BEYOND THE FLAGS in Cultuurkapel De Schaduw in Ardooie op maandag 10 november 2014: ‘Beyond The Flags, vijfde editie 2014, mocht er eens te meer zijn, als statement, protest tegen de oorlog en baken van vrede, maar ook als artistiek evenement én entertainment, gebracht door zangers en muzikanten die het genre beheersen en mekaar door en door kennen en waarderen’

Zie ook Rootstime!

Het is traditie geworden: rond 11 november organiseert vzw De Schaduw in Cultuurkapel De Schaduw in het West-Vlaamse Ardooie (tussen Tielt en Roeselare) een avond met veel muziek en een streep poëzie onder het thema ‘Protestsongs over oorlog en vrede’. Het is Conrad De Mûelenaere die nu al voor de vijfde keer met de niet opdringerige maar onverdroten ijver die hem kenmerkt, de ploeg samenstelde om de avond invulling te geven. Het initiatief draagt de veelzeggende titel ‘Beyond The Flags’ (BTF) en mag elk jaar (we waren er voor de derde maal op rij bij) rekenen op een grote publieke belangstelling. Na een paar edities kwam een kern van performers tot stand en het lijkt ons ook dat de bezoekers voor een stuk dezelfde zijn, een bewijs dat de formule aanslaat bij artiesten en believers, formule die na vijf maal nog helemaal niet uitgemolken blijkt.

Door het thema lijkt het repertoire inderdaad vrij beperkt en dus onderhevig aan herhaling, maar er is verrassend veel geschreven en gezongen, veel en van hoge kwaliteit (woede geeft vleugels!), zodat er elk jaar nieuwe liederen, ontdekkingen, opduiken in het programma. Niet alleen de aanbieding verschilt: elk jaar schuiven er een paar andere zangers en muzikanten bij de kern, zodat elke BTF zich voldoende onderscheidt van de vorige om de trip naar de cultuurkapel (inderdaad een voormalige, erg ruime kapel!), diep ‘verscholen’ in het platteland, de moeite te maken. Anderzijds zijn er de ‘klassieke’ anti-oorlogsliederen die om de twee of drie jaar weerkeren, songs die zo goed gepend zijn en zo raak de afkeer voor oorlog beschrijven dat je ze heel vaak wil horen, en als het even kan, laten horen. ‘Sam Stone’ van John Prine bij voorbeeld, of ‘Jaurès’ van Jacques Brel, die er dit jaar bij waren, of ‘No Man’s Land’ (ook ‘Green Fields Of France’ of ‘Willie McBride’ geheten) van Eric Bogle, song die er ditmaal dan weer niet bij was.

Masters Of War’ van Bob Dylan, gekoppeld aan de sublieme vertaling van Wannes Van de Velde, ‘Oorlogsgeleerden’, waarbij elke zanger een strofe zingt in Engels, Brabants en Zeeuws, is de gedoodverfde finale, maar dit jaar bleef het toetje, ‘Happy X-Mas (War Is Over)’ van John Lennon, achterwege: het programma was immers lang (het concert duurde tot kwart voor twaalf!). Zoals vorig jaar nam A. Whitney Brown, schrijver en komiek (bekend van Saturday Night Live in de jaren tachtig), de rol van presentator op zich, al zou de titel ‘majordomo’ (‘huisbewaarder’) nog beter passen, want hij leest ook poëzie voor, geeft een paar assists, roept de zo mogelijk juiste muzikanten het podium op. Het gaat er bij de voortdurende wisseling van de wacht vaak jolig aan toe, en een zeldzame keer staat er even iemand niet die er wel hoort, of vice versa, maar de muzikale uitvoeringen zitten goed ondanks de korte repetitietijd. Dat is het voordeel van mekaar al een hele poos te kennen. De goede geluidsversterking doet de rest.

