OAKTREE, Well, HomeRecords: ‘Al zoek je hier tevergeefs naar rechtlijnige songs en vlotte, meezingbare deuntjes, toch blijft dit een toegankelijke plaat, die bovendien na vele luisterbeurten nog ontdekkingen in petto heeft’

Ook te lezen op http://www.folkroddels.be !

OakTree is een trio bestaande uit Sarah Klenes (zang, percussie), Annemie Osborne (zang, cello) en Thibault Dille (zang, accordeon, accordina (*), percussie) en brengt geïmproviseerde muziek op basis van eigen en andermans composities, waarbij het trio met grote vocale en instrumentale vaardigheid stijlen van zeer diverse origine combineert en confronteert: jazz, folk, pop, Latin, chanson, Balkan, klassiek… Daarbij gaan ze bewust vernieuwing niet uit de weg in de vorm van onverwachte combinaties, het oneigenlijk gebruik van het instrumentarium en het zoeken naar nieuwe muzikale weefsels en klankkleuren. Ooit was de term ‘prettig gestoord’ hiervoor aangewezen, nu zal het eerder ‘eigenzinnig en dwars’ heten. We haasten ons om dat te schrijven, want de Antwerpenaar Adriaan De Roover opereert ook al onder de naam Oaktree, maar die is creatief in de weer met sferische elektronica, meer luister- dan dansmuziek. Adriaan heeft een EP ‘Chapters’ uit bij PIAS. Maar da’s andere koek.

OakTree, het trio, is ontstaan in 2008, bracht in 2012 het album ‘à dos d’âmes’ uit. Verleden jaar kwam alles in een stroomversnelling: ze werden op Gent Jazz Festival unaniem door de vakjury verkozen tot Jong JazzTalent Gent 2013. Dat hield in dat ze in het jaar erna maximaal 10.000 euro mochten spenderen aan een project. Begin dit jaar gingen ze overigens op tour met de JazzLab Series, in een dubbele affiche met klarinettist/saxofonist Joachim Badenhorst, een immens talent in de Belgische improvisatiewereld (lid van het Han Bennink Trio!), een voor OakTree ideale combinatie. In april nam OakTree dan ‘Well’ op met de bedoeling dit op het Gent Jazz Festival 2014 te presenteren, precies wat hun verkiezing tot Jong JazzTalent inhield.

Aan ‘Well’ werken drie werken drie muzikanten van stand mee, die ook een kleine vocale inbreng hebben: Tcha Limberger (viool), Kristof Hiriart (ttun-ttun, Baskische tamboerijn met snaren) en Michel Massot (eufonium en bastuba, trombone) De opnames gebeurden in de studio van Homerecords in Luik, label dat de cd uitbrengt. Homerecords werpt zich al jaren op als een norm voor kwaliteit in muziek die niet-commercieel is en nieuwe wegen zoekt. De veertien nummers van ‘Well’ reiken meer dan 57’ ver. Het zijn hoofdzakelijk composities van één of meer groepsleden en bijna allemaal eigen teksten, Tcha bracht twee nummers aan en er staat halverwege een qua keuze opmerkelijke en geslaagde cover op van… ‘A Change Is Gonna Come’ van Sam Cooke. Wat opvalt is, naast het vocale werk, de fraaie opbouw van deze versie, als een symfonie van vijf minuten.

Sfeervolle opener ‘Fear Of Fur’ (op een gedicht van Catherine Barsics, Belgische die postdoctoral researcher is aan de universiteit van Genève en een autoriteit op het gebied van de cognitieve psychologie… maar dus ook schrijfster) is vrij rechtlijnig, maar vanaf ‘Kitchen Mandolin’ slaat de gekte toe via het onorthodoxe stemgebruik en de losgeslagen trombone. Er is ook een tekst in het Frans (nogmaals van Catherine Barsics) en zelfs één in het Baskisch (van schrijver Ur Apalategi) Helaas geen vertaling van dit ‘GAU’, maar de vermelding van ‘Wallstreet’ laat vermoeden wat de inhoud zou kunnen zijn… Vele stukken zijn instrumentaal, dan wel met vocalises, die vaak het nummer zijn melodie en structuur geven, zoals het scatten in ‘Lindas Flores’, een opeenvolging van taferelen als, jawel, mooie bloemen. Dat alles is al eens min of meer gedaan werd in een ver of nabij verleden, is onvermijdelijk, maar iedere generatie heeft het recht en de plicht om op ontdekkingsreis te gaan, en dat staat wat ons betreft mijlen ver boven de acts die zich voegen naar de stijl van het (doorgaans Angelsaksische) succes van het ogenblik.

Als je Thibault Dille hoort toveren op Tcha’s ‘Entre les lignes’ (overigens geplaatst ergens tussen ‘Les Lignes I’ en ‘Les Lignes II’ van Sarah Kienes: da’s geen toeval!), dan besef dat deze trip de moeite waard is. In ‘Oufti Oufti’ (nog een melodie van Tcha) tast het gezelschap de grenzen van het stemgebruik af en ook de cello van Annemie Osborne gaat in dit stuk op reis. En zo is er in elk nummer is wel iets dat het gevolg is van out of the box denken. Toch verlaat OakTree het melodische pad niet en blijft de groep trouw aan een behoorlijk klassieke esthetiek. Geen dissonanten, geen free jazz. Al zoek je op ‘Well’ tevergeefs naar rechtlijnige songs en vlotte, meezingbare deuntjes, misschien een kort tussenstuk niet te na gesproken, toch blijft het daardoor een toegankelijke plaat, die bovendien na vele luisterbeurten nog ontdekkingen in petto heeft.

Antoine Légat.

(*) een windinstrument, tussen harmonica en accordeon in, ontwikkeld in de jaren dertig door André Borel, die er in 1943 patent op nam. Het raakte plusminus in de vergetelheid en de bestaande exemplaren werden collector’s items, maar Marcel Dreux hernam intussen de ambachtelijke productie.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s