Fiona Boyes in Banana Peel op maandag 12 mei 2014: ‘Dat ze als eerste vrouw en als eerste niet-Amerikaan de International Blues Challenge in Memphis won, is bewijs van uitzonderlijke klasse als zangeres, songschrijfster en gitarist, en als het optreden in de BP nog meer aantoonde, dan was het Fiona’s flexibiliteit en beheersing van de diverse stijlen’

Zie tevens Rootstime…

Amai! Ze draait dan al wel een hele poos mee en stilzitten is daar duidelijk niet bij, maar Fiona Boyes was toch voor velen in Banana Peel, zelfs voor hen die meer dan gemiddeld met blues in touw zijn, min of meer een ‘blind spot’, in elk geval iemand die ze nog niet aan het werk zagen. Nou, dat is dan in één zinderend concert weggespeeld. We schatten dat Boyes (heerlijke achternaam voor iemand die zo uitgesproken ‘vrouwelijk’ is) nu geen illustere onbekende meer is, want ze heeft er in totaal zes concerten op zitten in ons land. In elk geval blijkt uit de Rootstimeverslag van het concert in Hasselt op 8 mei dat het optreden in de BP vier dagen later, op maandag 12 mei dus, geen toevalstreffer was. Samen met haar gelegenheidsritmesectie, de Britse bassist Dan Blomeley en de Italiaanse drummer Pablo Leoni, zette ze de blues club in lichterlaaie, gelukkig enkel figuurlijk, met een vooral na de pauze indrukwekkende demonstratie van haar kunnen. Maar ze won al evenzeer ieders sympathie met haar ongedwongen, goedlachse attitude, die beslist niet beperkt was tot het podium. Haar ontwapenende zelfrelativering en een gezonde houding tegenover het leven maken haar tot een vrouw naar ons hart, helaas al getrouwd met een dot van een Aussie ‘preacher man’ die haar meteen vijf schatten van kinderen ‘schonk’ (we veronderstellen van een eerder huwelijk) en kleinkinderen. Dat spaart veel werk uit!

 

Intussen is de story bekend: ze komt uit Melbourne, maar samen met het wisselende festivalseizoen woont ze de helft van het jaar down under, meer bepaald in Canberra, terwijl ze de andere helft opereert vanuit Portland, Oregon, en dan vooral de States en ook Europa afdweilt. In de nineties was ze lid van de beslist niet onbekende all women band The Mojo’s. Ze bekwaamde zich tot bluesgitarist met een uitmuntende techniek en een unieke fingerpicking stijl. Vermits ze ook vocaal niet moet onderdoen voor haar collega’s in de blues, een volgehouden dynamische live act kan neerzetten, en een meer dan deftige bluessong kan pennen, is het niet verwonderlijk dat ze, in de 25 jaar dat ze in het vak zit, de nominaties en de prestigieuze awards aaneenreeg. Dat ze als eerste vrouw en als eerste niet-Amerikaan de International Blues Challenge in Memphis won, is bewijs van uitzonderlijke klasse. Als het optreden in de BP nog iets meer aantoonde, dan was het Fiona’s flexibiliteit en beheersing van de diverse bluesstijlen: de klassieke women blues van Bessie Smith en Memphis Minnie, de elektrische Chicago, Mississippi, Memphis en Texas blues, smeltkroes New Orleans, de typische Piedmont style (Reverend Gary Davis), ze heeft het allemaal in de vingers. Op die manier zit ze ergens tussen Bonnie Raitt, Susan Tedeschi, Rory Block, ‘Big Mama’ Thornton en Marcia Ball (zie verder) in. Maar zoals dat hoort is de synthese, zo die er al is, enkel en alleen te omschrijven als ‘Fiona Boyes’, ooit een rolmodel op zichzelf.

 

Ze eert graag de meesters van wie ze een aantal zelf gekend heeft of waar ze zelfs mee samenwerkte. Zo speelt ze al vroeg ‘Smokestack Lightnin(g)’, song die Howlin’ Wolf al heel lang op zijn loonlijst had staan voor hij hem in 1956 opnam. De opvallende, insisterende gitaarlijn werd bedacht door Wolfs snarenman Hubert Sumlin. Sumlin (+ 2011) speelde op Boyes’ ‘Blues Woman’ (2009), wat ook Muddy Waters’ pianist Pinetop Perkins (+ 2011) deed. Van Sippie Wallace brengt ze ‘Women Be Wise’, maar dan in een eigen versie… ‘Men Be Wise’. De ironie druipt ervan af! Fiona speelt trouwens graag spelletjes in de zone van de ‘war of the sexes’ en voelt zich kiplekker in de rol van ‘amazone van de waarheid’:  in ‘Got My Eye On You’ draait ze de gender rollen om, want hier is het de dame die de heren zinnenprikkelend benadert. Van kippen gesproken: een ontmoeting op straat in Memphis met de grote Bobby Rush, bepaald een idool van Australische, leverde haar de slagzin op voor ‘Chicken Wants Corn’, toen Bobby haar op zijn typische schorre wijze zei: ‘I want you like a chicken loves corn’. De manier waarop Fiona (in het tweede deel van de avond) de kippen tot leven brengt, doet ons toch even voor alle zekerheid kijken onder onze stoel, of er geen ei ligt. ‘Big Bigger Biggest’ laat horen dat ook de ouwe jazz uit de swing era tot haar inspiratiebronnen behoort. Het nummer opent ‘LUCKY 13’ de cd die ze maakte in 2006. De band heette toen The Fortune Tellers en op die plaat spelen o.a. Marcia Ball en Bob Margolin mee. Het tweede nummer op die cd is ‘Celebrate The Curves’, schitterende song over de vrouwelijke rondingen, waar ze ook geen gebrek aan heeft. Opnieuw was een uitspraak van Bobby Rush de aanleiding tot een andere song, want ‘Fishin’ Hole’ (uit ‘Blues Woman’) heeft weinig te zien met vissen: ‘Let’s go fishing, baby – you know how to wet a line / And you’ll never find / A fishing hole that’s better than mine’ Maar verder is het brave Fiona, hoor! Aan het eind van de eerste set omgordt ze dan toch haar cigar box guitar voor een partijtje slide. De diepe, volle en haast broeierige klank van het instrument doet de bluesrock van ‘Juke Joint On Moses Lane’ onbedaarlijk swingen. Stilzitten is niet mogelijk.

 

Daarachter, als afronder van deel één, met twaalf songs al een hele brok, zet ze nog een nummer van ‘LUCKY 13’, het beresterke ‘Stranger In Your Eyes’. Als woede en ontgoocheling vleugels geven, dan onbetwistbaar in deze song, die Fiona schreef na de breuk met één van haar vroegere partners (ze laat in het midden hoeveel dat er waren, maar ze heeft blijkbaar niet te klagen gehad over de belangstelling van de andere sexe!) De klacht liegt er niet om: je bent dan lang bij mekaar maar de kans op een onaangename verrassing blijft bestaan: ‘I thought I knew you, baby’, verzucht ze. Fiona Boyes kan ook ‘serieus’ zijn. Het tweede deel begint met een akoestische set die niet minder dan vijf nummers beslaat. Ze had ons in het eerste deel al overtuigd van haar kunnen, maar wat ze nu laat horen is ronduit indrukwekkend. Niet alleen haar speeltechniek doet je achterover slaan, ook haar songs overtuigen: ‘Two Legged Dog’ daaruit bevraagt weer eens de klassieke man-vrouw rollen en ze heeft daar enige reden toe, want ‘Blues For Hard Times’ vertelt hoe ze er bijna onderdoor ging toen haar ‘laatste ex’ haar zonder één afscheidswoord liet zitten: ‘I’m gonna drink to your health until I ruin my own’. Niets mannelijks is haar vreemd! Piedmont ten voeten uit in Gary Davis’ ‘Mean Old World’. Alweer een song om niet vrolijk van te worden: ‘It’s a mean old world ‘til you die’, wist de reverend je al te vertellen. Maar de afdronk is wel om vrolijk van te worden: toen ze die song speelde in een bar, was er maar één man in de hele zaak die naar haar luisterde en zelfs mee zong. Dan werd dan haar huidige echtgenoot, over wie niet uitgepraat raakt. Op elk potje past een deksel, deksels nog aan toe!

 

Als de ritmesectie er weer bij komt, gaan de drie op het elan door. Na de al vermelde ‘Celebrate The Curves’ (‘Like jelly on a plate’ roept ze triomfantelijk!) en ‘Chicken Wants Corn’, gaat het crescendo en op de second line helemaal naar New Orleans met ‘That’s My Boy’ dat goed geluisterd heeft naar ‘Jambalaya’ van Hank Williams. Met de cigar box speelt ze slide met behulp van een  klein flesje… bourbon van North Carolina, wat Blomeley ertoe brengt slide te spelen op zijn bas door middel van een leeg flesje… Jupiler! Ze verwijst naar een blues man die hoog scoort bij Fiona én bij ons, Watermelon Slim. Ze stond samen met hem & The Workers op het podium tijdens het Great Southern Blues Festival in Narooma, Australië in 2013 (op YouTube zie je beiden in een uitvoering van ‘Vigilante Man’) Fiona brengt dan ‘Highway 61 (Blues Highway)’ dat Watermelon zo graag speelt. Bill Homans (zijn echte naam) zou er fier op zijn! Vóór het einde krijgen we o.a. nog een schitterend ‘Precious Time’, een lekkere stamper en een glasheldere waarschuwing van Fiona dat ze geen heer wenst die haar tijd verdoet. Als dat geen classic wordt… ‘Easy Baby’, dat ze pense met twee collega’s, sluit hierop naadloos aan, want je verdoet je tijd niet, als je er je tijd voor neemt: ‘I love a man who takes his time’. Als het volume ineens zakt en de song naar een climax toegroeit, poot ze voor een laatste maal een razend knappe solo neer, van het soort waar blijkbaar zij alleen het patent op heeft. Mogen we eventjes serieus onder de indruk zijn van zoveel klasse? 

 

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s