Mike WHEELER in BANANA PEEL BLUES CLUB te Ruiselede op maandag 30 september 2019

Mike Wheeler

Maandag 30 september 2019

 

Acts die na drie decennia besluiten om uit de schaduw te treden en zogenaamd solo te gaan, daar is heel vaak iets mis mee. We weten niet of er bij Mike Wheeler een hoek af is, maar we weten wel dat hij een glorieuze uitzondering is op wat de regel lijkt te zijn. Sinds zijn eerste concert met Lovey Lee in 1984 is Mike de ideale luitenant en sideman voor o.a. Cadillac Dave & The Chicago Redhots, Sam Cockrell & The Groove, Nellie Tiger Travis, Big Ray & Chicago’s Most Wanted. Met Big James & The Chicago Playboys nam hij vijf platen op. Ook met Peaches Staten, half december 2012 met het Chicago Blues Festival nog in de Banana Peel te Ruiselede, werkte hij samen (‘Live At Buddy Guy’s Legends‘) Wheeler stond verder op de planken met zowat iedereen die in de Chicago blues iets te betekenen heeft: Koko Taylor, Buddy Guy, B.B. King, Jimmy Johnson, Son Seals, Shemekia Copeland, de bij de oudere BP-bezoekers welbekende Willie Kent… Het werd dan zo stilaan toch tijd om een plaat onder eigen naam uit te brengen! Mike bracht eind 2012 ‘Self Made Man‘ uit, een verzameling van twaalf eigen songs (meestal in samenwerking gepend) plus een cover, ‘Let Me Love You Baby‘ van Willie Dixon. Mike was en is, dat laat zich raden, een uitstekend gitarist, maar de verrassing was dat hij tevens overtuigt als een soulvolle en geloofwaardige zanger, en een prima songschrijver blijkt te zijn. Zijn gevarieerde songs zitten muzikaal natuurlijk diep verankerd in de Chicago blues traditie en kan je beslist beschouwen als even zovele ‘hats off’ naar al zijn helden, die van vóór hem en die waarmee hij in zijn lange loopbaan het podium deelde. Hand in het vuur, maar er staat niet één misser op ‘Self Made Man‘. Zijn teksten liggen in de lijn van de blues storytelling, wat lieden als Robert Cray en Larry Garner zo beheersen (bij voorbeeld ‘Walking Out The Door’, waar Mike live een cynisch-hilarisch vertellement rond weeft) Enige gezonde zelfrelativering is hem niet vreemd, zoals dat tot uiting komt in de titelsong: ‘Well, I can’t blame it on nobody else, all the blame goes to myself, I’m a self made man and I made myself have the blues‘. Zelfkennis als begin van alle wijsheid! ‘Self Made Man‘ is, om het nog eens anders te formuleren, een klassiek Chicago album vol dampende blues en toefjes funk en jazz, en vol vrolijk stemmende verhalen, een uitstekend visitekaartje van iemand die het vak leerde in dienst van anderen, maar bewijst, met de gewaardeerde hulp van gelijkgestemden, dat hij dat stadium ontgroeid is. In 2014 werd Mike Wheeler opgenomen in de Chicago Blues Hall Of Fame, een uitgesproken erkenning van zijn verdiensten. Mike bleef echter niet bij de pakken zitten en zo pakte hij, ditmaal als frontman, de Banana Peel in (op 24 februari 2014, op 16 november 2015 en op 26 februari 2018) In 2016 bracht de Mike Wheeler Band dan ‘Turn Up!!’ uit (ook al op Delmark Records) Die band richtte hij op in 2001 en is intussen uitgegroeid tot een hecht kwartet, dat verder bestaat uit Brian James (keyboards; vriend van bij Big James & The Chicago Playboys en orkestleider voor vele groten, o.a. voor Lonnie Brooks), Larry Williams (five string bas, tevens jeugdvriend van Wheeler, zijn ‘funky brother’ en medesongsmid) en Cleo Cole (drums; deed zijn studies in het vermaarde Music Conservatory of Chicago) Mike Wheeler mag dan een laatbloeier zijn, hij is er één die een prachtig blues boeket voortbracht. Niet kwaad voor een self made man…

 

Antoine Légat.

