THE HOLMES BROTHERS in De Villa van N9 te Eeklo op zaterdag 30 november 2013: ‘Ze steken van wal met ‘Amazing Grace’ en dat is dan meteen van zulke fenomenale schoonheid dat alle andere overpeinzingen plots héél vér weg zijn’

Zie ook Rootstime met fraaie foto’s van Lieve Boussauw

Waardig oud worden’, ‘muziek houdt jong’, ‘de jaren hebben geen vat op deze ouwe taaien’, ‘kranige oudjes’, het zijn enkele van de oneliners en omschrijvingen die je voor en vooral na de passage van The Holmes Brothers in De Villa van de Eeklose N9 hoort gonzen. Geen wonder: van sommige aanwezigen zou de leden van het trio de (over)grootvader kunnen zijn. De origine van de groep gaat inderdaad terug tot het eind van de jaren vijftig, als oudste broer Sherman Holmes zijn studies compositie en muziektheorie aan de Virginia State University opgeeft voor een job als muzikant bij Jimmy ‘Handy Man’ Jones (1959) Op dat moment hebben de broers al een hele scholing achter de rug: de gospel  met hymnen, kerkzangen, spirituals; en de blues van hun jonge jaren in Christchurch, Virginia, het kerkkoor, Sherman die, vooraleer hij de bas opneemt, klarinet en piano studeerde, terwijl Wendell Holmes zich toelegt op trompet, orgel en gitaar. Gaandeweg hebben ze hun eigen bandje, The Savilles, een goede leerschool, omdat ze er diverse grootheden mee begeleiden, maar ze splitten in 1963. De broers ontmoeten drummer Popsy Dixon, ook uit Virginia. De vriendschap wordt zo stevig dat Popsy alras als hun ‘broer’ beschouwen.

 

In 1979 treden de drie eindelijk aan als The Holmes Brothers, in hun huidige configuratie (Wendell gitaar-piano, Sherman bas, Popsy drums en alle drie vocalen, vaak  in close harmony – hun waarmerk), soms met extra muzikanten. Ze verhuizen naar Harlem, New York, waar hun loopbaan vorm krijgt, en in 1990 verschijnt eindelijk hun debuut ‘In The Spirit’, gevolgd door nog diverse platen op Rounder Records. Dat belet niet dat Peter Gabriel hen tussenin, in 1992, als eerste Amerikanen tekende op zijn Real World Records. De activiteit die ze hierna ontplooien is niet vlug samengevat, maar namen als Gabriel, Joan Osborne (een oude kennis van hen, van in New York), Van Morrison en zelfs Bob Dylan komen ze op hun pad tegen. De laatste jaren nemen ze op voor Alligator Records. ‘State Of Grace’ uit 2007 is een pareltje in zijn genre, met zalige versies van ‘If I Had A Boat’ van Lyle Lovett, ‘(What’s So Funny ‘bout ) Peace, Love And Understanding’ van Elvis Costello en een gospel versie van… ‘I Want You To Want Me’ van Cheap Trick! Wendell worstelt met kanker maar overkomt de vreselijke ziekte, wat zo’n beetje het Leitmotiv is van ‘Feed My Soul’ (2010) Dit jaar verschijnt ‘Brotherhood’, met ongeveer de helft originelen, en daar zouden ze, niet onverwacht, een aantal nummers uit brengen…. Zoals het slotnummer dat het schopte tot het tweede en onofficiële volkslied van de Verenigde Staten.

 

The Holmes Brothers steken inderdaad van wal met dat ‘Amazing Grace’. Da’s dan meteen van zulke fenomenale schoonheid dat alle bedenkingen over ouderdom plots héél vér weg zijn. Natuurlijk staan hier geen jonge bloedjes en uiteraard wil de geest op die leeftijd soms meer dan het lichaam aankan, maar de broers blijven goeie instrumentalisten begiftigd met heerlijke stemmen. Precies door hun ervaring en hun métier, maar ook door hun inzet en overtuiging en zonder twijfel ook hun geloof, groeit dit breed uitgewerkt anthem uit tot vroeg hoogtepunt. We hebben ‘Amazing Grace’ nooit zo gloedvol, nooit zo intens uitgevoerd gehoord. Je moét dit stadium in je leven bereikt hebben, zo dicht bij de eeuwigheid gekomen zijn om zo’n getuigenis af te leggen van het leven en van je stiel, gratie en genade die inderdaad verbazingwekkend zijn. Als het optreden bestaan had uit de uitvoering van dit éne nummer, we waren tevreden huiswaarts gekeerd. Maar we krijgen wonderlijk genoeg nog zo’n twintig heerlijk zoemende en zacht wiegende gospels, ballads, slepers en slow blues, alternatief funky rockers met verbazend veel punch, met daartussen instrumentale nummers van divers pluimage.

