Uitdaging van Marc Borms : ‘Post je favoriete songs’ op Facebook (zeven afleveringen 18-24 oktober 2015)

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Hier gaat ie: aflevering 1!

Het begon allemaal met een streng rechthoekig klatergoudkleurig transistorradiootje dat mijn pa gewonnen had op zijn werk, Ford Tractor, begin december 1967. Ik was in de maanden ervoor al geïntrigeerd door de gesprekken van mijn klasgenoten in het atheneum Hoboken. Ze zongen dan flarden uit de hits van het moment, ‘Bang Bang’ van Nancy Sinatra of ‘Ha Ha Said The Clown’ van Manfred Mann. Thuis keken ze in de latere sixties alleen nog naar TV, de grote radiokast met pick up stond werkloos in de hoek. Ik ging apart zitten en de twee eerste nummers die ik hoorde waren ‘Hello Goodbye’ van The Beatles en ‘She’s A Rainbow’ van The Rolling Stones. Van een COUP DE FOUDRE gesproken!!! Ik was meteen totaal, hopeloos, volledig, meedogenloos en exhaustief verkocht. Al leverde ik nog wat ‘weerstand’ in de komende weken, tegen februari aan volgde ik alle programma’s van dat ogenblik waarin die leuke muziek te horen was. Dat waren er niet veel: Rudy’s Club (‘Message To You Rudy’ werd veel gespeeld) en de Nederlandse piraten, iets later een of andere US radio in Duitsland, dat was het zowat. Naar pop en rock luisteren was in mijn huis, straat, wijk, dorp en land nog een clandestiene activiteit beladen met alle zonden van Israël en Palestina, iets wat specifiek met onze buren nog jarenlang zo zou blijven (daarover later meer) Mijn ouders had ik echter al snel mee: ‘Nights In White Satin’ van de Moody Blues (mijn eerste single aankoop, 69 BEF bij Van meel) en de LP ‘Days Of Future Passed’ (eerste LP aankoop, 200 en zoveel in de Abdijstraat in het Kiel) zorgden daarvoor. Ik lijstte alles op, wat het ijselijke gevolg had dat ik binnen de kortste keren, groepen, zangers, platen en alles daarrond uit het hoofd kende. Ijselijk? Ja! Lees verder!

Was er nog een voorgeschiedenis? Ja, mijn pa had een grote collectie 78 toeren platen, later aangevuld met ‘microsillons’, de eerste vinylplaten. Hij hield van Frans chanson (hij was afkomstig van Pâturages, nu Colfontaine, in de Borinage) en had alles van Edith Piaf, Lucienne Boyer, Rina Ketty, Line Renaud, Tohama, Yves Montand, Charles Trenet, Tino Rossi, Mouloudji, minder Jacques Brel en Boris Vian. En daar kwam de populaire muziek van toen bij: de big bands à la Glenn Miller en Benny Goodman, veel Django Reinhardt, crooners als Nat King Cole, maar ook de Koekoekswals, operettes en ouvertures, licht klassiek in het algemeen, Bobbejaan Schoepen en toenmalige hitparademuziek van ‘Les enfants du Pirée’ over ‘Tom Pilibi’ (het stilaan opkomende Eurosongfestival dus!) naar ‘O was ik maar bij Moeder thuisgebleven’. Die muziek heb ik geabsorbeerd (vooral het chanson) maar ik was te jong om er ‘iets mee te doen’. Dat veranderde met de middelbare school, waar de leraar muziek ons vertelde dat ‘Alleen klassieke muziek echte muziek is’. Ik dacht daar verder niks bij, maar begon wel te zagen voor klassieke platen. Gedurende jaren, tot mijn zestiende zou ik de hoog klassieke muziek ontdekken, alles tussen Mozart en Tsjaikovski, tussen ‘Eine Kleine Nachtmusik’, de ‘Turkse Mars’ en ‘1812’, het ‘Capriccio Italiano’, zeg maar. Met heel veel Beethoven daartussen (het Adagio van de Pastorale!) Zeer ongebruikelijk voor een jongen om zijn spaarcenten daaraan te geven. Ik zou later met ‘klassiek’ bezig blijven maar dan wel alles voor Mozart en alles vanaf de laatste jaren van de 19e eeuw tot nu.

Ik moet bekennen dat ik, zeer tegen mijn zin, in 1964-5 omvergeblazen werd door ‘I Want To Hold Your Hand’ en andere hits van The Beatles, als die bij schoolfeesten doorheen de turnzaal (tevens theaterzaal) galmden. Maar ik heb het voor de dooie dood nooit toegegeven. Tegen 1966-7 begon er iets te kriebelen en dat had met het andere geslacht te maken. Ik had geen zus, er waren geen meisjes in de snel uitstervende dynastie van de Légats in de Walen en Hoboken, ik had geen buurmeisjes en ik zag de meisjes in en uit de klas niet staan, en vooral, zij mij niet: een schriel, klein mannetje met een blik op halfzeven die voortdurend met andere dingen bezig was dan zijn leeftijdgenoten en erg hautain deed, bij wijlen. Die dan nog een erg lage dunk had van zichzelf, aangevuurd door het tekort aan sociaal contact: mijn ouders hadden voldoende aan zichzelf. Ik verwijt het hen niet, want ze hebben altijd héél goed voor me gezorgd en  me altijd gesteund in al mijn zotte ondernemingen, en uit die sociale impasse brak ik wel uit, zij het met de nodige moeite. Bovendien was mijn eerste liefde een van de foute soort: de dochter van één van je leraren… Ai, dat moest wel slecht aflopen. Daardoor ben ik dik vier jaar van mijn leven ‘verloren’, emotioneel. Het heeft me echt ‘getekend’…

