Eamonn McCORMACK in Banana Peel te Ruiselede op maandag 13 april 2015: ‘Zonder dat er wereldschokkende dingen gebeurden, was dit een concert op niveau, maar helaas kon niet iedereen dat op deze wijze ervaren’

Zie ook Rootstime

Begrijp ons niet verkeerd: Eamonn McCormack is een Ier en alle Ieren die we kennen zijn joviale, hartelijke, bescheiden en ontzettend lieve mensen die je bovendien met je leven vertrouwt (soms moét je wel, als ze voor Ryanair vliegen…) en Eamonn is daar géén uitzondering op. Hij heeft bovendien als (slide)bluesgitarist in zowat heel de wereld gewoond en/of gewerkt, overal gespeeld met de grootsten, of wat dacht u van Rory Gallagher, Johnny Winter, Nils Lofgren, Jan Akkerman, Popa Chubby, Walter Trout… Hij deed dat onder eigen naam of als Samuel Eddy, een pseudo die hij tussen 1983 en 2023 aanhield, waarmee hij zelfs nog in Banana Peel aantrad. Een ritmesectie, uitermate functioneel en totaal zelf vergetend, stond en staat hem vakkundig bij: Marc-Inti Männel Saavedra, bas, en Joseph ‘Joe’ Kirschgen, ook visueel een attractief team. En in wezen was er niks mis met de songkeuze en -uitvoering, op maandag 13 april, toen hij weer eens in Banana Peel optrad (minstens de derde maal, want hij was hier zeker ook al één keer tevoren onder eigen naam) We weten ook dat de late soundcheck te wijten was aan verkeersopstoppingen en niet bevorderlijk is voor de gemoedsrust (daar bleek het trio overigens geen last van te hebben)

Maar daarmee zijn alle excuses op. Er was geen enkele reden om zo overdreven luid te spelen, vooral nadat de lokale geluidsmensen Werner en Ludo gewezen hadden op de vele decibels. Eamonn deed er wel ‘iets’ aan, hadden we de indruk. Maar dat bleek ruim onvoldoende. Ons persoonlijk kon het niet zo veel deren, en wellicht niet alleen ons, omdat we een groot volume gewend zijn (misschien zijn we al een klein beetje doof, al beweren kwatongen bij hoog en bij laag dat zoiets van wat anders komt) maar als na de pauze blijkt dat een drietal volledige rijen links vooraan vertrokken is, en waarschijnlijk ook een pak mensen achteraan, hoogst ongewoon in de BP, dan had het Eamonn moeten wakker schudden. Hij speelde toen inderdaad op akoestische gitaar een soloset van twee nummers, maar dat was vanzelfsprekend vooraf zo gepland. Het was balsem voor de oren… toch tot het weer een elektrisch trio werd.

De man uit Dublin, tegenwoordig woonachtig in New York, stak van wal met ‘Rock Me Baby’ en dat is ook de opener van ‘Kindred Spirits’, uit 2008. Die opnames kwamen al uit toen hij nog Samuel Eddy heette. Eamonn/Samuel krijgt er steun van vele gasten, van wie we er hierboven een aantal citeerden. Het duurt niet lang voor Rory Gallagher langskomt, in de vorm van een cover van ‘Calling Card’. Halfweg de eerste set is er plaats voor een routine met werk van een ander voorbeeld, de erg jong gestorven Amerikaanse zanger-gitarist Eddie Cochran (hij was er 21 toen hij in 1960 in de UK stierf bij het auto-ongeval, dat collega Gene Vincent overleefde) Onverslijtbaar zijn en blijven ze, ’C’mon Everybody’ en ‘Summertime Blues’. Heel andere stemming bij het volgende instrumentale ‘Mystica’, dat Eamonn twintig jaar geleden opnam met Jan Akkerman en dat op ‘Kindred Spirits’ staat.

’A Night In The Life Of An Old Blues Singer’ staat dan weer op ‘Heal My Faith’, de voorlopig laatste cd die Eamonn uitbracht in 2012 en waaruit hij volop citeerde. Zo het autobiografische ‘Self Pity In New York City’, één van de topmomenten van de avond. Het eerste deel sluit af met titeltrack ‘Heal My Faith’, dat overduidelijk verwijst naar nog een andere inspiratiebron, Jimi Hendrix. In de akoestische set na de break verrast Eamonn twee maal, eerst met ‘the oldest blues song’ waarna een uitvoering volgt van… ‘The Wild Rover’ (BP plots veranderd in een Ierse pub met meezingend cliënteel) en daarna met een nieuw gecomponeerde song, een ode aan Rory. Of die song al helemaal af is, weten we niet, maar wat we hoorden was aangrijpend. Het blijft hommages regenen met een echt wel fraaie uitvoering van ‘Ain’t No Love In The Heart Of The City’ dat Bobby ‘Blue’ Bland bekend maakte (het wordt soms ten onrechte aan hem toegeschreven) en een doordeweekse executie van ‘Black Magic Woman’, pareltje van de geniale Peter Green (charismatische leider van de ‘eerste Fleetwood Mac’), dan wel voorzien van een origineel sluitstuk.

In een klassieke afwisseling doet het trio alle stijlen aan, shuffles, slow blues, maar via ‘Got Me A Harley’ krijgen we ook een stevige pot boogie. Ultra slow blues ‘She Done Me Wrong’ (net als het vorige uit ‘Kindred Spirits’) doet de sfeer net daarna weer helemaal omslaan. Het is in deze set zowat het pièce de résistance, een tearjerker van het zuiverste ras (tja, ‘love ain’t no easy game to play’, dat spreekt!) maar niet het eindpunt. Even verder zorgt het snedige en voortjakkerende ‘Shadow Play’ (uit de laatste) voor een bijzonder gedreven einde. Natuurlijk kregen we een encore en natuurlijk werd het een open doekje, ditmaal aan het adres van oerrocker en songleverancier Chuck Berry, wiens ‘Johnny B. Goode’ door de bijna vijftig jaren heen in Banana Peel regelmatig te horen viel. Die evergreen is op zijn beurt een ode, namelijk aan pianist Johnny Johnson, die Berry’s muziek op cruciale wijze beïnvloed heeft. Nogmaals, zonder dat er wereldschokkende dingen gebeurden, was dit een concert op niveau. Helaas kon niet iedereen dat op deze wijze ervaren. We hopen dat men een volgende maal een modus vivendi (modus playendi?) vindt…

Antoine Légat (05 05 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s