Hans MORTELMANS GROEP & GUESTS (Koen DE CAUTER, Jokke SCHREURS en Marc LELANGUE) in Banana Peel te Ruiselede op maandag 20 januari 2014: ‘…een schitterend concert was dit, waardig om bijgeschoven te worden in de pantheon van grote avonden die Banana Peel al decennia lang verzamelt en een passende hulde aan een reus uit de muziek van vorige eeuw’

Grenzen zijn er om te doorbreken. De Banana Peel Jazz & Blues Club zal binnen afzienbare tijd een halve eeuw lang (kan een club Abraham of Sarah zien?) de blues in ruime zin hebben uitgedragen en in mindere mate de jazz. Er was altijd plaats voor een uitstapje naar een verwante regio: zo begon deze odyssee in de sixties met Miek & Roel (en Roland als bluesnoot), zo is er elk jaar de Dylan Tribute van Derek, Bruno Deneckere en Nils De Caster  (door de betrokkenheid van deze laatste in ‘The Broken Circle Breakdown’ verschoven naar oktober) Zo heeft Banana Peel elk jaar zijn intussen wereldberoemde podium veil voor één of meer projecten uit de Djangofollies, het project rond Django Reinhardt, de Manouche zigeuner en kosmopoliet die toevallig een Belgisch paspoort had (°1910 in Liberchies, Wallonië), die met beperkte middelen de gypsy swing of swing jazz uitvond. Het zou erg zijn moest er vanuit zijn geboorteland geen initiatief gestart zijn om de leider van de Quintette du Hot Club de France blijvend te eren.

 

Djangofollies kwam er in 1994 door toedoen van twee mensen: gitarist, klarinettist en sopraansaxofonist Koen De Cauter en de organisator van het nog immer gratis Brusselse festival Brosella, Henri ‘Rie’ Vandenberghe. Beiden staan koppig op de barricaden ter verdediging van Django en zijn erfenis (en van alle muziekjes die onder druk van een meedogenloze commercie in hoek staan waar de klappen vallen) Vanaf 1975 speelde Koen met zijn Waso Quartet de muziek die Django gepionierd had. Het vervolg mogen we als bekend beschouwen. Rie vertroetelde zijn troetelkind en bracht jaar na jaar de juiste namen naar Djangofollies. Verjaardagseditie 2014, onder auspiciën van de ‘Vrienden van Brosella’ en ‘Les Riches Claires’, ging de tweede helft van januari door op 25 locaties. Op vier plaatsen was de Hans Mortelmans Groep te bekijken.

 

Wat komt dialectzanger (in het Aantwaarps, of beter gezegd, in het Wommelgems) Hans Mortelmans doen in deze context? Alles! De singer-songwriter zocht in 1995 doodgemoedereerd Koen De Cauter op met de expliciete vraag hem gitaar te leren spelen zoals Django en liedjes te schrijven zoals George Brassens. Da’s een hele boterham en Koen moet vaststellen dat prille Hans aan zichzelf wel heel hoge eisen stelt. Maar om één of andere reden zegt Koen niet nee. Waar een Will is, is een Tura, zegt geen spreekwoord, en Hans blijkt een keiharde werker, die er bovendien de juiste rolmodellen uitpikt. Zo is streekgenoot Wannes Van de Velde een derde gigant om in de knoesels te bijten. Zelf zien we Hans voor het eerst in het duo toneelstuk (met Deborah Cerrens) ‘Le Bal Perdu’, waarin Hans de rol vervult van een jaren dertig musette muzikant, zwerfkat en zuipschuit, én tegelijk van diens hedendaagse nakomeling, een dubbelrol die Hans ligt, althans toch het eerste deel ervan, die van bohémien, niet die van drankorgel, want Hans leert accordeon spelen voor de voorstelling, en daar is al de Groep, een steeds beter gesmeerd kwartet dat hem sinds 2005 bijstaat. Vanaf 2007 zal het gezelschap tweejaarlijks een cd uitbrengen, de vierde, ‘Zand’, in 2013, een proces waarin hij zich steeds nadrukkelijker profileert als baanbreker en voortzetter van de krijtlijnen die Wannes uittekende…

 