Maar dat is een aparte roman waard. In de lijn daarvan ligt het ‘ijselijk’ van hierboven: nu ik ook iets van popmuziek wist dacht ik dat ik wél contact zou kunnen leggen met de aliens van Venus (ik heb later soms gezegd dat het één van de redenen was om me op de muziek te storten, maar dat is overdreven: ‘MUSIC WAS MY FIRST LOVE…’) Alleen… Ik moest vaststellen dat ik ze door mijn encyclopedische benadering van de muziek wegjoeg: ik had het niet alleen over ‘Jumpin’ Jack Flash’ van The Rolling Stones, maar ik ging erop door, tot aan de schoenmaat van Keith Richards toe (incidentally: size 12!!!) En dan waren die hindes natuurlijk al lang naar andere einders gehuppeld, om één van mijn eigen gedichten te parafraseren (‘….AND IT WILL BE MY LAST!’) Hoe ik die hele periode kan samenvatten? Misschien met een typisch nummer uit het begin van 1968. Ik dacht eerst aan ‘Everlasting Love’ van The Love Affair of ‘Green Tambourine’ van The Lemon Pipers (nog altijd goed in het oor liggende nummers), maar vermits er toen ook veel uit de jaren ervoor te beluisteren viel (het was nog allemaal te vers om al een Radio Nostalgie te hebben) opteren we hier voor een song die we kort geleden nog eens onder de loep namen. Naar het schijnt het tweede meest gedraaide nummer op US radio’s in de 20e eeuw (Na ‘Yesterday’ of ‘You’ve Lost That Lovin’ Feeling’? Dat moet ik nog eens checken) en geef toe, het is nog altijd een pakkerd…

‘Never My Love’ van The Association: https://www.youtube.com/watch?v=munErg-ykYU

Eigenlijk had ik liever deze: https://www.youtube.com/watch?v=7wpznZBHsao (‘Windy’)

Twan (18 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering twee!

Die zal een stuk korter zijn. Luisteren naar ‘No Milk Today’ van Herman’s Hermits (alias Peter Noone) of ‘Bus Stop’ van The Hollies (eigenlijk van Graham Gouldman van 10CC) is leuk voor een 17-18 jarige, maar veel (maatschappelijke) relevantie kon ook ik daarin, op die al ‘gevorderde’ leeftijd van 18, niet ontdekken. Humo (dat net op dat moment muzikale grenzen ging aftasten met Guy Mortier als visionaire en professioneel ingestelde hoofdredacteur en een beetje later met topschrijvers Marc Didden en Karel De Knagger) leerde me echter dat bij voorbeeld een zekere Frank Zappa en ene Captain Beefheart bezig waren met boeiende dingen. Op de radio hoorde je die niet. Naast de kwaliteit van Bob Dylan (‘Mr. Tambourine Man’, ‘I Want You’, ‘Blowin’ In The Wind’ en zovele andere nummers) en Jimi Hendrix (‘Hey Joe’) kon je ook al niet luisteren. Er bestond dus nog iets anders dan pure hitparade pop en rock, en gelukkig liepen die zaken toen nog veelal dooreen. Beatles en Stones hadden duidelijk ook meer in hun mars. Met ‘Sergeant Pepper’s…’ hadden die eersten al heel wat credibility verworven tot ver buiten de popkringen, terecht of onterecht, wat de Stones pas echt zouden krijgen via ‘Beggar’s Banquet’ en ‘Let It Bleed’ (OK, ik ga hier even kort door de bocht: u hoeft hier niet op te reageren, ik zou het echt wel kunnen detailleren) Maar het bleef wat mij betreft toch enigszins vrijblijvend. Het vergalde mijn plezier niet. Die hele gemoedsrust werd overhoop gehaald in één bliksemflits, een tweede coup de foudre na die beschreven in aflevering 1, en dat moment kan ik nog altijd pinpointen.

Dat was toen twee groten bijeenkwamen, toen Jimi Hendrix een song van Bob Dylan herwerkte. Die éne song deed de deur open naar een onvermoede wereld, waar muziek plots ‘relevant’ werd: een songtekst kon literair zijn, niet zelden poëtisch, of verwijzen naar een maatschappelijke, sociale context. Die song is vanzelfsprekend ‘All Along The Watchtower’, met zijn enigmatische tekst… wat Dylan volgens sommige waarnemers met opzet heeft gedaan, om de Dylanologen weer wat stof te geven om te schrijven,  door de song eigenlijk en eindelijk te beginnen in de laatste regels… Dylans versie op ‘John Wesley Harding’ is niet wereldschokkend, maar wat Jimi daarmee doet, is ronduit magistraal, du jamais entendu voor die tijd, een gevoel dat ik toen enkel bij Hendrix had, maar dan wel bij herhaling.… en soms ook bij Keith Richards: zie intro van ‘Gimmie Shelter’. Dylan nam wàt graag Jimi’s versie over als ‘definitieve’ en speelde ze live meer dan welk ander nummer ook (er bestaan zeker vier officiële liveversies van) Ach, er is véél inkt gevloeid over ‘All Along The Watchtower’. Het heeft geen zin dat hier dunnetjes over te gaan doen. Nog één detail: naast Mitch Mitchell, Jimi’s toenmalige vaste drummer, deden nog twee bijzondere lieden mee aan de twee sessies die de song in een definitieve vorm goten: Dave Mason, ooit de gitarist van Traffic, de band rond Steve Winwood, en… Brian Jones van de Stones, goeie vriend van Jimi. Zijn pianopartij werd wel weggemixt, maar de  percussie bleef. Jones tekende voor het opvallende ratelende geluid bij het einde van elke maat in de intro (het instrument heet vibraslap… Tja, ik vind het niet uit…)

Tot slot: ‘All Along The Watchtower’ speelde een cruciale rol in de tweede versie van science fiction feuilleton  Battlestar Galactica. Het zou ons te ver leiden om dat hier gans uit de doeken te doen, maar in elk geval was het een schitterende keuze van de scriptschrijvers, die er echt wat mee aanvingen, zoals fans van het feuilleton weten… Wij waren toen voor een tweede maal zwaar onder de indruk… Er is een flitsende clip die het allemaal samenvat, maar de beelden zijn alleen begrijpelijk als je de geschiedenis van de laatste twee seizoenen kent: de akkoorden van ‘All Along The Watchtower’ geven de reddende ruimtecoördinaten voor de ‘jump’ naar de aarde. Maar opgelet: dit is één aaneenschakeling van oorlogsgeweld, niet voor gevoelige zielen… (Het feuilleton zelf was veel beter, betere TV; in tegenstelling tot de meeste andere gelijkaardige series)

https://www.youtube.com/watch?v=TLV4_xaYynY = Jimi Hendrix met ‘All Along The Watchtower’

Antoine Légat (zondag 18 10 15, maar bedoeld voor 19 10)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering drie!

