BEYOND THE FLAGS in Cultuurkapel De Schaduw in Ardooie op maandag 10 november 2015: ‘Beyond The Flags, zesde editie 2015, was er een met ups en downs, maar de boodschap van vrede klonk eens te meer luid en duidelijk door. Bij de ups rekenen we alvast Australiër Brett Hunt, wiens familie hard te lijden had onder de oorlog, o.a. in de Westhoek, en die de afkeer, het onbegrip en het verdriet op aangrijpende wijze verklankte’

Dit verscheen op Rootstime en Folkroddels… en hier, uiteraard!

Het is traditie, een blijver op de kalender. Op de vooravond van 11 november, wapenstilstandsdag, organiseert vzw De Schaduw in Cultuurkapel De Schaduw in het West-Vlaamse Ardooie (tussen Tielt en Roeselare) een avond met veel muziek en een streep poëzie onder het brede thema van ‘Peace Concert’. Het is vanzelfsprekend opnieuw Conrad De Mûelenaere die nu al voor de zesde keer de gangmaker is van het gebeuren en dus de ploeg samenstelde om de avond invulling te geven. Het initiatief draagt de veelzeggende titel ‘Beyond The Flags’ (BTF) en mag elk jaar rekenen op een grote publieke belangstelling. Er kwam een kern van performers tot stand en ook de bezoekers blijken deels dezelfde te zijn, met dit jaar toch heel wat nieuwe gezichten, een bewijs dat de formule aanslaat bij artiesten en believers. Dat het project zijn zin en betekenis ten volle blijft behouden, bewezen de vreselijke evenementen van enkele dagen later.

Elk jaar duiken nieuwe liederen op in het programma. Maar dit jaar vielen andere dingen op. Elk jaar vervoegen een paar nieuwe zangers en muzikanten de kern, zodat elke BTF zich voldoende onderscheidt van de vorige om de trip naar de cultuurkapel, inderdaad een voormalige, erg ruime kapel!, diep verscholen in het platteland, de moeite te maken. Dit jaar waren dat Tom Mank (States) en  Brett Hunt (Australië) De eerste speelt al vele jaren blues, bluegrass en folk. Op zijn ‘Swimming In The Dark’ staat een song die zich aan het front van de Ijzer afspeelt, ‘Sergeant Oliver’. Het lag voor de hand dat hij die song hier zou brengen. Hunt van zijn kant is singer-songwriter en acteert ook. Al lang wilde hij deelnemen maar Beyond The Flags. Niet alleen zit hij in vredesbewegingen, maar de vorige drie generaties zaten in oorlogen, wat zijn familie zwaar tekende. Op 11 november zou hij trouwens een optreden verzorgen op de plaats waar één van zijn overgrootvaders getreden heeft, Polygon Wood in Zonnebeke. Hij zou er niet enkel spelen, maar ook vertellen aan de hand van documenten van die voorouder, o.a. een dagboek dat in ons land achterbleef.

Ter vervanging van harpist Gregory Harp Peck (Jeffrey Thielens), die in de States zit, nodigde Conrad Gait Klein Kromhof uit. Net als Ries De Vuyst, habitué van BTF, is Gait een Zeeuw. Hij speelde in heel wat bands (JW Roy, Shiner Twins, Champagne Charlie…): wie hem aan het werk hoort, weet waarom de man zo gegeerd is als begeleider. Hij bracht niet zo lang geleden een sterke eigen plaat uit, ‘Gait’ waarop ook Ries en Bruno Deneckere, een BTF-er van het eerste uur. Net als Carolyn Wonderland trouwens, als was er dit jaar een verandering in haar band: Cole El-Saleh is en blijft haar trouwe toetsenman (tevens de met de linkse hand gespeelde bas), maar in tegenstelling tot vorige jaren lag het drumwerk bij Kevin Lance, die zijn boezemvriend Rob Hooper ‘definitief’ vervangt. Eigenlijk is Lance al sinds verleden jaar de vaste drummer van de Carolyn Wonderland Band, maar omdat Lance niet toen kon en Hooper hier al zo vaak was, viel Rob verleden jaar nog even in voor Kevin. Dat beiden goeie maten zijn, bewijst het feit dat, als Hooper ook maar enigszins in de buurt is (hij is verhuisd naar de west coast, ver van Texas) Carolyn gewoon met twéé drummers tegelijk speelt, want ene nog niet alledaags effect sorteert.

