Savina YANNATOU & PRIMAVERA EN SALONICO met ‘Songs Of Thessaloniki’ in de Handelsbeurs te Gent op dinsdag 24 maart en in De Roma in Borgerhout op woensdag 25 maart 2015: ‘Zowel in de Handelsbeurs in Gent als in De Roma in Borgerhout, twee eerbiedwaardige zalen, volledig passend bij dit repertoire, was het genieten van degelijk versterkt, deskundig gespeeld, als vanouds heerlijk gezongen werk uit de recente ‘Songs Of Thessalonίki’’

Te vinden, zowel op Folkroddels als Rootstime…

Yannàtou genoot zangles bij de beste tutors in thuisstad Athene en Londen (Guildhall School of Music) Aan een indrukwekkende techniek koppelt ze een van nature aangename, soepele en warme stem. Ze had, net als zovele Griekse zangstemmen, het geluk en het privilege om zich te ontwikkelen onder het mentorschap van Manos Hadjidhàkis, Hellas’ meest karakteristieke toondichter, die als directeur van het 3e programma van de Griekse Radio een sleutelrol speelde in de evolutie van de Griekse muziek. Haar kunde maakte ze ten nutte in zeer uiteenlopende projecten, van kinderradio (het populaire ‘Lilipoùpoli’) en wiegeliederen tot gewaagde experimentele muziek. Daartussenin beoefende ze alle vormen van de ‘betere’ hedendaagse Griekse muziek, vooral volksliederen (dhimotikà) en kunstliederen (èndechna) en ze werkte courant met componisten als Lena Plàtonos en Nikos Mamangàkis.

Toch nam de cd Ánixi sti Saloníki/Primavera en Salonico/Spring In Salonika (Lyra) in 1995 iedereen bij verrassing. Ze was, samen met in volksmuziek gespecialiseerde muzikanten uit Thessalonίki, ingegaan op de vraag van de Aristoteles Universiteit in Thessalonίki om liederen op te nemen van de in die tweede grootste Griekse stad tot WOII wonende Sefardische Joden. De muzikanten die Primavera en Salonico vormden, kwamen niet uit het niets: ze kenden mekaar al van de vroege jaren tachtig, hoewel ze behoorlijk verschillende muzikale achtergronden hadden. Kyriàkos Gouvèndas zat en zit helemaal in de traditionele muziek. Zijn viool is te horen op letterlijk honderden Griekse platen van dhimotikà (volksmuziek) tot rebètika (muziek van de Griekse zelfkanters) en de aanverwante smyrnèïka. Haris Lambràkis is ook al verankerd in de dhimotikà, en dan nog oriëntaal gericht,  omwille van zijn instrument, de ney (rietfluit, vergelijkbaar met de beter bekende kaval) Iets gelijkaardigs geldt voor Yannis Alexandrίs. Die bespeelt fraai afgewerkte snaarinstrumenten die hij zelf bouwt, de laouto (luit), de ta(m)bouras (langhalsluit, wat bij de Arabieren de tanbur werd en bij de Turken de tambur) en de akoestische gitaar.

 

Kostas Theodórou (allerhande percussie) vervoegde de groep pas definitief in 2001. Er is wellicht geen (deftige) muziekstijl waar ie niet bij betrokken was, ook als arrangeur en producer, ook in theater- en filmmuziek, van Epirotische klaagzang (miroloïja) over jazz naar experimentele muziek. Michàlis Siganίdis (contrabas) is een graag geziene figuur in de Griekse alternatieve muziek (Himerinί Kolymvίtes, Basse Classe, Trackers Of Jura) Zijn eigen cd’s zitten in de experimentele hoek. Zopas verscheen zijn achtste cd, ’97 %’, waarop ook het woord een grote rol speelt. Last but not least Kostas Vómvolos (accordeon; de met plectrum bespeelde kanonàki alias de oosterse qanun), die muziek schreef voor ruim 120 theaterstukken, Griekse tragedies, nieuwe opera en musicals in Hellas, de UK en Ierland. Hij was het die in 1994 Primavera en Salonico opstartte. Intussen geeft hij ook les drama aan de Aristoteles Universiteit. Ook hij zit als alle andere in talloze gezelschappen en projecten als de al vermelde en gereputeerde Himerinί Kolymvίtes (ofte Winter Swimmers) Hij speelt met zo diverse acts als de de Sardeense Elena Ledda of het Bulgaarse koor Angelyte. Vómvolos is ook degene die bij Primavera de arrangementen voor zijn rekening neemt.