  1. Whitney Brown huwde in 2011 met Carolyn Wonderland, bluesgitarist met een compleet eigen, want autodidactische speelstijl en begiftigd met een geweldige stem (ze wordt dan ook niet zelden vergeleken met Janis Joplin) Carolyn was er van in het begin van BTF bij, samen met haar bandleden, toetsenman (met handbas) Cole El-Saleh en drummer Rob Hooper, die veel meer zijn dan ritmesectie: ze zijn elders actief op meerdere muzikale gebieden (ze zingen allebei uitstekend), maar in BTF doen ze wel voornamelijk de begeleiding. Deze band uit Austin, Texas, is niet de enige buitenlandse inbreng: sinds verleden jaar is saxofonist Luiz Márquez van de partij. Al woont hij al lang in Gent, Luiz is Mexicaan en via zijn muziek heel nauw verbonden met zijn thuisland. Zijn formatie Mezcal speelt dan ook door zijn afkomst (deels Indiaans) geïnspireerde ethnojazz. Vaak hanteert hij daarbij volkse en natuurinstrumenten (van ocarina’s tot uitgeboorde zeeschelpen) Hier houdt hij het op diverse saxen, pre-Spaanse fluiten en de mondharmonica, want op deze BTF leidde tot diverse ‘duels’ met Jeffrey Thielens, die soms de smoelschuif bespeelt bij Little Kim And The Alley Apple 3.

 

Little Kim zelf, alias Kimberly Claeys, recent moeder geworden, is ook al vergroeid met BTF, net als Gentse singer-songwriter Bruno Deneckere, een man die geknipt is voor dit soort werk (we misten dit jaar enigszins zijn ‘No Man’s Land’: die song had gepast in het kader van de ’50 jaar migratie’ initiatieven) Ries De Vuyst is dan wel afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen, maar dan ben je evenzeer Belg als Nederlander… Lage Lander, dan maar. Ries kan je een typische protestzanger noemen, maar zijn actieradius is eigenlijk veel breder: blues, folk, country en rebètika horen daartoe. Grappig is dat die brave Alan Whitney Brown Ries’ achternaam niet uitgesproken krijgt en het dan maar wetens en willens en met een brede smile over ‘Ries De Viest’ heeft. Dit jaar geen Australische inbreng (in 2013 was er Prita Grealy), maar wel één uit het ook al zo verre Gavere. Daar is Dirk Dhaenens, beter bekend als Derek, immers van afkomstig, al zal men hem via Derek & The Dirt en Derek & Vis wel aanzien als Gentenaar. Met een dergelijk team haal je ook de know-how van de protestsong in huis en is zowat alles in dat genre haalbare kaart.

De presentator toonde zich langs zijn beste zijde, door de keuze van gedichten die door merg en been kerven, zoals ‘In Afghan Fields’ van Jacky Jura, een parafrase op het nu weerom zo actuele ‘In Flanders Fields’ van John McRae. Het eindigt, zinspelend op de papaver: ‘Tell the truth about our foe / That everyone who cares should know / The heroin they allow to thrive / Is almost all that’s left alive / We shall not sleep, while poppies grow / In Afghan fields’. Dan weer lanceert Whitney Bown woeste gedachten, door de absurde logica van de oorlogsstokers nog absurder door te trekken (in de trant van de bekende roman van Joseph Heller, ‘Catch 22’): ‘What about the cowards? Waarom eren we niet de lafaards aan het front? Helden zijn niet bang, voor hen waren de loopgraven een lachertje, maar lafaards wel: dié hebben pas afgezien… Die moeten we toespraken, een standbeeld en een feestdag geven!’ Hij komt op het thema nog een paar keer terug, maar beseft dat hij het hier en nu niet verder ‘verkocht’ krijgt. In de stelling zit er echter ‘muziek’ voor een schrijver als hem!

Maar zijn karaktervolle inbreng en aparte stijl kan men waarderen o.a. omdat hij niet aarzelt de Amerikaanse buitenlandse politiek op de korrel te nemen, goed op de hoogte blijkt van wat zich welbepaald in deze frontstreek honderd jaar geleden afspeelde en het opneemt voor de kleine man, in de tang genomen door politiek en oorlog. In de songs leeft die kleine man in al zijn grootheid: hij zit dan wel geprangd tussen vijandige krachten, maar is gehard door zijn lot, ondanks de vernederingen zelfbewust, strijdlustig voor de vrede en tot de tanden bewapend met zijn enige verweermiddelen, ironie en sarcasme. En als hij geen stem meer heeft, neemt iemand anders het voor hem op. Ries brengt ‘Het Wijnglas’ dat Dirk Witte schreef in 1918 en dat later bekend werd via de legendarische zanger en cabaretier uit Vlissingen, Jean Louis Pisuisse. Nu, in dat wijnglas zat eerder vitriool, schatten we.

Slechts enkele piekmomenten uit de dubbele set. Derek werd gevraagd om het Franse lied te vertegenwoordigen in het programma, zegt hij. Van die ‘taak’ kwijt hij zich voorbeeldig. Hij zingt, begeleid door Luiz, ‘Le temps des cérises’, amoureus strijdlied uit 1866, dat we nu vooral kennen als liefdeslied, maar dat eerst verbonden was met de Parijse Commune (1871), volksopstand die ontstond vanuit het débâcle van de Frans-Duitse oorlog. Jean-Baptiste Clément maakte de dromerige tekst waarin Eros en Thanatos het met elkaar doen zoals nergens elders… ook de hoofse melodie van Antoine Renard mag er zijn. Derek voegt eraan toe dat de graven der doden, waaronder 150 geëxecuteerden van de opstand, in de Parijse begraafplaats Père Lachaise (Jim Morrison, Edith Piaf, …) te bezichtigen zijn. Bruno en de Carolyn Wonderland band geven ‘Brothers In Arms’ van Mark Knopfler een face lift, geholpen door de soprano van Luiz, die in vele nummers in- en aanvulling geeft, met strepen folk en jazz. Ries en Derek wekken ‘Sam Stone’ nog eens tot leven, een song die we na 44 jaar nog altijd niet zonder tranen kunnen aanhoren, net als toen we hem te horen kregen op Prines fenomenale debuutplaat: de wonden van Viëtnam hebben deze veteraan gebroken, figuurlijk, maar ook letterlijk want zijn hele hebben en houden gaan op in de verslaving. De kinderen dragen andermans kleren, zegt John Prine laconiek. Het refrein windt er geen doekjes om: ‘There’s a hole in daddy’s arm where all the money goes / Jesus Christ died for nothin I suppose / Little pitchers have big ears, / Don’t stop to count the years, / Sweet songs never last too long on broken radios’.

De openbaring uit het eerste deel vormt het hondsfraaie ‘Whatever Happened With Peace On Earth?’ van de grote Willie Nelson. We moeten bekennen dat we dit niet eens kenden. Bruno zingt het schampere ‘Peace Pin Boogie’ van Woody Guthrie terwijl Carolyn dat eerste stuk sluit met het krachtige ‘War Pigs’. Na de pauze schopt Whitney Brown ons meteen weer een geweten, via ‘To An Iraqi Child’ één van vijf gedichten die David Krieger tussen 2002 en 2010 schreef n.a.v. de oorlogen in Irak: ‘So you wanted to be a doctor? / It was not likely that your dreams / would have come true anyway. / We didn’t intend for our bombs to find you. / They are smart bombs, but they didn’t know / that you wanted to be a doctor…’ Krieger besluit wrang: ‘Misschien was je niet bestemd om een dokter te zijn’ Als je weet dat Krieger ook een naam plakt op het gedicht met Ali Ismail Abbas, weet je dat dit geen ‘anonieme’ bedenking is. ‘Jaurès’, dat Derek met veel gevoel brengt, weet ons ook altijd onderuit te halen. Het komt uit Brels laatste plaat toen hij al doodziek was… ‘Ils étaient usés à quinze ans / Ils finissaient en débutant / les douze mois s’appelaient décembre…’ Brrr… Dirk geeft ons aan dat de moord op invloedrijk vredesapostel Jean Jaurès allicht geen ‘toeval’ was, de dag voordat WO I begon…

Stilaan komt zowat de hele groep op toneel samen. Cat Stevens’ ‘Peace Train’ ontbreekt ook dit jaar niet. Net tevoren is ‘Fortunate Son’ gepasseerd, dan wel in een iets bedaarder, maar daardoor ook beter verstaanbare versie dan die op ‘Willy And The Poor Boys’ van Creedence Clearwater Revival. John Fogerty pende het uiteraard met de Viëtnamoorlog in het achterhoofd, toen hij zich bij het huwelijk van David Eisenhower en Julie Nixon in 1968 realiseerde dat de telgen van de presidentenfamilies nooit die oorlog van dichtbij zouden zien: niet iedereen was zo ‘fortunate’ om er tussenuit te knijpen als die rijke heren… We horen nog het stokoude, want vroeg negentiende eeuwse Ierse anti-oorlogslied en antirekruteringslied ‘Johnny I Hardly Knew Ya’. Kim mag dan ‘Little’ in haar stage name dragen, zelf is ze over de jaren heen een grote vertolkster geworden van dit soort liederen, zoals ze dat al lang is in de western swing, haar guitige ‘Alley Apple’ stijl. Er is ook hedendaags werk: Derek heeft een eigen song die als gegoten past in het onderwerp: ‘De Banneling’ en Ries brengt ‘Het Leger van de Heer’ aan, van de merkwaardige Zeeuwse troubadour Broeder Dieleman. Alan heeft tussen die twee in een laatste maal toegeslagen met een tekst die men in oktober 1915 vond in de legerkit van Charles Hamilton Sorley, na des dichters dood. Sorley was één van de belangrijke Britse soldaat-dichters: ‘When you see millions of the moutless dead / across your dreams in pale batallions go…’ Het zijn ondraaglijk intense woorden en dat wordt nog schriller als men bedenkt dat het ook Sorley’s lot was.

Ondanks de zware thematiek is dit een lichtvoetig concert omdat de muziek swingt en vrolijk klinkt. Toegeven dat dit bedrieglijk is. Dat swingende is bijzonder het geval met ‘Only God Knows Where’ waarin de Carolyn Wonderland band in de beste Little Feat traditie de boogie speelt in New Orleans stijl. Zien we niet de vale schimmen van miljoenen dode soldaten door de lucht zweven, dan wel de geest van Lowell George, die verrukt zou geweest zijn als hij Carolyn tekeer hoort gaan op de Weissenborn(-achtige) gitaar, terwijl Cole en Rob een stevige second line neerpoten. Het loeiharde ‘No Exception’ volgt met even veel geestdrift. Na de apotheose van ‘Masters Of War/Oorlogsgeleerden’ volgen onvermijdelijk twee bissen, die beide nog meer mikken op het goede humeur: ‘Let’s Work Together’ (Wilbert Harrison pende het in 1962, maar de meesten kennen het van Canned Heat of Bryan Ferry) en gospel-evergreen ‘Down By The Riverside/Ain’t Gonna Study War No More’ laten de aanwezigen mee schallen… Even de oorlog en de ellende vergeten, het kan ook geen kwaad…

We beseffen dat we over veel songs helemaal niets of veel te weinig gezegd hebben, al staat er in onze nota’s nog heel wat belangwekkende info over rijmen, gedichten, liedjes en liederen die ontstaan zijn uit woede, verdriet, verontwaardiging, medeleven en andere sterke emoties, songs die daarom recht naar het hart gaan. U moet ze zelf maar eens beleven: ze worden op avonden als deze voor uw en ons gemak gebundeld. Beyond The Flags, vijfde editie 2014, mocht er eens te meer zijn, als statement, protest tegen de oorlog en baken van vrede, maar ook als artistiek evenement én entertainment. Al is het feit dat er een vast publiek voor is, dan mag en moet men eraan denken het project te ‘exporteren’ naar andere oorden waar de blijde boodschap in dank aanvaard zal worden: in deze tijden van doffe oorlogsdreiging is dat echt geen overbodige luxe. Maar dan duikt er een ander probleem op: kan iedereen van het internationale gezelschap zich een langere periode vrij maken? Dan zijn dan zorgen voor binnen een klein jaar. We zijn er immers zo goed als zeker van dat er een zesde uitgave van BTF komt, de overtuiging en het dynamisme van Conrad De Mûelenaere en zijn ploeg kennende. De agenda’s van 2015 verschijnen: u weet al waar en wanneer een kruisje gezet!

Antoine Légat (17-18 11 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s