Lou REED, Transformer: tekst voor Folkcorner Den Appel, 9×9 reeks

‘Walk On The Wild Side’, ‘Perfect Day’, ‘Vicious’, ‘Satellite Of Love’, ‘Goodnight Ladies’… Een verbaasde wereld maakt kennis met Lou Reed, New Yorker die al enkele jaren cultuurgeschiedenis aan het schrijven is, eerst met Velvet Underground en dan solo, terwijl die zich stilaan losweekt van de invloed van guru Andy Warhol. ‘Transformer’ heet zijn tweede en ze heeft de popmuziek inderdaad grondig veranderd. Naast de kwaliteit en de toen gewaagde onderwerpen van de songs (de ‘nichtenrock’) is er het imago: Lou Reed als de ‘volgende rockdode’ (dat zou gelukkig uitblijven…) Maar al even belangrijk is de productie van David Bowie en diens erg onderschatte gitarist Mick Ronson, beiden op het toppunt van hun kunnen. Reed was er vreemd genoeg zelf minder gelukkig mee en breekt zelfs tijdelijk met Bowie, maar ‘Transformer’ betekent de doorstart, of beter de echte start van een unieke loopbaan. Nog goed om weten is dat het album nog steeds even fris en boeiend klinkt als toen. (Antoine; 23 09 17)

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Eric BIBB, Migration Blues: aanrader op Folkcorner Den Appel

MIGRATION BLUES –
ERIC BIBB
MEER INFO

Behalve een uitmuntend en hardwerkend zanger-gitarist is Eric Bibb ook een uitgesproken wereldburger, en dat uit zich niet alleen in ontelbare muzikale verbanden. Dat hij zich het lot van de wereld aantrekt, en dan vooral dat van de armen en meest kwetsbaren, bewijst ‘Migration Blues’, dat het onomwonden opneemt voor de vluchtelingen. Niet zij vormen het probleem, wel de oorlogen en onderdrukking die ze ontvluchten, en de vooroordelen die hen vergezellen op hun moeilijke tocht naar iets beters. Bibb zet dat in de verf met zijn handelsmerk, loepzuivere akoestische blues, begeleid door multi-instrumentalist Michael Jerome Browne en mondharmonicaspeler JJ Milteau (een grote naam in de Franse blues) Er staan naar gewoonte veel eigen composities op, over rassensegregatie, Mexicaanse arbeiders begin vorige eeuw, bootvluchtelingen nu, plus het fraaie instrumentale titelnummer, maar tussen minder bekende traditionals, ook ‘Masters Of War’ van Bob Dylan en ‘This Land Is Your Land’ van Woody Guthrie. Wereldklasse van een wereldburger. (Antoine Légat)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

LEFFINGELEUREN vrijdag 8 tot zondag 10 september 2017 in Leffinge (Oostende) – sfeerbeeld

Derde jaargang van Leffingeleuren nieuwe stijl! Decennialang behoorde het laatste echte zomerfestival tot de middenklasse, d.w.z. er kwamen grote namen, maar het was nooit de intentie een tweede Rock Werchter te worden. Zo viel LL in de categorie van pakweg het Brugse Cactus festival en het was in onze ogen al even boeiend in programmatie… en gezellig door de locatie in het hart van het lieflijke Leffinge. In 2015 veranderde de ploeg van De Zwerver het geweer van schouder: LL kreeg een make-over. De grootste namen werden geschrapt, net als de grote tent, en er werd voortaan gemikt op inlands, vaak aankomend talent. Natuurlijk bleven café De Zwerver en zaal De Zwerver een belangrijke rol spelen. De zaal werd zelfs het hart van het muzikale gebeuren: daar nemen de meer mainstream acts het podium in.

Aan de andere kant van de kerk (die ooit wel eens een rol mag spelen in LL nieuwe stijl, vinden we, zoals dat in het Ieperse Leet86 het geval was) kwam er een kleinere tent, die, omdat ze de vorm heeft van een kapel, de Kapel werd gedoopt. Indiebands en buitenbeentjes vinden er een plaats. Tussen zaal en kapel in schakelt men, nog meer dan vroeger de dorpsstraat en het plein in, met de foodstands, de uitgekiende merch en de dit jaar echt wel uitstekende discobar, beter geplaats en dus amper storend voor de concerten in de kapel. Voor binnen moet je uiteraard betalen. Buiten is er nog muziek, in de Buskerstreet op het buskerpodium, uiteraard gratis. Daar treden beginnende acts op, ideaal om ontdekkingen te doen, maar af en toe wijkt een band ‘van binnen ‘naar dat podium uit, om de meest verscheiden redenen.

Het was voorzien dat we de drie dagen zouden meemaken, maar vrijdag was het weer erbarmelijk met wind en regen. Het festival had daar nauwelijks onder te lijden want er waren maatregelen genomen (extra tent), maar de weg naar en van Oostende was naar verluidt een helletocht. Dus geen J. Bernhardt (nog een interessant zijproject van de andere frontman van Balthazar, Jinte Deprez) of Millionaire (come-back van de band van Tim Vanhamel na elf jaar), en ook geen Roméo Elvis, Dieter & The Politics of Equal Idiots.

Op naar zaterdag dan maar. Het weer was de rest van het weekend goed te doen, op een paar buitjes na. Zonovergoten kon je het niet noemen, maar daarvoor was niemand gekomen. Voor Christopher Paul Stelling daarentegen, daar doet een mens graag een inspanning. Want hij en zijn band doen dat ook. De man is eigenlijk het prototype van de busker die er moet invliegen om zijn publiek te behagen (en een duit in zijn klakke te gooien) Maar CPS is veel meer: een songschrijver en een boeiende verhalenverteller, bij voorbeeld, en zijn gitaarspel is van een zelden gehoorde klasse. Het valt nog het meest op bij een eerste contactname, maar voor hem is het maar een voetnoot in zijn performance. Dat eerste contact ligt al een poos achter ons: we zagen hem enkele malen aan het werk in café De Zwerver en op het Canadaplein in Eeklo, tijdens het Herbakkerfestival.

