Stelios PETRAKIS TRIO (met Efrén LÓPEZ en Miriam ENCINAS), zang: Maria SIMOGLOU, in het Kraakhuis, De Bijloke te Gent, op woensdag 25 september 2013, in de reeks ‘Mediterrane Ontmoetingen’: ‘Dat de Griek Stelios Petrakis en de Spanjaard Efrén Lopez mekaar gevonden hebben, bleek uit de haast integrale uitvoering van hun gezamenlijk project ‘Mavra Froudia’, terwijl Maria Simoglou in het vooral met traditionals gevulde tweede deel uitblonk’

Zie ook http://www.rootstime.be

Soms wenst de concertganger zichzelf de gave der bilocatie toe, want net op het moment van dit optreden van het Stelios Petràkis Trio plus zangeres Maria Simóglou in De Bijloke te Gent, traden Socràtis Sinópoulos en de broers Chemirani aan in de Sint-Baafskathedraal, enkele kilometers verderop, samen met klassiek violist Pierre-Olivier Queyras, in het kader van Gent Festival van Vlaanderen. Een nachtmerrie voor elke liefhebber van Griekse muziek met een open vizier op de wereld, want Petrakis en Sinopoulos zijn generatie- en geestesgenoten, en door de onbeschikbaarheid van Bijan Chemirani, die even verderop zat, vervulde de Spaanse Miriam Encinas Lafitte de percussietaak, wat ze overigens zonder franje maar heel effectief deed (ze is gespecialiseerd in Middeleeuwse muziek) Niets aan te doen, maar we vermoeden dat dit de reden was waarom het Kraakhuis van De Bijloke niet volledig gevuld was.

 

Op geregelde tijdstippen komt Stelios Petrakis naar ons land. Hij is een erg graag geziene gast zowel met zijn eigen projecten als in de rol van solist-begeleider. Hij is een meester van de lyra, de driesnarige Kretenzische vedel, en ook met de laoùto, de luit, kan hij aardig overweg. Maar, zoals de meester het vooraf tijdens een introductie in de aula van De Bijloke aangaf, hij is in de eerste plaats instrumentenbouwer (luthier) Afkomstig uit Sitia (oostelijk Kreta) zonder zijn vader, de burgemeester van de stad, hem naar de ‘lyraschool’, want het was zijn droom dat zijn zoon het als muzikant zou maken. In die jaren kreeg hij zelfs de legendarische Kostas Moundàkis als examinator. Toen hij voor andere studies naar de universiteit van Athene ging, kwam er de luit bij.

 

Terug op Kreta kwam hij bij Ross Daly terecht, de in Engeland geboren Ierse globetrotter die alle snaarinstrumenten van India tot Kreta leerde bespelen, op het eiland meteen grote indruk naliet door als vreemdeling een prijs te halen op een lyrawedstrijd en in 1982 de Labyrinth Music Workshop oprichtte. Daly, de eclecticus bij uitstek, predikt de volledige openheid naar andere culturen toe. Vandaar dat Petrakis, die stelt dat hij verhoudingsgewijs (te?) weinig bezig is met het oefenen in het spelen, door zijn activiteiten als luthier, zo graag en zo gretig met muzikanten uit andere universa communiceert. Dat hij even tijd vrij maakte om over zijn passie te spreken, kadert daar ook in. Hij sprak over de evolutie van de lyra en de gelijkenissen en gegroeide verschillen met de kemençe van de Zwarte Zee en de politikí lyra (de vedel van Istanbul) Hij had ook wat te geef over zijn beroep… Al bleek het begin moeizaam: zijn eerste poging om een lyra te maken heeft hij ritueel verbrand!

 

Dat is nu wel beter en ja, dat konden we zelf vaststellen. De lyra die hij mee had vind je op de voorkaft van het standaardwerk over Griekse (en Mediterrane) volksinstrumenten, ‘Greek Folk Musical Instruments’, op naam van Fivos Anoyannàkis. Grootste probleem vormt de voorplaat van de lyra: die moet van cederhout zijn, indien nog te vinden, dan zeker totaal onbetaalbaar. Maar hier komt de… Tourkokratía ter hulp, de periode van de bezetting door de Turken (die voor Kreta ruim twee honderd jaar later begon dan voor Kreta, pas in 1669, zodat Kreta het enige stuk Hellas is dat de Renaissance daadwerkelijk meemaakte): er werd toen veel Libanese ceder gebruikt in de huizenbouw. Wanneer daar nu herstellingen of wijzigingen aan geschieden, verwittigen de werker Stelios, die de loten beschikbaar cederhout kan komen monsteren voor selectie. Vanzelfsprekend kwam de bijzondere wijze van bespelen van de lyra aan bod.

