GUY FORSYTH BAND (support: Lon ELDRIDGE) in Banana Peel te Ruiselede op maandag 4 mei 2015: ‘Een krachtpatser die tegelijk ook diamantslijper is… We kunnen niet wachten op de volgende keer!’

Zie ook Rootstime

Niet met een wizz maar met een bang deed Guy Forsyth in 1994 zijn blijde intrede in Belgenland: hij opende dat jaar het Bluesfestival van Peer. We hadden het achteraf beschouwd immense geluk die menselijke springveer toen aan het werk gezien te hebben, met zingende zaag en al, een explosie van levenslust en begaafdheid. En wie er niet was, kon zich toen vergewissen van ’s mans ongewone podiumcapaciteiten via zijn debuut, meteen dus live plaat ‘High Temperature’ (eerst in Nederland uitgegeven) Hij was er niet eens 26. Hij ontwikkelde toen een parallelle loopbaan in de blues, solo (recentste cd ‘Freedom To Fail’ uit 2012) én met band (recentste cd ‘The Pleaser’ uit 2014) We ontdekten gaandeweg dat zijn kwaliteiten van zanger, songschrijver, gitarist en harpist (en geen van alle op een ‘gewone’ wijze) zich ook buiten de hedendaagse blues uitstrekten (maar dat zou ons hier te ver leiden, zie o.a. The Asylum Street Spankers, The Hot Nut Riveters) en dat zijn visie op de blues ook heel andere muziekjes toeliet in een dynamische mix. Bovendien is Forsyth sinds 2002 ook labelbaas (Small And Nimble Records) wat zijn gekoesterde onafhankelijkheid nog onderstreept.

Een schitterende mentaliteit, dat spreidde hij onveranderlijk ten toon. De artiest Forsyth is gelijk aan de mens Guy, rechttoe rechtaan, altijd gefocust op de muziek en nooit op ‘the crap’ errond, altijd de vriendelijkheid in persoon, open, beschikbaar en met een glimlach voor iedereen. Misschien is dat mee het gevolg van het feit dat de in Denver, Colorado, geboren Forsyth, nogal vaak verkaste: zijn vader had het druk met zijn werk en Guy stortte zich dan maar op zingen en de mondharmonica, waarna de rest volgde. Pas in 1990 in Austin, Texas, vond hij de vaste stek nodig om een muziekloopbaan uit te bouwen. Deze beginsituatie maakte hem zelfredzaam, open voor de wereld en klaar om die te veroveren! Ook de Europese festivals en zalen ontvingen hem met open armen. Op het gerenommeerde Bluesrock Festival van Tegelen bij voorbeeld stond hij in 1994 (toen verving hij BBM, Bruce-Baker-Moore), 1997, 2000, 2003, 2005 en 2013: hij wordt er beschouwd als de ‘huisband’!  In 2006 stond hij nogmaals in Peer en de laatste jaren was hij wel vaker in onze lage landen te vinden, zelfs voor concerten in kleine kring. We hebben die telkens gemist, maar de echo’s logen er niet om: twintig jaar later is Guy Forsyth een vaste waarde in bluesland.

Verleden zomer, tijdens de Gentse Feesten, was hij nog in het Huis van Alijn, voor één concert in de reeks waar Bruno Deneckere de intendant van was. Forsyth speelde er met de band een dijk van een concert. Drummer Mark Hays stond toen wel een beetje mistroostig aan de kant, omdat zijn slagwerk in dat knusse binnenplein wel wat te zwaar zou doorklinken, een wijze beslissing, die het concert voor iederéén te genieten hield. Guy’s begeleider, engelbewaarder van wel meer o.a. Texaanse bluesrakkers als ze naar ons land komen, Conrad De Mûelenaere, bezorgde ons toen drie fonkelnieuwe cd’s: naast ‘Moustache Girl’ van The Hot Nut Riveters (met eigen werk in twenties stijl, à la Those Metal Boys With Their Metal Toys, puur en hoogstaand amusement!) ook ‘The Pleaser’ én het vervolg op… ‘High Temperature’ dat de naam kreeg van één van de songs, ‘Red Dress’. Er waren toen immers tijdens hetzelfde urenlange concert zo veel opnames gemaakt dat er nog genoeg waren voor een hele cd, en die verschenen in 2014, dus twintig jaar later!

