een ballad, ‘Dysphoria’ heet de hondsfraaie ingetogen afsluiter. Onze sympathie hebben ze.

 

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

An-Sofie NOPPE, Wij blijven hier

Aanrader Folkcorner Den Appel

WIJ BLIJVEN HIER –
AN-SOFIE NOPPE
MEER INFO

An-Sofie Noppe komt uit kunstdorp Watou, maar woont in Gent. Ze stak haar neus aan het muzikale venster met o.a. Le vélo vert (Yves Bondue), maar sindsdien duikt ze ongeveer overal op waar er een mooie stem van doen is (met in de handbagage klarinet, soprano of ukelele), zoals in het ‘A Sweet Journeyman’s Tale’ programma. Tegenwoordig kan je haar onder meer aantreffen bij Faran Flad. Na een paar singles is er nu ‘Wij blijven hier’, tien fijne liedjes van eigen hand waarmee ze grote ogen gooit in de Nederlandstalige pop, al is het evenzeer singer-songwriting. Denk Hannelore Bedert, Mira Bertels, JackoBond. Schitterend gearrangeerd, ingespeeld met hulp van wreed schoon volk (in een productie van Wouter Berlaen) zingt An-Sofie zich doorheen een brede waaier aan emoties, lekker gek (‘Andersom ja’, ‘Zwitserland’), fier en zelfzeker (‘Vanaf nu’, ‘Wij blijven hier’, ‘Laat me los’) of net breekbaar (‘Licht’) Ze proeft van volbloed folk (‘Je schrijft’), pure pop (‘Sprookje’), is niet bang van rap (‘Slaap nu zacht’, Pieterjan Noppe) of van filmische strijkers en blazers (‘Overboord’) An-Sofie eist met ‘Wij Blijven Hier’ met één klap een prominente plaats op in het Nederlandstalige lied. (Antoine Légat).

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘CHOO’

CHOO (‘Border’ version). 1/ Won’t Be Your Shotgun Rider (Ian SIEGAL, cd All The Rage) 2/ In The Morning Sun (DRIES, cd For The Light In Thy Heart) 3/ Freak (Jeremy LOOPS, cd Critical As Water) 4/ Bullet (David BYRNE, cd American Utopia) 5/ We Were Beautiful (BELLE AND SEBASTIAN, How To Solve Our Human Problems) 6/ Feet Don’t Fail Me Now (Martin HARLEY & Daniel KIMBRO, cd Static In The Wires) 7/ Groovy Baby  (Durand JONES & THE INDICATIONS, Durand Jones & The Indications) 8/ Time Will Be The Healer (Glen HANSARD, cd Between Two Shores) 9/ Time’s Arrow (John BRAMWELL, cd Leave Alone The Empty Spaces) 10/ Choo Choo Train (Donnie FRITTS, cd Oh My Goodness; 2015) 11/ Border (Courtney Marie ANDREWS, cd May Your Kindness Remain) 12/ Vultures (Jeremy LOOPS) 13/ Violence (EDITORS, cd Violence) 14/ Make A Change (Durand JONES & THE INDICATIONS) 15/ Setting Forth (Glen HANSARD) 16/ Flash Floods (Jeremy LOOPS) 17/ Memphis Women & Chicken (Donnie FRITTS; comp. Dan PENN – Donnie FRITTS – Gary NICHOLSON) 18/ The Whipperwill (John BRAMWELL) 19/ Everything Is Now (BELLE & SEBASTIAN) 20/ Dog’s Mind (David BYRNE) (26 04 18) –

Opnieuw een vier letter hoofding! Zolang er (zinvolle) woorden zijn, gaan we daarmee door, een paar ‘verantwoorde’ afwijkingen niet te na gesproken. ‘CHOO’ halen we uit de song ‘Choo Choo Train’, de vierde single die The Box Tops uitbrachten en ingezongen door Alex Chilton. We schrijven 1968 en wij hebben die single nog ergens liggen! Natuurlijk was eerste single ‘The Letter’ het prijsbeest van de band, maar we hadden toch ook fun met nr. 3 ‘Cry Like A Baby’ en nr. 5 ‘I Met Her In Church’. De weinig opvallende nr. 2 ‘Neon Rainbow’ is aan ons voorbij gegaan. Wedden dat u vanzelf naar deze compilatie zal verwijzen met ‘Choo choo’ of zelfs ‘choo choo train’?

