CHICAGO BLUES FESTIVAL (met Linsey ‘The Hoochie Man’ ALEXANDER, Mervyn ‘Harmonica’ HINDS, Nellie ‘Tiger’ TRAVIS, Fabrizio ‘Breezy’ RODIO, Ronald SIMMONS & Pooky STYX) (support: Ries DE VUYST & Ed DESMUL) in Banana Peel te Ruiselede op maandag 2 december 2013: ‘Er waren veel betere edities van het jaarlijkse rondtrekkende festival, maar wie het pure amusement in de blues zoekt, wist dit pakket hogelijk te waarderen’

Zie ook www.rootstime.be

In 1970 kwam iemand op het idee om elk jaar een gelegenheidsgroep uit Chicago naar Europa te sturen. Het Chicago Blues Festival On Tour was geboren. Sinds een flink aantal jaren ontvangt de Banana Peel Blues (& Jazz) Club in Ruiselede die revue, telkens tegen het jaareinde aan en telkens twee maal. Het is een mooie traditie, die dan ook altijd weer voor een grote publieke opkomst zorgt. Het moet gezegd: al waren het beslist geen afdankertjes die afzakten naar de BP, de kwaliteit van die band was onderhevig aan kwaliteitsschommelingen. Da’s logisch. Het ging om telkens andere mensen die niet zelden niet eens mekaar kenden voor de toer, en dan, zoals begrijpelijk is, de nodige aanpassingstijd van doen hadden voor ze echt op mekaar ingespeeld raakten. Wie boekte in het begin van zo’n toer had meestal een iets minder gerodeerd geheel. Maar het ging uiteraard altijd om ervaren musici, en er waren in elke editie wel de nodige blikvangers. De gemiddelde kwaliteit ligt hoog. Dat konden we de laatste keren zelf vaststellen. Geen wonder: zij die de bands samenstelden zijn trouwens altijd zélf keien op hun instrument, zoals drummer Willy Hayes.

 

Maar vooraleer we ons daar konden over buigen, was er het voorprogramma, naar goede gewoonte bestaande uit lokale muzikanten, naar goede gewoonte een uitgekiende keuze. Ed Desmul kent men als zanger, gitarist, bluesharmonicaspeler en songschrijver. Zijn eigen band Ed & The Gators behoort tot de top van onze bluesbands, zoals we kort geleden zelf konden vaststellen in STAT68, nieuw concertcafé in Aalter (nieuw gitarist Fransman Alex Aks is een revelatie) De laatste jaren begeleidt hij vaak Texaanse artiesten op toer, o.a. James Hinkle en Wendy Colonna (hij speelde tevens op haar ‘Barefoot in Belgium’, tezamen met een keure andere Vlaamse musici onder de groepsnaam Lazybones) Omgekeerd toerde hij al een aantal keren in Texas. Met Bart ‘Crazy Harp’ Declercq startte hij een veelbelovend duo, waarin hij eindelijk wat meer zijn eigen werk op de voorgrond zou kunnen plaatsen. Het dom tragisch moto-ongeval van Bart maakte een eind aan de gespannen verwachtingen.

 

Ries De Vuyst is Nederlander, maar dan wel één van Zeeuws-Vlaanderen. Via bluesrockband Avalanche leerde hij de knepen van het vak in de jaren tachtig: die toerde veel door heen de lage landen en begeleidde kleppers als Lowell Fulson en Phil ‘Broer van Buddy’ Guy. Maar de akoestische bluesman had meer pijlen op zijn zang. Zo kwam hij ook op ‘Beyond The Flags’ terecht, protestsongs over oorlog en vrede, jaarlijks rond 11 november op de Bühne gezet van Cultuurkapel De Schaduw in Ardooie door een bont internationaal gezelschap (dit jaar vijf nationaliteiten!) Ook dit jaar maakte hij deel uit van de ploeg en deed hij ook enkele concerten met een andere Texaanse singer-songwriter, Tommy Elskes (we zagen ze in Gent, samen met Bruno Deneckere, Paul Seghers, Tom Dewulf) De laatste jaren zingt hij ook weer in het Zeeuws. Toen hij met Wendy Colonna & Lazybones toerde in Texas, bleek hij daar de enige Zeeuws-Vlaams zingende troubadour te zijn (wat ons om één of andere reden niet verwonderlijk toeschijnt), maar serieuzer is dat hij twee maal verkozen werd als beste Zeeuwstalige liedjesmaker (eigenlijk is dat Zeeuwse lied pas kort a.h.w. in het leven geroepen, maar kent toch al sterke vertegenwoordigers zoals Broeder Dieleman en Sjef Hermans van Champagne Charlie) Dat Ries in Vlaanderen ingeburgerd is, moge o.a. blijken uit het feit dat hij ook gitaar speelt bij de Propere Fanfare van De Vieze Gasten (Brugse Poort, Gent)

