TOO NOISY FISH en cd presentatie ‘Fight Eat Sleep’ in Arscene te Hansbeke op zondag 22 september 2013: ‘Cd én groep wachten een grote toekomst’

zie ook Rootstime!

Hedendaagse jazz is per definitie vervelend, complexe navelstaarderige zelfbevrediging door muzikanten met complexen, niet? Als ik u was, las ik dan ook niet verder want Too Noisy Fish kan je als ‘hedendaagse jazz’ brandmerken en Kees is klaar. Maar dan mist u wel wéér een Vlaamse topformatie, die buiten de lijntjes kleurt en boeiende, spannende en ondanks een hoge graad van virtuositeit begrijpelijke muziek maakt, puttend uit vele, zeer diverse bronnen, maar met bezieling, overgave en trefzekere zin voor synthese. Ze speelden hier zo’n drie jaar geleden al eens, in de begindagen van Arscene, en maakten toen al indruk, net als South Of The Border, het RadioKUKAorkest, het Nathan Daems Quintet en De Beren Gieren, en tegenwoordig ook Black Flower, bands die in dezelfde vijvers vissen. Intussen hebben ze veel gespeeld en bijgeleerd, en een tweede cd ingeblikt, en die kwamen ze zondag 22 september presenteren.

 

Too Noisy Fish is een pianotrio. Eigenlijk zijn ze de ritmesectie van het prettig gestoorde Flat Earth Society, het geesteskind van Peter Vermeersch, big band die in grote trekken op dezelfde principes stoelt. Dat de groepsleden bij vele andere gezelschappen spelen, is uiteraard bewijs van hun individuele capaciteiten, maar een opsomming zou ons te ver voeren. Pianist Peter Vandenberghe schrijft de nummers, Kristof Roseeuw speelt contrabas en Teun Verbruggen drumt. Too Noisy Fish (TNF) bracht in 2011 een eerste cd uit, ‘Fast Easy Sick’, die tot in de States in de vakpers op enthousiaste reacties kon rekenen. TNF bleef niet bij de pakken zitten: met een heel stel nieuwe songs trok het trio naar The Prairie Sun Studios in Cotati, Sonoma County, California, bij producer Oz Fritz. Niet de eerste de beste: Fritz werkte met Herbie Hancock, Ornette Coleman, Bill Laswell, John Zorn, maar ook met Bob Marley, Iggy Pop en Tom Waits, ook een ingezetene van Sonoma County. Met hem namen ze ‘Fight Eat Sleep’.

 

Een filmpje op de site van de band toont een en ander over ‘the making of’ de cd. Fritz was behoorlijk enthousiast over het project. Hij is trouwens twee maal te horen in een nummer. Twee keer rinkelt de telefoon, de groep stopt met spelen en Fritz kaffert de ‘stoorzender’ uit, uiteraard gespeeld (het valt ook te zien in het filmpje) De man was zo laaiend dat hij wat graag inging op het voorstel van de groep om contact te nemen met Waits, om een nummer in te zingen: het tweede deel van cd opener ‘Bring It Home/Oh God’ leent zich daar prachtig toe. Helaas paste het niet in het drukke werkschema van Tom (‘I have commitments I can’t shake’), zodat deze unieke kans voorbijging. De tekst kregen we in Arscene niet te horen, maar dat de sfeer en aard het nummer zich uitermate goed leende tot de schorre strot van de zanger en acteur kunnen we getuigen. Fritz vond het tongue in cheek spijtig voor Tom: ’It would have helped his career!’ Wat we denkelijk ook van de loopbaan van TNF mogen stellen.

 

Natuurlijk speelt TNF een vrij ingewikkeld soort muziek, met veelvuldige verschuivingen in tempi, atmosfeer, klankkleuren. Maar die ogenschijnlijke grilligheid zit verankerd in de strak georkestreerde composities van Peter: bij geconcentreerd luisteren legt een nummer zichzelf als het ware uit, helder en logisch. Opener ‘In Dust We Trust’ is daar een fraai voorbeeld van: het begint met de piano die tikt als een klok, maar dat gaat al snel over in iets wat chaotisch lijkt, maar dat wordt gaandeweg melodisch zo geordend dat de song zich op een bepaald ogenblik in al zijn schoonheid openbaart… om dan weer weg te ijlen van die synthese. Na een passage waarin de muzikanten elk hun invulling doen, naar we vermoeden grotendeels geïmproviseerd, vloeit de song weer samen om verstild te eindigen. Het leest allicht vreemd, maar wie met aandacht volgt wat er gebeurt, maakt in vijf minuten een hele muzikale reis mee.

 

Dat de trip zo boeiend is, heeft voor een groot stuk te maken met de kunde van deze drie musici. Meer dan de technische vaardigheid imponeert en fascineert de schijnbaar eindeloze vloed aan spelpatronen, variaties en plotse wendingen, maar allemaal binnen het ‘scenario’ van het nummer. Soms zit je op het puntje van je stoel, zo vaardig en inventief komt het (samen)spel over. Je hoort ook andere dingen dan strikt jazz, maar het is allemaal verwerkt en ingekapseld in het grotere geheel. ‘Segmented’ (met naar verluidt een stuk Charlie Parker in verwerkt, ‘Segment’, maar we vrezen dat ‘Bird’ zelf het er moeilijk zou uithalen), ‘Slow B’ (vermoedelijke titel, maar alvast opgedragen aan ‘de zwarte van de Spice Girls’, Mel B dus), een beeldschoon, haarfijn uitgevoerd ‘Watch The Dark’ (samen met het al geciteerde ‘Bring It Home/Oh God’ een hoogtepunt!), het geweldig intense ‘Defenestration’, ‘Necrophilology’ (met een hele soundscape: een Russische meisjesstem, een stoomloc, ‘Alle Menschen werden Brüder’…), ‘Turkish Laundry’, het niet van humor gespeende ‘Jazz Invaders’ en als bis ‘PTMA’, kortom zowat de hele nieuwe cd komt aan bod.

 

In de dagen erachter zouden we de cd vele malen draaien, altijd met hetzelfde plezier en met telkens nieuwe ‘ontdekkingen’. Jazz vervelend?! Kom nou… ‘Fight Eat Sleep’ en Too Noisy Fish: we voorspellen cd én groep een grote toekomst ook buiten de besloten kring afficionados.

 

Antoine Légat (03 10 13)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s