Gisela JOÃO in de Handelsbeurs te Gent op vrijdag 6 maart 2015: ‘Na deze tsunami van vurige emoties en ongebreidelde levensvreugde, van overweldigende zangkunst en prachtige begeleiding verwondert het ons niet meer dat Gisela João, zonder toegevingen aan hedendaagse trends, op zo’n korte tijd uitgegroeid is tot een cultfiguur en vaandeldraagster van de ‘nieuwe oude fado’’

Dit stuk staat zowel op Folkroddels als op Rootstime, omdat het zijdelings appelleert aan zowel de folkfan als de liefhebber van roots (blues, rock…) Gisela staat niet voor niets op de affiche van rockfestivals! Opmerking: collega Marc Buggenhoudt van Rootstime merkte terecht op dat Gisela nog niet de rijpheid bezit van een Anna Moura of andere gevestigde grote vrouwelijke fadista. We treden deze mening volledig bij en voegen deze hier daarom graag aan toe, maar hebben dat hieronder niet expliciet vermeld, omdat het vrij logisch is dat zo’n jonge zangers nog niet voldoende ‘geleefd’ heeft. Het doet echter niets af aan haar talent en intensiteit van uitvoering.

Gisela João was hier al, op OdeGand, op de tiende editie van het Gentse festival, in september 2012. Ze liet toen diepe indruk na. Pas een jaar later was er haar eerste cd, ‘Gisela João’, die er geen twijfel liet over bestaan: een nieuwe fado ster was geboren. Dat ze op het Gent Festival zou staan voor twee maal (24/9 en 3/10), niet zo toevallig meer, uitverkochte concerten, is ons volledig ontgaan. Geen wonder dat er in maart een heuse tournee doorheen ons land van gekomen is. Ook de Gentse Handelsbeurs was onherroepelijk uitverkocht op vrijdag 6 maart. We hebben een blauw vermoeden dat het niemand van de aanwezigen speet dat ze hun vrijdagavond aan de eerste grote fadista van de 21e eeuw, zoals ze op vele plekken al gekenmerkt werd. Dat is vreemd, want de jonge zangeres heeft nog maar bitter weinig op geluidsdrager staan, trouwens de aanleiding tot de eerste grap van de avond: ze kwam haar nieuwe cd voorstellen.. om dan meteen te ‘bekennen’ dat het haar enige is! Maar bovendien klasseert ze zichzelf niet als ‘fadista’, hoezeer de fado ook ademt doorheen al wat ze doet. Dat zou ze doorheen het hele concert omstandig verduidelijken.

Want duiding ontbrak niet want ‘ik praat graag’ en… waar het hart en de ziel vol van zijn, daar loopt de mond van over. Het had iets aandoenlijks: haar Engels is niet echt slecht te noemen en het accent is best charmant, maar af en toe probeerde ze met niet te stelpen enthousiasme en vaste overtuiging feiten én emoties te verwoorden terwijl haar het vocabularium ontbrak. Toen ze zichzelf weer eens had vastgereden, beloofde ze alle poëzie en/of commentaar op het net te gooien, zodat iedereen zich kan klaarstomen voor een volgend concert. Zo rotsvast is ze overtuigd van wat ze wil doorgeven aan haar publiek. Wie denkt dat haar gebabbel het concert schaadde, heeft het mis voor: het maakt er integraal deel van uit en met in totaal negentien liederen gaf ze een goed beeld van wie ze als uitvoerend artieste is. Voeg eraan toe dat Gisela João de charme in persoon is, een beeldschone jongedame, stijlvol maar luchtig gekleed, een spring-in-‘t-veld in pocketformaat die haar fijne hieltjes links liet liggen toen ze wat volkse danspassen wilde demonstreren en de rest van het optreden dan meer lustig op blote voetjes bleef rondhuppelen.

