BERRY QUINCY in Arscene te Hansbeke op zaterdag 22 februari 2014:’…als goeie wijn nog beter wordt met de jaren, dan staat er ons met Berry Quincy nog veel goeds te wachten’

…ook te lezen op http://www.rootstime.be

Back To The Future’ zou het motto kunnen zijn van een avondje lekkere old school rock, geserveerd door een sextet Leuvense jongeren. Het ontbreekt Berry Quincy immers niet aan passie en gedrevenheid, en evenmin aan creativiteit want in tegenstelling tot vele gelijkaardige bands, meestal bevolkt door muzikanten die een pak ouder zijn, hoeven ze niet terug te vallen op andermans huisvlijt om een volwaardige set uit te bouwen. Dat we een prima concert kregen voorgeschoteld is voor een stuk te danken aan het… konijn met pruimen van de gastvrouw van Arscene in het stille Hansbeke, deelgemeente van Nevele. Nee, geen grap: we krijgen van de bezoekende artiesten keer op keer te horen dat ze als koningen, resp. koninginnen ontvangen werden en dat aan van alles gedacht werd om het hen zo aangenaam mogelijk te maken, toch een voorwaarde om goed te kunnen presteren.

 

De omgeving doet er ook toe: een ruime foyer, een knusse zaal, die eigenlijk een studioruimte is en daardoor een ‘droge’ klank, dus zonder nagalm, garandeert. Voor muzikanten die onze nationale visbokalen en schimmige achterzaaltjes gewend zijn, is dat soms wennen, maar achteraf is men unaniem opgetogen: de sound is prachtig want er is er geen. Nee, we maken hier geen reclame: wat we neerpennen, komt van de muzikanten en het publiek zelf. Dat de zaal maar matig gevuld was, ligt natuurlijk aan de relatieve onbekendheid van de band, die nochtans al enkel sporen naliet in het medialandschap. Zo werd ‘Denny’ gebruikt als begingeneriek voor ‘Ten Oorlog’ op Eén. Dat nummer staat op de eerste cd ‘Berry Quincy’, een productie van Robin Aerts (Het Zesde Metaal, Kvartett, Silver Screen Sirens…) De groep bestaat amper twee jaar, maar toch is het werk al begonnen aan een opvolger. Intussen kwamen ze de eersteling voorstellen, voor het eerst zo ver westwaarts van hun eigen niche, hebben we begrepen.

 

We gebruiken met opzet en niet zonder ironie ‘niche’ omdat wat Berry Quincy doet niet meer trendy is. Het zal hen en hun publiek worst wezen. Wat hen echt wel bekommerde, was of ze niet te luid speelden. Met zes man, een volledig drumstel, elektrische bas, keyboards en twee gitaren kan (en moet) de band flink wat volume voortbrengen, en rock blijft rock, ook in het kleine Arscene. Het was bijna vertederend te horen hoe zanger Dirk Leemans telkens weer de behoefte voelde te vertellen of het volgende nummer luider of stiller zou gaan. Maar niemand vluchtte gillend weg en persoonlijk zijn we andere dingen gewoon. Dit publiek, waaronder leden van lokale rockbands, had meer oor voor de songs, de variatie, de technische beheersing van de instrumenten, de afwerking, de prima zang ook. Ook pianist Tim Beernaert weet wat zingen is. Met zijn baard ziet hij eruit als lid van bands als Grandaddy, Fleet Foxes of Bon Iver, maar zijn krachtige zang maakt hem tot een uitstekende tweede zangstem voor de band. Vocale harmonieën zijn er (nog) niet, maar als ze samen zingen gebeurt er wat.

 

