Commentaren bij ‘LOOKING BACK XIX’

LOOKING BACK XIX. 1/ How Sweet To Be An Idiot (Single Version) (Neil INNES, cd How Sweet To Be An Idiot – The Original 1973 Album – Bonus Singles; 2019; cd 2) 2/ Lake Marie (John PRINE, cd Lost Dogs + Mixed Blessings; 1995) 3/ St Cloud (Neal CASAL, cd Basement Dreams; 2001) 4/ Roll Away (Kevin MULLIGAN, cd International; 2001) 5/ Macho City (Short Version) (1981) (STEVE MILLER BAND, cd Selections From The Vault; 2019) 6/ Another Place, Another Time (Bryan FERRY, cd Live At The Royal Albert Hall 1974; 2020) 7/ Great Rain (John PRINE, cd The Missing Years; 1991) 8/ Johnson Blvd. (Amos LEE, cd Mountains Of Sorrow, River Of Songs; 2013) 9/ The Big Old American Dream (Nathan BELL; cd Love > Fear (48 Hours In Traitorland); 2017) 10/ Shoeshine Boy (Gerry RAFFERTY, cd Who Knows What The Day Will Bring? (The Complete Transatlantic Recordings1969-71) – uit cd 1: The Humblebums; 2019) 11/ You Got Gold (John PRINE, cd The Missing Years) 12/ A Hard Rain’s A-Gonna Fall (Bryan FERRY; comp. Bob DYLAN) 13/ Great North Plains (Kevin MULLIGAN) 14/ Burden (Amos LEE) 15/ Way Back Then (John PRINE, cd The Missing Years) 16/ Lean On Me (Sabrina STARKE, cd Lean On Me, 2013; comp. Bill WITHERS – 1972) 17/ Cover Me Up (Jason ISBELL, cd Southeastern; 2013) 18/ Feel No Shame (Neil INNES, cd How Sweet To Be An Idiot) (17 05 20)

LOOKING BACK XIX’ is eigenlijk het nummer eenentwintig in de reeks want er waren in het begin nog een ‘LB Ibis’ en ‘LB XXL’. Volume XIX komt heel snel na ‘LOOKING BACK XVIII’. Dat was niet gepland, maar het kwam in een stroomversnelling toen ik erachter kwam dat men (eindelijk!!!) de eerste soloplaat van Neil Innes opnieuw had uitgebracht en het titelnummer al sinds 1973 zowat ons leidmotief was, tot op heden. Innes was commercieel dan ook een randfiguur, dat wordt zo meteen duidelijk. Maar als het op zijn creatieve uitingen betreft, is de man beslist geen randfiguur. We verwijzen met aandrang naar de Engelse Wiki. We geven slechts enkele scharniermomenten aan via namedropping: zijn ontmoeting met die geniale Vivian Stanshall maakte dat hij toetrad tot de Bonzo Dog Doo-Dah Band, later gewoon Bonzo Dog Band, moederschip van heel wat projecten binnen muziek, comedy, theater, enzovoort. Zoals Wikipedia he zegt: ‘Combining elements of music halltrad jazz and psychedelic pop with surreal humour and avant-garde art, the Bonzos came to the public attention through a 1968 ITV comedy show, Do Not Adjust Your Set’. Innes schreef onder veel meer ‘The Equestrian Statue’, ‘I’m The Urban Spaceman’ en ‘Death Cab For Cutie’. Het eerste was gewoon mesjogge, het tweede werd een hit, het derde kwam in The Beatles’ ‘Magical Mystery Tour’ terecht en werd de naam van een van de beste bands van de laatste jaren… Waar Innes verder niets mee te zien heeft.