 

De combinatie van de twee is nieuw maar veelbelovend, zoals de zeven songs van hun korte set mochten bewijzen. De songs waarin Ed lead zong, staan (nog) niet op cd (‘Still On My Mind’, ‘I Do Nobody Wrong’, ‘Knock On Wood’, ‘Fast Gun’) Maar Ries’ ‘Ajje weggaat’, een typisch voorbeeld van zijn ‘plattelandsblues’, vind je wel op geluidsdrager, meerbepaald op ‘Killing The Blues’ (2011), het album waarop hij zijn ‘Zeeuwsheid’ affirmeert. Het is een plaat waar hij naar eigen zeggen dertig jaar voor moest rijpen om ze te kunnen maken…Ries zorgt voor het veruit beestigste moment van de hele avond met een lied over de geneugten van de landbouw: ‘’t Is wreed, de bieëten stoan er skone bie’, van het soort dat Seasick Steve ook graag te berde brengt. ‘Nog een geluk dat de bieten schoon staan…’ Deze ontboezeming van Ries De Vuyst hoor je in Banana Peel binnen ettelijke jaren gegarandeerd nog steeds vermelden, vooral ter gelegenheid van de volgende edities van het Chicago Blues Festival!

 

…Zo komen we naadloos bij het centrale gebeuren van de avond. Met de amusementswaarde van this year’s CBF zat het goed, maar kwalitatief bleven we op onze honger. We kunnen, willen en moeten respect opbrengen voor de artiesten, hun verleden, hun prestatie van de avond, geholpen door métier en een voorbeeldige inzet. De solisten kregen de handen op elkaar, er werd gelachen, gejuicht, meegezongen en er was interactie, de zeer solide ritmesectie werkte zich uit de naad en ‘master of ceremonies’, de jonge, bedreven en gedreven gitarist Fabrizio ‘Breezy’ Rodio (van Chicago maar duidelijk van Italiaanse komaf), deed er alles aan om alles aan mekaar te plakken. Maar het evenwicht is ver te zoeken in deze selectie. Gewoonlijk zit er een veteraan bij het gezelschap, maar dit jaar waren er twee, mensen die de Chicago blues altijd voorbeeldig hebben vertegenwoordigd maar beslist op hun retour zijn. Er was geen zanger-gitarist op zijn toppunt om dat teveel aan verleden te compenseren. Zo lag het gewicht vooral op de schouders van Nellie ‘Tiger’ Travis, een zangeres die haar bijnaam gelukkig alle eer aandeed.

 

Om beurten deden de protagonisten enkele songs hun ding, zowel voor als na de pauze in dezelfde volgorde, wat toch voor een crescendo effect zorgde. Eerst Mervyn ‘Harmonica’ Hynds, geboren in Trinidad, maar in de seventies in Chicago ontbolsterd. Al snel begeleidde hij kleppers als James Cotton, Willie Dixon, Junior Wells, Louis Myers, Mud Morganfield, Eddie Taylor, Pinetop Perkins, Magic Slim, Louisiana Red, Willie Kent, John Primer, en anderen. Buiten Chicago bleef hij desondanks grotendeels onopgemerkt. Pas als hij met ‘If Speed Was Just A Thought’ afkomt, blijkt hij ook als zanger, componist, gitarist capaciteiten te bezitten. Hynds brengt vanavond de titelsong van die plaat en ook ‘Messin’ With The Kid’ van de bewonderde Junior Wells. Drummer Pooky Styx laat nog even zijn vaardigheid bewonderen vooraleer Linsey Alexander (°1942) ten tonele verschijnt. Hij komt van Mississippi, groeide op in Memphis waar hij gitaar leerde spelen, TN, en trok in 1959 naar Chicago (met het geld dat hij in het pandjeshuis kreeg voor zijn eerste gitaar!), waar hij gitaar leert spelen en een band opstart, die jarenlang goed boert in de Northside van The Windy City. Hij speelt met Buddy Guy, AC Reed, Magic Slim, B.B. King… Breezy Brodio en Ronald Simmons maken; buiten het CBF, deel uit van zijn huidige band.