Tim zette in met ‘What Doesn’t Kill You’ en liet meteen dat eigen cachet horen van zijn stem. Met ‘Rip It Off’ komt Dirk op podium, verdwijnen verruilt drummer Maarten Degeest de borstels voor drumsticks, en komt ook de tweede gitaar in aanslag: ons viel de doordachte taakverdeling op tussen Pieter-Jan Vanstockstraeten en Piet Vanbeckbergen. Bassist Tom Sledsens blijft letterlijk en figuurlijk op de achtergrond maar draagt wel degelijk zijn steentje bij aan het knappe totaalgeluid. In het eerste deel krijgen we, naast het van de cd afkomstige ‘Summerfair’, een nieuw nummer voorgeschoteld, al zijn voor de aanwezigen alle nummers ‘nieuw’. ‘Suck’ heet dit kleinood in het hardere segment en dat belooft voor de volgende plaat, want we horen een song die niet zou misstaan bij de Black Keys, Gov’t Mule of North Mississippi Atlas. De eerste set eindigt met twee prijsnummers uit de eerste: ‘Lonely Roller’ is een vlotte melodische song, die velen hier charmeert. ‘Rose On The Hill’ sluit de cd én deel één af. Het begint als een ingehouden ballad en groeit naar een zinderende climax. ‘Rose Over The Hill’ volgens sommigen, maar het hoort nu eenmaal bij het genre.

 

Tijdens de pauze vangen we al goeie echo’s op, maar een goeie band weet precies dàn een tandje bij et steken. Dat tweede deel zet zeer sterk in met het felle ‘Sweet Pistol’ (ook de cd opener): het handgeklap en de footstomping van het begin, de herhaling van de slagzin ‘Go down below me…’, het stillere, spanning opbouwende middenstuk en de intense finale maken er een feest van. ‘For A Stranger’ vervolgt al even sterk met de opzwepende kreet ‘You gotta let it go’. Ongewoon, maar achteraf beschouwd heel typerend, is de keuze van ‘een nummer van Elvis Presley, maar in de stijl van Johnny Cash’. ‘Run Down (For A Long Time)’ (ook bekend als ‘God’s Gonna Cut You Down’) is een traditional die het midden houdt tussen een gospel en een murder ballad, een godsvruchtige waarschuwing aan zondaars dat God straft, hoe hard ze ook weglopen. De grote Odetta vertolkte het in 1956 op ‘Sings Ballads And Blues’, Elvis is maar één van de velen die het daarna opnam en ook Cash had een versie (op de postume ‘American V: A Hundred Highways’ in 2006) Ook Moby maakte er een eigen interpretatie (‘Run On’) Wij vinden het hier klinken als Nick Cave en da’s ook al geen kwaaie referentie!

 

You Give Me’ met zijn expressieve parlando vormt de brug naar een tweede cover, van Muse ditmaal. ‘Uprising’ krijgt een passende, grootse uitvoering en we betrappen er ons op het welbekende refrein (u weet wel: ‘The will not force us…We will be victorious’) luid mee te brullen. We hopen dat Matthew Bellamy, de zanger-gitarist van Muse, het niet gehoord heeft… De set kan niet beter afsluiten dan met ‘Denny’, van de generiek van ‘Ten Oorlog’: denk hierbij aan de Shadows, waarin Hank Marvin bijgestaan wordt door de guru van de surfmuziek, Dick Dale. Ritmisch handgeklap ondersteunt het slagwerk in deze uitbarsting van levensvreugde. Er kan één bisnummer af. De hele cd hebben ze gespeeld, maar waarom niet de song brengen die ze als openingsdans op de trouw van een bekend TV kok brachten? We worden gewaarschuwd: we krijgen een voor Berry Quincy behoorlijk atypische song…

 

En inderdaad, de band zet ‘All I Need Is You’ in, een song die Ray Charles opnam in 1971, maar het bekendst werd in de uitvoering van Sonny & Cher. In 1979 maakten Kenny Rogers en Dottie West er opnieuw een grote (country) hit van. Het mag dan een beetje aan de stroperige kant zijn, het is een mooie song met een refrein dat zich in je hersens nestelt en er –helaas!- weigert weer uit te vertrekken. Maar het is al bij al een leuke manier om een einde te breien aan een gezellige avond, die aan de bar wordt verder gezet, helemaal ‘old school’ dus. Tijd om te vragen waar de naam vandaan komt. ‘We wilden geen naam met ‘The..’ ervoor. Toen we in Frankrijk aan tafel zaten te broeden op een groepsnaam viel ons de fles wijn op: ze kwam uit de gemeente Quincy in de regio Berry van het departement Cher… En Berry Quincy was geboren!’ Tja, in elk geval stukken beter dan Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich uit de sixties! En als goeie wijn nog beter wordt met de jaren, dan staat er ons met Berry Quincy nog veel goeds te wachten…

 

Antoine Légat (25/6 02 14)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s