Kort na de Gentse kwam dan nog de triomfantelijke terugkeer naar Peer, dat verleden jaar zijn dertigjarig jubileum vierde. Ditmaal moesten we verstek geven, maar elders op Rootstime vindt u een gedetailleerd verslag van een daverend concert van de ‘geïmporteerde Texaan’, die schrijfster Marcie als ‘in wezen nog een kwajongen’ karakteriseert. Maar er is méér: samen met Lightnin’ Guy stond Forsyth (zonder band) op 30 en 31 augustus 2010 in Banana Peel voor de opnames van wat zou uitkomen als ‘The Banana Peel Sessions’ van Lightnin’ Guy & The Mighty Gators featuring Guy Forsyth. Het was een kwestie van tijd vooraleer Guy eindelijk met groep in de Banana Peel zou staan en zo geschiedde op maandag 4 mei, voor een exclusief Belgisch, terwijl de Belgische Guy, die intussen zijn doopnaam Guy Verlinde hernomen heeft, precies een week later, op 11 mei, in BP zijn nieuwste worp ‘Better Days Ahead’ komt voorstellen!

Vóór Guy zijn duivels mocht ontbinden, kregen we nog een hoogst smakelijke en vermakelijke amuse-gueule in de vorm van Lon Eldridge, die op zijn tournee een hele poos in ons land vertoeft en bereid gevonden werd een viertal songs te brengen, preview van een toekomstig concert dat hij op basis van zijn korte bijdrage meer dan verdiend heeft. De man uit Chattanooga, Tennessee, die, samen met Bert Kruysmans zowat de mooiste snor van het westelijk halfrond bezit, palmde iedereen dadelijk in met het sensuele ‘She Knows How To Stretch It’, een brok good time song om ‘wow’ tegen te zeggen. Meteen had hij ons overtuigd van zijn kunnen: heldere stem, expressieve zang, ongelooflijk precies gitaarspel, een aangename présence en… leuke songs van ‘vooroorlogse’ kwaliteit: ‘Chattanooga Blues’ (opgedragen aan de ‘Empress Of The Blues’, Bessie Smith, die van deze stad afkomstig was), het uptempo ‘It’s A Sin To Tell A Lie’ en… ‘Mister Sandman’, een onverwachte keus die prima uitpakte. Altijd welgekomen, die Lon! Een uitnodiging die intussen herhaald wordt op de vele plekken in ons land, waar Lon zijn snor en veel meer demonstreerde…

Het a capella ‘Going Home’ (nog te horen bij Jeff Jensen, maar dan iets meer aangekleed) leidt het concert van de Guy Forsyth band in. Dan hadden we de gospel meteen al gehad.  Guy wierp zich in ‘Carried By Six (Pop’s Blues)’, eerste van de straffe tracks van ‘The Pleaser’: ‘I’d rather be judged by twelve than carried by six’ schalt het door de BP, ‘Liever veroordeeld door een jury dan met de voeten eerst buiten gedragen te worden’ Dan weet je al hoe laat het is! Forsyth is geweldig bij stem, voorlopig nog zonder de gitaar te omgorden, maar die heb je niet meteen nodig als je een David Jeminez bij hebt (dus ditmaal niet George Rarey aan de zes snaren) De ritmesectie volgt de leider blindelings. Dat doen bassist Naj Conklin en drummer Mark Hays, die nu wel van dienst is, al zovele jaren zonder verpinken. Er is plaats voor de successen van vroeger: ‘Taxi’ is nog altijd die inventieve jonge dame van twintig jaar geleden. Slow blues ‘Rebecca’ snijdt door merg en been, zeker tijdens de ragfijne harpsolo.

