Rob JUNGKLAS, Nothing To Fade: ‘Hierna verwacht je een mokerslag, een spetterende grand finale, maar de big music blijft achterwege. ‘Nothing To Fade’ kent daardoor een weldoende fade out, zoals een kalme zomerse dag die naar de avond neigt, als de drukte van de middag en de bijbehorende stress weer wijken voor nachtelijke introspectie en slaap. Zo klinkt alvast de bijzonder dromerige afsluiter, al woelt de passie onderhuids in het op het einde herhaalde ‘everything that’s true will not fade away’. Nagels met koppen, Rob!’

Zie ook http://www.rootstime.be !

Blues Noir/Memphis Gothic/Door blues en rock aangedreven singer-songwriting

 

Rob Jungklas is een singer-songwriter met meerdere levens. De veelzijdige kunstenaar uit Memphis, TN, trachtte in de seventies een carrière uit te bouwen met de rock georiënteerde ‘Closer To The Flame’ (1986) en ‘Work Songs For A New Moon’ (1989) Met de eerste cd wist hij de aandacht gaande te houden: ‘Make It Mean Something’ werd een hitje, ‘Boystown’ kreeg een video met productie van Godley & Creme en ‘Hello Heaven’ was de soundtrack van de film ‘The Principal’ (met James Belushi en Louis Gossett Jr.) Tekort aan verder succes zal mee aan de basis gelegen hebben van zijn beslissing om de muziek, althans de business zijde, de rug toe te keren, al speelden er ook andere factoren van private aard emotioneel en beroepsmatig. Het bloed kruipt echter waar het niet kan gaan: in 2003 kwam Rob opzetten met ‘Arkadelphia’, in 2007 gevolgd door ‘Gully’. Door o.a. Springsteen geïnspireerde rock had na de lange incubatietijd plaatsgemaakt voor broeierig intense ‘blues noir’ -Bruce plots geflankeerd door Robert Lee Burnside– als groezelig klankdecor voor behoorlijk sombere bespiegelingen, zo beladen met de zeven hoofdzonden dat ze zelfs de duivel de stuipen op het lijf jagen.

 

Mythische grandeur en metaforen, doordesemd van emotie, jawel, maar tegelijk zijn het erg chtonische teksten, gestoeld op observatie en realiteitszin, en bovenal verpakt in machtige,  meeslepende big music. ‘Arkadelphia’ en ‘Gully’ zijn daardoor platen die mede de nillies (of naughties) hebben ‘gemaakt’, al is die visie nog lange geen gemeengoed wegens nog te weinig gekend. Dat hij dit ook live kon waarmaken toonde hij op briljante wijze met zijn trio in de Tiendenschuur op Duvel Blues 2009: hij kon op geen beter festival gestaan hebben, afgaande op de naam, al was zijn act met totale overgave voor fans van traditionele blues wellicht net te exotisch. Tijdens onze gesprekken op Duvel Blues toonde Jungklas zich een fijnbesnaard, kunstminnend intellectueel met veel zin voor humor, meer dan zijn muziek misschien zou doen veronderstellen. Het daarop volgende ‘Mapping The Wreckage’ (2010) sloot goed aan bij zijn twee voorgangers, zodat je haast van een trilogie kan spreken. Daarna verloren we Rob uit het oog, maar niet collega Marcie die bij de bespreking ‘The Spirit And The Spine’ (2013) een zulkdanige rake omschrijving maakte van Robs muziek, dat we daar met een gerust geweten naar kunnen verwijzen.

 

Nu is er ‘Nothing To Fade’, vijfde cd van Rob Jungklas sinds zijn reïncarnatie, en opnieuw is dat een schot in de roos, maar we moeten er meteen bij vertellen dat de cd een opvallend andere sfeer uitademt dan zijn voorgangers. Of moeten we spreken van een evolutie, of zelfs maar een verschuiving? Want stem, instrumentatie en intensiteit zijn en blijven bekend terrein, en rustige songs stonden ook vroeger al op het menu. ‘Nothing To Fade’ staat vol ingetogen mijmeringen, in zoverre een vulkaan ‘ingetogen’ kan zijn, natuurlijk, slechts onderbroken door een verdwaald ‘Satisfied’, de enige echte up tempo song die de joie de vivre van R.E.M. oproept. Het is zelfs bijna een pastiche, dan wel een heel geslaagde. Ook ‘Cop For You’ en vooral ‘Crawl The Moonlight Mile’ neigen naar old school Jungklas, maar in de vijf andere songs neemt de balladeer het roer over. De fascinatie is er niet minder om.

 

De start is indrukwekkend in zijn verstilling met het even pakkend als etherisch mooie ‘Mary Sees Angels’ dat zijn tijd neemt om je te hypnotiseren, het soort nummer waar de repeat knop voor werd uitgedacht. Dan komen de net hierboven vermelde tracks. De laatste vier nummers pikken de draad weer op het meeslepend gezongen ‘I Become’, een kastanjebruine walsstructuur en ‘Madeline’ (door Rob liefdevol als ‘Madeleine’ uitgesproken), met de hartverscheurende, van nauwelijks verholen verlangen zinderende slagzin ‘I believe in love’ die telkens weer oprijst uit de roestige onderlaag, omlijst met een ‘hoopgevende’ pianolijn. Het is zo’n typische indringende schildering van en met extremen, iets waar Jungklas het patent op heeft. Bij hem is het aloude ‘les extrêmes se touchent’ geen vrijblijvend motto. Let even op het half weggemoffelde parlando van Susan Marshall halverwege (naast Marshall zorgt ook de hier goed bekende Reba Russell voor vocale ondersteuning) Als u een even verpletterend liefdeslied ontdekt hebt de laatste tijd, laat het ons gerust weten…

 

Hierna verwacht je een mokerslag, een spetterende grand finale, maar de big music blijft achterwege. Het kleine blote ‘Wonderful’ en ‘Everything That’s True’ houden de gedempte stemming aan. ‘Nothing To Fade’ kent daardoor een weldoende fade out, zoals een kalme zomerse dag die naar de avond neigt, als de drukte van de middag en de bijbehorende stress weer wijken voor nachtelijke introspectie en slaap. Zo klinkt alvast de bijzonder dromerige afsluiter, al woelt de passie onderhuids in het op het einde herhaalde ‘everything that’s true will not fade away’. Nagels met koppen, Rob!

 

Antoine Légat (06 09 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s