Via de Bonzo’s en een kinderserie kwam Neil in contact met Eric Idle, Terry Jones, Michael Palin en Terry Gilliam… Het latere Monty Python dus (op John Cleese na)! Vandaar ging het naar GRIMMS, een band die muziek, non-sensicale comedy, visual arts en toneelkunsten verbond, drie platen en bij de eerste een uniek boek (Nee! U kan ons exemplaar niet kopen!) Het lag dicht bij Monty Python en inderdaad, zonder tot het team te behoren droeg hij zijn steen bij aan twee platen en sketches (schrijven, muziek, performen) Hij trad ook live aan, zoals in New York in 1976, waar hij onder de naam Raymond ScumProtest Song’ bracht in Dylan stijl, compleet met mondharmonica. Zijn introductie luidde: ‘I’ve suffered for my music… Now it’s your turn!’ Hij was tevens betrokken in ‘Monty Python and the Holy Grail’ met twee songs en een paar rollen. Hij had een rol in ‘Life Of Brian’… En van wie dacht je dat het fluiten komt op ‘Always Look On The Bright Side Of Life’? Het leverde hem de eretitel van ‘Zevende Monty Python’ op (zie film ‘The Seventh Python’ (2008)) Herinnert u zich de briljante Beatlespersiflage The Rutles (‘The Prefab Four’!) nog? Daar schreef groepslid Innes een schat aan songs voor. Zijn pastiches waren zo goed dat hij voor de rechtbank werd gesleept door de eigenaars van de Beatlescatalogus et een ‘beschuldiging’ al even knotsgek als de hele situatie. Zijn rol van Ron Nasty in de twee serie en de film was vanzelfsprekend geboetseerd op John Lennon. De songs werden verzameld op de cd ‘The Rutles’. Later kwamen The Rutles nog eens bij mekaar.

Maar zoals gezegd: de geschiedenis is veel complexer dan wat we hier kunnen neerpennen. Veel heeft hij n.a.v. een project van de BBC verzameld op ‘The Innes Book Of Records’ (1979) In de jaren tachtig richt hij zich op projecten voor kinderen. En nog later komen er een resem reünieconcerten (er is veel recuperatie!) en de Idiot Bastard Band. Het lijkt vreemd dat iemand die zo’n schat aan liederen schreef, nooit buiten de kring van de kenners is geraakt, maar daar is ie zelf verantwoordelijk voor: PR kon hem geen barst schelen. Als hij maar kon schrijven en spelen. Rest er ‘How Sweet To Be An Idiot’: als LP hebben we die veel gedraaid. Er is het al vermelde titelnummer, maar de plaat staat vol met liedjes van allerlei aard die zijn veelzijdigheid en sprankelende fantasie dienen. Op LB XIX vind je enkel nog ‘Feel No Shame’, een nummer dat gaandeweg compleet over de top gaat. Dat is natuurlijk wetens en willens. Immers was Innes een geboren en getogen spotvogel.

Op Facebook kregen en krijgen we geregeld vragen naar welke liedjes ‘in onze top tien staan’. Dan konden we verwijzen naar een ouwe clip van ‘How Sweet…’. Die gebruikte de single versie (maar vreemd genoeg zonder Innes’ Mickey Mouse stem die tegen het einde aan op die single versie staat, rond 2’07”) De clip laat zien waar het bij de hierboven vermelde bands visueel om draaide, met eenvoudige en goedkope maar bijzonder effectieve effects en ze laat ook het ongewone hoofddeksel (‘If it looks like a duck…’) zien dat Innes wel vaker aan deed op toneel… (zie  https://www.youtube.com/watch?v=nZ9EWcaS7II) Telkens weer gingen we op zoek naar een cd uitgave van de hele elpee (er was ooit een heruitgave geweest, maar blijkbaar toch niet voor lang…) Groot was onze verbazing toen we enkele weken geleden ontdekten dat ‘How Sweet…’ eindelijk verkrijgbaar was (dan nog met een vloot extra’s) Toen we het boekje met de overigens uitstekende commentaren openden, kregen we een opdoffer te verwerken: Neil was overleden op 29 december 2019. Dat was wellicht de reden om deze historische plaat eindelijk uit te brengen, en zoals het hoort. Nu nog ‘The Innes Book Of Records’… Waarom ‘How Sweet…’ zo’n ‘chanson de chevet’ is? Wel, de held in het lied is een pathetische anti-held, een loser eerste klas, de weerloze pineut… Maar aan het eind klinkt toch het door, vastberaden in al zijn breekbaarheid: ‘But I still Love you… Still love you’…’

Onze diepe waardering voor John Prine moeten we niet meer bewijzen. We zijn bijzonder blij met de vele reacties die zijn dood (door het infame virus) heeft getriggerd op de sociale media: de verhalenverteller was veel meer geliefd dan het stille legioen bewonderaars liet doorschemeren. Er werd gevraagd of er niet één album was waar we een speciale herinnering aan koesteren en nu wil het toeval dat er toch zo’n album is, zeker! ‘The Missing Years’ zal je niet vlug vinden in top 5 van zijn 22 albums (we weten het eigenlijk niet, het zou nog kunnen verrassen) maar de melodierijkdom, de lichtvoetigheid en de optimisme die het kenmerken hebben ons altijd aangesproken (zeker van iemand die met zwaarwichtige thema’s ons geweten geregeld kwam teisteren) ‘Way Back Then’ en ‘You Got Gold’ zijn goede voorbeeld van de vele charmante melodieën die je hier vindt, ‘Great Rain’, is dan weer een heavy blues die je niet zou associëren met Prine.