Kleine jongens worden groot. Muziek was een groot deel van mijn leven gaan betekenen. Alras bleken die brave Moody Blues (ik had al hun platen!) iets te braaf en kwam de harde sector in het vizier met Led Zeppelin II en III waar mijn buurman een speciale voorkeur voor had. Hij begon sympathisch op de muur te bonken als ‘Whole Lotta Love’ of  ‘Gallows Pole’ nog eens door de gang schalde. Met David Bowie kwam er toch iets meer raffinement in de muzikale waardering: ‘Hunky Dory’ vinden we nog altijd een cruciale plaat in ’s mans repertorium en in de muziek van dat moment. Tegelijk kwam er verbreding: ik (her)ontdekte Toots Thielemans, de klassiek muziek shifte (zonder taks) naar Wagner en Mahler, de blues kwam op de plank al moest ik de ware pioniers nog wel ontdekken, en ook New Orleans kwam in het vizier via platen van King Oliver, Bix Beiderbecke, Bunk Johnson, Donald Byrd (Professor Longhair), Allen Toussaint (de sixties hits en ‘Southern Nights’) en Dr. John. Jacques Brel werd ook alsmaar belangrijker.

Die verbreding liep parallel met de groei naar volwassenheid (waar ik nog altijd aan bezig ben, maar het vordert) Want vreemd genoeg was er nog iets anders dan muziek. Na het middelbaar was ik drie jaar op de dool, maar ik ontdekte dat 1/ het leger niet voor mij gemaakt was (maar dat ik aardig wat opstak van de radars bij de raketten in Germany) 2/ dat een baan in een beginnende computerafdeling van een verzekeraar niet de juiste keuze was maar eerder in de grote doos van de ‘geweldige afknappers’ paste. 3/ dat sport me lag (al zou je dat nu niet zeggen aan mijn huidige contouren en mijn hespetaille): in voetbal draaiden we vrij hoog mee, maar dat lieten we staan voor tennis (meer plezier, maar van veel minder allooi) Een vriend van de tennisclub vond dat ik moest verder studeren, maar ik was sceptisch. Eén tocht naar Leuven en de Vrijdagmarkt turnde ons helemaal om: we schreven in voor de meest onwaarschijnlijke richting, klassieke filologie, het enige wat ik het na het middelbaar wou starten, maar dat me door mijn leraar Latijn werd afgeraden.

Aan de univ werd alles anders: een eerste echt lief (met Leuvense naam: Stella) maar dat bleef niet duren, waarna die sector weer één kommer en kwel werd. Maar de laatbloeier begon dan toch te bloeien: eind 1971 zouden we ons eerste echt concert zien, Yes in Alma II. Het werd No, omdat ik vond dat ik moest studeren. I tell you no lie! Om me te belonen kocht ik wat later ‘Fragile’, waar ik nog lang van zou genieten. Het eerste echte optreden was dat van Focus met Alquin in het voorprogramma, Nederpop boven dus. Het werd een openbaring. Een paar dagen later een Belgische avond met Luk Tegenbosch, Louisette met een toen al zeer opvallende Raymond (‘Maria, Maria, ik hou van jou’: dat konden ze in de K.U.L. wel hebben!) enzoverder. Het hek was van de dam. Het ware leven kon beginnen!

In de weekends gingen mijn ouders en ik wel eens naar ’t Stad. Bij Dilewijn’s naast het Rubenshuis op de Wapper zagen ze ons graag komen. We vertrokken er altijd met flink wat platen onder de arm. Bij De Slegte nog eens kijken naar tweedehandsboeken over de klassieke oudheid en over andere hobby’s (ik heb Latijn en Grieks altijd als hobby gezien, nooit als studeren of werken, al heb ik extra hakken aan mijn schoenen moeten zetten om over de sloot te geraken, bijwijlen. Wat waren die plaatjes mooi, toen. Ik denk (random, random) aan het elegante sprookje ‘Eldorado’ van ELO, het (voor ons toen) moeilijke maar briljante ‘Rock Bottom’ van Robert Wyatt, het gelijknamige debuut van Stealers Wheel, de eerste platen van Steely Dan (een klasse apart, die Donald Fagen en Walter Becker!) Vooral de schok blijft me bij die ‘Innervisions’ van Stevie Wonder me bezorgde, nog zo’n plaat die mijn horizon met één klap enorm verruimde, want hier komen pop/rock en de zwarte genres, van blues tot soul en R&B bijeen in één persoon. De rauwe no nonsense all energy benadering van Kevin Coyne wist me te bekoren, net als het zoetgevooisde van zijn quasi tegenpool, poëet Eric Andersen (wiens ‘Blue River’ nog steeds naast de platendraaier staat), Zappa’s ‘Apostrophe’ en Overnight Sensation’, Jackson Browne met ‘Late For The Sky’, Joni Mitchell met ‘Court And Spark’ (ik zou ‘Blue’ pas later ontdekken), The Stooges, Traffic met ‘John Barleycorn Must Die’ en ‘When The Eagle Flies’, Van Morrison (aaah! ‘Astral Weeks’! ‘Moondance’!), The Doors met ‘LA Woman’, Ry Cooder met ‘Chicken Skin Music’, en zovele anderen, bekenden en illustere onbekenden, maakten het alledaagse leven draaglijk (maar niet dat van onze buren) Ook was er de bevestiging dat Randy Newman die ik al een poos volgde via covers, ook zelf schitterende platen maakte: ‘Live’, ‘Sail Away’ en ‘Good Old Boys’.

