THE ANTLER KING in Arscene te Hansbeke op zaterdag 5 april 2014: ‘Telkens weer weet The Antler King te behagen met gedurfde songstructuren, subtiel instrumentaal werk en vocaal vuurwerk’

Zie ook Rootstime!

In het prille begin van Arscene stond het eveneens prille kwartet van The Antler King al eens op dit podium. Over het concert van 18 september 2010 (en over hun medewerking aan ‘Come And See’ in Theater Malpertuis in Tielt op 1 oktober) pleegden we toenmaals een vrij uitgebreid stuk dat u op Rootstime nog altijd kan lezen. We hebben geen schroom om daarnaar te verwijzen omdat u daar een en ander vindt over het ontstaan van de formatie, de achtergrond van de groepsleden en dies meer. Misschien zijn we ook een héél klein beetje trots omdat de lof die we toen mochten spuien niet overdreven blijkt en omdat het daar geschetste toekomstbeeld al lang geen schets meer is. Esther Lybeert en Maarten Flamand hebben niet stilgestaan, zowel buiten als binnen de groep.

 

Er kwam zo’n tien maand hierna een eerste cd, een debuut dat simpelweg ‘The Antler King’ werd gedoopt. Ook daarvan vindt u op Rootstime een bespreking van onze hand. Sinds begin oktober vorig jaar is daar een tweede plaat bij gekomen, het in een leuke hoes gestoken ‘Patterns’. De term ‘groeiplaat’ komt hier op meerdere manieren van pas: de plaat kende een lange incubatieperiode en geeft pas na veelvuldig beluisteren zijn intiemste geheimen prijs. Esther deed haar vroegere stage naam Mrs. Hyde alzo alle eer aan. Het viel ons op dat recensenten die er eerder oppervlakkig naar luisterden (er komt ook zoveel uit!) een onvolledig beeld lijken te hebben, terwijl diepgaandere analyses beduidend meer uit de cd halen. Ook zo bekeken is ‘Patterns’, ‘Patronen’, een toepasselijke titel! Overigens, negatieve recensies vonden we niet: de plaat sloeg wel degelijk aan op het niveau van de kritiek.

 

Het duurde even voordat Wouter Labarque de groep kon inpassen in de intussen drukke concertplanning van Arscene, die nog immer aan bekendheid wint, maar zaterdag 5 april was het dan toch zover. Vermits Maartens ouderlijk huis amper een boogscheut verwijderd is van de Hansbeekse studio-annex-zaal, kan je spreken van een thuismatch. Ondanks de start van de Paasvakantie raakte de foyer al snel goed gevuld. De dienstmededelingen kregen we al vroeg in het optreden: ‘We zijn intussen vier jaar getrouwd’ kondigde Esther fier aan… Verliefde blikken… Wat is de liefde toch schoon! Net tevoren had ze verteld dat dit het éérste concert was van contrabassist Mathias Moors (die van Schaffen bij Diest moet komen), sinds de brave man gehuwd is, als we dat goed hebben, het weekend ervoor zelfs. Esther verduidelijkte ook dat de groep sinds de eerste passage in ‘Hansbekistan’ (zoals de locals zeggen) niet veranderd is: het zijn nog immer dezelfde vier van in het begin. Never change a winning team. Ditmaal waren er echter geen gasten, wat we bij alle vorige gelegenheden wel vaststelden.

 

Bruno Meeus zorgt voor de verdere invulling van het geluid via gitaar, lap gitaar, mandocello (mandoline), banjo, mondharmonica en allerhande al dan niet hilarische geluiden producerende bakjes. Esther zit nog immer achter de drumkit, vanwaar ze van tijd tot tijd shakers en metallofoon (Glockenspiel) bespeelt. Maarten houdt het bij zijn diverse akoestische en elektrische gitaren, maar neemt soms de mandoline en een fraaie mandola ter hand. Op de cd spelen ze met hun beidjes echter àlle instrumenten (op de harp van Bruno na) De songs schrijven ze samen met dien verstande dat Maarten vooral vanuit de gitaar denkt en Esther vanuit de piano, een situatie die doet denken aan… The Beatles! Het stemmenwerk op de plaat én live berust bij de achteraan zittende frontvrouw Esther, met Maarten en Bruno in steun: de vocale harmonieën zijn en blijven een troefkaart van The Antler King. Die samenzang valt nu nog meer op dan anders: omdat Arscene maar een kleine ruimte is, had de groep gemikt op een meer akoestische en al bij al ‘stillere’ setting. Want als het past in het kader kan de formatie behoorlijk van jetje geven en dat zou hier averechts werken. In plaats van die dynamiek kregen we een (nog) fijnere uitvoering van de songs van ‘Patterns’.

