Preston SHANNON met FAT HARRY & The FUZZY LICKS in Banana Peel te Ruiselede op maandag 24 maart 2014: ‘Of de blues ook echt ‘geboren is in Memphis’ is een met verstand en kennis niet te beantwoorden vraag, maar dat ze er leeft in de harten, dat bewees Preston Shannon, in supervorm en uitstekend omringd, ten voeten uit’

Rootstime!

De Ruiseleedse Banana Peel liep helemaal vol voor Preston Shannon. De zanger-gitarist had buiten Memphis lange tijd niet de bekendheid die hij lokaal genoot (men noemde hem informeel ‘King Of Beale Street’), maar de laatste jaren is daar verandering in gekomen. Olie drijft boven, zegt men. Het handvol optredens van Shannon in België heeft zijn uitwerking niet gemist. Zelf waren we getuige van zijn top of the bill concert op het More Bluesfestival in Zottegem verleden jaar mei. Preston trad toen aan met dezelfde band als nu en met zijn trouwe bassist Henry Oden, veteraan van vele veldslagen. Oden was de enige van het gezelschap die ooit al in de Banana Peel stond, als muzikant bij Joe Louis Walker, maar de 67-jarige speelde met een imposante reeks artiesten van divers pluimage, van Jimmy McCracklin, Jimmy Reed en Clifton Chenier tot Bill Withers, Maria Muldaur en Boz Scaggs. Hij speelt op talloze platen mee, maakte twee albums onder eigen naam en geeft nog steeds les over blues in scholen.

 

De Nederlandse bluesband Fat Harry & The Fuzzy Licks moet behoren tot de top van de Europese bands die bluesacts op hun overzeese tournees begeleiden. Leidsman en gitarist Fat Harry Dorth (die overigens helemààl niet ‘fat’ is) omringde zich met een stel uitstekende muzikanten, die, hoewel ze louter functioneel spelen, de hoofdact toch dat ietsje meer comfort geven om het maximum te halen uit hun aantreden, opvallend onopvallend dus. Al kan je natuurlijk onmogelijk naast de sax van Jan ‘Delicious’ De Ligt en de trompet van Floris Windey luisteren (trombonist Yavin Groenewegen was niet mee) René Schutte (hammond, piano) en Jacco van den Heuvel (drums) moeten zowat het toppunt van functionaliteit zijn. Het moet omgekeerd ook wel een genoegen zijn om met Preston Shannon te mogen spelen, die er meteen de pees op legt. Ja, we weten het: het is zijn stiel en hij wordt ervoor betaald. Maar Shannon legt nu eenmaal een aanstekelijk enthousiasme aan de dag, wat van elk optreden onvermijdelijk een feest maakt.

 

Dat heilig vuur bezat de piepjonge Preston al in hoge doses: toen hij op achtjarige leeftijd met zijn ouders in Memphis belandde, werd hij al snel door de bluesmicrobe behekst. Zijn diepgelovige ouders zagen zijn fascinatie voor de ‘muziek van de duivel’ aanvankelijk niet zitten, maar begrepen gaandeweg dat ze hem niet konden tegenhouden. Van in de jaren zeventig combineerde Preston een muzikantenleven in diverse bands met een ‘gewone’ job. Hij werd tenslotte professioneel muzikant in de band van soul- en blueszangeres Shirley Brown. In 1991 richtte hij zijn eigen band op, waarmee hij in Beale Street snel naam maakte. In de nineties maakte hij met zijn band drie spraakmakende cd’s: ‘Break The Ice’ (’94), de briljante ‘Midnight In Memphis’ (’96) en ‘All In Time’ (’99) Nu kan je hem vaak horen in BB King’s Blues Club op nr. 143 in Beale Street. Shannon toont zich een meester in het stomende uptempo werk met blazers (men denke qua sound aan Memphis grootmeester Al Green), gospels, ballads en slow blues. Inspiratie vindt hij bij B.B. King (zijn lichtend voorbeeld), Albert King, Freddy King, Little Milton (Campbell) en Texaan T-Bone ‘Stormy Monday’ Walker.

