Commentaren bij ‘GLEN’

GLEN. 1/ Grace Beneath The Pines (Glen HANSARD, cd Didn’t He Ramble) 2/ Tuesday pm (Richard HAWLEY, cd Hollow Meadows) 3/ Er speelt zoveel (BJ’s WILD VERBAND, cd Later) 4/ There’s A Hardship (Daniel ROMANO, cd If I’ve Only One Time Askin’) 5/ Don’t Leave Me Like This (Kimmie RHODES, cd Cowgirl Boudoir) 6/ Don’t Leave Me Hanging (GREAT LAKE SWIMMERS, cd A Forest Of Arms) 7/ Bringing It All Together (Grainne DUFFY, cd Live) 8/ Come On In My Kitchen (DALANNAH & OWEN, cd Been Around A While; comp. Robert JOHNSON) 9/ It’s All About The Money (Bruce BHERMAN, cd Chameleon; goldenvoiced vocals: Leni MORRISON) 10/ Wedding Ring (Glen HANSARD) 11/ Niets voor mij (BJ’S WILD VERBAND) 12/ Cloudwatching (HT ROBERTS, cd Old Light) 13/ Always Never Leave (Kimmie RHODES) 14/ Let Me Sleep (At The End Of A Dream) (Daniel ROMANO) 15/ I Still Want You (Richard HAWLEY) 16/ I’d Rather Go Blind (Grainne DUFFY) 17/ Great Time (DEZ MONA, cd Origin) 18/ Stay The Road (Glen HANSARD) – Het is allemaal de schuld van ‘GLEN’. Ja, natuurlijk:  Glen Hansard, who else! Hansard is het boegbeeld van Ierse topband The Frames (die zopas hun 25 jaar hebben gevierd met ‘Longitude’, eerste album sinds ‘The Cost’ uit 2006 en geen greatest hits, maar een verzameling deels heropgenomen lievelingssongs plus één nieuwe) Hansard is tevens de helft van het gezwellige duo The Swell Season (denk aan ‘Falling Slowly’ van de soundtrack van ‘Gone’, waarin hij de hoofdrol speelt, samen met Markéta Irglová, de andere helft van The Swell Season) De man heeft een opvolger voor zijn eersteling. ‘Rhythm And Repose’ (2012) werd een meeslepende ervaring, een trip in het land van de ultieme schoonheid, één der mooiste platen van dit decennium. Kon Hansard deze prestatie nog maar opnieuw benaderen? (…angstig, dof, spanning opdrijvend tromgeroffel…) Nu is er dus ‘Didn’t He Ramble’ en de angst blijkt volkomen onterecht. Hansard blijft de uitgezette koers varen, trouw aan zichzelf, en doet dit met de hem aangeboren klasse en flair, ingetogen zoals hij alleen dat kan (het op een zalige beat drijvende ‘Wedding Ring’), lekker à la John Prine (‘Winning Streak’), groots als de song erom vraagt (het gospelachtige ‘Mercy’), maar altijd vol emotie (‘Grace Beneath The Pines’, ‘Stay The Road’), de emotie waar Ieren het geheim van hebben. ‘Didn’t He Ramble’ verwijst naar lieden die bij pot en pint (en nog veel potten en pinten) herinneringen ophalen aan hun pas begraven gezamenlijke vriend. ‘Hij heeft er toch wel van genoten!’ De drie songs die we uitpikten vormden het klankdecor waartegen deze ‘GLEN’ zichzelf heeft samengesteld (in tegenstelling tot het volksgeloof hebben we daar zelf weinig of niks bij in te brengen: die krengen komen zo uit de mix…) Via Glen Hansard kom je al snel bij Richard Hawley uit en heeft die toch ook nét een nieuwe plaat, zeker?! ‘Hollow Meadows’, zijn achtste. Zoals (bijna) altijd zal de titel wel verwijzen naar een plaats in Sheffield, zijn thuisstad. Die plaat is etherisch mooi en aldus een waardig opvolger van ‘Standing At The Sky’s Edge’ (ook al 2012), een echte crooner plaat ook, Hawley oude stijl dus. De songs die we kozen dragen alzo bij aan de verstilling en de statigheid van ‘GLEN’. Daar past dan