Kimberly Claeys, de frontvrouw van Little Kim & The Alley Apple 3, is er ook dit jaar weer bij. Ze heeft buiten kijf één van de mooiste zangstemmen van onze streken en op technisch vlak kan ze intussen zowat alles aan. De groep neemt een derde cd op en ze had beloofd om één nummer van de nieuwe plaat in première te brengen. Ze hield woord. Sinds 2013 is saxofonist Luiz Márquez van de partij. Hoewel hij sinds lang in Gent woont, blijft Luiz verknocht aan zijn vaderland. Zijn formatie Mezcal speelt dan ook mede door zijn (deels Indiaanse) afkomst geïnspireerde ethnojazz., de naam die hij er zelf aan gaf. Op BTF houdt hij zich strikt aan zijn begeleidende functie, op saxen, mondharmonica, fluiten, ocarina’s, shakers en andere instrumenten van uit de periode voor de komst van de Spanjaarden. Maar dit jaar had ook hij iets in petto…

Zoals vorige keren praatte ook nu A. Whitney Brown, de man van Carolyn, schrijver en komiek (bekend van het in de States zeer populaire Saturday Night Live in de jaren tachtig), alles aan mekaar, als volleerd ‘majordomo’ (‘huisbewaarder’), al was zijn inbreng dit jaar vooral te vinden in het begin van elk deel. Zo opende hij de debatten met het schamper voordragen van het bijtende ‘Dulce et decorum est’ van Wilfred Owen, de dichter die luttele dagen voor het einde van WOI sneuvelde (zijn moeder hoorde over zijn dood net als de kerkklokken het einde van de oorlog aankondigden, op 11 november 1918…) Owen, één der grote ‘war poets’, navolger hierin van Siegr-fried Sassoon, beschrijft zonder blad voor de mond de afgrijselijke dood van een soldaat bij een gifgasaanval (1917) Als titel nam hij een gevleugeld woord van Romeinse dichter Horatius. Al bracht de muziek in de loop van de avond constant troost en verlichting, toch zette dit gedicht (er bestaat een  vertaling van Tom Lanoye) meteen de sombere toon. Ries zette de lijn door met een in het Zeeuws gebrachte uitvoering van ‘Duizend Soldaten‘ van Willem Vermandere, verstild, half in gedachten verzonken, en sourdine, met de fluwelen begeleiding van Luiz. Een prachtig begin.

Het direct vervolg leed onder de al te korte voorbereiding: het is al een heksentoer al deze mensen van drie continenten bijeen te krijgen. Dan nog de tijd vinden om het programma uit te werken en repetitietijd in te bouwen is quasi onmogelijk. Andere jaren lukte het wonderwel om dat te maskeren, maar dit jaar waren er wel enkele nummers die niet volledig uit de verf kwamen, ondanks het onmiskenbare métier en de goeie wil van de uitvoerders. ‘Army Dreamers’ van Kate Bush kende zelfs een allereerste uitvoering op podium en ging deels de mist in ondanks de schitterende zang van Kimberly. Geen kritiek, want iedereen deed wat ie kon en het gros van de uitvoeringen lag ver boven het gemiddelde. Er was trouwens nog een interessant nieuw aspect aan deze BTF: tot hiertoe kon enkel gebruik gemaakt van een verhoog opgericht in de zaal zelf, omdat het eigenlijke podium al jaren onbruikbaar was. In de loop van het afgelopen jaar werd dit echter onder handen genomen, zodat BTF ditmaal kon beschikken over een fraai ‘uitstalraam’ met dieprode gordijnen achteraan en een heuse backstage. De geluidsversterking is hier telkenjare, ondanks de voortdurende wisselingen op het toneel, uitstekend.