Op een zo groot podium als dat van zaal De Zwerver werkt het ook, bewees hij zaterdag 9 september. We kregen ouder werk als ‘Revenge’ (uit de onvolprezen ‘Labor Against Waste’, 2015) of het opzwepende ‘Brick x Brick’ (uit ‘False Cities’, 2013) Er was plaats voor een classic, ‘Wayfaring Sranger’, dat hij een nieuwe dynamiek meegeeft. Maar CPS had ook een nieuwe onder de arm, ‘Itinerant Arias’ (heerlijke titel), en daaruit kregen we fijne brokjes als ‘The Cost Of Doing Business’, het pakkende, emotieve ‘Oh River’, single ‘Badguys’ en het straffe ‘Destitute’. Julia Christgau (harmonies, percussie), laatste aanwinst bassist Matthew Murphy en violist Kieran Ledwidge spelen goed in op de energieke aanpak van de frontman. Ledwidge geeft gepast antwoord op het gitaarspel: zijn foudroyante gypsy tussenkomsten stuwen de songs op… In onze babbels achteraf zou blijken dat de man uit de strikt klassieke wereld komt en dit werk ook voor hem een ontdekkingsreis vormt. In elk geval druipt het enthousiasme van hem af.

We hadden al gemerkt dat Christopher Paul vermoeid was van de zware toer die de groep onderneemt. Hij is veel gewoon (meer dan 200 concerten per jaar) maar het afrotsen van Europa eist zijn tol. Gelukkig was daar tijdens het optreden zelf niets van te merken. De duivels werden als vanouds ontbonden. Daarom waren we blij verrast dat hij er toch mee instemde een pas ontstaan gat in de begroting, we bedoelen, de programmatie, in te vullen op het buskerpodium, zijn natuurlijke biotoop. Toen het viertal zich daar posteerde, was de ruimte voor dat podium helemaal leeg. Zes aanstekelijke songs later, waaronder ‘Oh River’, ‘Destitute’, ‘Brick x Brick’, stond een woest dansende menigte zich daar te verdringen. Zelden zo’n extatisch gebeuren meegemaakt! Maar toen was het vat af en tot groot verdriet van de aanwezigen kwam er geen bis. Maar iets zegt ons dat het niet lang zal duren voor Christopher Paul Stelling, de Rattenvanger van Leffinge, en zijn maten hier opnieuw zien…

De rest van de zaterdag is ons grotendeels ontgaan, al hebben we een stuk gezien zowel van Waxahatchee (zaal), die eerder braafjes, maar niettemin …  hun vierde cd kwamen presenteren als van een duidelijk uitstekend op dreef zijnde Black Heart Rebellion (kapel) Indie-elektroband In een Discotheek misten we, maar we zagen Maya Mertens en haar mensen voor ze de muziekwedstrijd op TAZ wonnen (reden waarom ze hier geprogrammeerd stonden) en dat herhaalden op de Nekka Nacht. Die overwinningen konden ons helemaal niet meer verrassen, want er zit toekomst in dit kwintet.

Natuurlijk waren we ook voor Absynthe Minded 2.0 gekomen, maar we waren niet alleen om dat te doen: we geraakten gewoonweg niet meer binnen (we hadden nietsvermoedend de inwendige mens versterkt) en de wachtrij liet vermoeden dat we maar een klein stukje meer zouden kunnen zien. Dan waren we beter afgezakt naar Idles in de kapel: waarnemers zeggen dat het een misdaad was die niet gezien te hebben. Guilty as charged! Nog een stukje Ons in de Buskerstreet beleefd, à la Kings Of Convenience, zegt men, en dat kan wel eens kloppen. In elk geval was het goed afsluiten zo…

Op naar zondag dan maar. Eerst de zaal. Aubrie Sellers uit Nashville zette de dag in en maakte met een elektrisch gitarist en een drummer een goeie beurt. De dochter van songwriter Jason Sellers en countryzangeres Lee Ann Womack, en tevens stiefdochter van producer Frank Liddell, is uiteraard van goeden huize en weet hoe ze een goeie trash country song (zijzelf spreekt van garage country) moet ineendraaien (niet zelden met de hulp van co-writer Adam Wright) Maar we moeten haar ‘New City Blues’ cd nog eens goed tot ons nemen. Voor een eerste kennismaking kon het tellen.

Hetzelfde kunnen we zeggen over Dylan LeBlanc. Dylan werd geboren in Shreveport, Louisiana, maar woonde op jonge leeftijd in Muscle Shoals, Alabama, naam van de plek maar ook van de legendarische studio… Dat moeten we allicht niet verduidelijken aan de rootsfans! Hij en zijn band (met celliste!) hadden nogal te lijden van technische probleempjes, maar die raakten uiteindelijk opgelost. In elk geval lieten Dylan & band leuke dingen horen, even goed in stevige alt.country/rock als in elegante, zelfs dansbare nummers, bekroond met die heerlijk heldere stem van ‘m, die je doet denken aan de betreurde Jimmy LaFave (sommigen horen er zelfs een Ryan Adams in) Vreemd genoeg excuseerde hij zich voor zijn… stemproblemen, ook weer het gevolg van veel toeren. Maar het bleef mooi om aanhoren. LeBlanc mag wis en zeker terugkomen, en hoger op de affiche.

Courtney Marie Andrews was één van de namen waar we het meest naar uitkeken, sinds we verliefd werden op ‘Honest Life’, album nummer zes al voor de amper zesentwintigjarige zangeres en muzikante, die tegenwoordig in Seattle woont. Zij ontgoochelde niet. Integendeel! Ondanks haar jeugd heeft ze al samengewerkt met Jimmy Eat World en in 2011 ging ze gitaar spelen bij haar idool Damien Jurado. Ze zong en speelde ook met… Milow, gedurende vier maanden. In die periode woonde ze effectief in België en schreef ze de songs voor ‘Honest Life’, iets waar ze ons op LL aan herinnerde. Ze bracht, samen met vier muzikanten, songs uit verleden en zelfs toekomst (nieuwe cd onderweg), maar ‘Honest Life’ was ook vertegenwoordigd, met onder anderen ‘Rookie Dreaming’ en het briljante ‘Irene’ (dat een hoog en deugddoend Joni Mitchell gehalte heeft) Onze zondag kon al niet meer stuk!

Robert Jon & The Wreck is goed bekend bij de liefhebbers van de southern rock en bands als Lynyrd Skynyrd en nog meer de Allman Brothers. Er zit een heilzame dosis blues en funk in de nummers. We konden niet alles volgen, maar werden omvergeblazen door het epische ‘Cold Night’, een hoogtepunt uit ‘Glory Bound’ (2015), uitgewerkt tot een bijna ondraaglijke climax, met bezielde zang van Robert Jon Burrison en het bevlogen gitaarspel van Kristopher Butcher. De twee samen maken er een gitarenfeest van. Buitenbeentje op dit LL, maar we hebben ze toch maar aan ons hart gedrukt.