weer country bij, die we gingen zoeken bij een veterane en een (voor ons toch) relatieve rookie. Kimmie Rhodes draait al flink wat jaartjes mee. We zagen haar nog in de Boerderij in Eine, tijdens één van de visionaire Misty-Music House concerten. Een sympathieke dame, die Kimmie, die niet ophield te praten over haar grote voorbeelden als Willie Nelson en Emmylou Harris. Eén daarvan was zelfs een gebuur: de grote outlaw Waylon Jennings. Ze schreef flink wat succesnummers voor de genoemden en voor vele anderen van dat statuut als Joe Ely, Trisha Yearwood, en zelfs Peter Frampton en Mark Knopfler. Ze maakte voor haar zestiende plaat gebruik van de diensten van haar zoon, producer Gabriel Rhodes, en van songschrijver Johnny Goudie. Met hun drie bedachten ze het concept van ‘Cowgirl Boudoir’, een blend van traditionele country en de muziek waarmee Kimmie opgroeide in sixties (Bob Dylan, Britse invasie) en later, iets wat culmineerde in haar eigen Austin, TX sound. De twintig jaar jongere Daniel Romano was een blind spot al is ‘If I’ve Only One Time Askin’’ zijn vijfde full cd. Maar al speelt ie country (die hoed!) hij is afkomstig uit Ontario, Canada. Fans van Bruno Deneckere zullen zich goed voelen bij de muziek van Romano. Grainne Duffy (eigenlijk Gráinne Louica Duffy) is dan wel een Ierse singer-songwriter, die dicht bij rock en blues staat, maar hier staat ze, ‘eclectisch’ als ze is, te blinken met een pure country song, die ze schreef ter ere van haar vader die thuis Patsy Cline, Linda Ronstadt en Emmylou Harris draaide. Het andere nummer uit diezelfde ‘Live’ schreef ze niet zelf (ze had het wel gewenst!) maar is de signatuursong van de grote Etta James (die Etta tekstueel aanvulde,  op basis van wat Ellington Jordan al had, maar ze schonk het lied aan haar toenmalige wederhelft Billy Foster, die net in de bajes zat…) Al staat er op die ‘Live’ meer moois, Duffy’s versie van het onverslijtbare ‘I’d Rather Go Blind’ (1968-9) is zo indrukwekkend, dat we u die niet konden onthouden. Ook de nieuwe en tiende cd van HT Roberts, nom de plume van Herman Temmerman, leunt aan bij country. ‘Old Light’ is pastoraal, teder en doorgaans, hum, verstild… Daar zal ‘Cloudwatching’ u wel van overtuigen. HT maakte ze met bijna alleen Bruno Deneckere, weer hij, als secondant. Het is HT’s mooiste, meest consistente cd geworden… en we mochten eraan meewerken, wat u van ondergetekende nooit had verwacht! Wees gerust, we zingen of spelen niet (dat zou rampzalige gevolgen gehad hebben op de schaal van Richter), maar een sfeertekst moet u in de juiste stemming brengen voor dit hele fraaie album… Dat was althans de bedoeling… Eveneens ruraal zijn de Great Lake Swimmers uit Toronto, stilaan oudgedienden in de melodische folk rock/alt.country, die geurt naar de Canadese bossen. Sinds 2003 bracht het vijftal rond zanger Tony Dekker zes langspelers uit. De laatste ‘A Forest Of Arms’ kwamen ze voorstellen op het recente, gerestylede Leffingeleuren festival (Leffinge, Oostende) waar ze een prima concert speelden, met violiste Miranda Mulholland en multi-instumentalist Erik Arnesen in glansrollen. In ons verslag voor Rootstime noteerden we: ‘Zo kregen we een ontroerende uitvoering van ‘Don’t Leave Me Hanging’, een