Commentaren bij ‘BELL’

BELL. 1/ Tout et partout (MARBLE SOUNDS, cd Tautou) 2/ The Island (JJ GREY & MOFRO, cd Ol’ Glory) 3/ Dresden (THE SLOW SHOW, cd White Water) 4/ I Don’t Do This For Love, I Do This For Love (Nathan BELL, cd I Don’t Do This For Love, I Do This For Love) 5/ Ribbons And Bows (Amanda PEARCY, cd An Offering) 6/ Palmetto Rose (Jason ISBELL, cd Something More Than Free) 7/ The Luxury Of Despair (Martyn JOSEPH, cd Sanctuary) 8/ Winter Bones (THE RHYTHM JUNKS, cd It Takes A While) 9/ K.V. (MARBLE SOUNDS) 10/ Bad Day (THE SLOW SHOW) 11/ Good Morning Detroit (Nathan BELL) 12/ Into You (LOW, cd Ones And Sixes) 13/ Bluebells (Peter CASE, cd HWY 62) 14/ An Offering (Amanda PEARCY) 15/ Bobby (Martyn JOSEPH) 16/ Augustine (THE SLOW SHOW) 17/ Jesus Of Gary, Indiana (Nathan BELL) 18/ Set The Rules (MARBLE SOUNDS) 19/ tot 25 maart The Geese Are Flying Westwards (Bill FAY, cd Who Is The Sender?) – daarna Howling Wolf (BIEZEN, cd The Birds Return) – OK, wie bang is, krijgt er ook… en komt er dus beter maar meteen voor uit: we zijn bang dat ‘BELL’ onze slechte roep als emo-konijn zal bevestigen, dat terwijl intimi beter weten: de muziekjes die onze lokale laser passeren zijn dikwijls van een heel andere stemming en een bepaald hoger volume. Maar de nummers die zich opdrongen voor deze ‘BELL’ (ja, ze doen dat zelf… zo lijkt het dikwijls toch) tjokken toch weer voort in Emostraat. Gelukkig staan er ook op ‘BELL’ op gezette tijden songs die toch iets meer body en bite hebben. Ik heb die er niet ‘met opzet’ bijgevoegd, maar ze wel opzettelijk zo gerangschikt. Er is slechts één enkele eenzame ‘ingreep’: ik koos van Jason Isbell bewust een up tempo song, al staan er op zijn heerlijke ‘Something More Than Free’ genoeg slepers die hier perfect een plaatsje konden vinden. Tijdens de samenstelling van ‘BELL’ kwamen dan nog ‘Dig In Deep’ van Bonnie Raitt en ‘2’ van The Gloaming binnen en solliciteerden meteen heftig naar meerdere zitjes in onze collecties, terwijl ook Ina Forsman, Destroyer, Barna Howard, Lucinda Williams, Motorpsycho, Kamasi Washington, Unknown Mortal Orchestra, Tindersticks en vele anderen hun neus aan het venster staken. Maar die komen wel op een volgende compilatie terecht. Waarom de titel ‘BELL’? Het is een vierletterwoord, wat de laatste twee jaar courant is. Wie kijkt naar de tracklist merkt dat de belletjes rinkelen van alle kanten: Jason Isbell, drie maal Nathan Bell, ‘Bluebells’ van Peter Case, en, verder van huis, Gianni Marzo, gitarist van Marble Sounds, speelt ook bij de Isbells een sleutelrol. Wat u krijgt? Een dwarsdoorsnede van het prachtige ‘Tautou’ van Marble Sounds, de band rond Pieter Van Dessel… Een tweetal songs uit de nieuwste van Amanda Pearcy, niet meteen een publiekslieveling, maar door de vakpers op handen gedragen… U hoort waarom… Niet minder dan drie maal Nathan Bell, zegden we, en ook dat is geen toeval: tijdens zijn recente concerten liet Bell een diepe indruk na en de cd toont waarom: zukke songs en zo’n stem, die meermaals herinnert aan de krachtige, emotievolle strot van Stephen Allen Davis. Luister maar naar ‘I Don’t Do This For Love, I Do This For Love’ Let wel: ze staan alle op dit niveau! Een ouwe getrouwe van deze compilaties is Martyn Joseph. Twee songs uit ‘Sanctuary’, de wellicht 32e cd in 30 jaar van de singer-songwriter uit Wales (meer bepaald uit Cardiff) Die cd kwam hij recent presenteren bij zijn derde concert in Arscene (14/02/16) De harde song ‘Luxury Of Despair’ gaat over méér dan muziek. We citeren uit ons concertverslag: ‘…Hij legt uit hoe hij op het idee kwam om niet alleen meer er over te zingen, maar ook eens iets te doen aan armoede en onrecht. Bij een bezoek aan een Palestijns ommuurd dorp, waar geen enkele voorziening is, stond hij perplex van de onverdroten inzet die een lokale welzijnswerker opbrengt in zijn dagelijkse strijd om de mensen een waardig bestaan te bieden, haast tegen beter weten in. Toen hij aan de man vroeg of ie de moed nooit verloor, was het antwoord dat hij zoiets eenvoudigweg niet kon omwille van zijn eigen kinderen. De brave man sprak de historische woorden: ‘I haven’t got the luxury of despair’, ‘Ik kan het me niet veroorloven te wanhopen’. Het idee voor een strijdbare song was geboren, maar ook de impuls om de handen uit de mouwen te steken. Het Let Yourself Trust onderneemt actie, niet via via (waarbij meestal veel geld verloren gaat om de tussenpersonen te vergoeden), maar direct betrokken en met volledige controle. Het gaat om transparante projecten van een half jaar, waar men telkens een andere hoofdsponsor voor zoekt. Mensen kunnen doneren, maar bij voorbeeld ook ter plekke meewerken. Martyn en Justine gaan zelf ter plaatse en zien wat er moet gedaan worden, waarna ze tot actie overgaan, naargelang de beschikbare fondsen. Het Palestijnse dorp werd een test case: men leverde aan wat de plaatselijke jeugd daadwerkelijk nodig bleek te hebben.’ En over het hier ook al toegevoegde ‘Bobby’ hadden we het volgende te vertellen: ‘Met ‘Bobby’ is het weer bloederige ernst. Martyn zag een beklijvende reportage over Ethel, de vrouw van Bobby Kennedy. Niet alleen komt zij daar uit als een ‘amazing woman’, het toont nog eens wat een groot staatsman Bobby had kunnen zijn, als hij niet ten slachtoffer gevallen was, zoals zijn oudere broer John F. Kennedy en Martin Luther King, aan de kortzichtigheid en de graaizucht van lieden die zelf intussen al lang vergeten zijn. Het is een heel sterk moment in de set.JJ Grey & Mofro stonden ook al eerder op compilaties, maar dan meestal met het zwaardere R& B werk, waarin deze combinatie zo uitmunt. ‘The Island’ is een buitenbeentje, maar geef toe, ook dat kunnen ze… Voor Peter Case hebben we altijd een boon gehad, al sinds zijn intussen legendarische eerste solo plaat uit 1986, die wel ‘Peter Case’ heet, maar waaraan zowat de helft van de Amerikaanse topmusici en producers meewerkte. Toen hij hier een jaar of vijf, zes geleden was, ten tijde van ‘Wig!’, hebben we hem naar (de toen nog) Zaventem (geheten luchthaven) gebracht en dat was een unieke gelegenheid om eens wat beter kennis te maken. Maar dat houden we dan wel voor onszelf, want dat had weinig of niest met muziek te maken. Het heeft tot vorig jaar geduurd vooraleer er nog eens nieuw werk verscheen… Dat konden we niet ongemerkt voorbij laten gaan, al moeten we ‘HWY 62’ (= ‘Highway 62’, van El Paso, Texas, naar Niagara Falls, New York) nog steeds grondig beluisteren. The Slow Show is een band uit Manchester. De bandnaam komt van ‘Slow Show’, een song uit ‘Boxer’ van de Amerikaanse The National, waar de Mancunians hun bewondering niet voor onder stoelen of banken steken. Men associeert ze graag met die topband, en ook met Elbow, waar ze al de toursupport van deden, maar ze hebben die vergelijkingen niet nodig, dank zij de waarlijk onnavolgbare stem van zanger Rob Goodwin, de ruimtelijk geproduceerde, kamerbrede arrangementen (koren, blazers en dies meer) en de clever uitgetekende songs. Opener van langspeeldebuut ‘White Water’ (er waren al wel twee EP’s) ‘Dresden’ is daar een spectaculair voorbeeld van. ‘White Water’ was een schok toen die voorjaar 2015 uitkwam en ze hoort nu al bij de exclusieve club van ‘historische/klassieke/legendarische debuten’… Ook Low heeft hier al eens een voetje tussen de deur gehad, maar het is al even geleden. De groep bestaat dan ook sinds 1993, altijd rond het echtpaar Alan Sparhawk (gitaar, zang) en Mimi Parker (drums, zang), dat in de loop van de tijd met diverse bassisten een trio vormde. Ze komen uit Duluth, Minnesota, Bob Dylan country dus. Ze grossieren in trage songs met minimale invulling en bloedstollende vocale harmonieën. Ze houden niet van de term maar men heeft het ‘slowcore’ gedoopt. Sorry, Mimi en Alan! We hadden de cd enigszins over het hoofd gezien… tot we een aflevering zagen van TV-feuilleton ‘Castle’, nieuwe reeks. ‘Into You’ besloot de aflevering met de volledig daarbij passende weemoed. We hebben dat einde ettelijke malen herbekeken omdat de combinatie van inhoud en muziek zo betoverend werkte. U krijgt het nummer hier te horen. U moet er maar beelden bij denken. Naast Marble Sounds zijn er nog mensen ‘van bij ons’ te vinden op ‘BELL’. The Rhythm Junks (zanger-harpist Steven De Bruyn alias Steve Harpo, bassist Jasper Hautekiet en drummer de luxe Tony Gyselinck) hebben eindelijk nog eens een nieuwe cd. We kozen de afsluiter van ‘It Takes A While’, het intrigerende ‘Winter Bones’. Normaal zou er in een eerste versie ook nog een Belg méér hebben opgestaan, want we konden ‘BELL’ echt niet beter eindigen dan met de afsluiter ‘Howling Wolf’ van de langverwachte, in Gent opgenomen maar in de States door Alex Krispin (sideman van Daniel Lanois) gemixte en gemasterde  ‘The Birds Return’ van Biezen (groepsnaam van groep rond Eric Van Biesen, 22 jaar lang bassist van Luc De Vos/Gorki) Maar we moe(s)ten wachten tot 25 maart als de cd officieel uitkomt en gepresenteerd wordt. Tot die tijd maakt Bill Fay de dienst uit, nogmaals, want in de functie van de-laatste-doet-de-deur-dicht heeft hij al op ‘BONE’ en ‘BONE – Alternatieve versie’ gediend, ook met een nummer uit zijn onvolprezen ‘Who Is The Sender?’. Zo is de eerst tot stand gekomen compil de ‘finale versie’, en de achteraf gemaakte de ‘eerste versie’. Het loopt soms raar! Nog een tip: we zijn vrij zeker van de kwaliteit van de meeste hier gepresenteerde nummers, maar we hebben zo het gevoel dat ieder er zijn eigen volgorde in zal ontdekken. Dat is een interessant gegeven. U laat het ons wel weten! (AL; samenstelling 10 03 16: commentaren 13 03 16)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s