Eilen JEWELL (support: MISS TESS) in N9 Villa te Eeklo op vrijdag 23 oktober 2015: ‘Je hoort een sterke onderstroom van klassieke country en alt.country, maar er is southern blues, New Orleans, honky tonk, rockabilly, western swing en vroege rock-‘n-roll in de mix, waar zowel Miss Tess als Eilen Jewell hun eigen heerlijke gumbo van brouwen’

zie ook Rootstime

Je zou verwachten dat, als twee niet onbelangrijke singer-songwriters uit de vooral op country geënte folk music langskomen, er een volksverhuizing plaats grijpt, zeker als één van beiden hier nog nooit voet aan wal zette en de andere over de jaren heen een grote reputatie heeft opgebouwd. N9 Villa in Eeklo was slechts voor iets meer dan de helft gevuld voor de komst van Eilen Jewell en support Miss Tess. Niet dat we ons daarover meteen zorgen maken, al is het sneu voor de welmenende organisator: onze concertkalenders zijn nu eenmaal zwaar beladen, sommigen zeggen overladen, zeker in de weekends, en je kan vooralsnog maar op één plek tegelijk zijn. En iedereen is vrij te doen wat ie wil, maar niet zelden krijg je achteraf te horen ‘als we dat geweten hadden’ en ‘hebben we wat gemist?’ Maar wie er was, was er met volle goesting en genoot er met volle teugen van, en dat is finaal wat telt. Bon, dat is er dan weer eens uit en zo keren we terug naar de orde van de dag.

Of liever: van de avond. Etiketjes plakken niet goed op muzikanten die resoluut aan hun eigen weg timmeren, maar als we beide singer-songwriters moeten typeren dan komt ‘roots Americana’ het dichtst in de buurt. Je hoort een sterke onderstroom van klassieke country en alt.country, maar er is southern blues, New Orleans, honky tonk, rockabilly, western swing en vroege rock-‘n-roll in de mix. Tess en Eilen brouwen ze er hun eigen heerlijke gumbo van. En of die goed smaakt. Miss Tess komt uit een muzikaal nest en werd (op)gevoed met folk en dertigerjaren swing, het ideale substraat voor wat ze later zou doen. Ze kwam exact tien jaar geleden op de proppen met haar eerste cd ‘Home’. Ze is dus ongeveer even lang bezig als Jewell. Ze heeft intussen flink wat platen uitgebracht. Sinds ‘The Love I Have For You’, een 7 song LP, op de title track na allemaal covers, koppelt ze haar naam aan een eigen band, The Talkbacks. Ze heetten eerst Bon Ton Parade maar die naam bleek al in gebruik door een band in New Orleans. Gitarist Thomas Bryan Eaton maakt vast deel van uit van The Talkbacks. De ritmesectie roteert.

Miss Tess woont tegenwoordig in de hoofdstad van de country, Nashville, en ze zit op hetzelfde label als Jewell, Signature Sounds Recordings. Ze onderbrak de opnames van haar nieuwe plaat om zich eindelijk eens in Europa te tonen. Die kans heeft ze alvast in Eeklo niet gemist. Tien songs zou haar set omvatten. Ze had voor deze toer enkel Thomas mee, een crack op zijn instrument. Maar ook zij kan meer dan aardig overweg met de zes snaren, wat in duet of duel met Thomas occasioneel vuurwerk opleverde, al nam Thomas doorgaans alleen de solo’s waar. Voor de laatste drie songs kreeg Miss Tess assistentie van Jewells ritmesectie, contrabassist Shawn Supra (die in het voorjaar Johnny Sciascia verving) en drummer Jason Beek, tevens de echtgenoot van Eilen. Met haar hoge heldere stem kan Miss Tess zowat alles aan. Ze begon met vier songs uit ‘Sweet Talk’ (2012), het voorlopig nog laatste album met eigen werk. Dat kwartet werd slechts onderbroken door de nieuwe single ‘One Match Fire’, die ze dit voorjaar uitbracht als voorbode van de komende langspeler.

