Ross DALY & Kelly THOMA in de Kelderzaal van De Centrale te Gent op woensdag 18 februari 2015: ‘De dialoog tussen al die muziekvormen vanuit de strikte eigenheid lijkt het belangrijkste in deze ongelofelijk virtuoos maar toch lyrisch gespeelde composities die veel ruimte laten voor improvisatie en wisselwerking’

Concerten van Ross Daly zijn zeldzaam in ons land. Dat hij na ‘amper’ zes jaar opnieuw in De Centrale stond was daarom geen vanzelfsprekendheid: het kwam iedereen gewoon goed uit en het publiek was eens te meer de winnaar. Daly was gevraagd voor een lezing in het Orpheus Instituut in Gent. Dat doet onderzoek naar de processen van het muziek spelen of componeren, waarbij men uitgaat van de eigen muzikale praktijk. Het organiseert ook opleidingen, seminaries, workshops, studiedagen. Iemand als Daly; met zijn fenomenale background als uitvoerder op een schier onuitputtelijk arsenaal snaarinstrumenten, componist en instrumentenbouwer is uiteraard een gedroomd spreker. Bovendien geeft zijn bereidheid om bruggen tussen culturen te bouwen een meerwaarde. Hoe de spreekbeurt verliep, vernamen we niet, maar we hadden de indruk dat er nogal wat leden van het Orpheus Instituut aanwezig waren op het gebeuren.

Daly herinnerde zich het eerdere concert en bood De Centrale aan om een nieuw concert te spelen, wellicht ook al omdat hij voor eerst sinds 2010 een nieuwe cd heeft, ‘The Other Side’ (augustus 2014) De Centrale ontvangt zo’n man wàt graag, zeker na de eerdere goeie ervaring. In 2009 stond het Quartet in de Turbinezaal, maar vermits ditmaal enkel echtgenote Kelly Thoma mee zou zijn, werd gekozen voor de Kelderzaal, ruimte die overigens verleden jaar een nieuwe en duidelijk betere geluidsinstallatie ontving. Kelly had tot voor kort slechts één soloplaat, het prachtige ‘Anamkhara’ (2010), maar ze bracht woensdag de fonkelnieuwe ‘7Fish’ mee. Vanzelfsprekend brachten Daly en Thoma werk uit deze platen. In duovorm mis je de uitgewerkte arrangementen, gespeeld door leden van Daly’s diverse gezelschappen. Anderzijds geeft het improvisatorisch mogelijkheden, al weten we dat Daly een vrij strak scenario volgt in het brengen der nummers, die vrij precies getimed zijn.

Wie Daly en Thoma zijn, daarvoor verwijzen we graag naar onze aankondiging van dit concert, de bio op de site van Ross Daly (http://www.rossdaly.gr/en ) en de uitgebreide beschrijving op http://www.skopos.be . Het volstaat hier te zeggen dat dit geen optreden zou worden met ‘Griekse muziek’ al is Kelly een Griekse en Daly een in en door Kreta geadopteerde Ier. Hij woont er sinds 1975, allicht omdat het eiland een kruispunt is tussen continenten. Dat ze beiden veel spelen op de Kretenzische vedel of lyra, is ook al geen punt want Daly heeft als instrumentenbouwers zijn eigen versie van de lyra geproduceerd. De lyra is de specialiteit geworden van Kelly, maar ze speelde al even vaak de kleinere en fijnere soprano lyra in begeleidende functie. Daly had naast de lyra ook nog een saz mee, waar hij één nummer op speelde, maar ook de kunstige rabab (Hussain) (ook robab/rubab Hussain), een luitachtige afkomstig uit centraal Afghanistan, die vele variëteiten kent. Hoewel het Arabische ‘rebab’ betekent ‘gespeeld met een strijkstok’ wordt de rebab veelal met de vingers bespeeld.

Zoals aangekondigd had Daly de merkwaardige nak tarhu mee. De tarhu is een in 1995 door Australische instrumentenbouwer Peter Biffin ontwikkeld snaarinstrument, eigenlijk een combinatie van een Turkse tanbur en de Chinese viool, de erhu (vandaar de naam ‘ta-rhu’) Daly ontwikkelde de tarhu door, in samenspraak met Biffin, als we dat uit ons gesprek achteraf goed hebben begrepen, en zo ontstond in 2006 de nak tarhu met vier snaren en een hele lange nek. Door die ingrepen heeft het instrument een bereik van niet minder dan viereneenhalf octaaf. Met vingers, plectrum of strijkstok bespeeld, kan de nak tarhu een heel uitgebreid gamma aan oosterse en westerse muziekvormen ‘bestrijken’, ideaal voor iemand als Daly. Het instrument viel in De Centrale op door zijn bijzondere volle klank, heel anders dan lyra of saz.

Wat Daly en Thoma voortbrengen, tart elke omschrijving. Daly heeft er zelf een benaming voor ‘contemporary modal music’, omdat die muziek elementen haalt uit de modale oosterse muziek, vooral uit het Indische subcontinent, centraal Azië en het Midden Oosten. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan het doorgronden van de snaarinstrumenten en de muziektheorie van de diverse culturen, en aan de dialoog ermee, vanuit zijn eigen aanvoelen, zonder zich ooit helemaal te verdiepen in deze of gene traditie. Zo behield hij zijn vrijheid om de muziek te ontwikkelen naar eigen aanvoelen. De dialoog tussen al die muziekvormen vanuit de strikte eigenheid lijkt het belangrijkste in deze ongelofelijk virtuoos maar toch lyrisch gespeelde composities die veel ruimte laten voor improvisatie en wisselwerking.

De dialoog, dat is wat we kregen in De Centrale: Ross en Kelly begonnen op de lyra in een zorgzaam opgebouwd stuk, complex maar steeds overzichtelijk, ver van elke goedkope romantiek, maar met een lyrische kwaliteit die je vreemd genoeg op Kreta bij traditionele lyraspelers zelden vindt. Daar bespeelt men het instrument strak en vaak op repetitieve wijze, aan hoge snelheid, tot in de. De twee laten de lyra’s echter zingen en geven hen soms zelfs een hoofs karakter. In de zes stukken van het eerste deel komen rebab en nak tarhu aan het woord, maar ze eindigen dat met de lyra’s, ditmaal in hoog tempo. Heel geslaagd is de uitvoering van ‘Anamkhara’, het titelnummer van Kelly’s vorige cd. Zij neemt hier het voortouw wat ze in deel twee nog zou doen. Bij de start van het stuk na de pauze excuseert Daly zich voor het vele stemmen (wat wij nogal vinden meevallen, vergeleken met sommige andere optredens!): de instrumenten hebben op korte tijd in vier vliegtuigen gezeten.

Tot tweemaal toe krijgen we zowaar een taxim, een ritmisch vrije intro die de toonschaal verkent van de te spelen compositie, eerst Ross, maar ook Kelly laat zich niet onbetuigd op d e lyra. Het staat de muzikant toe zijn of haar kunde te tonen, niet door virtuoos spel, maar door het op een fijne manier aftasten van het gegeven stuk. We krijgen een stuk uit de nieuwe cd van Thoma, ‘7Fish’, die bestaat uit… acht stukken, zeven met als titel de naam van een vis, terwijl het lange slotnummer gewoon ‘S’ heet, een verwijzing naar de beweging die een vis maakt, in de vorm van een sierlijk ‘s’. Het duo speelt echter ‘Hamsi’ een uitgesproken up tempo werk. Van dan af bestaan het concert en het obligate bisnummer uit één haast onafgebroken vuurwerk van duizelingwekkend virtuoos gespeelde passages op de lyra’s, perfect unisono tot in het kleinste detail of contrapuntisch. Ze doen dit zonder verpinken, speels, met veel zwier alsof het de eenvoudigste zaak ter wereld is. Het is hierbij nooit hun bedoeling om te overbluffen, want het musiceren blijft de enige doelstelling, maar je kan niet anders dan in steeds steilere bewondering genieten van dit schouwspel.

Dit concert van Ross Daly en Kelly Thoma is zeker niet ieders cup of tea, maar wie meegaat in de verhalen die ze vertellen, raakt onherroepelijk in de ban van deze heerlijke synthese van ‘alles oosters’.

Antoine Légat (23 02 15)

PS Wie beide protagonisten beter wil leren kennen, raden we de omstandige en up to date biografie van Ross Daly aan op www.skopos.be .

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s