Nu, pas jaren later kwam ik erachter dat die song gepend werd door Donnie Fritts. Die had ik intussen leren kennen via een LP in de uitverkoopbakken (69 BEF, als ik me goed herinner) Die ‘Prone To Lean’ (in een productie van Kris Kristofferson en Jerry Wexler, reuzen toch) vond ik geweldig, een pendant van het werk Tony Joe White… Zonder het te weten was dat de nagel op de kop, maar ook daar deed ik jaren over: pas tijdens ons (eerste) interview met TJW bleek dat die twee elkaar goed kenden… en dat Fritts niet van de aardbol verdwenen was, zoals ik in het pre-internet tijdperk dacht. Pas in 1997 kwam hij met ene opvolger voor ‘Prone To Lean’, nl. ‘Everybody’s Got a Song’. Dat laatste klopt wel, want in de jaren ervoor had Fritts songs gepend voor o.a. Jerry Lee Lewis, Dolly Parton, Charlie Rich, Waylon Jennings, Dusty Springfield… ‘Everybody’s Got a Song’ bleek een sterrenparade met o.a. Willie Nelson, Dan Penn, Spooner Oldham, Delbert McClinton, John Prine, Kris Kristofferon… en TJW!

Fritts bleef platen maken aan dat duizelingwekkend tempo: in 2008, amper elf jaar later, kwam ‘One Foot In The Groove’ (schitterende woordspeling trouwens) en ‘Oh My Goodness’ al in 2015, waarop Fritts’ eigen versie van ‘Choo Choo Train’ staat en hij een boel songs covert van hemzelf en/of anderen. Fijne deunen op die ‘OMG’. Ten bewijze daarvan ‘Memphis Women & Chicken’ dat Fritts pende samen met Dan Penn (de auteur van ‘Dark End Of The Street’ en ‘Do Right Woman, Do Right Man’ samen met Chips Moman; en met Spooner Oldham schiep hij… ‘Cry Like A Baby’ van The Box Tops, precies! Penn was ook de producer van ‘The Letter’) Het lijkt niet onze gewone modus operandi om met de titel van een compil te verwijzen naar een plaat die toch al enkele jaren oud is.

Maar het lijkt erop dat de laid back houding van ‘Funky’ Donnie besmettelijk is: ik kom altijd een paar jaartjes achter. Er bestaat een film van een kleine 20 minuten over Fritts n.a.v. ‘OMG’ en die vindt u hier: https://www.youtube.com/watch?v=2Ml8ueGngUo . Hebben we nu alles en iedereen vermeld? Nee, er is natuurlijk de plek waar veel ontstaan is op de een of andere manier, de Muscle Shoals Studios in Muscle Shoals, Alabama. Er er zijn nog een hele reeks belangwekkende figuren, zoals John Paul White, wiens ‘Beulah’, verschenen na de split van The Civil Wars, het succesvolle duo met Joy Williams, nog op compilatie ‘SKIN II’ terechtkwam (november 2016) met twee fraaie tracks, ‘Make You Cry’ en ‘Hope I Die’.

De nieuwe Ian Siegal met de Nederlandse kleppers van The Rhythm Chiefs zal nog ter sprake komen in een volgende bluescollectie, maar ‘Won’t Be Your Shotgun Rider’ past perfect als opener van ‘CHOO’, vinden we.