Het guitige ‘If You Wanna Be My Man’ en ‘Everybody’s Darling’ (met een prachtige solo van Thomas) lieten goed horen dat ze in haar jeugd met swing in contact kwam, al zit er ook een flinke portie Nashville in. ‘New Orleans’ schreef ze als een uitnodiging voor een vriend om eindelijk eens de Crescent City te bezoeken. Miss Tess laat hier ook een straf staaltje mondtrompet horen. ‘I Never Thought I’d Be So Lonely’ heeft dan wel een droevige tekst maar is bepaald up tempo. Je kan er niet aan voorbij: dit is en blijft feel good music en tristesse is aan Miss Tess niet besteed. Ze communiceert gaandeweg meer met haar publiek. Uit coverplaat ‘The Love I Have For You’ haalt ze twee songs met eerst ‘Night Life’ van Willie Nelson. Ze is verrast dat we Ted Hawkins zo goed kennen, wat volgens haar vrij uitzonderlijk is: ‘Sorry You’re Sick’ haate ze uit diens ‘Watch Your Step’ en mijmert even over de inhoud, dat Ted de song schreef voor een vriend om die duidelijk te maken dat zijn voorliefde voor drank ziekelijke vormen aannam. ‘Of gaat het over hemzelf…’ voegt ze eraan toe.

De drie songs met de ritmesectie krijgen iets meer body en volume. ‘Talking A Train To Caroline’ (dat je ook vindt op de dubbele ‘Live Across The Mason Dixon Line’) jakkert als een sneltrein voort. Het lied heeft tegelijk iets van ‘C’est La Vie’ van Chuck Berry en van ‘Mystery Train’ van Junior Parker (later van Elvis Presley), maar straalt toch een eigen karakter uit. Miss Tess antwoordt met haar gitaar op een eerste solo van Thomas, een robbertje stuiterende twang-gitaar, en er ontstaat een virtuoos spervuur van op elkaar inspelende puntige solo’s. Het viertal sluit af met de slow swing van ‘I Can’t Help Myself’. Opnieuw komen beide gitaristen aardig uit de hoek. Een kennismaking die amper tien songs duurde maar niets dan positieve reacties ontlokte. We zouden Miss Tess overigens nog bij Eileen Jewell horen schitteren. Alleszins opdracht volbracht voor de dame uit Nashville.

Met twee acts op één avond verwacht je dat de sets wat korter zijn, maar niet zo bij Jewell: ze speelde niet minder dan twintig songs en plakte er nog twee encores bovenop. Dat betekent dat ze veel meer bracht dan songs uit de voorlaatste studioplaat ‘Queen Of The Minor Key’ en de laatste ‘Sundown Over Ghost Town’. Er kwamen tussen die twee in ook nog twee live platen, en uit de zeer recente dubbele ‘Live At The Narrows’ citeerde ze ook. Ouder werk kwam eveneens aan bod via een paar goed gekozen nummers. Jewell beseft zelf maar al te goed dat haar teksten niet zo opgewekt zijn, maar ze zijn wel uit het leven gegrepen. Dat leven greep lange tijd plaats in het ouderlijke Boise, Idaho. Studeren en busken deed ze in Santa Fé, New Mexico, voor een buitenstaander niet bepaald de meest attractieve streken, als we zo stout mogen zijn. Na een tussenstop in Boston keerde ze weer naar Boise en dat is precies al het fraais en minder fraais waar ze ‘Sundown Over Ghost Town’ aan ophing.

