Lieven Tavernier in de Handelsbeurs op de Kouter te Gent met de cd-presentatie van ‘Wintergras’ (support Goes en de Gasten) op donderdag 18 december 2014: ‘Lieven Tavernier leverde met ‘Wintergras’ een juweel af, zijn zevende al: hij en zijn muzikanten lieten daar na Brugges Festival ook in de Gentse Handelsbeurs geen twijfel over bestaan’

zie ook http://www.rootstime.be, sectie ‘LIVE’

Of we ook de tweede cd presentatie van ‘Wintergras’ van Lieven Tavernier in de Handelsbeurs willen zien, na de succesvolle maiden trip tijdens Brugges Festival, waar helaas veel te weinig mensen weet van bleken te hebben? Natuurlijk wel! Niet zozeer omdat Lieven een thuismatch zou spelen en dus ‘beter dan op een ander’ zou presteren, want de Tavernier anno 2014 is niet meer de wankele, kwetsbare podiumpersoonlijkheid van weleer. De al te ‘gezonde’ plankenkoorts van toen kanaliseert hij tegenwoordig beter. Maar de Brugse première was zo overtuigend dat het een straf zou zijn de tweede maal te missen, temeer daar optredens met full band uiterst zelden zijn, een onrechtvaardigheid die in het volgende regeerakkoord dringend moet rechtgetrokken worden. We waren eigenlijk al blij met een performance die de Brugse zou benaderen. Ver van ons te denken dat Lieven en zijn lieve mensen er nog een couche bovenop zouden leggen…En toch is dat wat er gebeurde…

 

Lieven werd voorafgegaan door voorprogramma Goes en de Gasten, zijnde singer-songwriter Michel Goessens, ooit de helft van Aardvark, maar al een hele poos onder eigen vlag (enige cd ‘Veur ’t Zelfste Geld’) Michel beschikt over een ruime band, maar voor zeven nummers bleven die op stal. In het laatste nummer mocht de ook al musicerende zoon Nathan Goessens opdraven en solo voor ‘Gasten’ spelen. Michel is een streek- of minstens gouwgenoot en zit in de laatste rechte lijn voor een nieuwe cd. Op zich dus een logische keus, maar alles welbeschouwd paste Michel hier als een tang op een varken: niet alleen zat vierhonderd man (M/V) hongerig te wachten om op het ‘Wintergras’ te grazen, maar het contrast met Lieven kon amper groter zijn. Goes bracht zeven van zijn liedjes in het Sleins (dialect van Sleidinge) en dat in zijn bekende stijl, randje vuilgebekt, lichtjes provocerend (vooral de eerste rijen zijn niet ‘veilig’) maar met een hart zo groot als een kerstkalkoen.

 

Michel wordt, beslist het gevolg van het vele optreden op verkeerde terrassen en wiebelende bierkratten, steeds beter in de uitvoering, zoals hij dramatisch demonstreerde in de slotnummers waar hij de registers open trok. Zijn songs drijven soms op één idee en missen daardoor een verhalend element, maar er zijn uitzonderingen, zoals zijn intrigerende ‘Rosa’, een wereldsong, die ook nu weer vergeet te brengen. ‘Conny Lingus’, een dame (?) uit Landegem, passeert de revue. In ‘Blankenberge 1984’ situeert zich het lief uit Liverpool (zelfs Frank Zappa komt hier om de hoek piepen) In ‘Jezus gezien’ leren we dat er in Sleine niet enkel de mensen uit de lokale instelling de straten bevolken maar ook Eddy, een echte hippie. ‘Het verkeerde Terras’ beschrijft ‘la vie d’artiste’. Plots begint een… baby te huilen en Michel speelt daar fijntjes op in: ‘Ik zal het in slaap spelen’… Het heeft nog succes ook.

 

Goes eindigt sterk, met eerst nog ‘Kapte mij open’, een hertaling van ‘Working Class Hero’, één van de hoogvliegers uit het repertoire van John Lennon.: ‘Kapte mij open, wa zulde zien? Ne werkmensch, ne werkmensch, da zulde zien…’ Het grauwe van het origineel weet Michel te bewaren. De kroon op het werk zet hij met ‘In ’t weekend en ’t verlof’, een wreed vertelsel over een reenactor, die graag Indiaan speelt in de Lembeekse bossen en een wel héél drastische oplossing bedenkt voor zijn huiselijk probleem. Zoon Nathan beroert de Indiaanse trom en Michel eindigt met het passende ijle gezang. Sterk. Maar nee, Michel, de manier waarop je een staande ovatie wilde versieren, telt niet mee… Alvast tot 28 maart bij de presentatie van de tweede cd ‘OnsKentOns’ in de N9 in Eeklo…

 