Ze deed ons zelfs denken aan Edith Piaf, niet qua verschijning, zangstijl of repertoire, maar wel omwille van het raadselachtige oxymoron: ook Piaf was een kleintje, een frêle fijn postuur maar begiftigd met een ontembare energie, een vulkaan die ze af en toe losliet. João heeft de rijpheid nog niet van La Môme, maar ze heeft alle troeven om het te worden. Want kan Gisela zingen, wat kan ze de woorden en emoties omzetten in klank! Gisela had haar stoel links op het podium, een stuk verwijderd van haar vaste band, de drie muzikanten die in het midden van de scène neerzaten en geen kik zegden en vastgekleefd leken op hun stoel, maar intussen hemelse klanken voortbrachten: links Ricardo Parreira op de guitarra portuguesa (met ronde klankkast en de typische hoge klank), in het midden Francisco Gaspar op de akoestische basgitaar en rechts Tiago Dionisio op de akoestische gitaar. Het was wellicht de bedoeling om vanop die stoel uitleg te verschaffen, maar al even vaak veerde ze recht en sprak of zong ze zo verder. Twee maal verliet ze het podium om haar trio een instrumentaal nummer te laten spelen (‘I leave you with my beautiful muchachos’), eerst een eerder ingetogen melodie, de tweede maal één waar de band zijn virtuositeit de vrije loop kon laten.

Al bij de opener van het concert (ook de eerste track van ‘Gisela João’) ‘Madrugada sem Sono’ blijk hoe intens ze de tekst beleeft: halfweg springt ze van haar stoel, mimeert de woorden en met die prachtige stem vertolkt ze met een verfijnde dynamiek de emoties. We krijgen meteen al zicht op de innerlijke Gisela: ‘Het komt erop aan je hart te openen’, ‘Fado hoeft helemaal niet droevig te zijn’ en ‘Poëzie is dé uitdaging van mijn leven’. Bij ‘Vieste do Fim do Mundo’, lied dat de verwondering uitdrukt bij een nieuwe ontmoeting, alsof die van het einde van de wereld komt, vernemen we meer: ‘Liefde geeft het leven betekenis’ en ‘Je kan liefdesverdriet niet verjagen, wat je ook probeert. Er bestaat geen wondermiddel. Slechts één ding helpt: de tijd. Die moet zijn werk doen’. Maar dat fado niet noodzakelijk, zelfs niet primordiaal over verdriet gaat, bewijst ze via ‘Sr. Extra Terrestre’, een guitig lied over een… vliegende schotel die landt in haar tuin. Met het foeilelijke groene mannetje heeft ze toch al snel een benijdenswaardige band… Dan maar mee vliegen en diens planeet verkennen. Ach, het nonsensicale heeft ook zijn rechten! Gisela vertolkt het met een aandoenlijk enthousiasme. Dit stukje onversneden fun staat helaas  niet op ‘Gisela João’. Intussen hebben we ook al vernomen dat ook voor Joao hét grote voorbeeld Amália Rodrigues heet. Ze was acht toen ze de grootste der fadista’s leerde kennen. ‘Meu Amigo está longe’, dat ze als derde nummer zingt, leerde ze pas toen ze twintig was.

Fado is about LIFE’ en dat illustreert ze met een gloedvolle, alles-of-niets uitvoering van ‘Voltaste (Je keerde weer)’, maar meteen daarop is het weer luchthartig met ‘Bailarico Saloio’, met een verhaal dat plaatsgrijpt tijdens het jaarlijkse stadsfeest in Porto, de uitbundige Festa de São João do Porto. Haar opmerkingen over ‘You can dance if you want to’ hebben vanzelfsprekend weinig succes, want ondanks de twee brede gangen tussen de zetels is er te weinig plaats voor een volksfeest. We vermoeden dat ze bedoelt dat je ook met je hart kan ‘dansen’, wat echt niet moeilijk is bij dit concert dat neerkomt op een uitbarsting van levensvreugde. Ze brengt ‘Sei finalmente’ van de in de jaren zeventig immens populaire Tony de Matos, charmezanger die ook aan de fado raakte en die als een Portugese Adonis de chouchou was van alle vrouwen (Gisela’s oma!) en de gedoodverfde ‘rivaal’ van het manvolk. Het daaropvolgende ‘Labirinto’ is een gedicht van David de Jesus Mourão-Ferreira en gaat uiteraard over… het labyrint van de liefde. Zoals wel meer liederen vanavond staat het niet op haar cd, maar we hopen op een volgende, want Joao brengt dit met een intensiteit die haar dicht bij Piaf brengt. Op een gegeven ogenblik stampvoet ze zelfs, zo gaat ze in op de woorden van de grote poëet.

