Aurélie DORZEE & Tom THEUNS met presentatie van de cd ‘L’art de voler’ in Arscene te Hansbeke op zaterdag 9 april en in Muziekclub ’t Ey in Belsele op zondag 8 mei 2016: ‘Zowel in Arscene als in ’t Ey hadden we recht op een prachtconcert van twee rasartiesten, die ons allicht zullen blijven verbazen met hun kunde, veelzijdigheid, grillige creativiteit en ook hun naturel en humor’

Dit verslag vindt u ook op http://www.folkroddels.be…

 

Iets of wat muziekliefhebber hoeft geen lange intro: zowel apart als samen zijn Aurélie Dorzée & Tom Theuns zijn gevestigde namen in het folklandschap. Maar ter stimulatie van het langetermijngeheugen: Aurélie Dorzée maakte naam met Panta Rhei en Trio Trad, en als violiste speelde ze met een hele waaier aan topnamen, terwijl we bij Tom Theuns denken aan Ambrozijn, Living Roots, een reeks samenwerkingen met Vera Coomans, Wouter Vandenabeele (Griebo) en Paul Russell, plus de soloplaat ‘Songs From The River’. Het meeste zit in de folksfeer, maar vooral Theuns heeft ook andere paden bewandeld. Sommigen kennen de twee zelfs vooral van het lesgeven: zo geeft Aurélie vioolstages. In Aurélia kwamen de twee bijeen, en niet alleen op de planken. De twee vormen een koppel dat het immense geluk beleeft op een… binnenschip te leven: je kan ze vinden op diverse plekken in de Gentse haven.

 

Dat deze combinatie van een klassiek geschoolde violiste en zanger-gitarist toekomst bezat, bewees het concert in De Biekorf op Brugges Festival tien jaar geleden (11/11/2006), voor velen, ook voor ons het eerste contact met de groep. Op de eerste drie albums, ‘Festina Lente’ (2005), ‘Hypnogol – Journal d’un capitaine’ (2007) en ‘The Hour Of The Wolf’ (2010) speelde Stephan Pougin (ook al Panta Rhei, naast héél veel meer) percussie. Op album vier, ‘La création du monde’ (2013), gaf de Frans-Senegalese Serigne CM Gueye een Afrikaanse toets aan het slagwerk, een bewuste zet van het duo dat kort tevoren een reis door Mali en Senegal had gemaakt. Zo kwam het dat Tom en Serigne optraden op in Arscene met het repertoire van ‘Songs From The River’, in dit geval zonder Aurélie (30/3/2013) Al in de begindagen van Arscene  was er het leuke project Tom Theuns And The Band Of Ladies (met Aurélie, Soetkin Collier and Sophie Cavez; 24/7/2010)

 

Ook in ’t Ey zijn beiden ongetwijfeld vaker gesignaleerd, gezien de intense connecties van de muziekclub met folk. We hebben het niet in detail. We hadden redenen te over om ze twee maal te gaan zien. Na het concert in Arscene vonden we niet de mogelijkheid om erover te schrijven, al waren we erg onder de indruk van die avond, en daarom probeerden we ze binnen de kortste keren opnieuw zien, vooraleer ze deze concertreeks stop zetten. Het optreden in Belsele bleek het laatste: de keuze was snel gemaakt. In grote trekken kwamen de twee overeen: het duo speelde de eerste zes nummers van de recente, vijfde ‘L’art de voler’, plus nog één song uit de volgende zes van de cd. Daar doorheen slingerde zich ouder werk. De volgorde bleek lichtjes verschillend en er waren enkele wijzigingen. Zo kwam in ’t Ey het schitterende titelnummer van eersteling ‘Festina Lente‘ niet aan bod. Was ‘Malou’, het ontroerende kinderliedje van ‘La création du monde’, in Arscene nog een verzoeknummer dat ze al even niet meer gespeeld hadden, dan hadden ze in ’t Ey opgenomen in de set en zat het weer helemaal in de vingers.

 

