LEFFINGELEUREN 2014 in Leffinge (bij Oostende), dag drie, zondag 21 september 2014: ‘Het Zesde Metaal, Tom McRae, The Delta Saints, Admiral Freebee en vooral Wovenhand zetten de kroon op het werk tijdens de derde dag van een opnieuw geslaagd Leffingeleuren’

zie ook Rootstime!

De derde dag, de zondag van Leffingeleuren is traditioneel stuk rustiger: vijf acts op het grote podium waarvan de laatste stipt en strikt stopt om 23 uur, terwijl er in zaal en café De Zwerver heel wat minder te doen is dan de zaterdag. Men mag niet vergeten dat de tent en vooral de backstage ruimte de lagere school inpalmt. Die start onverbiddelijk op maandagmorgen om half negen. Het einde van het festival betekent dan ook voor de organisatie een race tegen de tijd om alles minstens aan de kant te zetten voor het dagelijkse leven. Zeer leuk dat dit nog kan. Het is een backstage uit de goede oude pionierstijd van de festivals, waar vrijwilligers, perslui, managers, platenlui en performers door mekaar wirwarren en in theorie eenieder iedereen kan aanklampen, ten minste wanneer dit zin heeft.

Maar als de artiest dat wenst dan heeft hij hoe dan ook alle nodige privacy. Het maakt dat heel wat artiesten hier opvallend graag zijn en al even enthousiast terugkomen. De constant beschikbare verse wafels met slagroom hebben intussen een internationale bekendheid verworven, net als de prima keuken. Het zal de concertganger worst wezen (die heeft trouwens ook alles ter beschikking wat elk gedegen festival tot een pop up dorp maakt) maar deze gemoedelijkheid is toch het vermelden waard in een wereld die alsmaar harder wordt en waar ieder deskundig in zijn vakje geprangd wordt…

Het geeft ons ook de gelegenheid te wijzen op het feit dat LL altijd activiteiten in de rand aanbiedt. Dit jaar was dat o.a. Busker Street, onder het motto ‘Speel zelf op Leffingeleuren’. Op de markt voor de ingang van De Zwerver had men een mini-podium neergepoot en artiesten kregen, na een voorselectie, 25 minuten lang, het opstellen inbegrepen, de kans om zich te bewijzen met stem, gitaar en covers of eigen werk, en dat met minimale versterking. Het ging daarbij om illustere onbekenden, maar soms ook mensen met plaatwerk achter de kiezen, zoals op zaterdag Ingrid Veerman (alias Ineke 23) die citeerde uit haar nieuwste cd ‘Present’ (het openende ‘Magic’ o.a.) Op zondag raakten we niet tot op de markt maar toen gaven o.a. Dandy Davy (nieuwe en langverwachte cd ‘Destination Bigger Tree’ op 8 november) en zoetgevooisde Slow Pilot (alias Pieter Peirsman) die we tijdens Cultuurmarkt Antwerpen nog hoorden uitblinken in Den Hopsack, auteur van een fijn EP-tje.

Het Zesde Metaal opende de zondag en dat was meteen al goed voor een primeur, omdat Wannes Cappelle de hele op stapel staande cd ‘Nie voe Kinders’ speelde (verschijnt op 10 november), afgewisseld met een handvol oudere songs als ‘Ier bie oes’ (uit de tweede cd ‘Ploegsteert’) en titelsong ‘Ploegsteert’, het pakkende verhaal van godenkind Frank Vandenbroucke, en ‘Ik haat u nie’ (met de geweldige zinsnede ‘Ge zijt de slechtste van mijn allerbeste moaten’; het nummer stamt uit debuut ‘Akattemets’) Getrouwen Tom Pintens (toetsen), Filip Wauters (gitaar), Robin Aerts (bas) en Tim Van Oosten (drums) spelen volledig in functie van Wannes, die erin slaagt zijn fijngevoelige en raak geformuleerde jeugdherinneringen en mijmeringen over intermenselijke relaties moeiteloos te vertalen naar een grotere setting (een basiskennis van dat heerlijke West-Vlaamse dialect doet vanzelfsprekend wonderen) Wannes’ wrange of zelfrelativerende humor komt een paar keer bovendrijven, zoals in de opmerking van zijn zoontje: ‘Papa, ik wil later zanger worden als… Flip Kowlier. Ik wil geen oude liedjes maken als gie!’. Los van dit, ondanks de soms harde inhoud, hartverheffende concert moeten we vermelden dat Cappelle een jaar geleden een dot van een EP uitbracht, ‘Ip min Knieën’. Voor wie het niet doorheeft: Wannes Cappelle & Het Zesde Metaal zijn de status van ‘goed bewaard geheim’ helemaal ontgroeid.

Tom McRae van zijn kant heeft het respect van de liefhebbers van geraffineerde singer-songwriting al lang verworven. Hij koos songs uit zijn vijf studioplaten tot en met ‘The Alphabet Of Hurricanes’, maar hield het kort met negen songs in totaal, waarvan het laatste ‘Lord How Long’ (uit ‘King Of Cards’) al of niet een bis was. Dat was niet helemaal duidelijk, maar het is illustratief voor Toms lichtjes bevreemdende passage. Het kon een dijk van een concert geweest zijn, maar Tom speelde bijna constant met de handrem op en liet slechts sporadisch proeven van zijn meeslepende podiumkunnen, zoals in ‘Karaoke Soul’ (uit ‘Just Like Blood’) Maar hij leek enigszins ontdaan omdat het publiek niet zo gevat reageerde op songs die elders wel massaal worden meegezongen. Zijn aangehouden pogingen om het publiek te laten meezingen in ‘End Of The World New’ of om de mensen de overigens memorabele melodie van ‘Strangest Land’ te laten verderfluiten, hadden maar matig succes.

Niet dat het hem ontstemde, want hij had duidelijk contact met de zaal, uitgesproken zelfs met ‘Boy With The Bubblegun’(uit ‘Tom McRae’) Als tijdens die song de zeepbellen hem heel toepasselijk vanuit het publiek komen toegewaaid, stelt hij laconiek vast dat hij die song beter ‘Boy With A Million Dollar’ had genoemd. Met nummer acht had hij dan ineens wel prijs: het aanstekelijke ‘One Mississippi’ (uit ’King Of Cards’), met de obligate flard ‘Graceland’ van Paul Simon erin verwerkt, deed de vlam in de pan slaan. Op deze Tom McRae kan je niet kwaad zijn, maar er zat meer in het vat. Hopelijk komt hij binnenkort de puntjes op de ‘i’ zetten met zijn vertrouwde band.

De volumeknop ging hierna fors omhoog. Dat kan ook niet anders met The Delta Saints. Op korte tijd werd de groep uit Nashville, TN, razend populair met zijn ‘in bourbon geweekte Bayourock’, een explosieve mix van Delta Blues, swamp, rhythm & blues, New Orleans, soul en southern rock. De anderhalf jaar geleden verschenen ‘Death Letter Jubilee’, plus de uitermate potente optredens maken dat de band een trouwe following kweekte, achterban die ook in Leffinge neerstreek, allen ‘veteranen’ van twintig concerten en meer. Daar was iemand bij die de groep zelfs voor de 83e maal zou zien… Tenzij het iemand was met masochistische neigingen lijkt het bewijs genoeg dat de groep live iets bijzonders te bieden heeft. Wij zijn zelf fan van de cd en van de platen die ervoor kwamen (de groep beschouwt ‘Death Letter Jubilee’ als zijn ware debuut) Komt daarbij dat de Saints sympathieke kerels zijn die zich op podium totaal geven.

Waren het de torenhoge verwachtingen (mea culpa…) of was de snee ook echt uit de groep (ze zegden zelf dat ze zo goed als uitgeblust waren door het drukke reisschema), maar het werd niet het onvergetelijke concert dat eenieder voor ogen had, ondanks een handvol intense momenten: ‘Death Letter Jubilee’, ‘Chicago’, ‘The Devil’s Creek’ en als climax de signatuursong van de band, ‘A Bird Called Angola’. Er was plaats voor een zeer onverwachte cover, niets minder dan ‘Crazy’ van Gnars Barkley. Het geweldige ‘Liar’ bleef achterwege, maar we kregen wel een nieuw nummer voorgeschoteld. Ver boven het gemiddelde in zijn genre, maar opnieuw hadden we het gevoel dat er meer in zat.

Wovenhand (ook Woven Hand gespeld), zeg maar David Eugene Edwards en band, speelde dan weer een zo goed als vlekkeloos concert, op de vlekken na, die nagelaten zijn door onze hoofd- en andere zonden (gelukkig is het vagevuur afgeschaft!), maar die werden vakkundig geëxorciseerd. Zoals te verwachten viel, ontbond DEE zijn duivels en zette de ‘harde lijn’ door die Wovenhand sinds enkele jaren steeds meer typeert. Is er in het begin, na het ‘intredelied’ ‘Hiss’ (uit de in april verschenen ‘Refractory Obdurate’), nog even een knipoog naar de dagen van 16 Horsepower, DEE’s intussen legendarische vorige band, dan sleurt de opperpriester je alras mee op een helletocht, een bezwerende trip langsheen oorden van verdoemenis. Je haakt af, vlucht weg of je raakt bevangen door een onbestemd gevoel of weet je je slachtoffer van een eeuwenoude vloek, terwijl de zanger en gitarist vooraan de satanische séance leidt, gedompeld in schaars en spookachtig licht.

DEE gaat in een soort trance en komt daar pas een dik uur later weer uit, blijkbaar zonder psychische schade. We horen hem wel even tussen twee nummers iets prevelen als ‘Mille grazie, muchacho, prego’ (sic!), maar voor de rest focust hij zich op zijn songs, die hij als een pletwals door de tent laat rollen, van de ene climax naar de andere. Het moge dan stoelen op een arsenaal aan effecten, het is verdomd goed gedaan. Als we toch even kritisch mogen zijn: als je de songs niet door en door kent, heb je het raden naar de inhoud van de teksten, al hoor je hier en daar wel vertrouwde zinsneden als ‘the raising of the dead’ en na een tijd lijkt het of bepaalde songs inwisselbaar zijn, al hoor je bij voorbeeld plots in de begeleiding de welkome klankkleur van een darboeka. Maar je kan er niet omheen: Wovenhand maakte op LL2014 een uitstekende beurt.

Voor een ‘goeie beurt’ kan je ook altijd bij Tom Van Laere terecht. Admiral Freebee was hier enkele jaren geleden met een uitermate enthousiaste akoestische soloset, waarmee hij de tent in vuur en vlam zette, maar nu had hij zijn recente ‘The Great Scam’ onder de arm en bracht hij zijn band mee. In elk geval had hij van de vorige maal nog een zak gretigheid en een doos goesting over, want de jolige Antwerpenaar wierp zich op een set van oud en nieuw, met in steun niets dan klassenbakken: Tim Coenen (gitaar), Marc De Maeseneer (sax), Jasper Hautekiet (bas), Senne Guns (toetsen) en (vermoedelijk) Maarten Moesen (drums) Het heeft er misschien ook mee te maken dat dit het laatste concert was in de reeks. Dat overenthousiaste, soms haast puberale wil sommigen wel eens op de zenuwen werken als het een zaaloptreden betreft, maar op een festival, dan nog als afsluiter ervan en in feite van àlle zomerfestivals, maakt dat niet veel uit.

Een stortvloed van zogenaamd betere, catchy popsongs daalt neer over de nog immer goed gevulde tent: ‘Blues From A Hypochondriac’ en ‘Last Song About You’ gaan intussen semi-klassiekers vooraf als ‘Always On The Run’, ‘Breaking Away’, ‘Nothing Else To Do’, ‘Bad Year For Rock ‘n’ Roll’ (hij moest dit nummer spelen van zijn aanwezige moeder, krijgen we te horen), ‘Living For The Weekend’, ‘Einstein Brain’, een solo met akoestische gitaar en harp gebracht ‘Rags ‘n’ Run’. En ga zo nog maar even door. Het concert was met ‘Ever Present’ eigenlijk afgelopen maar Tom brulde zijn favoriete ‘Trouble and desire!!!’ gevolgd door ‘Geen goesting om te stoppen!!!’ waarna voorman plus band van jetje gaven totdat het gewoon niet meer verder kon: om elf uur stipt ging de stekker er volgens afspraak onverbiddelijk uit. Wat er ook van zij, Admiral Freebee deed wat van hem verhoopt en verwacht werd: afsluiten ‘with a whizz and a bang’ en we zijn hem daarvoor dankbaar. We kunnen er weer een jaar tegen.

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s