Wannes CAPPELLE in de voormalige wachtzaal van het NMBS station van Hansbeke voor ‘Radio 1 speelt buiten’, om 14 uur, op woensdag 11 februari 2015: ‘Rasperformer Wannes Cappelle is nooit louter observator, omdat zijn overpeinzingen barsten van de knotsgekke associaties en doordenkers, gedrenkt in een bepaald ontwapenende humor, gegalvaniseerd in een bad van herkenbare emoties. Soms neemt zijn beeldspraak een hoge vlucht en mag je gerust van poëzie spreken’

Gepubliceerd op http://www.rootstime.be en http://www.folkroddels.be

Dat het nieuwe initiatief van Radio 1 meteen zou leiden naar de wachtzaal van het station van Hansbeke is een clevere speling van het lot…De huidige bewoners van het station, Koen en Laura Degroote, hielpen het lot een handje bij deze eerste aflevering van dit ‘Radio  1 speelt buiten’ door de voormalige wachtzaal van het NMBS station voor te stellen als locatie voor een concert. Dat prachtige station is met afbraak bedreigd, omdat de werken begonnen zijn om de lijn naar Oostende uit te breiden met een derde en vierde spoor, in functie van de Thalys HST.

Met de zanger van dienst hadden we het ook al slechter kunnen treffen. We zullen namelijk niet ontkennen dat we voor deze man grote sympathie koesteren. We waren jaren geleden immers bevoorrecht getuige van de spectaculaire ontbolstering van Wannes Cappelle: in 2004 was hij nog gewoon verdienstelijk met Potvis, collectief van studenten van theateropleiding ‘Herman Teirlinck’ in de Jong Muziek wedstrijd van Theater Aan Zee, blaast hij een jaar later in datzelfde Jong Muziek iedereen omver met zijn ‘autobiografische’ liedjes. Wannes Cappelle kwam nochtans niet uit de lucht gevallen. Hij had vóór zijn toneelstudies godsdienstwetenschappen gedaan aan de KU Leuven… Pastoor zou hij uiteindelijk niet worden, al was daar ooit in een heel ver verleden even sprake van. Maar van kindsbeen af trok het podium hem te veel aan. Zijn geloof speelde hij onderweg kwijt, maar de overtuigde atheïst bleef een filosoof en wereldbeschouwer. En wat doe je, als je rad van tong bent en er een performer in je schuilt?

Waar hij in eerdere competities vooral op het medelijden van de jury teert, wint hij Jong Muziek 2005 met vlag en wimpel én met recht en reden: niet alleen blijkt Cappelle een innemende podiumpersoonlijkheid, die in al zijn soberheid eerlijk overkomt, omdat hij gewoon zichzelf is. Maar bovendien slaan zijn liedjes gaten in je emoties. Die teksten van hem lijken ogenschijnlijk wat naïef, kinderlijk, onschuldig, maar schijn bedriegt: achter die façade gaat een scherp waarnemer van menselijke gedragingen en gebreken schuil, die daar no nonsense en direct, op de man (M/V) af, expressie aan geeft in zijn fraaie West-Vlaamse dialect, het Wevelgems (de stad is bekend van klassieker Gent-Wevelgem, beste Koen) Hij is daarbij nooit een droge, koude observator, omdat zijn overpeinzingen barsten van de knotsgekke associaties en doordenkers, gedrenkt in een bepaald ontwapenende humor, gegalvaniseerd in een bad van herkenbare emoties. Soms neemt zijn beeldspraak een hoge vlucht en mag je gerust van poëzie spreken.

De songs van de wedstrijd waren op één na al te horen op ‘Akattemets’, dat in 2008 uitkwam onder de groepsnaam Het Zesde Metaal (een ‘stoer’ grapje van Wannes toen die optrad met medestudenten uit de Latijnse klas) Er school tevens een prima teamspeler in Cappelle die aantrad als gitarist in de Hollandse band Roosbeef (van Roos Rebergen) en speelde met Jackobond (alter ego van HT medestudente Riet Muylaert) De bezige bij werkte samen met creatieve krachten zoals Wouter Deprez en Kristien Hemmerechts. Maar eerst moest de Wevelgemnaar door de zure appel bijten, want ‘Akattemets’ tikte dan wel aan bij de critici in B en NL, maar vooralsnog niet bij een breder publiek. Hij overwoog zelfs een horecazaak te beginnen (voor atletiek was het immers te laat: Wannes was Belgisch jeugdkampioen…. Triatlon!)