 

Mike Wheeler (gitaar en zang) – Larry Williams (bas en backings) – Cleo Cole (drums) – Brian James (keyboards en backings)

 

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

TWEED featuring Gervis MYLES in BANANA PEEL BLUES CLUB te Ruiselede op maandag 23 september 2019

Tweed feat. Gervis Myles

Maandag 23 september 2019

 

Op 12 maart 2018 stond Tweed in Banana Peel, toen met de Smokey Holman Tribute. Zo graag hadden we toen Joseph ‘Smokey’ Holman zelf gehad om begeleid door Tweed de Banana Peel met zijn soulvolle stemgeluid in extase te brengen, en zo was dat ook gepland, maar het heeft niet mogen zijn: Smokey verloor zijn strijd tegen ‘de ziekte’ op 29 oktober 2017. De ziekte was vastgesteld in maart 2016, maar Smokey onderging een succesvolle celtransplantatie, zodat hij een aantal maanden later zo goed en zo kwaad als mogelijk zijn podiumactiviteiten hervatte. In die tussentijd had Tweed niet opgetreden, ervan overtuigd dat Smokey het zou halen. Tweed Funk heette de band sinds eind 2010. Maar hun geschiedenis begint véél vroeger. Ze maakten deel uit van wat je een soul revival kan noemen, in een dampende mix van Memphis soul, roots, R&B, funk en blues. De band, uit Milwaukee, Wisconsin, had meteen al als frontman Smokey Holmes. Legendarische soul- en funkartiest Curtis Mayfield zag hen optreden in Chicago en nam hen onder de arm. Ze heten vanaf dan Love’s Children. Mayfield schrijft een paar songs, zorgt voor een platendeal en in 1971 komen ‘Soul Is Love‘ en This Is The End’ uit. Smokey verlaat het jaar erop de band en stopt zelfs met muziek maken. Maar na een paar tussenstops vervoegt hij zoveel jaar zijn oude ploeg. Die valt vanaf 2012 meermaals in de prijzen valt in de eigen staat (vijf Wisconsin Area Music Industry (WAMI) awards), maar dat ook daarbuiten maakt Tweed Funk snel naam: ze spelen op de grote festivals, er komen optredens in Buddy Guy’s Legends en andere clubs, en ze openen voor grote namen als Shemekia Copeland en Buddy Guy. De twee eerste cd’s ‘Bringing It’ (2011) en ‘Love Is’ (2012) tonen het potentieel van deze stomende rootsy benadering van blues, soul en funk. Sindsdien zijn daar ‘First Name Lucky’ (2014) en ‘Come Together’ (2016) bijgekomen. Wat opvalt zijn de blazers die het R&B-karakter treffend onderstrepen (op die laatste zijn dat Andrew Spadafora op sax en Doug Wolverton op trompet) Het verdwijnen van Joseph ‘Smokey’ Holman dwingt de leden van Tweed Funk een keuze te maken. Ze nemen Gervis Myles onder de arm: in 2009 bracht Myles ‘Grace Gratitude Glory’ uit, een gospelplaat die laat horen dat hij uit het goede hout gesneden is. Ze besluiten onder de naam ‘Tweed featuring Gervis Myles’ de geplande tour af te werken als hommage aan de grote zanger, en zo is de cirkel rond.

 

Maar intussen gaat het leven verder en krijgen we het bezoek van Tweed feat. Gervis Myles, een volwaardige nieuwe start van een herboren formatie. Een viertal songs van Tweed feat. Gervis Myles kan men beluisteren op https://www.reverbnation.com/TweedfeaturingGervisMyles/songs . Op de site ( https://tweedmusic.wixsite.com/home ) vindt men onder meer een clip opgenomen tijdens het bekende Southern Bluesnight in Heerlen (NL), 17 maart 2018, dus rond de periode van hun vorige passage in Banana Peel: soepele, smeuïge funk waar Tweed het recept van heeft. We kijken reikhalzend uit naar deze spetterende seizoenopener.

 

Antoine Légat.