Doordat de zaal onze aandacht opeiste zagen we slechts partieel de kapelbands. We hadden het gevoel dat dat zeer spijtig was, want wat we hoorden van Phoenician Drive, met een heuse darboeka als verrijking in het geluidsspectrum, en Cosmonauts, Californische garagerockers, was machtig. Rolling Blackouts Coastal Fever, indies uit Melbourne, hebben we helemaal gemist, wat ons eens te meer blootstelt aan banvloeken. Niet gemist, al is het ten dele, en er de avond zeer bevredigend mee afgesloten, was Black Flower, dat zijn tweede cd ‘Artifacts’ kwam voorstellen. Saxofonist en componist Nathan Daems, drummer Simon Segers (zijn creatieve omgaan met de vellen en de cymbalen is altijd een lust voor het oor) en de Amerikaanse cornetspeler Jon Birdsong, bassist Filip ‘Earthquake’ Vandebril en Wouter Haest op keys maken van hun met afrobeat, oriental en andere invloeden gepimpte ethiojazz (à la Mulatu Astatke) een feest en zo hoort dat bij deze sprankelende vorm van jazz.

Over Stef Kamil Carlens (indrukwekkende wereldklasse) en Tjens Matic (triomf in thuismatch) hebt u allicht elders uitgebreid en terecht enthousiast verslag gelezen. Het was zo goed als ze geschreven hebben! O ja, voor we het vergeten: op zondag trad De Propere Fanfare op, verbonden met het Gentse Bij De Vieze Gasten, dat kortgeleden één van zijn bezielers, véél te vroeg, verloor. Maar het was of de geest van Marc Hoflack, de Indiaan van de Brugse Puurte, de fanfare was binnengevaren, want de optredens in de ruimte voor de DJ Booth om 15 uur en nog meer in de Buskerstreet om 19 uur waren een explosie van muzikaal (en ander) vertier. Zelden een fanfare tegelijk zo hecht en zo vurig horen spelen. Schitterende verkleedpartij, bovendien, én allerlei creatieve mouvementen, die de lezer dezes maar eens moet gaan ontdekken. Net als Christopher Paul Stelling, Courtney Marie Andrews, Stef Kamil Carlens… Altijd met drie woorden spreken, hé!

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

HET MUZIKALE ANKER 30: STING en ‘The Last Ship’ – De voormalige Policeman graaft diep in zijn jeugd in scheepsbouwstad Wallsend.

Dank zij de vzw Climaxi (Herzele) en onder de bezielde en bezielende leiding van Filip De Bodt is er opnieuw een nummer van Het Visserijblad verschenen. HVB hield als regelmatig tijdschrift op te bestaan in zijn 80e jaargang, toen ook de Belgische visserij noodlijdend was, maar kreeg nieuw leven ingeblazen zodat de editie van ‘Herfst 2017’ de 83e jaargang vertegenwoordigt. Het werd een prachtnummer, onze bijdrage even niet meegerekend. Hieronder vindt u de (heel licht bijgewerkte) tekst voor Het Muzikale Anker nr. 29… Volgens sommige waarnemers al nr. 30… Een onderzoeksteam met sledehonden werd uitgezonden! Zij kwamen weer met de melding dat de portretten die we schreven over Bruno Deneckere en Jon Langford n.a.v. de 80e verjaardag wellicht aanzien werden als nr. 29 in de reeks…

 

Graag nemen we draad weer op die we hebben losgelaten toen HVB de boeken sloot. Dat was rond de tijd dat Sting, de bassist, zanger en songschrijver van The Police, ‘The Last Ship’ uitbracht, zijn elfde studioalbum, zijn eerste ook in tien jaar, sinds ‘Sacred Love’ uit 2003. Tot dan hadden we achtentwintig afleveringen lang getracht verbanden tussen zee, zeevaart, zeelieden en muziek te belichten aan de hand van weinig bekende tot overbekende liederen uit alle windstreken (op het eigen Oostende na, maar dat hielden we steeds in het achterhoofd, als bekroning van de serie) Losse link of hecht verband, ode aan de zee of afschuw voor scheepsrampen, verhalen uit een ver verleden of net heel dicht bij ons, alles was en is mogelijk.

Rockster Sting – Gordon Sumner met zijn echte naam –  ging in zijn sololoopbaan gaandeweg steeds nieuwe wegen uit: wereldmuziek, jazz, klassiek, tot de luitmuziek van John Dowland toe, en dan zitten we in de 16e-17e eeuw. Zijn teksten hebben niet zelden literaire ambities of behandelen verheven thema’s, waardoor ze al even vaak als ‘pretentieus’ ervaren worden. Een project als ‘Nothing Like The Sun’ (1987) refereert aan, verwijst naar Shakespeare. Niet echt ongewoon voor een ex-schoolfrik (Sting was twee jaar lang leerkracht), maar voor een rocker was het, althans veertig jaar geleden, niet vanzelfsprekend, alsof rock-‘n-roll niet te verbinden valt met enig intellectualisme. Een zekere hang naar het spirituele is hem niet vreemd, wat velen hem niet in dank afnamen. Zoals vaak is het vooroordeel sterker dan de studie van de feiten.

Net zoals Sir Bob Geldhof (‘I Don’t Like Mondays’) en die andere steeds weer gecontesteerde zanger Bono van U2 heeft Sting, één van tien best verdienende muzikanten van de UK, zich steeds (toch vanaf 1981 met zijn deelname aan The Secret Policeman’s Other Ball) ingezet voor het goede doel: Band Aid, Live Aid, Live 8, Live Earth en veel, heel veel meer. Zijn betrokkenheid bij Amnesty International is welbekend: nog in 2015 steunde hij de internationale campagne rond de verdwijningen en kidnappings in Mexico. Dat sluit naadloos aan bij protestlied ‘They Dance Alone’ (van ‘Nothing Like The Sun’) dat handelt over de arpilleristas, de Chileense vrouwen die de nationale dans van Chili, de Cueca, dansen met in hun armen de foto’s van hun onder het regime van Pinochet verdwenen geliefden.

Bij uitbreiding verwijst de song ook naar de dwaze moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires (vanaf 1977), die voor het presidentieel paleis in stilte opkwamen voor hun verdwenen kinderen. Vooral zijn Rainforest Foundation Fund, ter bescherming van het regenwoud, kreeg veel aandacht. Dat fonds kwam er in samenwerking met Braziliaans Kayapo opperhoofd Raoni Metuktire. Ook Stings (tweede) vrouw, actrice en filmproducer Trudie Styler was hierbij betrokken. Zelfs voor de dalai lama en Tibet zette hij zijn beste beentje voor. Er is vaak smalend gedaan over zijn activisme, maar het is nu eenmaal een constante in Stings leven en er valt dan ook niet te twijfelen aan zijn goede bedoelingen.

