KADRIL: ARCHAÏ: ‘Met zijn stevig werk is ‘Archaï’ een draagvlak voor de komende concerten, vooral gemikt op de grote podia. Tegelijk is het een terugkeer naar de bron, de liedboeken. De plaat haalt dan ook haar charme uit dat spanningsveld tussen het oud basismateriaal (van voor 1600!) en de hedendaagse folkrock verwerking’

Toen Peter en Harlind Libbrecht, Bart Decock (doedelzak, elektrische doedelzak, nyckelharpa, accordeon) en een handvol intussen uit de band verdwenen muzikanten eind ’76 (voor alle duidelijkheid: 1976… Het is al zooo lang geleden) de handen in mekaar sloegen, konden ze niet vermoeden dat Kadril bijna vier decennia later nog steeds de in Vlaanderen toonaangevende band zou vormen in wat ‘folkrock’ gedoopt werd, in navolging van de bands die in de Britse folkrevival van sixties en seventies . De rootsmuziek van Kadril is dan wel vooral gebaseerd op ‘folk’, maar dan folk in brede zin, want hoe moet je de liedboeken omschrijven waar een flinke hap uit hun repertoire uit stamt? De geschiedenis van Kadril is een lijvig boekwerk waard. Een toonbeeld van interne stabiliteit waren ze nimmer, maar het lijkt wel of precies die onrust de motor was die de creativiteit aandreef.

 

De kern is nog immer uit Bart, doedelzakken en nyckelharpa, en de drie broers Libbrecht (Erwin was de groep al snel komen vervoegen), sinds de vierde musketier van bijna een kwarteeuw lang, Hans Quaghebeur, in 2010 de groep verliet, overigens in alle vriendschap. Ook bassist Koen Dewaele draait al lang mee, meerbepaald sinds 1999. De drie jongste Kadrillers (Kadrilenen?) zijn intussen al goed ingeburgerd: drummer Jonathan Callens (die je ondanks zijn jeugd met veel andere bands aan het werk kan zien, verspreid over de jaren zo’n dertig in totaal), elektrisch gitarist Lieven Huys kreeg de niet te onderschatten opdracht om oudgediende Dirk Verhegge te vervangen en Karla Verlie zingt. Niet zomaar: liefhebbers kennen haar als de flamboyante frontvrouw van Orchesta Tanguedia, in 1993 opgericht na de dood van Astor Piazzolla, de grootmeester van de tango nuevo en door hem geïnspireerd. Dat sextet heeft een benijdenswaardige reputatie opgebouwd in binnen- en buitenland. Met Karla, al goed gerodeerd via o.a. het ‘That’s All Folk’ programma, zit het snor.

 

Zij torst niettemin een zware erfenis als ‘de zangstem van Kadril’: we hoeven maar Patrick Riguelle, Lais, Eva De Roovere en Mariken Boussemaere te vermelden als vroegere markante zangers, voor, met, tussen of na zoveel andere occasionele fijne stemmen uit binnen- en buitenland (Gabriel Yacoub, Alumea, Szilvia Bognar, Heather Grabham, Daithi Rua…) Karla’s stemtimbre is erg verschillend van dat van Patrick of Ev, en da’s even wennen, zeker live. Da’s uiteraard een vaststelling, geen kritiek, want ze bezit een uitstekende techniek en geeft Kadril wel degelijk opnieuw een eigen gezicht, ook al omdat ze, samen met Peter, de liederen speels aaneenpraat. Er zijn uiteraard al eens backing vocals, van Peter (viool, smoelschuif), Harlind (mandoline, dulcimer, slide) en Erwin (akoestische gitaar, Ierse bouzouki, banjo) Peter en Harlind nemen van tijd tot tijd het vocale voortouw.

