STROGRASS in Arscene te Hansbeke op zaterdag 6 december 2014: ‘‘Til the end of the world rolls around I’ll keep on loving you’ , dat onthouden we van deze dag die het droevigste, de begrafenis van Luc De Vos, en het aangenaamste, dit fijne concert van Strograss, bijeenbracht… in perfecte close harmony!‘

Staat ook te lezen op http://www.rootstime.be…

Hedendaagse folk (met sterke blue grass invloeden)

Een Sinterklaasdag die we nooit vergeten, nee, niet omdat de goedschijnheilige man ons ’s morgens vergat en dat ’s avonds bij zijn laattijdige bezoek aan Arscene weer effe goed meende te moeten maken met wat nic nacjes. Tja, het spreekwoord zegt dan ook: ‘Sint happens’… Wel omdat we die morgen met gans Gent afscheid namen van Luc De Vos om in de namiddag deel te hebben aan het volksfeest dat bij Sint-Jacobs doorging… al heette dat eventjes het Lieve Kleine Piranhaplein. Het wilde een fiësta zijn, maar het wenen stond eenieder nader dan het lachen. Vrij vlug zijn we dan maar naar huis afgedropen als een fanfare zonder honger of dorst, maar met een groot gat in de ziel. Er was nog een andere reden om die dag niet meer te vergeten: diezelfde avond nog speelde Strograss in Arscene in Hansbeke, een band die we al lang eens aan het werk wilden zien. Het vijftal ontgoochelde niet, integendeel: wat ze brachten was balsem voor de ziel, een weldadige afsluiter van een onwezenlijke dag.

De groepsleden draaien al een poos mee binnen de Belgische folkwereld. Al hebben ze allen nog raakpunten met en interesses in andere muziekvormen, ze vinden mekaar in wat ze zelf als  ‘akoestische rootsmuziek’ klasseren. Die vinden ze niet alleen in Europa, ook in de States en zelfs Afrika. In de eerste tijd speelt Strograss vooral traditionele muziek en folk, vaak dansbaar, maar dat blijkt een opstap naar eigen composities, gezongen en instrumentaal, in een meer hedendaagse setting, maar zonder de band met het verleden door te knippen. Zo moet de groepsnaam begrepen worden: ‘stro’ verwijst naar de talloze invloeden die ze ondergingen en verwerkten bij henzelf en in de groep, en ‘gras(s)’ naar de diverse tradities. Deze onvermijdelijke en achteraf beschouwd vruchtbare incubatietijd resulteert in de cd ‘The World Is One Big Hill’, die in 2013 uitkomt op folklabel Wild Board Music van Erwin Libbrecht, kernlid van Kadril. Essentieel is de keuze van HT Roberts als producer. Gesprekken met de groepsleden in de pauze en na het optreden leren dat de inbreng van HT cruciaal is in het kneden van een eigen gezicht en persoonlijkheid. Hij gaf Strograss wat de Engelsen zo mooi ‘sense of purpose’ noemen.

Strograss is een democratische band, maar dat neemt niet weg dat op toneel de broers Joachim & Johannes Wannyn het voortouw nemen. Hun samenzang vormt de vocale basis, waar Barbara Ardenois (chromatisch accordeon) en Bart Sanders (viool) ook aan bijdragen in diverse combinaties naargelang de song. Quinten De Vlaeminck concentreert zich op zijn contrabas. De leden hebben hun bezigheden buiten de groep. We kennen Johannes Wannyn (akoestische gitaar) als zanger in streektaal (Avelgem, West-Vlaanderen) met een behoorlijk eigenzinnig repetoire. Zo treedt hij in duo op met violiste en levenspartner Lotte Remmen, maar de groep kan ook uitgebreid worden naar een kwintet (met de al even uitmuntende Eric Schoepen op gitaar, Lara Rosseel op contrabas en Jonathan Callens op slagwerk) Hiermee werd Johannes derde in de finale van de Nekkawedstrijd 2014. Joachim speelt soms gitaar maar het zijn vooral de drie banjo’s die het podium bevolken, die visueel en auditief geregeld de show stelen wat de opvallende rol van de blue grass verklaart. Het is ook Joachim die de meeste duiding geeft, al laat Johannes zich niet onbetuigd, en geeft Bart onveranderlijk de intro bij zijn eigen songs.

Dertien songs bevat de cd maar die werden niet eens allemaal gespeeld maar de set klom boven de twintig liedjes uit, met elf in elk deel plus drie bissen. De start was karakteristiek voor het ‘internationale’ Strograss: ‘Desperado’ bekijkt over pendel- en seizoenarbeid van Vlamingen naar Frankrijk, maar ook naar de States en Canada vanuit de ogen van de (al dan niet tijdelijke) migrant… Allesbehalve rozengeur en maneschijn. Maar dit in Engels en Frans driestemmig gezongen lied blijkt ‘toepasbaar’ te zijn voor alle arbeiders die ‘op verplaatsing’ werken weggerukt uit hun habitat en kwetsbaar voor de spot en onverschilligheid van telkens andere meesters. Het nummer typeert ook de kwaliteiten van de band: de samenzang is strak en precies, echt het waarmerk van de groep, instrumentbeheersing en samenspel zijn die van een ervaren en goed geolied gezelschap.  We leren ook voortdurend bij: het zalige ‘When First Into This Country’ is een parel die ze ontdekten (eigenlijk werden ze getipt!) op de plaat die hoort bij de BBC Serie ‘Bringing It All Back Home (The Influence Of Irish Music)’ uit 1990. Het nummer is van The Lee Valley String Band dat intussen vijfendertig jaar bestaat, maar buiten Ierland schier onbekend bleef.