We begeleidden een weekend lang oude(re) blues man Guy Davis (we bedoelen dat hij zich specialiseerde in de oude, vooroorlogse blues; zelf is hij er 65 maar bijzonder kwiek en energiek!), eerst op het 22e Southern Blues Night in Heerlen, daarna, op zondagavond 18 maart in Gravenhof, gloednieuw jeugd- en cultuurcentrum in Hoboken (prachtig gelegen en ingericht, met een gezonde filosofie en missie, een wissel op de toekomst in het cultuurleven in het zuiden van Antwerpen!) Daar trad hij op met harpist Paul De Laat. Er was een voorprogramma, singer-songwriter Dries (eigenlijk Dries Bongaerts): die bleek niets minder dan een ontdekking, prachtige stem en frasering, en handvol schitterende songs en covers en heel veel présence. Uit zijn eerste cd geven we u graag de opener mee. Van Dries zal u nog horen! Zo staat hij zelfs op de affiche van Duvelblues 2018, ogenschijnlijk geen vanzelfsprekende keuze, maar bewijs van het feit dat hij over de genres heen kan bekoren.

Martin Harley was hier nog maar kort geleden voor een paar optredens, dan wel zonder zijn maat, staande bassist Daniel Kimbro uit Nashville. Kimbro speelt een grote rol in Martins laatste twee albums, ‘Live At Southern Ground’ (2015) en ‘Static In The Wires’ (2017) We kenden Martin al een jaar of zeven (via een prachtig concert met band in Banana Peel) We schreven over de recente passage in in Arscene te Hansbeke op vrijdag 13 april 2018 een stukje voor http://www.rootstime.be met als titel: ‘Harley bleek niet alleen een bolleboos op gitaar en zo mogelijk nog meer op de Weissenborn, maar ook een gedegen songschrijver, een aangename prater, een fijnbesnaarde humorist en in de omgang een vriendelijke man…’ Zijn belang vatten we samen als volgt: ‘Harley is dan wel geboren in Cardiff, Wales (1975), zijn ouders verhuisden al snel naar Surrey. Wellicht zou hij een elektrisch gitarist gebleven zijn van dertien in een dozijn, had men hem niet gewezen op het bestaan van Dav(e)y Graham (die hij ook aan het werk zag, als we dat goed begrepen hebben) en John Martyn, twee folk geïnspireerde akoestische gitaarreuzen die de muziek revolutioneerden door hun speelstijl, wat ook het geval was bij lieden als John Renbourn, Martin Carthy en Bert Jansch, om het maar bij die te houden. En als songwriter is de invloed van John Martyn nog breder.

 Harley benadrukt in de loop van het concert dat het hem heel wat inspanning kostte om een peil te bereiken dat volgens hem toch niet gans verbleekt tegenover dat van zijn helden… Van die ‘Britse school’ was het maar een kleine stap naar de oude Amerikaanse bluesartiesten die de gitaar op toen onorthodoxe manier bespeelden. Het maakt dat Harley’s stijl niet te omschrijven valt: hij schakelt met sprekend gemak van folk naar blues, country en andere stijlen die men gemeenzaam aanduidt met ‘roots Americana’. Etiketjes hebben geen belang: Harley maakt er sublieme muziek mee die zowel de leek behaagt als de kenner overtuigt, en dat is lange geen vanzelfsprekende combinatie.’

Eén moment is van het ‘daar-doen-we-het-voor’ gehalte: ‘Voor het volgende lied neemt hij weer de Weissenborn (platliggend, met een bottleneck, dus soort flessenhals, of met vingerplectrums bespeelde gitaarachtig instrument) op de schoot en dat zullen we geweten hebben, want we krijgen het hoogtepunt van het concert geserveerd. Een trektocht naar Australië in zijn jonge jaren verliep desastreus. Volledig aan de grond nam hij in Melbourne een job aan als… kok in een … nonnenklooster… Hilariteit alom, maar het moet een traumatische ervaring geweest zijn. ‘It’s a song in D minor, the saddest of all keys’, zoals hij bewijst. Aan die rottijd hield hij een song over, ‘Blues At My Window’. In het begin van die song hoor je ingetogen verdriet, wat Martin zo knap fraseert, maar net als je denkt te verdrinken in het tranendal, barst de song kolkend en ziedend open in een orgie van zang en muziek. De emoties gaan door merg en been, als Harley alles uit de (klank)kast haalt. Je blijft als luisteraar verweesd achter bij zoveel intensiteit, al stelt iemand na een korte pauze toch een vraag die bij velen op de lippen brandt: ‘Did you play it for the nuns?’ Martin antwoordt fijntjes dat hij op een dag zal terugkeren naar dat klooster.’ De rest van ons lange verslag vindt u op Rootstime.

