KILA, Suas Sios, Kila Records KRCD015. ‘’Suas Sios’ is een afwisselende, onderhoudende cd met vaardig gespeelde, inventieve, maar niet exhibitionistische Ierse deunen, songs en instrumentalen’

Zie Folkroddels

Het moet in 2001 geweest zijn, op het 27e Dranouter (toen nog) Folkfestival – The New Tradition. De Ierse band Kila trad op. Vooraf hadden we uitgebreid verbroederd (nee, geen details) De wattage die ze daarna in de kolkende concerttent ontwikkelden, was enkel confirmatie van al het goeds dat we al over de heren en dame (multi-instrumentaliste Dee Armstrong) te lezen hadden gekregen én van de leuke momenten kort vooraf, waarin uitgebreid naar voren kwam dat de Ieren met de juiste mentaliteit de zee(ën) waren overgestoken. Nog een geluk dat de brandweer van Heuvelland niet uitrukte om dit vuurwerk te blussen. Het zou hen toch niet gelukt zijn. We hebben nog een tijdlang gecorrespondeerd, maar ach, het leven gaat voort en wat er bleef was het regelmatig opnieuw beluisteren van ‘Tóg É Go Bog É’, het ‘akuna matata’ van 1997. Om eerlijk te zijn: we verloren ze uit het oog, wat zoals vaak een verkeerde reflex (of afwezigheid van reflex) is. Zo blijken hun Japanse avonturen en hun werk met Frans filmcomponist Bruno Coulais meer dan de moeite waard. Na de cd ‘Soisίn’ (2010) was het stil, maar in de overgang naar 2015 kwam er toch weer nieuw werk.

De nieuwe heet ‘Suas Sios’, elf nummers geschreven door de groepsleden, en die heeft veel weg van een doorstart, al merken we nog steeds de vertrouwde namen in de groep (de  kern bleef dezelfde; er was weinig verloop over de jaren heen, altijd een goed teken) De cd begint op de vertrouwde felle wijze: de titelsong zal op de concerten zeker zijn vaste stek verwerven, als dat intussen al niet het geval was, want de stoom komt zo uit de uilleann pipes van Eoin Dillon. Kila is altijd al een live band bij uitstek geweest. Maar al snel blijkt er een afwisseling van dat typische podium voer met haast pastorale stukken: na ‘Suas Sios’ volgt het lyrische ‘Mac Lir’, na ‘Jigs’ komt het ‘Rachel Corrie’, dat slechts langzaam momentum wint om op zijn piek op te lossen. In ‘Abair’ is het acrobatie troef, zowel vocaal met een voortijlende Rónán Ó Snodaigh (een met sean-nós invloeden doorspekte pletwals!) als instrumentaal. De afwisseling blijft zo ongeveer bewaard: ‘Length Of Space’ is, zoals zijn titel al aangeeft, het eerste van enkele stukken die berusten op een geleidelijke, een soort van trance opwekkende sfeeropbouw, wat overigens een verklaring biedt voor het verrassend ruimtelijke gevoel dat ‘Suas Sios’  opwekt.

Na het korte stuk met de langste titel (‘Mikar Dypnic’s Transient Nights (in adult situations)’) volgt niet één pièce de résistance, maar twee, ‘Am’ (van Eoin Dillon en Rónán Ó Snodaigh)  en ‘Skinheads’, een korte suite, elk deeltje met zijn auteur(s). ‘Am’ is voor ons het gloriemoment van ‘Suas Sios’, een breed open waaierende compositie als een zonsopgang, met heerlijk achtergrondstemmenwerk en de hypnotische zang van Rónán, wiens bodhrán een glansrol speelt. ‘Skinheads’ doet daar nauwelijks voor onder: een uitgewerkte oer-Ierse fluitintro (Colm Ó Snodaigh), waarna het tempo de hoogte in gaat en de pipes het stuk plots voortjakkeren met zinderende intensiteit, een gitaarbreak van Brian Hogan niet te na gesproken, gitaar die zich daarna mengt in een niets ontziende finale. Live kan deze brok powerfolk niet anders dan heu brokken maken. Als de afwisseling aangehouden wordt, moet het volgende ‘Last Mile Home’ weer een stuk rustiger. Het pizzicato en lekker slagwerk geeft het strakke wandeltempo aan, terwijl de zang toch weer de ornamenten van het sean-nós omarmt. Het knappe einde verwijst misschien wel naar de psychedelische hoes. Afsluiter ‘Fáinne Ór an Lae’ (van Dee Armstrong) is tegen de verwachting in geen vurige climax maar een rustgevende chill out.

Maar tegen dan is onze mening gevormd: Kila is back, en hoe! ‘Suas Sios’ is een afwisselende, onderhoudende cd met vaardig gespeelde, inventieve, maar niet exhibitionistische Ierse deunen, songs en instrumentalen. Een oorwurm als ‘Am’ hoor je niet alle dagen. ‘Suas Sios’ en ‘Skinheads’ geven pas na vele luisterbeurten al hun geheimen prijs, maar we hebben ons bij de andere tracks geenszins verveeld. Van de teksten hebben we bitter weinig begrepen: drie songtitels zijn in het Engels, heeft de wakkere lezer al geteld, maar de teksten staan er in het vouwblad bij de cd enkel in het Gaelic. Maar dat mysterieuze heeft ook zijn charme. Was ‘The Gloaming’ onze Ierse plaat van 2014, dan hebben we voor 2015 al een serieuze kandidaat.

Antoine Légat (12 04 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s