Strograss beseft dat een goed verhaal het altijd doet: dat is zo bij ‘Bed By The Window’, dat bewijst dat ook in de luwte van een rusthuis vreemde dingen kunnen voorvallen, bij ‘Washed Ashore In Eden’, over migrant Bashir die op een dag in Avelgem opdook, de locals leerde… tapbiljarten en dan tot ieders spijt met de noorderzon verdween, bij ‘Merci For The Fallen’ dat losjes gebaseerd is op ‘De Ontdekking van de Hemel’ van Harry Mulisch. Bart zingt het lied, dat vierstemmig effect sorteert. Toen Johannes als zevenjarige de vrijlating van gevangene Nelson Mandela vernam was dat een schok voor hem: iemand die gevangen is, is toch een slechterik? En nu bleek dat de man ‘Gold Inside’ bezat, want hij bleek een held die bovendien zijn boosdoeners vergaf. Die vroege wake up call moest wel eindigen in een song. Up tempo ‘April Feather Blues’ met een fraaie accordeonsolo refereert aan de Arabische lente. ‘Bury Me (Under The Weeping Willow Tree)’ is dan wel dansbaar en in Arscene is voor dansers een ruimte opengehouden, maar het publiek aldaar is duidelijk niet vertrouwd met het verschijnsel van de boombals (folkbals) Pas na de pauze wagen enkele fans van de groep zich aan een paar pasjes.

Cash On The Barrelhead’ is een song van Charlie & Ira Louvin, gemeenzaam The Louvin Brothers, die ze uitbrachten in 1956, op het toppunt van hun kunnen en roem. De song werd dan ook vaak gecoverd. Hij verwijst naar de gewoonte om cash te betalen meteen na bestelling van de drank, zoals dat de gewoonte werd in het Amerika in de crisisjaren. De ‘held’ van het verhaal kan niet betalen en ondergaat een straf, die Strograss vergelijkt met onze gasboetes. Maar het verhaal wijst uit dat deze straf wel een stuk verdergaat… Bart brengt ‘The Stranger’ over een Iers dorpje en deel één sluit met ‘Seven Bridges Road’ dat Steve Young in 1969 op zijn LP ‘Rock Salt And Nails’ zette en verwijst naar een bestaande baan in Alabama. Sindsdien werd het veelvuldig overgenomen, zelfs live door The Eagles (die gebruik maakten van het door Iain Matthews geschreven vijfstemmig arrangement) Ook Strograss brengt het in fijn afgewerkte close harmony.

Na de break zetten de broers ‘1944’ in. Het laat zich raden dat dit over de geallieerde landing in Normandië, niet meteen een klassieke thematiek voor een folksong (hoewel het in de folk stikt van oorlogsliederen, bvb. over de Napoleontische tijd) Het is echter eens te meer een sterke instap. De broers zingen enkel begeleid door het accordeon. Violist Bart schittert in ‘Hibernation Street’. Na het instrumentale, traditioneel halfweg danig versnellende en bepaald zwierige ‘Rocky Road To Oldburg’ volgt een verrassing van formaat, een fantasierijke folkversie van …’Shiny Happy People’ van R.E.M. met Kate Pierson. Het instrumentale ‘A Turtle’s Dream’ (wel meer voor snelle schildpadden) voert naar een vrolijk lied met een minder vrolijke titel, ‘Grey Ashtray Day’: Bart zingt en drie stemmen treden hem bij, telkens weer auditief genieten. De iets meer opzwepende songs van dit deel doen hun werk: bij het door Joachim gezongen ‘Old Man At The Mill’ komen de dansers uit hun pijp. Een meer melancholische toon slaat de bekende wals ‘Blue Moon Of Kentucky’ aan. Het werd in 1949 gepend door de ‘uitvinder’ van de blue grass, Bill Monroe. Tijd voor een nieuwe song, en niet zomaar één: ‘Two For The Road’ schreven de broers voor hun ouders, ongetwijfeld een emo moment voor alle betrokkenen.

Careful’ met zijn instrumentale uitloper haalt zijn inspiratie dan weer bij de uitspraak van een topman van het multinationale Nestlé, die het toupet had om te verklaren dat ‘Water is no human right’. Joachim zingt ‘The Road’, een ode aan de vriendschap, die bestemd is voor de volgende cd. We vernemen dat die plaat in volle gisting is. Het is de illustratie van het spreekwoord ‘In de nood kent en zijn vrienden’. Op het einde slaat de vierstemmige melancholie toe… We zijn dan ook aan het einde van het concert gekomen… Maar dit Strograss laat men hier niet goedschiks gaan. Een cajundeun en een instrumentale up tempo song gaan het slotakkoord vooraf. Dat onderstreept nog eens de sterke blue grass invloed (Doc Watson!) op het repertoire en de uitvoeringswijze van de band: ‘Til The End Of The World Rolls Round’ van blue grass iconen Earl Scruggs en Lester Flatt zet de kers op een wel erg roomrijke taart. Dat we onze gebuur ‘moesten’ knuffelen tijdens het lied was niet voor iedereen een succes, maar niks persoonlijk, natuurlijk. ‘Til the end of the world rolls around I’ll keep on loving you’, dat onthouden we van deze dag die het droevigste en het aangenaamste bijeenbracht… in perfecte close harmony!

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s