Het leek ons ook een uitgelezen kans om het prijsnummer van daaropvolgende cd nog eens te presenteren: ‘Lake Marie’. De geschiedenis van de ‘twin lakes’ en zijn (zogenaamd?) zelfbeleefde avonturen daar, sleuren John en ons waar we nooit dachten te komen. Wat een story, wat een associaties. En toch, telkens je die song hoort, geraak je in de ban van… van… ja, van wàt eigenlijk?! Het valt ons op dat we vele zinnen uit ‘Lake Marie’ te pas en te onpas gebruiken, bij voorbeeld bij de BBQ! Geniaal ook, die verwerking van ‘Louie Louie’ van The Kingsmen. ‘Ah baby, we gotta go now’…

We hernemen hier graag de commentaar die we kortgeleden schreven voor reguliere compilatie ‘MIND’… Wij waren zo stom om Neal Casal (1968-2019) bij zijn Brusselse concert, omzeggens twintig jaar geleden, te vragen of die plaatsnaam iets te zien had met de Franse stad… Minzame Neal nam me die bijna-blunder niet kwalijk (ik leerde hem nog over het bestaan van die stad!) Op dat moment had hij ‘Basement Dreams’ uit, een prachtige plaat met niet minder dan 23 liedjes, vele heerlijke, haast klassieke songs. Het was al zijn vijfde plaat, nog lang voor zijn periode als gitarist bij The Cardinals, de band van Ryan Adams. In totaal bracht hij een dozijn soloplaten uit (hij speelde ook bij diverse bands), maar de laatste ‘Sweeten The Distance’ dateert al van 2011. We dreigden hem te vergeten, tot zijn zelfmoord op 26 augustus 2019. Iemand die hem ook in die laatste jaren volgde, wist te vertellen dat een stalker hem de dood injoeg, iets wat we niet kunnen bevestigen of ontkennen. Wat we wel beamen is dat Casal een straffe gitarist was, een verfijnd songschrijver en een hele lieve man. We dachten eraan ‘St Cloud’ hier te plaatsen omdat we bijzonder veel reactie kregen op onze eerder toevallige Facebook post: velen bleken Casal te ontdekken via dit pareltje, een dot van een gebroken hartlied: ‘You wouldn’t take me as your lover, and I know/There’s no way to recover the love that you’ve lost’. Been there, underwent that, Neal…

Voorlopig beschikken we niet over de financiën om ons ‘Welcome To The Vault’ aan te schaffen van de Steve Miller Band. De schitterend uitgegeven box bevat drie cd’s en één DVD met meer dan 50 track uit Steves archieven, 38 niet uitgebracht, 5 zelfs nooit eerder uitgegeven. De DVD bulkt van de bijzondere livemomenten. Een boek van 100 bladzijden (en een aantal props) vervolledigt deze collectie. Hebbeding! Wel betaalbaar bleek ‘Selections From The Vault’ met 13 tracks uit het grotere aanbod. Waarom ‘Macho City’ en bij voorbeeld niet de radicaal her-dachte versie van ‘Take The Money And Run’, een van zijn beste songs tout cort? ‘Macho City’ mag dan niet Steves strafste prestatie zijn, maar toen het nummer in 1981 uitkwam in een korte en in een uitermate lange versie (een hele plaatkant) heb ik van beide veel genoten. U moet er niet meer achter zoeken!

Kevin Muligan doet wellicht weinig belletjes rinkelen, in tegenstelling tot de grote Amerikaanse jazzsaxofonist Gerry Muligan bij voorbeeld. We kenden de Belgische gitarist, producer en tekstdichter Kevin Mulligan nauwelijks meer dan van naam. Maar we tikten deze live opgenomen cd ‘International’ op de kop, voor nul euro trouwens, en daar kregen we geen spijt van. De twee hier toegevoegde songs zijn niet de enige geslaagde eigen nummers of covers. Kevin geniet de steun van een boel topmuzikanten. We vinden onder anderen Evert Verhees, Barry McNeese, Chris Joris, Steve Willaert. Nee, Mulligan misstaat niet te midden het toch wel sterke aanbod…