Om de buren episode af te ronden. Als vredespijp mocht ik van buurman (‘wat doe je nou?’) in 1975 een plaat kiezen, voor mijn verjaardag en mijn op stapel staande diploma. Ik ging daar diplomatisch op in. Maar het mocht geen tjingel-tjangel zijn, zo drukte hij me op het stenen hart. Dus koos ik ‘Johan Verminnen’ van… ja, dat weet u natuurlijk wel. Dat viel al beter mee, maar een lichte ontgoocheling maakte zich toch meester van de brave man. Ik denk dat hij liever gezien had dat ik thuiskwam met een vinyl van de Aantwaarpse Strangers of van dien Hollander, ‘George De Bakker’, of zijn favoriet ‘Yaames Laast’ (ik transcribeer… Hij zei het op onnavolgbare manier) Maar ik was blij met die twee songs waar Toots Thielemans op meespeelde. Op The Doors en Randy Newman kom ik nog terug. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, daarom drie moeizaam gekozen illustratieve streepjes…

Antoine Légat (20 10 15)

Toen ik ‘Late Again’ voor het eerst hoorde in de auto me pa, op weg naar mijn Leuvens kot, ben ik beginnen wenen: ik dacht dat de Beatles weer bijeen waren… U hoort het wel! We bleven in elk geval Gerry Rafferty blijven volgen tot aan zijn vroegtijdige dood. Ook na zijn topjaren leverde hij knap werk, zij het met lange tussenpozen.

https://www.youtube.com/watch?v=WXI4P8chzJA

Een openbaring, die ‘Innervisions’…

Higher Ground – Stevie Wonder (1973)

“Higher Ground” is a funk song written by Stevie Wonder and first appearing on his 1973 album “Innervisions”. The song reached #4 on the U.S

Eén van de prangende songs van ‘Astral Weeks’, dat Van Morrison maakte op een volledig dieptepunt. Je kan nauwelijks dieper zitten. Al die frustratie zit in deze plaat en spat daar telkens weer uit. Er spelen geweldige muzikanten mee. Zo verzorgt jazzman Richard Davis (één van de allergrootste contrabassisten!) hier een aantal geïnspireerde partijen (al waren de musici naar verluidt niet echt betrokken bij het ‘laatste kans’ project van deze gekke Ier) > ‘Cyprus Avenue’

Van Morrison – Cyprus Avenue

Van Morrison – Astral Weeks [1968]

YOUTUBE.COM

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering vier!

Als je zelf geen noot geperst krijgt uit een gitaar of piano, en zelfs niet uit een triangel of een kazoo, zit er maar één ding op. Nee, niét “zwijgen’, mijn beste Fidel, wel erover schrijven. Dat is wat we vanaf 1973 al eens deden, over muziek en over sport. Dat had verrassend genoeg meteen gevolg: ik mocht eens wat proberen bij Humo en Jan Wauters gaf me de kans om reportages te maken voor ‘Wat is er van de Sport?’ op de eerste net van de nationale radio. Ik was dus al would be journalist in 1974, meer dan een jaar voor ik ging lesgeven. Straf begin, dat wel, maar te hoog gegrepen voor een rookie, die daar nog niet klaar voor was. Al heb ik later moeten horen van de radio collega’s dat ze niet begrepen waarom ik er zelf mee kapte en niets meer van me liet horen: ‘Iedereen vindt in het begin van zichzelf dat ie het niet goed doet, maar dat is een kwestie van doorbijten’ Niemand had me zoiets gezegd. Ik ondervond later dat ze gelijk hadden: alle begin is moeilijk.

Beide carrières verliepen chaotisch: dertien interims (lange niet alleen Latijn of Grieks!) duurde het voor er zich in 1983 een mogelijk vaste betrekking aandiende. Die benoeming kwam er in 1987 en van dan af speelde het lesgeven zich nog op één plaats in één provincie af. Lesgeven vraagt een totale inzet, niet makkelijk te combineren met schrijven over muziek. Dat werd tot het einde een verhaal van beginnende blaadjes die even snel weer opgedoekt werden, éénmalige radio-opdrachten (al zat er wel een stint van drie jaar voor de KRO in Hilversum bij) en free lance werk. Het is een in alle betekenissen apart verhaal, waarin vooral het werk voor De Standaard (1991-1998) en De Morgen (1999-2005) eruit springt, twee opdrachten waar ik enorm dankbaar voor was, ben en blijf. Ik heb ook de beste herinneringen aan o.a. muziekblad Gandalf (nog altijd deerlijk gemist in ons landschap), aan Backstage, aan het Bourdonske, aan de nieuwsbrief van Rootstown.

Interviews waren er natuurlijk ook bij. Kevin Coyne + Zoot Money in een cinemazaal van Tielt was het eerste (zo zenuwachtig… Coyne moest me op mijn gemak stellen), en er zouden er toch een flink pak volgen, waarbij Mike Scott (Waterboys), Emmylou Harris en Tony Joe White tot de uitschieters behoren. Maar één reeks van drie springt er toch tussenuit. In 1979 gaven The Doors (minus de erg dode Jim Morrison) een reeks interviews in The Bridal Suite van Hotel Amigo bij de Brusselse Grote Markt een reeks. De fotograaf, tevens hoofdredacteur van muziekzine Riff (niet te verwarren met Rif Raf) en ik gingen erop uit… Om vast te stellen dat de heren pissed off waren door het bedenkelijke niveau van de vragen van mijn voorgangers (sorry, voorgangers, het wàs zo!) Enkel mede-producer Frank Lisciandro van ‘An American Prayer’ (waarop Jim gedichten van ‘m voorlas met een later aangebrachte begeleiding van Manzarek, Krieger en Densmore) bleek bereid te praten. Maar we hadden de LP wel degelijk beluisterd en wat dingen opgezocht, het minimum eigenlijk binnen het korte tijdsbestek tussen ontvangst van de plaat en interview. Na een tijd draaide hij zich om en zei ‘Hey, guys, this one actually LISTENED to the record’, waarop reus Ray Manzarek dreigend op me afkwam: ‘What’s your Name?’ Met een krop in de keel gaf ik een bevredigend antwoord, vermoed ik… In elk geval was ik geslaagd en kwamen ze erbij zitten. De rest was niet wereldschokkend, maar het werd toch een leuke babbel, effectief rond de inhoud van de plaat en de persona van Jim…