 

Been There Done That’ is zijn recentste plaat (2012), met eigen werk waaronder een hommage aan vriend Willie Kent. Die cd wordt zowaar de bluesplaat van het jaar in de States, een erkenning voor jaren hard werk. ‘The Hoochie Man’, zijn bijnaam, is inderdaad een goeie zanger en nog altijd een uitstekend gitarist, maar tegelijk ook een onverbeterlijke lolbroek en clown, een vat vol dubbelzinnigheden die constant de dames van de eerste rijen opvrijt. Het is ergens tussen charmant en gênant in, maar het valt op dat zijn benadering nog steeds verrukte reacties ontlokt. Uit zijn cd brengt hij de titelsong en een funky ‘Looks Like It’s Going To Rain’. Tijd voor een eerste maal Nellie Travis, die meteen haar tanden zet in het lekker southern klinkend, eigen ‘Born In Mississippi’, dat het leven aldaar wel de hemel in prijst maar waarin ze uiteindelijk toch in Chicago belandt. Meteen daarachter de artistieke zenit van de avond, Tigers briljante interpretatie van ‘I’d Rather Go Blind’. Etta James, die de song completeerde die haar vriend Ellington ‘Fugi’ Jordan in de nor begonnen was (maar het op naam van haar toenmalige partner Billy Foster zette om de belastingen te ontwijken) zal wel ten eeuwigen dage de finale uitvoering(en) hebben neergezet, maar deze versie komt aardig in de buurt. Als halfweg de song de instrumenten omzeggens zwijgen en Tiger de tekst kneedt en mimeert, houdt iedereen de adem in: grote klasse! Een luchtiger ‘Let The Good Times Roll’ sluit het eerste deel af. Geen wonder dat Nellie ‘Tiger’ Travis gezien wordt als opvolgster van Koko Taylor.

 

Bij de aanvang van het tweede deel, krijgt Breezy Rodio de kans om een eigen nummer te brengen. Dat komt vreemd genoeg niet uit zijn cd met zelfgepend materiaal, toepasselijk ‘Playing My Game Too’ geheten (op die plaat speelt –en zingt- niet enkel Alexander mee maar o.a. ook Lurrie Bell, Rockin’ Johnny en Dave Herrero), maar wel ‘Black Cat Bone’ van Albert Collins. Geen groot zanger, maar een prima gitarist, die, zoals gezegd, zich inspande om de frontmensen alle kansen te geven. Daarom is het alras ‘star time again’. De tweede set van Hinds stelt de eerste vlot in de schaduw met het aloude ‘Baby, What You Want Me To Do’, een expressieve slow blues en het hilarische ‘Kill That Mouse’ op een lekker ritme dat doet denken aan Chuck Berry. Hinds beleeft er duidelijk zelf plezier aan. Linsey Alexander speelt ‘Raffle Ticket’, opener van ‘Been There Done That’. Hij kan het trekken van gekke bekken niet laten, maar dat belet hem niet een solo te spelen die zijn reputatie recht doet. Het trage  ‘Another Mule Kickin’ In My Stall’ geeft The Hoochie Man de kans om de showregisters helemaal open te trekken. ‘Miss You’ van… The Rolling Stones, toch een erg ongewone keuze, besluit zijn tweede set.

 

Nellie Travis serveert het speelse ‘Dirty Old Woman’, laat ons allemaal meeschallen met ‘Got My Mojo Working’ en maakt van ‘Wang Dang Doodle’ (dat Willie Dixon pende voor Howlin’ Wolf) het orgelpunt… Al had het gezelschap nog een verrassing in petto, of moeten we zeggen, een geheim wapen: die brave, zichzelf gans wegcijferende bassist Ronald Simmons zet solo ‘What A Wonderful World’ in met een stem en een uitvoering die het succesnummer (1968) van Louis ‘Satchmo’ Armstrong sterk benadert. Een gimmick, maar dan één die in dit donkere jaargetijde als een warme bries neerdaalt over het verrukte publiek. Mensen die ook de eerste uitvoering, zondag 1 december, meemaakten, vertelden ons dat het die avond net eender was gelopen. Betere edities, dat zeker, maar wie het pure amusement in de blues zoekt, wist dit pakket hogelijk te waarderen. Kwestie van de mojo te laten worken, allicht…

 

Antoine Légat.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s