Het was het muzikale succes dat dit activisme mogelijk maakte. De nominaties en prijzen opsommen die hem als muzikant te beurt vielen, is onbegonnen werk. Wikipedia wijdt er een apart hoofdstuk aan. Enkel een Academy Award (alias Oscar) ontbreekt, maar hij sleepte in Hollywood wel een aantal nominaties voor ‘best original song’ in de wacht. Sting (°1951) is ook acteur (o.a. een opvallende rol in sci-fi cultfilm ‘Dune’ en hij speelde in rockopera ‘Quadrophenia’ van The Who), al ligt die loopbaan intussen haast twintig jaar achter hem. Zowel zoon Joe Sumner (in Fiction Plane) als dochter Elliott Paulina ‘Coco’ Sumner (in I Blame Coco) volgen de voetsporen van pa en vervolgen een muzikale carrière.

Dat is natuurlijk algemeen bekende materie maar om de dramatiek met zijn begindagen te accentueren mocht het wel weer eens op een rijtje gezet. Want dat prille begin is Sting allerminst vergeten. Dat bleek al vroeger bij een eerdere ’droge’ periode, na de dood van zijn vader, eind jaren tachtig. Dat had geleid tot een emotionele en creatieve impasse die uiteindelijk opgelost werd met ‘The Soul Cages’ (1991), dat verslag deed van de gevoelens die hem toen bevolkt hadden. Het werd het slechtst ontvangen album uit zijn carrière maar Sting had er zijn ziel in gelegd en langzaam kwam er meer erkenning, vooral van hen die de emoties herkenden. Zoveel decennia later heeft ‘The Soul Cages’ nog altijd zijn vurige voorvechters. Het leverde trouwens met ‘All This Time’ een grote Amerikaanse hit op en het titelnummer won de allereerste Grammy voor ‘Best Rock Song’ in 1992. Het is niet verkeerd te stellen dat ‘The Soul Cages’ tegenwoordig meer op zijn reële waarde wordt bekeken.

The Last Ship’ zit in hetzelfde schuitje: het project komt er na een lange periode van stilte (of incubatie?) en het grijpt uitdrukkelijk terug tot Stings vroegste levensdagen. Dit moest ooit eens aan de oppervlakte komen… We gebruiken met opzet de term ‘project’ want ‘The Last Ship’ begon als een toneelstuk (dat uiteindelijk in 2014 in première ging, bijna een jaar na de cd, en dat een paar songs meer telt) ‘The Last Ship’ grijpt terug naar Stings herinneringen aan zijn jeugd in Wallsend in North Tyneside, langs de rivier de Tyne, in het noordoosten van Engeland. Leven was er overleven. Men leidde er een bestaan van werken. Er was de voortdurende dreiging van werkloosheid in de schaduw van de scheepswerven, die stilaan hun bestaansreden aan het verliezen waren. In 2007 sloot de scheepswerf waar menig beroemd geworden schip van stapel liep (het loont de moeite om die grote verscheidenheid aan historische vaartuigen eens te overlopen!) Natuurlijk neemt Sting de gelegenheid te baat om het thema te verdiepen met reflecties over relaties, het leven in familie en binnen de gemeenschap, waarbij enig gefilosofeer en een occasionele poëtische vlucht niet weg zijn.

De plaat begint met de titelsong, meteen aanleiding voor Sting om via een memorabele melodie de registers open te trekken. Ze eindigt met een grootse herneming van dit ‘The Last Ship’. Er komen, niet onverwacht, figuren langs die kleur geven aan het bepaalde songs (zoals de bokser van ‘The Night The Pugilist Learned How To Dance’) en Sting vertelt ook graag een sterk verhaal, zoals dat van de ingenieur Isambard Kingdom Brunel (zoon van de al even bekende Marc Isambard Brunel), ontwerper en bouwer van The Great Eastern in 1859, een innoverend stoomschip van niet minder dan 211 meter lang. Het schip leek echter vervloekt: Brunel stierf tijdens de bouw en in de 14 jaar dat het in de vaart was, kon men er nauwelijks matrozen voor vinden. Bij de afbraak van dubbele wand deed men een afgrijselijke ontdekking, die de bijgelovige zeelui meteen een ‘verklaring’ bood voor de vreemde voorvallen. We verklappen het hier lekker niet. ‘The Soul Cages’ hebben we niet zomaar aangehaald: in ‘Language Of Birds’ haalt hij het beeld van de ziel aan, gevangen in een kooi, via het herhaalde ‘It was him who was trapped in the soul cage’.

De thema’s die Sting aansnijdt, vragen bijna per definitie om een woordenvloed, want hij is hier in de eerste plaats verhalenverteller, maar als iemand daar mee kan omgaan, is het wel hij. Als vanouds weet hij zijn overpeinzingen te verpakken in zwierige songs (zoals het gedreven ‘And Yet’ en het dromerige ‘August Winds’), wat de cd goed verteerbaar maakt. Maar ‘hits’ als voorheen staan er niet op. Toch vinden we het project geslaagd omdat het een eerlijk en diepmenselijk relaas is van een intussen verdwenen wereld, ooit lillend van leven. We zagen enkele jaren geleden de verfilming ervan, onder de titel ‘When The Last Ship Sails’, in het kader van benefietconcerten in The Public Theater in New York City (2013) We bekennen dat we onder de indruk waren. De invloedrijke film-, TV- en showsite IMDb schrijft: ‘Op een achtergrond van evocatieve projecties, neemt deze pakkende live performance ons mee op een reis van liefde, verlies, verlossing en zelfontdekking, met een inkijk op het verhaal achter ‘The Last Ship’…

Opmerkelijk is dat Sting zich voor de plaat niet alleen omringde met vertrouwde muzikanten, maar gasten uitnodigde met roots in het noorden van Engeland, mensen die de wereld van Sting persoonlijk gekend hebben en precies aanvoelen. Zo verzorgen singer-songwriter, acteur, filmproducent en TV-schrijver Jimmy Nail en ook Brian Johnson, intussen ex-zanger van AC/DC en afkomstig van de Tyneside (zij het van Newcastle), elk twee maal de vocalen. De zes leden van The Wilson Family verzorgen alle groepsvocalen. Ook Rachel en Becky Unthank (samen de schitterende The Unthanks, een te ontdekken duo!) hebben hun inbreng, Becky zeer opvallend in ‘So To Speak’. Bij de musici vinden we o.a. de grote Kathryn Tickell weer op viool en de prachtige Northumbrian pipes die ze beheerst als geen ander. Sting deed zelf de productie, wat geen sinecure geweest zal zijn, gezien de vloten medewerkers aan het project. Naast de gebruikelijke digitale en fysieke kopie, cd en vinyl, bestaan er ook een deluxe versie met een bonus cd (vijf songs) en een super deluxe package met acht extra songs, waaronder ‘Practical Arrangement’, dat enkel in het theater te horen was. Hoe dan ook is het doornemen van de teksten geen overbodige luxe.

