BRUCE KATZ BAND in Banana Peel te Ruiselede op maandag 22 juni 2015: ‘Het concept is simpel, het effect maximaal: je speelt, op je Hammond B-3 orgel en af en toe op piano, een aantal blues gerichte songs uit je eigen back catalogue, en dan vooral uit je meest recente plaat, je kruidt die af met een paar favoriete songs van anderen, je zorgt voor een stel muzikanten dat op jouw torenhoge niveau staat, en Kees, pardon: Katz is klaar’

Zie ook http://www.rootstime.be

Het concept is simpel, het effect maximaal: je speelt, op je Hammond B-3 orgel en af en toe op piano, een aantal blues gerichte songs uit je eigen back catalogue, en dan vooral uit je meest recente plaat, je kruidt die af met een paar favoriete songs van anderen, je zorgt voor een stel muzikanten dat op jouw torenhoge niveau staat, en Kees, pardon: Katz is klaar. Poepsimpel, toch als je Bruce Katz heet. Met minimale middelen (een elektronische B-3 en een gitarist die zijn gitaar moet herstemmen om de slide te spelen waar geen plaats voor was in de bagage) bood de Bruce Katz Band zich in de Banana Peel aan om een southern blues night te spelen. En dat in het stille Ruiselede waar het grootste part van de inboorlingen niet doorheeft dat de godganse blues planeet er steels en steeds op een maandag passeert en er het beste van zichzelf geeft. Ook Katz was zich bewust van de status van deze club die volgend jaar 50 jaar actief is, actiever dan ooit eigenlijk. Een blik op de namen die er hun handtekening op de plakketjes aan de stutbalken achterlieten, vertelden hem genoeg.

Maar Bruce Katz is zelf een levende legende. Zozeer dat we aarzelen om een lijstje op te stellen van de (lange niet alleen blues)muzikanten, aan die hij hand- en spandiensten verleende, in studio of op allerhande podia, en niet alleen op keyboards, maar ook als bassist. We zouden beter stellen: bij wie speelde hij niét? We korten danig af: Bruce is een klassiek geschoold pianist en studeerde aan het befaamde Berklee College of Music in Boston (compositie en uitvoering) terwijl hij een Master verwierf in jazz op het New England Conservatory of Music, ook in Boston, Massachusetts. Hij ontdekte gaandeweg ook de blues en alles wat onder ‘Americana’ geklasseerd kan worden. Na de onontbeerlijke leerfase van de bandjes, werd hij bassist bij Big Mama Thornton, waardoor de blues centraal kwam te staan in zijn muzikale constellatie. Zo belandde hij bij Barrence Whitfield: als lid van diens Savages bracht hij een hele poos van de eighties door.

In 1992 vervoegde hij Ronnie Earl & The Broadcasters, terwijl hij intussen een alom gevraagd sessiemuzikant werd. Met zijn eigen Bruce Katz Band maakte hij vanaf 1992 cd’s. ‘Homecoming’ uit 2014 is de achtste. Hij was geregeld te beleven in de bands van Delbert McClinton, Duke Robillard en John Hammond, om slechts die te noemen. Tussen 2007 en 2013 was hij lid van de Gregg Allman Band. Onderwijl staat hij op meer dan 70 albums te blinken als medewerker. Dat zijn platen van ondermeer Mighty Sam McClain (helaas overleden op 16 juni…), Debbie Davis, Joe Louis Walker, Paul Rishell & Annie Rains, zelfs top singer-songwriter Mark Erelli, allemaal grote kanonnen. We mogen ook niet vergeten dat hij zelf veertien jaar lang professor was aan het Berklee College of Music en geregeld masterclasses gaf en geeft. De laatste tijd concentreert hij zich vooral op de eigen band. Tijd dus om Woodstock, NY, waar hij sinds een tiental jaar woont, te verlaten en nog eens, zoals in de good old days, de grote plas over te steken.

Deze Eurotoer startte in Banana Peel, maar voert de band naar Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Frankrijk en daar ergens middenin ook naar Café Bel Air in Breda op 27/6,  Goorblues in Gooreind op 28/6 en The Maple in Ertvelde op 29/6. Er is dus nog kans om het trio in de buurt aan het werk te zien. We zouden het niet laten als we van u waren! Want er viel wat te beleven in de BP… Bruce stak van wal met het instrumentale ‘No Brainer’ uit ‘Homecoming’. Op die nieuwe cd, opvolger van ‘Live! At The Firefly’, spelen gitarist en zanger Chris Vitarello en drummer Ralph Rosen een primordiale rol. Zij zijn er dan ook bij. Aan het eind van de avond hebben beiden uitgebreid laten horen waarom: Rosen is een huis van vertrouwen, een metronoom die van functionaliteit kunst maakt. Vitarello is een gitarist uit de duizend, met een uitmuntende techniek en een breed creatief palet. Hij dient Katz uitstekend van antwoord in puntige of uitgesponnen solo’s. De leider zelf windt er geen doekjes om: die gaat er geconcentreerd, gedreven en met rustige vastheid tegenaan, voorziet de meeste songs van een streepje commentaar maar laat constant het musiceren primeren. Na de openende shuffle en een brok smeuïge funk, krijgen we al meteen een eerste hoogtepunt, de ballad die Bruce pende samen met de betreurde Mighty Sam McClain, ‘Hangin’ Upon The Cross’.