 

Tweed: Gervis Myles (lead zang) – Randy Komberec (gitaar en zang) – Andrew Spadafora (sax; keyboards) – Eric Madunic (bas en zang) – Dave Schoepke (drums en zang)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Wim CLAEYS, Frédéric PARIS, Gilles CHABENAT, Maarten DECOMBEL, Live en Flandre

Net geschreven…

 

Wim CLAEYS, Frédéric PARIS, Gilles CHABENAT, Maarten DECOMBEL, Live en Flandre.

 

Toen de nog erg jonge Wim Claeys (diatonisch accordeon) en Maarten Decombel (gitaar, mandola) het duo Göze vormden (2001), bleken ze fan van een ander duo, Frédéric Paris (klarinet, doedelzak, fluiten) en Gilles Chabenat (draailier) Die Fransen hadden met ‘De l’eau et des amandes’ (1995) een meesterwerk achter de kiezen, waar Göze zich aan laafde en spiegelde. Wat droomden les petits belges ervan om met hun Franse helden de degens te kruisen! In 2005 kwam dat er zowaar van: als kwartet toerden ze een week lang door Vlaanderen met een keuze vooral uit eigen werk en enkele traditionele stukken, Vlaamse en (centraal) Franse folk in een (ver)nieuwe(nde) synthese en met de nodige improvisatorische momenten. Alsof ze al jàren een kwartet vormden. Eén zo’n concert werd geregistreerd (door Koen Garriau), dat van 23 april 2005 in ’t Ey in Belsele. Twaalf sierlijke en geraffineerde nummers staan er op ‘Live en Flandre’. Zo toont opener ‘Où t’en vas-tu?’ (Paris) stijlvol welke rijke ader deze heren aangeboord hadden met dit project. Rest de vraag waarom er bij ons weten geen vervolg kwam op deze ‘match made in heaven’…

 

Antoine Légat.

 

P.S. Nummer elf, het elegante ‘Les Moissons’, werd geschreven door de vader van Frédéric, Jacques Paris, en (klein)dochter Cathérine zingt het hier.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

V/A, Absolutely Bluegrass. Over Eighty Classic Bluegrass Tracks On Three Discs

Net gescrheven voor Folkcorner Den Appel

 

V/A, Absolutely Bluegrass. Over Eighty Classic Bluegrass Tracks On Three Discs.

Bluegrass is een verrassend jonge telg in de Amerikaanse volkse muziek, de naoorlogse voortzetting van de stringbandmuziek, dat in Europese en Afrikaanse tradities wortelt. Bill Monroe was zowel de grondlegger (al duurde het even voor hij doorhad dat hij een nieuw genre had geschapen) als de naamgever: hij was namelijk afkomstig van Kentucky, de ‘Blue Grass State’. Centraal staat de klaaglijke, hooggestemde zang, die uitmondt in prachtige twee-, drie- of viervoudige harmonieën. Het instrumentarium is beperkt: five string banjo, fiddle, gitaar, dobro, mandoline en contrabas. De vele solo’s en de hoge graad van virtuositeit geven een jazzachtige structuur aan deze immer levendige muziek. ‘Absolutely Bluegrass’ verzamelt 83 nummers van de begindagen van het genre. Ze zijn er (op Doc Watson na, die pas in de sixties doorbrak) allemaal: Bill Monroe And His Bluegrass Boys, Lester Flatt & Earl Scruggs, Stanley Brothers, De overlapping met andere genres is onvermijdelijk, vandaar de aanwezigheid van countryartiesten als Roy Acuff of Louvin Brothers. Er is ook plaats voor de vooroorlogse pioniers van de pioniers, als de Carter Family (hillbilly music) of de Coon Creek Girls (stringband) Ondanks de afwezigheid van background informatie (dat is toch allemaal te vinden op het net!) is dit dan ook, met classics als ‘Orange Blossom Special’, ‘Alabama Waltz’ en ‘Will The Circle Be Unbroken’, een uitstekende introductie in een genre dat vandaag nog altijd even levenskrachtig is, zij het in veel meer vormen dan toen (Allison Krauss, Henhouse Prowlers, Punch Brothers…)

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Marilis ORIONAA, Ca-i!

