GOES & DE GASTEN, Onskentons (verhaaltjes in ’t Sleins)

Zie ook http://www.rootstime.be

Of we in onze eigen taal een uitdrukking hebben met geheel dezelfde betekenis, weten we niet (we zoeken nog!), maar de Britten noemen het ‘the coming of age’, wat toch beter weergeeft wat de bedoeling is dan ‘volwassen worden’. In elk geval is het dat wat wij vaststellen bij artiesten die we al enkele jaren van dichtbij mogen volgen in hun evolutie, om ze niet te noemen Fernant Zeste (met ‘Drama’) en Tiny Legs Tim (al met de voorganger van het nieuwe ‘Stepping Up’) Tot deze kring behoort ook Michel Goessens. Volwassen is de leraar fotografie aan het Viso in Mariakerke (Gent), enige zanger in het Sleins (dialect van Sleidinge, Evergem bij Gent), zonder enige twijfel, al verandert hij op podium met één vingerknip in een rebelse überpuber die graag tegen schenen stampt en ‘schandaal’ schopt.

Na enkele cd’s met Aardvark (in duo met harpist Werner Dumez) en een eerste plaat onder de naam Goes & De Gasten, ‘Veur ’t zelfste Geld’, mag je stellen dat Goes/Michel is waar ie moet zijn. We hadden geen klachten over de ‘oude Goes’, tenzij degene geformuleerd in eerdere reviews, maar ‘Onskentons’ geeft als geheel een voldragen indruk, een cd die je aan de laser overgeeft met de bedoeling hem tot einde uit te horen. Het deel van het geheim, voor zover daar sprake van is, zijn de songs die lang hebben mogen rijpen diep in de repetitiekelders en in eikenhouten concerten, een flink aantal zelfs zeer lang. Vele van de hier aanwezige dertien songs had hij vroeger al opgenomen, wellicht omdat Michel er vanuit gaat dat een groot deel van zijn huidige publiek de platen van Aardvark niet kent, en dus krijgen ze hier een nieuwe kans, in een nieuw en passend jasje. Ze zijn goed gekozen.

Zo zijn ‘Jef Vermassen’ en ‘In ’t Weekend en ’t Verlof’, beide van de Aardvark cd ‘Eikels worden Bomen’, al jaar en dag vaste klanten op de concerten. De reden is dat ze een afgerond en ijzersterk verhaal bieden, datgene wat songs van Goes af en toe misten in het verleden. Michel had nl. de gewoonte om op te bouwen rond een sterke basisidee, een sterke slagzin, meestal uit het lillende leven gegrepen, dat van hemzelf of van mensen uit zijn leefomgeving. Maar die idee en die sfeerschepping kregen dan geen vervolg of afronding en… zijn we niet allemaal verzot op verhalen met een begin en einde? De songs op ‘Onskentons’ hebben hun verhaal. Er mag natuurlijk ook een deel mysterie bij zijn, zoals het schitterende ‘Rosa’ van de vorige cd, en in zo’n geval hoef je geen verdere details. Op ‘Onskentons’ staat een nummer met een gelijkaardige beeldende kracht: ‘Potlood in een Blaadsken’, ode aan Karel, veteraan uit WOI (‘Den Ijzer heeft hem geen deugd gedoan’), die de jonge Michel een sigaret leerde rollen. De piano van Jan Borré geeft aan de song de juiste saudade (als we dit zo geladen woord hier mogen gebruiken)

Dat brengt ons bij dat ‘nieuw jasje’: de begeleiding is zeer spaarzaam maar daardoor buitengewoon doeltreffend. Naast Michel, zang en akoestische gitaar en Jan Borré, op piano, maar ook sfeerbepalend op de hammond, is er enkel Gijs Hollebosch, intussen alom geprezen begeleider op een keur snaarinstrumenten (Weisenborn, slide, lap steel, mandoline en akoestische gitaren) en zoon Natan Goessens. Zijn inbreng is vitaal in ‘In ’t Weekend en ’t Verlof’, waar zijn floortom de Indiaanse trommels weergeeft. Deze omlijsting legt de focus op de bruine stem van Michel. Komt van pas in het zich in een samenzweerderige schandaalsfeer wentelende ‘Gangbang in Destelbergen’ (dat de titel van de cd verklaart), in de eigen versie van ‘Working Class Hero’ van John Lennon, ‘Kapte mij open’, met de juiste gradatie van woede en strijdbaarheid, in de herinneringen rond een bruine kroeg die de deuren sloot, ‘Sonny Boy’ . In ‘America Here We Come’ geeft hij toe dat ‘alle’ cafés waar hij gespeeld heeft intussen verdwenen zijn, want ‘Muziek es moar bejang’.

Michels vorm van humor is niet zelden cru en wrang, met ‘Jef Vermassen’ als rolmodel, maar zelfs in een fijne jeugdliefde is ze nauwelijks milder in het van fijntjes wisselende stemmingen voorziene ‘Zot van Zappa’, dat voorheen ‘Blankenberge 1984’ heette, net zoals de sneer naar de snob-muzikant ‘Note Kakk’n’ nu herdoopt werd in ‘Om ter eerst’. Het charmante net niet oneerbare voorstel ‘Sole Mio’ behield zijn originele titel. Alles bij elkaar lijkt ‘Potlood in een Blaadsken’ ons de song die het dichtst de ziel van Goes benadert, maar het staat u vrij om een andere voorkeur te hebben: er is keus te over op ‘Onskentons’.

Antoine Légat (08 03 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s