Daithi RUA in de Appel van Verleiding te Merendree op zaterdag 14 december 2013: ‘Dat het de Ier mettertijd gelukt is om even goeie songs te schrijven als degene die hij van anderen geleend heeft, laat een concert als van de Appel van Verleiding duidelijk horen, met in het eerste deel de songs van nieuwe cover-cd ‘Stuff That Works’ en in het tweede bijna uitsluitend de liederen van zijn reguliere albums ‘Black Fox’ en ‘Dream, Never Fear’’

zie ook www.rootstime.be  !

David Donegan is een singer-songwriter uit County Offaly, Ierland, die onder het pseudoniem Daithi Rua (‘Rooie David’ in Gaelic… en zeg ‘Dachi’) optreedt, voornamelijk in Ierland, Noorwegen, Duitsland en België. Gent is sinds de millenniumwende zijn uitvalsbasis, al brengt hij ook veel tijd door in Oslo. Volgend jaar zit hij een kwarteeuw in het vak. Hij bracht lang geleden een eerste full cd uit ‘Better The Devil You Know’, 2002), maar die is al lang niet meer verkrijgbaar en een aantal veelgespeelde songs heeft hij in een meer actuele vorm hernomen op ‘Dream, Never Fear’, de eerder dit jaar verschenen opvolger van wat hij als zijn echte debuut beschouwt, ‘Black Fox’ (2010) Zette ‘Dream, Never Fear’ zijn eigen repertoire a.h.w. op punt met versies van de songs die hij al een hele poos speelt, dan was er toch nog een blinde vlek in zijn discografie, want Daithi staat eveneens bekend voor de krachtige uitvoering van andermans werk, waar hij overigens een fijn oor voor bezit.

Zo kort na zijn laatste studio-album lijkt het vreemd, maar hij besloot een aantal van die pareltjes live op te nemen… nee, niet in zijn toilet, zoals het hoesje suggereert, maar wel in zijn Gentse woonkamer. Een belangrijke motivatie was wellicht dat nogal wat mensen vragen stelden over die liedjes, die hij live altijd kaderde. Wat er ook van zij, plots verraste hij iedereen met ‘Stuff That Works – The Home Demos’, een verzameling genoemd naar een song van Guy Clark en Rodney Crowell. Deze cd bevat lang niet alles wat Daithi op podium brengt. Hij legde een bepaalde lijn in ‘Stuff That Works’: elf songs zijn van de hand van Amerikaanse singer-songwriters. Om toch de band met Ierland niet gans door te knippen, is er één song van een landgenoot bij, maar de beelden die Mick Hanly hanteert in ‘Wooden Horses’ verwijzen uitdrukkelijk naar de Wild West. Het betekent wel dat ‘Ierse’ songs als ‘Falling Slowly’ (The Frames/Glen Hansard) en ‘The Island’ (Paul Brady), sterke items in Rua’s playlist, hun beurt nog moeten afwachten. Het resultaat van deze huisvlijt verkoopt Daithi nu uitsluitend op zijn concerten voor een zacht prijsje.

De démarche van Daithi Rua valt ook te begrijpen vanuit het feit dat hij begon als uitvoerder van andermans werk en slechts langzaam aan eigen songs toe kwam, eenvoudigweg omdat het resultaat van zijn schrijven het hoge niveau van die ‘covers’ moest halen. Dat dit mettertijd gelukt is, laat een concert als van de Appel van Verleiding, daar in het landelijke Merendree, deelgemeente van Nevele, duidelijk horen, met in het eerste deel de songs van ‘Stuff That Works’ en in het tweede bijna uitsluitend de liederen van ‘Black Fox’ en ‘Dream, Never Fear’. Het is niet de eerste keer dat hij hier in deze woonkamer staat: het eerdere concert (6 mei 2011; zie ons toenmalige verslag op Rootstime) was een succes, zodat Daithi zich meteen thuis voelde en het behoorlijk publiek ongeveer wist wat hen te wachten stond. Enkel ‘Who Killed Davey Moore?’ van Bob Dylan ontbrak in de live-uitvoering, maar wellicht was niemand aan het wachten op deze Dylaneske woordenvloed over de dood van wereldkampioen Moore.

