Martine DE KOK & Band in Arscene te Hansbeke op zaterdag 14 juni 2014: ‘Martines teksten zijn geworteld in het kleinkunstidioom, kleine blote liedjes met een vaak ludiek onderwerp aangebracht via puntige oneliners, originele woordspelingen en een verrassende pointe of een orgelpunt. Niet trendy? De afwerking, de frisheid en de creativiteit van de songs, gekoppeld aan de soms dwarse arrangementen met onverwachte stijlbreuken, slimme verwijzingen en vocale pirouettes, geven het geheel een actueel gevoel… En het is uitermate charmant en ontwapenend’

Net als de recensie van ‘Archaï’ van Kadril vindt u dit concertverslag zowel op Rootstime als Folkroddels, omdat deze stukken beide groepen lezers aanbelangen, maar er zo goed als geen overlapping is qua publiek.

 

Chanson met rock-, jazz- en Balkaninvloeden

 

Ze floepte het er als intro bij het laatste nummer voor de pauze uit: ‘Lang geleden volgde ik een workshop bij Bram Vermeulen, een ongelooflijk artiest en een geweldige mens. Hij bezwoer ons nooit ‘liedje’ te gebruiken om een lied aan te duiden. Dat heb ik goed in de oren geknoopt!’… Stilte… ‘Dan speel ik nu een liedje met de titel ‘Liedje’!’ Waarna een heerlijk, heu, liedje volgt met niets dan op en neer dansende ‘la la la’s, een absurd stukje ‘Herman Van Veen meets Johann Sebastian Bach’, en helemaal zoals ze zelf is: een prettig gestoorde spring-in-‘t-veld, zelfs als er geen veld in velden of wegen te bekennen is. ‘Ze’, dat is Martine De Kok, chansonnière, kunstenares en creatieve bie, die vriend en… nog meer vrienden al vaker verraste met ‘iets anders dan anders’. Zo ook op 14 juni 2014 op de scène van Arscene. Dat ze naar Hansbeke ging komen stond al een hele tijd vast en persoonlijk keken we daar met grote verwachtingen naar uit.

 

Er viel echter te vrezen dat dit slotconcert van het vierde werkingsjaar van de Hansbeekse opnamestudio-annex-cultuurvijver wel eens kon tegenvallen qua publieke belangstelling, ten gevolge van vakantionitis (en inderdaad, een deel van het vast publiek bevond zich reeds in al dan niet verre buitenlanden) en, misschien nog meer, onbekendinitis, het lot van nogal wat jonge artiesten in dit tijdperk van gestage, doorgedreven en voor een stuk doelbewuste mediaverschraling. Er was ook de wereldbeker voetval, al sprak het gelijktijdige Uruguay-Costa Rica wellicht niet meteen tot de lokale verbeelding. Maar uiteindelijk bleek de opkomst heel goed mee te vallen. De nieuwsgierigheid won het van het typisch Vlaamse ‘eerst zien, en dan geloven’. Maar wie is toch die Martine De Kok (dus niet ‘met C-O-C-K’)? Martine studeerde kleinkunst aan het Herman Teirlinckinstituut. Ze volgde ook piano aan de Antwerpse jazzstudio. Ze kan als zovele pianisten ook goed met het accordeon overweg. Ze componeert (theatermuziek), acteert, schrijft, tekent en schildert (Academie van Antwerpen): zo heeft ze elk liedje in het boekje van haar debuut-cd voorzien van een kleurtekening, wat deze plaat zo al interessant maakt. Die tekeningen hingen trouwens al enige tijd uitvergroot uit bij Arscene, een originele vorm van reclame.

 

Haar activiteiten zijn duizendpotig. Ze volgde extra workshops bij Bram Vermeulen, Jef Neve, Kenny Werner, Amina Figarova e.a. Ze werkte samen met Ann Nelissen en in de voorstelling ‘Mata Hari‘ met Herman Van Veen. Zij werkte ook met FroeFroe, (o.a. poppen)theater voor kinderen, jongeren en volwassenen. Wij leerden haar kennen als lid van Potvis, een zeskoppig collectief vanuit Herman Teirlinck, dat in 2004 deelnam aan de Jong Muziekwedstrijd, onderdeel van Theater Aan Zee (TAZ) Potvis barstte van het talent maar won niets omdat het toen al vaststond dat het collectief zou ophouden te bestaan na dit laatste en naar we ons herinneren straffe optreden. De leden, o.a. Riet Muylaert alias de latere Jackobond, Ellen Schoenaerts en Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal, zouden individueel echter brokken maken. Aan Jong Muziek nam ze later nog deel met één van de origineelste deelnames van die jaren, ‘Konijn met Pruimen‘, een uiteraard zwart-witte stomme film die ze helemaal alleen uitwerkte en van muziek voorzag. Dit was haar eindproject voor Herman Teirlinck. Het is pure slapstick, lekker retro, met nogal wat bekend volk (o.a. Peter van den Eede, Nele Goossens en Ludo Mariman), cameo’s en grappig gehanteerde clichés. Martine speelde er zelf de hoofdrol in, terwijl ze tijdens de projectie vrolijk piano zat te spelen, u kent het wel, die typische stomme film muziek… Maar helemaal niet stom die film! Alvast een project dat we graag opnieuw live zouden zien, maar men kan intussen terecht op YouTube waar de film integraal en met muziek te zien is.