Het toeval wil dat ik in 1989, dus tien jaar later, bijna dag op dag, Randy Newman in hetzelfde hotel mocht interviewen, in de lobby ditmaal. Nog eens tien jaar later, in 1999, u raadt het, zij het niet dag op dag, was het de beurt aan Stephan Eicher (nog eens een goeie Zwitser buiten Cancellara, Federer en Wawrinka!) om daar te staan. Ditmaal praatten we in de bar. Zowel met Newman als Eicher gebeurde er opnieuw het een en het ander…en een aantal dingen gebeurden niét. Al weten dat we uw nieuwsgierigheid hebben gewekt, er is geen plaats om dat hier uit de doeken te doen. We zijn wel blij dat we grote Randy konden vertellen (we kregen meer tijd dan normaal toebemeten) wat onze lievelingstrack was in zijn oeuvre, keuze waaraan hij zich beslist helemaal niet verwachtte. De koortsige manier waarop Newman hier de koudwatervrees van een op trouwen staande, geweldig verliefde maar toch nog twijfelende kerel regel voor regel uitdrukt in antitheses en oxymora verdient het epitheton ‘geniaal’. Hij giet het bovendien in een heerlijke melodie. Warning: de beelden bij deze clip zijn niet van dat niveau. Het is bijzonder nuttig er de tekst bij te nemen…’She’ll laugh at my Mighty Sword…’, yeah right! Maybe she’s crazy, I don’t know, maybe that’s why I love her so’

https://www.youtube.com/watch?v=qkzH3VV5Ysc

Antoine Légat (21 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering vijf!

En alle andere genres dan, bleven die in de kou staan? Nee, nee. In het volgende gaan we wel bijzonder kort door de bocht, waarvoor we vergiffenis vragen: er is zoveel moois… Via het Brugges Festival kwamen we in de wereldmuziek terecht (waarvoor we Jo Van Driessche eeuwig dankbaar zijn), en onze verslaggeving opende deuren, o.a. naar De Standaard toe. De blues kwam erbij via de Banana Peel Blues Club in Ruiselede waar een schoolcollega de programmatie deed. Over blues schrijven doen we nog steeds o.a. via Rootstime en Back To The Roots. De Keltische en andere folk leerden we waarderen via de festivals (Dranouter, in de eerste plaats) en andere activiteiten (Volksmuziek stage in Gooik), de Griekse muziek in al zijn facetten werd ons stokpaardje vanaf de tweede helft van de seventies, toen we voor Sporta gidsten in Griekenland, toen nog het land van de goden (‘Hellas’), niet van de doden (‘Helaas’) De jazz, de wonderlijke Braziliaanse muziek, de Argentijnse tango, het Franse chanson, filmmuziek, swing en de oude jazz, New Orleans, de (roots) reggae, ze kregen alle hun plaats. Een concert dat we ons altijd zullen herinneren is dat van Bob Marley & The Wailers in Vorst-Nationaal (de tweede maal): dat concert begon eerder gewoontjes, maar ontplofte in het zinderende tweede deel met ‘Exodus’: de man is zijn legende waard, maar da’s een open deur intrappen.

En de klassieke muziek dan? Eens je vertrouwd bent met ‘Haydn tot Brahms’ (met een voorkeur voor Beethovens pianosonates), kan je achteruit: de Griekse oudheid (schaarse fragmenten), het Gregoriaans, Ars Nova en de Vlaamse polyfonie, toen onze streken aan de top van de muzikale evolutie stonden, de Barok van Monteverdi over Purcell tot Händel en J.S. Bach (met een voorliefde voor de cellosuites) Je kan ook vooruit: Richard Wagner (zie een eerdere post  hier over ‘Isolde’s Tod’!), Gustav Mahler (‘Das Lied von der Erde’, ‘Kindertotenlieder’, ‘Lieder eines fahrenden Gesellen’), de symfonieën van Anton Bruckner en van Antonin Dvořák (vooral het ‘Adagio’ uit zijn 8e! Wat een melodische rijkdom!), de Franse impressionisten (Fauré maar vooral Debussy, Ravel en die duivelse Satie), de Russen (Moussorgski, Rachmaninov, Rimsky-Korsakov, Scriabin, Prokofiev en zo tot Stravinsky, Shostakovitsj en Schnittke), de dodecafonitsen (Schönberg, Berg, Webern en de geniale maar vergeten Nikos Skalkottas), de serialisten, Karel Goeyvaerts, Luigi Nono, Olivier Messiaen (‘Quattuor pour la fin du temps’!) Minimal music van Morton Feldman, Steve Reich, Philip Glass, Terry Riley… Naast Goeyvaerts denken we in onze streken o.a. aan Wim Mertens en de onderschatte minimalist Dominique Lawalrée. Met die laatste hadden we lange tijd vruchtbaar contact. John Harle, John Tavener, Ludovico Einaudi: boeiende muziekmakers…