Net geschreven voor Folkcorner Den Appel…

ÇA-I ! –
MARILIS ORIONAA
MEER INFO

Je moet natuurlijk wennen aan haar aparte tremolo vocalen (à la Elena Ledda), maar geen nood: volgens vele liefhebbers is Dominique Anne-Marie Narioo, beter bekend als Marilis Orionaa, begiftigd met één van de mooiste stemmen van dit ondermaanse. Na veel globetrotten, een universitair diploma (ze is classica) en tien jaar klaservaring, werpt de ‘trobadora’ zich vanaf 1990 op het lied in het Occitaans (of langue d’oc), de taal van haar streek, de Béarn (drie vijfde van het departement Pyrénées-Atlantiques) De wereld leert haar kennen met het prachtige ‘Balansun’ (1992), maar opvolger ‘Ça-i!’ (1996) is zo mogelijk nog straffer. Ze toont, met de steun van toppers als gitarist Olivier Kléber-Lavigne en percussionist Nicolas Martin-Segarra (nog steeds haar bandleden), de vele facetten van haar talent via overwegend eigen werk, herwerkte traditie, vertellingen en buitenbeentjes. Zo is er ‘Imne 1’, een stuk met boventonen opgenomen in… ’t Eynde (nu ’t Ey in Belsele) ‘Ça-i!’ haalt vele prijzen (o.a. bij de gezaghebbende bladen fRoots en Le Monde de la musique), maar meer dan twintig jaar na datum heeft ze met nummers als ‘Vent balaguèr landèro bandolèr’, ‘Etnocide’ en vocaal vuurwerk ‘Aost’ nog niets aan charme ingeboet… Hoe zou het ook: niemand zegt zo verleidelijk en ontwapenend als Orionaa: ‘Je suis Béarnaise!’ (Antoine Légat).

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘PINE – ‘The Wolves’ version’: comments

PINE – ‘The Wolves’ version. 1/ The Corridor (Bruce BHERMAN, cd The Nashville Sessions) 2/ New Moon (Steve GUNN, cd The Unseen In Between) 3/ St. Louis (THE SLOW SHOW, cd Lust And Learn) 4/ Stay (CAT POWER, cd Wanderer) 5/ The Last Day I’m Loving You (THE REVEREND SHAWN AMOS, cd 12 Ways The Reverend Loves You) 6/ Whispering Pines (Boz SCAGGS, cd A Fool To Care; singer: Lucinda WILLIAMS) 7/ Tired Of This Town (Cam PENNER, cd Trouble & Mercy) 8/ Sing To Me (Luther DICKINSON & SISTERS OF THE STRAWBERRY MOON, cd Solstice; singer: Amy HELM) 9/ Hurts (THE SLOW SHOW) 10/ Lightning Field (Steve GUNN) 11/ Foolish (Bruce BHERMAN) 12/ My Favourite Picture Of You (Guy CLARK, cd My Favourite Picture Of You) 13/ Hard To Hide (THE SLOW SHOW) 14/ Superlover (Luther DICKINSON & SISTERS OF THE STRAWBERRY MOON, cd Solstice; singers: BIRDS OF CHICAGO) 15/ The Wolves (MANDOLIN ORANGE, cd Tides Of A Teardrop) 16/ Horizon (CAT POWER) 17/ Morning Is Mended (Steve GUNN) 18/ Low (THE SLOW SHOW) 19/ Heaven’s Holding Me (Amy HELM, cd This Too Shall Light) (24 & 29 08 19) – While mapping out ‘HELL’, a substantial number of tracks didn’t match the concept of this collection of sturdy, sometimes even low down dirty up tempo songs, because the ‘drop outs’ are of a fragile, sensitive nature, wherein silence plays an important part. Although the songs of The Reverend Shawn Amos (bless you, Father!) and Boz Scaggs form the backbone of ‘HELL’, there was one song of each of them with a completely different nature. They defned the moody character of this ‘PINE’, the title of which of course refers to the song that Lucinda Williams sings on Scaggs’ ‘A Fool To Care’. ‘Whispering Pines’ is in fact a duet, and a memorable one. From then it became an easy ride: we finally got hold of ‘The Nashville Sessions’ by Bruce Elliott, better known as Bruce Bherman. one of our favourite singer-songwriters (and guitar players) We could write an in depth essay on the merits of the man and his latest record, but we prefer to refer to a briljant review online. So do yourself a favor and read all about it at https://www.cultuurpakt.be/cd-lp/bruce-bherman-the-nashville-sessions/ (thank you, Philippe De Cleen!) A stroke of luck was the release, just a few days before ‘PINE’ was conceived, of the third The Slow Show, another of our favourite weeping willows. It all fell into place: the record by Luther Dickinson with some great artists, like Amy Helm and Birds Of Chicago (=Allison Russell & JT Nero), both to be found regularly on our compilations, these recent years. ‘Superlover’ was already featured on the Birds’ ‘Love In Wartime’. Some tracks by Steve Gunn and Cat Power sounded like they were written for ‘PINE’. ‘The Wolves’ by Mandolin Orange is a plea for humanity: the wolves are those Americans who treat immigrants like dirt, or like enemies. The old lady in the song is the Statue Of Liberty, something the US critics didn’t understand at first, which threatened to snow the actual message under. But make no mistake: this is in fact taking a stand against blind hatred and for a human attitude. The two older tracks we selected, by Cam Penner and Guy Clark, weren’t just chosen for the fact that they blend in well (they do, and wonderfully so!), but we are quite fond of these tunes. The homage Clark wrote for his deceased wife through that famous photograph of her is one of the most touching songs ever written. We could certainly write much more, but in this case the songs tell it all, as is proven by Amy Helm’s ‘Heaven’s Holding Me’ (These comments August 29th 2019)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Peter WARD, Train To Key Biscayne