 

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Commentaren bij ‘LOOKING BACK XV’

LOOKING BACK XV. 1/ You Did (Bomp Shooby Dooby Bomp) (Chuck PROPHET, cd The Age Of Miracles, 2004) 2/ She Blinded Me With Science (Thomas DOLBY, cd The Golden Age Of Wireless, 1982) 3/ Bus Rider (The GUESS WHO, LP Share The Land, 1970) 4/ All The Way From Memphis (James INTVELD, cd Somewhere Down The Road, 2000) 5/ Cold Chill (Stevie WONDER, cd Conversation Peace, 1995) 6/ I Saw The Light (Todd RUNDGREN, LP Something/Anything?, 1972) 7/ A Woman’s Voice (Chuck PROPHET, cd Soap And Water, 2007) 8/ American Girl (Tom PETTY And The HEARTBREAKERS, LP Tom Petty And The Heartbreakers, 1976) 9/ Hyperactive! (Thomas DOLBY, cd The Flat Earth, 1984) 10/ Do You Miss Me Darlin’ (The GUESS WHO, LP Share The Land) 11/ Flatlands (Delta Mix) (Steve AZAR, cd Delta Soul Vol. 1, 2011) 12/ Tina Louise (COMMANDER CODY & HIS LOST PLANET AIRMEN, LP Tales From The Ozone, 1975) 13/ Age Of Miracles (Chuck PROPHET, cd Age Of Miracles) 14/ No Banker Left Behind (Ry COODER, cd Pull Up Some Dust And Sit Down, 2011) 15/ Love Is A Long Road (Tom PETTY, cd Full Moon Fever, 1989) 16/ Bad Religion (Frank OCEAN, cd Channel Orange, 2012) 17/ Taboo To Love (Stevie WONDER, cd Conversation Peace) 18/ Solid Gold (Chuck PROPHET, cd Age Of Miracles) 19/ Grace Hill (The PINES, cd Dark So Gold, 2012) – ‘LOOKING BACK (Volume) XV’ is de zeventiende in de rij… Er waren immers vroeg in de collectie een ‘Volume Ibis’ en een ‘Volume XXL’. De bedoeling was en is een aantal tracks uit het al dan niet verre verleden bijeen te brengen, meestal zonder speciaal onderling verband, tracks die me in bijna alle gevallen op een bepaald ogenblik iets gezegd hebben, en soms zeer véél gezegd hebben, maar die intussen vergeten of lichtjes ondergesneeuwd zijn, of die gewoon één of andere wijze hun neus aan het venster zetten en om een beetje aandacht smeken. Er zijn uitzonderingen: zo is ‘LOOKING BACK X’ een verzameling liederen die uitgesproken lievelingen zijn en een emotionele ondertoon bezitten, al is dat af en toe wel een persoonlijke ervaring die de argeloze luisteraar niet noodzakelijk deelt. Die bedenking geeft indirect antwoord op de vraag waarom we hier niet (noodzakelijk) uitgesproken (bijna-)klassiekers serveren: onze persoonlijke smaak wijkt soms heel sterk af van de mainstream. Bovendien zijn die klassiekers veelal verzameld in allerlei reeksen en lijden ze heel dikwijls ook aan overexposure. En als er toch iets ‘al te bekend’ tussen zit, dan heeft dat een goeie reden. ‘LB XV’ draait om… de Californische gitarist, singer-songwriter en producer Chuck Prophet, die een grote reputatie verwierf als lid van Green On Red in de jaren tachtig omwille van zijn krachtige, virtuoze maar melodische, lyrische spel op de zes snaren. Nog in de nadagen van GOR kwam hij aan de oppervlakte als soloartiest en al ziet het er niet naar uit dat hij ooit een even grote naam verwerft als de kleppers met wie men hem vergelijkt (van Ray Davies, Tom Petty, Leonard Cohen, Elvis Costello tot Randy Newman, om maar die te citeren), toch vonden we het gepast om hem hier in het zonnetje te zetten in de aanloop naar zijn enige Belgische concert, op 9 november in De Villa van de N9 in Eeklo. We zagen hem daar in de periode van zowel ‘Age Of Miracles’ als ‘Soap And Water’. Met plezier citeren we uit die nog immer wonderlijke schijfjes, net zoals we eerder dit jaar als de nodige aandacht schonken aan zijn nieuwste, eens te meer uitmuntende (volgens heel wat waarnemers zelfs zijn beste) ‘Bobby Fuller Died For Your Sins’, cd die hij ongetwijfeld zal presenteren op 3/11. Niet te missen dat concert want de laatste jaren is hij hier niet meer geweest… Hij komt ongetwijfeld weer met zijn vrouw Stephanie Finch, zangeres met het heerlijke stemgeluid (we verwijzen naar ‘Solid Gold’) en leden van zijn band Mission Express, genoemd naar een… buslijn in zijn buurt in San Francisco. ‘You Did’, dat ‘LB XV’ opent, is één van meerdere songs van Chuck die te horen zijn in film en TV series. Als je het prototype zoekt van een ‘onderschatte artiest’, dan kom je met Chuck Prophet dicht in de buurt… Achter de keuze van elke song en artiest schuilt een story. De veelzijdige muzikant en producer Thomas Dolby (eigenlijk Thomas Morgan Robertson) leerden we pas goed kennen met ‘Flat Earth Society’. We wilden uiteraard ‘I Scare Myself’ op deze compilatie zetten, ook als eerbetoon voor de eerder dit jaar gestorven componist van deze meesterlijke deun, Dan Hicks. Maar we bewaren die voor de geplande ‘LOOKING BACK XVI’, die zich nu al aandient als een soortement tegenhanger van deze. Hier paste beter Dolby’s uptempo werk uit ‘FES’ en de eerdere ‘The Golden Age Of Wireless’, twee hitsingles bovendien (we schuwen ze dus niet, als het zo uitkomt!) Het Canadese The Guess Who kent men als de hitmachine van ‘American Woman’ (dat overigens ‘LOOKING BACK IX’ opende), ‘No Time’, ‘These Eyes’, en meer. Wij zien Burton Cummings, Randy Bachman en gezellen vooral als de makers van die prachtige ‘Share The Land’, lang één van onze favoriete langspelers, zo eentje met niets dan krakers. Ook letterlijk: we moesten het heel lang doen met de LP, want de plaat kwam maar niet uit op cd. Op ‘LB IX’ zetten we ook ‘Hand Me Down World’ (dat op een wel verkrijgbare ‘best of’ staat). Hier kozen we twee andere nummers uit de intussen uitgebrachte ‘Share The Land’, een moeilijke keus want wat blijft dat een heerlijke collectie. The Guess Who bestaat trouwens nog steeds, maar op Jim Kale na is er geen origineel lid. Burton Cummings maakte nog een paar mooie soloplaten en Randy Bachman had een wereldhit met ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’ van Bachman-Turner Overdrive. We leerden James Intveld, Californische rockabilly- en countryzanger-gitarist, die ook acteur en film producer bleek te zijn, kennen via ‘Introducing James Intveld’ (1997) en ‘Somewhere Down The Road’ (2000) We waren meteen fan via pakweg ‘Crying Over You’ (dat Rosie Flores in 1987 al tot een hit maakte) en ‘Kermit Vale’ van de eerste, en ‘Somewhere Down The Road’ en het pakkende ‘A Sinner’s Prayer’ uit de tweede. Dat laatste nummer kwam uiteindelijk terecht op ‘LOOKING BACK III’. Maar we verloren de man uit het oog, omdat we met de komst van o.a. Wikipedia, een boel artiesten vergaten op te zoeken. Eigen bult, dikke schuld! We waren dan ook verbaasd toen de man een optreden gaf in de Crossroads Café in Antwerpen (bij Jan en Suzy!), een set die we absoluut niet wilden missen.  