Het eerste hoogtepunt komt er met Brett Hunt, die, enkel met gitaar, diepe indruk maakt. Hij doet het verhaal van zijn overgrootvader die hier sneuvelde, toen hij als brancardier een gewonde trachtte te redden. Volgt een sterke uitvoering van ‘The Band Played Waltzing Mathilda’, de snoeiharde ballad over de catastrofe van Galipoli (1915) waar zovele soldaten van de ANZAC (Australiërs en Nieuw-Zeelanders) sneuvelden of waar ze zwaar gehavend weer van vertrokken. De in Australië wonende Schot Eric Bogle, die zovele treffende songs schreef over WOI, schreef het in 1971 en hoort sindsdien tot het collectieve geheugen van onze tegenvoeters. Niet alleen de tekst snijdt en kerft in de ziel, ook Hunts zegging. Priemt door je hart: ‘So they gathered the crippled, the wounded, the maimed, and they shipped us back home to Australia / the legless, the armless, the blind, the insane, those proud wounded heroes of Suvla / and as our ship pulled into Circular Quay, I looked at the place where me legs used to be / and thanked Christ there was nobody waiting for me, to grieve, to mourn, and to pity’.

Maar zonder overgang voegt Hunt er een ‘spoken word’ aan toe, het getuigenis van een kreupele. Later blijkt dat zijn twee overgrootvaders in WO I zaten. Degene die weerkwam, was door gas bevangen geweest en had er de rest van zijn leven last van. Zijn grootvaders vochten in WOII. Eén van hen vertoefde als gevangene in de buurt van… Hiroshima, tot kort vooraleer de bom viel! Zijn vader kwam gehandicapt weer van Viëtnam. In het tweede deel bracht hij dan ook het al even beklijvende ‘(I Was) Only Nineteen’, ook bekend als ‘A Walk In The Green Light’, dat een grote hit was in Australië in 1983. Het nummer was van de band Redgum, geschreven door gitarist John Schumann, op basis van het relaas van twee Viëtnamveteranen… Eén van hen was Frank Hunt en dat is de pa van Brett! Het laat zich raden dat de man de registers opentrok en zijn afschuw voor de zinloosheid van deze en andere oorlogen op indrukwekkende wijze verklankte. Ironie van het lot: de dag dat Bretts vader door een landmijn werd getroffen, landde Neil Armstrong op de maan…

Nog in het eerste deel vervoegde de Carolyn Wonderland Band Brett Hunt in een even swingende als meeslepende versie van ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’ van Bob Dylan. Waaraan Carolyn dat deel volspeelde, met o.a. ‘Whatever Happened To Peace On Earth’ van Willie Nelson. Bruno Deneckere had een opvallende inbreng in het grappige ‘Peace Pin Boogie’, een song met een lichtvoetigheid die weinigen associëren met Woody Guthrie. A. Whitney Houston koos, zoals verleden jaar, voor ‘In Afghan Fields’ van Jacky Jura, om het tweede deel poëtisch in te zetten. Het is een parafrase op het nu weerom zo actuele ‘In Flanders Fields’ van John McRae. Het eindigt, zinspelend op de papaver: ‘Tell the truth about our foe / That everyone who cares should know / The heroin they allow to thrive / Is almost all that’s left alive / We shall not sleep, while poppies grow / In Afghan fields’.

