ESTATE in Arscene te Hansbeke op zaterdag 27 mei 2017

Zie ook http://www.rootstime.be, sectie ‘LIVE’

ESTATE in Arscene te Hansbeke op zaterdag 27 mei 2017: ‘Was Arscene, wellicht wegens het verlengde en erg zomerse weekend, niet gans gevuld, dan was dat niet te horen in het stormachtige, zeg maar zuiderse applaus

 

Ervaringen kunnen parallel lopen. Voor de internationale naam en faam van de Braziliaanse muziek is vooral één feit van cruciaal belang: de release van de mythische jazz/bossa nova plaat ‘Getz/Gilberto’ uit 1964, waarop het tot een unieke samenwerking kwam tussen Amerikaans saxofonist Stan Getz, Braziliaans gitarist João Gilberto en pianist Antonio Carlos ‘Tom’ Jobim, die zijn meesterlijke songs aanbracht. Dat werd in het licht gezet via de wereldsuccessen die zangeres Astrud Gilberto had met ‘Corcovado’ en vooral ‘The Girl From Ipanema’, van die plaat afkomstig. Dat was allemaal ook hier heel bekend. Toch lezen we dat drummer Tony Gyselinck in 1966 een Braziliaanse elektroshock kreeg via het aanhoren van Sergio Mendes & Brasil 66. We hadden precies hetzelfde voor in tijden waarin de media anders in mekaar zaten dan nu. Het resultaat was hetzelfde: de magie van alvast dat segment van de Braziliaanse muziek was iets waar je als muziekliefhebber én -beoefenaar niet onderuit kon.

 

Tony is een slagwerker buiten categorie. Zijn metronomisch exacte, complexe roffels zijn niet alleen in de jazzmiddens zeer gegeerd. Denken we maar aan The Rhythm Junks, het trio met mondharmonicavirtuoos Steven De bruyn en bassist Jasper Hautekiet. Tony’s liefde voor Braziliaanse melodieën en ritmes is opvallend. Zo maakte hij deel uit van Aqui Vem O Sol (Portugees voor ‘Here Comes The Sun’), boeiend initiatief van docent jazzpiano Johan Sabbe met Braziliaanse classics in de bossa nova, project dat maar een kort bestaan beschoren was. Spijtig, want hun concert in Arscene toonde potentieel. Bassist Gene Wild richtte Estate (Engels voor onder anderen ‘landgoed, domein, groot eigendom’) op. Toen Tony de groep vervoegde, wist hij dat Gene de ideale bassist is voor bossa en aanverwanten.

 

Omdat Gene niet van plan was om de hele tijd de klassiekers te spelen, ging hij op zoek naar (althans hier) minder bekende songs, wat een serieuze zoektocht moet geweest zijn. Uiteraard moest de ritmesectie toch een melodische aanvulling krijgen. En waarom dan niet gaan voor het kruim van onze muzikanten? De oude garde wordt vertegenwoordigd door Rony Verbiest, een reus als saxofonist en accordeonist. In deze context haalde hij echter bandoneon, klarinet en mondharmonica boven. Maar ook de jonge garde speelt mee in de persoon van pianist en toetsenman Bas Bulteel, winnaar van de Klara Muziekprijs voor Beste Jazz Cd 2015. Estate is daardoor een kwartet dat de liefhebber doet watertanden.

 

Maar de theorie betekent niet veel, als het hart er niet in zit. Daarom was het zo… hartverwarmend te ervaren dat de drie iets oudere heren in vuur en passie niet moesten onder doen voor de ‘jonge snaak’. Niet alleen was er de tomeloze inzet op het eigen instrument (of de eigen instrumenten), maar je zag ze ook naar mekaar glimlachen, telkens er een vaardige, snedige solo passeerde, en dat was eigenlijk slag om slinger zo. Rony speelt in de opener bandoneon en, ja, dat associeert men natuurlijk niet meteen met samba, bossa of tropicalismo, maar wel met Buenos Aires en de Argentijnse tango. Het is meteen het eerste huzarenstuk van de avond. Rony slaagt erin er geen huzarensla van te maken, maar danst netjes op de scheiding van beide landen met zelfs een korte, maar onmiskenbare verwijzing naar Astor Piazzolla. Het nummer begin en eindigt met een heerlijke roffel van Tony. In dat verfijnde slot is er zelfs plaats voor klarinettoetsen: aan de zuiderse zwier van de bijna uitsluitend instrumentale muziek beantwoordt grote finesse. In elk geval is het letterlijk een magistrale start van het concert.