 

Het was uitkijken naar de volgende stap, na de cd ‘Mariage’ (2009) en de verzamel-dubbel cd  ‘Kadril Grand Cru’ (2011), met ook wat nieuw werk, als uitloper van de meerdere jaren lopende ‘That’s All Folk’ tournee, een totaalprogramma rond filmmuziek (première in 2008 op het 35e Internationale Filmfestival van Gent) Tijdens het Goûts de Gand gebeuren van 2013, waar Kadril aan deelnam, merkten we het enthousiasme van de jonge veulens. Ze kondigden toen de nieuwe ‘Archaï’ aan als een ‘retour aux sources’. We zagen de band kort geleden (vrijdag 16 mei) aan het werk met het nieuwe materiaal (en een streep ouder werk) in STAT68, het nieuwe concertpodium in Aalter, om een feestelijk eind te breien aan het eerste werkingsjaar.

 

Het is niet vanzelfsprekend om een achtkoppig gezelschap met een veelheid aan akoestische en elektrische instrumenten te posteren in een relatief kleine ruimte als STAT68, maar moeilijk gaat ook, en, al is het mixen van Kadril een duivelse bezigheid zelfs voor de meest ervaren sonorisator, zelfs in grotere zalen dan deze, het concert gaf antwoord op alle vragen, als daar zijn: hoe is het met deze Kadril gesteld? Duidelijk prima, als je de gretigheid ziet waarmee de groepsleden de tanden zetten in oud en nieuw. De groep heeft een tweede adem gevonden (het kan ook de veertiende zijn) Gitarist Lieven Huys laat zich met zijn uitgesproken rockinbreng niet onbetuigd: het was genieten van sterke solo’s, zoals we die intussen ook horen op de cd (‘Drinklied’ bvb.) Het concert in STAT68 liet horen dat men met Kadril live nog rekening moet houden.

 

Tweede Jamberse vraag is, nu we weten wie ze zijn en wat ze doen, waar Kadril anno 2014 heen gaat. Dat ligt eigenlijk al vervat in de cd titel die verwijst naar het Oud-Griekse ‘archè’, ‘begin’, en van daarvan afgeleide woorden als ‘archaïsch’: Kadril vond zijn inspiratie voor het eerst sinds lang opnieuw in oude liedboeken en handschriften, net als voorheen in respect voor de traditie maar zonder historische, archeologische of puristische bijgedachten. Details ontbreken ons, maar het laat zich raden dat die liederen,  oorspronkelijk geschreven in de oude modi, toch enige aanpassing vergen aan ons moderne gehoor. Idem voor de teksten, waar trouwens niet altijd een melodie bij hoort, zodat die er af en toe bij verzonnen moet worden. Het oude Nederlands zet men, omwille van de verstaanbaarheid, om in een hedendaags taalgebruik, en soms zijn er ook, om allerlei redenen, inhoudelijke aanpassingen nodig, al doet Kadril een inspanning om te houden wat ze kunnen houden, zodat de liederen het gevoel houden ‘van vóór 1600’ te zijn.

 

Het repertoire haalt een flink deel van zijn charme uit dat spanningsveld tussen het oud basismateriaal en de hedendaagse folkrock verwerking. Songs als ‘Had ik gewild’, ‘Pas moyen d’s’arrêter’ en ‘Ellendig Wijf/Bourrée BelleVue’ drijven op die spankracht. Te beginnen met opener ‘Deze Goden’, met zijn veelvuldig herhaalde slagzin, duwt Kadril op het gaspedaal, om dat maar occasioneel te lossen. Zo is ‘Archaï’ bewust ook een draagvlak voor de komende concerten, vooral op de grote podia. Want de groep had het gevoel dat het rustiger materiaal de laatste jaren de overhand had. Nou, dat is bij deze weer in evenwicht gebracht! Al staat er natuurlijk ook wel een ballade tussen: Harlind zingt in zijn typische stijl ‘Wanneer de Straten verlaten zijn’. De koortjes werken deze song helemaal af. Tot slot: niet onverwacht zitten veel liederen in een dansritme. Men zal op ‘Archaï’ dus lustig kunnen boomballen…

 

Antoine Légat (12 06 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s