We vielen toen van de ene verbazing in de andere: de man bleek actief, ook in de lage landen (zijn naam suggereerde al een Nederlandse afkomst in een vorige generatie) en een breed publiek te hebben in rockabillykringen. We vernamen van alles over zijn loopbaan die goed gevuld bleek. Zo speelde hij bij The Blasters tot 1995 en verloor hij zijn broer in het vliegtuigongeval waarin Ricky Nelson (‘I’m Walkin’’, ‘Poor Little Fool’, e.v.a., en hier vooral ‘Hello Mary Lou’ en ‘Garden Party’,) omkwam. In het Antwerpse concert was, zoals verwacht, één song die het café in de fik stak: ‘All The Way From Memphis’, waarna het concert niet meer stuk kon. U hoort waarom! Stevie Wonder heeft al vaak een plaats gekregen op de ‘LB’-cd’s, maar dan altijd met de songs uit zijn gouden jaren, zijnde van ‘Talking Book’ (1972) tot ‘Hotter Than July’ (1980) Ervoor en erna heeft hij nog veel razend knap werk geleverd, maar de LP’s uit die welbepaalde periode waren onvervalste game changers. Eén keer vonden we dat Steveland Morris, echte naam (ook Steveland Judkins en Steveland Hardaway komen in aanmerking, gezien de complexe familiale situatie), helemaal zijn oude vorm teruggevonden had, of toch bijna. Dat was met ‘A Time To Love’ (2005) Maar nog niet zo lang geleden kwamen we erachter dat ook ‘Conversation Peace’ uit 1995 straffe passages kent. ‘Cold Chill’ toont de funky zijde van Wonder (we hadden in een eerste versie van ‘LB XV’ ook ‘Sorry’ toegevoegd…), ‘Taboo To Love’ is een zeemzoete ballad waar Stevie altijd al een patent op had. Soms zijn ze, dat erkent deze superfan, net over de top, maar de betere vallen netjes binnen de lijntjes. Deze hoort bij de goeie soort. Over de nog immer actieve multi-instrumentalist, singer-songwriter en producer Todd Rundgren kan je boeken schrijven. Volstaat te zeggen dat we een paar songs uit zijn begindagen (toen hij het wel furore maakte) nog altijd welkom zijn: ‘Hello It’s Me’ haalde ‘LB XV’ net niet. Toen we ‘I Saw The Light’ voor het eerst hoorden, dachten we dat het een nieuw nummer was van Carole King… Toch ’n compliment? Tom Petty And The Heartbreakers voorstellen is als uilen naar Athene en water naar de zee dragen. We kozen iets uit zijn eerste LP die hem meteen tot een stevige belofte bombardeerde. We hadden voorheen een boon voor ‘Luna’ maar het opzwepende ‘American Girl’ past hier veel beter. We konden natuurlijk gegrasduind hebben in de karrevracht grote hits van Tom, maar liever iets uit de periferie. ‘Love Is A Long Road’ komt uit zijn eerste soloplaat, net als ‘I Won’t Back Down’ dat al op ‘LOOKING BACK (Volume) I’ stond en dat we daar verkeerdelijk aankondigden als met The Heartbreakers… Bij Commander Cody vergaten we dan weer vaak & His Lost Planet Airmen te vermelden. Ten eeuwigen dage zal de Commander bekend blijven staan als de maker van de ultieme truckerssong, ‘Mama Hated Diesels’ (samen met ‘Willin’’ van Lowell George bij Little Feat) We hadden altijd al een voorliefde voor ‘Tales From The Ozone’, o.a. voor ‘Tina Louise’, een vlekkeloze tearjerker over een gebroken hart all along the road. ‘She wrote her name, there on my windshield, just to remind me where she was from, Tina Louise, Arroyo Seco, New Mexico, 1971’. Ach, die Mariachi trompetten… Steve Azar (Libanese voorouders!) mag dan een grote ster zijn in de Americana, lees, country met toefjes blues en rock, hij is afkomstig uit de Mississippi Delta (Greenville) en heeft familie in Clarksdale, bakermat van de blues, het stadje dat Muddy Waters, John Lee Hooker, maar ook Sam Cooke, Ike Turner en Tennessee Williams voortbracht… Onder anderen. Men situeert er ook het fameuze kruispunt waar Robert Johnson het pact met de duivel sloot (‘Crossroads’) Een familielid van ‘m houdt een restaurant open vlakbij het kruispunt: voor een steak diabolique moet u daar zijn! De uiterst veelzijdige Azar noemt zijn mix van stijlen ‘Delta soul’ en hij heeft een aantal van zijn songs in een Delta badje gedoopt op een cd uit 2011 (we wachten nog steeds op ‘Volume 2’…) De opener ‘Flatlands’ is, read my lips, een klankenorgie zoals je die zelden of nooit hoort. De song dendert over je heen, terwijl gitaar, piano en andere instrumenten barstend van de funk wedijveren voor de eerste prijs virtuositeit: als je denkt dat het gedaan is, begint het pas. De song verwijst naar het laagland in de Mississippi Delta, gevormd door de alluviale vlakte veroorzaakt door de eeuwenlang overstromingen door de Mississippi en de Yazoo rivieren, uiterst vruchtbaar land. Ondanks de naam is deze streek geen onderdeel van de delta van de rivier Mississippi, want dat is de veel zuidelijker gelegen Mississippi River Delta. Volgt u nog? Het is iets van eens 360 km lang en een honderd en tien km breed. De streek verdiende een ode als ‘Flatlands’! Op de vorige ‘LOOKING BACK XIV’ stond het prachtige ‘Brother Is Gone’ van de geladen ‘Election Special’ (2012) van Ry Cooder, die al vaak deze reeks mocht sieren. De directe voorganger van ‘Election Special’, nl. ‘Pull Up Some Dust And Sit Down’ had ook zo’n machtige song over het politieke en economische bestel van zijn land, het hoogst ironische ‘No Banker Left Behind’. Ryland neemt geen blad voor de mond in deze meezingbare dijenkletser. Occupy Wall Street! En passant breken we een lans voor het ultieme werk over Ry Cooder, dat op de koop toe van de hand van een Vlaming is… Zo begon onze recensie op www.folkroddels.be: ‘Wouter BULCKAERT, Ry Cooder. Meester in de Schaduw, uitgeverij EPO vzw, 2016: ‘We kunnen lectuur van ‘Ry Cooder. Meester in de Schaduw’ vurig aanraden aan wie deze merkwaardige, zeg maar volstrekt unieke muzikant uit LA wil ontdekken of beter leren kennen. Maar de actieradius van het werk reikt veel verder: het boek raakt aan heel wat onderwerpen die letterlijk élke muziekliefhebber aanbelangen. En niet alleen de melomaan…’ Monument, die Ry Cooder, al zal hij dat ontkennen en zichzelf wegmoffelen in de schaduw… Frank Ocean is nog lang niet zo ver als het snarenwonder uit Santa Monica, maar zijn eerste ‘Channel Orange’ liet toch maar lekker een schok varen door muziekland. ‘Bad Religion’ is één van de tracks die tonen waarom. The Pines zullen allicht nooit zoveel stof doen opwaaien, maar dat belet hen niet mooie plaatjes te maken. Op ‘Dark So Gold’ staan heerlijke sfeervolle brokken, maar we hielden het op het instrumentale ‘Grace Hill’, dat ‘LOOKING BACK XV’ in contemplatieve rurale schoonheid afrondt… (AL; 12-13 09 17)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

