Cd-recensies verschenen in Back To The Roots: Natalia M. King, Chase Walker Band, Crooked Eye Tommy, The Rides, Lara Price en Mike Zito

MIKE ZITO: MAKE BLUES NOT WAR

Ruf Records

Met ‘Make Blues Not War’ maakt Mike Zito het album dat hij altijd al in zich had. Zito is van St. Louis, Missouri (°1970) Hij is er twintig als hij naam maakt in St. Louis als zanger en gitarist. In 1996 is er ‘Blue Moon’, eerste van intussen een stapeltje platen. Hij scoort zelfs een hit met Elton Johns ‘Rocket Man’. Een riante toekomst wenkt… en dan loopt het grondig fout. De liefde en een verhuis naar Texas brengen hem er stilaan bovenop. In mei 2010, met het prijzenwinnende ‘Pearl River’ onder de arm, maakt hij een opgemerkte rentrée in de lage landen. Het spetterende concert in De Blauwe Wolk (Zottegem; 3 mei) zullen we niet licht vergeten! In hetzelfde jaar richt hij met Cyril Neville en Devon Allman Royal Southern Brotherhood, een volgend succesverhaal. In 2014 verlaat hij RSB en nu weten we waarom: ‘Make Blues Not War’ barst van de goesting, vonkt van ’Highway Mama’ (met Walter Trout) tot ‘Route 60’, twaalf songs lang, meest van de hand van Zito’s drummer en producer Tom Hambridge, Richard Fleming en Zito zelve. Zoon Zach speelt gitaar op ‘Chip Off The Block’, Jason Ricci harpt de pannen van het dak in de titelsong en ‘One More Train’. Het blijft lichtvoetig, ook in de aan gitaarrock refererende songs. Hoogtepunten vind je alom: het aan Jimi schatplichtige ‘Redbird’, het voortjakkerende ‘Crazy Legs’, slowblues ‘Road Dog’ en het groots opbouwende ‘Bad News Is Coming’.

LARA PRICE: I MEAN BUSINESS

VizzTone Records/V 2

Wat meteen opvalt: terwijl vele zangeressen terugvallen op ‘functioneel geschreeuw’ om de boodschap over te brengen, hanteert Lara Price haar stem zo expressief mogelijk, ook als het volume en de power de hoogte in gaan (als in ‘Pack It Up’ van Freddie King) Het is één van de elementen die haar zesde album ‘I Mean Business’ een aangename luistertrip maken. Lara Price komt van ver: ze werd als vondelinge in april 1975 met de hachelijke ‘Operation Babylift’ (samen met nog 10.300 kindjes) vanuit Zuid-Vietnam geëvacueerd. In de UK beland begint ze vroeg aan pianostudies (dan nog bij de toen in vakkringen hogelijk gewaardeerde rocker Howard Jones) Ze ontdekt haar stem en in 1997 trekt ze naar de San Francisco Bay Area op zoek naar een band. Al snel is er de Lara Price Band. Ze zingt (backings), speelt gitaar en drums, schrijft songs, doet productie vijf cd’s lang. Die LPB toert zelfs in China. Maar dat volstaat haar niet: ze leidt nog vijf (!) andere bands in zeer uiteenlopende stijlen. ‘I Mean Business’ bevat twaalf songs, waarvan ze er zeven pende samen met anderen, vaak met gitarist Mighty Mike Schermer. Diens ‘Cryin’ Over You’ bezit een hoge Al Greenfactor. ‘Undone’ met zijn stuwende blazers refereert aan Motown. ‘Time’ en ‘Love Lost’ zijn geraffineerde soulballads. Met ‘Crazy Lucy’ is het gevaarlijk doorzakken. In ‘Happy Blue Year’ baalt Price op geloofwaardige wijze. De potente titelsong laat inderdaad verstaan dat ze het meent.

THE RIDES: PIERCED ARROW

Provogue

Hobbyclubs. David Bowie had Tin Machine, Robert Palmer Power Station. Stephen Stills, Kenny Wayne Shepherd en Barry Goldberg gaan loos als The Rides, een toepasselijke naam. In 2014 kwamen ze met ‘Can’t Get Enough’ op de proppen en omdat ze er niet genoeg van kregen, is er opvolger ‘Pierced Arrow’. De drie hebben een dienststaat die aangeeft wat je van elk mag verwachten, en dat krijg je. Zo weet je dat Stills en Shepherd zingen en Kenny laat de gitaar al eens scheuren. Stills zal wel altijd verbonden blijven aan Buffalo Springfield en Crosby, Stills & Nash, maar presteerde heus veel meer. Keyboardsman en topproducer Goldberg is de andere veteraan van het trio. Bluesrockgitarist Shepherd is met negenendertig het jonkie. Strikt genomen hebben deze heren The Rides niet nodig. Maar misschien maakt dat net de fun uit. Blijkbaar gaat het samen songs schrijven goed af (‘My Baby’ van Willie Dixon is de obligate cover) Gezamenlijk is de productie, waaraan ook bassist Kevin McCormick meewerkt. Drummer Chris Clayton is vijfde clublid. ‘Kick Out Of It’, ‘Riva Diva’, ‘Mr. Policeman’ rocken pretentieloos weg. Iets meer ‘Stillsiaanse’ ambitie in ‘Virtual World’ en ‘By My Side’. Veel blues ontwaren we bij de start niet, maar in het tweede deel vinden we gitaarballade ‘There Was A Place’, ‘Game On’ (bepaald snedige roadhouse blues met puntig mondharmonicawerk) en ‘I’ve Got To Use My Imagination’ (van Goldberg-Gerald Goffin), beslist een prijsnummer. Niet essentieel, maar wreed goed gemaakt.