 

Het viel op dat er plaats was voor een paar goed gekozen, zeg maar illustratieve covers, maar dat de eerste cd verhoudingsgewijs minder aan bod kwam: vijf nummers passeerden de revue, alle in het eerste deel. De verklaring is simpel: het nieuwe materiaal is zo verschillend van het oude dat het niet makkelijk is dat oudere werk in te passen. De songs die wel ‘voldeden’ in het nieuwe totaalgeluid, kwamen er wel sterk uit: ‘Heroes’ en ‘No Colour No Shapes’, die in deze context wonderwel werken. Vooral het laatste blijft een prijsbeest! ‘Easier To Conceal’ werd gehanteerd voor de soundtrack van een film en mag dus niet ontbreken. ‘Roll Over’ is het enige zogenaamd ‘romantische’ nummer dat ze als The Antler King opnamen. De eerste set sloot af met ‘Does Anybody Care’, dat nog eens de driestemmige samenzang in het licht stelde.

 

Het vrolijke, ook vocaal ujitgewerkte ‘Visions’ uit het eerste deel lijkt ons een nieuw nummer. Van opener ‘Thieves & Beggars’ weten we dat zeker. Speciaal in de eerste set was een nog niet opgenomen song op een gedicht van Emily Brontë, meerbepaald ‘High Waving Heather, ‘neath Stormy Blasts Bending’, dat ze schreef in 1836 (*) Al even onverwacht leek de keuze van ‘Songbird’. Het is uiteraard een memorabele ballad die Christine McVie, née Christine Perfect, schreef voor ‘Rumours’, het megasuccesalbum van Fleetwood Mac uit 1977.Via de reeks ‘Classic Albums’ (uitgezonden op o.a. Canvas) kent men ondertussen de ontstaansgeschiedenis van de memorabele song (denk ook aan de prachtige versies van Eva Cassidy en Willie Nelson) Esther blijkt op de koop toe een grote fan van de ‘tweede Fleetwood Mac’ en dan van Stevie Nicks in het bijzonder. Zoals wel vaker mist ‘Songbird’ zijn uitwerking niet, ook in Esthers interpretatie.

 

In deel twee komt de hele cd ‘Patterns’ aan de beurt, waarbij vooral ‘Moonbeams’, ‘It Ain’t Mine’ en ‘Never Come Back’ opvallen. Dit laatste is de derde single uit de plaat en de clip hiervan werd gefilmd door Earlybirds Films, net als die van ‘Patterns’. De clip van de titelsong is intussen genomineerd voor de Berlin Music Video Awards. Telkens weer weet The Antler King te behagen met gedurfde songstructuren, subtiel instrumentaal werk en vocaal vuurwerk. Wat Maarten uit zijn gitaren haalt, geeft de groep een uitgesproken meerwaarde. Dat Esther uitstekend zingt, bewijst ze niet enkel in de stillere stukken als ‘Roll Over’ en ‘Songbird’, maar bij voorbeeld ook in ‘War Of Man’. Deze Neil Young song brengen ze trouwens vanavond voor het eerst vόόr een publiek. Al die goeie punten gaan niet onopgemerkt voorbij, gezien de grote interesse die The Antler King genereert in binnen- en buitenland.

 

Ze zijn daarbij gelukkig sant in eigen land: vooraleer ‘Chain Of Memory Lane’ aan te snijden, een song over de ontmoeting met iemand die ze lange tijd niet meer gezien had, deelt Esther mee dat ze op 26 juli op de Gentse Feesten zullen optreden. Het thuisfront is dus méé. De groep sluit af met ‘Gold Red Circles’, glorieuze uitbarsting van levensvreugde, die hen in staat stelt om alles nog eens uit de kast te halen, zeker op vocaal gebied. De eerste bis is de afsluiter van de cd, het opmerkelijke ‘Warriors’. Maar opnieuw verbaast de cover: ‘La Foule’ dat Edith Piaf de legende inzong in 1953 (**) Dat chanson (of die wals) is blijven doorleven. In Arscene werd ie al meermaals uitgevoerd, o.a. door Hannelore Muylaert en het meest recent door Sarah D’Hondt. Ook deze evergreen zet Esther Lybeert vlot naar haar hand. De conclusie dringt zich op: The Antler King is een nieuwe parel aan de kroon van de Gentse sien.

 

Antoine Légat

 

(*) De Britse schrijfster was de middelste van de drie Brontë zusters. Ze ging overigens een tijd naar school in Brussel. Net als haar zussen overleed ze aan TBC, amper dertig jaar oud, één jaar na de publicatie van ‘Wuthering Heights’, roman die ze schreef onder de naam ‘Ellis Bell’ en die tot de grote klassieken in de literatuur wordt gerekend. Haar zussen deden het ook niet mis: oudste Charlotte schreef als ‘Currer Bell’ het immens populaire ‘Jane Eyre’ en jongste Anne pende als ‘Acton Bell’ het verhaal ‘Agnes Grey’, wat halfweg de seventies de geweldige Hollandse Bintags inspireerde voor hun gelijknamige R&B song. Ze waren alle drie ook dichteressen.

(**) De song werd in 1936 gepend door de Argentijn Ángel Cabral als een Peruviaanse wals, populair in Zuid-Amerika. Er stond dus eerst een Spaanse tekst op. Piaf hoorde het in de livrei van de grote tangozanger en acteur Alberto Castillo. Michel Rivgauche zette er de bekende Franse tekst op.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s