CATFISH & COTTON met ‘Driving Down The Blues Highway’, geïllustreerd bezoek aan de bakermat van de blues, in Soul Bar te Zomergem op vrijdag 24 maart 2017.

Verschenen in http://www.rootstime.be op 29 maart 2017

Na heel wat omzwervingen -een voorgeschiedenis die ze live op een onbewaakt moment met veel humor en relativering uit de doeken doen- vonden broer Luc en Marc Borms mekaar terug in hun gemene liefde voor de vooroorlogse blues. Catfish & Cotton was geboren. Ze gingen dan ook meermaals op tocht naar en doorheen de bakermat, de Mississippi Delta en de plekken verbonden met deze allerindividueelste expressie van universele emoties. Ze trokken met hun stoute schoenen langsheen de Mississippi River en volgden Highway 61, de Blue Highway, bezochten mythische plekken als Clarksdale, Memphis en New Orleans uit het naburige Louisiana, maar ook niet zo legendarische, daarom niet minder boeiende negorijen, juke joints, groezelige hotels, kerkhoven en andere pleisterplaatsen, verbonden aan één of andere bluespionier. Vanuit Highway 61 trokken vele arme stakkers toen noordwaarts op zoek naar een beter leven. Hoe zou anders de Chicago blues ontstaan zijn? Ze werden daarbij geholpen door een nauwgezette voorbereiding (een echte road book) en het feit dat ze een aardig stukje kunnen zingen en spelen (Luc is een bolleboos op de mondharmonica en Marc speelt aardig piano), zozeer dat ze een geloofwaardige blues kunnen neerzetten. Heel wat deuren gingen open en heel wat locals lieten Luc en Marc wat graag delen in hun kennis. Dat resulteerde in een kijkboek ‘Driving Down The Blues Highway’ en een op maat gemaakte cd.
In het boek staat natuurlijk veel meer dan je op één avond kan vertellen, maar wat Marc & Luc op zo’n avond aanbieden is tegelijk veel meer: ze tonen dia’s van hun reizen, vertellen anekdotes. Ze laten het verhaal meanderen, diepen op wat op dat moment relevant blijkt, à la tête du client. Er is plaats voor grappen en grollen, er is de livemuziek, er zijn de vragen en reacties uit het publiek in één grote mix van sound and vision. Zo was het ook op vrijdagavond 24 maart in de gezellige Soul Bar in Zomergem, waar uitbater Dries zijn liefde voor livemuziek botviert via uitgelezen concerten en deze ‘spreekbeurt’, zoals we die zelf op school maar al te graag beleefd hadden. Het was zaak om goed rechtop zittend, de armen gekruist aandachtig te luisteren (en niet aan de pigtails van het meisje voor ons te trekken) De twee staken van wal met ‘Key To The Highway’. Je kan een tocht langsheen Highway 61 niet beter beginnen dan met deze song, die vele levens kende, maar vooral geassocieerd moet worden met Big Bill Broonzy en veel later Little Walter, Eric Clapton en de Stones. De toon was gezet. Al snel belandden we in het Riverside Hotel in Clarksdale. Toen het nog een hospitaal voor zwarten was stierf Bessie Smith er na een auto-ongeval, vanaf 1944 was het een hotel waar ondermeer Sonny Boy Williamson II, Robert Nighthawk en Ike Turner overnachtten. Het is niet de Ritz, maar het is daarom wel één van die plekken die een rol speelden in de bluessaga. Vandaar trekken we naar de Ground Zero Blues Club, mede opgericht door acteur Morgan Freeman, die je daar vaak tegenkomt.

 

Het zou ons te ver leiden om alles op te sommen wat in hoog tempo (maar met de nodige rustpunten) aan bod komt. We onthouden speciaal de dia’s en commentaren bij de fraaie murals, de muurschilderingen in Tutwiler, het graf van Sonny Boy Williamson II, het Family Delta Gospel Festival (waarvoor we even overspringen naar Helena in Arkansas), de ontmoeting met de intussen voor twee derde overleden Holmes Brothers (Luc heeft daar een bijzondere story over te vertellen, maar die laten we graag aan hem over…), de Sun Studio van Sam Phillips in Memphis (waar Elvis Presley, Johnny Cash, Carl Perkins, Jerry Lee Lewis, BB King kind aan huis waren), de Gibson gitarenfabriek, boeiende  figuren als ‘Sunshine’ Sonny Payne (die presenteert de oudste radio blues show ter wereld, begonnen in 1941 en nog steeds actief!) en Adam Gussow (professor en mondharmonica guru wiens tutorials voor iedereen online staan) Ondertussen zijn al ‘Blues Before Sunrise’ (Leroy Carr), ‘Death Don’t Have No Mercy’ (Reverend Gary Davis), ‘Mean Mistreating Mama’(Elmore James) en de als hommage opgevatte ‘Cotton Crop Blues’ van James Cotton (eerder die week overleden) de revue gepasseerd. En dan is het nog maar pauze!

