Habib KOITÉ & BAMADA (support: SAHRA HALGAN TRIO) in de Turbinezaal van De Centrale te Gent op vrijdag 13 maart 2015: ‘Geregeld komt het tot nieuwe uitbarstingen van danswoede, wanneer de onweerstaanbare polyritmiek de bovenhand neemt, maar Habib Koité weet evenzeer de rem te hanteren en dan zinkt de muziek weer diep in die behaaglijke atmosfeer waar de gitaar van de maestro de scepter zwaait’

Ook te vinden op Folkroddels en Rootstime

Malinese superster Habib Koité in De Centrale, dat was uiteraard een voltreffer. Vermits men, helemaal in de lijn van de goede gewoonten des huizes, ook vers talent in de etalage wilde plaatsen, trok men het Sahra Halgan Trio aan. Dat resulteerde in een ronduit schitterende affiche, maar had zijn gevolgen voor het publiek. De zitplaatsen in de Turbinezaal waren als zoete broodjes van de hand gegaan, maar om toch nog een aantal anderen en de obligate guests een kans te geven had men ook mensen toegelaten in de ruimte met de bar. Dat deze scheiding tijdens het concert van Koité niet meer houdbaar was, ook al omdat de ‘zittende’ mensen in groten getale aan het dansen gingen in het gangpad voor het podium, was niet erg: dat voegde alleen maar toe aan het delirium dat het concert losweekte en men nam dat dan ook sportief op.

 

Maar de aanwezigheid van een support betekende wel dat Koité pas tegen tienen kon aantreden en vermits de man lang speelt en pas om klokslag middernacht de versterkers uit gingen, konden heel wat toeschouwers die afhingen van openbaar vervoer of om andere redenen niet zo laat konden wegblijven, het optreden maar ten dele zien. Eén man kwam van Antwerpen met het openbaar vervoer, maar moest zo vroeg vertrekken dat hij enkel het voorprogramma zag… Dat heeft natuurlijk ook te maken met de het afschaffen van nogal wat laatavondtreinen. Op het concert zelf zette dit geen domper, want die support bleek een aangename verrassing. Sahra Halgan komt uit Somaliland. Als u daar nog nooit van gehoord hebt, dan vergeven we u dat grif, want het was zowat voor eenieder omzeggens nieuw.

 

Toen Somalië in 1940 onafhankelijk werd, voegde men bij Italiaans-Somaliland ook het naast Ethiopië aan de Golf van Aden gelegen Brits-Somaliland. Van in het begin was er de drang naar onafhankelijkheid en politieke strubbelingen maakte dat het vroegere Brits-Somaliland zich in 1991 onafhankelijk verklaarde. Om allerlei redenen heeft de internationale gemeenschap deze nieuwe staat, Somaliland geheten, nog niet erkend. Het landje van nog geen 4 miljoen inwoners heeft een reputatie van stabiliteit en zin voor vrede, maar de hele regio staat bijna constant in vuur en vlam en ook Somaliland deelt in de brokken. Dit stukje geografie heb je nodig om de démarche van Sahra Halgan te begrijpen, die de oorlog niet meer aankon en tegen haar zin het land verliet. Tegelijk deed ze dat ook mét haar zin, want ze besefte dat ze zich enkel in Europa kon ontwikkelen als artieste. Leven in een vredevol continent deed haar anderzijds beseffen hoe belangrijk rust en evenwicht zijn. ‘De Europese kinderen elke morgen in alle kalmte en veiligheid naar school zien gaan, gaf me terug zin in het leven, want die was ik kwijt in mijn thuisland’, zegt ze. ‘L’important c’est que notre peuple vit en paix!!!

 

Ze zegt het niet in het Engels maar in het Frans, haar tweede taal naast het Somalisch, de taal waarin ze vermoedelijk zingt. ‘Halgan’ is een schuilnaam en betekent ‘Krijger’. Ze trof het in Europa. Ze vond twee uitstekende muzikanten met de nodige kennis van de Afrikaanse muziek, (elektrisch en aan het slot ook akoestisch) gitarist Maël Saletes en (Afrikaans) slagwerker Aymeric Krol. Bij gebrek aan een orkest van lokale mensen voorzien van traditionele instrumenten, zijn zij ‘the next best thing’. Het is immers niet moeilijk om iemand als Halgan te voorzien van een blitse ‘wereldmuziek’ begeleiding, die haar voeten veegt aan enige traditie en alleen maar wil verkopen. Maar Maël en Aymeric laten Sahra vrij spel en zorgen voor een invulling die een goed idee geeft van het ‘origineel’. Al is het nooit hetzelfde, het droeg duidelijk de goedkeuring van de Afrikaanse. Tegelijk kan het behagen aan een westers publiek, dat toch de boodschap meekrijgt, nl. dat Sahra Halgan via haar hypnotische klanken (men noemt het soms kort door de bocht, ‘woestijnblues’) vertelt over het wel en wee van haar volk, zelfs als je geen woord begrijpt van wat ze zingt. Ze geeft immers duiding en dan hoef je niet méér om te ‘verstaan’ wat ze bedoelt.

 

Het was eerst even wennen, vooral omdat in het begin zang en begeleiding om welke reden dan ook niet goed samengingen, maar alras raakte het publiek in de ban van deze fraai golvende liederen terwijl Maël en Aymeric voor een vaardige en gevarieerde, maar telkens weer geloofwaardige invulling zorgden (ze hebben goed geluisterd naar groepen in de stijl van Tamikrest en Tinariwen, zo lijkt het wel) Ook met tweede stem en/of handgeklap boden ze steun.  De titels van de onderscheiden stukken (elf plus twee welverdiende bissen), waaronder enkele traditionals, doen er niet toe: ze zijn weer te vinden op de eenvoudig verpakte en voor een zacht prijsje aangeboden cd van het Sahra Halgan Trio, ‘Faransiskiyo Somaliland’. Twee nummers citeren we toch, eerst een a capella ‘mating call’ (‘Botor’?), waarbij Halgan op grappige wijze het ritueel uit de doeken doet onder het motto ‘Hoe ontmoet je je aanstaande zonder party, mobiel of internet?’ en daarachter ‘Somaliland’, strategisch in het midden van de set geplaatst. Het klonk als een programmaverklaring. Aymeric speelde hier een snaarinstrument, de kamalengoni (of kamale ngoni), duidelijk een lid van de familie der ngoni. Naar het einde toe werd de set uitbundiger waar het publiek bepaald oren naar had. Ook het meezingen lukte aardig, zodat deze eerste kennismaking geslaagd mag heten. Halgans optreden was ook ene ideale opstap naar de hoofdmoot van de avond…

 

Hij is na zijn officiële cd debuut ‘Muso Ko’ (1995) tot een superster uitgegroeid, maar het talent van Malinees Habib Koité (°1958; zeg: ‘Kwaté’, op zijn Frans) onderkende men al veel vroeger. Zoals velen, en lange niet alleen in Mali of Afrika, maakte het feit dat zijn ouders muzikanten waren veel mogelijk, maar van doorslaggevende aard was zijn eigen talent. Dat is zeer divers, maar als we er iets moeten uitpikken dan wel zijn gitaarspel en zijn gave om songs te schrijven die blijven hangen. Eind jaren tachtig vormde hij Bamada, een groep jeugdvrienden van wie sommigen nog steeds aan zijn zijde staan. De ‘Bamada’ zijn de inwoners van Bamako, hoofdstad van Mali. Zijn cd productie is niet zo groot, maar deze platen deden het bepaald goed. Het concert in De Centrale was niet anders dan wat we van de man al zagen sinds straks twintig jaar. Koité zingt voornamelijk in het Bambara of Bamanankan, dat zes miljoen Malinezen spreken, de voornaamste landstaal naast het officiële Frans. Zoals bij Halgan hoef je niets te begrijpen om ‘mee’ te zijn. In tegenstelling tot vele andere Afrikaanse ‘sterren’ vliegt Koité er niet in, maar neemt hij zijn tijd, bouwt via zijn liederen een sfeer op, heel ontspannen. Hij speelt met verbazend gemak ongelofelijke gitaarpartijen terwijl de band een polyritmische begeleiding neerlegt: keyboards, gitaar, elektrische bas, typisch slagwerk.

 

Je mist natuurlijk de inbreng van de betreurde sublieme balafonspeler Kélétigui Diabaté (1931-2012) Die leemte wordt zo goed en zo kwaad mogelijk ingevuld door de keys en door de gitarist die geregeld banjo speelt, die een klank voortbrengt die je wel de balafon kan vergelijken. Door de rustige start bouwt Koité een hoogst aangename sfeer op. Pas in het vierde nummer (en dat zijn op Afrikaanse wijze allemaal lange nummers!) gaan tempo en volume geleidelijk de hoogte in. Het is ‘Cigarette abana (Geen Sigaretten meer)’, Koité’s signatuursong die men kent van zijn derde ‘Baro’ uit 2001, maar die eigenlijk al stamt van tien jaar tevoren in een andere versie en waarmee de man in de prijzen viel. Het valt goed te begrijpen waarom: halverwege ontploft de song met het memorabele refrein zowat en het publiek explodeert lustig mee! Het tot dan toe gedisciplineerd zittend publiek krijgt de kriebels van zoveel opzwepende klanken en velen veren recht om voor het podium in dichte drommen aan het heupwiegen te slaan. Geregeld komt het tot nieuwe uitbarstingen van danswoede, wanneer de onweerstaanbare polyritmiek de bovenhand neemt, maar Koité weet evenzeer de rem te hanteren en dan zinkt de muziek weer diep in die behaaglijke atmosfeer waar de gitaar van de maestro de scepter zwaait.

 

Hoogtepunten genoeg, zoals ‘Balon Tan’ (‘Voetbal’ in het Bambara), ’s mans ode aan deze ook in Mali waanzinnig populaire sport, terug te vinden op zijn meest recente cd ‘Soô’, daar in een versie met rapper Master Soumy (fraaie clip: http://djolo.net/habib-koite-rend-hommage-au-football/ ), maar het zenit bereikt ongetwijfeld een bijzonder lang uitgesponnen, maar geen seconde vervelende ‘L.A.’, song die de vrucht was van zijn samenwerking met bluesicoon Eric Bibb en dat te horen is op de nog immer magistrale ‘Brothers In Bamako’ (2012) Koité hernam de song op ‘Soô’. Men zingt het alom mee: ‘Tequila… Tequila, make me happy!’ en vooral… mensen uit de zaal springen op podium om te dansen. Het is gelukkig geen bestorming, want telkens gaat het om één of twee mensen, blank en zwart, man of vrouw, jong en minder jong, mensen die hun ding doen en daarna spontaan weer van podium springen. De omstaanders feliciteren steeds weer de danser van dienst en het moet gezegd, er zitten echt wel geweldige talenten tussen! De hele zaal lijkt intussen veranderd in een heupwiegend Klein Afrika. Zij die boven bleven zitten, genieten ostentatief van het schouwspel. Niets dan blije gezichten. Het eerste bisnummer toont nog eens de populariteit van de Malinees aan: tientallen zingen het refrein van ‘Wassiye’ mee.

 

Habib Koité beheerst na al die jaren zijn kunst tot in de puntjes. Hij is vanzelfsprekend een fenomenale gitarist en songschrijver, maar tevens een all round artiest, die zich omringd weet van een geoliede band vrienden. De man appelleert aan een zeer breed publiek, ook aan hen die in eerste instantie geen hoge pet op hebben van (West-)Afrikaanse muziek, omdat hij de beperkingen van zijn genre overstijgt en dat is iets wat alleen de hele groten kunnen. Dat hij nog niet helemaal dat statuut heeft, is niet aan hem te wijten. En dat beseft elkeen die een concert van de man meemaakt!

 

Antoine Légat (16 03 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s