Yannàtou en haar sindsdien vaste band maakten van de wetenschap een waar kunstwerk. Op deze ‘Ánixi sti Saloníki/Primavera en Salonico/Spring In Salonika‘, alras als mijlpaal erkend, bleef het gezelschap vrij dicht bij de originele liederen. Maar hierop bouwden ze verder en in steeds breder wordende cirkels verkenden ze de liederschat van de hele Middellandse zee of werkte ze thema’s uit (zoals ‘Virgin Maries Of The World’) Yannàtou en haar mensen namen zelfs drie platen op voor het prestigieuze ECM label. Met de vierde, ‘Songs Of Thessaloniki’ geheten, keert ze nu terug naar de bron: Thessalonίki, in de late 19e en vroege 20ste eeuw nog een smeltkroes van (Sefardische) Joden, (lokale en Pontische) Grieken, Turken, Bulgaren, Armeniërs, Slavische Macedoniërs en Albanezen. Vandaar de bijnaam van de havenstad, ‘Jeruzalem van de Balkan’. Nog steeds brengen ze dat met het gepaste respect voor ‘de originelen’, al is het in vele gevallen, waar men niet beschikt over opnames, toch enige conjectuur nodig. In elk geval zorgde de groep ervoor dat de oorspronkelijke teksten en klankkleuren gerespecteerd worden. Maar Vómvolos’ arrangementen springen met de structuren los om, zodat een lied een ander ritme, een andere instrumentatie kan krijgen, bij voorbeeld kan beginnen zoals het origineel, maar al snel zijn eigen gang gaat. Men gaat soms ver in het experiment, met dissonante passages. Maar dat geschiedt zonder dat het origineel onherkenbaar wordt.

Het was dus uitkijken naar hun komst. De groep werd echter geplaagd door tal van winterse ziekten. Savina was getroffen door een zware griep gevolgd door een ontsteking van de stembanden. De vrees was gewettigd dat haar stem het niet zou houden en daarom werden de concerten in Nederland (Den Haag en Utrecht) afgelast (of althans uitgesteld) De later geplande Belgische concerten lagen ook in de waag, maar uiteindelijk bleek dat ze die net nog zou kunnen uitzingen, letterlijk dan. Omdat we de cd ‘Songs Of Thessalonίki’ nog niet konden beluisteren, weten we niet in hoeverre dit de prestaties van de groep heeft beïnvloed, maar ons leek alles vrij normaal te verlopen. Mensen die beeldmateriaal hadden bekeken, vonden dat de band een beetje op veilig had gespeeld, maar we hebben daar zelf niets van ondervonden. Het deed in elk geval geen afbreuk aan onze waardering: zowel in de Handelsbeurs in Gent als in De Roma in Borgerhout, twee eerbiedwaardigezalen, volledig passend bij dit repertoire, was het genieten van degelijk versterkt, deskundig gespeeld, als vanouds heerlijk gezongen werk uit de recente cd (zo goed als integraal gespeeld), plus ‘Jaco’ uit de Sefardische ‘Primavera’ plaat, lied over de toenmaals populaire zanger. ‘Cantiga del Fuego’, over de allesverietigende brand van Thessalonίki in 1917, en ‘Yedi Kule’ over de notoire, lugubere gevangenis van de stad, stonden ook al op de eerste, maar het gezelschap hernam ze op de nieuwste cd, waar ze inderdaad op hun plaats zijn tussen de wemeling van andere culturen en tradities.

Savina Yannàtou zelf zong als vanouds: je moest haar al echt goed kennen om te vermoeden dat ze het lastiger had dan anders. Missie volbracht dus, al is het uiteraard spijtig voor haar Nederlandse fans. Vermits de groep twee maal hetzelfde repertoire speelde in dezelfde orde en op ongeveer identieke wijze kunnen we dit als één blok bespreken. De eerste vijf songs brachten ze in de volgorde van de cd, het Griekse ‘Apolitikion Agiou Dimitriou’, dan ‘A la Scola dell Allianza’ (over de in 1873 gestichte Sefardische school volgens de principes van de Franse revolutie), ‘Tin Patrida Mou Ehasa’, pakkende klaagzang van verkaste Pontische Grieken (Grieken uit het zuiden van de Pondos ofte Zwarte Zee) In 1922/3 zouden ze massaal verplaatst worden in het kader van de Turks-Griekse bevolkingsruil. Het Bulgaarse ‘Dimo is Solun hodeshe’ behandelt een andere vorm van aliënatie: Dimo wil terugkeren om te trouwen en een huis te bouwen voor hem en zijn gade, en vraagt zijn vader om geld toe te sturen, wat de arme man vanzelfsprekend niet heeft. Ongeacht of het lied vrolijk klinkt of droef, bijna steeds is de grondtoon verdrietig: botte armoede, vervreemding van eigen land, het verlies van een geliefde of vriend. ‘Dimo’ is illustratief voor de aanpak: na een traditioneel begin, speelt Gouventas een lang solostuk, geheel volgens de regels van de (Bulgaarse) kunst, maar na een tijd komt Vómvolos’ accordeon in en ontspoort het klankbeeld. Na deze ‘storm’ zingt Savina het verstilde coda.