In 2009 komen Koen, Hans en Jokke Schreurs al eens bij elkaar om een Django programma ineen te boksen. Dat loopt op niets uit, maar het contact is gelegd. Gitarist Schreurs is ook al zo’n bezige bij, die zich even goed thuis voelt in de swing jazz van Django, als de jazz van Duke Ellington, de tango nuevo van Astor Piazzolla of de botsautoklanken van Guido Belcanto… en ga zo nog maar even door. In 2010 botsen Hans en Jokke op Marc Lelangue, een West-Vlaming die zich omturnde tot Brusselaar (met alle guitige taalkundige gevolgen van dien) en die de oude blues ingeslikt heeft. Een supergroep is in de maak met de Hans Mortelmans Groep, gitarist Lodewijk Dedain, (bas)klarinettist Lieven Keymolen, staande bas Benny Van Acker, versterkt met het koortje van de ‘Dedain Sisters’, Joke en Valerie, uiteraard familie van Lodewijk… én van Hans vermits hij met één der dames gehuwd is en Lodewijk dus zijn schoonbroer is. Daar zou overigens nog familie bijkomen in BP, maar dat is voor verderop… Voeg daarbij Koen De Cauter, Jokke Schreurs en Marc Lelangue als ‘guests’ en je krijgt een ijzersterke line-up. Het komt tot een eerste optreden tijdens de folkdag van het Brosella Festival, duidelijk van aard om deze bundeling van krachten in het programma van Djangofollies te schuiven.

 

Maandag 20 januari 2014 was het zo ver: de kleine Bühne van BP kreunde onder de instrumenten en de stoelen van negen mensen. Het kon er allemaal net op en vermits de vloer het niet begeven had tijdens de soundcheck, was het te hopen dat het geluid geen spelbreker zou zijn, niet zou te lijden hebben onder deze veelheid. De lokale geluidsploeg had vooraf twijfels maar zou het optreden in goede banen leiden, alles netjes in balans. Wanneer het geen zuivere blues is, durft het traditionele publiek van Banana Peel al eens in mindere getale op de maandagse afspraak zijn, maar iedereen lijkt het belang van dit project goed ingeschat te hebben en BP zit dan ook tjokvol, zowel met getrouwen van de club als liefhebbers van het genre…  de genres, moeten we zeggen, want eigenlijk gaat het om een gigantische kruisbestuiving. De aanwezigen hebben gelijk: het negental zal tot de klassieke avondklok (elf uur) een concert neerzetten dat als ‘onvergetelijk’ geboekstaafd mag worden.

 

Het begint al meteen met ‘Douce Ambiance (Zuut Lawijt)’ dat de instrumentalisten de kans geeft om de messen te scherpen. Met ‘Joseph’ snijdt Hans het thema van de avond aan: Joseph was een iets jongere broer van Django, diens slaggitarist en algemeen gesproken ‘de zichzelf vergetende vazal van grote broer, de trouwe drager van zijn gitaar en hij die Django voorzag van reservesnaren bij had[’ (naar Charles Delaunay) Toch was hun verhouding niet altijd even rooskleurig en bovenal, Joseph had zijn eigen verdiensten, die vooral na de dood van zijn broer zouden blijken. Het was hoe dan ook niet vanzelfsprekend om in de schaduw te staan van zo’n genie. Trouwens, de slaggitarist is in de gypsy jazz een heel belangrijke figuur: met hem (haar) staat of valt het optreden. Dat kwxam heel even aan bod en je zag kenner Koen met kritische blik Lodewijk monsteren. Die zou zich echter prima uit de slag trekken.