 

In Banana Peel, het voorlaatste in een reeks van zes, voor de rest allemaal Nederlandse concerten, kwam Shannon zijn nieuwste album presenteren, ‘Dust My Broom’, zoals de titel al aangeeft, een hommage aan Elmore James. Althans gedeeltelijk: The Memphis Sessions leverden zeven songs op die James vaak speelde, daarvan ‘slechts’ drie die hij zelf schreef. Er volgen vijf nummers uit de Lloyd Sessions (Rotterdam) met Fat Harry & The Fuzzy Licks, opnames voor radio Rijnmond, met als laatste nummer een uitvoering van ‘Purple Rain’ van Prince, al sinds jaar en dag de signatuursong van Preston. Na de gebruikelijke instrumentale intro betrad Preston gezwind het podium van de BP met een opgewekt ‘How ya doing?’ om dan een vurig ‘Let The Good Times Roll’ in te zetten met alle ingrediënten: een helder gitaargeluid en die krachtige stm met ‘grain’. Ergens zingt hij in dit nummer ‘Preston Shannon is in town’. Dat zullen we geweten hebben! Blues standard ‘It Hurts Me Too’ (Tampa Red nam het als eerste op in 1940) is één van die songs die Elmore James’ faam uitmaken, maar Preston heeft het zich volledig eigen gemaakt. Hoewel! Tegen het einde aan heeft hij het plots over de BB King’s Club, waar hij veel speelt en stelt dat ‘BB rubbed off on me’. Om dat te bewijzen speelt hij de song verder in de stijl van de bekendste van de ‘three Kings’.

 

The Way I Love You’ (ook op ‘Dust My Broom’) draagt hij op aan de ‘lovers’ in het huis. Preston monstert de reacties bij het publiek. Als dat lauw reageert, is zijn reactie prompt: ‘Only ten lovers?!’ ‘The Way I Love You’ is slechts één van de vele meeslepende nummers die je teleporteren naar Beale Street, mede dank zij Jans heerlijke sax break. ‘The Sky Is Crying’ mag niet ontbreken op deze hommage: het is de archetypische Elmore Jamessong, sinds hij het in 1959 uitbracht. ‘The Streets Will Love You To Death’ is dan weer vintage Preston Shannon: het stond al op ‘Midnight In Memphis’ en hij nam het met de Fuzzy Licks weer op voor ‘Dust My Broom’. De song ademt Memphis en nu is het de trompet van Floris die voor een straf coda zorgt. Preston zet dan het laatste nummer van het eerste deel in. De blazers hebben dan al het podium verlaten. Onze blues boy neemt zijn tijd om die intro uit te werken. Stilaan daagt het, bij de ene, dan bij de andere: we krijgen, nu al, een uitvoering van ‘Purple Rain’. En welke! We weten niet wat Prince van deze blues herwerking van zijn topsong vindt, gesteld dat hij ze kent daar op zijn cloud nine, maar wij zijn er onverdeeld gelukkig mee.

 

In deel twee citeert hij verder uit ‘Dust My Broom’, al of niet in connectie met Elmore: ‘Honky Tonk’, ‘Rolling And Tumbling’, ‘You Gotta Move’ komen langs, alsmede’The Feeling Is Gone’, waarbij Preston niet verzuimt zijn figuurlijke hoed af te nemen voor één der grootste soulstemmen aller tijden, Bobby ‘Blue’ Bland (wat zijn we nog altijd pissig omdat we de man pas op zijn retour live te horen kregen, op Peer!) De uitvoering van Preston-en-band is niets minder dan indrukwekkend. Nog iemand anders wordt in de al even figuurlijke bloemetjes gezet, tot twee maal toe zelfs: via ‘Breaking Up Somebody’s Home’ en ‘As The Years Go Passing By’ krijgt Albert King een welverdiende accolade. De afsluitende instrumental is tevens het dankwoord: Preston toont zijn warme waardering voor Fat Harry en zijn mannen. ‘Going Back To Memphis’, dat stond allicht in Prestons agenda in rood aangestipt aan het eind van deze toer. Of de blues ook echt ‘geboren is in Memphis’ is een met verstand en kennis niet te beantwoorden vraag, en het heeft ook geen belang, maar dat ze er leeft in de harten, dat staat buiten kijf. ‘Let’s do it again’ had Preston Shannon aan organisator Franky van de Ginste op ondubbelzinnige wijze laten verstaan. Daar zal iedere aanwezige wel voor te vinden zijn, na dit stomende concert!

 

Antoine Légat (27 03 14)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s