Chris blijkt ook als zanger te beschikken over grote kwaliteiten. In het volgende ‘The Sky Is The Limit’ (van ‘Homecoming’) komt uit op de koop toe als songschrijver uit de verf. Uitgewerkte solo’s op resp. Hammond en gitaar doorspekken de song. Hierna komt de piano voor het eerst aan bod en plots komen we voor een eerste keer vervaarlijk dicht bij New Orleans. ‘Amelia’ heet dit pareltje en we vernemen dat Bruce dit nummer van de laatste cd schreef voor zijn geliefde kleindochter. In het funky ‘Every Hungry Woman’ van Gregg Allman gaat Bruce op B-3 zijn gangen. Volgt ‘Blues Before Sunrise’, een monumentale slow blues op piano, ook weer een track van de nieuwe. In het instrumentale, lekker voortstuwende ‘Three Feet Of The Ground’ zit zowaar een drumsolootje verstopt. De eerste set eindigt met ‘Norton’s Boogie’, een onvervalste boogiewoogie waarbij Bruce alles uit de kast, heu, de piano haalt, indicatief voor de veelzijdigheid van Bruce Katz’ muzikale universum. Tijdens de pauze is er al een fikse verbroedering tussen de drie en hun publiek. Daagde niet de te verwachten massa op, dan zat de goeie stemming er helemaal in.

Ook set twee startte met een instrumentaal nummer, ‘The Czar’ uit ‘Homecoming’. Weer een nieuw hoogtepunt brengt ‘King Of Decatur’. Nu zitten we in het hart van New Orleans, want de song verwijst naar iemand die in Decatur Street in de French Quarter van NOLA blijkbaar een hoofdrol speelt. In de song eist Ralphs second line alle eer op, terwijl Chris ons met ‘junko partner’, ‘mardi gras’ en andere ‘jackomo fina nay’s om de oren slaat, heerlijk! Geen tijd om op adem te komen: Vitarello’s slide gitaar laat hierna Elmore James weer tot leven komen. Tijdens het opnieuw omstemmen van de gitaar vergast Bruce ons op een kort intermezzo: de man leeft alleen als hij iets kan spelen, zo lijkt het wel! Het oudere ‘Ice Cream Man’ vind je ook op Bruces vorige cd ‘Live! At The Firefly’: die versie geeft een goed idee van hoe het er in BP aan toe ging. Ook in de titelsong van ‘Homecoming’ is het de B-3 die de show steelt. Een daaropvolgend instrumentaal krijgt een langere drumsolo mee. Het kon niet uitblijven: één van de die gitaarhelden met de achternaam ‘King’ moet deze avond aan bod komen. Met ‘C.O.D.’ (single in 1965) eert de band Albert King.

Een grootse ballad zat eraan te komen: Bruce schreef ‘Contrition’ zo’n 20 jaar geleden voor een in Europa gemaakte cd. Deze slow bouwt naar een bijna ondraaglijke climax. Bruce veert recht tijdens de ziedende solo en wat Chris uit zijn gitaar perst, is ook niet min. Het had een mooi eindpunt kunnen zijn, maar omdat elf uur nog niet bereikt was, voegde de BKB er nog twee songs aan toe, eerst het catchy Greasy Sticks’, dat Bruce eufemistisch omschreef als ‘kind of a groove thing’, en dan, onverwacht, maar zeker niet minder welkom, ‘The Letter’, in 1967 monsterhit van The Box Tops (met de grote Alex Chilton in de rangen, maar geschreven door Wayne Carson Thompson en geproduceerd door die andere gigant, Dan Penn) Maar Katz brengt het uitdrukkelijk in de versie van Joe Cocker, aan wie hij dit rockmo(nu)ment opdraagt. In de bissen, helemaal tot aan het gaatje en dus te elfder ure, krijgen we eerst de T-Bone Walker boogie ‘Sometimes I Wonder’, waarna twee typische ‘afscheidsliederen’ op piano (je kent de melodie, maar die titels…) dit zalige concert gepast afronden… Bruce Katz en zijn secondanten bezorgden alo de aanwezigen een bijzonder aangename avond. Zoals de enthousiaste programmamaker Franky Van de Ginste het stelde: de Bruce Katz Band moest maar eens gauw terugkeren!

Antoine Légat (24 06 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s