ROOTS & ROSES FESTIVAL in Lessines op donderdag 1 mei 2014: ‘De festivalorganisatie zocht en vond al bij al een fijn evenwicht tussen roots en roses (rock), oud en jong, luid en verstild, overbekend en schier onbekend, verzinnebeeld door enerzijds de jonge wolven van Little X Monkeys als openers en anderzijds de oerpunkers van The Sonics als afsluiters, met daartussenin hoogtepunten als de Henhouse Prowlers, Dream Syndicate en Fred And The Healers’

Zie ook Rootstime!

Het is stralend weer als we die middag het festivalterrein in het stadje Lessines/Lessen (Henegouwen) betreden. Rechts vlakbij de ingang een paar tentjes met allerlei spullen te koop die vooral het vrouwvolk interesseren…kleren, tassen en dergelijke dus. Een honderdtal meter verderop zien we links de later druk bezochte ‘Food & Drink’ stands en de dranktent met een ongewoon, maar origineel aanbod van streekbieren en sapjes. En recht voor ons dan de twee tenten, vooraan die met het ‘Roots’ podium, daarachter die met de ‘Roses’ stage. Op ‘Roots’ het Little X Monkeys net de aftrap gegeven. Hun uitgekiende en in dit lekkere weertje best behaaglijke versie van ‘Come Together’ van, jawel, The Beatles, komt ons toegewaaid. Het vijfde Roots & Roses Festival kan niet mooier beginnen, denken we dan, maar waar is toch onze zonnebrandolie gebleven?! Ach, ach, ach, het zou niet lang duren vooraleer de hemel betrok en de hemelsluizen zich wel bijzonder gul betoonden met het vocht waar we doorgaans toch al teveel van hebben. Plots werd het donker en kil, en na enkele plensbuien werd het malse festivalgras op vele plaatsen herschapen in de klassieke modderpoel. Gelukkig werd het nooit een constante druilregen, was het tegen de avond gedaan met de occasionele en hevige drasj nationals en kon er ongestoord genoten worden van het gezelschap, de keuken van Cambodja of Mauritius en de fijne drankjes… en de muziek.

 

Daar hadden we beslist niet over te klagen: natuurlijk verschillen smaken en is het onmogelijk iedereen tevreden te stellen, maar o.i. zocht en vond de organisatie al bij al een fijn evenwicht tussen roots en roses (rock), oud en jong, luid en verstild, overbekend en schier onbekend. Wat dat laatste betreft: de al vermelde opener Little X Monkeys was voor ons een revelatie. Geleid door een uitstekende zangeres, Marjorie Piret, naar verluidt een lerares Engels in Namen, en François Xavier Marciat (gitaar, banjo, mandoline, harp) laveerde de jonge groep (ontstaan in 2012) met sprekend gemak tussen diverse soorten muziek in, van rock over folk en blue grass naar blues and beyond, helemaal naar het beeld ban het hele festival. De drie andere muzikanten zijn nog nieuw, maar dat belette niet dat de band nu al een eigen ‘sound’ heeft. Ze hebben nog maar de zes song EP ‘Black Bird’ en de single ‘Mystic River’/’Come Together’ op hun conto, maar nu al is het nummer ‘Black Bird’ gekozen als soundtrack voor de commercial van een Parijs prêt à porter merk en zijn ze uitgenodigd voor prestigieuze festivals als Moulin Blues in Ospel, Cognac en de Gentse Feesten. Deze zomer volgt ook nog een eerste album. Nummers als ‘I Wanna Go’ en ‘Let’s Burn It Down’ (beide van de EP) bevestigden de goede indruk, terwijl het eerste volk toestroomde. Ze eindigden in schoonheid met een beresterk ‘Shine On’. Benieuwd naar het vervolg.