 

Het wordt al eens over het hoofd gezien bij zoveel muzikaal geweld, maar Hans Mortelmans is een uitstekend en expressief zanger: zoals bij Wannes is zijn accent geen hinderpaal om te begrijpen waarover hij zingt. En hij dirigeert wel degelijk het gebeuren, al is hij van nature een eerder schuchtere persoon. Vanavond is niets ondoordacht: Marc Lelangue mag, enkel begeleid door Koen op soprano en klarinet, aan de bak met ‘Funky Butt (Buddy Bolden’s Blues)’. Da’s dan een hoed af in de richting van New Orleans, ook ‘aanwezig’ op deze avond, al is het maar in de onderstroom, en vooral een hommage aan de vroege jazz, aan wat voor Django komt. Het was immers zowat de signatuursong van Charles Joseph ‘Buddy’ Bolden, of King Bolden, kornetspeler die een sleutelfiguur was in de ontwikkeling van de ragtime en zo een vroege pionier werd van de jazz. Zijn invloed was kort maar hevig: omdat hij op zijn 30e in 1907 met schizofrenie werd opgenomen in een instelling zijn er geen opnames van hem gemaakt, of toch niet bewaard…

 

Hans brengt ‘Showbizz Blues’ (uit debuut ‘Wielen’), niet zonder eerst de bekentenis af te leggen dat hij ooit ervan droom de te zijn als Brassens: ‘Héél beroemd en héél bescheiden…’ Het mag ondertussen duidelijk zijn voor wie het nog niet weet dat Hans en zijn team graag lol trappen. Dat ze dan zélf op de schietschijf plaatsnemen kan de pret niet drukken, integendeel. Jezelf kunnen relativeren is het begin van de wijsheid. Het gezelschap stort zich dan op weer een andere muziekvorm, de Kaapverdische morna, die men kent van Cesaria Evora. Ook dàt is muziek opgetrokken uit louter verdriet, wat Hans uitdrukt in ‘El Mina’, een nummer over een zwarte bladzij in de Oost-Indische Compagnie, waarbij de schepen dienden om de in het Portugese fort El Mina gevangen zwarten van Benin over te brengen naar Suriname. Een stuk vrolijker maar al even maatschappijkritisch is ‘De Bedwants’, een calypso die ooit een wereldhit was als ‘Bed Bug Song’, maar in feite zijn er een heleboel ‘bed bug songs’. Ze vormen namelijk de wraak van de Caraïbische minus habentes op hun machtige onderdrukkers. Dat de vieze beestjes zullen bijten in de billen van de dochters der rijken kan een magere troost lijken, maar wij doen ons voordeel aan zoveel melodische en ritmische rijkdom.

 

We bekennen dat we hier elegant voorbij gaan aan de onophoudelijke instrumentale hoogstandjes (en dan bedoelen we beslist niet alleen de vingervlugheid: het is zo veel méér dan virtuositeit!) waarop Jokke, Koen, Lodewijk, Hans (ook op accordeon) en Lieven (vaak in afwisseling met Koen) ons vergasten. Marc soleert niet, maar de occasionele inbreng van de ‘West-Vlaamse francofone neger’, zoals Hans hem betitelt, heeft dan weer een heel eigen kwaliteit. Functionele Benny zal gans op het einde zijn eigen ding doen, maar is verder de functionaliteit in persoon. De laconieke commentaren die Hans voor de beide ‘backing vogels’ schreef en die ze op ogenschijnlijk neutrale toon zingen zijn om je te bescheuren (al hadden we hen graag gehoord in het sublieme ‘Banjo Reingoldt’ met zijn pientere thematiek en knotsgekke rijmen)

 

We zijn al aan de pauze toe, maar het achtste en laatste nummer is bijzonder, want een jonge zangeres bestijgt wat er nog aan podium rest. We schatten haar zestien. Nette Mortelmans blijkt ze te heten en, jawel, … ze is de dochter van Hans! In vlekkeloos Engels, toonvast en met een heel aangename stem zingt ze ‘I’m Beginning To See The Light’, jazz standard van Duke Ellington (1944) Het jonge meisje is niets minder dan een openbaring: ook in het tweede deel zou ze met hetzelfde gemak en dezelfde zwier zo’n song brengen, nl. ‘Romance In The Dark’ (van en door de jong gestorven Lil(ian) Green, 1940), dat ze als derde bisnummer hernam.  Wat er ook van zij: met Nette is de opvolging blijkbaar al verzekerd. De opvolging van Koen is daarentegen al lang verzekerd (al lezen we hier en daar dat hij vier zonen heeft, omdat Wikipedia van piano spelende dochter Vigdis een jongen heeft gemaakt…) Het tweede deel zet hij in met ‘Réflection’, heerlijk nummer uit ‘La ronde des jurons’ van Waso (1995) We vernemen dat hij dit nummer geen naam kon geven, maar dat… Wannes met de titel voor de proppen kwam. Die duivelse Van de Velde toch…