Er valt ook brandnieuw werk te horen: ‘Alguém (Iemand)’ is van de hand van João Loio, die ook het knappe ‘Vieste…’ van het begin van de set schreef. Amália oogstte indertijd groot succes met ‘Casa da Mariquinhas’, genoemd naar de bewoonster van het imaginaire huis. Het was zo’n klapper dat het lied een eigen leven zou leiden, een begrip werd. Gisela zingt een nieuw lied ‘(A Casa da) Mariquinhas’, waarin ze zogenaamd dat huis vond, maar met een… ontluisterend bordje ervoor met ‘Te koop’ op! Uiteraard is dit een metafoor. ‘We must never forget our roots!’ houdt Gisela haar landgenoten voor. Gek van LDVD is ze dan weer in het volgende lied: in haar radeloosheid spreekt ze in haar tuin tot de bloemen, ze gaat er zelfs voor op de knieën, maar… ‘Roses Don’t Speak’ (‘Rosas não falam’) Je denkt: hier komt ze niet meer uit, maar hup, daar gaat haar fijne high heels en trakteert ze ons op een medley van vier folkloristische liederen, waar dansgroepen uit de tijd van de dictatuur graag mee uitpakten. Salazar en opvolgers promootten dit soort volkscultuur, waardoor ze na de Anjerrevolutie, de Revolução dos Cravos, in 1974 plots argwanend bekeken werd, wat trouwens ook de fado gedeeltelijk overkwam. Met haar speelse, uitgelaten zang en eventjes ook dans illustreert ze allicht dat de traditie het volk toekomt, en niet belangengroepen. Happy word je er alleszins van.

Met het bij elke Portugees bekende ‘Não venhas tarde (Kom niet te laat)’, signatuursong van pionier Carlos Ramos (1907-1969) nadert het concert zijn einde. Het geeft haar de gelegenheid er nog eens op te wijzen dat de fado allerminst het alleenrecht van vrouwelijke fadista’s was en is. Het concert kent een uitgelaten slot. Tja, ‘I like to smile’ zegt ze, en dat blijkt weer eens overduidelijk. Maar helemaal gedaan is het natuurlijk nog niet. Ze komt weer op na lang en luid applaus, gans alleen. ‘Ik voel me ongemakkelijk’, zegt ze openhartig ‘want jullie weten dat we achter de coulissen wachten om weer op te komen’. En of we blij zijn dat ze weer komt. ‘Ik hield op met dit te zingen onder druk van de verplichtingen van de show business’. A capella zingt ze een wiegenlied dat elke oma van Portugal voorheen zong. João graaft hier bijzonder diep in de emotie. De band komt weer op voor ‘Malhões e Vira’, een fado cravo die ze typeert als ‘talking about the WHY in life’ en die ze met haar intussen bekende overgave over ons doet neerdalen… Het is weer eens zo broeierig intens dat het laatste bisnummer niet anders kan zijn dan een explosie van zuiderse vrolijkheid. ‘Antigamente’ (bekend van Manuel de Almieda) klinkt als het credo van de fadista, credo waar we in het afgelopen anderhalf uur het fijne van hebben vernomen.

Na deze tsunami van vurige emoties en ongebreidelde levensvreugde, van overweldigende zangkunst en prachtige begeleiding verwondert het ons niet meer dat Gisela João, zonder toegevingen aan hedendaagse trends, op zo’n korte tijd uitgegroeid is tot een cultfiguur bij jong en oud en tot vaandeldraagster van de ‘nieuwe oude fado’. Voor haar staat onze casa altijd open!

Antoine Légat (12 03 15)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s