Maar er zijn opnieuw drie ‘scharniermomenten ‘ die we even willen belichten: ze heten Arvo Pärt, Henryk Górecki en Gavin Bryars. Estse sacrale componist Pärt leerden we kennen via een in Duinkerke gekochte plaat van Letse violist Gidon Kremer, derde in de Kon. Elisabethwedstrijd van 1967. Op die plaat met ‘geliefde encores’ stonden zeer onverwachte fijne stukjes muziek. Onder anderen ‘Mirror In A Mirror’, toen onbekend, ondertussen eindeloos gebruikt in films, documentaires en reportages. Over deze brok zuivere schoonheid kunnen we kort zijn: luister en geniet….

https://www.youtube.com/watch?v=T8udEA_dx1s

Zoals zovelen vernamen we voor het eerst iets over de ‘bewust vergeten’ Poolse componist Henryk Górecki (altijd ondergeschikt geweest aan Penderecki en Lutoslawski) via zijn veel gelauwerde 3e symfonie, de ‘Symphony Of Sorrowful Songs’, een regelrechte million seller via de versie met dirigent David Zinman en sopraan Dawn Upshaw (1992) Zelden zo overspoeld geworden door emotie als door de documentaire waarin de man zelf vertelt over de inhoud van elk van de drie bewegingen, terwijl de muziek verder speelt. Zijn bezoek aan Auschwitz als kleine jongen, wat in de eerste beweging zo dramatisch doorklinkt, het bezoek aan het Gestapo hoofdkwartier in Zakopane en de graffito die de tweede beweging aanstuurt… Indrukwekkend. Zijn ‘kleine’ verteltrant, de emotie die ook hem bevangt als hij vertelt over de toegangsweg bezaaid met kleine stukjes menselijk been… Kippenvel… De derde beweging die het leed van alle moeders bezingt, is er misschien net wat over, ja, maar het weze hem vergeven. We kregen hem nooit te spreken, al waren er plannen om hem te ‘koppelen’ aan een bevriend Grieks componist. In 2010 eindigde die droom definitief.

https://www.youtube.com/watch?v=bPhrG82nV2c

De Britse componist en contrabassist Gavin Bryars kenden we al van ‘The Sinking Of The Titanic’ uit 1969. We zagen hem ooit optreden in Rijsel en later nog eens in de Handelsbeurs (met Gavin Fiday) met een werk gebaseerd op een sonnet van Shakespeare. Pas laat, in de nineties, ontdekten we een werk dat hij al in 1971 had geschreven, t.t.z. een zwerver had het voor hem geschreven! De dakloze had immers een stukje religieuze hymne gezongen, wat Gavin opnam in de buurt van Waterloo Station in Londen. Waar Bryars het toch weer uit viste. Bij beluistering viel het hem op dat de dakloze (men heeft nooit achterhaald wie hij was) juist zingt en dat het stuk zich leende tot eindeloze herhaling, gesneden koek voor een minimalist als Bryars! De hele ongelofelijke geschiedenis vindt men o.a. via deze link:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jesus%27_blood_never_failed_me_yet .

Hij heeft het bandje alle soorten arrangementen meegegeven, die op één cd verzameld zijn, getiteld naar de slagzin: ‘Jesus’ Blood Hasn’t Failed Me Yet’. Een geniale vondst was het om Tom Waits te vragen om er in één versie zijn hese schuur tegenaan te schuren…

https://www.youtube.com/watch?v=gT0wonCq_MY

Antoine Légat (22 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering zes!

Tijd om het gezaag te beëindigen en geliefde muziekjes te laten spreken. Eerst het chanson. Als men ons zou vragen om één track te kiezen als vertegenwoordiger van het ‘naoorlogse Frans chanson’, dan werd het Georges Brassens (‘Les copains d’abord’ of ‘Brave Margot), Leo Ferré (‘Avec le temps’), Jacques Brel (‘Ces gens-là’, ‘Jojo’, ‘La ville s’endormait’ of ‘L’éclusier’) of Edith Piaf, Enkel ‘Les feuilles mortes’ van Joseph Kosma, op het schitterende gedicht van Jacques Prévert en gebracht door die charmante Yves Montand, zou bovenstaande pikorde kunnen verstoren. Maar we kozen voor ‘iets kleins’. Van Édith Gassion, alias La Môme Piaf (men noemde haar Edith, zegt men, naar de heldhaftige verpleegster Edith Cavell, wier executie honderd jaar geleden zopas herdacht werd) zetten we hier een iets minder bekend nummer dat nochtans alle facetten laat horen van haar ongelofelijke zang en dictie, en alle emoties een sterke uitdrukking geeft… Het laatste stuk, als haar geliefde veilig en wel bij haar komt (na plusminus 2’30”), amai, da’s kippen(ennogveelanderedieren)vel…

https://www.youtube.com/watch?v=CLx6qjiu8tE

De Duitse school! Respect voor de Krautrock van Tangerine Dream, Faust, Amon Düül, en Franse tegenhanger Magma (‘Mekanïk Destruktïw Kommandöh’!), om maar die te citeren, maar ik had altijd een boontje voor Can, en wat Holger Czukay en drummer Jaki Lieberziet daarna hebben uitgevreten. ‘Persian Love’ van Czukay’s ‘Movies’ plaat is een mooi voorbeeld tot welk klankenspel en ritmische Spielerei dit aanleiding kon geven…