Wannes bleek echter geen eendagsvlieg: er kwamen de cd’s ‘Ploegsteert’ in 2012 en eind vorig jaar ‘Nie voe Kinders’. Met dat laatste repertoire zagen we hem in september op Leffingeleuren 2014, festival in Leffinge bij Oostende (zie verslag op Rootstime), en het bleek hoe hij met Het Zesde Metaal (intussen een hecht gezelschap met o.a. Tom Pintens) zijn frêle liedjes naar een ruimere context weet te vertalen. Niet dat het zesde metaal nu, heu, heavy metal geworden is, maar de nieuwe songs lijden niet onder het grotere volume. Het is een niet onbelangrijke stap in Wannes’ evolutie.De wachtzaal van Hansbeke station is uiteraard Vorst Nationaal niet. Maar het lijkt er deze namiddag tussen twee en drie wel een beetje op, want nogal wat mensen uit Hansbeke en al evenveel van ver daarbuiten verdringen zich in het zaaltje en het portaal. Wannes steekt van wal met de opener van de laatste cd: ‘Bouwt ip mie’ met de treffende zinsnede: ‘Het is misschien te vroeg / Misschien is het nog niet donker genoeg’ We moeten meteen denken aan de thematiek van het magistrale ‘Not Dark Yet’ van Bob Dylan op ‘Love And Theft’: ‘It’s not dark yet / But it’s getting there

Meer heeft Wannes niet nodig om ons allen op zijn golflengte te brengen, ook het kleine grut dat voor hem op de banken zit. Aan hen draagt hij het volgende ‘Nie voe Kinders’ op, in essentie een snoeiharde song, totaal ongeschikt voor kinderen, over het lot van geboren te worden en op te groeien in een genadeloze wereld. Zijn zangstijl verzacht en verguldt de keiharde waarheid enigszins. Maar de ‘lex’ is wel bijzonder ‘dura’. Als je dan, na al dat jong geleden leed opgroeit en je denkt dat het zal beteren, komt de ontnuchtering: ‘Je bent geen kind meer / Maar geen kind meer zijn is niet voor kinderen / Het zit allemaal goed in mekaar / Het zit godverdomme allemaal toch zo goed in mekaar.’ Die laatste zin spuwt hij eruit, alsof het een complot is van de natuur: ‘Ze kunnen niet wachten om uw idealen af te pakken, want dat is toch voor kinderen…’

Bijna ging het concert niet hier door: dat vernemen in de intro van de derde song. Het verzoek van de negenjarige Baziel om te komen spelen in zijn kamer was immers verleidelijk: de jongen is een fan, kent Wannes’ teksten uit het hoofd en als de zanger zou komen, stond er in de brief van zijn vader, zou hij op zijn kamer voor Wannes een pintje verstoppen. Omdat het woensdagnamiddag is en dus geen school, kan Baziel vanmiddag aanwezig zijn. Wannes verrast hem en alle anderen door hem naar voren te vragen om het gedreven ‘Gie, den Otto en ik’ mee te komen zingen. Het is duidelijk een geïmproviseerde setting maar Baziel zingt zonder verpinken de tekst van het eerste tot het laatste woord mee! Wellicht verstaat hij niet alles van die grote mensen praat, maar dat laat hij niet aan zijn hart komen. Een daverend applaus na de song en nog eens na het concert zijn zijn deel. Maar daar is nummer vier al: het erg ingetogen gestarte ‘Ier bie oes’ is een sleutelsong uit ‘Ploegsteert’ en uit Wannes’ repertoire. Slagzin ‘Ier bie oes es ’t goed’ is, u raadt het al, een bitterzoete oprisping.

Dag zonder Schoenen’ uit de meest recente begint zorgeloos: de zonneklopper blijft liever thuis en in bed. Er is echter meer aan de hand want wat selectieve luiheid lijkt, blijkt een teken van onmacht: ‘Ik ben te lui om te gaan slapen / Ik moet er eigenlijk een keer in / Vent, wat zit ik hier te zitten? / Ach, wat zou dat toch kunnen zijn met mij?’ Daar komt de ‘malware‘ van het leven weer om de hoek piepen… De vaststelling is niet leuk, maar het is allemaal zo herkenbaar. De dag na dit optreden zien we de sappige en guitige muzikale causerie van een andere laureaat van Jong Muziek, Nele Vandenbroeck, over het menselijke brein en ook zij heeft het, tongue in cheek, maar tegelijk in alle ernst, over het wetenschappelijk raadsel: ‘Hoe komt dat we ons vaak zonder reden zo slecht voelen?

Hoe de condition humaine ons bepaalt, zonder dat we daar (heel) veel aan kunnen verhelpen, klinkt ook door in ‘Ploegsteert’, lied dat hij schreef ten gevolge van een vraag van het Wielermuseum Roeselare, over het leven van wielerfenomeen Frank Vandenbroucke. Hij speelde dit epitaaf trouwens voor het éérst op een hommage-avond voor de renner, in aanwezigheid van  Frans moeder. Wannes beschrijft hoe de veelbelovende jonge god werd meegesleurd door zijn noodlot, een leven dat een Griekse tragedie waardig was. Nog steeds schiet ons gemoed vol als we ‘Ploegsteert’ horen. Het is ondanks de thematiek of precies omwille daarvan één der mooiste liederen ooit in ons taalgebied geschreven. ‘Toe nu maar’ sluit het mini concert af en is echt wel ‘het einde’, want Wannes is finaal dood en stelt dat iedereen nu maar genoeg gesnotterd heeft en van zijn begrafenis weg moet, naar huis of naar het werk. ‘Leef mee, neem innig deel, zeg dat het u spijt, maar leef / Wees niet mee dood / Ga niet mee dood / Het speelt boven ons hoofd’ Optimist tot in de kist!

Het optreden is dan wel formeel gedaan, alles is ingeblikt en enkele uren later gaat het al de ether in. Maar mensen blijven aandringen voor een extraatje en Wannes kiest voor ‘Appartementje’, dat op ‘Akattemets’ (plusminus = ‘Als ik al eens…’) staat, maar dat hij schreef na de andere songs, in een periode dat hij een soort writer’s block had. Het beschrijft het geluk van zijn prille gezin dat een eerste kindje afwacht. Intussen heeft eerste zoon Krummi (‘Raaf’ in het Ijslands) er een broertje Ulfur (‘Wolf’) bijgekregen (Wannes is namelijk gehuwd met een Ijslandse) Wannes draagt de song op aan Koen en Laura, die hun eerste kindje verwachten, en zich dus in de situatie bevinden waarin Wannes zich bevond toen hij het schreef. Eén en al vertedering maar op een moment dat het voor Wannes allemaal niet zo geweldig liep.

Was het Wevelgems niet voor iedereen even verstaanbaar, dan werkte de magie van zang plus muziek optimaal. Zelfs de omgevingsgeluiden speelden mee. Het hele concert door raasden de treinen langs het station. Zo speelde ook de NMBS mee in het ingebeelde orkest. Waar we zeker van zijn: voor het concert was Cappelle voor velen hier een zo goed als nobele onbekende. Maar als hij nog eens in de buurt optreedt, zullen velen van de aanwezigen opnieuw willen gaan kijken.

Antoine Légat (15 02 15)

Deze songs noteerden we dus (geen sinecure met zoveel enthousiast volk rond je!) 1/ Bouwt Ip Mie 2/ Nie voe Kinders 3/ Gie, den Otto en ik (duet met Baziel) 4/ Ier bie oes (uit ‘Ploegsteert’; 2012) 5/ Dag zonder Schoenen 6/ Ploegsteert (uit de gelijknamige cd) 7/ Toe nu maar – Bis: Appertementje (uit Akattemets; 2008) (tenzij anders aangegeven: alles uit ‘Nie voe Kinders’)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s