 

Vermoedelijk keek Stelios vreemd op toen hij het Kraakhuis bekeek, want toen hij daar samen met Yorjis Xylouris speelde als lid van het Cretan Music Quartet op 11 maart 2011: de zaal is intussen goed onder handen genomen en veranderd in een echte concertzaal. Vooral akoestisch is er nagedacht: met relatief kleine wijzigingen heeft men het geluid fors verbeterd. Zoals gezegd verving Miriam Encinas de ‘derde man’ van het trio, Bijan Chemirani. Petrakis’ alter ego in het driemanschap is de Spanjaard Efrén Lopez, specialist van de draailier, een traditie die hij in eigen land eigenhandig heropstartte, maar ook bedreven op de fretloze gitaar, de rebab (vedel, wijdverspreid in Azië, maar ook in Noord-Afrika en zelfs delen van Europa), de oud (Arabische luit, met kortere hals en zonder fretten) en de kopuz (luit met korte nek)

 

Lopez is dus ook al zo’n bezige bij, lid van diverse gezelschappen en medewerker aan een aantal projecten, en had een aantal composities die hij nergens elders kon inzetten. Wonder boven wonder had Stelios er ook een handvol. Die brachten ze samen. Petrakis speelde er nog een traditionele dans van het eiland Kàrpathos bovenop en de cd ‘Mavra Froudia’ (‘Zwarte Wenkbrauwen’) was een feit. Die cd vormde het eerste deel van de avond: op één nummer na werd die volledig gespeeld. Wat opvalt bij deze bijzonder aardige, zij het nog onvolledige cross-over is dat beide protagonisten elk een nummer hadden gecomponeerd ‘in de stijl van de andere’. Zo klinkt het titelnummer van Lopez erg ‘Petrakis’, terwijl Stelios’ ‘Üç telli’ (‘Drie Snaren’) dan weer ‘vintage Lopez’ is.  Dat ze mekaar gevonden hebben, blijkt uit die cd, uit dit concert en ook uit de guitige Engelstalige commentaren van de twee non-native speakers: men plaagt wie men liefheeft! Het illustreert hoe ontspannen het er aan toe ging, altijd een meerwaarde bij dit soort concerten.

 

In het tweede deel kregen we Griekse d(h)imotikà (volksliederen) Die zong Maria Simoglou, één van de beste Griekse stemmen voor dit werk. Ze bleek die reputatie helemaal waar te maken met haar heldere en zuivere stem, waarin techniek en expressiviteit samengaan. Af en toe bespeelde ze licht slagwerk of beroerde ze houten lepels om de ritmiek te onderstrepen. Daartussenin kregen we ‘Bourrées de la Carrasca de la Vaca’, uiteraard in bewerking van Lopez, met een merkwaardig ‘Spaans duet/duel’ tussen draailier en slagwerk. Stelios speelde een ‘Nanoùrisma’, een wiegenlied dus, eigen compositie en de uitgelezen gelegenheid om aan te kondigen dat hij voor de derde maal vader wordt. Een warm en hartelijk concert, we hadden het gezegd!

 

Zoals gebruikelijk viel eindigde het concert met een furieuze pendozàlis, met zijn hypnotisch-repetitief, stug en krachtig dansritme dat men enkel op Kreta vindt. Dat feestelijke uiteinde zorgt altijd voor veel joligheid. Vandaar dat de mensen met één bis, een volkse zang, het bekende ‘Ta mavrà Roucha’ (‘De zwarte Kleren’), niet voldoende hadden. ‘We don’t know more’ probeerde het gezelschap nog, maar de tweede encore moest en zou er komen. Maria demonstreerde nog hoe fraai oosterse melismen kunnen zijn. Na het concert stonden de vier actoren uitgebreid de fans en de geïnteresseerden te woord. Er werden talrijke foto’s genomen. Niks om popsterren jaloers te maken, maar het zal deugd gedaan hebben aan de uitvoerders en hun opgetogen luisteraars… Nu nog beter afspraken tussen de organisatoren (die uiteraard vasthangen aan de toerschema’s van artiesten, dat begrijpen we wel)… Hier zat een snarenfestival in!

Antoine Légat (14 10 13)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s