 

De ‘Roses’ tent opende met Driving Dead Girl en dan ging plots heel hard. DDG is een Brussels gezelschap dat door de tien jaren heen van zijn bestaan geplaagd werd door enkele personeelswissels en ten gevolge daarvan, veranderingen van concept. In deze gedaante spelen ze compromisloze, snoeiharde garage rock. We hoorden niet alles maar je voelt dat er ervaring in de band steekt, vooral in de persoon van zanger Dimitri Rondeau en gitarist Ronald Dondez. We wilden echter voor geen geld de Henhouse Prowlers (HP) missen en dus stelden we ons van bij de soundcheck vooraan op. Die geluidscontrole verliep moeizaam door een onwillige gitaar, maar we waren er rotsvast van overtuigd, na de welhaast verpletterende demonstratie op het More Blues Festival in 2013, dat het bluegrass kwartet er een vroeg feestje zou van maken. En jawel, hun vierde verschijning op Belgische bodem confirmeerde al het goede dat we een jaar geleden over deze lieden uit… Chicago, IL (kweekvijver van heel wat méér muziekjes dan Chicago blues!) mochten spuien (u leest het elders op Rootstime) De set verliep ook volgens gelijkaardige krachtlijnen, want sinds ‘Breaking Ground’ uit 2013 heeft de groep niets nieuws uitgebracht.

 

De Prowlers zetten in met ‘Silver Eagle’, meteen een hommage aan de in 2012 overleden Earl Scruggs, één van de hele groten uit de bluegrass, ooit begonnen bij de Blue Grass Boys van Bill Monroe, de man die het genre ‘uitvond’. Wie bluegrass beoefent kan niet om die monumenten heen (al mag daar meteen Doc Watson, Lester Flatt en op dit moment Allison Krauss bijvoegen!) Het duurde even voor het viertal helemaal onder stoom kwam, maar dan was er eens te meer geen houden aan. In ‘Breaking Ground’ steelt fiddle speler Dan Andree de show door ongemeen lang op één noot te blijven zingen. Maar het is natuurlijk in de eerste plaats het ongelofelijk virtuoze spel op de viool dat je steil achterover slaat, zeker in samenspel met de banjo van Ben Wright, de (uiteraard akoestische) gitaar van Starr Moss en de staande bas van Jon Goldfire (met Ben de stichter van de HP) En doe daar maar vier goeie zangstemmen bovenop, die tezamen klinken als een flock of angels! Na het hilarische ’40 Acres And A Mule’ (verwijzend naar een concept van agrarische hervorming ten voordele van vrijgelaten zwarte landwerkers, uiteraard ter compensatie, en daarom een voorwerp van spot) neemt Dan met een ernstige gelaatsuitdrukking het woord.

 

Dan Andree had namelijk enkele weken tevoren ‘The Broken Circle Breakdown’ gezien en hij was vol lof voor de zwaar op de hand liggende thematiek en de promotie die de film betekent voor de bluegrass. Het herinnerde hem aan het bestaan van ‘The Boy Who Wouldn’t Hoe Corn’, ergens aan het begin van de prent (Allison Krauss heeft ook een mooie versie op haar dubbele ‘Live’) De HP brengen daarop een ontroerend mooie versie van de song, als een hommage aan de film en aan ons landje dat de bluegrass duidelijk genegen is. De hoogtepunten volgen nu in snel tempo: Starr zingt ‘Another Train’ (‘Veel songs in bluegrass gaan over treinen…Wie houdt er niét van treinen?’ – Nou dat moet je zeggen tegen een modelspoorbouwer als ondergetekende!) ‘Lonesome Road’, nog zo’n prijsbeest uit ‘Breaking Ground’. De voorziene drie kwartier zijn zo om: Roots & Roses kende zijn eerste hoogtepunt met de Henhouse Prowlers, die we, als het meevalt, als het van hen en van ons afhangt, nog vaak in ons land over de vloer zullen krijgen. Onze gesprekken met de groep achteraf maakten dat we maar een glimp zagen van White Cowbell Oklahoma, evenwel genoeg om er een indruk van te krijgen. De Canadezen spelen southern rock met alles erop en eraan, maar met een serieuze kwak relativerende humor. Canadahaha!

 

Over Dom Flemons leest u elders in Rootstime een uitgebreid relaas, want de dag na Roots & Roses gaf de songster in de N9 in Eeklo een volledige set weg. Het kan volstaan te zeggen dat hij hier net als in Eeklo een ludieke versie bracht van de song die hij ook al bij Carolina Chocolate Drops met zoveel bravoure speelde, ‘Boodle De Bum Bum’ van Ben Curry alias Blind Bogus Ben Covington (‘bogus’ omdat hij zich bij het busken graag voordeed als blinde) Zoals je nooit te weten komt wat de ‘ditty wah ditty’ in ‘Ditty Wah Ditty’ is (geschreven door Arthur Blake, later gecoverd door Ry Cooder op diens ‘Paradise And Lunch’) blijft ‘boodle de bum bum’ een mysterie… Geen mysterie is dan weer Big Sugar, de Canadese band die begin jaren negentig furore maakte door blues, rock en roots reggae te combineren, vaak in één en dezelfde song. Dat was toen nog behoorlijk innovatief en dat gekoppeld aan een stevige live reputatie, maakte de groep ook hier een tijdje modieus. In 2004 deden ze de boeken toe, maar in 2010 was er de te verwachten come-back: het verhaal was nog niet af. Via ‘Eliminate Ya! Live!’ (2012) lieten ze verstaan dat ze weer in optima forma zijn om de podia te bestormen en dit jaar is er een nieuw studio-album ‘Yard Style’ waaruit ze ‘Little Bit A Alright’ brachten, een song in zo’n typische combinatie van rock en reggae, iets waar ze nog altijd bijzonder vaardig in zijn en waarin bassist Garry Lowe zich kan uitleven. Zanger, gitarist en (mede)stichter van de band Gordie Johnson heeft er duidelijk zin in. Dat ze in deze mix van rock en wereldmuziek ondertussen door talloze anderen werden ingehaald en voorbijgestoken kan hen dan ook niet deren. Heel sterk is ook ‘Come A Little Closer… Now Come!’ (uit de come-back plaat ‘Revolution Per Minute’ uit 2011) Big Sugar heeft al veel mileage, maar is allesbehalve versleten.

 

Rusty Roots (RR) heeft nog lange zoveel kilometers niet op de teller, want de band bestaat ‘nog maar’ tien jaar, maar het kwartet hoeft zich nergens voor te schamen, getuige hun vierde album, ‘Your Host’, opgenomen in het huis van hun producer Mario Goossens, die drumt bij een trio waarvan de naam me nu ontschiet, maar Ruben Block en Lange Polle spelen er ook bij. Naar verluidt zouden de opnames zelfs in de kleinste kamer zijn doorgegaan, maar dat hoor je alvast niet op ‘Take Me Down’ en ‘All I Want’ in het begin van hun set. Ze staan hier ter vervanging van de Spaanse sensatie The Excitements, die afzegden omwille van het overlijden van d emoeder van de zangeres, maar RR mag gerust hun gêne daarover wegbergen, getuige het razend knappe ‘Sidewalk’. ‘Tell It Like It Is’ dat de nieuwe cd afsluit, laat nog eens goed horen over welke prima zangstem gitarist Jan Bas beschikt. Is het blues, is het rock, dat valt niet af te lijnen, en over dat ‘roestig’ hebben we ook onze twijfels, maar dat er ‘roots’ in de groepsnaam staat, is volkomen terecht. Maar we haasten ons weer naar de ‘Roses’ tent waar de formatie haar opwachting maakt, waar zovelen speciaal voor gekomen zijn…

 

Dream Syndicate (DS) is immers aan het soundchecken, al lijkt het er eerder op dat het kwartet zijn eigen warm-up aan het spelen zijn. Ze spelen als afronding, met een groot deel van de fans al op post bij de dranghekkens, ‘Rock ’n Roll’ van de Velvet Underground (op ‘Loaded’ van 1970), veruit het bekendst in de live versie van die song, die de auteur ervan, Lou Reed, op ‘Rock ’n Roll Animal’ (1973) zette. Het worden vijf dolle minuten vuurwerk tussen leider en stichtend lid van DS, Steve Wynn, gitarist hors catégorie Jason Victor (die in Wynns eigen Miracle Three speelt) en ouwe getrouwe DS-leden Mark Walton op bas en Dennis Duck op drums… En dat is nog maar de soundcheck… Dat belooft dus! Om 17 uur staan de fans van DS en/of Steve Wynn in dichte drommen voor het podium. Het geduld wordt nog even op de proef gesteld: een radiomaker van Classic 21, de zender die het festival sponsort, komt nog even vertellen wat voor een sjieke tiep Steve is, met een open karakter, altijd goed gehumeurd, altijd bereid om en geweldig gefocust op de muziek, en niet alleen de zijne. Nu is dat de nagel op de kop en verdient Steve deze accolade dubbel en dik,  doch voor die eerste vijf à tien rijen is dat overbodige commentaar, omdat ze de man ook persoonlijk kennen. De meesten waren er ook bij, bij het eerste Belgische reünieconcert in Het Depot in Leuven, maar toen waren ze blijkbaar nog aan het roderen.

 

Dat de studieronde echter voorbij is, hoorde je van bij de eerste noten van ‘Boston’, één van de klassiekers van de pioniers van de Paisley Underground, zoals hun brand van alternatieve rock werd gedoopt, met passie en overtuiging gespeelde gitaarrock die zowel verwees naar The Byrds als naar de sixties garage rock en West Coast pop. In zijn bestaan (1981/2-1989) wist DS nooit commercieel door te breken, maar werd de groep de lieveling van de kritiek en verwierf ze een grote groep trouwe fans, en niet enkel in LA, waar de groep vandaan kwam. We misten op een haar na hun intussen legendarische Brusselse concert in de latere jaren tachtig, maar hier staan ze en het is of we niks hebben gemist als ‘Tell Me When It’s Over’, ‘Daddy’s Girl’ en andere joekels over ons heen denderen. Intussen danst Steve als vanouds een beetje uit ritme over het podium, afwisselend in de solo’s met Jason. Wanneer ze samen spelen en tegen mekaar opbieden, gaat de gitaarhemel open en kan je –bijna- verdwenen helden als Jimi, Roy Buchanan, Ollie Halshall en Danny Gatton goedkeurend zien knikken, want twee van de grootste hedendaagse gitaristen geven hier van jetje, bouwend op het huis van vertrouwen Walton-Duck.

 

Maar voor Wynn is dat laatste allemaal niet belangrijk. Hij relativeert het belang van zijn bijdrage aan de rock ’n roll met het opmerkzame ‘We’re just a punk band from LA, after all’. De ontstaansgeschiedenis van ‘John Coltrane Stereo Blues’, mettertijd uitgegroeid tot één van de signatuurnummers van DS, illustreert hoe dingen ontstaan uit het bijna niets en door een reeks toevalligheden groeien. Wynn vertelt kort de story maar het vermindert er de spankracht van de set niet op. DS geeft een gloedvolle, bruisende, knisperende uitvoering van. Even lijkt de song stil te vallen, maar dat is dan enkel om naar een spetterende climax te gaan, waarbij de stotterende, stuiterende gitaren voor een orgiastisch coda zorgen. Pure frenzy!!! ‘De radioman sprak over onze ‘nieuwe’ plaat’, zegt Steve. ‘Die is er inderdaad, maar ze is wel… 33 jaar oud. Het betreft live opnames van voor ons debuutalbum, ‘The Days Of Wine And Roses’’ Deze dubbele vinylplaat heet toepasselijk ‘The Day Before Wine And Roses (Radio KPFK, Losd Angeles 1982)’ en zou na het optreden als zoete broodjes van de hand gaan.

 

When You Smile’ gaat een tweede hoogtepunt vooraf (al konden we geen zwak moment in de hele set onderkennen: het was dan ook een ‘greatest hits’, al ontbraken er uiteraard favorieten als ‘Merritville’ of ‘The Medicine Show’) en die hoogvlieger is een rechttoe rechtaan uitvoering van ‘Halloween’. ‘The Side I’ll Never Show’ vormt de ideale brug naar het derde en finale klapstuk ‘The Days Of Wine And Roses’, een passend slot ook voor een concert in de… ‘Roses’ tent! Nogmaals wordt bewezen dat wanneer de muzikanten zich vermaken op het podium dat afstraalt op het publiek. Omgekeerd geldt het ook: glunderende Steve is zo in de wolken met de positieve respons vanuit de intussen goed gevulde tent, dat het hem tot op het bot doet gaan. Na het concert komen de bandleden praten met de vele fans die de LP’s graag gehandtekend hebben. Iemand stelt: ‘Wedden dat de NIET getekende exemplaren collector’s items worden?’ We zien de band later terug (ze bleven immers om de rest van de bands in de ‘Roses’ tent te beleven), nagenieten van dit ook voor hen unieke concert. Het is nog vroeg, maar u mag er donder op zeggen dat hun passage in onze top vijf van de jaarconcerten terecht komt.

 

Helemaal terug van weggeweest bleken Fred And The Healers. Deze Waalse band startte in 1994 en was gedurende 10 jaar razend populair. In die periode brachten zij 4 albums uit, waaronder ‘Electerrified’ waarvan er 7000 (!) verkocht werden. In 2004 speelde de band hun afscheidsconcert in een uitverkochte AB. Frontman Fred Lani zat daarna in verschillende projecten zoals o.a. Superslinger en X-Three. In 2013 werd Fred & The Healers heropgestart met een nieuwe bezetting: Fred op zang en gitaar, Cedric Cornez op bas en Nicolas Sand achter de drums. Ondanks hun hoge status deden zij mee aan de Belgian Blues Challenge en wonnen ze deze wedstrijd. Met ‘Hammerbeatmatic’ heeft Fred And The Healers een gloednieuw album te promoten en daarom kwam bijna de integrale plaat aan bod in de setlist. Op het nieuwe album is de band meer de (blues)rockkant opgeschoven, maar het is het sterkste album uit hun geschiedenis.

 

Fred blijft één van onze beste bluesgitaristen, ook al speelt hij nu strakker (minder gesoleer). Toeval of niet, op het nieuwe schijfje staat een nummer ‘Roots And Roses’, dezelfde naam als dit festival, waarmee hij de ganse tent liet meezingen. Ook het lange bisnummer kent tempobreaks waarbij het volledige publiek stond te springen. In Vlaanderen hadden Fred And The Healers in de jaren 90 gezonde concurrentie van El Fish en The Electric Kings.  Aangezien beide bands nu op non-actief zijn kan Fred ook bij ons hetzelfde status als bij onze Waalse vrienden bereiken. Fred speelde misschien een thuiswedstrijd, maar supporters zijn dan juist het meest veeleisend en Fred en zijn Healers overtroffen de hoge verwachtingen.

 

King Khan & The Shrines is grotendeels aan ons voorbijgegaan. We hebben het concert wel integraal gehoord, maar van buiten de tent. Slechts een tweetal nummers aanhoorden we in de tent zelf, te weinig om een eerlijk oordeel te vormen. De fans van die band zullen ons hopelijk niet met pek en veren het land uit jagen. We hoorden veel goeds over hun prestatie, maar onthouden ons uit eerlijke schaamte van een oordeel. Pokey LaFarge mocht headliner zijn op het ‘Roots’ podium. De prille dertiger had weinig moeite om te bewijzen dat het terecht is. Andrew Heissler is zijn echte naam, Pokey is de bijnaam die zijn ongeduldige moeder hem gaf toen ze hem telkens moest aanporren om haast te maken. Via zijn interesse in Amerikaanse geschiedenis en literatuur komt hij uit bij de oude blues en later ook Bill Monroe, de bluegrass dus. De nickname Pokey LaFarge leek hem goed te passen bij wat hij zelf bracht als synthese van de diverse ‘vooroorlogse’ invloeden. Hij speelde een tijd solo, deed ook werk voor anderen (we leerden hem kennen via zijn bijdrage aan de cd ‘Face A Frowning World: An E.C. Ball Memorial Album’ maar hij werkte o.a. mee aan ‘Blunderbuss’ van Jack White (2012) Sinds 2009 is Pokey LaFarge een groep, en zoals te horen in Lessines, een goed ingespeelde groep met een frontman die uit een doosje komt, dan wel een doosje uit de good old days. In 2013 kwam het eponieme ‘Pokey LaFarge’ uit en zo kregen we alras een fraai ‘What The Rain Will Bring’. Helaas moesten we na een handvol songs om familiale redenen het festivalterrein verlaten en de rest overlaten aan onze brother in arms die de topact van de ‘Roses’ tent voor zijn rekening zou nemen…

 

Afsluiter van deze avond waren The Sonics, een legendarische cultgroep uit Tacoma, Washington. De band kan de peetvader van de garagerock genoemd worden of de eerste punkgroep nog voor de term ‘punk’ was uitgevonden. Hun hoogdagen beleefden de heren van 1963 tot 1968.  Van de 5 muzikanten die vandaag meespelen zijn er nog 3 die in de originele bezetting zaten van 50 jaar geleden: zanger en keyboardspeler Jerry Roslie, gitarist Larry Parypa en saxofonist Rob Lind. De ‘nieuwe’ leden zijn Dusty Watson op drums en Freddie Dennis op bas en vocals. Na de uitgelopen soundcheck brak het feest los met opener ‘Cinderella’ dat werd gezongen door bassist Freddie Dennis die klonk als Noddy Holder van Slade. Hij en originele zanger Jerry Roslie wisselden elkaar af aan de leadvocalen. Jerry zong o.a. de klassiekers ‘Shot Down’, ‘Have Love Will Travel’ en ‘The Witch’. Covers die in de setlist zaten waren ‘Louie Louie’ (Richard Berry), ‘Money’ (Barrett Strong) en ‘Keep A Knockin’’ (Little Richard).

 

Een belangrijke rol in de sound van The Sonics is er weggelegd voor saxman Rob Lind. Deze kondigt ook af en toe een nummer aan en deelt ons mee dat de heren een nieuw album hebben opgenomen. O.a. ‘Sugeree’ is een sterk nummer dat op het nog niet uitgebrachte album staat.De oudjes kregen het publiek aan het dansen, zelfs moshpitten, iets wat je enkel ziet op Graspop Metal Meeting, kwam vaak voor. De knotsgekke frontman van King Khan & The Shrines kon het niet laten om ongevraagd op het podium mee te dansen. Of de heren nog vaak naar Europa zullen komen is niet zeker, maar dat deze band een unieke headliner was staat buiten kijf. Pas na hun split in 1968 is gebleken dat deze pioniers als inspiratiebron dienden voor bands als Nirvana, Iggy and The Stooges, The White Stripes en vele andere rock- en metalbands. Wie had gedacht dat deze prille 70’ers nog een stevig potje konden rocken?

 

Kris Vermeulen (voor de bijdragen over Fred And The Healers en The Sonics)

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s