HET MUZIKALE ANKER 29: Hans MORTELMANS en ‘EL MINA’, OVER DE SLAVENHANDEL VAN DE WEST-INDISCHE COMPAGNIE

Dit artikel verscheen in Het Visserijblad, de vzw Climaxi uitgave. HVB (Oostende) hield immers bijna twee jaar geleden op te bestaan, in zijn 80e jaargang, maar speciaal voor wat er op klimaatgebied gebeurt en te gebeuren staat werd een HVB in oude stijl uitgegeven, met de medewerkers van vroeger (we vermelden hier enkel oud-hoofdredacteur Flor Vandekerckhove, flitsmatroos Jo Clauwaert, dichter-kaper Peter Holvoet-Hanssen, Marnix ‘Alfaman’ Verleene, de zeeman-dichter)  met uitgever ad hoc Filip De Bodt (’t Uilekot in Herzele) Voor ons was het een gelegenheid nog één Het Muzikale Anker te breien aan de 28 vorige afleveringen, met dien verstande dat ons werk nog helemààl niet af is… Dit project is eenmalig, maar dat hoeft niet zo te zijn. Wie durft?

Het Muzikale Anker was in zijn vorige afleveringen vaak het toneel van triestige gebeurtenissen als zinkende pakketboten, imploderende duikboten en faliekant aflopende poolreizen. Dat zingt nu eenmaal makkelijker dan liederen over cruises, waar het optreden van Nicole en Hugo het spannendste is wat er te gebeuren staat. Trouwens, dat is niet alleen zo in de liedjes, maar ook in het algemene nieuws: hadden we ooit iets van de Costa Concordia gehoord als hij niet te dicht bij de klippen had gevaren, die fatale nacht van 13 januari 2012? Ook de minder fraaie kanten van het mensdom stelden we in het licht via liederen van, voor, met of over de zee en de zeeman. Aflevering 14 van september 2012 wijdden we integraal aan de concept cd ‘Da questa Parte del Mare’ van Gianmaria Testa. Die plaat ging (al in 2006!!!), dieper in op het probleem van de bootvluchtelingen die toen massaal de Middellandse Zee overstaken.

De cantautore, ‘singer-songwriter’, die in Italië omzeggens even gerespecteerd is als de bij ons veel bekendere Paolo Conte, omschreef de omvang van het menselijk drama o.a. op deze wijze: ‘Eppure lo sapevamo anche noi, l’odore delle stive, l’amaro del partire, lo sapevamo anche noi, e una lingua da disimparare, e un’altra de imparare in fretta, prima delle bicicletta.’ – ‘Natuurlijk wisten ook wij het, de geur van het scheepsruim, de bitterheid van het vertrek, dat wisten we ook, een taal die we moesten afleren, een andere die we moesten aanleren, en snel, nog vóór het leren rijden met de fiets.’ (uit ‘Ritals‘) ‘Da questa Parte del Mare‘ (‘Van dat Deel van de Zee‘) is helaas nog altijd brandend actueel. Meer dan ooit zelfs. We weten allemaal welke drama’s er zich sindsdien dagelijks afspelen op zee en sinds enkele jaren ook op het land.

Een liedje dat dit nog het mooist verwoordt, is van veel oudere datum dan deze gebeurtenissen. Gentse singer-songwriter Bruno Deneckere schreef het n.a.v. een benefiet, vergat het daarna een hele poos, maar diepte het weer op zonder specifieke aanleiding, voor zover we weten toch, want het thema is universeel en van alle tijden. En… de wereldgeschiedenis haalde het in. Het heet ‘No Man’s Land’ en al staat de zee er niet in vermeld, ze kan gerust het decor zijn waarin een arme drommel zijn verhaal doet: ‘I was born in poverty / And a poor man I will always be / But I want more for my kids / And I will live to see’ (‘Ik werd in armoede geboren / En arm zal ik wel altijd blijven / Maar ik wil meer voor mijn kinderen / En dat nog tijdens mijn leven’) ‘Soms ben ik zwart, soms ben ik wit’, gaat de man voort, ‘het hangt er gewoon van af wie aan de andere kant staat’. Maar de keuze is gemaakt: ‘I’m a-goin’ down to No Man’s Land / Find a house, a job and try to make some friends / This ain’t my land, / This is No Man’s Land’ (‘Ik ga naar Niemandsland / Een huis, een job zoeken, proberen vrienden te maken / Dit is niet mijn land / Dit is Niemandsland’)

Harde woorden, alleszins verzacht door de fraaie melodie en door Bruno’s heldere stem. Als tijdens optredens Gentse Mexicaan Luiz Márquez, die Bruno niet zelden begeleidt, bovendien het tussenstuk speelt op één van de voor-Spaanse fluiten uit zijn grote collectie, dan identificeer je jezelf helemaal met deze anonieme ontheemde… Wie er ook het handje van wegheeft om ernstige gebeurtenissen en wantoestanden uit heden of verleden op een verteerbare, door knappe muziek omzwachtelde wijze op te dienen, is Hans Mortelmans uit Wommelgem bij Antwerpen (maar eigenlijk behoort Wommelgem al tot de Voorkempen) Hans beschouwt men als een opvolger, zo niet dé opvolger van Wannes Van de Velde, maar laat ons wel wezen: je kan een unieke man als Wannes onmogelijk ‘opvolgen’. Het is ook de laatste van Hans’ zorgen en verlangens. Hans zingt dan wel in een gelijkaardig dialect (er zijn echter verschillen!) en hij neemt evenmin een blad voor de mond, durft een kat een kat te noemen, en, net zoals Wannes in een aangename, muzikaal rijke en geschakeerde inkleding. Maar voor het overige is Hans vooral Mortelmans.