https://www.youtube.com/watch?v=uTHTrPEVqjY

Foute muziek, die was er ook! Ik was sinds de dagen van Aphrodite’s Child fan van Evàngelos Odyssèas ‘Vangelis’ Papathanassiou (gelieve de ‘e’ plat uit te spreken! Accent op de ‘i’ in zijn achternaam, dus Vangèlis Papathanassίou) Ik weet dat hij door ‘serieuze’ melomanen niet ‘au sérieux’ genomen werd en op één hoop werd gegooid met pakweg Isao Tomita, Kitaro, Jean Michel Jarre, Rick Wakeman en Andreas Vollenweider. Een vrij groot stuk van zijn oeuvre vraagt inderdaad een bepaalde ingesteldheid, die ik ook niet of niet altijd kan opbrengen, maar hij heeft ook ongelooflijk straffe dingen gedaan. De man heeft, ten tijde van ‘China’, één concert gegeven in België, in het Koninklijk Circus. Behalve de BRT (Jan Van Rompaey was fan) was ik de énige om een interview aan te vragen. Hij deed er lang over om te verschijnen en hij was overduidelijk bijzonder ontstemd. Blijkt dat hij de BRT eruit had gegooid omwille van de vraag of hij zelf vond dat hij muziek speelde, iets van die strekking. Nou, ik zou ook even op het kookpunt komen. Ik had een flesje ouzo mee, even schattig als totaal misplaatst, eigenlijk. Dat brak het ijs (we moesten het in de glazen krijgen, allicht) en ik kreeg ondanks zijn afkeer van interviews een deftig gesprek. Waar ik ooit een heel lang stuk heb uit gepuurd (in Backstage, dacht ik) Eén van zijn meesterlijke werken is ongetwijfeld de muziek voor ‘Blade Runner’, die eerst zelfs niet mocht verschijnen (tenzij in een door groot orkest nagespeelde versie) Een gelijkaardig lot viel de film te beurt: wij vonden het een Meesterwerk, de goede verfilming van een gewoonweg niet te verfilmen boek. De critici kraakten de prent af, maar die nam zelf wraak, werd een cultklassieker en werd ten slotte erkend door de kritiek als een sterke sfeerschepping en een innovatieve creatie. We voegen later nog straffe tracks van Vangèlis toe, uit andere werken. Maar hier moet u ’t hic et nunc mee doen…

https://www.youtube.com/watch?v=EV95Yu6gZSY&list=PL3ABE2FBA2900C03E

Antoine Légat (23 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Marc Borms vroeg me een week lang terug te blikken op mijn muzikaal verleden. Ik weet zeker dat er boeiender onderwerpen zijn, maar ik heb het halvelings beloofd en nu kan ik er niet meer onderuit. Wat te vrezen viel, werd echter bewaarheid… Het is een slopende, tijdrovende opdracht. Anderzijds geef ik grif toe dat het prettig is om met lichthelm en pikhouweel in de oude mijn te gaan scharrelen. Aflevering zeven!

Tijd om de losse eindjes aan mekaar te knopen… Deze intense hobby (1968 tot nu) samenvatten is onmogelijk, veel te veel voor zeven magere afleveringen. Maar iets dergelijks werd gevraagd en we hebben graag gedraaid. Misschien krijg ik nooit de kans meer, maar een aantal mensen hebben in dit hobbelige, zelfs grillige parcours een cruciale rol gespeeld, gezorgd voor scharniermomenten. Ik noem slechts Guy Mortier, Marc Didden, Miel Appelmans, Luk Saffloer, Chris Schraepen, Piet Chielens, Jo Van Driessche, Peter Vantyghem, Yannis Markópoulos, Dirk Steenhaut, Marc Nolis en mijn huidige ‘bazen’… Ik heb véle en grote schulden! Vooral, ik buig nederig het hoofd voor jullie kunde, wijsheid en… geduld (slijm, slijm)

Nog even iets Grieks, iets Belgisch en iets speciaals…

Voorbij Griekenland kunnen we niet. We kenden het land al via onze studies en reizen, en uiteraard mensen als Mikis Theodoràkis, Maria Farantoùri (we mogen van haar niet ‘Farandoùri’ schrijven, wat dichter bij de uitspraak ligt) en Melina Merkoùri. En Vangèlis. Een platenzaak in godbetere het onooglijke Olympia opende in de seventies de wereld van de Griekse muziek via platen van onder meer Diónysis Savvópoulos (altijd een sleutelfiguur geweest en gebleven, de Griekse Dylan, en méér) en Manos Hadjidhàkis. Het nog altijd heerlijke feuilleton ‘Wie betaalt de Veerman?’ (‘Who Pays The Ferryman?’) leerde ons zeer veel over Kreta en het Griekendom, en er was ook de muziek van Yannis Markópoulos, met wie we in de nineties vaak zouden optrekken en samenwerken aan een aantal projecten zoals ‘Ana-Yènnisi/Renaissance’ (die avonturen waren her en der te lezen) Via Brugges Festival en Griekse concerten, plus interviews, raakten we in contact met een groot deel van de actieve musici van het einde van de 20e eeuw. We specialiseerden ons gaandeweg in de re(m)bètika, waar we graag spreekbeurten gaven. Het mondde uit in avondlessen over Griekse muziek in al zijn vormen, van de oudheid tot nu van Ecker-Ik Antwerpen en het opgedoekte Centrum voor Andragogiek van de UFSIA. De band met Hellas is niet gans weg, maar door omstandigheden is het ons niet mogelijk te reizen naar ons tweede vaderland en zelfs de concerten bijwonen in ons land (o.a. in Art Base in Brussel) is moeilijk, o.a. door de ‘besparingen’ van de NMBS. Dat temt me verdrietig. Wat me ook verdriet aandeed was de gemiste kans om Manos Hadjidhàkis te interviewen. De godfather van de Griekse muziek (de man wordt zo goed als unaniem mateloos bewonderd; het waarom is niet in enkele woorden samen te ballen) gaf omzeggens NOOIT interviews. Eén maal wilde hij wel praten. Met die gekke Belg. Het waarom heb ik nooit geweten. Brugges Festival deed er in dat pre mobiele telefoon en internettijdperk alles aan om me die middag te bereiken. Helaas was ik op interview bij… Randy Newman, waarover eerder al bericht… En zo was de kans verkeken… Ik heb heel lang gesakkerd…Daarom als ultiem eerbewijs aan deze zo bijzondere musicus, een plaat die we vaak opzetten als vrienden op bezoek kwamen. Het was Manos’ eerbetoon aan de rebètika, die hij zo hoog inschatte. Geen enkele eigen compositie (op het prachtige nr. 5 na met zijn wervelende bouzouki’s), maar wel schitterende arrangementen vind je op deze ‘Cruel April 1945’, verwijzend naar een wel bijzonder sombere periode in de Griekse recente geschiedenis, de start van de verschrikkelijke Griekse burgeroorlog waarvan de gevolgen tot heden voelbaar zijn… De liederen zijn, zo raadt u, van rebètes die in die tijd actief waren: de levendigheid van de muziek staat diametraal op de gelijktijdige feiten…