 

Zo serveren de broers voor de pauze uit ‘Brotherhood’ het door Wendell gezongen ‘Soldier Of Love’ (Wendell zong het vaakst lead, de anderen wisselden af), terwijl Sherman ‘Drivin’ In The Drivin’ Rain’ voor zijn rekening neemt. Popsy staat in voor een swingende versie van ‘Stormy Monday’. De drummer zingt af en toe met de falset, met hoge uithalen, zodat hij de stijl van de Neville Brothers benadert. Wendell gaat af en toe aan de keyboards zitten: hij voorziet de op New Orleans geënte slow ‘Come Back Baby’ van een geweldige pianosolo. Ook op gitaar gaat hij af en toe tekeer met een vingervlugheid omgekeerd evenredig met zijn geboortebewijs. Er zit af en toe een foutje in, maar niks dat het algehele muzikale gevoel verstoort. Bekende songs in een nieuw jasje stekken, The Holmes Brothers deden dat wel meer. ‘I Want You To Want Me’ krijgt in deze statige, haast gewijde versie een totaal andere geladenheid, dicht bij het ‘Glory Hallelujah’ dat het eerste deel vroom eindigt. We voelen ons al véél veiliger voor de duivel… Duvel uitgezonderd, natuurlijk.

 

Tijdens die break hebben de meeste muzikanten er nood aan om zich even terug te trekken om zich in alle privacy te focussen op wat komen gaat. Maar voor de brothers hoeft niets zo nodig. Die zitten rustig met de toehoorders te keuvelen in de buurt van de merchandising, gerund door de Duitse tourmanagers van het trio (en van vele anderen overzeeërs die in Europa een tijd ‘kamperen’) Rolf Schubert is uitermate fier op zijn mannen: ‘Zo’n twintig jaar geleden heb ik hen voor het eerst begeleid…en sindsdien altijd’ stelt hij met glinsterende ogen. Het tweede deel start al bijna even indrukwekkend als het eerste met ‘He’ll Have To Go’ dat countryster Jim Reeves in 1959-60 tot een grote hit maakte, tot in de UK en Australië toe, maar dat wij aan deze kant van de grote plas associëren met Ry Cooder en diens versie op de historische want baanbrekende cross-over plaat ‘Chicken Skin Music’ (1976) Ook het vervolg is prijs: ultieme sleper ‘And I Love Her’ stond al op ‘Promised Land’ (1996) de ‘Neville Brothers’ uitvoering is aandoenlijk en zelfs hartverscheurend met Popsy in de huid van Aaron Neville.

 

Maar meteen daarop dissen de broers een potje up tempo funk op om u tegen te zeggen: ‘Got Myself Together Yeah And I’m Movin’ On’ heeft geen moeite om het publiek ‘higher’ te ‘getten’. We krijgen er zowaar solo’s bovenop, met een behoorlijk indrukwekkende drum stint.  Ook het daaropvolgende ‘You’re The Kind Of Trouble’ (van ‘Feed My Soul’) werkt aanstekelijk met zijn aan T-Rex (de band van Marc Bolan) refererende riff. ‘Feed My Soul’ zelf volgt met Wendells aangrijpende dankbetuiging aan zijn vrouw voor haar onvoorwaardelijke steun  tijdens zijn ziekte. Zij bleef bij hem, samen met de broers: ‘Net toen ik dacht dat ik je niet nog méér kon beminnen…’ Het gaat door merg en been. Nog vijf, zes songs volgen. Daarbij de aardige rocker met een country twang, ‘Whole Lotta Shakin’ Going On’. Minder lief gat het er aan toe in ‘Close The Door’ (uit ‘State Of Grace’). Sherman spuwt het uit: ‘I can’t stand your conversation, it brings out the worst in me’ Die relatie zal niet lang meer stand gehouden hebben, vermoedelijk!

 

Het laatste nummer is eigenlijk al meteen het bisnummer, dat Wendell aankondigt als ‘a parting song’, ‘God Be With You (Til We Meet Again)’, dat wel vaker het slot van hun set vormt. Om beurten zingen ze een strofe, maar het is de close harmony die ons dicht bij de hemel brengt. Het zou een gedroomde afsluiter zijn, maar de broers hebben er schijnbaar zin in, wellicht gestimuleerd door de fijne reacties van het publiek dat in deze kleine club haast op hun schoot zit. Ze brengen nog een bezield ‘Precious Lord’, meteen een hommage aan de ‘father of black gospel music’, Thomas Andrew Dorsey (1899-1993), die deze classic (zozeer dat men spreekt van een ‘dorsey’!) schreef nadat zijn vrouw gestorven was op het kraambed. Het is een fraai orgelpunt van een memorabel concert, de overwinning van het leven op de wrede dood. Een hele poos na het optreden (er moet nagekeuveld worden bij pot en Duvel) zetten we ons aan de tafeltjes waar de heren afgepeigerd wachten op vervoer. Iedereen welkom. De nodige kwinkslagen: het is alsof we mekaar al jaren kennen en in zekere zin is dat ook zo, onder gelijkgestemden. Ze nemen afscheid, Popsy als laatste. Plots keert hij zich om en neemt me vast: ‘Merry Christmas’ zegt hij zacht terwijl hij met zijn indringende ogen in de mijne priemt. ‘You too Merry Christmas, Popsy’.  Kerstmis kwam dit jaar bijzonder vroeg en, beste vrienden, minnaressen en bewonderaars: ik heb mijn cadeaus al gehad, één keer op het podium en één keer na het concert.

 

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s