Cantiga del Fuego’ begint ze met stemexperimenten, uitbeelding van de paniek bij de brand. Vomvolos schakelt over op de kanonàki en Yannis op de laouto. Van een gans andere aard is ‘Iptidadan yol sorarsan’, een religieuze zang van de Bektashi Sufi uit Turkije. Een solo op de ney onderstreept het cerebrale van dit moment. Savina’s vocalises en steminflexies herscheppen de sfeer, die men kent van de derwisjen uit Konya. Beeldschoon is het Armeense ‘Qele-qele’: ‘to die for your sweet body, to die for your kiss, to die for your eyes’: Savina duidt het wondermooi, het lied vertedert, maar zonder spatje goedkope emotie. Ook het volgende Turkse ‘Çalin Davullari’ grijpt aan: een jong meisje sterft drie dagen voor haar huwelijk. De ouders blijven vernietigd achter en vervloeken hun vaderstad (pas in 1912 kwam ze weer in Griekse handen; men mag niet vergeten dat Mustapha Kemal Atatürk in de stad geboren werd!), vandaar dat het een amanèslied is (waarin men de kreet ‘amàn’ zingt). Het volgende ‘Yelekaki’ zong elke oma voor haar kleinkind in vroeger tijd, maar ook de Sefarden kenden het. Savina zingt het dan ook in Grieks én Ladino, de taal van deze oorspronkelijk uit Spanje afkomstige joden (verjaagd in 1492) Na een klassiek begin en een schitterende interventie van Gouvendas raakt ook dit wiegenlied een beetje ‘ontregeld’ en deint het op en neer met fraaie dynamiekverschillen.

Salonica’ is een ….Engelstalig lied van Ierse oorsprong, waarin de op het groene eiland achtergebleven geliefde haar beklag doet over het leger en de oorlog. Men mag niet vergeten dat Ierse soldaten vochten op de Balkan en dat in 1915/6 de toenmalige vlootvoogd Winston Churchill probeerde de ‘weke zuidflank’ aan te vallen en Istanboel probeerde te  veroveren op de ‘zwakke’ Ottomanen… die er het expeditieleger (en de bijbehorende vloot) duchtig van langs gaven in Gallipoli… ‘So right away’, jazeker! Het Armeense ‘Inchu Bingyole mdar? (Why did you enter Bingyol/Bingöl?)’ en ‘Jelena Solun Devojko’ uit Kosovo en in Servisch gezongen volgen, waarna De met ‘Jaco’ de sfeer wat opgewekter wordt. Het deint als een tsiftetèli (buikdansritme) en mondt uit in een fijn gearrangeerde party. ‘Yedi-koule’ maakt een eind aan de vrolijkheid. Deze gevangenis was de schrik van de zelfkanter uit Salonίki. Ook rebètiko muzikanten vonden er een ‘onderkomen’, maar deze klaagzang is volks. Gouventas speelt een solo die herinneringen oproept aan de grote Dimitrios Salonikios (Semsis), de violist die Roza Eskenazi begeleidde. Tegelijk moeten we denken aan de stijl van Jovan Tsàous, sleutelfiguur in de vroege rebètika, wiens oriëntale stijl op zoveel vooroorlogse platen te horen valt en die ook een aantal sleutelcomposities op zijn actief heeft (de Pontiër kende enkel Turks, maar zijn vrouw schreef wellicht de lyrics)

Pismo dojde od Soluna grada’ is in wezen een brief in Slavisch vanuit Salonίki naar Macedonië in verband met een trouw. Dit luidt de finale waarin de muzikanten in deinende stukken hun kunnen tonen, de ney in een nerveuze dialoog met de percussie, contrabas, accordeon, tabouras, zonder te vervallen in het obligate ‘solootjes spelen’. We weten niet precies welke song het concert eindigt, maar we vermoeden dat het de enige song is van de cd die ze nog niet hadden gebracht. Het gezelschap heeft één encore voorzien: dat is echter geen song uit Thessalonίki, maar wel het Italiaanse ‘Addio addio Amore’, een anoniem olijvenoogstlied uit de 19e eeuw en te situeren in de Abruzzen, halverwege de Italiaanse laars, maar als ‘zuidelijk’ bestempeld. In Gent komt ze nog een tweede maal op, maar dan om te zeggen dat ze niet in staat is nog iets te brengen op een aanvaardbaar niveau. In De Roma komt ze gewoon nog even groeten.

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s