https://www.youtube.com/watch?v=SNNqKT2-Tpk

Belgium! We woonden in Hoboken in ‘de straat van The Pebbles’. Om maar te zeggen dat het lot van onze bloedeigen muzikanten me altijd ter harte ging. Zozeer dat ik een band heb gemanaged, Humdrum, ook één van de vier bands waar ik één pakket trachtte van te maken (ik was daar niet voor in de wieg gelegd, om het eufeministisch te zeggen) en concerten hebben georganiseerd (waarvan het concert van 16 veelbelovende bands, w.o. The Bet, The Strings en The Parking Meters, in de Antwerpse Aalmoezenier het commercieel absolute dieptepunt betekende… Wel hopen schouderklopjes gekregen… Het doet nog pijn) Ten slotte werd ik zes maand lang… zanger in een hard rock band in Oostmalle, Mustang (zoek niet naar opnames, toch niet van dat half jaar: die deed ik zelf en die liggen veilig opgesloten in Fort Knox), tot die mannen (stuk voor stuk prima muzikanten) een échte zanger vonden. Maar ik vond het een eer (merci de tout mon coeur, Staf, Gust, Tex, Marc…), de rest van de wereld herademde in 1981… Rond de eeuwwisseling leerden we kort na mekaar H.T. Roberts en Bruno Deneckere kennen, twee ankerpunten van hun generatie in de zo rijke ‘Gentse sien’. Tot dan was die sien voor ons beperkt tot ‘Roland’ (die dan nog van Boom komt!), Gorki (de zo diep betreurde Luc De Vos uit Wippelgem – WE MISSEN JOU, VOSSIE!!!) en Lieven Tavernier (een reus in zijn kleine kunst) We schreven persteksten voor zowel HT als Bruno en zo ontdekten we twee muzikanten die de knapste Engelstalige songs in onze contreien schreven en schrijven. Twee lieve mensen ook met een brede kijk op hun kunst en de wereld. Het is een rijkdom deze lieden te mogen kennen! Via hen ontmoetten we een boel uitstekende musici die op één of andere wijze met ‘Gent’ verbonden zijn: Derek, Filip De Fleurquin, Nils De Caster, Yves Meerrschaert, Luiz Márquez, Niels Delvaux, Gijs Hollebosch, Fernant Zeste, Rianto Delrue, Tom De Wulf, Tom Wolf, Pedro Debruyckere, en zoveel anderen, ook ‘geadopteerden’ als Gabriela Arnon, Kathleen Vandenhoudt, Pascale Michiels, Ries De Vuyst en Gait Klein Kromhof. Bruno, Nils, Luiz, Kathleen en Pascale hebben intussen hun krachten gebundeld in ‘supergroep’ Rielemans: the best is yet to come!Het talent van Bruno krijgt volgens velen (te) weinig nationale ‘exposure’ maar hier was het toch raak (dank, Johan Heldenbergh!) toen Bruno zijn ‘Walking On Water’ voor het voetlicht van de AB en de Radio 1 Sessies kon brengen. Op mandoline Nils De Caster, die Bruno al ruim 20 jaar terzijde staat.

https://www.youtube.com/watch?v=jsT5dA1YXQU

Antoine Légat (24 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

En dan nog ‘iets speciaals’, daar gingen we deze weeksessie mee eindigen…

Iets in de blues? Ik dacht aan Ian Siegal die zorgde voor een onvergetelijk concert op BRBF in Peer in 2004 en een al even bijzondere aftermath… Al kwamen bvb. een Hans Theessink en een Doug MacLeod hier ook in aanmerking. By the way, de tribute van John Primer & band met vele hoge gasten aan McKinley Morganfield is misschien wel dé blues plaat van 2015, ‘Muddy Waters 100’ heet ze.
Brel met ‘Jaurès’, ‘Fernand’, ‘Les vieux’, ‘Jef’ of ‘Les Marquises’… Of toch ‘La ville s’endormait’?
Ik zou haast de folk vergeten… Maar dan wel met iets dat een stap verder gaat: ik dacht aan die geweldige The Gloaming.
Afijn, nog drie clips, beste Marc, en dan zit de opdracht er wel ongeveer op…Eerst Ian Siegal met een nummer van voor zijn eerste officiële plaat, dat hij ons in 2004 bezorgde samen met nog een schat aan songs die hij al lang niet meer speelt. Blij dat hij dit ‘Early Grace’ weer heeft opgediept… Een parel voor dit zwijntje en we hopen van u hetzelfde (de parel, niet het zwijntje!)

https://www.youtube.com/watch?v=Y-DRh-2XoGE

Wat een prachtig lied… ‘Et vous êtes passée, demoiselle inconnue, à deux doigts d’être nue sous le lin qui dansait’…

https://www.youtube.com/watch?v=Ti-Vo0pNHHY

Derde kers op de taart… The Gloaming… Geen woorden nodig…

https://www.youtube.com/watch?v=tKKjixV1U4Y

PS De pianist van ‘folk supergroep’ The Gloaming is NIET Sven Gatz (you wish!!!), wel Thomas ‘Doveman’ Bartlett, New Yorks producer, de vreemde eend in deze Ierse bijt…

Antoine Légat (25 10 15)

%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%

Deze reeks werd grotendeels uit het geheugen samengesteld. Binnen afzienbare tijd schieten er ons weer andere namen, platen en momenten te binnen en herwerken we het zootje. Intussen is het wat het is: één spontane, maar liefdevolle geut…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s