Dana GILLESPIE & The LONDON BLUES BAND in Banana Peel te Ruiselede op maandag 15 september 2014: ’Ondanks alle individuele hoogstandjes is het vooral samenhorigheid die zangeres en band uitstralen…’

Zie ook Rootstime, met foto’s!

Richenda Antoinette de Winterstein Gillespie is naar het beeld en gelijkenis van haar naam een dame die hele vele watertjes doorzwommen heeft, soms letterlijk: dat ze jarenlang Brits junior waterski kampioene was, zal de Rootstime lezer allicht minder aanbelangen. Maar ook in haar muzikale leven was Dana Gillespie niet voor één gat te vangen: ze begon als folkzangeres in de sixties (ze nam haar eerste plaat op toen ze nauwelijks vijftien was! Donovan Leitch speelde daarop de gitaar…), kwam in contact met David Bowie en stapte even mee in de nichtenrock/glamrock. Daarvan getuigt het merkwaardige tijdsdocument ‘Weren’t Born A Man’, deels geproduceerd door The Thin White Duke himself. Maar omdat haar loopbaan in de theater- en filmwerelden zo voorspoedig verliep, kwam de muziek lange tijd op de tweede plaats. Ze was onder vele andere de eerste Maria Magdalena in de Londense productie van ‘Jesus Christ Superstar’ (1973) en speelde ze een hoofdrol in ‘Mahler’ van Ken Russell (1974)

Ze omarmde gaandeweg de stijl die haar het beste paste: de blues. Ze was al van jonge leeftijd geboeid door het genre: amper dertien zag ze de Yardbirds aan het werk in de Londense Marquee Club. Maar ze vond nu eenmaal dat je een zekere leeftijd en levenservaring moet hebben, vooraleer je de bluesthema’s geloofwaardig kan zingen. In de jaren tachtig toerde ze drie jaar intensief door Europa met de Oostenrijkse The Mojo’s of enkel met hun pianist Axel Zwingenberger. Toen ze na 1990 de filmcarrière afbouwde, kwam de muziek weer helemaal op de voorgrond. Ze specialiseerde zich in zelfgeschreven, behoorlijk aangebrande liedjes ver de man-vrouw relatie, vol insinuaties en double entendres, wat haar op toneel dank zij haar acteertalent bijzonder goed afging. Intussen heeft ze een imposant oeuvre bij elkaar gepend, ongetwijfeld een goudmijn voor wie op zoek is naar lekkere bluestunes.

Dana was van in haar jonge jaren een graag geziene figuur in de hoogste muzikale kringen. Ze had in die dagen ook alles in huis om het manvolk niet enkel met het strikt muzikale te behagen. Ze had dan ook geen moeite om zich te omringen met de beste muzikanten. Die bracht ze uiteindelijk bijeen in haar London Blues Band (LBB) Geregeld gaf ze jong talent kansen, zoals pianist Joachim Palden of gitarist Aynsley Lister.  Ook in ons land was ze een vertrouwde figuur. In Banana Peel was ze zo ongeveer kind aan huis met concerten in ’89, ’90, ’92, (met Banana Peel Bluesband), ’93 (met Joachim Palden), ’94 plus in ’99, ’02 en ’04 met de LBB. Internationaal liep het lekker: Bob Dylan, die ze al kende van in de sixties, vroeg haar in 1997  als support voor zijn UK tour. En in 2002 was ze met de LBB te gast in India, land dat altijd haar belangstelling had. Ze waren de eerste westerse band om een toer te maken van het subcontinent, waar ze in steden als Mumbai en Calcutta hele stadia vulden. Ze nam overigens een hele reeks albums op in… Sanskriet onder het pseudoniem Third Man. Ze heeft zelfs een Indische spirituele leider, maar dat zou ons te ver, heu, leiden.