 

We gaan er nu vlug overheen, al is het tweede deel even intrigerend en relevant. Onze commentaar is zere partieel, enkel om een idee te geven, want er komt veel meer aan bod. We laveren langsheen Mississippi Fred McDowell (mentor van Bonnie Raitt), Alan Lomax (de musicoloog zonder wiens onverdroten speurtocht naar the real thing veel van de erfenis verloren zou gegaan zijn), Bill Abel. Die man is zowat de koning van de cigar box, de zelfgemaakte gitaren uit restmateriaal, maar betitelt men nog vaak als ‘Delta’s best kept secret’. Dockery Farms (of Dockery Plantation) blijkt weer zo’n plaats waar bluesmensen bijeenkwamen, omdat ze er woonden en/of werkten: zo Charley (of Charlie) Patton, de ‘Vader van de Delta Blues’ (we kennen slechts één foto van deze oerpionier, maar hebben gelukkig wel wat opnames), Willie Brown, Tommie Johnson, Robert Johnson, Chester ‘Howlin’ Wolf’ Burnett, Roebuck ‘Pops’ Staples (de papa van Mavis Staples), David ‘Honeyboy’ Edwards… ‘Beefsteak Blues’ van James ‘Son’ Thomas zorgt voor hilariteit. We doen Indianola aan, geboorteplaats van BB King, en ook het onooglijke Avalon, waar Mississippi John Hurt vandaan kwam. ‘Avalon Blues’ is hier de gepaste soundtrack. Robert Johnson mag niet ontbreken: het tragische oudste lid van de ‘Forever 27’ (‘club’ van artiesten die op die leeftijd stierven, Jimi Hendrix, Kurt Cobain, Janis Joplin, Brian Jones, Jim Morrison, Amy Whinehouse en bijna Gram Parsons) ligt op minstens drie plaatsen begraven in Greenville. Het is een indicatie van de invloed die deze sleutelfiguur had, ondanks amper 41 opnames in twee sessies in 1936 en 1937, hoop en al een twintigtal verschillende songs. Uiteraard komt het verhaal van het kruispunt in Clarksdale waar hij een pact met de duivel sloot.

 

Cocaine (Blues)’ van Reverend Gary Davis, waar velen zich de versie herinneren van Jackson Browne op ‘Running On Empty’, krijgt opnieuw een prima uitvoering. Een bezoek aan Jackson, hoofdplaats van Mississippi, staat ook op het menu. Maar hier is gewoon té veel te zien, niet minder dan 700 locaties die te maken met de blues en de ‘Civil Rights’ beweging. We steken de Pearl River over. Uiteindelijk belanden we in NOLA ofte New Orleans, Louisiana, en net zoals we in Memphis de beroemde Beale Street vermeden omwille van het alles verpestende toerisme, laten we in New Orleans het al even mythische Bourbon Street links liggen, om dezelfde reden trouwens. We bezoeken in plaats daarvan wel de wat enigmatische Oak Alley Plantation. Wat het ontvangen van een… ananas met deze plantage te maken heeft, dat moet u maar eens gaan beluisteren bij Catfish & Cotton! De lezing zit vol van zulke, soms bijzonder bevreemdende feiten. De twee vergasten ons nog op een ronde New Orleansmuziek met ‘The Glory Of Love’ (van Billy Hill, maar eerst uitgevoerd door Benny Goodman in 1936, en gemeengoed sinds de versie van The Five Keys in 1951) en ‘Tipitina’ zoals de legendarische Professor Longhair (alias Henry Roeland Byrd) dat uit zijn piano toverde. Luc zingt het in dat heerlijke taaltje zoals je dat hoort in The Big Easy (één van de vele koosnaampjes van de stad) De enthousiaste toehoorders laten Luc & Marc niet weggaan zonder toetjes. Dat krijgen we in de vorm van de moderne gospelblues ‘Don’t Let Nobody Drag Your Spirit Down’ van Eric Bibb, New Yorkse vaandeldrager van de huidige generatie bluescoryfeeën, samen met Taj Mahal.

 

Ongeacht je graad van kennis van de blues of zelfs het volledige tekort eraan, het duo Catfish & Cotton weet je een avond lang te verbazen, te intrigeren, te instrueren en niet te vergeten, te amuseren. Ze blazen het stof van een schijnbaar vergane wereld, die gaandeweg leven, helle kleuren en een adembenemende soundtrack krijgt. We zijn er alleszins verrijkt buitengegaan. Een volgende maal staan we er weer, met een boel vragen en in de wetenschap dat de trip toch weer anders zal zijn. Want… The blues is alright!

 

Antoine Légat.

 

http://www.catfish-and-cotton.com/

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s