De rest van het aanbod zal in kort bestek de revue passeren. Jeremy Loops is een voorlopig veel te weinig bekende Zuid-Afrikaanse singer-songwriter-producer. Jeremy Thomas Hewitt (°1986) bracht een EP uit in 2011, debuut ‘Trading Change’ in 2014 en nu deze ‘Critical As Water’, die het serieuze watertekort aankaart van zijn thuisstad Cape Town.

David Byrne is dan weer overbekend. Het hoofdhoofd van Talking Heads zet zijn (solo)loopbaan met onverdroten ijver verder. U zal opkijken van de tekst van ‘Dog’s Mind’ en nog meer van ‘Bullet’. Typisch Byrne, zegt men dan.

 

De Schotten van Belle And Sebastian zijn al even grote doordouwers. Hun nieuwste full cd, hun tiende, kwam tot stand door het samenvoegen van drie EP’s die kort na mekaar uitkwamen. Die plaat is even goed als hun oudere werk en komt qua heldere popsongs in de buurt van het briljante ‘Dear Catastrophe Waitress’ (2003)

 

Ierse zanger, componist en acteur Glen Hansard is nog zo’n veteraan, al zit hij ‘nog maar’ aan drie soloplaten. Er waren natuurlijk de uitstekende platen met The Frames en ook het werk met folkrock duo The Swell Season (met Tsjechische zangeres en multi-instrumentaliste Markéta Irglová) Die hebben we al eerder verwerkt in de compils met de nodige commentaar erbij. Zijn nieuwe cd bevat géén nieuw ‘Falling Slowly’ maar zet al bij al de lijn voort: prima songs… die live nog veel beter tot hun recht komen. Read my lips: concerten van Glen Hansard zijn van het beste dat je in een muziekzaal kan vinden.

 

Courtney Marie Andrews is ook zo’n recidiviste: binnen het jaar hebben we drie cd’s van haar mogen inschuiven in deze verzamelingen, eerst ‘Honest Life’ (op ‘BRYN’ van mei 2017) Ondanks haar prille 27 was dat al haar vijfde cd, terwijl ze ook al speelde met/bij Jimmy Eat World, onze Milow (ze vertoefde zelfs vier maanden in België) en haar grote held Damien Jurado. Ze was dan ook met performen bezig van haar 15. Daarna lieten we ‘On My Page’ aan bod komen, die ons als nieuw was voorgesteld, maar die bleek voor ‘Honest Life’ te komen (2013) Er was echter wel degelijk nieuw werk en dat werd dus nummer zes ‘May Your Kindness Remain’. Het is moeilijk niet onder de betovering te raken van Andrews’ zoete stem…

 

Nog zo’n zoetgevooisd stemgeluid, maar dan met stevige begeleiding, kringelt er op uit het eponieme debuut van Durand Jones & The Indications, sensatie uit de fifties stijl rhythm & blues. Jones stamt uit Louisiana (waar hij als kind in een zangkoor moest van oma, en ook de sax leerde kennen) maar vond, vanaf 2012, zijn Indications in het veel noordelijker Indiana. Puur en aanstekelijk, zo kan je hun muziek omschrijven.

 

Editors, daar moet amper nog iets over gezegd, behalve dat ‘Violence’ één van hun beste is.

 

John Bramwell doet misschien niet meteen een belletje rinkelen. Wel als deze klokkenluider verklapt dat hij de frontman was van het beter bekende Britse alternatief rocktrio I Am Kloot (we gaan hier niet herhalen wat er over de naam indertijd gezegd werd…) Het was blijkbaar op met die band en dus hernam John de solocarrière waar hij destijds mee van start was gegaan (in 1989 bracht hij als Johnny Dangerously (niet de gelijknamige film van 1984… Maar misschien inspiratiebron?) het trendsettende punky ‘You, Me And The Alarm Clock’ uit. Er sluipt wat folk in de rock van ‘Leave Alone The Empty Spaces’, maar voor de rest is en blijft Bramwell zichzelf en dus een boeiende songschrijver. (AL; 10 05 18)

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen