Bryn HAWORTH, Time Out: ‘Bryn Haworth speelt nog altijd gretig en voluit the devil’s music…

Bryn HAWORTH, Time Out: ‘Bryn Haworth speelt nog altijd gretig en voluit the devil’s music. Hij is op zijn 66e nog altijd goed bij stem, hij speelt nog altijd hemels op zijn batterij snaarinstrumenten, schrijft nog immer straffe songs die hij en zijn begeleiders laid back maar virtuoos en met zorg aan de man (M/V) brengen. Het enige wat er veranderde is de prominente aanwezigheid van gospels, hymnen en liedjes waar men een christelijke thematiek kan in herkennen.’

(Jesus Music / Guitar oriented singer-songwriting, rock, blues, gospel, hymns)

 Zie ook http://www.rootstime.be !

Op het einde van de sixties en het begin van de seventies hadden nogal wat muziekfreaks, inbegrepen deze scribent, de onhebbelijke gewoonte om de kleine lettertjes te lezen op de platenhoezen (op cd doosjes zijn ze nog kleiner!), wie wat deed voor wie. Dweepte de modale fan met de Stones, Jackson Browne, Paul Simon, Eric Andersen, Steely Dan of Led Zeppelin, dan hadden die nerds het over pakweg Bobby Keys, BJ Cole, Victor Feldman, Larry Carlton, David Lindley, Russ Kunkel, Leland (Lee) Sklar, Victor Feldman, Spooner Oldham, Annie Whitehead, Jeff ‘Skunk’ Baxter, David Hood, Kenny Buttrey, David Briggs en zovele, ja, honderden andere sessie muzikanten die we vanuit tiny Belgium met grote ogen en oren volgden (we laten de producers, de backing vocals en andere actoren buiten beschouwing) Eén van die typische huurlingen was de Brit Bryn Haworth: eerst maakte hij in London naam als meer dan gedegen (slide) gitarist en mandolinespeler in de Londense underground, o.a. bij motown/soul band Les Fleurs de Lys, die ook de begeleidingsband vormden van zangeres Sharon Tandy (voor Haworths vlammend gitaarwerk anno 1967, zie https://www.youtube.com/watch?v=__wCATeab0I) Eind de sixties verplaatste hij zijn actieterrein naar de States, waar hij te gast was bij bands zo divers als Taj Mahal, Led Zeppelin, Grateful Dead en de Moody Blues. Van California en bands als Red Weather en Wolfgang (met Lee Sklar –zie boven- als bassist) belandde hij in Woodstock waar hij zijn latere vrouw Sally ontmoette.

In 1973 vestigden ze zich in een afgelegen deel in het noorden van Wales. Daar maakte hij kort na mekaar ’Let The Days Go By’ en ‘Sunny Side Of The Street’, twee platen die ons vooraf al intrigeerden omdat ‘de man van de kleine lettertjes’ plots op het voorplan kwam (dat gebeurde overigens met vele van die sidemen, met wisselend succes) De aankoop heeft ons nooit gespeten: dat Bryn een fenomeen was op snaren (bvb. op de prachtige, hemels klinkende harpolek, die lijkt op een dulcimer) was geen geheim, maar hij bleek ook een goed zanger en een prima songsmid, in staat om in heel verschillende stijlen te schrijven. Zijn eerste platen veroorzaakten dan wel geen schokgolven, maar Bryn kon op ons eeuwig respect rekenen. Edoch, de tijd staat niet stil (als dat geen dooddoener is…) en omdat we niet meteen nieuw werk van hem ontdekten kwam de naam Haworth terecht in het Grote Boek van Dierbare Muzikale Herinneringen. De eerstvolgende plaat ‘Grand Arrival’ kwam er pas in 1978, zo bleek dertig jaar later, maar met de opkomst van de punk en de new wave had de Britse pers plots zo goed als geen interesse meer in eerdere genres. Dat was uiteraard allemaal in het pre-google tijdperk toen het nog moeilijk was om acts te blijven volgen die buiten het blikveld van de media opereerden.

Een paar jaar geleden kwamen we er dank zij Wikipedia en daarna zijn site achter dat Bryn nooit ophield met muziek en platen maken. Die verschenen op gezette tijden en intussen zij het er meer dan twintig. Zoals velen had hij de industrie niet meer nodig om zijn werk te verspreiden, gebruik makend van de snel gegroeide sociale media, iets wat tegenwoordig meer regel is dan uitzondering met kwaliteitsmuziek. Ook het sidemanschap had hij niet opgegeven: zo is hij te horen op platen van onder veel meer Ian Matthews en Gerry Rafferty en gaat hij de boer op met leden van de Eric Clapton band. Het verraste ons wel dat Bryn en Sally al in 1974 een dramatische ommezwaai hadden gemaakt: zij werden diepgelovige christenen en leven sindsdien geheel en consequent volgens hun overtuiging. Dat is dan gelukkig zonder enig fanatisme, opdringerigheid of neiging tot preken. Integendeel stellen zij zich in dienst van acties als muziek spelen, sociaal werk en evangelisatie in het Britse gevangeniswezen. En binnen de context van hun geloof zijn ze actief met concerten, seminaries, guitar clinics in kerken, christelijke centra, gevangenissen en festivals in zowat de hele wereld (*)

De cruciale vraag voor ons heidenen was of Bryns stijl ook veranderde onder invloed van de Christian music of Jesus music waar hij in de UK toch één van de pioniers van was (het genre ontstond niet toevallig in California en men duidt het in de UK ook aan als gospel beat music) Bij iemand als Children of God adept Jeremy Spencer (ex-Fleetwood Mac, eerste versie) had het geloof alvast weinig invloed op het muzikale concept. Het blijkt uit deze nieuwe ‘Time Out’ dat Bryn Haworth nog immer dezelfde is: hij speelt nog altijd gretig en voluit the devil’s music. Hij is op zijn 66e nog altijd goed bij stem, hij speelt nog altijd hemels (sic!) op zijn batterij snaarinstrumenten (check out de instrumentale ‘Crying In The Chapel’ en ‘When I Survey The Wondrous Cross’), schrijft nog immer straffe songs die hij en zijn begeleiders laid back maar virtuoos en met zorg aan de man (M/V) brengen. Voeg daarbij nog een paar trads en coverversies van passende songs en je krijgt ‘Time Out’, een plaat vol minutieus afgewerkte liederen in zeer uiteenlopende tempi en stijlen. Denk Ry Cooder of David Lindley, en je komt al aardig in de buurt.

Het enige wat er veranderde is de prominente aanwezigheid, tussen de zuivere rock- en, bluessongs, van gospels, hymnen en liedjes waar men een christelijke thematiek kan in herkennen. Maar er is niets waar men zich kan aan storen als niet-gelovige: de meest goddeloze rockartiest heeft in zijn werk wel filosofische oprispingen die niet zo veel verschillen van wat een religieus iemand vindt. La condition humaine, weetuwel. Bekend werk vind je hier in de vorm van traditional ‘Motherless Child’ en een bijzonder fraai uitgewerkt, van uitgekiend mandolinewerk voorzien ‘What A Friend We Have In Jesus’ (christelijke hymne van Joseph M. Scriven in 1855; dit gedicht werd getoonzet in 1868 door Charles Crozat Converse; vandaar ging de lofzang in vele vormen de wereld rond) Meteen hierna zet Bryn een van ruig slidewerk voorziene heavy blues in. Deze ‘Psalm 40’ (dat ook al op zijn twintigste studio album ‘Keep The Faith’ uit 2005 stond, waar je ook het sublieme anthem ‘Wash Me Clean’ kan horen) laat horen dat Haworth nog altijd kan uithalen. Meer viscerale blues in ‘Help Me’ van Sonny Boy Williamson II , de klassieker uit 1963. Titelsong ‘Time Out’ is een stuwende rocker en was in een vroeger tijdsgewricht een ideale single geweest, maar moet het nu stellen met de eer de cd te openen. Een klassieke gospel ‘Sure Do Need Him Now’ heeft een pendant in het eigen ‘Good Friend’, met zo’n knap slidewerk dat je hoopt dat de song geen vier maar veertig minuten duurt, een gevoel dat je met zowat al zijn interventies krijgt. Dat is in vier decennia niet veranderd.

Nog een geijkte single is love song ‘Nobody Loves Me Like You’, het soort dat we graag wat vaker op onze autoradio’s zouden willen horen: er zou meer geglimlacht worden in de file. Zoals alle songs op deze cd zijn de al vermelde evergreen ‘Motherless Child’ en het instrumentale ‘When I Survey The Wondrous Cross’ fijn geslepen diamantjes, een muzikale tuin van Eden. Het afsluitende ‘Walking With The Master’ krijgt afgemeten koorwerk mee, dank zij leden van het London Community Gospel Choir. Geen zwak moment te ontdekken dus! ‘Bring some good out of these blues’ lees je op de achterzijde van het inlegboekje bij ‘Time Out’. Dat is precies wat deze cd doet, ongeacht je persoonlijke overtuiging. Vooraan citeert Bryn Haworth wijze woorden van Nelson Mandela. Maar wij houden het hier bij zijn eigen opdracht: ‘This album is dedicated to all those in any kind of prison. There is hope!’ Er zijn nog zekerheden: met ‘Time Out’ voelen we ons inderdaad vrij!

 

Antoine Légat.

(*) Op Bryns site staat de werking van het Music In Ministry Trust uitgelegd, o.a. het regelmatige bezoek van een twintigtal gevangenissen in de UK. ‘Time Out’ is eigenlijk het vervolg op ‘Inside Out’ uit 2010 dat op 2000 exemplaren verspreid werd in de detentiehuizen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s