DE WIJZE ALI, Een Getuigenis: ‘Integratie is onmogelijk zonder kennisverspreiding’ (een korte boekbespreking)

We schreven een bespreking van een zeer lezenswaardig boekje (68 blz.; ons exemplaar kostte € 13,95), een vlot lezende eye-opener door een échte ervaringsdeskundige, een breed denkend iemand die echter niet om de feiten heen holt. We vinden het een aanrader voor iedereen die bekommerd is om integratie, welk standpunt men ook inneemt. De wijze Ali gooit de stok in het hoenderhok…

Samengevat: ‘Integratie is onmogelijk zonder kennisverspreiding’

Enkele dagen voor de aanslagen in Parijs, een behoorlijk tragisch toeval, verscheen ‘Een Getuigenis. Kortverhalen over ‘Migranten’ naar Feiten’. Het boek van 68 bladzijden staat op naam van De wijze Ali, die het niet eens nodig vindt zijn eigen naam te vermelden ‘omdat enkel het getuigenis van belang is’. Om maar te zeggen dat De wijze Ali, overigens een goed gekozen pseudoniem, niet uit is op persoonlijke eer of gewin. Ondanks het ostentatieve gewicht van zijn getuigenis, lag het boek, of moeten we toch boekje zeggen, ruim twintig jaar onaangeroerd op de plank. Het was er al in 1993 maar de auteur had te horen gekregen dat zijn boek ‘te explosief’ was. Zoveel tijd later vindt de schrijver zijn getuigenis echter nog steeds actueel, of nog actueler. Hij vond de uitgeverij Boekscout.nl uit Soest bereid om het uit te geven.

De wijze Ali heeft als bewust levend burger, als onderwijzer en door zijn twintig jaar ervaring als vrijwilliger in de jeugdsector het recht om te getuigen. De verhalen die hij (in de tegenwoordige tijd) vertelt komen alle en helemaal uit die ervaringswereld. Wat je leest heeft hij zelf meegemaakt of vastgesteld, uiteraard met verandering van namen van personen en plaatsen. Ali, wijs als hij is, voegt er niets aan toe, laat ook niets weg dat van belang is, maar focust op de essentie. Hij doet dat in een heldere, compacte, directe stijl zonder tierlantijntjes. De dialogen komen natuurlijk over. Je voelt dat er een vulkaan in hem woedt, maar liever dan de emoties de vrije loop te laten, geeft die gloeiende onvrede hem de nodige gedrevenheid om zich te concentreren op de boodschap. De vlotte lectuur is dus louter functioneel, maar meegenomen voor wie mee op reis wil.

Of deze materie nu ‘explosief’ te noemen is, weten we niet. Maar de focus op niets dan de waarheid, zoals De wijze Ali die ervoer, lijkt ons de enig mogelijke manier om te getuigen, helemaal zoals dat in rechtbanken het geval moet zijn. Daarom hebben zijn verhalen alle kenmerken van het leven van elke dag: de hele scala aan emoties komt aan bod. Niet zelden zit er een of andere vorm van humor in, al stemt de inhoud vaak droevig. Zijn stories raken je, ontroeren, pakken, verrassen of draaien anders uit dan verwacht. Overal voel je de empathie, wat men in Frans en Engels zo mooi ‘compassion’ noemt, een term die niets te maken heeft met ‘compassie’. Deze inleving maakt dat hij perfect het denken van de hem toevertrouwde jongeren doorgrondt en begrip kan opbrengen voor hun achtergrond en problemen die daaruit voortvloeien. Het staat objectiviteit dus niet in de weg. Hij schreef dit getuigenis duidelijk ‘sine ira et studio’ (‘zonder afkeer of sympathie’), het adagium van Romeins tophistoricus Tacitus.