Meer dan zomaar het vermelden waard is het initiatief dat ze nu bijna twintig jaar geleden nam, samen met Basil Charles: de organisatie van het jaarlijkse Blues festival op het eiland Mustique, onderdeel van Saint Vincent en de Grenadines in de Caraïben: ze treedt met de LBB telkens aan het eind van januari op in Basil’s Bar, samen met vele andere grote namen uit de blues. Het is overigens met de muzikanten die op dat moment deel uitmaken van de LBB dat ze eindelijk nog eens afzakte naar de BP, tien jaar na de laatste passage. In dat decennium is de druk bezette Gillespie maar één keer langs geweest voor een concert, meer bepaald in de eveneens legendarische Honky Tonk Jazz Club in Dendermonde (opgericht in 1965, dus nog één jaar ouder dan BP!) Het was dus een uitgelezen kans om haar weer aan het werk te zien. Uit het oog is uit het hart, blijkbaar, want de te verwachten bestorming van de BP, zoals bij de seizoenopener op 1 september met de cd-presentatie van de nieuwe Maxwell Street, bleef uit. Toch waren nog genoeg fans benieuwd naar hoe ze na al die tijd zou presteren, zodat de BP uiteindelijk geheel gevuld was. Ze hadden overschot van gelijk en geluk!

Dana Gillespie heeft dit jaar datgene bereikt wat men voorheen de ‘pensioengerechtigde leeftijd’ zou genoemd hebben, maar niets wijst erop dat ze dat ze daaraan al denkt. Zoals ze het zelf stelde lang geleden, is het met blues zingen als met goede wijn. Ze mag dan zelf wel wat bezadigder zijn dan in de jaren van Sturm und Drang, maar ze zingt haar stoute teksten nog immer met een samenzweerderige glimlach om de lippen, als iemand die het allemaal beleefd heeft, het nu vanaf een hoogte bekijkt en weet dat ze haar toehoorders geregeld op het verkeerde been zal zetten of doen glimlachen. ‘Big Boy’, ‘Experienced’ (met zinsneden als ‘How many mountains do you want to climb?’), het zwoele ‘The Cat’s Meow’ (titelsong van haar recente nieuwe plaat), ‘It’s Gonna Be A Long Night’, ‘Funk Me, It’s Hot’, ‘Big Daddy Blues’, het zijn titels die er niet om liegen. Maar, al zijn het opvallende songs, het zou een zeer eenzijdig beeld schilderen als we alleen hiervan melding maakten. Ze snijdt ook ernstiger thema’s aan. De verzuchting die ‘Ten Ton Blocks’ heet, stelt dat een mens loodzware zorgen op de schouders torst. Ze zou die last wat graag van haar afschudden om weg te kunnen vliegen.

Slow blues ‘Twenty Four Seven’ begint ze met de bedenking dat ze dit dertig jaar geleden niet kon schrijven, maar dat is dan niet omwille van de inhoud, wel omwille van de uitdrukking ‘24/7’ die toen niet eens bestond! In dit bijna weemoedige lied duikt ze diep in de krochten van haar ziel, wat een klankbord vindt in de solo’s die dit nummer omlijsten. In een andere slow blues, ‘Guilty As Hell’, heeft ze het over de slechte gewoontes waarin we telkens weer vervallen, ondanks onze wil om dat te beletten. Het zadelt ons altijd weer op met schuldgevoelens. Als ze toch een cover kiest, dan is dat niet om het even dewelke: zo speelt ze ‘St. Louis Blues’ (dat op naam staat van W.C. Handy, mogelijk al ouder was maar zeker door hem als eerste is uitgebracht in 1914), niet zoals de vele latere versies, doch à la Bessie Smith. Die uitvoering doet de tweestrijd van de bedrogen vrouw schril uitkomen en illustreert welk een ‘depressing little love song’ dit heerlijke lied is. Helaas dacht ze niet aan die andere sublieme cover ‘Your Mind Is On Vacation (But Your Mouth Is Doing Overtime)’ van de onvolprezen Mose Allison… Die zit haar anders wel als gegoten.

Je krijgt gelukkig geen kans om er zelf depressief van te worden: daar zorgt de London Blues Band wel voor. Iedere muzikant is op zijn instrument een bolleboos (zopas verkozen tot hét Van Dale woord!) Deze lieden behoren gewoonweg tot de wereldtop. Maar kapsones hebben ze helemààl niet. Nadruk ligt ondanks de vele en uitgewerkte solo’s op het samenspel. De heren scheppen ostentatief plezier in de uitoefening van hun beroep en dat straalt af op wie dat te horen krijgt. Bassist Jeff Walker en drummer Evan Jenkins leggen een onwrikbare basis. Het zijn metronomen die hun functionele werk tevens met precisie en veel finesse doen: de second line die Jenkins neerzet, ergens aan het eind van het concert, is een beauty. Jenkins schrijft overigens vaak mee de songs. Jake Zaitz (gitaren) en Mike Paice (saxen, harp) bouwen telkens weer een feestje in het feest. Zaitz staat ook vaak vermeld op de song credits. Paice was hier een dik jaar geleden voor het laatst als lid van The Little Devils, maar trad in de loop der jaren vaak op in BP, o.a. met Dana. Hij lijkt de droogstoppel van het gezelschap met zijn ernstige, lichtjes afwezige blik, alsof het hem allemaal niet veel kan schelen. Maar als je erop let dan zie je dat hij blikken van verstandhouding werpt en allerlei gekke dinge doet als de anderen aan de bak zijn. Het zijn vrienden die musiceren, dan wel op het hoogste niveau in de blues.

Daarbovenop heeft de LBB nog een geheim wapen: boogiewoogie pianist Dino Baptiste. We zagen hem eind juni 2008 aan het werk in een tent in de marge van de Adriaen Brouwerfeesten in Oudenaarde, een fantastisch concert met Dirk-Jan Vennik als de andere virtuoze pianist. We wisten dus wat we zo ongeveer konden verwachten en verkneukelden ons al in de verbazing die Baptiste hier zou creëren zodra hij een versnelling hoger zou schakelen, en nog een versnelling hoger, en nog één… Want de man heeft blijkbaar twintig vingers aan elk van zijn vier handen. Het is gelukkig niet enkel de snelheid die je omverblaast, niet eens vooral dat, wel zijn muzikaliteit. Al vroeg in de set licht hij een tip van de sluier met een spetterende solo. In het vijfde nummer, toepasselijk ‘Too Blue To Boogie’, een compositie van Dana én hemzelf, is het hek dan helemaal van de dam en weet je niet wat je hoort. Op het einde Geen wonder dat de man in de hoogste kringen gevraagd wordt en met iedereen speelde, van Donald Fagen over Billy Joel en Bob Dylan tot Mick Jagger & The Rolling Stones langs Ian Siegal, Joe Louis Walker en Sherman Robertson…Hij doet sinds ’89 zo’n 270 concerten per jaar.

In het afsluitende ‘No Matter What You Got’ mogen allen nog eens uitgebreid hun kunnen tentoonspreiden, met een Liberace-routine van Baptiste erbovenop. Grappig is als Zaitz tijdens zijn deel niet doorheeft dat Walker naast hem kiekjes neemt met zijn mobiel. Die arme Jake vraagt zich af waarom iedereen zo’n plezier heeft met zijn ‘ernstige’ solo… tot hij door heeft wat Jeff aan het doen is. Die situatie typeert deze jolige bende. Ondanks alle individuele hoogstandjes is het eenheid en samenhorigheid dat zangeres en band uitstralen, zoals ook de succulente bis ‘Could’ve, Would’ve, Should’ve’ demonstreert. Wat ons betreft, moet het zeker geen tien jaar meer duren vooraleer Dana Gillespie & The London Blues Band onze contreien weer aandoen, en dan ook niet voor amper twee concerten. Dat lang interval heeft alles te maken met de drukke kalender die deze musici samen (en ook individueel) hebben. Het had trouwens heel wat voeten in de aarde voor deze mini-toer geregeld was. We vragen ons af waarom ons dat na deze wervelwind totaal niet verwondert… Zoals Dana’s vorige album uit 2010 heet: ‘I Rest My Case’!

Antoine Légat (24 09 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s