Matt HARLAN met Rachel JONES en Jaimi FAULKNER in De Villa van de N9 in Eeklo op zaterdag 12 april 2014: ‘Op één avond twee artiesten die doorlopend de gevoelige snaar raken, verrassen, verbazen, ontroeren, in vervoering brengen en je weer zin geven in het dagelijks bestaan… Soms beseft een mens niet voldoende welke schoonheid hem of haar in de schoot geworpen wordt’

Zie ook Rootstime…

Hoogfeest voor de amateurs van het betere ‘liedjesschrijven en ze nog goed brengen ook’ in De Villa van N9 te Eeklo, want met Matt Harlan en Jaimi Faulkner kregen we zaterdag 12 april twee jonge aanstormende talenten tezamen, een avond dus met twee hoofdacts. Beiden ondernamen los van mekaar een Euro toer die in de N9 voor alle twee aan het voorlaatste schuifje toe was. Het was tevens de enige plek waar hun paden mekaar kruisten. Tevoren kenden ze mekaar enkel van naam en faam en ze waren dan ook erg benieuwd naar wat de andere zou presteren, wat aansluit op hun brede muzikale interesse. Matt vertrok met vrouwtje Rachel Jones dan naar het A Small Town Music Walk IV festival in Hoorn, NL, ‘waar het voor ons beiden allemaal begon’ om dan weer naar Texas te vliegen. Tegenvoeter Jaimi (spreek de laatste ‘i’ uit als ‘aai’ en je bent er) zou optreden bij Jan & Suzy Van der Stappen in Café Crossroads in Antwerpen, de plek ‘waar het voor mij in Europa allemaal begon’ om dan naar adoptieland Duitsland weer te keren.

De Villa liep aardig vol voor deze ‘double bill’ en zo hoort het. Om kwart na negen staken Matt & Rachel van wal. Ze gaven een lezing van de drie platen die Matt tot hiertoe uitbracht, vooral uit de recente ‘Raven Hotel’, die prompt naar de eerste plaats schoot van de Euro Americana Charts, iets wat zijn eersteling, ‘Tips & Compliments’ (2009) al eerder gedaan had. De Texaan heeft iets met Europa: zijn tweede, ‘Bow And Be Simple’ nam hij op in Denemarken met The Sentimentals als begeleiders. In thuisbasis Houston en in de ganse Lone Star State is Harlan al een grote naam, in één adem genoemd met lieden als Chris Smither en Chris Knight, en voorprogramma van kanonnen als James McMurtry en de onvergelijkelijke Guy Clark. Onder de vele vormen van erkenning valt Singer Songwriter of the Year in de 2013 Texas Music Awards op. Hij is te zien naast klinkende namen als Guy Clark, Lyle Lovett, Slaid Cleaves, Nanci Griffith, Lucinda Williams, Robert Earl Keen, Vince Bell, Ramblin’ Jack Elliott, Eric Taylor, Dave Van Ronk, en nog, plus, op archiefbeeld, ook Townes Van Zandt, in de documentaire prent ‘For The Sake Of The Song: The Story Of Anderson Fair’ (2009), genoemd naar het prachtige debuut ‘For The Sake Of The Song’ (1968) van Townes, stilaan toch erkend als de reus onder de reuzen.

Dat Matt met dit laatste volmondig akkoord gaat, hoeft nauwelijks betoog. Als laatste song in de set speelt hij de afsluiter van ‘Raven Hotel’, ‘Rearview Display’. Hij is wàt fier dat ie die song pende samen met Texaanse collega George Ensle, veteraan die precies met Townes bevriend was en met hem optrad. Ook Buffalo Rogers schreef mee aan die song, zegt Matt, een goeie vriend, maar we vernemen niet meer dan dat hij met hem ‘keet schopte in Oklamoma City’. Daarvoor hadden we al tien fonkelende diamantjes gekregen, mijmeringen over de dingen des levens, die Harlan treffend weet te verwoorden en met uitstekend gitaarspel omlijst. Rachel Jones zingt tweede stem, vrij spaarzaam maar telkens raak. Alleen in ‘Riding With The Wind’ neemt ze het voortouw en dat is een zegen, want ze maakt die song tot één van de meest ontroerende momenten van de set. Die begint met wat Matt een ‘oudere song’ noemt, nochtans afkomstig van de vorige ‘Bow And Be Simple’, namelijk het stemmige ‘Simple Song’ (niet te verwarren met de klassieker van Lyle Lovett) Het is een mooie aansporing om nederig te zijn: ‘I tried to write a simple song /  Something closer to the truth / Three chords and a couple drops of rain. / But I ended up just ramblin’ on, the way I always do. / Ain’t nothing changed… Nothing’s changed