Hans vertrekt vanuit de swing jazz, gelinkt aan gitaarreus Django Reinhardt. Met zijn uitstekende groep (al vele jaren dezelfde mensen, onder wie enkele talentrijke familieleden) heeft hij heel wat muziekjes uit de hele wereld een plaats gegeven in het repertoire, gekoppeld aan een songtekst, die nauw aansluit bij het arrangement. Dat is ook zo met ‘El Mina’ (uit zijn derde cd ‘Parima’ uit 2011): je hoort Kaapverdische klanken zoals we die kennen van de koningin van de morna, de Kaapverdische blues, ook nog de ‘diva op de blote voeten’ geheten, Cesária Évora (1941-2011) Men raadt dat zulks geen toeval is, want ‘El Mina‘ kreeg zijn naam van de Portugese kolonie São Jorge da Mina of Elmina, gelegen aan de kust van Ghana, dat voorheen niet toevallig Goudkust heette. Elmina ligt 155 km ten westen van hoofdstad Accra en telt nu 35.000 inwoners. Ook de Kaapverdische Eilanden waren Portugees en al liggen ze dan nog vóór de grote bocht die westelijk Afrika maakt, de konvooien die hun weg maakten naar de Nieuwe Wereld, hebben er misschien een deeltje van hun ‘lading’ achtergelaten, wie zal het zeggen.

Elmina heeft een gitzwarte reputatie: hier bouwden de Portugezen in 1482 het fort São Jorge da Mina, als eerste Europese nederzetting in West-Afrika. Het moest dienen als bescherming voor de goudmijnen en voor de stockage van het in mijnen opgedolven goud tot aan transport. Dat verklaart meteen het ‘Mina’ in de naam. Maar al snel kwam daar de slavenhandel bij, dat de goudwinning zou verdringen. Van het einde van de 16e eeuw af probeerden de Hollanders het fort te veroveren, maar dat lukte pas in 1637. Die ijver valt te verklaren doordat de kolonie Nieuw Holland (wat men later Nederlands-Brazilië zou noemen) dringend nood had aan zo goedkoop mogelijke werkkrachten voor de lucratieve suikerwinning. Dat ‘Nova Holanda’ heeft niet lang geduurd: de Hollandse kolonisten hadden de Portugezen in 1630 verjaagd, maar in 1654 hadden ze dit gebied alweer moeten afstaan aan de Portugezen. Nu hoort de regio bij Brazilië: het komt in grote trekken overeen met de deelstaat Rio Grande do Norte (hoofdplaats: Natal) Aanvankelijk hadden de Hollanders grootmoedig en kordaat afgezien van de slavenhandel wegens ‘onethisch’, maar nood breekt wet, nietwaar, en tegen 1635 kwam de sinistere machinerie in gang.

Verantwoordelijk voor de praktische uitvoering van dit staaltje ‘economisch verantwoorde criminaliteit’ was de prestigieuze West-Indische Compagnie (WIC), die nog heel lang haar blazoen zou besmeuren met de winstgevende handel vanuit dit en andere forten. Mortelmans richt daarom zijn pijlen op Elmina, dat hij, na de smeuïge  ‘Kaapverdische’ intro, meteen typeert als ‘door een trieste zaak beroemd’. Want ‘hier vertroeken ze as ratten veur den handel overzee in de fluiten en fregatten van de West-Indische Compagnie’ en ‘Al hun namen zijn verdroenken in de stilte van de zeeë, waarin zilverlingen bloenken van de West-Indische Compagnie’ De oorsprong van die miserie is volgens Mortelmans te herleiden tot één ding: geldgewin. ‘Zilverlingen’ verwijst uiteraard naar het verraad van Judas, die Jezus voor 30 zilverstukken verkocht aan zijn moordenaars. De weemoed is die van de morna: Cesária zou fier zijn dat deze bleekscheten uit België haar muziek een gans nieuw leven geven.

Na de instrumentale ‘brug’, die klarinettist Lieven Keymolen op verfijnde wijze invult, komt de kat op de koord: de slavenhandel van de WIC mag dan verleden tijd lijken, de wereld is nog lang niet verlost van gelijkaardige ellende. ‘Liever willen we ’t vergeten, dieë verschrikkelijken tijd, maar ’t loopt nog vol proleten en we zen ze liever kwijt’ Dat is wat er elke dag gebeurt: ‘Ze verzuipen met hun vlotten / aan de groten horizon / hun karkassen zen on ’t rotten / op nen boot of camion’. Oorlog is allicht de hoofdschuldige van deze massale migratie, maar sinistere lieden, die zonder enige scrupule of medelijden profiteren van die wanhopige mensen, laten we gewoon hun gangen gaan. We reageren nauwelijks als Europese politici in de eerste plaats denken aan hun bang gemaakte kiezers en zowel hun ogen als de grenzen sluiten voor de ontheemden, nochtans mensen als u en ik: ‘En wie schuld ee on die zoaken, is al lank ribbedebie. Niemand è nog iet te maken met die West-Indische Compagnie’… De cirkel is rond.

El Mina’ wil ons een geweten schoppen. We zijn immers streng en meedogenloos als wij het hebben over de malversaties van de West-Indische Compagnie en kunnen die met zijn allen niet hard genoeg veroordelen. Maar als men over afzienbare tijd terugkijkt naar hoe wij in Europa omgaan met de huidige migratiegolf, hoe zal men dan over ons oordelen?

Antoine Légat (13 10 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s