Jess KLEIN in STAT68 te Aalter op vrijdag 12 september 2014: ‘Jess Klein behoort wel degelijk tot de hogere regionen van de songsmederij’

Lees ook http://www.rootstime.be

Jess Klein is een singer-songwriter geboren in de staat New York, maar achtereenvolgens woonachtig in Kingston,  Jamaica (waar ze songs begon te schrijven) en Boston om in 2008 in Austin, TX te belanden. Ze draait al meer dan vijftien jaar mee en ‘Learning Faith’ van dit jaar is haar negende of tiende album, naargelang hoe men telt. Ze behoort dan misschien niet tot de bekende namen uit het omvangrijke contingent Amerikaanse zangers-componisten, maar in de States geniet ze wel degelijk een uitstekende reputatie, o.a. als lid van het songschrijf collectief Voices On The Verge. Ze is altijd een uitgesproken lieveling geweest van de critici. Bij ons is ze amper of niet gekend, misschien omdat ze hier nog niet vaak was.

Dat STAT68 (gevestigd in de ‘STATionsstraat 68’ in Aalter) zijn tweede seizoen opent met geen kleine naam als Jess Klein is uiteraard goed meegenomen. Als de dame in kwestie dan ook nog eens prachtoptreden geeft voor een volle zaal, dan kan je van een veelbelovende start spreken. De nieuwe ‘Learning Faith’ is de derde die Klein maakte met producer Mark ‘Professor Feathers’ Addison, die tevens een batterij instrumenten bespeelt, en nog een vijftal muzikanten dragen hun steentje bij, onder wie de hier beter bekende Wendy Colonna (backings; haar cd ‘Nectar’ is en blijft een aanrader!) en Rob Hooper (drummer de luxe bij Carolyn Wonderland) Dat ze de meeste songs van de cd zou brengen, lag voor de hand. Daarbij mis je de fijne instrumentatie en de afgewerkte productie niet. Want Klein schreef tien sterke songs bijeen, gedreven door het ongeloof, de wrevel en de woede die bepaalde evoluties in haar land oproepen én gevoed door persoonlijke thema’s die ze met haar levenservaring beter dan voorheen kan inschatten.

Niet dat Klein een ‘topical singer’, een protestzangeres is geworden, maar voor het eerst voelde ze dat ze ongeremd haar mening mocht zeggen, of zoals ze het zelf uitdrukt op haar site: ‘It felt a little different this time. It was the first time I ever went into a record really feeling that I’d paid my dues, and that now I’m just gonna do and say whatever I want. I finally feel like I really don’t care what anybody thinks’ Dat ze haar goesting doet, betekent achter niet dat ze met gebalde vuist op toneel staat. Klein is de charme en de bescheidenheid zelf. Ze laat haar songs ‘do the talking’. En uiteraard brengt ze ook vroeger werk, info die ze ook in de aankondigingen verwerkt. Ze beseft al snel dat ‘oud’ en ‘nieuw’ voor dit publiek weinig verschil uitmaakt. Maar het maakt het contact warm en hartelijk en daar speelt ze goed op in. Het ijs is dan ook snel gebroken.

De acht songs van de eerste set leren dat ze beschikt over een uitstekende stem, techniek, volume, expressie. Haar gitaarspel, eerst elektrisch later vooral akoestisch, is adequaat, meer heeft ze ook niet nodig. Het draait om de songs: in het begin vallen ‘Riverview’ en ‘Shonalee’ op. Dat laatste toont iets van haar modus operandi: een dame in een stationsrestaurant trok haar aandacht en ze beeldde zich hoe het zou zijn haar leven te kennen. Het lied drijft op verlangen: ‘Shonalee, give another quarter for the jukebox, it’s my favourite song’. De twee songs uit ‘Learning Faith’ treffen doel: ‘Surrender’ kon zo van Lucinda Williams geweest. Een zeer sterk refrein geeft voeding aan de basisgedachte, dat ze omschrijft als ‘trying to believe in something that is bigger than myself’.

Het daaropvolgende ‘If There’s A God’ gaat over iemand die dat meent gevonden te hebben en haar macht wil misbruiken op dat aan anderen op te leggen. Klein refereert naar senator Wendy Davis, die met alle wettelijke middelen (via de techniek van het ‘filibusteren’, een toespraak eindeloos rekken die dient om de termijn te laten verstrijken voor het stemmen van een wet) een wet te beletten (een eerste maal toch, later kwam de wet er toch door) die abortus opnieuw aan banden moet leggen in Texas, een terug katapulteren naar de 19e eeuw (of vroeger), zeg maar… Klein zegt dat er massaal protest was tegen de religieuze fanatiekelingen, maar … wat doe je ertegen? ‘It’s a state run by lunatics…’ Ze haalt staalhard uit: ‘If there’s a God… God is gonna rain down hell down on you’. Ze eindigt de eerste set gelukkig wel met ‘My Love’ (titel?), een in alle betekenissen bevrijdend liefdesliedje… Tijd genoeg om van onder onze stoel boven water te komen…

Tevreden gezichten na die eerste set, maar we hadden nog niet het waw-gevoel waar we ‘het voor doen’. Vergelijkingen komen op: wij dachten aan de al vernoemde Lucinda Williams of Dar Williams, of ook nog de uit Dallas afkomstige Vanessa Peters, maar ook Beth Orton, Ani DiFranco, Emmylou Harris en zelfs de schrijftechniek van Loudon Wainwright III werden in de balans geworpen… We zouden allemaal lik op stuk krijgen: aan het eind van de reis bleef enkel ‘Jess Klein’ als referentie over. In ‘The Open Road’ mijmert ze, naar aanleiding van de hernieuwde ontmoeting met een vriendin van lang geleden, over hoe het leven de mensen uiteen drijft en vriendschappen verteert… Meteen heeft ze een weemoedige atmosfeer geschapen die ze aardig verder zet ‘Ireland’: ‘I pray for the rain… Make me breathe’ De toon wordt harder: ‘Dear God’ gaat weer in op de protesten in Austin n.a.v. het optreden van senator Wendy Davis. Ook het volgende ‘I Am So Fuckin’ Cool’ is een afrekening met de lieden die zichzelf het einde vinden.

Voor ‘Don’t Let Me Put My Suitcase Down’ vraagt ze er Ed De Smul bij, zanger en songschrijver van Ed & The Gators, maar omwille van zijn bedrevenheid op de harmonica geen onbekende in Texas. Kort geleden deed hij nog een Vlaamse tournee met Texaanse singer-songwriter James Hinkle, bassist Stefan Boret en drummer Lucas White onder de noemer James Hinkle & The Transatlantics. Met Ed erbij krijgt dit nummer, zowat Jess’ signatuursong, er nog een dimensie bij. Maar ook de blues is Klein niet vreemd: ‘Only The Blues’ uit ‘Learning Faith’ toont dat ze ook zonder rauwe bluesrasp het juiste gevoel kan overbrengen. Te vroeg eindigt ze met nummer acht uit de tweede set, de titelsong van de laatste. Opnieuw grijpt ze je naar de keel, zelfs zonder het straffe arrangement van op de plaat. Jess is zelf nog het meest verrast dat we er nog lang niet genoeg van hebben… Ze mag dan een ‘ster’ heten, ze heeft er niet de kapsones van, zeer integendeel.

Voor de bis roept ze er Ed opnieuw bij, die zich wederom overtreft. Het zal het enige nummer zijn dat niet van haar eigen hand is. Ze diept ‘The Same Thing’ op van Willie Dixon, die ze tot onze verrukking haar favoriete songschrijver noemt: ook in Texas lopen er mensen rond met een trefzekere smaak. Deze voor Dixon typische ironische ‘levensles’ brengt ze op de geëigende manier, wat ons respect voor deze artieste nog vergroot. In elk geval is het een blind spot in het Grote Boek van onze Onwetendheid ingevuld, want Jess Klein behoort wel degelijk tot de hogere regionen van de songsmederij.

Antoine Légat (16 09 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s