In 1974 was ik zware fan van Roxy Music: die konden niks verkeerd doen, de eerste vier platen! Zanger Bryan Ferry bracht op de koop toe een opvallende eerste soloplaat uit, vol wel gekozen covers, vaak songs van veel oudere datum. ‘These Foolish Things’, niet te vergelijken met zijn werk bij het avant-gardistische Roxy. Dat hij met dat repertoire en dat van opvolger ‘Another Place, Another Time’ optrad hebben we wel geweten, maar nooit meer wat van vernomen… Tot dit jaar: pas nu zijn de opnames van de Royal Albert Hall klaargestoomd voor release! Hoe dat komt, weten we (nog) niet. Dat de cd er vooralsnog gekomen is, hangt samen met een uitgebreide toer die op dit ogenblik had moeten plaatsvinden (zo hebben we toch nog IETS in deze barre tijden), maar het is hoe dan ook spijtig dat deze schitterende uitvoeringen zo lang stof zaten te vergaren… In elk geval is ‘Live At The Royal Albert Hall 1974’ een bijzonder genietbaar werkstuk.

Amos Lee is een singer-songwriter uit Philadelphia en bestrijkt een breed gamma, van jazz over (akoestische/funky/bluesy) soul naar tegen country leunende folk. Hij wordt wel eens vergeleken met John Prine, Norah Jones (die zich artistiek met Lee inliet) en Bill Withers. Mja… De eerste vijf van zijn zeven platen kwamen uit bij Blue Note, het archetypische jazzlabel. Hij heeft veel soundtracks afgeleverd voor TV en film, en hoewel hij nooit echt het grote publiek heeft omvergeblazen (hoewel zijn vierde ‘Mission Bell’ uit 2011 een ‘hit’ was), wordt hij alom gerespecteerd en aanzien voor een uitmuntend songschrijver en performer. Van zijn vijfde ‘Mountains Of Sorrow, River Of Songs’ serveren we twee songs die tonen dat de man heerlijke songs schrijft. Zet die songs maar uit je hoofd na beluistering!

Zijn naam viel hier al. De laatste weken viel hij helaas veel: Bill Withers. De voormalige monteur van toiletten in Boeings is niet meer (1938-30 maart 2020) We zagen hem nooit live, maar we volgden hem wel sinds ‘Ain’t No Sunshine’ ons in 1971 betoverde. Er is natuurlijk het geweldige ‘Live At Carnegie Hall’ van 1973 om ons gemis een beetje goed te maken. Er zijn in de loop van de vorige weken talloze hommages geweest en er werden platen en projecten opgerakeld die rond de man ooit werden opgezet. Maar we vonden geen spoor van ‘Lean On Me’ van de Surinaamse singer-songwriter Sabrina Starke, die vooral grossiert in soul, R&B en jazz. Die plaat bevat twaalf songs van Bill, voor het grootste deel het bekende werk. We kozen het titelnummer, dat exemplarisch voor de zorg die aan ‘Lean On Me’ werd besteed. Thanks, Bill, voor al die mooie momenten. It’s gonna be a lovely day!

Jason Isbell was tussen 2001 en 2007 lid van de southern rockband Drive-By Truckers. Die bestaan nog en leveren nog altijd sterk werk af: een paar songs van hun recente ‘The Unraveling’ vind je weer op ‘LUCK I & II’. Met zijn band 400 Unit heeft Jason Isbell sindsdien flink wat weg afgelegd. Elk nieuw album (sinds ‘Sirens Of The Ditch’ uit 2007 zijn dat er zeven) krijgt veel lof toegezwaaid. Het bijgevoegde ‘Cover Me Up’ laat horen waarom. (Deze commentaren 04 06 20)

P.S. Bijna vergeten: van Gerry Rafferty is het vroege werk van vóór Stealers Wheel sinds 2019 verkrijgbaar op cd. We weten niet of dat al eerder gebeurde of niet. Wij hadden sinds de seventies de elpees ‘The Humblebums’ met komiek Billy Connolly (maar die speelt op de platen geen rol, wel latere gezellen Joe Egan en Rab Noakes) en zijn eerste echte soloplaat ‘Can I Have My Money Back?’ (plus nog elf bonus tracks) Raffo was op dat moment al op kruissnelheid gekomen, want de 31 tracks van de twee platen zijn nooit minder dan uitstekend. Een paar zouden in latere dagen nog opduiken (zoals ‘Didn’t I?’ en ‘Mary Skeffington’) ‘Shoeshine Boy’ leek ons een goeie introductie tot het toenmalige universum van de Schotse songsmid.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s