 

Bovendien laten deze mensen plaats aan andere genres en lichaamsvreemde composities: ‘Photographia’ is een heerlijk Zuid-Amerikaans muziekje (met een va et vient van solo’s van bas, harp en Bas. ‘Triste’ is net het omgekeerde van zijn titel: de klarinet stuurt dit haast vrolijke uptempo nummer. Maar er is ook een compositie van Bas, ‘Time To Slow Down’, dat zich wel aan zijn titel houdt… al laat Rony zich op het einde meeslepen in een frivool slot. En Gene zingt zich doorheen ‘Sunny Side Of The Street’ (gepend in 1930; er is wat twijfel over het ware auteurschap, maar het lied werd een jazz standard… en meer) Het slotnummer van deel één is ‘Estate’ dat rustig begint, maar op het einde danig versnelt. Tony tovert met de stokken en het voetenwerk, maar eigenlijk is dat doorlopend het geval.

 

Ook de tweede set begint met bandoneon, maar nu klinkt ze wel opvallend ‘Braziliaans’. ‘Sous le ciel de Paris’ lijkt ver verwijderd van het basisgegeven, maar de intro/approach van Tony, waar Rony naar verwijst, zorgt voor de juiste sfeer in deze klassieker, die men al snel aan Edith Piaf, Juliette Gréco of Yves Montand linkt. Maar dit chanson werd voor het eerst gezongen door Jean Bretonnière in de gelijknamige film van 1951. Ook in de States werd het bekend als ‘Under Paris Skies’ via ondermeer Bing Crosby, Paul Anka en Duke Ellington. Er zijn niet enkel schier onbekende parels uit de Braziliaanse liederschat, ook een evergreen mag an bod komen: ‘Agua de Beber (Drinkbaar Water)’ is zo’n topper waarvan Tom Jobim de muziek schreef en de ginds terecht als een grote poëet beschouwde Vinicius de Moraes de lyrics bedacht. Hoewel ze beiden de eerste opnames ervan hadden, was het Astrud Gilberto die het in 1965 tot buiten Brazilië groot maakte.

 

Seresta – Samba For Carmen’ zet ons op weg naar een passend slotakkoord, het iconische ‘Bluesette’, dat Toots Thielemans zijn ‘social security number’ doopte. Al eerder viel het hoge Tootsgehalte op in het harpspel van Rony, maar hier leeft hij zich uit in het spoor van de grootmeester. ‘Bluesette’ krijgt een fraai arrangement aangemeten. Was Arscene, wellicht wegens het verlengde en erg zomerse weekend, niet gans gevuld, dan was dat niet te horen in het stormachtige, zeg maar zuiderse applaus: de aanwezigen konden dit duidelijk naar waarde schatten. Een bisnummer? Jawel. Maar geen vuurwerk meer, wel een tedere verstilde uitvoering van ‘What A Wonderful World’, song die te vaak gebracht werd door (veel) mindere goden. Maar het is en blijft ondanks die overbelichting een schitterende ode aan het leven en de vriendschap. Dat liet de eerste uitvoering van Louis Armstrong (1967) al uitgebreid horen en dat is dan ook de definitieve versie. Dankzij Rony’s harp is ook dit een memorabele uitvoering, wat bij uitbreiding geldt voor het hele concert. Nu maar hopen dat dit schitterende programma op vele plekken te horen zal zijn, de komende tijd…

 

Antoine Légat (30 mei 2017)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s