En dat maakt meteen zijn stellingname geloofwaardig. Die stelling is even vanzelfsprekend als ze spectaculair is: integratie is onmogelijk zonder kennisverspreiding.  De aarde was in de ‘westerse’ visie ooit het centrum van het heelal, een wereldbeeld beheerst door geloof, bijgeloof en blind vertrouwen in magie. De opkomst van de wetenschap via empirie, experiment en deductie heeft ‘het westen’ afstand doen nemen van opgelegde onbewezen visies en dogma’s. maar nu is er de vaststelling dat die Copernicaanse revolutie aan een heel groot deel van de wereld is voorbijgegaan, een wereld die steeds meer interacteert met ‘ons, het westen’. Zijn nauw contact met (vooral maar niet uitsluitend jonge) mensen die niet-westerse wereldbeelden en godsdienstige principes aanhouden, heeft hem getoond dat botsingen onvermijdelijk zijn. Het onbegrip werkt in de twee richtingen…

Voor een goed begrip: er is als dusdanig geen buitensporige verheerlijking van het westerse denken mee gemoeid, evenmin een laatdunkend denken over andere culturen. De wijze Ali verrast geregeld in het boek door zijn meer dan behoorlijke kennis van onder meer de Koran, of het oostblok, wat zijn verklaring vindt in zijn actieve verleden. Hij leerde andere culturen vrij goed kennen en heeft blijkbaar gereisd. Je kan hem niet betrappen op welke vorm van kortzichtig racisme, van tekort aan respect of van onheuse veralgemeningen. Al is hij emotioneel betrokken met het lot van individuele personen, ongeacht hun achtergrond en vooropleiding, hij houdt zich nuchter en consequent aan wat hij effectief ziet gebeuren en vooral, mis lopen. Zijn verhalen bouwen mooi op (met onderweg slechts één passage waarin hij even uit de rol van verteller stapt: dat had voor ons best weggelaten mogen worden) naar het slotverhaal, met net daarvoor een story die de versmachtende rol van de hodja’s illustreert.

De haren rijzen echter ten berge bij de lectuur van de climax ‘Hooggeleerde Professoren’: Ali verneemt dat er een zogenaamd ‘wetenschappelijk onderzoek’ zal plaatsvinden dat moet uitmonden in een witboek. Dat zou er ten slotte ook komen en op basis daarvan zou men een Koninklijk Commissaris voor migranten aanstellen. De wetenschappelijke objectiviteit die zo’n onderzoek als absolute voorwaarde veronderstelt, doet hem besluiten mee te doen, maar wat hij heel snel vaststelt is dat precies die objectiviteit ontbreekt. De initiatiefnemers, nochtans professoren met een stevige kennis, elk op zijn vakgebied, gaan uit van premissen, datgene wat volgens hen zou moeten zijn. Ali weet uit ervaring dat die premissen in de praktijk geen steek houden. Als hij merkt dat hij dit niet kan doorbreken, is zijn ontgoocheling groot maar hij besluit te blijven, al was het maar om tegen de stroom in te roeien, maar slechts tegenover één van de professoren kan hij zijn ideeën ventileren. Die man oppert als eerste de idee van een boek als een ‘verrassend uitgangspunt’. De auteur heeft duidelijk meer aan de visie die de Marokkaanse deelnemer op de problemen  heeft.

In dit laatste hoofdstuk raakt de schrijver terloops een heleboel aandachtspunten aan die hij gezien het korte bestek niet verder ontwikkelt, maar die de lezer stof tot nadenken geven. Je hoeft daarbij uiteraard niet akkoord te gaan, maar de vragen worden gesteld. Antwoorden geeft hijzelf ook nauwelijks, maar dat was ook niet de bedoeling: het kwam erop aan de lezer te doen beseffen dat het enkel zin heeft uit te gaan van de vooraf accuraat geschetste realiteit. Nogmaals, de auteur reikt aan maar dringt niet op, en dat gebeurt vanuit een diepe empathie met en begrip voor de mensen die hij beschrijft, vanuit hun eigenheid, maar tegelijk met de overtuiging van iemand die weet dat het grondig mis zal lopen als men niet dringend rekening houdt met de cultuurclash die zich rondom ons voltrekt.

Het laatste woord geven we graag aan de auteur, die nog deze reactie kwijt wilde: ‘Kennisverspreiding is de enige weg. In mijn voorwoord schrijf ik echter duidelijk dat kennis op basis van feiten om verschillende redenen, zoals het magische mens- en wereldbeeld niet wordt aanvaard. Daarom ‘bescheidenheid’. Uiteraard is het zoeken en vinden van gemeenschappelijke belangen even belangrijk.’

Antoine Légat (31 mei 2015)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s