CROOKED EYE TOMMY: BUTTERFLIES AND SNAKES

Crooked Eye Records

Dit zijn bepaald geen jonge bloedjes. Tommy Marsh is van bouwjaar 1962, zoals hij zingt in de lekker stampende autobiografische opener ‘Crooked Eye Tommy’. De andere kernleden zijn duidelijk ook geen groentjes. Toch is ‘Butterflies And Snakes’ pas het debuut van deze Crooked Eye Tommy (Ventura, Zuid-California) De band laat voor het eerst van zich spreken in 2014, maar maakt lokaal snel naam. ‘Butterflies And Snakes’ laat horen waarom, want zonder er doekjes om te winden: dit staat als een huis, dan wel één dat voldoende stoomt en dampt om de brandweer te laten uitrukken (‘Burn the house down’ zingen ze in ‘Love Divine’!) En met ‘dit’ bedoelen we een variëteit aan roadhouse blues met stevige (southern)rockinjecties. Het afsluitende ‘Southern Heart’ is zowaar een onbeschaamd loepzuivere countryballade (‘With Lynyrd Skynyrd on my mind’ zingen ze zelfs!) Jesse Siebenberg speelt hierop de prominente steelgitaar, wat het brede palet wonderwel afrondt. De elf originelen zijn van Tommy Marsh, op drie van broer Paddy na. Beiden fronten de band als zangers en gitaristen, iets waar ze allebei in uitblinken. Ook in de schijnwerpers staat Jimmy Calire (sax, piano, Hammond B3). Op ‘I Stole The Blues’ citeren ze als hun belangrijkste invloeden, Muddy Waters, Albert King, Johnny Winter, T-Bone Walker, Jerry Garcia… en de duivel! Er is voor elk wat wils, van slowblues ‘Tide Pool’ over de slepende love ballad ‘Over And Over’ tot het funky ‘Time Will Tell’, dat de fraaie cd-titel levert.

CHASE WALKER BAND: NOT QUITE LEGAL

Revved Up Records

Ze worden alsmaar jonger, ook in de blues. We kennen het fenomeen ook hier: zanger-gitarist Arne Demets was nog piepjong toen hij al furore maakte met The Blues Vision. Hij is van juni 1993 en hield het trio boven de doopvont in 2009. Toen al konden vele gitaristen ten lande zich niet meten met Arnes vingervlugheid. Zopas nog kwam Silke Catteeuw-De Smul (dochter van bluesharpist Ed De Smul) aan de oppervlakte met de zelfgepende cd ‘Strange’. Silke (17) zingt geloofwaardig verrassend rijpe songs in rock, blues en country. Chase Walker (Anaheim, California; bouwjaar 1998) laat op zijn dertiende van zich spreken en rijgt van dan af op nationale schaal de prijzen aaneen met zijn stratocaster. In 2012 richt hij met quasi leeftijdsgenoten Randon Davitt (bas) en Matt Fyke (drums) de Chase Walker Band op. Een kandidaat-opvolger voor Gary Moore, die bovendien, zijn jeugd in acht genomen, subtiel, gesofisticeerd en met soul acteert, lees je, maar dat is veel lof, getuige onderhavige cd. Na ‘Unleashed’ (2014) is er nu ‘Not Quite Legal’ want in de States is er veel verboden als je nog maar zeventien bent. Het eigen werk, vooral rock met een bluesrandje, is echt niet wereldschokkend maar voldoende als vehikel voor zijn doorsnee zang en klassieke, (nog) niet bijster vernieuwende gitaarstijl. Dat bevredigt beslist zijn jonge afficionados, maar fungeert vooral als leerschool. Er is een gedreven cover van Jimi’s ‘Red House’ en aanstekelijke… reggae in ’54-46’ van Toots Hibbert.

NATALIA M. KING: BLUEZZIN TIL DAWN

Challenge Records

In 2002 leerden we Natalia M. King kennen via haar debuut ‘Milagro’, een singer-songwriter plaat die haar meteen in de slipstream plaatste van toen opkomende toppers Erykah Badu en Meshell Ndegeocello: dezelfde indringende, karaktervolle zangstijl en songs die spraken over de ingrijpende levenservaringen van dit kind zonder vader, opgroeiend in een keiharde Latino achterbuurt in Brooklyn. Het vervulde haar met woede die vleugels geeft en een zwerfkat van haar maakte. In Californië ontdekte ze haar zangkunst tezamen met de muziek die haar zou vormen: Jimi, Janis, Waits, maar ook de groten uit de soul en R&B. Eind het millennium riep Parijs haar, waar ze de zwarte jazzscene omarmde, waar Miles, Dolphy, Coltrane de norm waren. ‘Milagro’ kwam er snel en was dus geen toevalstreffer. Misschien is het ook die hang naar verandering, die maakte dat de twee opvolgers in de grijze zone bleven, ten onrechte blijkt nu. Het werd er niet beter op toen ze zich zeven jaar lang in stilte hulde. In 2014 was er plots ‘Soulblazz’ waar deze ‘Bluezzin Til Dawn’ het vervolg van is: zwoele mix van jazz, soul en vingerknip blues, laatavond maar geenszins krachteloos (‘This Time Around’, ‘Love You Madly’!) Staande bas, kopers en houtblazers, piano, soms geborstelde drums begeleiden een gerijpte zangeres, die elke syllabe de juiste frasering meegeeft, instant relaxte wereldklasse. Naast de eigen songs (waaronder een nu al klassiek ‘Insatiable’!) ook ‘Don’t Explain’ van Billie Holiday, en een Fred Neil standard als afsluiter.

Antoine Légat

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s