Lange versie van de recensie net verschenen in Back To The Roots, gedrukt bluesmagazine, van augustus 2019, blz. 58. De toevoegingen staan tussen rechte haakjes ( [ … ] )

 

PETER WARD: TRAIN TO KEY BISCAYNE

Gandy Dancer Records GDR #003

 

In zijn jonge jaren trad zanger-gitarist Peter ‘Hi-Fi’ Ward (uit Lewiston, Maine, maar verhuisd naar New England, meer bepaald Boston, Massachusetts) aan met Sugar Ray (Norcia) & The Bluetones, waarbij Ronnie Earl gitaar speelde en Peters broer Michael ‘Mudcat’ baste. Hij begeleidde occasioneel toerende bluesartiesten, als Jimmie Rodgers, Sunnyland Slim, Lowell Fulson. En hij deed verspreid in de tijd sessiewerk, tot zelfs voor John Mayall en Alexis Corner. In de jaren tachtig toerde Ward met The Legendary Blues Band (1980-1993), gegroeid uit de begeleidingsband van Muddy Waters. [Zo kan je Peter horen met The Legendary Blues Band op ‘Red Hot And Blues’, waar ook Duke Robillard van de partij is.] Peters heldere [, beheerste en rustige] gitaarstijl doet denken aan die van Louis Myers van die band, Chicago blues oude stijl. [In 2010 produceerde hij ’Goodbye Liza Jane: Hello Western Swing’ voor Herb Remington, ooit nog lid van Bob Wills And His Texas Playboys)] In 2017 nam hij een eerste soloplaat op, ‘Blues On My Shoulders’. Die werd zo goed onthaald dat dit jaar een opvolger ‘Train To Key Biscayne’ verschijnt. Een plejade aan bluesgroten annex vrienden uit New England doet mee op de twaalf overtuigende songs van eigen makelij: Sugar Ray Norcia, Ronnie Earl, Luther ‘Guitar Junior’ Johnson, Johnny Nicolas (zang), broer Mudcat, in de stijlen die Ward al zijn hele leven beoefent, naast blues, ook country en western swing. Zangeres Michelle ‘Evil Gal’ Willson schittert in ‘I Saw Your Home’ en ‘Coffee Song’. Mooie momenten alom: ‘The Luther Johnson Thing’, ingezongen door… precies! Sugar Ray blinkt uit op ‘A Westerly Sunday Night’, Nicolas op het titelnummer (er is in Key Biscayne trouwens geen treinstation!) Peter zingt zelf de aanstekelijke stamper ‘Something Always Slows Me Down’ (Anthony Geraci piano!) [Ontroering in de afsluitende instrumental ‘Anthony’s Son’, over de overleden zoon van pianist Anthony Geraci.] Vanzelfsprekende klasse!

 

Antoine Légat.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen