Paul SCOTT – Motherless Child. Eric Clapton 70 jaar – De definitieve Biografie

Gepubliceerd in Back To The Roots # 98, maart 2016, blz. 30-31.

 

Paul SCOTTMotherless Child. Eric Clapton 70 jaar – De definitieve Biografie., 336 blz. met bronverwijzing en register.

Vertaling: Willemien Werkman

Uitg. Luitingh-Sijthoff, 2015.

Originele titel: Motherless Child. The definitive Biography Of Eric Clapton, 2015.

ISBN 978 90 2456798 0.

 

Wat bezielt iemand om de biografie te schrijven van een icoon uit de ‘lichte muziek’ en die als ‘definitief’ voor te stellen. Dat laatste mag je uiteraard vooral op rekening zetten van de uitgever die zijn boek graag vaak over de toonbank ziet gaan. De auteur kan een fan zijn en dat is in het geval van Paul Scott inderdaad zo: de man heeft onmiskenbaar grote waardering voor Eric Clapton als gitarist en meerbepaald als bluesgitarist. Maar kan een fan neutraal en objectief zijn? Clapton is bovendien een openbare figuur over wie alles al wel gezegd en geschreven werd in recensies, interviews, achtergrondartikels, encyclopedieën, fanzines en -sites en de roddelpers. Dat de biografie er nu komt, is logisch: de man werd er in 2015 zeventig, een rond getal en een pensioengerechtigde leeftijd.

 

Maar is er de laatste jaren, pakweg sinds Claptons eigen autobiografie uit 2007, werkelijk nog veel gebeurd dat de moeite van het vertellen waard is? Last but not least zijn er toch mindere kanten aan Clapton: zijn worsteling met de moederfiguur, zijn hautain gedrag in de begindagen (Yardbirds), zijn onvermogen om sociale contacten te leggen en te onderhouden, zijn geklooi in relaties, zijn verslavingen, allemaal zaken die zijn leven negatief beïnvloedden en waar hij wel degelijk lering uit trok maar slechts langzaam. Niet elke lezer heeft boodschap aan het levensverhaal van iemand die je bij momenten toch liever niet had willen ontmoeten… Men begrijpt dat we toch enige scepsis hadden toen deze turf op ons bureau plofte in de muffe kantoren op de 36e verdieping van de Back To The Roots Building.

 

Onze bezorgdheid bleek ongegrond: Paul Scott is erin geslaagd om al onze reserves bladzijde na bladzijde weg te schrijven. Scott heeft een goeie verteltrant, waarbij hij rustig zijn betoog voert, zonder franje, zonder moeilijke wendingen, chronologisch maar dat doorbreekt hij als het moet. Wij vonden het aangenaam om lezen. We hebben enkel de Nederlandstalige vertaling, maar dat volstaat om te beseffen dat het in de Engelse versie een zelfde effect moet hebben. Goeie vertaling overigens, leesbaar en in goed Nederlands gesteld. Een blik op de bronvermelding, zelf al het lezen waard doordat hij af en toe het belang van dit of dat interview zelf al even taxeert, toont aan dat Scott niet over één nacht ijs ging. Hij raadpleegde plichtsgetrouw geschreven bronnen. De interviews met ooggetuigen, intimi, collega’s krijgen het gewicht dat ze verdienen. Naar we kunnen inschatten heeft hij beslist zijn bronnen vergeleken.

 

Het geeft je het gevoel dat wat je leest betrouwbaar is. Dat het feitenmateriaal klopt, is geen punt: hij kon moeilijk in de fout gaan bij wat ongeveer iederéén weet van een mediafiguur als Clapton. Men zou Scott daar snel op afgerekend hebben. Maar het gaat om de verkondigde meningen: die heeft hij grondig overwogen vooraleer ze aan het schrift toe te vertrouwen. De verleiding bestaat om je als auteur van zo’n alomvattend werk te verliezen in details of oeverloos uit te wijden, of, aan de andere kant, toe te geven aan de amusementswaarde en kort door de bocht te gaan, als dat goed uitkwam.  Die valkuilen vermijdt hij. Er zijn uitweidingen, maar die zijn strikt ‘in dienst van’ de bio. Zo schetst hij kort het leven van Robert Johnson, wat nu eenmaal tot een beter begrip leidt van het centrale onderwerp. Amusement (lees: verkoopcijfers) zou je ook kunnen opdrijven door je verhalen wat aan te dikken, smeuïg te maken, of erger nog, aan vuilspuiterij te doen. Daar is Scott niet mee bezig: hij heeft het onomwonden en waarheidsgetrouw over ’s mans talrijke en blijkbaar moeilijk uit te roeien kleine kanten, maar zonder sensatiezucht. Hij oordeelt slechts als het gewettigd is, hij veroordeelt niet, maar verklaart en doet dat allemaal opmerkelijk respectvol.

 

Het is anderzijds duidelijk dat hij geen hagiograaf is en zijn bewondering voor Clapton niet in de weg laat komen van zijn inzichten. En je leert wat er te leren valt uit het bewogen leven van een hedendaagse bluesman, met al zijn frustraties en mislukkingen, maar evengoed met de successen en prestaties. Scott schetst fraai Claptons groeiende interesse voor de blues: doordat hij het motief van ‘Honey Bee’ van Muddy Waters onder de knie kreeg, beseft hij dat die wereld voor hem opengaat (blz. 24) Muddy waters zou hem later gaan beschouwen als zijn ‘geadopteerde zoon’ en in epiloog ‘Boodschapper’ geeft Muddy de aanzet tot Claptons reflectie over zijn belang voor de (blues)muziek en zijn ‘erfenis’ in de muziekgeschiedenis. Op blz. 30 is het de erfenis van Robert Johnson die Clapton van zijn sokken blaast, het begin van een anderssoortige levenslange ‘verslaving’. De beslissende invloed van Freddie King op Claptons stijl (blz. 38) rondt zijn ‘ontdekking van de hemel’ af. Het zal even duren voor Clapton beseft dat hij niet alleen is om die ontdekking te doen in zijn omgeving. Het kost hem eigenlijk zijn plaats bij The Yardbirds. Maar het was toch al tijd voor iets nieuws…

 

Vandaar gaat het naar John Mayall’s Bluesbreakers, het fabelachtige, maar even stormachtige Cream, de onvoltooide symfonie die Blind Faith heet, moment de gloire Derek And The Dominoes, en vandaar, met een tussenpauze, naar ‘461 Ocean Boulevard’, het startpunt van zijn sololoopbaan, die hem soms dicht bij, maar heel vaak ver van de blues zou houden. Er zijn genoeg etappes in zijn leven die belangstelling wekken, de vaak onstuimige perikelen met vele vrouwen bij voorbeeld, van Pattie Boyd over Carla Bruni tot zijn huidige vrouw, de ver van de jet set gebleven Melia McEnery. En het is niet mogelijk onbewogen te blijven bij de passage van de tragische dood van zijn viereneenhalf jaar oude zoon Conor (1991) Door een onvoorstelbare samenloop van omstandigheden stortte de jongen vanuit de 53e verdieping neer, toen hij even ontsnapt was aan de aandacht van zijn moeder, de Italiaanse actrice Lory del Santo (Clapton was toen nog getrouwd met Pattie, maar had al een oogje op Carla), net op het ogenblik dat Eric eindelijk tot het besef gekomen was dat ook hij moest instaan voor de opvoeding van Conor. Een bijzonder geslaagd circusbezoek, de dag voor het dramatische ongeval, had dit bezegeld.

 

Voor de fan van de man uit Ripley (graafschap Surrey, Zuid-Oost Engeland) is deze bio verplicht leesvoer. De liefhebber van de blues had allicht graag (veel) dieper in die blues gedolven. Dat was echter niet het opzet van een werk dat met recht en reden een biografie mag heten. Definitief of niet, na lectuur ben je wijzer geworden, niet alleen over de mens Eric Clapton zelf, maar over het leven in de schijnwerpers van een machinerie die, als een hedendaagse Vader Chronos, haar voortbrengselen constant dreigt te verslinden. Eric heeft meermaals aan de rand van de afgrond gestaan. Gelukkig is Clapton een overlever. Misschien is hij dan toch God?

 

Antoine Légat (25 01 16)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s