David stak van wal met het straffe lied van Nanci Griffith, straf ook al omdat het over de Noord-Ierse kwestie handelt: ‘It’s A Hard Life Wherever You Go’. Zijn voorkeur voor klassenbakken als Guy Clark (‘Stuff That Works’, het kinderlijk-hilarische ‘The Cape’), John Gorka (‘Branching Out’, ‘That’s How Legends Are Made’), Steve Earle (‘Every Part Of Me’: ‘Steve schrijft zelden een love song, maar als hij het doet gaat het door merg en been’) en Tom Russell (‘Who’s Gonna Build Your Wall?’) is bekend. Tom Pacheco zit vaak in Noorwegen en Daithi heeft hem daar ontmoet: ‘She Belongs To The Rain’ is een magistrale liefdesverklaring, terwijl ‘Broken Piano’ een rake metafoor is voor de teloorgang van een ooit zo onverwoestbare liefde: ‘Love has a way to change from sunlight to shadow/ And love has a way to fade from within/And all that is left to recall what has been/Is a song known from LA to Berlin/and a broken piano in the Arizona desert wind…’ Er is een mooie opname van de song uitgevoerd door Tom Daithi en band op YouTube.

Buitenbeentje in dit hoge gezelschap lijkt ‘Rhinestone Cowboy’, monsterhit in halverwege de seventies voor gladde cowboy Glen Campbell, redenen genoeg om die song niet koosjer te vinden, al is Campbell altijd een vakman geweest met een neus voor goed materiaal. Daithi hoorde die song toen hij nog erg jong was en is blijven houden van deze compositie van Larry Weiss (die ook medeschrijver was aan hits als ‘Bend Me Shape Me’ en ‘Hi Ho Silver Lining’) Het gebeurt wel vaker dat je plat gespeelde songs, of songs die in een minder gelukkige versie al te bekend werden, herontdekt via de ‘juiste’ uitvoering: we denken aan ‘Besame Mucho’ door Cesaria Evora gezongen zoals het moest, of recent: ‘Wanna Dance With Somebody’, dat Scott Matthew smachtend brengt. Of nog: ‘Gentle On My Mind’ zoals Seasick Steve dat herschiep op Leffingeleuren. Na de pauze wierp Daithi zich in zijn bekende energieke stijl en met zijn fraaie Australische Cole Clark Guitars op vertrouwd materiaal als ‘Causeway’, een voorzichtige meezinger, ‘You Be The Judge’, ‘Deja You’, ‘More Than I Can Say’, het verzoekje ‘Zaventem My Girl’, anti-Irakoorlogsong ‘Commander In Chief’, het in alle jaargetijden passende ‘A Happy New Year’, ‘Loving All The Rain’, ‘From Monkey To Man’.

Daartussen zat één song van Ierse collega, de in Nederland residerende Albert Nyland, ‘The Kings Of Kilburn High Road’ (over de Ierse immigranten die tegen een hongerloon in Londen kwamen werken… en er nooit weg raakten) Drie extra’s konden er nog af. ‘If I Needed You’ is dan wel gemeengoed geworden sinds het lied van Townes Van Zandt een cruciale scene begeleidt in ‘The Broken Circle Breakdown’, en het valt op dat zovelen hier het refrein meezingen, maar Daithi speelde het al lang vóór de hype. Ook Adam James Sorensen bracht het een week tevoren in De Blauwe Plek, maar in een veel minder ‘klassieke’ vorm. Dit liefdeslied dreigt het lot beschoren, dat we in vorige paragraaf hebben geschilderd… maar het blijft vanzelfsprekend een wondermooi statement. ‘Before You Leave’ neemt het op voor het handvol overblijvende inwoners van het om al bij al onduidelijke redenen ten dode opgeschreven Doel. Daithi sluit met een nieuwe song, gepend voor een veel te jong gestorven vriend uit Oslo. Trompettist Chris was van Japanse origine. Daarom heet dit vertederende afscheidslied ‘Oyasuminasai’, Japans voor ‘goeie nacht’.

 Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s