GRACE IN THE WOODS in Arscene op zaterdag 17 mei 2014: ‘…Dat alles vormt de stijlvolle, verfijnde achtergrond waarop zangeres Hanna Van Parys haar ding kan doen. Ze is meer dan ‘de zangeres van de band’: ze straalt persoonlijkheid uit, heel naturel, waarbij alles in functie staat van de song, en zo hoort dat ook’

Zie verder Rootstime.be.

Voorheen zou men het intussen tot op de draad versleten en eigenlijk behoorlijk belegen ‘straffe madammen’ hebben gebezigd. Maar je kan er niet naast luisteren: een hele generatie eigenzinnige jongedames neemt in ons land het muzikale voortouw, niets te vroeg overigens. Het zijn bekwame muzikanten, die een welomlijnd idee hebben waar ze naartoe willen met hun project(en), ze stralen persoonlijkheid uit en kunnen dank zij hun jeugd nog vele richtingen uit. Er zijn er (nog) niet zo veel in wat je als ‘rootsmuziek’ kan omschrijven, al heb je o.a. de Naamse Marjorie Piret van en met Little X Monkeys, maar in het brede veld van (indie) rock, de jazz en het experiment zijn ze legio: denk maar aan Inne Eysermans (Amatorski), Stefanie Callebaut (SX), de Nederlandse maar in Leuven wonende Chantal Acda (Isbells, Sleepingdog, enz.), singer-songwriter Sarah Ferri, Liesa Van der Aa en Catherine Graindorge die gelijkaardige technieken toepassen (loopen van hun (alt)viool en andere elektronica), maar met een wel erg verschillend resultaat. Jazz zangeres Melanie Di Biasio (‘No Deal’) is intussen ‘ontdekt’ door de Angelsaksische pers. Deze lijst is uiteraard onvolledig (en oppervlakkig), maar representatief. Sinds zaterdag 17 mei kunnen we daar met zekerheid Hanna Van Parys aan toevoegen, frontvrouw van het zestal Grace In The Woods (GITW)

 

‘Met zekerheid’, want het talent was helemaal niet latent: in 2011 blonk GITW al uit op Jonge Wolven, de talentenjacht in het Baudelopark, van en tijdens de Gentse Feesten. Op YouTube is nog steeds te zien dat het toen al goed zat met deze bende. Je komt er, in een interview van Jonge Wolven presentator Geert Faes, ook alles over de naam te weten: ‘hanna’ is ‘genade’ in het Hebreeuws en ‘woods’ verwijst naar het akoestische, intieme en warme karakter van deze muziek (ondanks twee elektrische gitaren en een dito bas) Zo ontstond Grace & The Woods, wat uiteindelijk het meer suggestieve Grace In The Woods werd (*) De mensen luisterden geboeid in de Spiegeltent, daar tijdens de Gentse. Maar wat de zes in Arscene lieten horen, toont dat ze sindsdien hard hebben geschaafd aan het project. De stijl en de verstilling zijn gebleven, maar de afwerking en de presentatie hebben een heel hoog niveau bereikt, wat snel naar voren kwam in de sfeervolle intrede met een piekfijn ‘Spooky’, eindeloos gecoverd, maar ‘voor eeuwig’ verbonden aan het voor deze oude scribent magische jaar 1968, toen Classics IV het in oorsprong instrumentale nummer van een fraaie tekst voorzag.

 

Veel covers speelden ze niet in Arscene: voor de pauze waren er nog twee en dan was het wachten op de bissen om nog eens andermans werk te horen. Dat laatste was dan ook bijzonder, maar dat leest u onderaan dit stuk. We kregen eerst ‘Temptation’, geschreven door Tom Waits (uit ‘Frank’s Wild Years’, 1987), maar dan niet in zijn ruige versie, wel in een jazzy uitvoering die aanleunt bij die van Diane Krall. Hanna maakt hier gebruik van een kleine ocean (in de vorm van een tube: het geritsel reproduceert natuurgeluiden als ruisende bossen en zeeën), een detail, maar zo zitten er vele verwerkt in elke song. Meteen daarna ‘Lovesick’, meesterwerkje van Bob Dylan uit die geweldige ‘Time Out Of Mind’ (1997) Omdat een notoir lokaal Dylankenner het nummer de eerste keer gemist had, hernamen ze het in de bissen, overigens tot ieders genoegen. Voor het overige bracht de groep eigen nummers, meestal resultaat van de  samenwerking van Hanna en (akoestisch en elektrisch) gitarist Pieter Mollet. Een aantal daarvan staan op een EP, maar die waren ze glad vergeten in Arscene. Er zijn wel op het net via diverse kanalen songs te beluisteren. Het zijn bijna alle vlotte, goed in het oor liggende sfeervolle stukken, niet zelden mid tempo werk met loungy jazz kwaliteit, maar met veel variatie. Zo is het sterke ‘Dirty Something’ met zijn indringende gitaarriff op maat gemaakt van een Sade Adu. ‘Heartaching’ is dan weer, zoals de titel aangeeft, een in zachte melancholie gedoopte sfeerschepping. Live komt daar een dimensie bij, want de liedjes zitten verpakt in verfijnde arrangementen.

 

Vooraf vreesden we dat dit materiaal zou te lijden hebben onder een egale dynamiek. Maar deze gedegen musici vermijden de flatliner door een uitgekiend spel met dynamiek, die op en neer gaat met de eisen van de songs. Er is daar duidelijk veel zorg aan besteed. Zo gaat het in ‘Saviours’ na een kalm begin plots crescendo, opgezweept door de felle keys van Karel Cuelenaere. Ondanks zijn prominente aanwezigheid in het geluidsspectrum en twee gitaren (Tom Heyman speelt elektrische gitaar) is de invulling achter de zang economisch. Zoals dat o.a. in goeie jazz het geval is, creëert men op die manier ruimte en pleistert men de muziek niet vol (zoals in nogal wat slechte pop) Bassist Jelle Van Cleemputte past perfect in dat plaatje: geen noot te veel, alles op de juiste plaats. Belangrijk in de warme klankkleuren van het geheel is het rijk geschakeerde slagwerk van Ludo Stichelmeyer, hoofdzakelijk op de cajón, de percussiedoos uit de Peruviaanse volkse dansmuziek, die via Paco De Lucia (en zijn slagwerker in de seventies Manuel Soler) snel burgerrecht verwierf in de flamenco, en van daaruit ook zijn veroveringstocht begonnen is in andere muziekvormen, in rock singer-songwriting (Tom Baxter), blues (BabaJack), enzovoort. Een snare drum en enkele cymbalen vullen dat klankbeeld verder aan.

 

Dat alles vormt de stijlvolle, verfijnde achtergrond (en dat is allerminst bedoeld als ‘melig’ of ‘krachteloos’) waarop de leading lady haar ding kan doen. En dat is in de eerste plaats uitstekend zingen: Hanna Van Parys bezit een helder en aangenaam stemgeluid en een gave techniek die de mosterd o.a. haalde in de lessen van Lien De Greef, die als Lady Linn door het muziekleven gaat. Ze speelt occasioneel ook dwarsfluit (in ‘Le vent nous portera’) en tijdens dit optreden probeerde ze de piano uit in het volledig solo gebrachte ‘Go Your Own Way’ (niets te zien met de Fleetwood Mac klassieker), terwijl de andere groepsleden liggend op de (ar)scene, als de herderkes bij nachte zaten toe te kijken, een grappig zicht overigens. Hanna is meer dan ‘de zangeres van de band’: ze straalt persoonlijkheid uit, heel naturel en ongedwongen: alles staat in functie van de song, en zo hoort dat ook. Geregeld krijgt ze vocale ondersteuning van Pieter, Tom en/of Karel, backings die voorzichtig in de richting gaan van close harmony en die alzo bijna onopvallend effect sorteren. Ook hieraan zijn dus zorg en aandacht besteed.

 

Naast de al vermelde songs viel ons ‘Little Drops Of Rain’ op, meteen na de pauze, dat zowat alles illustreert wat Grace In The Woods een boeiende groep maakt: een a capella start, fijne interactie tussen de twee elektrische gitaren, met de herhaling van de kernzinnen bovenop een bijzonder knap ritme, en de tweede stem van Tom in steun van Hanna. Ook de laatste bis ‘Now You’re Gone’ is voor fijnproevers, de trieste vaststelling van de gevolgen van een liefdesbreuk, maar op een bepaald sfeervolle wijze. Maar het nummer dààr voor verdient speciale aandacht: er zaten nogal wat fans en familieleden in het publiek en die hadden het duidelijk voor de in het Frans gebrachte nummers. De wereld leerde het al iets oudere ‘J’attendrai’ kennen via Rina Ketty, Italiaans-Franse zangeres die er in 1938 een enorme hit aan overhield. Het chanson is verbonden aan de tweede wereldoorlog, zoals men dat in de film/serie ‘Das Boot’ kan vaststellen. Ketty kon haar succes na 1945 niet vasthouden (ze leefde nog tot 1996), maar de song bleef iconisch, o.a. door de versie van de Egyptisch-Frans-Italiaanse chanteuse Dalida. Maar thuis kregen wij geregeld het ‘origineel’ te horen via een 78 toeren schijf in bakeliet. Het lied begon met zijn klassieke jasje aan, maar abrupt ging het een versnelling hoger en werd het duidelijk waarom de getrouwen zo tuk zijn op deze uitvoering, een vrolijkheid in bitterzoet contrast met de tekst: ‘J’attendrai le jour et la nuit, j’attendrai toujours ton retour (…)Le temps passe et court, en battant tristement dans mon coeur si lourd, et pourtant… j’attendrai ton retour’. De razend knappe jazz piano solo van Karel deed de rest.

 

Hierbij willen we de terugkeer van GITW naar Arscene niet afwachten, maar nemen we ons voor de band in het kort opnieuw te beleven: dit smaakte naar meer.

 

Antoine Légat.

 

Playlist: Spooky / Nevermind / Waiting For You / June Or July / Temptation / Lovesick / Saviours / La rencontre / Hunt Me A Deer. Na de pauze: Little Drops Of Rain / Heartaching / Go Your Own Way/ Le vent nous portera / Dirty Something / I Need A River. Bissen: Lovesick / J’attendrai / Now You’re Gone.

 

(*) Ook in de States, meer bepaald in de Bay Area, California, bestaat er een duo in de configuratie van de White Stripes, en zich muzikaal inspireert op Bon Iver, Lana Del Rey, enzovoort. Bij ons weten hebben ze nog geen plaat, maar je vindt ze wel op YouTube. Het kan verwarring zaaien!

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s