 

Hans laat niet na te melden dat zelfs de vele naziofficieren vielen voor de swing jazz van Django. Die was van Londen naar Parijs teruggekeerd… waar hij uiteraard verrast werd door de Duitse triomf. Hij zou nog proberen te vluchten maar dat draaide telkens op niets uit. Dat Django fans had bij de Duitse stafleden was de (hoofd)reden waarom hij als gypsy en als maker van Entartete Musik toch buiten schot bleef. Volgend hoogtepunt toont nog eens de aparte klasse van Wannes Van de Velde: een geweldig fijne uitvoering van ‘De Kleuren van de Steden’ krijgt een bekroning met een magistrale sopranosolo van Koen. Tijd voor Jokke om solo uit te blinken in een lied voor ‘Fernando Gonzales’. De moeilijkheidsgraad is omgekeerd evenredig met het gemak waarmee de man zich door het nummer werkt. Als is ‘werken’ hier misschien niet de beste woordkeuze. Op naar Napoli voor het het ‘Preludio su ‘Lu Guarracino’’, een oud lied in een bewerking van het folk-world-jazz trio van de hier erg ondergewaardeerde Antonello Paliotti, een gracieus instrumentaal intermezzo, een gepaste opmaat voor ‘De Forel’. Dat is dan weer een vrije bewerking van Brassens’ ‘Comme une soeur’.

 

Stand-up comedy, dat hadden we nog niet gehad! Al was het wel iets meer ‘sitting down comedy’ want ‘Send My Body To Bourbon Street’, een lied van Jean-Pierre Froidebise, een vriend van Lelangue, is aanleiding tot een verbaal steekspel, waarbij zowel de Franch Quarter van New Orleans, de Centre Carré van Luik als carré confiturekes figuurlijk door het zwerk zweven. U hoeft het niet te begrijpen: dit is nu eenmaal het land van Jeroen Bosch, René Magritte en Paul Delvaux! Van dit lekkere bluesje vindt u op het net wel clips met Froidebise en Lelangue. ‘Doktor Jazz’ brengt Hans en petit comité, met Lieven en Koen is amicaal duel. De titel verwijst naar Luftwaffe officier Dietrich ‘Doktor Jazz’ Schulz-Köhn (1912-1999), die Django in moeilijke tijden een hand boven het hoofd hield. Het blijft in de familie met een finale die gewijd is aan ‘Nonkel Staf’. Hans haalt het accordeon boven voor de ode aan de intussen 94-jarige oom. Het nummer blijkt een gedroomde meezinger te zijn. We hebben de BP zelden zo uit de bol weten gaan en luid weten zingen als met dit onverwoestbare refreintje. En wanneer alles voorbij lijkt, steekt de anders zo gereserveerde, maar vandaag bijzonder goedgeluimde Koen De Cauter weer de vlam in de pan, en hop, de Banana Peel is weer aan het schallen.

 

Marc Lelangue  brengt als eerste bis een hartverscheurende blues, waarbij eens te meer opvalt dat de man inderdaad in het verkeerde land en in de verkeerde tijd is geboren. Je komt niet veel dichter bij Charley (Charlie) Patton of Robert Johnson, zo lijkt het wel. Van de Veldes ‘Stadscoupletten’, waarbij alle protagonisten beurtelings een strofe zingen is een machtig orgelpunt met aan het eind Wannes’ wijsheid: ‘Van den allerbeste wijn zou ik geren willen drinken, van den allerbeste wijn, maar ik zou er niks aan vinden op mijn eentje, zonder vrienden, ’t zou ‘ne zuren beker zijn, van den allerbeste wijn…’ Omdat het publiek er niet genoeg van krijgt komt Nette nog een keertje op. Voor wie het niet duidelijk is: een schitterend concert was dit, waardig om bijgeschoven te worden in het pantheon van grote avonden die Banana Peel al ruim 46 jaar verzamelt en een passende hulde aan een reus uit de muziek van vorige eeuw.

 

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s