Guy last graag een minder bekende song in: ‘Wie kent er nog William Bell?’ Het gezelschap brengt ‘Everybody Loves A Winner’: de in de sixties populaire soul zanger van het Stax label (waar hij tot het einde van het label bleef, in 1975) pende en zong het nummer in 1967. Bell (die o.a. ‘Born Under A Bad Sign’ co-schreef) nam nog op tot 2006 (intussen is hij er 75), maar het is de song die men nog kent, en niet meer de uitvoerder. Deel I eindigt met de titelsong van de ‘recente’ live plaat ‘Red Dress’. Tegen die tijd heeft Forsyth gewonnen spel. Hij heeft er niet eens zijn zaag voor nodig, die allicht thuis ligt te roesten, maar intussen heeft hij op gitaar al goede sier gemaakt. We lagen na deze machtige ouverture al voor pampus, maar in deel II zou Guy ons gewoonweg pletwalsen. ‘Good Stuff’, opener van ‘The Pleaser’ begint met hetzelfde vocale spelletje als op de plaat en barst dan even furieus los. In ‘My Love Will Never Die’ demonstreert hij eerst zijn stemvolume maar croont in een volgende passage op subtiele wijze. De krachtpatser is gelijk ook diamantslijper! In ‘Gambler’s Blues’ klinkt hij zowaar als… Louis Prima. Tijdens de pauze hadden we om een song verzocht, maar die bleek vanzelf al op de setlist te staan: ‘Miniskirt’, een minutenlange uitbarsting van zwoele, smeuïge, stuiterende funk waar het viertal zich overduidelijk in vermeit. Het is ook ons lievelingsnummer van ‘The Pleaser’ en het bleek live een hoogtepunt.

In de volgende ballad vol LDVD zingt Guy plots zonder micro (maar je hoort nauwelijks verschil: zo’n kracht komt er uit die strot) Het viel te verwachten: hij springt tussen de oude cinemastoeltjes en zingt voort. Aan de bar gekomen neemt hij een Duvel in ontvangst en laat de band doorspelen, terwijl hij, keuvelend met de omstaanders, geniet van zijn Belgian beer: David perst er weer zo’n machtige partij uit. Ten slotte komt Guy zingend weer naar voor en speelt als bekroning van dit stukje muziektheater een felle harpsolo in een bad van echo. Tour de force! Guy laat David zingen in ‘She Calls Everybody Sweetheart But Me’, terwijl Guy zich concentreert op de harp. ‘Red Headed Woman’ krijgt een up tempo uitvoering: Guy zingt het in een mix van bewondering en spot. Als het zingen niet meer zou afgaan, kan hij nog altijd een carrière in toneel of film ambiëren. De variatie wordt steeds breder: van ‘The Pleaser’ komen zowel ‘The Poverty Line’, een T-Bone Walkerstijl shuffle, met een niet mis te verstane sneer aan het adres van de Amerikaanse superrijken, als het snoeiharde, repetitieve ‘Nobody’s Gonna Bail Me Out’, dat Guy ophangt aan het telkens weer neerschieten van ongewapende jonge arme zwarten door gefrustreerde of bange agenten en het bijzonder laakbare misdragen van sommige politiecorpsen.

En nog meer afwisseling: er volgt een work song, zoals dat hoort enkel op een insisterende trage drumbeat en een simpele tamboerijn, zo levensecht en expressief, dat je al snel het gevoel heb zelf aan de chain gang gelinkt te zijn. Om te eindigen duikt Guy in het repertoire van rockgodfather Chuck Berry en geeft een lekker voort hollende en rollende uitvoering van het heerlijke ‘Nadine’. Het was vooraf al afgesproken: in het publiek zat Arne Demets, de begaafde gitarist die met The Blues Vision de veelgeplaagde pannen van het dak speelt. Het typeert Guy dat hij Arne hem absoluut wil laten meespelen. Omdat hij geen gitaar bij had, kreeg Arne die van David maar, die geamuseerd toekeek, gezeten in één van de  oeroude cinemastoeltjes. ‘Mona’ van Bo Diddley is een song die al jaren aan Forsyth kleeft. Als hij Arne aanwijst, speelt de jongeman een solopartij die nog eens onderstreept welk immens talent hij bezit: een bewust traag en zoekend begin om dan op te bouwen tot een zinderende climax, een improvisatie die zo de plaat op mag! Het concert eindigt met shuffle ‘Don’t Turn Me In’, de opener van het aloude ‘High Temperature’, met een zelfs naar Tom Waits neigende routine, feestelijk einde van een bijzonder kort.… Hé?! Tiens, is het al elf uur?! Zo gaat dat als iemand je weet te boeien van de eerste tot de laatste noot. We kunnen niet wachten tot de volgende keer… Thank you, mister Forsyth!

Antoine Légat (09-10 05 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s