Niet dat de muziek zich in een ‘minor key’ wentelt. Maar er is wel iets van dat landerige te merken in haar zingen. Haar stem heeft soms iets klaaglijk en ze bezit bijwijlen dat slepende, dat lijzige van een Billie Holiday. Dat is vanzelfsprekend een groot compliment, want het is een genot om haar te aanhoren. Ook na 22 songs ben je haar niet beu. Ze grijpt af en toe naar de mondharmonica, instrument dat ze goed beheerst, wat het bluesy karakter van sommige songs onderstreept. De ritmesectie staat haar al lange jaren terzijde en is, dat had u al begrepen, een huis van vertrouwen. De band heeft echter nog een troefkaart in de persoon van Jerry Miller, als begeleider zeer in vraag. Om meteen al een misverstand uit de wereld te helpen: deze Jerry Miller heeft geen uitstaans met de gelijknamige gitarist van het lichtjes legendarische Moby Grape. Die andere Jerry leeft en werkt ook nog steeds, net als, af en toe toch, Moby Grape. De Miller van vanavond trad aan met o.a. de in Boston bekende The Surfs en Bluestime (met Magic Dick en J. Geils in de rangen) Het hele concert door zouden we staaltjes krijgen van zijn immense kunnen. We kennen nu al een paar gitaristen die zich te pletter ergeren dat ze daar niet bij waren. Je zal naar Boston moeten om hem nog te horen toveren.

Eilen (spreek uit ‘Ielen’) gaf haar gitarist trouwens de gelegenheid om een nummer te brengen van zijn soloplaat, maar gezien zingen niet aan Jerry besteed is, kweet Miss Tess zich, samen met Eilen, van de taak, iets wat Miss Tess overigens ook op de cd had gedaan. Die ‘New Roads Under My Wheels’ (2013) staat vol ‘rockabilly chops, western swing sensibilities, twangy surf-rock sounds’ en geeft een idee van ’s mans enorme gitaartechnische en zuiver muzikale kunnen. Miss Tess zong met overtuiging het titelnummer ’I’ve Got New Roads Under My Wheels’ van de hand van Bob Wills. Slechts één persoon in het publiek reageerde toen de naam viel, maar we zijn ervan overtuigd dat er wel meer waren die bekend zijn met de ‘King of the Western Swing’, de auteur van ‘San Antonio Rose’. Dan zaten we echter al midden in de set. Daarom even terugspoelen naar de start. ‘Worried Mind’, opener van de recente cd, was ook de mooie openingszet, een ontroerende ode aan Boise. Het volgende ‘Hallelujah Band’ is ook het tweede nummer van de cd, maar daarna wijkt ze af va wat even een cd voorstelling leek. Ze gaat verder met ‘Rain Rolling In’, niet toevallig de opener van haar derde album met de veelzeggende titel ‘Sea Of Tears’.

Een eind verder brengt ze ook de titelsong en vraagt de titel van de cd aan het publiek; De gelukkige die eerst antwoordde, won de cd. Voor ze ‘Rain Rolling In’ inzet, spookt het in de geluidsinstallatie, meer bepaald in de monitors… ‘I think there are ghosts on the stage’… In deze periode denkt eenieder in de States al aan Halloween! Het komt snel in orde: ‘The ghosts are afraid of the rain’. Tijd voor het ‘Where They Never Say Your Name’ uit haar tweede ‘Letters From Sinners & Strangers’ (2007), de plaat waarmee we haar leerden kennen. Eens te meer vernemen we meer over de achtergrond, welgeteld één zin in een song gaf de inspiratie en de aanzet, een deun van Jimmie Rodgers (1897-1933, The Singing Brakeman alias The Blue Yodeler was de eerste country superster) Eilen vertelt het met een hoofse charme. Spiritueel is ze ook al: haar ‘I heard Eeklo is a honky tonk town too’ krijgt de verhoopte reactie. ‘I’m a Honky Tonk Girl’ komt uit haar ‘Butcher Holler. A Tribute To Loretta Lynn’ (2010) In ‘High Shelf Booze’, dat ze begrijpelijkerwijs als een ‘drinking song’ kwalificeert, valt de gelijkenis met Billie Holiday bijzonder op. Een getormenteerde ziel als de hare heeft het niet hoog op met Cupid wij zeggen Cupido of Amor, de lieflijke puto met de vleugeltjes, maar evenzeer met het verraderlijke boogje en de lukrake pijlen. Dat maakt ze ons diets in ‘Bang Bang Bang’ (uit ‘Queen…’)