 

In 2009 nam ze met gastmuzikanten ‘Woestijn’ op, een EP met vijf van de eigengereide Nederlandstalige liedjes, heu, liederen die ze schrijft. Zowel in België als in Nederland werd ‘Woestijn’ goed ontvangen. Ze was ermee te gast op enkele regionale en nationale tv- en radiozenders. Intussen trad ze solo op, of in duo met schrijver, acteur en zanger Maarten Westra Hoekzema, die ook al hoge ogen gooide op Jong Muziek. In de zomer van 2011 stelde De Kok haar huidige band samen. Ze weerhield alvast contrabassist van de ‘Woestijn’ sessie, Seba Thomé. Kort daarna behaalde ze een finaleplaats op het Utrechts Kleinkunstfestival, en won ze in het najaar 2012 zowel de jury- als de publieksprijs van Grensincidenten, een Vlaams-Nederlandse kleinkunst cup, georganiseerd door Nekka.In 2012 vervoegde ze studiegenoot Mira Bertels & haar Mannen Met Baarden als zangeres en muzikante voor haar theatertournee ‘Het Plan’. Martine is ook één van de drie frontzangers(/essen) van ‘Jukebox voor Kids’ (het vervolgverhaal op ‘Jukebox 2000’), en ze maakt een nieuwe muziektheatervoorstelling voor kinderen, samen met Tom Kets en Bart Van Aken, ‘Nachtvlinder’.

 

Hoe ze er nog tijd en energie voor vond, is een raadsel, maar in 2013 kwam de sinds de EP langverwachte full cd/vinyl ‘Plaatselijk Verkeer’. Die produceerde ze zelf, samen met Stoffel Verlackt, die ook al op ‘Woestijn’ aanwezig was. Ook present gaven haar intussen gerodeerde ‘fantastische bende zotten‘, zoals ze hen zelf noemt. Die leven zich als muzikanten uit de jazz- en Balkanmiddens uit in hun begeleidende functie. Vooraan Marin Živkovič op tenor- en sopraansax en Niels Van Heertum op trompet en euphonium of eufonium (een koper uit de tubafamilie; een bespeler, leert ons aller Wikipedia, is geen ‘euforist’ maar een ‘eufoniumspeler’), wat meteen een heel eigen sound oplevert en nogal wat uitwijkmogelijkheden biedt. Achteraan zorgen Seba Thomé op gestreken of geplukte double bass en Tijl Piryns voor leuke ritmes. Martines teksten zijn geworteld in het kleinkunstidioom, kleine blote liedjes met een vaak ludiek onderwerp aangebracht via puntige oneliners, originele woordspelingen en een verrassende pointe of een orgelpunt. Niet trendy? De afwerking, de frisheid en de creativiteit van de songs, gekoppeld aan de soms dwarse arrangementen met onverwachte stijlbreuken, slimme verwijzingen en vocale pirouettes, geven het geheel een actueel gevoel… En het is uitermate charmant en ontwapenend!

 

Plaatselijk Verkeer’, was de keuzeheer van Arscene, Wouter Labarque, niet ontgaan. Daar zou ze alle nummers van spelen, ze zou de EP niet vergeten en ook brandnieuw materiaal uitproberen, kondigde ze aan bij het begin van het derde nummer, cd opener ‘Aandacht’, dat ze op piano bracht. De start was onvergetelijk geweest. Normaal vermeld je zo’n akkefietje niet, wegens niet relevant, maar we willen het toch even vermelden. Martine vergat namelijk een strofe van het poëtische ‘Wind Man’ waardoor de hele song dreigde de mist in te gaan. Meestal gaat men door en de zaak draait in de soep of komt op zijn poten terecht. Maar ze was zo alert het lied meteen te stoppen, wat aanleiding gaf tot hilarische reacties, vooral bij haar muzikanten. Men plaagt wie men graag ziet! De charme waarmee ze zich uit de situatie werkte, deed meteen het ijs tussen podium en publiek geheel wegsmelten. Ze zette de black out op rekening van ‘de gevreesde stress voor het eerste lied’ en begon opnieuw, ditmaal zonder vergetelheid, en meteen was het ook recht in de roos. ‘Ge zijt mijn Lief’ is één van twee songs van ‘Woestijn’ die ze heropnam voor ‘Plaatselijk Verkeer’, het eerste dat ze hier brengt aan de piano ook. ‘Café ‘In Oostende’’, over een… Brussels café dat ‘In Oostende ‘ heet, is eveneens van iets oudere datum. De versnelling aan het einde geeft de groep gelegenheid om de remmen los te laten en een ferm stuk jazz neer te poten, incluis een woeste eufoniumsolo.

 

Martine neemt het accordeon op en een Slavische melancholie neemt bezit van Arscene. Het is de inzet van ‘De oude Man en de Zee’. Niets te zien met de roman van Ernest Hemingway, by the way, tenzij dat deze merkwaardige allegorische vertelling het onder anderen heeft over oud worden en wat daarbij hoort. Het einde is dan weer pure klezmer, waarbij de interactie tussen Niels en Marin opvalt: die twee amuseren zich rot en brengen die speelvreugde ook over op het publiek. ‘Winter in de Kamer’ (van ‘Woestijn’) en het nagelnieuwe ‘Billy’ brengen ons bij het al vernoemde stukje vocale acrobatie ‘Liedje’… Waarna ‘Vrolijke Liedjes’ het eerste deel speels en… vrolijk afsluit. De olijke fluitjes van Marin, Niels en Tijl aan het eind zorgen voor een brede glimlach bij iedereen. Na de pauze zet Martine zich aan de piano en brengt solo ‘Klein Meisje’: wég zijn de luchtigheid want deze eigen vertaling van ‘Little Girl Blue’ doet denken aan de versie van Nina Simone. Die mag dan onovertroffen zijn, Martine brengt dit zo raak, zo innemend, zo gevoelig dat menigeen er een krop van in de keel krijgt. Je kan een speld horen vallen. Wie nog twijfelde over het talent van De Kok krijgt hier lik op stuk. Het respect dat ze hiermee afdwingt spreidt het bedje voor dit tweede deel, waarin ook de band geregeld uitpakt, zoals in het nieuwe lied over ene ‘Roos’.

 

Nog maar pas van deze start bekomen, krijgen we het heerlijke ‘Woestijn’ te horen, dan wel gearrangeerd zoals op ‘Plaatselijk Verkeer’. Weer gaat ze recht naar de harten met eenvoudige, ogenschijnlijk luchtige woorden die diepe emoties maskeren en toch weer prijsgeven. En op het einde spelen de blazers ‘en sourdine’ het lied uit, als zo’n typische Britse brass band. Met de portretten van ‘Meneer B’ en ‘Madame Anna’, de ene figuur al zonderlinger dan de andere, zoeft dit tweede deel voorbij. Zelfs toefjes reggae en allerlei koddige geluidjes mengen zich in de tingel tangel van de eerste, terwijl in de tweede een oude jazz band speelt in een al even oud café. We naderen de finale. Pièce de résistance van het concert is ongetwijfeld het titelnummer van de cd. Een aangehouden piano riff begeleidt de langzaam opbouwende uitwaaierende song. Al snel blijkt dit ‘Plaatselijk Verkeer’ de ultieme afscheidssong: het refrein is even simpel als indringend, toch zoals Martine dit zingt: ‘Ik laat u gaan, ik laat u gaan, ik laat u gaan, ik moet u laten gaan… ’ De woorden zijn weer eens zo simpel als bonjour, maar het is adieu, en onomkeerbaar: ‘Ik zal u heus wel wensen dat het u goed gaat / en dat ge succesvol zijt, op eender welk gebied / en eender welke vrouw weer kunt omarmen. / Ik wens u dat, maar nu nog liever niet.’ Het is minder naïef dan het lijkt, zoals het bittere ‘eender welke vrouw’ mag aangeven. Voor één keer zitten het ‘u’ en ‘gij’ ook goed in hun vel. Meesterlijk lied!

 

Na zoveel hartenpijn kan er enkel een uitgelaten orgelpunt volgen. ‘’t Is goe geweest’ zet in een rotvaart alle clichés nog eens op een rijtje die de mensen debiteren als ze beweren dat ‘het goed geweest is’, maar bij zichzelf daar toch enigszins anders of minstens toch dubbel over denken. Op de cd staat achter dit nummer nog één lied. Da’s geen toeval, want ‘Waarschijnlijk’ is waarschijnlijk de ideale bisser, met een tekst die te denken geeft: ‘Gij zijt waarschijnlijk de ware…maar er zijn er zovelen…Yeah, right! Een mens is dan geneigd om zich te schikken naar zijn lot en de raad van Stephen Stills te volgen, ‘Love The One You’re With’ en dus: ‘Waar men gisteren voor koos, / geldt dat nog voor morgen? / Dat weet ik niet maar vandaag / wil ik graag goed voor u zorgen’ Er is nog hoop!  Ze begint deze trage wals solo op accordeon, maar de band komt er dan bij en zorgt dat de kermis op de gebruikelijke beschonken wijze kapseist. Martine De Kok en haar zotte bende maakten indruk op deze seizoenfinale. Ze mag dat nog komen doen, vonden velen. Zijzelf had het over de gulle ontvangst en de omgeving, de schitterende studio van Arscene, die tot grote prestaties inspireren. Nee, we onthouden heus niet enkel de allesbehalve kickstart! Maar volgende maal toch maar liever het tekstboekje bij de hand?

 

Antoine Légat (17 06 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s