Als ‘Old Spanish Moss’, opener van ‘Raven Hotel’ volgt, dan weet je al dat dit niet stuk kan: ‘Hard times and trouble are weighing on you / One way or other it’s bound to cut loose / Down by the water, it’s time to get lost/ And cance ‘neath the trees with that Old Spanish Moss’. We voelen ons meteen ontspannen en binnen onze comfort zone bij zoveel warme hartelijkheid. Ook op de cd werkt deze song wonderwel. Van hitte gesproken: ‘Warm November’ komt uit zijn debuut en ontlokt hem nu de vaststelling dat het weer in Europa tijdens deze concerttrip een meevaller was… maar dat hij nu al beducht was voor de hitte van Texas. Tijd voor ‘Slow Moving Train’, één van de vele ‘waltzes in E’ die Matt schrijft. Rachel: ‘We hebben een voorraad… maar beperken die tot twee per cd’. Ons niet gelaten: het is één van die vele vertederende songs van ‘Raven Hotel’. Geen plaats echter voor de sublieme stijloefening ‘Burgundy & Blue’, het dichtste wat je kan komen bij Tom Waits. Maar daar heb je sax, piano en contrabas voor nodig. ‘Too Much Going On’ volgt en dan een song die hij baseerde op een gedicht van Thomas Stearns Eliot, grote vernieuwer in de Angelsaksische poëzie van de 20e eeuw en Nobelprijs Literatuur 1948 (voor zijn ‘Four Quartets’) Matt treedt TS Eliot, auteur van het grimmig-sombere ‘The Waste Land’, wel bij, maar ‘ik heb de boodschap wat positiever gemaakt’. Dat werd dan ‘Half-developed Song’, die ons integendeel zeer ontwikkeld en uitgewerkt lijkt (ook deze staat te blinken op ‘Raven Hotel’)

Het blijkt dat Matt inderdaad niet de ‘typerende gruizige Texaanse loner’ is, maar grossiert in ‘warmbloedige countrysoul’, zoals we ergens opvingen. Het mooiste moment hebben we dan nog te goed: ‘We Never Met (Time Machine)’ van de laatste. Matt: ‘Het is één van die songs die je wel MOET schrijven’. En of dit ons midscheeps torpedeert: ‘Still I try every day to make one less mistake / And give you all you wish you had / But I ain’t got no time machine / For when you say that you wish we never met’, een song zacht als satijn, maar opgeborreld vanuit totale onmacht die het hart doet bloeden. Zo brengt Matt hem, zonder melodrama, want de tekst doet zijn werk, maar je voelt de pijn in Matts net niet brekende stem. Je kan er niet omheen: ‘It’s hard to be your lover and it’s hard to be your friend’ Zonder vergeving is liefde een spel waarin niemand wint. Matt moest hem schrijven, wij wensten dat we hem hadden bedacht. Want is dat niet de essentie van zo’n concert: dat de persoon vooraf je een spiegel voorhoudt, verwoordt wat je voelt?

We misten nog veel moois, ‘Second Gear’ bij voorbeeld, maar wie zouden we zijn we om daarover te vitten? Als bis krijgen we ‘Raven Hotel’ zelf, dat zich ontrolt in een hotel van de groezeligste soort, maar de song grijpt veel dieper dan het decor suggereert: ‘Until they shut it down / I’m in my own world now’. Het doet ons, dan wel enkel qua thematiek, denken aan ‘Hotel California’ of nog, aan ‘Desperadoes Under The Eaves’ van de deerlijk gemiste Warren Zevon, of zelfs ‘Motel Blues’ van Loudon Wainwright III. Maar Matt heeft een heel eigen kijk op het ondermaanse. De wereld die Matt voor ons projecteert is niet altijd even fraai, maar wel boeiend, een universum waar we nog vaak hopen te mogen in gluren. Dat Rachel en Matt ook weg van het podium open en fijngevoelige lieden zijn, twee schatten van mensen, en dat ze er uitsluietnd zijn ‘for the sake of the song’, maakt het positieve plaatje compleet. Al heeft rachel haar bedenkingen: ‘Je moet niet op enige luxe rekenen, als je met een muzikant getrouwd bent’. Je kan niet àlles hebben!

Maar de avond was allerminst gedaan, want Jaimi Faulkner zette het feest gepast verder. Met hem gaat het een versnelling hoger. Geen wonder want de prille dertiger uit Melbourne speelt gitaar met een bloedstollende vingervlugheid, zingt met een stem die zo niet zwart dan toch erg donkerbruin en geloofwaardig klinkt. Zijn energieke aanpak maakt dat hij geen omlijsting nodig heeft, al heeft hij buiten stem en gitaar enkel een footstomp mee, die hij niet eens zo vaak gebruikt. Jaimi mag dan een Aussie zijn, maar als je hem hoort, zou je grif geloven dat hij Amerikaanse roots heeft. Vanaf jonge leeftijd kreeg hij immers via zijn vader-muzikant veel Americana te horen, blues, soul, country, folk, de hele santenkraam. Zijn buurman leert hem slide spelen als Muddy Waters, Elmore James en andere bluesgoden (vanavond speelt hij echter geen slide) Als hij op zijn 21e down under zijn eerste cd uitbrengt, ‘Last Light’, is Jaimi meteen gelanceerd. Hij mag zelfs de support doen van Chris Whitley, voor de jongeren onder ons, de papa van Trixie, voor de ouderen de Gentse Amerikaan die met ‘Living With The Law’ een geweldig tweede luik in zijn loopbaan inzette als no nonsense rock en blues zanger-gitarist (2005)

Faulkners zeer drukke tourschema à rato van 200 concerten per jaar brengt hem zelfs in Clarksdale, Mississippi, één van de legendarische plekken uit de begindagen van de blues. De fameuze ‘Crossroads’ uit de song van Robert Johnson zou daar liggen (zie ook onze recensie van ‘Delta Soul Volume One’ van Steve Azar) Het is de geboorteplaats van een rij belangrijke zwarte muzikanten: Ike Turner, Sam Cooke, McKinley Morganfield (Muddy Waters), John Lee Hooker en Big Jack Johnson. In Clarksdale speelt hij trouwens samen met Big Jack, de in 2011 overleden vertegenwoordiger van de rauwere, elektrische country blues (samen met R.L. Burnside en James ‘Super Chikan’ Johnson) Met zijn band vertegenwoordigt Jaimi Faulkner Australië op de International Blues Challenge van Memphis, Tennessee. Na ‘Kiss & Ride’ (2009) brengt hij meer tijd door in Memphis (hij ontmoet er Al Green, maar we verzuimden Jaimi te vragen of het meer was dan een kennismaking…) In 2010, in zijn mid twenties, verlaat hij have en band om in Berlijn te gaan wonen, een grote stap, die ongetwijfeld een flinke dosis moed vergde, na alles wat hij in zijn thuisland al had opgebouwd.

Hij belandt eerst in Antwerpen, waar hij op hotel zit (hopelijk ne het ‘Raven Hotel’…), vlak bij Crossroads Café. Omdat hij meent dat er een blues band optreedt, gaat hij er op zondagnamiddag naartoe. Als blijkt dat het concert geannuleerd is, biedt hij zijn diensten aan en… zijn eerste Europese optreden is een feit! In de jaren erna toert hij constant door Duitsland en ook Nederland. Over optredens in ons land weten we niet veel, maar het blijkt dat hij goeie vrienden heeft in Eeklo en daar zowat overal al optrad, maar dat moet dan wel onder de radar gebeurd zijn. Wat we wel weten is dat één van de vele supports die de workaholic doet voor Tom Dice is! Vooral Nederland is Jaimi Faulkner gunstig gezind: een single in 2012 (‘If It’s Me’), rave reviews in o.a. Muziekkant Oor, live sessies en in 2013 dan het derde album ‘Turn Me Around’ (zie review op Rootstime door Yvo Zels!) Dat Jaimi vaak als een wervelwind op podium staat, belet niet dat zijn muziek en zijn teksten een hele scala aan gevoelens doorlopen. Er is al even veel plaats voor subtiliteit en ingetogenheid. Heimwee en melancholie hebben in zijn songs evenveel rechten als extroverte levensvreugde. Soms is het dat allemaal tegelijk, zoals in openingszet ‘If I Had My Time Again’ dat herinnert aan de oude Dylan en dat Jaimi kort na zijn aankomst schreef toen hij langsheen de Deutsche Autobahn laveerde. Je denkt bij die aanpak al snel aan een Americana versie van Welshman Martyn Joseph. Niet zelden herinnert Jaimi ons aan de Australische gitaarwizzard die hier enkele jaren geleden zo’n prachtoptreden gaf, Jeff Lang. Na het optreden vertrouwt Jaimi ons toe dat Jeff een goeie kennis van ‘m is!

Jaimi vergat zijn capodaster in de backstage (in De Villa is dat eigenlijk een upstairs), maar leent die van Matts gitaar, die nog op het podium prijkt. Nobody’s perfect, ook niet deze perfecte gitarist! Het blijkt dat Faulkner, net als Matt Harlan, wel vaker songs onderweg en όver onderweg schrijft: ‘Highway Life’ pende hij in Clarksdale, ‘Five Flights Up’ schreef hij in een appartement in Parijs waar hij logeerde. Vanop het balkon keek hij uit over de lichtstad, ideaal om intussen je baguette te verorberen. Het bepaald dromerige en melancholische, breekbare ‘When I Lean In’ nam hij op met een Amsterdamse vriendin, Jerusa Van Lith. Een funky en catchy meezinger is dan weer ‘In My Father’s Boots’. Van het indringende ‘I’ve Done You Wrong’ druipt het spijt zo af. Dat buigt hij weer om via zijn cover van ‘Safe And Sound’ van Capital Cities. Hij hoorde die catchy song vaak op zijn lange reizen doorheen het oude continent. Gelukkig, vond hij, omdat hij de radio’s in onze Noord-Europese contreien vaak slaapverwekkend vindt (hij is niet de enige om dat vast te stellen: het BIVV zou zich eens mogen buigen over de verkeersveiligheid van onze nationale zenders…) en toen de Nederlandse radio 3FM hem vroeg een cover te kiezen, was het dan ook snel beslist.

De title track van de laatste ‘Turn Me Around’ verwijst naar zijn jonge jaren, toen pa hem voor de platenspeler neerpootte en met de koptelefoon liet luisteren naar… Dire Straits. Jaimi’s reactie was prompt: ‘WAW! Ik wil zo gitaar leren spelen!’ De smaak evolueerde, de passie bleef. Dat het leven niet altijd even rooskleurig was en is, bewijst een zinsnede als ‘Lately I have been pushed by the weight of the world, not by the love of the song’. Maar existentiële sores krijgen deze levensgenieter niet klein, zoals het bluesy gitaarwerk aan het einde bewijst. Het is een geijkte climax, maar we hebben nog wat moois te goed: Jaimi besluit het bisnummer zonder versterking te brengen. ‘In The Morning Light She Goes’ betovert, verleidt, vertedert als de dame die hem die nacht gezelschap hield. Stilaan laat hij ons, krop in de keel of niet, meedoen en voor we het weten, zingt iedereen mee, eerst nog en sourdine, ‘And she goes, in the morning light she goes, yes she goes, yes she goes …’ Voor we er erg in hebben, heeft Jaimi het podium verlaten, terwijl we nog even verder zingen… De melodie begeleidt ons nog uren en als we ze dreigen te vergeten: er staat een bloedmooie uitvoering op YouTube opgenomen in een park, najaar 2013.

Op één avond twee artiesten die doorlopend de gevoelige snaar raken, verrassen, verbazen, ontroeren, in vervoering brengen en je weer zin geven in het dagelijks bestaan… Soms beseft een mens niet voldoende welke schoonheid hem of haar gratis voor niets (oké, oké, voor de prijs van één toegangskaartje…) in de schoot geworpen wordt. Zoals men dat in de Angelsaksische landen zegt: ‘Count your blessings’. Die avond heetten ze Matt Harlan, Rachel Jones en Jaimi Faulkner..

 

Antoine Légat.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s