Meer verschil was er in de setting. In Arscene is er de knusse, verduisterde studio waar je als het ware op de schoot van de artiesten zit met een geluidskwaliteit die de perfectie benadert. In ’t Ey verkoos men de club te verlaten en op het ruime achterliggende schoolplein te spelen, tijdens de eerste echt mooie namiddag van het voorjaar. De twee waren beschermd van de zon door de boom in het midden. Was het geluid goed, zeker voor openlucht, dan stak er gaandeweg toch een wind op die af en toe forse rukken gaf. Dat hield gelukkig op, want ook de wind leek door te hebben dat je zo’n mooie middag niet mag verbrodden. Wren de uiterlijke omstandigheden toch enigszins anders, het effect van het optreden was in beide gevallen hetzelfde: Aurélie en Tom maken van hun concerten een wonderlijke ervaring. Dat heeft enerzijds te maken met hun klasse en ervaring: Tom zet fraaie ritmische patronen neer op (gewone akoestische en Spaanse) gitaar en op de mandocello, en ook als solist scheert hij hoge toppen, bij voorbeeld in de bourrées aan het einde. De expressiviteit van zijn stem is alom gekend: hij haalt er evengoed een hoofs timbre uit (zoals in de bewerking van de ‘Erlkönig’ van Johann Wolfgang von Goethe) als een diepe grom annex rochel. Vooral: je ziet hoe hij liefdevol toespeelt naar zijn partner. Aurélie beantwoordt die blikken. Die zijn functioneel omdat ze een perfecte timing toestaan in werk waar toch enige improvisatie kan, maar het is, eens je erop let, gewoonweg een ontroerend tafereel die twee bezig te zien, als een koppel tortels.

 

Zij excelleert op viool, die ze afwisselt met de leutige trompetviool (ook Strohviool geheten), die ze graag gebruikt in liedjes waarin de vaudeville niet ver af is. Ze beheerst ook de viola d’amore, een vioolachtige met zes of zeven melodiesnaren (plus een reeks resonantiesnaren om langer door te zingen) uit de baroktijd, ongeveer bespeeld zoals een viool, al is ze een stuk groter. Het instrument geraakte lang geleden in onbruik, maar hier vindt het een nieuwe bestemming. Aurélie beschikt, dat laat zich raden, over een indrukwekkende techniek, maar in de loop van de jaren is ze ook als zangstem gegroeid en er is in haar act steeds meer humor geslopen, muzikaal, tekstueel, in de zegging, qua mimiek en bindteksten, ongetwijfeld de positieve invloed van Tom, wiens clowneske kwaliteiten al lang bekend zijn. De hele set is dan ook doordesemd van humor, die op de meest onverwachte plekken en manieren opduikt, altijd gepast en, als we dat zo mogen benoemen, smaakvol.

 

Dat betekent niet dat het allemaal ‘om te lachen’ is, integendeel. De cd opener ‘Le temps a laissié son manteau‘handelt over de hoofse liefde. Geen wonder: het werd geschreven door Charles 1er (Premier) d’Orléans, troubadour uit de eerste helft van de vijftiende eeuw (‘laissié’ is dus geen schrijffout!) ‘Sous le chêne il s’enchainent, sous le chêne, ils s’aiment’. Behoorlijk romantisch als je dat zingt onder het gebladerte van een boom (al is het dan geen eik…) Dan is ‘Le java de la truite’ wel een stuk frivoler. ‘Boléro pour Aline’ schreef Tom voor zijn grootmoeder zaliger. Aan het eind gaat Tom te keer met rauwe vocalises waartussen hij plompverloren ‘Aline!’. Dat mist zijn effect niet. Dat de twee in wezen folk spelen mag blijken uit de keuzes van Franse traditionals (‘Les trois canards’), een mazurka (‘Met een intro van Beertje Colargol, mijn jeugdheld’ stelt Tom droogjes), een koppel musettes (waaronder het bekende ‘L’indifférence’), de bourrées en als bis een zwierige tarantella.

 

Het duet in de koddige titelsong ‘L’art de voler’ contrasteert fraai met de meeslepende sound en ritmiek van ‘Laïla’, opgedragen aan de straffe Afghaanse dame Chékéba Hachemi, voorvechtster van de mensenrechten, o.a. via Afghanistan Libre. Erg geslaagd is ‘Rumba del Olvido’ (uit ‘La création du monde’), in het Spaans, maar voor iedereen begrijpelijk, want het handelt over ‘una mujer fatal’ die de aandacht weet te trekken met ‘sus contracciones, lindo e in ritmo’ en ‘sua danca tan perversa’… Uit diezelfde plaat het omgekeerde geval, ‘Ste Thérèse de Lisieux’, een lied met een catchy refrei ‘Senza dolor doleo doloroso senza dolor doleo dolorosa’ over de jonggestorven mystica die één van de (slechts) vier vrouwelijke kerkleraressen is. Zij was de patrones van… Edith Piaf. Indrukwekkend is de monoloog die Aurélie hier aan het slot van het nummer afsteekt, een tongenbreker, geen sinecure om dit zo te brengen (je vindt ze ook zo terug op de studioversie van ‘La création du monde’)

 

Zowel in Arscene als in ’t Ey hadden we recht op een prachtconcert van twee rasartiesten, die ons allicht zullen blijven verbazen met hun kunde, veelzijdigheid, grillige creativiteit en ook hun naturel en humor. Al zal het nu minstens een zomervakantie van stages geven wachten zijn op een herneming of het vervolg van hun gestaag groeiende oeuvre.

 

Antoine Légat.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s