Voor een nieuw hoogtepunt, figuurlijk maar ook letterlijk, zorgde Luiz Márquez met ‘La Sierra’, een evocatie van de Mexicaanse hooglanden. Helemaal alleen, met allerlei ruis- en ratelgeluiden producerende instrumenten maakt hij een dromerig, beelden van weidse vlakten, heuvel en dalen oproepend klankdecor als omlijsting van een lang en uitermate vaardig stuk op een dubbele bamboefluit. Hij krijgt er terecht een open doekje voor. Kimberly brengt met Cole en Kevin een doorvoelde soulvolle versie van ‘Imagine’… Niemand kon toen weten dat de John Lennon song enkele dagen later de soundtrack zou worden, zowel van het verdriet van zovelen als van het sprankeltje hoop dat bij ons allen nog rust. Even later bracht Kimberly de beloofde song uit de komende cd van Little Kim & The Alley Apple 3, ‘The Longest Mile’, dat de gitarist en componist van de band, Tom De Poorter, bedacht over een soldaat die ondanks alles hoopt zijn lief nog weer te zien… Na het al besproken aangrijpende ‘Only 19’ brengt Brett Hunt een song waar een vriend-bokser hem de inspiratie voor gaf, ‘We All Bleed Red’: je kan nauwelijks mooier formuleren dat alle mensen mekaars gelijke zijn (voor een knappe uitvoering, zie  https://www.youtube.com/watch?v=oDtNVNus0iQ .

Ook het volgende zorgde voor kippenvel: omlijst door omzeggens het hele gezelschap zong Ries De Vuyst ‘Leger van de Heer’, een hymne van de hand van zijn gouwgenoot en vriend Broeder Dieleman. Het staat ook op Ries’ uitstekende nieuwe cd ‘Oondert’ (Zeeuws voor ‘Honderd’ want Ries werd er zestig en zijn gitaar veertig!) De snedige tussenkomst van Gait Klein Kromhof maakte van dit lied, waar meer inzit dan wat op het eerste oor lijkt, een belevenis. Tijd voor de aanzet tot de finale met, hoe kan het anders, een set van de Carolyn Wonderland Band. John Hiatt schreef ‘Take It Down’ al in 2000 voor zijn ‘Crossing Muddy Waters’, maar de song heeft niets van zijn relevantie verloren: Hiatt heeft het over de Confederate flag waar zoveel rond te doen is. Hij vond toen al dat dit symbool van een verfoeilijke en verfoeide oorlog weg moest. Carolyn vertelde er bij dat men haar deze cover in Texas niet altijd in dank aanneemt… Ze brengt de song vanavond met een hele uitgemeten versie, typisch voor vanavond, want ze gaat minder fel te keer dan voorheen. Maar de intensiteit is niet minder, integendeel zelfs: ze laat de song zijn werk doen.

Dat was ook het geval ook met ‘Come Together’ dat ze samen met vriendin Ruthie Foster pende. Iedereen staat op scene voor de ultieme protestsong, al enkele jaren de afsluiter, mede omdat er van deze klassieker van Bob Dylan een Nederlandse versie werd geschreven door Wannes Van de Velde. Ook nu werd ‘Masters Of War/Oorlogsgeleerden’ beurtelings gezongen in Engels, Nederlands en Zeeuws. Maar na dit orgelpunt (het was al vlotjes middernacht) wilden de aanwezigen toch nog een toetje, waarop het gezelschap ‘Let’s Work Together’ bracht, een flinke streep hoop in, bange tijden. Wilbert Harrison bracht het in 1962 uit als ‘Let’s Stick Together’, drie jaar na zijn andere grote hit, ‘Kansas City’. Sindsdien leidde de song een eigen leven in meerdere succesvolle versies. Al was het een paar keer met vallen en opstaan, de zesde editie van Beyond The Flags mocht er wezen, eens te meer. De deelnemers aan beide kanten van de Bühne lijken vastberaden om er een zevende bovenop te doen. Na Parijs dringt deze roep om vrede zich meer dan ooit op…

 

Antoine Légat (19 11 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s