INDIO LOURO in Arscene te Hansbeke op zaterdag 10 juni 2017: ‘Is Indio Louro nog maar begonnen met het ontginnen van het potentieel dat in het concept steekt, dan werden we toch al vergast op een sublieme duik in zwoele Braziliaanse klanken, onderweg verrijkt met andere zuiderse kruiden’

Zie ook http://www.rootsime.be

Heel af en toe moet je je als inrichter verlaten op je buikgevoel. Wouter Labarque van de vzw Arscene is altijd zeer nauwgezet in het programmeren van de muzikale acts van de Hansbeekse studio annex concertzaal: er komt niets zonder grondige scouting. Maar, zo vernemen we in zijn korte inleiding op het concert, bij Indio Louro ging hij af op een tip, de namen van de leden en de enkele clips die je van de band vindt om dan de band nog in te schuiven in het programma van het voorseizoen. Afgaan op je buikgevoel loont, zoals deze ‘blind date’ (dixit Wouter) bewijst. Is Indio Louro nog maar begonnen met het ontginnen van het potentieel dat in het concept steekt, dan werden we op zaterdag 10 juni toch al vergast op een sublieme duik in zwoele Braziliaanse klanken, onderweg verrijkt met andere zuiderse kruiden. En dat zo kort na het bezoek van Estate aan Arscene (27 mei), dat gelijkaardige paden bewandelt, zij met meer volume.

Nels Ponsaers kent men als Goldie van trio The Golden Glows, dat onlangs nog met barokensemble B.O.X.On Moonlight And Rain’ uitbracht, met als producer Ijslander Valgeir Sigurosson (Björk, Sigur Rós, Damon Albarn) Nels woonde enkele jaren in Brazilië, is het o zo vloeiend mooie maar weerbarstige Portugees behoorlijk goed machtig en vertoefde blijkbaar ook op het Iberische schiereiland. Ze werd betoverd door de bossa nova en door de passie, de duende die de ware flamenco uitstraalt, en muzikaal Afrika, tja, daar kan je als muziekmaker van de 21e eeuw niet naast luisteren. Die elementen zitten allemaal in de songs die ze zingt, ook in het eigen werk. Nels vond als snel een bondgenoot in gitarist Peter Verhelst (trio Luz de Luna, CRITERIUM3, Multitude, docent Jazzstudio Tritonus…) Peter is ook bedreven op de oud (ud; luit zonder fretten), een fraai contrast met het Braziliaanse gegeven.

Ook present gaf Yves Peeters (Luz de Luna, Yves Peeters Quartet) Yves speelde met zowat iedereen in de Belgische jazz. In Arscene volstonden waterdrum, cajon, klein slagwerk) Harpiste Jutta Troch legde een indrukwekkend parcours af in klassieke studies. Ze specialiseert zich in het actuele muziekrepertoire (hedendaagse kamermuziek) Ze speelt onder veel meer in ensemble Besides, collectief B.O.X., deed werk voor Dez Mona… Het is te veel om op te sommen, maar toont aan dat Indio Louro kan rekenen op jonge, doch door de wol geverfde muzikanten. We hebben begrepen dat de groep ook al optrad met Michael Brijs (van The Valerie Solanas)

Indio Louro’ betekent ‘Blonde Indiaan’. Nels schreef de signatuursong op een scharniermoment: de aanslag op Charlie Hebdo was net gebeurd, in Brazilië was er grote ophef i.v.m. de onderdrukking van de Indianen. Toen het nieuws van die calamiteiten doorkwam, stond Wannes Van de Velde op: daar hoor je de echo van in dit in het Aantwaarps gezongen lied, dat het concert afsloot (het bisnummer niet meegerekend) Dat was van start gegaan met wat eigenlijk een…  slaaplied is, ‘Para Lucia’. Het viel inderdaad op hoe rustig deze muziek is (wat voor alle duidelijkheid helemaal niet hetzelfde is als slaapverwekkend!) In deze intieme setting werkte dat precies wonderwel. Zelfs als de tekst niet zo braaf is als in het volgende zelfgepende ‘Va pro Inferno’ (‘Loop naar de hel’) is de muziek zwierig, zij het beslist niet zonder subtiele spel met dynamiek. Het wordt een mooi openingstrio met het poëtische ‘Borboleta amarelinja (pousou)’ (‘Gele vlinder’), enkel zang, shaker en gitaar.