Ze vergeet haar vroegste werk niet: ‘Mess Around’ diept ze op uit haar eerste ‘Boundary County’ (2005) Het is een jeu de mots op een song van de tussen de twenties en fifties razend populaire Memphis Jug Band. Met ‘Here With Me’ komt een ander aspect van haar zang naar boven. Het nummer komt uit de laatste en is een ware torch song, een jazz standard in wording, dat haar doet klinken als de evenknie van coryfeeën als Jolie Holland en, meer nog, Fiona Apple. Ook de volgende komt uit de nieuwste: het opgewekt klinkende ‘Rio Grande’ voorziet ze van een belangrijke bemerking, namelijk dat ‘many of my songs are about the desert’. Daar kon enkel de pendant ‘Santa Fé’ (uit ‘Queen…’) op volgen. Ze koppelt nu helemaal terug naar haar verleden met ‘Rich Man’s World’, één van de eerste songs die ze pende, toen ze nog aan het busken was en ‘dreaming of a real band, a real record deal, a real gig, a real place like Eeklo’. Het is niet verwonderlijk dat ze hier de harp bovenhaalt. Leep is het streepje Allman Brothers dat ze in de song heeft binnengesmokkeld, denkelijk zoals toen ze dit nog op straat vertolkte.

Daarna mag Jerry Miller schitteren (al deed hij dat in feite het hele concert door) in ‘Dusty Boxcar Wall’ (net als ‘Rich Man’s World’ uit ‘…Sinners…’) en het al vermelde fragment uit ‘New Roads Under My Wheels’. De drie volgende songs stammen uit de live dubbelaar ‘Live At The Narrows’, van repertoire, aard en sound akelig dicht bij dit concert: ‘Drop Down Daddy’ van Sleepy John Estes en ‘Why I’m Walking’ van Stonewall Jackson, met daartussen in het eigen ‘Too Hot To Sleep’ , ‘a summertime song’. Eén classic uit het eigen repertoire (en uit ‘Queen…’) mocht niet ontbreken en die bracht ze dan ook in al zijn schoonheid: ‘I Remember You’ had zo van Lucinda Williams kunnen zijn (een fraaier compliment is nauwelijks denkbaar) Het had gerust het sluitstuk kunnen zijn van het optreden maar Eilen heeft vitaliteit te koop: ‘Sea Of Tears’ en het opzwepende ‘If You Catch Me Stealing’ ronden af.

De band verdwijnt onder luid applaus, maar geen nood: de leading lady blijft alleen staan en heeft voor ons het mooiste moment van het hele concert klaar staan: ‘Songbird’ sluit bewust haar nieuwste af. Die werd immers opgenomen in de periode van de bevalling van het kindje dat ze samen met drummer Jason Beek nu eindeloos mag vertroetelen. Mavis heet die wolk, naar Mavis Staples, niet alleen als eerbetoon aan de soul en gospel koningin, maar ook omdat ze geboren is op een zondag, dag van de gospel. ‘Songbird’ wordt één van die zalige momenten waarvoor artiest en publiek ‘het doen’, waar je in je hart een schrijn voor opricht om het nooit meer te vergeten. Er komt nog een groepsencore, met ook Miss Tess en Thomas, ‘My Girl’ van The Temptations (*), waarbij Eilen opnieuw denkt aan haar kindje, dat ze op deze toer allicht deerlijk mist. Aan het eind van zo’n avond, ver van de realiteit van crisis, oorlog en vluchtelingen, is het leven mooi. Helaas is het dan weer tijd om het dagelijkse leven alle rechten te geven. Maar er komt beslist een vervolg op zo’n prachtig gebeuren, want, zo weten we uit goeie bron, Eeklo, lieve lezer, is a honky tonk town!

Antoine Légat (26-29 10 15)

(*) er staat nu al een versie online op YouTube, van precies een week voor het Eeklose concert, overduidelijk ook nog niet zuiver en gestroomlijnd als in N9:

https://www.youtube.com/watch?v=ozBH3czFIfw

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s