Net als op Brugges Festival acteert voormalig radiopresentator en eminent muziekkenner Mark Lefever als major domo, even stijlvol als sober en to the point. Met twee woorden typeert hij Tavernier ten voeten uit: ‘(liederen over) mist en gemis’. De hosting van Mark was niet het enige punt van gelijkenis met Brugge: de band was logischerwijze dezelfde, gecentreerd rond pianist-orgelist Yves Meersschaert, die tevens de producer was van ‘Wintergras’. Geen Peter De Bosschere: de afwezigheid van drums zou trouwens mee de sfeer van de avond bepalen. Niet beter of niet slechter, maar de voorstelling wordt plots een stuk intiemer. De anderen geven present: kompaan van twintig jaar en meer, Bruno Deneckere op akoestische gitaar en mondharmonica, snarentovenaar Gijs Hollebosch op dobro, slide en mandoline, Klaas Delvaux op elektrische bas en die heerlijke cello, plus de zussen Eva en Kapinga Ghysels als achtergrondzangeressen maar ze zouden af en toe ook op de voorgrond treden, en niet alleen als zangstemmen.

 

Nog een element dat bijdroeg tot de sfeer van het gebeuren: Lieven hield het compact. Hij kwam op, zei ‘Dag!’ en voegde er aan toe ‘Genoeg zo…’. Hij noch de anderen zouden zich laten verleiden tot commentaar: dat was bij dit publiek compleet overbodig. Slechts naar het einde toe lost hij enigszins de greep. Dat Lieven dan dolt met de meisjes zonder de controle te verliezen, wijst er nog eens op hoezeer hij gewonnen heeft aan podiumvastheid. Dat vertrouwen is recht evenredig met het métier van songsmid zoals Lieven het bedrijft: ‘Het werd, het was, het is gedaan’ is een ijzersterke opener. ‘La belle dame sans merci’ schurft aan tegen gruizige blues, met slide van Gijs en de priemende harp van Bruno. De intro van cd opener en titelnummer ‘Wintergras’ verraadt zijn invloeden: je denkt even aan ‘All The Best’ van John Prine, maar is inhoudelijk het omgekeerde van Prines lied. Opvallende rol voor Eva en Kapinga in ‘Emile Braun Plein’: zij herhalen de hypnotische laatste zin van elke strofe: ‘…waarvoor geen woorden zijn’…

 

Met elk lied raak je meer in de ban: ‘Geen kwaje Vriend’, een behoorlijk fel ‘In de Dagen van mijn Duisternis’ en dan dat machtige ‘In Toscane’, voor onze smaak de muzikaal en tekstueel sterkste worp van deze plaat. Weer denken we aan Prine. Het is een song van dat niveau: de omzichtige manier waarop de verteller na haar plotse vertrek peilt naar wat de ‘hij’ niet en nooit begrijpen kan van haar, hoofs in de nederlaag, maar oneindig pijn gedaan. De slide van Gijs kerft nog wat dieper in de wonde. ‘Gaat het nu beter zonder mij’ vraagt hij aan het eind retorisch. We kijken even rond. Kan het stiller zijn dan stil? Alsof de vierhonderd aanwezigen allemaal tegelijk de adem inhouden. Lieven heeft ons bij de strot: het gaat al even intens verder met ‘De Schoonheid van de Mist’ met de cello van Klaas en de zusjes in een glansrol… Je wenst dat dit mag blijven duren  en, jawel, daar is ‘Zij vlecht de Lente in haar Haar’, cerebraal én sensueel tegelijk: Lieven brengt het met alleen maar pianist Yves. Als we hier en nu een repeatknop hadden, lieten we de laatste drie keer op keer…

 

…Maar daar is ‘Tijden van de Angst’ al, weer met die hemelse cello. Lieven presenteert zijn mensen en het laatste nummer van de cd voorstelling én van de cd sluit in gloedvolle schoonheid af: ‘Laat de Nacht je Vriend zijn’. Weer pàkt het lied. Zelfs het korte coda van de cd schuift langs met Yves die omzichtig de laatste noten speelt… Voor ons hoeven de bissen al lang niet meer, maar nu ze er toch komen, nemen we ze in dank aan… Waar op Brugges Festival de tijd beperkt was en er enkel nog een bis af kon, kan het gezelschap hier nog even zijn gangen gaan, vooraleer diezelfde bis van Brugge langs komt. Eerst ‘De Boodschapper’, één van de sterkhouders van de vorige ‘Witzand’, dan het onverwoestbare ‘De Eerste Sneeuw’, gevolgd door ‘Engel’ uit ‘Wind & Rook’ en het hupse ‘Sprookjesbos’ met de zusjes in de rol die vroeger aan Sarah D’Hondt toekwam. Ten slotte is daar onvermijdelijk ‘De Fanfare van Honger en Dorst’, dat Lieven opdraagt aan Luc De Vos. ‘Als wintergras moet je gaan liggen, Luc, als wintergras leg je maar neer’ denken we… Lieven Tavernier leverde met ‘Wintergras’ een juweel af, zijn zevende al: hij en zijn muzikanten lieten daar na Brugges Festival ook in de Gentse Handelsbeurs geen twijfel over bestaan…

 

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s