Het daaropvolgende instrumentale intermezzo bevat flamenco toetsen (cajon), maar het nummer leek ons niet helemaal in de juiste plooi te vallen. ‘Terra vermelha’ (‘Rode aarde’) is wellicht een verwijzing naar de Italiaans-Braziliaanse film over de strijd van de Indianen in de Mato Grosso om hun cultuur te behouden. De oud speelt een prominent rol in dit geëngageerde stuk. Het valt intussen op hoe goed de stem van Nel past bij dit repertoire. In het deel na de pauze vallen een klassieke samba op, die Nel echter vertraagd heeft en waar de oud opnieuw de klankkleur bepaalt, en het catchy ‘Cachoeira’ met zijn intro vol percussie. Het is ook een ideale gelegenheid om iets nieuws te proberen: Peter Verhelst speelt een song voor de eerste maal, nog zonder tekst, maar misschien komt die er later wel in plaats van de vocalises. Daarop volgt… ‘Miaauw’: iedereen viert feest… behalve de kat van de buren. Die zegt enkel, u raadt het, ‘miaauw’. ‘Indio Louro’ volgt. Het bisnummer start met een heuse taxim (ritmisch vrije, melodie verkennende intro) op de oud. Jutta die geregeld proeve gaf van haar kunde op die prachtige harp, hanteerde het instrument nu enkel percussief.

We voorspellen dit Indio Louro op basis van hun passage in Arscene een fijne, verfijnde toekomst als Nel en Peter zo verder blijven schaven aan songs en arrangementen en zich omringen met musici van de klasse van Yves en Jutta.

Antoine Légat.

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

STAGGER LEE in Banana Peel Ruiselede op maandag 25 september 2017

Zowel de introductieteksten van Chris O’Leary Band als van Stagger Lee zijn ook te vinden in de ‘yellow pages’ of de ‘jazzgazet’ (blaadje van Banana Peel), op de site van BP en in hun mailings

Stagger Lee

Maandag 25 september 2017

Met Stagger Lee komt een band naar Banana Peel die bestaat uit de beste muzikanten uit de regio van Nantes, havenstad in het westen van Frankrijk, aan de monding van de Loire, hoofdstad van de Pays de la Loire en departement Loire-Atlantique (ja, we hebben het óók moeten opzoeken) ‘Stagger Lee’… Die naam doet ongetwijfeld een belletje rinkelen bij iedereen die iets of wat beslagen is in muziek met wortels… of die tot een oudere generatie behoort. ‘Stagger Lee’ is inderdaad de titel van het succesnummer van Lloyd Price uit 1958/9. Toen maakte men die nog, hits, hits die alle lagen van de bevolking bereikten en die iedereen zo goed en zo kwaad mogelijk neuriede of meezong. Er zit een realiteit achter deze ‘murder ballad’. De story van ‘Stagger Lee’ gaat terug naar de toenmaals alom gekende moord die pooier ‘Stag’ Lee Shelton pleegde op Billy Lyons op Kerstnacht 1895 in de Bill Curtis Saloon in St. Louis, Missouri. Lee Shelton werd daarvoor daadwerkelijk ook veroordeeld. Al snel circuleerde het verhaal in songversie, onder anderen in de vorm van een ‘field holler’, een zwarte werksong. Een eerste opname dateert van 1923. Het lied werd eindeloze malen opgenomen, onder meer dan tien varianten van de naam, van ‘Stagolee’ over ‘Stack O’Lee’ tot ‘Stack-a-Lee’, vooraleer Lloyd Price ermee scoorde… en ook erna kwamen er opnames. Prices versie is niet echt een blues, al bestaan er heel wat bluesversies van, denk aan Dr. John, R.L. Burnside, Taj Mahal, Keb’Mo’ en zelfs acteur en bluesfanaat Hugh Laurie (House MD) zette er een deftige versie van neer op zijn verdienstelijke ‘Didn’t It Rain’.

Maar Stagger Lee uit Nantes is bel et bien een bluesband en ze spelen la musique du diable met passie en overtuiging! Arnaud Fradin is de zanger en gitarist van soul, blues en funkband Malted Milk, die zijn twintigjarig bestaan viert eind dit jaar. Fradin wou een vijfmans akoestische bluesband samenstellen, die ook in duo kon optreden. Dom Genouel, voorzitter van Roazhon Blues, organisatie uit Rennes ter promotie van de blues, nodigde hem uit, maar op voorwaarde dat het kwintet elektrische blues zou spelen. Dat viel in goede aarde. Maar het kind moest een naam krijgen en die werd finaal… Stagger Lee! Naast Arnaud vinden we harpist Thomas Troussier, de jonge, getalenteerde (ritme)gitarist Max(ime) Genouel, bassist Miguel Hamoum en drummer Fabrice Bessouat. We besparen u de opsomming van de vele, hier zo goed als onbekende bands waar de groepsleden allemaal bij betrokken waren, maar beginnelingen zijn ze allerminst. Om maar iets te zeggen: de ritmesectie werkte entre autres al met James Harman, de betreurde Sean Costello, Barrelhouse Chuck en Josh Miller. Bessouat begeleidde o.a. ‘Mississippi Blues Diva’ JJ Thames, afkomstig van New Orleans. Live kan alles – swamp, Texas en Chicago blues – bij dit gezelschap, als het maar authentiek en onversneden is. Zelf hebben ze het graag over Muddy Waters, Louisiana Red, Magic Slim, Little Walter, maar ook Jimmy Vaughan, Cyril Neville… Stagger Lee trad nog samen aan met Jimmy Burns in maart en Kirk Fletcher (in april) Trouwens, op 6 maart was Fabrice Bessouat met Jimmy Burns  (maar zonder de andere leden van Stagger Lee) ook in Banana Peel! Hij kent dus de huisstijl. De avond vóór het BP-concert treedt Stagger Lee op in de buurt van Duinkerken. Ze moeten maandag 25 dus niet van ver komen en zullen in topvorm aantreden, hun motto indachtig: ‘Let The Music Heal Your Soul’. Die arme Billy Lyons moest geweten hebben waarvoor hij indertijd het leven liet…
U vindt Stagger Lee op https://www.facebook.com/nantes.bluesallstars/

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen