Dave SPECTER & BAND, guest Lurrie BELL, in De Korenbloem te Zingem op vrijdag 18 april 2014: ‘Op geen enkel ogenblik tikte het optreden van de extreem koele Dave Specter en zijn band echt aan, nog verergerd door de kloof die gaapte tussen de aardig zijn best doende gastzanger en -gitarist Lurrie Bell en de al te voorspelbare bandleider’

Zie ook Rootstime!

Het gaat soms raar… De organisator zorgt dat de zaal piekfijn in orde staat, het als altijd vriendelijke personeel staat paraat. Een band met een uitstekende reputatie, stuk voor stuk elitemuzikanten, maakt zijn opwachting. Hun gast is niemand minder dan een legendarische blues man, uit een dito familie. Het puik van Chicago, quoi! De fans hebben dat begrepen en staan op post, minder dan verhoopt (er was maandag al het concert in Brugge) maar toch nog in voldoende aantal om er een knalavond van te maken. En dan… zakt het als een plumpudding in mekaar. Op geen enkel ogenblik tikte het optreden van de Dave Specter Band echt aan, zozeer dat tijdens de pauze een leegloop op gang kwam, wat tegen het einde aan goed te merken was en wat vrij zelden gebeurt, want de mensen geven hier hun goeie centen aan en soms slaat het nog om, leert de ervaring de door de wol geverfde bluesbuff. Ver van ons dus om iemand een steen te werpen, want niemand heeft hierom gevraagd.

 

Op zoek naar redenen kwamen we uit bij twee pijnpunten: eerstens de extreme koelheid van deze hoe dan ook gedegen muzikanten, wat niet verbeterde met de vele instrumentale nummers, die af en toe meer leken te verwijzen naar de Amerikaanse feuilletons van de jaren zeventig en tachtig dan naar Chicago blues. We weten dat Dave zulke dingen doet, commercials en instrumentaaltjes allerhande, en daar is niks mis mee, maar het was niet waarvoor de mensen naar hier kwamen. Ten tweede leek het niet te klikken met de gast op deze toer die volgens Dave acht landen aandoet op enkele weken tijd (Van ’t goede te veel?) De guest, niemand minder dan Lurrie Bell, kon in zijn eentje het optreden niet beletten te kapseizen, al deed hij aandoenlijk zijn best, vooral in het tweede deel. We staan voor een raadsel, want Dave Specter is en blijft een geweldig gitarist en zijn levensloop wijst uit dat hij van in het begin heel goed wist waar hij naartoe wou. Zijn plaats in de constellatie van de Chicago blues heeft hij dubbel en dik verdiend. Maar enthousiasme was ver te zoeken in Zingem. We hebben zelden zoveel gemeenplaatsen na mekaar horen spelen: je kon zowat elke noot, elk akkoord ‘voorspellen’, terwijl Bell, helemaal in de lijn van zijn illustere vader Carey Bell, voortdurend op zoek ging naar het onverwachte, wat binnen het keurslijf van de blues toch de charme uitmaakt.

 

Een goede beurt maakte wel keyboardsman Brother John Kattke: de man kan een stuk zingen, zoals hij met Buddy Guy’s ‘The Garbage Man’ overtuigend bewees. Alleen jammer dat zijn keyboards een behoorlijk metaalachtige klank meekregen en bovendien: niets overtreft het geluid van een échte Hammond met Leslie speaker, ook in deze tijden van bijna perfecte elektronica. We begrijpen grif dat je zo’n bakbeest niet makkelijk meetroont op een snelle toer… Met Lurrie een eerste keer op het podium, meteen na Johns inbreng, leek het nog de goeie richting uit te gaan: deftige uitvoeringen van ‘Walkin’ Through The Park’ (Muddy Waters) en ‘Five Long Years’ (Buddy Guy). ‘Why I Sing The Blues’ (B.B. King) kreeg een leuk ritme mee en John speelde een fijne solo, maar Bell verliet al snel het podium en met een instrumental die volgens ons weinig met Chicago blues te maken had, doofde de eerste set bijna letterlijk uit. Na de break kregen we weer een reeks nummers zonder zang, onder anderen uit de brandnieuwe, tiende plaat van Dave Specter, ‘Message In Blue’, met o.a. Otis Clay en Bob Corritore. Even een open doekje voor Harlan Terson, de bassist die al ruim veertig jaar de groten van baslijnen voorziet. Lonnie Brooks deed vaak beroep op zijn diensten. John mag nog even aan de bak in één van de mooiere momenten van de set, slow ‘Same Old Blues’ van Don Nix maar in blueskringen vooral bekend van Freddie King.

 

Het is wachten op Lurrie Bell, die probeert wat vuur in de set te krijgen via ‘Everyday I Have The Blues’, vooroorlogse blues waar Memphis Slim in 1949 nieuw leven in blies. Een fraaie piano solo breit er nog een fraai einde aan. Je voelt het aankomen: Bob Geddins’ ‘Tin Pan Alley’, dat te verbinden is met Stevie Ray Vaughan, moet het zenit worden. Het komt inderdaad tot een gitaarduel tussen Dave en Lurrie, dat echter vooral illustreert wat we hierboven hebben aangekaart. Geen spatje bezieling of originaliteit bij de ene, wat de andere niet kan recht trekken, zodat we ook nu weer op onze honger blijven. ‘I’m Ready’ dat Willie Dixon pende voor Muddy Waters, sluit af, maar zelfs het unisono gitaarmuurtje aan het einde kan het concert net meer doen kantelen. De obligate bissen waren illustratief: eerst mét Lurrie ‘Messin’ With The Kid’, felle R&B dat Junior Wells in de beroemdheid zong en speelde, normaal een feestelijk einde, maar nu vrij flets en plichtsmatig afgehaspeld. Waarom daarachter, uiteraard zonder Lurrie, nog een nietszeggende instrumental moest volgen, is ons een raadsel. Velen hadden De Korenbloem intussen verlaten. Voor één keer kon je ze geen ongelijk geven. Maar we gaan ervan uit dat dit niét Dave Specter op zijn best was en dus kijken we uit naar een Wiedergutmachung. Met minder zijn we dan niet tevreden!                                                                                                                      

 

Antoine Légat (21 04 14)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s