prachtige toevoeging aan het verschijnsel van de murder ballad’ Reden genoeg om het nummer hier in te voegen… BJ Baartmans spreekt ook over Oostende op zijn ‘Later’. Daar schreven we op Folkroddels het volgende over: ‘BJ geniet een benijdenswaardige reputatie als begeleider van muzikanten van stand, als (elektrisch) gitarist en backing vocals. JW Roy (JW = Jan Willem)’ en verder ‘BJ deed voor zijn talrijke eigen Nederlandstalige soloplaten vaak beroep op keyboardsman Mike Roelofs en drummer Sjoerd van Bommel. (…) Het klikt dus tussen de drie, zozeer dat ze als groep opereren. (…)BJ’s nieuwste, twaalfde (!) cd ‘Later’, is uitgekomen onder de vlag van BJ’s Wild Verband, genoemd naar BJ’s studio. Je kan Baartmans nog het best vergelijken met een Tom Vanstiphout (…)’ Over één der songs van ‘Later’ op deze ‘GLEN’: ‘Zo schiet de sfeervolle opener ‘Er speelt zoveel’ geregeld uit de kom, met een einde waarin de gitaar van BJ puntig de waanzin orkestreert. Mooie symboliek in dit lied met de verwijzing naar Marvin Gaye gestrand in Oostende als drijfveer om ‘Sexual Healing’ te schrijven.’ Het andere in deze collectie opgenomen nummer, ‘Niets voor mij’ is beslist niet niets voor ons… Klasse! Denk hier gerust aan Van Stiphout! Bruce Bherman heeft een nieuwe cd en die zetten we hier even in de schijnwerpers, zoals we dat met zijn vorige gedaan hebben. Bherman heeft gemengd Vlaamse en Britse roots, is eigenlijk van Oostende maar woont al lang in Gent. Sinds 1999 laat hij geregeld platen op ons los. Acht langspelers en nog wat kleinere releases daartussenin, en dat kan ons alleen maar verblijden want de man schrijft uitstekende songs die je als ‘intelligente pop’ mag omschrijven. Dat is met ‘Chameleon’ niet anders (LP met 7 nummers, met daarbij die songs ook nog eens op een cd-tje) Hij heeft er weer eens leuke gasten bij geroepen: Gianni Marzo (Isbells, Marble Sounds) tovert op allerlei snaren, Bart Maris hield zich bezig met het blaaswerk (nummer één op trompet, die Bart!) Bruce kreeg voorheen wel wat kritiek omwille van zijn fluisterstem. Mooie stem, maar niet altijd even passend in de song… Tja, de brucibus en bhermanibus non est disputandum, maar voor de zanger-gitarist reden genoeg om de Ierse zangeres Leni Morrison uit te nodigen. Prima idee, zoals blijkt uit de hier opgenomen song! Rest nog het buitenbeentje… In een nog te verschijnen stuk poneren we (we wilden absoluut eens het woord ‘poneren’ hanteren!) het volgende over Dalannah & Owen: ‘Dalannah Gail Bowen, een negenzestigjarige Canadese van gemengd Afrikaanse en Cherokee afkomst, zingt blues met als enige begeleiding de elektrische bas van Owen Owen Owen (eigenlijk Owen Veber)’ en over de cover van blueslegende en –pionier Robert Leroy Johnson, de auteur van ‘Cross Road Blues’, ‘Sweet Home Chicago’, ‘Terraplane Blues’ en ‘Love In Vain’: ‘…waarna ze een zwoel, verleidelijk maar tegelijk enigszins omineus ‘Come On In My Kitchen’ van Robert Johnson neerzetten, het onbetwiste hoogtepunt.’ Zo hoort u het ook eens van een an… van ons. Maar u hoeft onze prietpraat niet te geloven. Hier is ‘GLEN’ en hij staat klaar om u op een zoetgevooisde en, hum, verstilde manier in te palmen… (AL; 14 10 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s